Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor mei, 2012

Die de vader is van David

donderdag, 31 mei, 2012

Ruth 4:1-22
 
Zo ging Boaz naar de poort van de stad om daar te wachten tot de rechthebbende op het land van Noömi en Ruth, en daarmee rechthebbende op Ruth, voorbij zou komen. Dat klinkt ons raar in de oren want Boaz wist immers heel goed wie die rechthebbende was. Maar de poort is niet zomaar een plaats in de stad. Als je in de Bijbel leest over de poort, dan lees je ook over de plaats waar recht werd gesproken. En over het recht gaat het immers, het recht om voor iemand te mogen zorgen, het recht om met een weduwe te mogen delen. Daarom ook werden er 10 stadsoudsten gevraagd om er bij te komen zitten. Bij geschillen konden zij gelijk een vonnis vellen, in elk geval konden ze als getuigen optreden. Zo werd er aan iedereen recht gedaan. Maar waarom zou je het recht moeten opeisen voor iemand te willen zorgen. De vrouwen konden zeker het land niet alleen bewerken.

Dat bewerken was de taak van de man, zo lag de rolverdeling nu eenmaal. Dat land moest wel in de familie blijven. Was het verkocht of verdwenen dan kon na 50 jaar de familie weer opnieuw beginnen want dan kregen ze het land weer terug. In de tijd dat het boek Ruth werd opgeschreven waren veel van die regels al weer vergeten. Zoals de regel over de schoen die hier nog even wordt toegelicht. Hoewel, als je de oorspronkelijke wet in het 25ste hoofdstuk van het boek Deuteronomium er op nakijkt dan gaat het er om dat je iemand met z’n eigen schoen in het gezicht slaat als die een weduwe uit eigen familie onverzorgd laat. Hier is er keurig overleg en blijft er niemand onverzorgd achter. Wel wordt er nog even fijntjes herinnerd aan het verhaal van Juda en Tamar. Die Tamar moest haar toevlucht nemen tot een buitenechtelijke relatie tegen betaling met haar schoonvader om niet onverzorgd achter te blijven. Van die relatie stamde Boaz af. Van de relatie tussen Boaz en Ruth stamde uiteindelijk Koning David af.

Ook David zou zo’n vreemde relatie hebben. Hij stuurde de man van Bathseba de oorlog in en trouwde haar toen die gesneuveld was. Van die relatie stamde Jezus van Nazareth af. Kennelijk kiest God in de geschiedenis niet voor de beste families. Juda en Tamar, Boaz en de moabitische Ruth, David en Bathseba, het kan niet op. In onze tijd met al die echtscheidingen een hele troost voor al die alleengaande ouders. Er kan nog best iets goeds voorkomen uit de kinderen. En angst voor vreemdelingen hoef je al helemaal niet te hebben. Van de dochters van Moab werd toch gezegd dat ze de zonen van Israel op het verkeerde pad brachten? Nou dat kun je van Ruth niet zeggen, zij speelt niet alleen de hoofdrol in dit verhaal maar ook in de geschiedenis van Israel. Zij was de vrouw die aan mannen en vrouwen ten voorbeeld wordt gesteld als het gaat om de vraag hoe je voor iemand moet blijven zorgen. En dat voorbeeld kunnen ook wij volgen, elke dag weer.
 

 

Op de dorsvloer gerst wannen

woensdag, 30 mei, 2012

Ruth 3:1-18
 
Het was een mooie zomer geweest. De oogst was binnen en nu werd het tijd het kaf van het koren te scheiden. Je hebt immers alleen de korrels nodig om te malen tot meel zodat je er het brood mee kunt bakken waarmee je je tot de volgende oogst kunt voeden. Dat wannen van de gerst hoort bij dat proces van scheiden van kaf en koren. Maar voor Ruth en Noömi betekende dat ook dat de tijd van aren rapen, achter de maaiers en korenbindsters aan, voorbij was. Het betekende een terugkeer naar honger en armoede. Tot nu was Ruth een soort oudedagsvoorziening voor Noömi geweest. AOW of pensioen was er in die tijd nog niet. Het beste pensioen kreeg je van je kinderen, hoe meer hoe beter. Weduwen zonder kinderen hadden het daarom extra moeilijk. Het familielid dat de weduwe in bescherming moest nemen, de losser, moest daarom ook zorgen voor kinderen. En welke man vindt er niet graag een knappe weduwe in zijn bed.

Noömi draagt Ruth daarom op om de rouwkleding af te leggen en zich op te maken als voor een bruiloft.  Boaz snapt de boodschap direct. Hij had zich al eerder aangetrokken getoond tot deze Moabitische en nu ze zich ze openlijk aanbood was het tijd er gebruik van te maken. Maar wel binnen de Wet, geen misbruik maken dus. Die Wet wees een ander aan die als losser zou moeten optreden en als je zo’n  fraaie partij zonder meer zou opeisen zou het maar tot jalouzie leiden en de ander is geen bezit maar gelijke die je lief kunt hebben als jezelf. En daar blijft het dus bij. Ruth past zich aan en zorgt dat niemand haar ziet vertrekken. Een verhaal waarin mensen elkaar recht doen. Ruth, de dochter van Moab, brengt hier Boaz niet op het verkeerde pad zoals eens Tamar de schoondochter van Juda zich gedwongen had gezien haar schoonvader op het verkeerde pad te brengen. Boaz moet dat verhaal gekend hebben, hij stamde af van Perez, het kind dat uit de overspelige verhouding van Juda met Tamar was geboren.

Je kunt dus wel je vooroordelen tegen vreemdelingen hebben, je kunt wel bang zijn voor die rare gewoonten, maar je kunt ook verrast worden. Wie had nu gedacht dat Moslims bijvoorbeeld Jezus van Nazareth als een groot profeet vereren? Wie had gedacht dat bij het slachtfeest een kwart van het dier dat werd geslacht gegeven moet worden aan de armen? Wie had gedacht dat Moslims de plicht hebben om de armen te steunen, met hen te delen, en dat dat een van de vijf pijlers van de Islam is? Het is allemaal niet hetzelfde als bij ons maar het kan toch niet als verkeerd of bedreigend voor onze samenleving gezien worden? Het boek Ruth dient zich aan als een romantische liefdesgeschiedenis maar als je tussen de regels door leest is het een hoogst actueel verhaal over hoe we als mensen met elkaar om moeten gaan. Zijn wij nog in staat jalouzie te vermijden? Zijn wij nog in staat respect voor een reputatie op te brengen? Zijn wij nog in staat de armen dichtbij in onze stad, in ons dorp, in onze straat te herkennen en naar hen onze hand uit te steken? We mogen ons het elke dag opnieuw afvragen.

Zijn rechten als losser laten gelden

dinsdag, 29 mei, 2012

Ruth 2:1-23

Wij kennen dat bijna niet meer, maaiers die met een zeis het graan maaien en schovenbindsters die de aren oprapen en in schoven te drogen zetten op het land. Wij kennen combines, grote machines die het graan maaien, opeten, en zakken graankorrels en bundels stro uitbraken. Die combines kunnen zich niet aan de wetten van Mozes houden. De maaiers en schovenbindsters wel, vooral als de eigenaar van het land die wetten serieus neemt. Want daar gaat het in dit stuk van het verhaal om. In de wetten van Mozes staat dat de aren die langs de kant van de akker staan niet gemaaid moeten worden maar moeten blijven staan voor de armen. Er staat ook dat als er geoogst wordt de maaiers en schovenbindsters niet fanatiek alles moeten oprapen en tot schoven binden maar de verspreide aren moeten laten liggen voor de armen. En arm waren Ruth en haar schoonmoeder Noömi.

Noömi, wat betekent “mijn genot” of ook vertaald kan worden als “de gelukkige”, vraagt of ze haar Mara, “de bittere” willen noemen. Weduwen hadden toen geen weduwenvoorziening, ze waren geheel en al afhankelijk van  de familie. En voor Ruth was het dubbel moeilijk, ze was niet alleen weduwe, ze was nog een vreemdelinge ook. Nu is het verhaal opgeschreven in een tijd dat het weer belangrijk geworden was onderscheid te maken tussen in de inwoners van het land die wel bij het volk Israel hoorden en inwoners die niet bij het land hoorden. En net als in onze dagen kun je daar menselijk mee omgaan, mensen recht doen, of fanatiek alleen maar letten op de belangen van je eigen land en uit angst alles weren wat je vreemd is of vreemd voorkomt. Het boek Ruth is duidelijk een pleidooi om recht te doen aan mensen ook al zijn ze vreemdeling. Ruth wordt voortdurend aangeduid als de Moabitische en als Boaz haar uitlegt te profiteren van de regels, die hij voor haar zelfs zal verruimen, dan nog wijst ze er op dat ze een vreemdelinge is. Haar zorg voor haar schoonmoeder heeft echter indruk gemaakt. En ook al is ze niet in dienst bij Boaz ze mag toch meedelen.

Zo op het eerste gezicht blijft dit verhaal een mooi romantisch sprookje. Je ziet het voor je. Vrolijk zijn de maaiers met hun scherpe zeisen bezig het goudgele graan te maaien en achter hen aan trekken de vrouwen op om de aren te rapen en in schoven te binden. Een enkele arme sloeber uit het dorp mag dan nog rapen wat er is blijven liggen. En dan komt er een knappe jonge weduwe van exotische herkomst ook aren rapen. De rijke boer ziet het aan en legt tijdens het middageten op een slimme manier contact. Je voelt het aankomen, daar bloeit een zomerse romance. Zij krijgt te eten en hij zal uiteindelijk ook wel iets terugkrijgen. Maar zulke romantische sprookjes horen toch niet in de Bijbel thuis? Daar gaat het over het geloof in een andere, een betere, wereld, het geloof in een God die over de wereld heerst. En daar gaat dit verhaal ook over als je goed naar het verhaal wil luisteren. Want midden in het verhaal begint schoonmoeder Noömi ineens over “zijn rechten als losser”. Dat kennen we niet. Daar moeten we dus induiken om te snappen waar dit verhaal om draait. En dan kom je tot de ontdekking dat het niet gaat om rechten maar om plichten. De weduwe heeft door de hele Bijbel heen een symbolische plaats. Ze staat voor de arme die buiten de maatschappij is komen te staan. In de Wet van Mozes staan bepalingen die de weduwe moet beschermen en volgens het verhaal over de oorsprong van het volk Israel was die bescherming al gegeven voor de Wet aan het volk was gegeven. Maar Ruth is een Moabitische en de dochters van Moab brengen de zonen van Israel op het verkeerde pad staat er geschreven. Geldt die wet dan ook nog? Is de wet er ook voor vreemdelingen? Zelfs voor vreemdelingen waar we een hekel aan hebben?  De Bijbel maakt geen onderscheid, wat goed is is goed en wat kwaad is is kwaad. Zorgen voor weduwen en armen is goed.

Laat wie luistert zeggen: “Kom!”

zondag, 27 mei, 2012

Openbaring 22:6-17
 
Pinksteren is bij uitstek het feest van de droomtaal geworden. Wij zijn helemaal het Joodse Wekenfeest vergeten waar Pinksteren vandaan komt. Vijftig dagen nadat we de bevrijding uit Egypte hebben gevierd, zeven weken nadat de Christenen de uittocht uit het dodenrijk hebben gevierd, het Pasen, vieren we het feest van de eerstelingen van de oogst. Want hoe groot onze behoefte aan een verse oogst ook is, het eerste dat we oogsten is niet voor onszelf. Dat dragen we op aan de Wet van eerlijk delen. Toen de Tempel er nog was trokken mensen op naar de Tempel met de eerstelingen van de oogst. Daar lieten ze zien dat ze wilden delen en daar richtten ze dus een maaltijd aan met hun familie, met de armen, met de tempeldienaren en met de vreemdelingen die bij hen woonden. Zo zou het altijd moeten zijn. De leerlingen van Jezus van Nazareth snapten op dat Pinksterfeest dat dit feest, deze manier van leven, de betekenis was geweest van het leven van Jezus van Nazareth.

Niet alleen op het Pinksterfeest maar alle dagen tot aan het einde van de geschiedenis, niet alleen met de eerstelingen van de oogst maar met alles wat we hebben. Dat is een droom die alle dromen te boven gaat. De gevangene van Patmos, schrijver van het boek Openbaring, heeft in zijn ellende van dwangarbeid in de gloeiend hete zon op dat kleine eiland voor de kust van Griekenland als geen ander gezien waar die droom op zou moeten uitlopen. De oude droom van de rechtvaardige koning zou waar worden, de telg van David. Dat is het tegendeel van de Keizer van Rome die de Tempel in Jeruzalem had verwoest. Niet langer hoef je op te trekken naar de tempel, het staat al geschreven wat we moeten doen. We mogen nu al leven of Jezus van Nazareth elke dag zou kunnen komen, dat mogen we zelfs volhouden in de grootste ellende. En denk er om, ook op die Pinksterdag hoef je je niet te onderwerpen aan een voorganger, dominee of priester.

Ook de leerlingen van Jezus van Nazareth op die eerste Pinksterdag vroegen niet of mensen zich wilden onderwerpen maar of ze de Weg van Jezus van Nazareth wilden gaan. Was al je oude gewoonten af op dat Pinksterfeest en blijf voortaan Pinksteren vieren. Dat is het begin van alles, de alfa, en daar zal het ook op uitlopen, de omega, de eerste en de laatste letter van het Griekse alphabet vertellen ons dat. Van A tot Z ligt het vast. Dat is pas God aanbidden, meer is er niet, wie goed doet zal nog meer goed doen, maar goed is niet het enige, wie onheil aanricht zal nog meer onheil aanrichten. Daarom blijft voor ons het parool te blijven denken aan de minsten op aarde, aan de hongerigen in Afrika en de slachtoffers van de orkanen en aardbevingen, nooit zullen we een van hen in de steek mogen laten, blijf Pinksterfeest vieren met alles wat je hebt, delend met de minsten op aarde.

Wees op uw hoede voor de afgoden

zaterdag, 26 mei, 2012

1 Johannes 5:13-21
 
Met deze wens besluit Johannes zijn brief. En dat niet nadat hij de ontvangers van de brief heeft verzekerd dat ze zonder zonde zijn, gelovigen in Jezus van Nazereth zijn ze immers. Toch is die waarschuwing tegen die afgoden niet zo maar gegeven. Johannes maakt onderscheid tussen twee soorten zonde, de zonde die tot de dood leidt en de zonde die niet tot de dood leidt. Wie iemand doodt, laat verhongeren of laat creperen is zo ver heen dat je niet hoeft te proberen daar nog een ander mens van te maken. Maar als iemand alleen maar ondoordacht een fout maakt, een naaste niet ziet, toch meer voor zichzelf zorgt als voor een ander, dan kun je die iemand daar nog op aanspreken en proberen daar nog ander gedrag te bewerkstelligen. De liefde voor de naaste is de maat van alle dingen.

We kennen dat ook in het landsbestuur op dit moment. Er is een crisis lijkt het waardoor de tekorten van de overheid te veel oplopen. Ook burgers hebben te veel geleend, om huizen te kunnen kopen of goederen en diensten. De minister van financieën lijkt het goed te doen, maar wees op Uw hoede voor de afgoden van winst en profijt. De afgelopen jaren zijn de belastingen verlaagd, de rijken zijn rijker geworden, het aantal arbeidsplaatsen bij de overheid is fors gedaald, minder kansen op werk voor jongeren dus. De uitgaven van de overheid zijn ook gedaald en moeten nu dus nog verder dalen. Terwijl de rijken dus rijker werden, de exorbitante zelfverrijking in het bedrijfsleven doorging, de regels voor inkomens in de publieke sector niet verder gingen dan vragen om openbarheid, groeiden de voedselbanken. Daar zijn soms wachtlijsten. Er is zo veel geleend dat de kredietbanken de aanvragen voor schuldsaneringen niet meer aan kunnen. Deurwaarderskantoren zijn tegenwoordig commerciële bedrijven die geld verdienen als eerste taak hebben. Meewerken aan schuldsaneringen is voor een aantal van die kantoren niet meer aan de orde. De branchevereniging die het interne tuchtrecht moet aanjagen kent ze niet of verdedigt ze en als er per ongeluk wat teveel beslag wordt gelegd bij mensen in nood is dat jammer, terugbetalen is er niet bij.

De goden gekleed in maatpakken en couture pakjes worden vereerd als nooit tevoren. Wie zorg heeft voor de armen, voor de zieken, voor de weduwen en de wezen, voor de ouderen, voor de jongeren met weinig kansen, voor de vreemdelingen in ons midden, wordt doodgezwegen. Abraham Kuyper, staatsman en theoloog, schreef eens over de verhouding met de overheid dat daar de vreze des Heeren de hoogste wijsheid moest zijn. Dat is taal uit de negentiende eeuw voor hetzelfde wat Johannes zegt. Je moet beginnen bij God en eindigen bij God en dat is hetzelfde als je naaste liefhebben als jezelf. Ook de overheidspolitiek moet dus als resultaat hebben dat het verschil tussen arm en rijk kleiner wordt, dat de vreemdelingen mee kunnen doen en de weduwen en de wees weer een reden van bestaan hebben. Dat is pas wijsheid, die bij ons nog gevonden moet worden. Wees dus op Uw hoede voor de afgoden, winst en profijt zijn zeer verleidelijk maar ook dodelijk.

Wie de Zoon heeft

vrijdag, 25 mei, 2012

1 Johannes 5:5-12

Er zijn nogal wat zogenaamd christelijke cliches over “bloed”. Daarbij wordt nooit de Hebreeuwse betekenis van bloed uitgelegd of ingeweven. In Deuteronomium lazen we dat het leven zit in het bloed. De adem voor de mens komt van God, die adem maakt de mens tot mens, maar als je een dier slacht dan moet je eerbied tonen voor het leven door niet het bloed van het dier te eten. Dat maakt de uitleg van dit stukje uit de brief van Johannes voor ons wat eenvoudiger. Want wie de Zoon heeft, heeft het leven. Het is de oproep om te kiezen voor het leven die we ook bij het lezen van het boek Deuteronomium zijn tegengekomen. De zoon is natuurlijk de zoon van God, Jezus van Nazareth die het meest van ons allemaal wist te lijken op God. Het water kennen we van de doop door Johannes de Doper, het spoelt het stof van het oude leven af en geeft je de gelegenheid om helemaal opnieuw te beginnen.

Eigenlijk kun je opnieuw beginnen op dezelfde radicale manier waarop Noach opnieuw begon na de zondvloed. Het water had alles weggespoeld en de wereld lag schoongewassen aan zijn voeten. Door dat water heen en door de radicale keus voor het leven, voor de liefde dus, kon Jezus zijn missie volbrengen. Als je in de geest van Jezus, net zo als hij dus, probeert je naaste lief te hebben als jezelf dan herken je het als een enorme waarheid. De wereld en het leven krijgen een geweldige betekenis in het liefhebben van je naaste. Sommige handschriften schrijven op de plaats van water overigens ook wel “het woord” Door steeds open te staan voor het verhaal van Israel en het verhaal van Jezus van Nazareth en te proberen in dat verhaal mee te gaan vernieuw je ook je leven, net als door de doop. Bij de bevrijding van het volk van Israel uit de slavernij van Egypte ging men ook door het water, het water van de Rode Zee. De roodbloedige mens die uit bloedrode aarde gevormd was werd dus pas uit de slavernij bevrijdt als hij door het water van de Rode Zee getrokken is. We knopen de verhalen en begrippen al even gemakkelijk aan elkaar als Johannes doet. Uiteindelijk gaat het om de liefde voor de ander. Niet net als in de grote mensenwereld om de liefde voor zichzelf. Het gaat hier niet om woordspelletjes die het eigen gelijk groter moeten maken.

Johannes roept als bij een proces drie getuigen aan. Twee zou genoeg zijn geweest, maar drie maakt het helemaal volmaakt, drie is nu eenmaal het getal van de volmaakte. Geest, water en bloed. Geest snappen we nog, het geloof in Jezus van Nazareth zou een spiritueel, een geestelijk gebeuren moeten zijn. Maar dat is het dus niet. Het is een goddelijk gebeuren en dat is net zo aards als het geestelijk is. Water en bloed zijn daarvoor de getuigen. Het bloed getuigd van het leven. Toen het volk Israël bevrijdt werd uit de slavernij smeerde men het bloed aan de deurposten om de dood buiten de deur te houden. Pas door het water van de Jordaan kon het beloofde land worden binnengegaan. Geest, water en bloed getuigen er dus van dat er met Jezus van Nazareth een nieuw leven is begonnen, een eeuwig leven. Hoezo eeuwig? We gaan toch allemaal dood? Wij wel, maar de liefde niet en als we leven in liefde dan leven we dus eeuwig. Dan leven we zonder eigen belang. In de Kerk vieren wat dat in de doop, dan gaan we door het water heen om gemeenschap te krijgen aan dat leven van Jezus van Nazareth, we veranderen van oude in nieuwe mensen. In ons verhaal is veranderen een voorwaarde. Dat eigenbelang ligt ook voor ons op de loer. Elke keer moeten we daarom omkeren en weer kiezen voor de weg van de liefde. Ook vandaag weer.

Zo is de liefde werkelijkheid geworden

donderdag, 24 mei, 2012

1 Johannes 4:11-21
 
De manier waarop in het verhaal over Israel en in het verhaal van Jezus van Nazareth mensen steeds opnieuw kansen krijgen om hun fouten te herstellen bepaalt de manier waarop de liefde werkelijkheid kan worden. Niemand heeft ooit God gezien schrijft Johannes, maar iedereen weet wat liefde is, iedereen kent die liefde. Iedereen kent daarom de God waarover Johannes het heeft. Het klinkt misschien voor de hand liggend om te kiezen voor de liefde, kiezen voor het leven zegt het verhaal zelfs. Maar er zijn ook andere keuzes mogelijk. In het verhaal van Jezus gaat het vaak om keuzes tussen mensen en regels. Je mag niet werken op de Sabbath, maar mag je iemand dan ook niet genezen? Je bezit beschermen mag wel, want als er een kalf verdrinkt dan wordt de put waarin dat gebeurt is direct gedempt. Kiezen we dus vaak niet eerder voor bezit en tegen de liefde voor mensen? Je naaste liefhebben als jezelf, daar gaat het om. Ook als dat strijdt met wetten en regels, met orde en regelmaat.

Moet je dan maar alles van iedereen accepteren, moet je over je hen laten lopen en je alles op je mouw laten spelden? Natuurlijk niet. Houden van een ander als van jezelf betekent in elk geval dat je jezelf niet laat vernederen. Dat je leugens niet accepteert. Jezus scheldt onophoudelijk op schijnheiligheid, eigendunk en inhaligheid. In het verhaal over Israel is de waarheid, het recht en de rechtvaardigheid de maat die gelegd wordt langs regeerders en volken. Maar recht is pas recht en rechtvaardigheid is pas rechtvaardigheid als mensen er niet door in de knel komen. Als de armen niet meer arm zijn, als de weduwen en de wees weer recht van bestaan hebben, als de vreemdelingen in ons midden mee mogen doen met de volksvergadering. Mensen die er anders over denken wordt niet de mond gesnoerd, geen enkele wet in de Bijbel beperkt de vrijheid van meningsuiting. Alleen ongefundeerd kwaadspreken wordt veroordeeld. Maar steeds worden mensen geroepen om de meerderheid te overtuigen van de noodzaak tot eerlijk delen, tot uitbannen van inhaligheid, van eigenwaan ook.

Daarom laat je alle mensen in hun waarde. Dan probeer je samen met je buren tot een eerlijke samenleving te komen. Dat is wat anders dan extra soldaten naar de grens te sturen om nieuwe hekken te plaatsen en greppels te graven zoals sommigen willen. Dan weeg je de gevolgen af voor mensen bij het toepassen van rechtsregels zoals in de Tweede Kamer  aan de regering is gevraagd als het gaat om kinderen van vreemdelingen die hier opgegroeid zijn en al langer dan 8 jaar hier verblijven. Iemand die fouten heeft gemaakt mag toch de kans krijgen dat weer goed te maken, ook als die in de regering zit. De belastinginner voor de Romeinse bezetter beloofde ooit aan iedereen die teveel had moeten betalen dat viervoudig terug te betalen, dat was pas fouten goed maken. Eerst de mensen dan de regels. Maar helaas zorgt deze minister voor de verdeeldheid in de samenleving. Jezus liet ons zien dat we zelfs voor de dood niet bang hoeven zijn, maar alleen dan als we tot het uiterste lief blijven hebben. Johannes wenst ons vandaag toe dat we dat kunnen blijven volhouden. Wij weten dat we er elke dag weer opnieuw mee mogen beginnen, als nieuw zelfs, dat kan ook vandaag weer.

De Geest van de waarheid zal jullie de weg wijzen

woensdag, 16 mei, 2012

Johannes 15:26-16:11

Alle vier de Evangelieboeken zijn geschreven lang nadat de leerlingen van Jezus de wereld waren ingetrokken om, samen met Paulus en de zijnen overigens, de mensen de boodschap van de bevrijding te brengen. Die bevrijding van de armen ligt in de vrijheid die je krijgt door de Liefde. Niet langer gevangen zitten in de plaats die de maatschappij je heeft opgedrongen, slaaf, arbeider, vrouw, Jood, Heiden, Turk, Marokaan, Nederderlander, maar eindelijk echt mens te mogen zijn, broeder en zuster van al die andere mensen, vrij om elk mens te mogen helpen. Maar al die mensen gaan dood, of je dat nu wilt of niet, of je nu van ze houdt of niet, of ze nu ook geloven of niet. Daar moest natuurlijk een antwoord op zijn. En daar was een antwoord op.

Hadden ze met dat Pinksterfeest niet de Geest gekregen die hen er op uitgestuurd had naar al die mensen? Die Geest was hen voor Pasen al beloofd om van Jezus van Nazareth te kunnen getuigen.  En hadden ze na de kruisiging Jezus niet op nieuw gezien, als nieuw, als een levende Heer? Dat had Jezus dus willen zeggen en dat schreven ze dus hier maar op in dat boek van Johannes. Juist in die Geest konden ze opschrijven dat alles zal uitlopen op een Koninkrijk van Liefde, waar alle tranen zijn gewist en alle ellende over zal zijn. Een Koninkrijk dat de hele bewoonde wereld zal omvatten. Een Koninkrijk waar geen honger meer zal zijn omdat iedereen snapt dat je de landbouw eerst voor voedsel moet gebruiken en er voor moet zorgen dat iedereen te eten heeft. Alles is immers van God? Daarmee is alles van ons samen en niets is van iemand alleen. Dat was de bevrijding van de armen, de dood had daar geen betekenis meer. De dood regeerde niet meer, beslissingen werden genomen met het oog op het leven.

Hoe ingewikkeld soms ook de teksten van de Bijbel mogen klinken, de boodschap is heel eenvoudig. Het gedeelte van het verhaal dat we vandaag lezen staat in het verhaal nog voor Pasen. Pas na Pasen is het te snappen staat er. Dat gold voor de leerlingen in het verhaal maar dat geldt natuurlijk ook voor ons. Dat alles op aarde van iedereen is zul je maar toepassen. Ze zien je aankomen. Als je dat toepast op de hedendaagse samenleving dan leef je niet lang meer. Maar wie verdienen toch aan die sterk gestegen voedselprijzen? Als die stijgen steekt iemand toch het geld in eigen zak? Nergens ligt voedsel weg te rotten omdat niemand het meer kan betalen? Rijken zoals wij blijven gewoon ons eten kopen. Alleen de armen moeten in opstand komen. Dat betekent dat we op zoek moeten gaan naar hen die geld verdienen door de armen te laten hongeren. Dat betekent dat er mensen zijn aan wie we duidelijk moeten maken dat alles op aarde van iedereen is, want alles komt van God en is aan ons geschonken. Dat betekent dat we hen duidelijk moeten maken dat voedsel eerst voor de hongerigen is en pas daarna om aan te verdienen. Dat is de Weg van Jezus van Nazareth, geld regeert de wereld, maar de heerser van de wereld is al veroordeeld. In die geest mogen we werken aan dat Koninkrijk, elke dag opnieuw, ook vandaag

Mijn allermooiste is de enige

dinsdag, 15 mei, 2012

Hooglied 6:4-12

Het Hooglied blijft poëzie van de bovenste plank. Geen enkel liefdesliedje uit de top 100 die sinds 1965 wordt samengesteld haalt het bij de liefdespoëzie van het Bijbelboek. Het blijft een genot om te lezen. Al moet je er wel voor in de stemming zijn. Soms klinkt het namelijk wel een beetje overdreven. Want wie zegt nu van zijn geliefde dat heur haar golft als een kudde geiten. Ze ziet je aankomen, zelfs de moderne reclames voor shampoos durven dat effect niet te beloven. Die beloven dat, komt regen storm of hagel, het haar blijft golven alsof je het net hebt gedroogd na een wasbeurt. Toch is het mooie taal, de taal van de liefde.

Heel andere taal als waarvoor Georg W.Bush zich voor moest verontschuldigen. Hij die zich zo vaak beriep op de Bijbel moest toegeven dat hij in de aanloop van de oorlog tegen Irak zo af en toe wat al te krijgshaftig en bloeddorstig had gesproken. Zeker toen duidelijk was geworden dat die wapens voor massavernietiging er echt niet waren, zoals de inspecteurs van de Verenigde Naties ook al hadden vastgesteld, en toen ook duidelijk was geworden dat de soldaten van Bush net zo goed konden martelen en mensenrechten konden schenden als de soldaten van Sadam Hoessein al die jaren hadden gedaan. Jammer natuurlijk dat er geen lering uit getrokken wordt. Dat Guantanamo Bay niet is gesloten, of overgedragen aan de VN.

De Bijbel vertalers hebben overigens grote moeite met de betekenis van de laatste tekst uit dit hoofdstuk en de beste vertaling ervan blijft wat duister. Voor wie de liefde bedrijft zal duidelijk zijn dat je boven jezelf kunt uitstijgen en het gevoel kan krijgen tot in de hoogste hemelen opgetild te worden. Daardoor hopen wij nog steeds op een internationale liefde die leidt tot de ontdekking dat je ook bij vreemden en voormalige tegenstanders te maken hebt met een nobel volk zoals hier beschreven in het Hooglied. Het moet toch ook in ons land de komende tijd duidelijk worden dat we ons voor niemand en niets angst moeten aan laten jagen. Dat ondanks alle problemen het vormen van één unie in Europa een eerste stap kan zijn op weg naar één Wereld waar alle mensen hun plaats krijgen en niemand regeert over een ander. Het mag dan zweverig klinken, de liefde verheft ons boven alle aards gewoel en zal ons een uitweg bieden uit het gewoel van de volken. Samen mogen we op weg, elke dag weer, ook vandaag.

Wat heeft jouw lief meer dan een ander?

maandag, 14 mei, 2012

Hooglied 5:9-6:3
 
Hoe kun je goed spreken over je geliefde? Is die soms beter dan een ander? Kan hij of zij meer? Is hij of zij mooier? In dit stuk van het Hooglied kun je horen wat de goede manier is om goed te spreken over je geliefde. Alleen al het feit dat het je geliefde is maakt de persoon voor jou zo uitzonderlijk. Het houden van is genoeg om de geliefde boven alle mensen uit te verheffen. Niet zozeer jouw liefde maakt dat overigens bijzonder maar dat die liefde beantwoord wordt. Hier klinkt op geen enkele manier de bezitterigheid die we tegenwoordig zo vaak in liefdesverhalen tegenkomen. Het lijkt er op dat jonge mensen meer en meer grootgebracht worden juist met die bezitterigheid. Dat de ander niet van je zou kunnen houden komt niet meer op. Als jij wilt dat er van je gehouden wordt dan houdt niemand dat tegen. Zo is het natuurlijk niet. De liefde is een geschenk, waar je zeer dankbaar voor kunt zijn.

Een liefde die je zelf mag schenken aan je naaste zonder er iets voor terug te verwachten. Dat maakt het blijven schenken wel eens moeilijk. Mensen verwachten zo gemakkelijk dankbaarheid als een soort betaalmiddel voor de liefde die ze schenken. Maar liefde is pas echt liefde als je er niets voor terug hoeft te hebben. Stank als dank kan dan ook nooit een reden zijn het uitdelen van de liefde maar te staken. Alleen als de liefde, of de hulp, wordt opgedrongen gaat het over een grens heen, maar liefde zoekt nooit zichzelf. Dit geldt in een relatie, maar het geldt ook in het gewone leven. Het geldt zelfs in de nationale en internationale politiek. Dat de hulp die je aan een ander land geeft resulteert in kritiek op je handelsbarrières, als dat andere land zover is dat ze zelfstandig handel kunnen drijven, zou je trots moeten maken. Het is als kinderen die volwassen zijn en hun eigen plek in de samenleving hebben ingenomen.

Dat mensen misbruik maken van je voorzieningen zou je moeten doen afvragen hoe dat komt, waar worden mensen toch opgevoed tot inhaligheid, wie heeft ze toch dat voorbeeld gegeven? Of zou het feit dat mensen, die aangewezen zijn op een uitkering, bestempeld en behandeld worden als criminelen ze uiteindelijk doen beantwoorden aan dat beeld. Als dat het is wat we willen, krijgen we het misschien ook wel. Als je zo bang bent dat je partner liegt en als je die partner dus nooit vertrouwd, loop je de kans dat alleen daardoor al die partner gedwongen wordt op een goede dag te gaan liegen. De liefde als een kostbaar geschenk accepteren is daarom het beste, en het geven van liefde omdat je niet anders kunt maakt dat ook in jouw tuin de leliën gaan bloeien. We kunnen er elke dag opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.