Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juni, 2012

Wat moet ik met al jullie offers?

zaterdag, 30 juni, 2012

Jesaja 1:10-20

Godsdienst is een rare zaak, zeker de Godsdienst van Israël en daaruit gegroeid het Christendom. In Jeruzalem stond een Tempel en bij een godsdienst zou je tenminste een Tempel verwachten. In andere landen staan tenminste ook Tempels, de Hindoes hebben ze, de Boedisten, de Romeinen hadden ze net als de Grieken en de Egyptenaren. En in Latijns Amerika vinden we nog oude Tempels van de Maja’s. En bijna van nature weten we wat we daar moeten doen, daar moet je offers brengen aan de goden. Daar zijn priesters die de offers in ontvangst nemen en dan in jouw bijzijn op altaren verbranden zodat de rook opstijgt naar de goden. Soms worden de offers ook voor de goden neergelegd, daarvoor staan er dan beelden. Wij hebben dat in onze kerken niet meer zo maar op vakantie kom je nog wel eens in kerken met een heleboel beelden waar dan een kaarsje voor wordt gebrand, dat is dan ook een mooi gebaar.

Dat volk Israël moet in de dagen van de profeet Jesaja ook wel erg godsdienstig zijn geweest. We lezen vandaag over schapen, vetgemeste kalveren, stieren, rammen en bokken. De mensen lopen de voorhoven van de Tempel plat. Maar waarom roept de profeet dan dat ze moeten ophouden met die offers, dat God ze niet meer wil? We moeten daarvoor in gedachten die Tempel in. Daar staan geen beelden, daar horen tenminste geen beelden te staan want het volk Israël had ze gemist en daarom beelden van goden van buurvolken neergezet. Maar de God van Israël had verboden beelden te maken om in een Tempel te zetten. Eigenlijk was het gebod van de offers dat je de Priesters te eten moest geven en een paar keer per jaar bij de Tempel een maaltijd moest houden met de armen, met je familie, met de rechters die Tempeldienaren waren, met de vreemdelingen uit je dorp, met de knechten en de slaven. Dat was godsdienst.

De Godsdienst van Israël is dienst aan de naaste. Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf vatte alle geboden van de godsdienst in één regel samen. God liefhebben boven alles doe je dus door je naaste lief te hebben als jezelf. En dat is niet te vinden in overvloedige offers. Dat vindt je in eerlijk leven, in rechtvaardigheid, in het bestrijden van onderdrukking, in het beschermen van weduwen en wezen. De profeet moet het allemaal nog eens opnoemen. Maar dat zijn we ook in onze dagen nog wel eens vergeten. Dan vragen we of zieken en gehandicapten extra willen betalen voor hun zorg, dan moeten de armen het zelf maar uitzoeken. Ook wij worden opgeroepen anders te gaan doen. Gelukkig dat we elke dag opnieuw mogen beginnen, dan verkeert alles wat we gedaan hebben in haar tegendeel, wat verkeerd was wordt goed. Dat is het rare van onze godsdienst, als we werkelijk de dienst aan de naaste gaan verrichten dan valt het beste deel van het land ons toe, niet als beloning maar omdat we er weg mee weten, weg naar de mensen die het nodig hebben. Elke dag mag het weer opnieuw, ook vandaag weer.

Wee dit ontrouwe volk

vrijdag, 29 juni, 2012

Jesaja 1:1-9

Hier beginnen we te lezen in het boek van de profeet Jesaja. Een bijzonder en indrukwekkend boek. Een boek dat vertelt hoe de God van Israël blijft zorgen voor het volk Israël ook al is er van dat volk en vooral van dat volk als volk van de God van Israël niet veel meer over. We lezen dat gelijk in deze eerste negen verzen. Jesaja kreeg zijn visioenen toen Uzzia stierf. Jesaja heeft meerdere koningen meegemaakt. Wie het hele boek van de profeet Jesaja bestudeert zal het opvallen dat het eerste deel gaat over de ondergang van het rijk Juda, het tweede deel over de ballingschap en het derde deel over de terugkeer uit de ballingschap. De profeet Jesaja staat dan ook meer voor een school van profeten dan voor één persoon die alles zou kunnen hebben meegemaakt. Die school gelooft in het herstel van het vredesrijk van een volk dat zich richt naar de Wet van de God van Israël, de Wet die zegt dat je je naaste lief moet hebben als jezelf.

In de dagen waarin dit begin van het boek van de profeet Jesaja speelt was Israël uiteengevallen in twee rijken, een noordelijk rijk dat Israël werd genoemd en dat Samaria als hoofdstad had en een zuidelijk rijk dat Juda werd genoemd en dat Jeruzalem als hoofdstad had. Beide rijken hadden hun eigen koningen en hun eigen legers en in beide rijken was nog iets van de godsdienst voor de God van Israël te vinden. Maar de twee rijkjes werden omgeven door een groot aantal kleine koningkrijkjes. Ook die hadden eigen koningen en eigen legertjes, ook eigen goden. In het zuiden lag de grootmacht Egypte en in het noorden lag de grootmacht Assyrië dat later overwonnen zou worden door Babel. De godsdiensten van de kleine koningkrijkjes rond de beide Joodse rijken hadden ook zo hun aanhang in Juda en Israël en de Koningen van Juda en Israël probeerden met bondgenootschappen met hun buren een macht te vormen die de grootmachten uit het noorden en zuiden zou kunnen tegenhouden.

Voor Jesaja en zijn school was er maar één grootmacht die de ondergang van Juda en Jeruzalem had kunnen tegenhouden. Dat was de God van Israël zelf. De ontrouw van het volk aan het recht zoals dat door de God van Israël was geschonken aan het volk had volgens Jesaja de ondergang veroorzaakt. Een volk dat niet meer zorgt voor de zwaksten in de samenleving, dat leeft voor zichzelf en niet meer om de vreemdelingen geeft, die de weduwe en de wees verwaarloost, die de zwakke aan de kant van de weg niet meer ziet of hoort dat gaat ten onder. Er is volgens Jesaja in zijn tijd nog maar een kleine rest overgebleven dat blijft geloven in de Weg van de God van Israël. En daarmee zijn we midden in de tijd van onze economische crisis in onze tijd beland. Ook bij ons is er nog maar een kleine rest die gelooft in ontwikkelingssamenwerking en eerlijke handelsverhoudingen, die de vreemdelingen in ons midden recht wil verschaffen, die zorg heeft voor de gehandicapten en de chronisch zieken, die de zwakken en de minsten te hulp wil komen. Wie wil blijven geloven in de verhalen uit de Bijbel zal het daarbij moeten houden. Gelukkig mogen we elke dag opnieuw die Weg op mogen gaan, ook vandaag weer.

Wees niet bang, maar blijf geloven.

donderdag, 28 juni, 2012

Marcus 5:35-43
 
Vandaag dus het tweede deel van het beroemde verhaal over het dochtertje van Jaïrus. Een verhaal overigens waar maar weinig mensen in geloven willen. Dat is ook lastig want als je het verhaal wil geloven gaat het ineens ergens anders over. We hebben geleerd dat Jezus van Nazareth te laat bij Jaïrus thuis kwam door die vervelende vrouw waar we gisteren over gelezen hebben en dat dat dochtertje inmiddels dood gegaan was. Gelukkig was daar wonderdoener Jezus die haar uit de dood opwekte. Maar dat verhaal staat dus niet in de Bijbel. Het verhaal gaat over een vader, een meisje van 12 en een vrouw die aan bloedvloeiingen leed. Die vrouw was tot de onaanraakbaren gaan horen en Jezus had haar daarvan genezen. Als vader ben je als de dood dat je dochtertje ook zoiets overkomt. Zeker als ze op het punt staat een jonge vrouw te worden kan de angst ernstig toeslaan. Wat kan een meisje vandaag de dag allemaal wel niet overkomen.

Nog niet zo lang geleden is er een groep jonge mannen veroordeeld wegens groepsverkrachting. En het is het een of het ander, ze wordt verkracht of onaanraakbaar. Voor beide zou je ze willen behoeden, ze moet maar kind  blijven. Meisjes kunnen onbewust hieraan tegemoet gaan komen. Ze gaan dan aan ernstige eetstoornissen leiden die uiteindelijk ook de dood tot gevolg kunnen hebben. Die eetstoornissen voorkomen de menstruatie. Er zijn zelfs internetsites die ze leren zo mager te blijven dat de volwassenheid kan worden uitgesteld. Er is overigens ook een heel goede site die daartegen waarschuwt en hulp biedt. Langdurige goede psychiatrische hulp is echter nodig om meisjes die er verslaafd aan worden te genezen. Dat kind, kind laten blijven is dus ook de oplossing niet.

Jezus van Nazareth reikt het meisje de hand en nodigt haar uit op te staan. Ze mag er bij horen, ze mag jonge vrouw worden, ze mag aangeraakt en gerespecteerd worden. De volwassenen om haar heen mogen haar ook leren hoe mensen met elkaar en met haar om horen te gaan, daar mag je dus ook open en eerlijk over praten, een meisje mag zich leren wapenen tegen de onzekerheid die haar aantrekkingskracht met zich meebrengt. Ouders moeten haar dan wel verantwoordelijkheid durven geven en haar serieus durven nemen. Daarbij over hun eigen angsten praten kan helpen. Uiteindelijk nodigt Jezus van Nazareth uit de eetstoornis te overwinnen, geef haar te eten is zijn laatste opdracht. En het voorkomen van dergelijke eetstoornissen is heel wat beter dan ze genezen. We moeten dan wel durven geloven dat het dochtertje van Jaïrus dus niet dood was maar sliep en niet uit de dood hoefde te worden opgewekt maar mocht gaan vloeien net als die vrouw die vloeide en er toch mocht bijhoren.

 

Wees genezen van uw kwaal

woensdag, 27 juni, 2012

Marcus 5:21-34

De samenstellers van het leesrooster hebben het verhaal van vandaag in 2 stukken geknipt. Mannen vinden het namelijk gemakkelijker net te doen of het twee verhalen zijn en het zijn vast mannen die het leesrooster hebben samengesteld. Mannen kunnen namelijk niet zoveel met de menstruatie van vrouwen. Vrouwelijke sexualiteit is al helemaal iets waar mannen niet zoveel mee kunnen. Eeuwenlang hebben ze zelfs gedacht dat de Bijbel vrouwen het hebben van hun eigen sexualiteit verbood. Dat staat wel nergens maar het ontslaat mannen van een heleboel verantwoordelijkheid. De vrouw uit dit eerste deel van het verhaal is daar een mooi voorbeeld van. Als een vrouw menstrueerd moet je haar respecteren en met rust laten staat er in de Wet van de Woestijn, de wetten die Mozes ooit aan het volk had gegeven. In het bloed zetelt het leven en als een vrouw bloed verliest dan moet je voorzichtig zijn. Op zich helemaal niet van die onverstandige adviezen maar je gaat nu eenmaal ook niet aan vrouwen vragen of ze misschien wel of niet menstrueren.

Daarom was de regel ontstaan om vrouwen helemaal maar niet meer aan te raken. De Islam heeft die regel later overgenomen en oud minister Verdonk is daar ooit nog eens tegen aan gelopen. In plaats van er over te praten en uit te zoeken wat er aan de hand was reageerde ze beledigd of die primitieve man minder dan haar was. Die man deed dus zoals alle mannen in de Bijbel. Dat gedrag had wel tot gevolg dat de vrouw uit dit verhaal een paria werd, tot de onaanraakbaren ging behoren. Geen arts kon haar genezen, nee die maandstonden horen nu eenmaal bij een vrouw. Alleen herkende ze in Jezus iets dat ze in niemand anders ooit gezien had. Hij zorgde dat mensen er weer bij konden horen. Dus raakte zij hem aan, als dat taboe eenmaal doorbroken zou zijn moest het immers beter gaan. En het lukte ,Jezus stond midden in de menigte toe dat deze vrouw hem aanraakte, vloeingen of niet, ze hoorde er bij, genezen en wel.

Als wij overigens zo krampachtig blijven doen over vrouwelijke sexualiteit kunnen ze er ook dood aan gaan. En omgaan met vrouwelijke sexualiteit hebben mannen nog steeds niet geleerd. Daar waar vrouwen willen laten zien hoe mooi ze zijn schrikken mannen er van. Aan de andere kant zijn lust en begeerte ook zaken waar je aan kunt verdienen en voor het opwekken van lust en begeerte kun je vrouwen als voorwerpen gebruiken. Een discussie over bloot in reclame is daarom maar al te zinvol, maken we voorwerpen van onze zusters of mogen we ze als mens blijven bekijken. Maar bloot op zich, bloot op straat of strand, of bloot in de kunst, daar is niets tegen, daarbij gaat het altijd om mensen die net zo mooi zijn als wijzelf, ieder mens is immers even mooi. Al die angst voor vrouwelijke sexualiteit kan ook dodelijk zijn voor vrouwen. Maar dat is iets voor het volgende verhaal.

 

Iedereen stond verbaasd

dinsdag, 26 juni, 2012

Marcus 5:1-20
 
Psychiaters kennen de verschijnselen wel die beschreven worden in het verhaal dat we vandaag lezen. De oorzaken kunnen vele zijn. Niet alleen psychische oorzaken overigens, maar ook lichamelijke oorzaken, beschadigingen aan de hersens, kunnen het gedrag van zelfverminking, wanen en uitzonderlijke woede veroorzaken. Maar ook psychische oorzaken kunnen dat. Angst ligt er dan vaak aan ten grondslag. Angst veroorzaakt door ervaringen in het verleden of angst die, schijnbaar onverklaarbaar, in de loop van de jaren is gegroeid. En als mensen angst hebben voor andere mensen worden die andere mensen ook bang voor hen. Het boze in de man uit het verhaal van vandaag vraagt om hem geen pijn te doen. Marcus spreekt van kettingen die hem niet konden houden en vastgebonden zijn met kettingen is meestal niet pijnloos.

Jezus van Nazareth is niet bang voor de man maar gaat met hem in gesprek. En dat gesprek brengt de man genezing. De oploop die het veroorzaakt brengt nog wel een kudde varkens op hol die van de rotsen storten. Een prachtig beeld voor mensen van Israel. Varkens zijn immers onrein en mogen niet gegeten worden. Het onreine stort zichzelf van de rotsen in dit verhaal. Voor de mensen uit het 10 stedengebied, aan de overkant van de Jordaan en dus eigenlijk buiten Israel,  betekende het een verlies aan inkomsten en bezit. Jezus van Nazareth zorgt dat zelfs deze vreemdeling weer mee kan doen met zijn eigen gemeenschap maar dat heeft dus een prijs. Dat een plaats geven in de gemeenschap lezen we niet voor het eerst, dat is steeds bij zieken en zwakken het geval. Jezus van Nazareth zorgt er voor dat mensen er weer bij gaan horen.

Daar staan mensen verbaasd over want wij sturen ze liever naar onherbergzame streken als het ons niet aanstaat, of we sluiten ze op in gevangenissen en vreemdelingenbewaring. Inrichtingen staan meestal ver buiten de stad. Wij kennen ook de angst voor vreemdelingen en voor andere soorten van geloven. Die angst neemt toe als ons bestaan bedreigd lijkt te worden, in tijden van economische crisis dus. Die angst raakt niet in de eerste plaats de armen, die zijn de crisis gewend en weten hoe te overleven. Die angst voor vreemdelingen en bedreiging van het eigen bestaan raakt die mensen die arm dreigen te worden als ze hun baan verliezen of als hun huis ineens minder waard wordt. Die mensen zoeken bescherming, ze zoeken een sterke man die hen zal beschermen. Dat wordt dus altijd een politicus die stoere taal spreekt, die zich in harde bewoordingen tegen de bedreiging keert. Dat dat politici zijn die zelf bang zijn, laffe angsthazen meestal, omringd door beveiligers, ontgaat de mensen door de harde taal die ze uitslaan. Genezen van de angst is ondenkbaar voor hen alleen het “weg met de vreemdelingen” kennen ze, toch is die genezing van de angst de weg van Jezus van Nazareth. Als we bereid zijn te delen met elkaar hoeven we niet bang te zijn, niet voor vreemdelingen, niet voor armoede. Laat de mensen zich dus verbazen over jou vandaag.

Waarom hebben jullie zo weinig moed

maandag, 25 juni, 2012

Marcus 4:35-41
 
Vliegt de blauwvoet, storm op zee. Het was de strijdkreet van de Vlamingen die zich verzetten tegen de overheersing door Franse edelen. Ze gebruikten het bij de Gulden Sporenslag in 1302. Op 11 juli wordt de overwinning in die slag bij onze Vlaamse zuiderburen in België nog uitbundig gevierd. Het volk weet nog dat eenvoudige boeren en burgers gewapend met de gereedschappen die ze elke dag gebruikten, de dorsvlegel, de smidshamer en de slagersmessen, de edelen op hun paarden gewapend met zwaarden en lansen, beschermd door de nieuwste met zorg gemaakte harnassen, in de pan hakten. Dat storm op zee moest de vijand angst aanjagen want storm op zee is zeer beangstigend. We lezen dat bijvoorbeeld al  in psalm 107 en vandaag lezen we het in het verhaal dat Marcus over Jezus van Nazareth vertelde. Het gaat in de verhalen die we dezer dagen uit het Evangelie naar Marcus lezen over durf en kracht.

 Mensen die de Bijbel moeten uitleggen zitten nog vaak met de vraag waarom Jezus van Nazareth in dit verhaal eigenlijk ging slapen. Dat hij de wind en de golven kon stillen zou hij wel geweten hebben, maar als hij wakker zou zijn gebleven zouden zijn volgelingen niet zo angstig geworden zijn. En daar zit wellicht de sleutel van het verhaal. Het gaat niet om het stillen van de storm maar om het vertrouwen op de goede afloop. Minister president Colijn wordt nog wel eens verweten dat hij in 1939 tegen het volk zei dat ze rustig konden gaan slapen omdat de regering over hun veiligheid waakte. Dat volk had zich beter kunnen voorbereiden op het verzet dat na 1940 nodig zou zijn. Maar is zo’n storm nu een aanleiding om bang te worden? Als alle voorzorgen zijn genomen kun je je beter richten op het overleven.

Een paar jaar geleden ging onze aandacht uit naar de slachtoffers van de storm in New Orleans. Daar bleek dat bij de voorzorgen tegen de storm de armen vergeten waren. En toen de storm eenmaal voorbij was waren het weer de armsten die het langst op hulp moesten wachten, zelfs vandaag wachten de armsten nog op de mogelijkheid terug te keren.  Als je leeft in de geest van Jezus van Nazareth dan gebeurt je zoiets niet. Dan zijn de armen en de zwaksten je eerste zorg, maar dan weet je ook dat je geen angst hoeft te hebben, want de onbaatzuchtige liefde van Jezus van Nazareth hield het ook uit door de dood heen. Dat kan ook voor ons gelden, met een geloof zo groot als een beukenootje lazen we ooit. Nu weer, door de zwaarste storm heen kunnen we elkaar vasthouden en dat kan onze redding zijn. Ook in tijden van economische en financiële crisis. Als we werkelijk bereid zijn met elkaar te delen, voor elkaar in te staan en samen te doen dan kan geen crisis ons overwinnen, dan is geen storm groot genoeg om ons er onder te krijgen, alleen als je slechts voor jezelf denkt te kunnen zorgen ga je ten onder.

Iedereen gaat naar hem toe

zondag, 24 juni, 2012

Johannes 3:22-36
 
Hoe stook je in een gelukkig huwelijk? Soms door te zeggen dat de een meer geliefd is dan de ander. Dan ontstaat er concurentie en dus verwijdering en wrijving. Zo niet tussen de neven Johannes en Jezus. Johannes zag zichzelf als wegbereider, de man van de advent dus, een wegbereider voor Jezus. Dat had hij nooit onder stoelen of banken gestoken en toen Jezus ook ging dopen en kennelijk veel mensen trok ging hij er niet anders over denken. het was en bleef een feest en de beste vriend van de bruidegom lijkt dan aan de kant te staan maar bij hem steekt de bruidegom nog feestelijker af. Die doop overigens wordt hier gezien als reinigingsritueel, voor het feest ga je je eerst wassen en dan begint het feest. Al het stof van alledag wordt afgespoeld.

Veel mensen wilden daar hun hele huishouden, inclusief de kinderen, in meenemen en dat gebeurde dan ook. Daarom denken veel mensen dat tegenwoordig in de meeste kerken alleen de kinderen gedoopt kunnen worden. Dat is niet zo. Er zijn wel een paar kerken waar kinderen niet gedoopt kunnen worden, die moeten wachten tot ze zelf kunnen beslissen, maar als u in de plaatselijke protestantse kerk actief wilt worden en U bent nooit gedoopt aarzel dan niet de predikant te vragen om gedoopt te worden, die zal dat graag doen. Je verbind je dan wel aan de kerk zoals die er nu uitziet. In de geschiedenis is dat wel eens veranderd en dan stappen er mensen uit de kerk en beginnen een nieuwe. Bij de fusie tussen de Hervormde, de Gereformeerde en de Luthersche Kerk is dat ook gebeurd. Mensen nemen elkaar het verzet tegen veranderingen nog wel eens kwalijk. Nergens voor nodig natuurlijk, je kunt er tegen of niet.

Voor de lezers van de Evangelist Johannes was er een hele grote verandering gaande. De Tempel in Jeruzalem was verwoest en ze moesten gaan geloven dat Jezus van Nazareth direct bij de God van Israël vandaan was gekomen. Er was wel discussie ontstaan over de goddelijkheid van Jezus van Nazareth. Maar de notie dat de God van Israël ook door de dood heen naast de mensen zou blijven staan die zijn Weg wilden gaan, vast blijven houden aan het houden van de naasten als van zichzelf was voldoende om in die Weg van Jezus van Nazareth te gaan geloven. Als je dat gelooft dan is er ineens ook geen angst meer voor de dood. Dan kun je gaan leven alsof je eeuwig leeft, in de woorden van de Bijbel: dan krijg je het eeuwige leven. Dan hoef je niet meer voor jezelf of voor je nageslacht te zorgen, elke dag heeft genoeg aan zichzelf. Dan zorgen we alleen nog voor een betere wereld voor alle mensen, een wereld met rechtvaardige handelsverhoudingen, een wereld waar iedereen mee mag doen, zonder honger, zonder geweld, een wereld waar ieder tot zijn recht komt. Daar mogen we elke dag weer opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.

Gelukkig de mens

zaterdag, 23 juni, 2012

Psalm 1
 
Vandaag openen wij het boek van de psalmen, en komen dan natuurlijk terecht bij de eerste psalm. We spreken wel over het boek van de psalmen maar als je dit boek nauwkeurig bestudeerd zul je merken dat er eigenlijk meerdere boeken zijn. Geleerden onderscheiden vijf verschillende boeken. Vijf psalmboeken lijken dan ook op de vijf boeken van Mozes waar de Bijbel mee begint. Bij al die boeken van Mozes kun je dus uitbundig zingen. Deze eerste psalm hoort overigens niet bij een van die boeken maar is speciaal vooraan de hele verzameling gezet. En deze psalm wijst speciaal naar de eerste vijf boeken van de Bijbel want in goed Joods gebruik worden die boeken de Wet genoemd. Ze vertellen het verhaal van de geschiedenis van God met de wereld, de mensen en het volk Israël. Met als hoogtepunt de tocht door de woestijn waar de mens bevrijd werd van slaveriij en te horen kreeg wat nu de bedoeling was van God met de mensen, God dienen boven al en je naaste liefhebben als jezelf.

Er zijn 150 Psalmen. Vroeger deed men of koning David ze allemaal had geschreven maar dat is natuurlijk onzin. Sommige Psalmen bezingen het leed van de ballingschap en die kwam pas eeuwen na koning David. Maar vandaag zingen we mee met de eerste psalm en die bezingt het volgen van de Wet van de Woestijn. Het houden van je naaste als van jezelf is niet zo eenvouidig als het klinkt en je bent gelukkig als je niet meegaat met hen die het kwaad doen, niet de weg van de egoïsten, de hebberts en de graaiers gaat, niet bij de spotters aan tafel zit. Die spotters kennen we allemaal , het zijn de mensen die het helpen van anderen belachelijk proberen te maken, die het hebben over de softies als je problemen zonder geweld wil oplossen, die alleen trots willen zijn op ziczelf en met vreemden niets te maken willen hebben.

Nee volgens deze psalm zijn die mensen gelukkig, die vreugde vinden in de Wet van God, die kunnen genieten van de vreugde in de ogen van de hongerige die gevoed is, van de bedroefde die getroost wordt, van het kind dat eindelijk naar school mag, van de gevangene die ook eens bezoek krijgt. Dat is een mens die lijkt op een vruchtbare boom, daar komt het goede uit voort. De Wet van de Woestijn is voor die mens als een beek met fris stromend water, daar kun je je dorst stillen, daar zit groeikracht in. Als je alleen voor jezelf wil zorgen dan zit er dood in de pot, dan ga je door de wereld met ruzie en geweld, dan ben je dag en nacht bang voor vreemdelingen en voor het vreemde dat andere mensen je bieden. Als je alle mensen tot hun recht wil laten komen dan is er geen plaats voor mensen die zich meer achten dan een ander. Zulke opscheppers vinden ook geen plaats in de kring van mensen die iets over hebben voor een ander. De eerste psalm daagt uit, Want als we dit lied willen meezingen, als we deze verzameling liederen willen meezingen, dan moeten we kiezen, waar willen we bijhoren, bij de wettelozen of bij de rechtvaardigen. Aan u vandaag weer de keus.

 

Slagen zuiveren het innerlijk.

vrijdag, 22 juni, 2012

Spreuken 20:21-30

In de “Succes” agenda stonden vroeger onder aan de bladzijden wijze spreuken, meestal citaten uit een groot citatenboek. Daar stond ook eens “ervaring is de optelsom van iemands fouten” en daar gaat het vandaag ook over in het gedeelte dat we lezen uit het Spreukenboek. Een aantal Spreuken had overigens ook de Succesagenda gehaald. Maar het gedeelte van vandaag begint met de verzekering dat je bezit meer waarde krijgt naarmate je er meer moeite voor hebt hoeven doen. Grote prijzen gewonnen in loterijen willen nog wel eens tot ongeluk leiden. Je bent het geld niet gewend en de loterijorganisaties hebben zelfs mensen in dienst om je te begeleiden, maar geluk is met geld ook niet te koop, het valt je toe en het blijft toevallig in plaats van iets van jezelf. Veel winnaars blijven dan ook doen wat ze deden, gewoon hun eigen werk want daar hadden ze moeite voor moeten doen.

De Weg van de Bijbel is dus je brood verdienen door er moeite voor te doen, door er voor te zweten staat al in het boek Genesis. Dan wordt ook het delen er van een stuk plezieriger, je deelt niet wat je is toegevallen maar je deelt iets van jezelf. Zo valt het kwade dan ook met het goede te bestrijden en pas op, bij al je werk, bij al je zwoegen is bedrogen worden dan ook wel heel erg kwaad. Mensen laten zich immers gewoonlijk leiden door het goede, goed doen voor zichzelf, eerlijk blijven want dan ben je ook tegen jezelf eerlijk en daarmee laat je je leiden door de Weg van de God van Israël. We weten weinig van de toekomst maar als je nu maar zelf het goede doet dan zul je vanzelf ook het goede wel ontmoeten of het kwade kunnen weerstaan.

In nood ben je dan geneigd de hulp van God pas in te roepen, als ik hier uit kom dan beloof ik… en vul het zelf maar in. Het boek Spreuken waarschuwt er tegen, als je beloften te groot zijn dan wordt je een gevangene van je beloften. Beter is ook in nood te blijven zoeken naar het goede, blijven delen met de minsten, zij zullen je dan ook tot steun zijn zegt het boek Spreuken. Je bent dan net als de Koning die voortdurend er op let wie van zijn onderdanen bezig is te zorgen voor een betere samenleving, voor de minsten in het land, voor recht en gerechtigheid en uitbant die onderdanen die alleen op eigen gewin uitzijn. Het is in dit licht dat je je eigen handelingen ook mag zetten, het licht van de God van Israël. Dan kun je net als die koning zeggen dat jouw leven gebouwd is op liefde. En laat je niet gevangen zetten in je jeugd, jonge mensen zijn sterk, oude mensen zijn grijs en dat is ook mooi. Ervaring is dus de tegenslag die je in je leven hebt gekregen maar je wordt er mooier en zuiverder van. Daar mogen we elke dag weer mee verder, ook vandaag weer.

 

Reeds een kind laat zich kennen

donderdag, 21 juni, 2012

Spreuken 20:11-20

Aan een kind kun je al door de daden zien of het eerlijk en oprecht is zegt de Spreukendichter. Wij, die door de Romantiek zo gemakkelijk vertederd raken door het onschuldige kindergezicht, moeten dat misschien nog wel eens wat sterker leren. We moeten leren letten op het gedrag van onze kinderen en daar niet vergoelijkend over doen. Je hoort ouders nog wel eens zeggen:”het zijn nog maar kinderen” Nee, ook verkeerd gedrag van kinderen is verkeerd gedrag. Ook kinderen kunnen ogen en oren hebben die ze van God meegekregen hebben. Het gaat er om dat ook onze kinderen opgroeien tot nuttige leden van de samenleving die niet alleen voor zichzelf kunnen zorgen maar ook met anderen weten te delen. Volwassenen, die ook geleerd hebben bestand te zijn tegen de vuige trucjes waarmee in de wereld op de markten wordt geopereerd.

Het Spreukengedeelte dat we vandaag lezen laat zich ook lezen als een verzameling wijze lessen voor opgroeiende jeugd. Ouderen weten het wel, vaak door schade en schande wijs geworden, goud, zilver en diamanten worden je gemakkelijk beloofd, maar wijze woorden zijn met een lantaarntje te zoeken. Borg staan voor een ander moet je ook niet al te gemakkelijk doen. De overvloed en het gemak waarmee onze banken in de afgelopen decenia leningen hebben verstrekt aan ieder die maar wilde lenen heeft uiteindelijk bijna onze hele economie te gronde gericht. In het klein waarschuwt de Spreukendichter er al tegen in zijn waarschuwing tegen de borg voor een lichtzinnig mens. We moeten ook in onze eigen omgeving die waarschuwingen soms laten horen en zorgen dat mensen beschermd worden tegen verleidelijk maar onverantwoord gedrag. En met stelen los je al helemaal niks op.

Je moet volgens de Bijbel altijd blijven beseffen wie je voorouders zijn. Ook de vader en moeder die in het Spreukenboek worden genoemd zijn de slaven die uit Egypte werden bevrijdt. Als je die vervloekt dan vervloek je alle armen en zwakken in je samenleving, dan vervloek je iedereen die in een probleem is gekomen. Dan ben je dus op geen enkele manier in staat om mensen in nood te helpen, om een hand uit te steken naar je naaste. Je merkt een dergelijke houding allereerst bij mensen die het zelf wat beter hebben, die willen bijvoorbeeld ontwikkelingssamenwerking afschaffen. Beter is plannen te maken hoe je kunt voorkomen zelf arm te worden en toch genoeg over te houden om een ander te helpen. Over die plannen hoef je niet op te scheppen of ze rond te bazuinen, mensen die dat te gemakkelijk rondvertellen kun je maar beter mijden. Gelukkig mogen wel elke dag opnieuw beginnen, ook vandaag weer.