Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor april, 2012

Het tumult van de volken.

maandag, 30 april, 2012

Psalm 65
 
Vandaag is een dag om te zingen, daarom zingen we mee met een psalm. Maar de eerste regel van deze psalm “U komt de Lof toe”, laat zich ook lezen als “Voor U is stilte een lofzang”. En dan dringt het misschien tot ons door dat we God nog maar weinig lof toezingen want stilte is een zeldzaam goed geworden in onze samenleving. Ooit waren de zaterdag of de zondag de dagen waarop gelovigen zich terugtrokken in huis, synagoge of kerk om los van werk en winst met hun dierbaren samen te zijn en zich te oefenen in het delen van liefde en van wat ze hadden. Niet dat alles vroeger beter was want in de loop van de eeuwen was die rustdag een dag van verstarring geworden in plaats van een dag van liefde. Maar juist in die stilte kun je je bewust worden van de betekenis van het lawaai van alle dag en van de liefde die je daardoor vergeet te delen.

Daarom is het te betreuren dat onze samenleving zo vergeven is van lawaaivervuiling. Daarbij komt nog dat ook de rustdag verloren is gegaan. De zondag is verworden tot koopzondag en zelfs gemeenten waar de zondagsrust nog een religieus gegeven is, zijn verplicht om zondagen aan te wijzen waarop winst en werk weer voorop mogen staan. Nu is het voorop zetten van winst en werk ook een religieus gebeuren, want dat zijn de goden die vandaag door menigeen in het midden van het bestaan worden gezet. Het zijn ook de luidruchtigste goden die het zeker niet van de stilte moeten hebben. Psalm 65 zet daar een heel ander beeld van een God tegenover. De fouten die je maakt in de loop van de week tellen ineens veel minder zwaar, ze worden je vergeven, en het wordt dus een stuk gemakkelijker je fouten te vermijden en goed te maken de komende week, als er iets misgaat dan wordt je dat vergeven.

Het maken van winst is ook niet meer het uiteindelijke doel. Failliet en ontslag zijn niet de straffen die deze God uitdeelt, dat zijn de straffen van de goden van winst en werk. Al het lawaai valt weg, het geraas van de zee, het gebulder van de golven en het tumult van de volken. Die zee en die golven zijn in de Bijbel heel vaak symbolen voor dood en bedreiging, dat tumult van die volken kennen we zelf maar al te goed, we horen het gebulder van kanonnen en het geraas van de geweren of we er bij geweest zijn. Nee er staat iets geheel anders tegenover, overvloed, koeien die weer in de wei mogen, graan in overvloed zodat iedereen te eten heeft. Ze zingen en juichen elkaar toe besluit de psalm. Droogte in Afrika is voorbij, vol water staat de rivier van God. We weten dat het kan, als we maar zouden willen delen. In oude woorden heet het dat we de weg van die God zouden moeten durven gaan. Ophouden dus met het aanbidden van de goden van werk en winst, maar terug naar recht en rechtvaardigheid.  Opdat de einden der aarde niet vergeefs blijven hopen. Dan is er pas echt reden om te zingen.

Een goede herder

zondag, 29 april, 2012

Johannes 10:11-16  
 
De meesten van ons hebben geleerd dat een herder boven ons staat. De beste herder was Jezus van Nazareth en voor protestanten zijn er dan nog de dominees die als pastors ook herders willen zijn. Pastor is immers het latijn voor herder. In de Rooms Katholieke Kerk heb je dan ook nog de Paus, de Bisschoppen en de Pastoors die allemaal pretenderen herders te zijn van hun kudde, het gelovige volk. Maar dat je als gelovige zelf de opdracht hebt herder te zijn hoor je toch maar weinig. Toch is het in de navolging van Jezus van Nazareth goed om te beseffen dat als hij zich als herder zag wij ons ook als herder moeten gaan zien. Niet om mensen voor te schrijven wat ze wel en niet moeten doen. Een herder volgt de schapen en stuurt ze niet, schapen laten zich nu eenmaal niet sturen. Een herder beschermt ook de schapen, tegen vijanden, tegen ziekten en tegen uitputting. Zo moeten wij ook zijn voor onze naasten. En dan niet alleen de naasten die we kennen en verstaan maar ook de naasten die niet uit onze schaapskooi komen, de vreemdelingen onder ons.

Op de een of andere manier blijft de Bijbel er op hameren dat je de liefde nooit exclusief voor de mensen moet houden die je toch al kent en vertrouwt. Beschermen betekent dan ook je leven op het spel durven zetten. Zorgen betekent ook niet ophouden voordat je contact hebt met iedereen die op je pad komt. Zorgen dat mensen bij elkaar blijven, dat ze een eenheid kunnen gaan vormen, één kudde, met één herder. De synode van de Protestantse Kerk noemde de verdeeldheid onder de kerken een schande maar de verdeeldheid tussen de volken in deze wereld is eigenlijk nog een grotere schande. Dat wij weigeren in mensen met een andere taal, een andere cultuur, een ander geloof en een ander uiterlijk broeders en zusters te herkennen leidt ons voortdurend tot geweld en doodslag.

In de Bijbel wordt het beeld van de herder ook gekoppeld aan de grazige weiden waar de herder heen zou leiden. Het gedeelte dat we vandaag lezen sluit aan op het gedeelte waarin vertelt wordt dat Jezus van Nazareth een blinde weer laat zien. Mensen die vertellen dat er een weg is die voert naar een samenleving zonder geweld, zonder armoede, zonder haat en zonder angst, worden nog wel eens voor gek verklaard. Het zijn naïve theedrinkers die geen idee hebben van de harde werkelijkheid. Maar als ze er eens in slagen passend onderwijs voor kinderen te realiseren, een persoonlijk zorgbudget voor gehandicapten in stand te houden en de sociale werkvoorziening voor arbeidsongeschikten overeind te houden dan breekt het besef door dat misschien het voorop zetten van de zwaksten in de samenleving zo gek nog niet is. Dat liefde de samenleving verder brengt en sterker maakt dan angst en haat tegen alles wat vreemd is. Zo wordt Jezus van Nazareth in deze verhalen onze herder die ons voert naar een samenleving van vrede en welvaart voor allen. Het enige dat we hoeven te doen is hem te volgen, ook de komende week en van onze naaste houden als van onszelf. Dat mag elke dag weer opnieuw.

Hij zal weidegrond vinden

zaterdag, 28 april, 2012

Johannes 10:1-10
 
We zijn zo ver met onze liefde voor de natuur en de zorg voor de dieren dat  er in ons land  een stichting in het leven is geroepen die gaat bevorderen dat koeien weer in de wei lopen. Want koeien in de wei beschouwen we als het meest natuurlijke dat er is. In de Stichting doen ook kaasfabrieken mee en een supermarkt. Kaas gemaakt van melk gegeven door koeien die in de wei gelopen hebben is nu eenmaal lekkerder dan kaas van melk gegeven door koeien die op stal hebben gestaan. Zowel voor de koeien in onze weiden als voor de schapen uit het verhaal van Jezus van Nazareth zijn daarom goeie boeren nodig. Boeren met aandacht voor de beesten, ja zoveel aandacht dat zelfs één schaap dat van de kudde afdwaalt achterna gegaan wordt om het terug te vinden. Jezus van Nazareth noemt zich hier zelf de deur, wij zeggen misschien eerder dat hij de sleutel tot het verhaal is.

Dit weekeinde keren we thuis even terug naar het Evangelie van Johannes om daarin nog eens na te lezen wat de betekenis ook al weer was van Jezus van Nazareth. Doel is kennelijk een vruchtbaar leven te leiden. Een dief immers leidt geen vruchtbaar leven maar teert op hetgeen anderen hebben voortgebracht. Koeien en schapen hebben een eigen groene weide nodig om vruchtbaar te zijn. Zo hebben wij mensen een goede houding naar elkaar nodig om vruchtbaar te zijn. Zelf werken, zelf leren om te werken, zelf zorgen zijn slogans die vruchtbaarheid veronderstellen. Je moet wat weten voort te brengen. Soms moeten we met harde hand leren dat het ontbreken van echte zorg voor elkaar tot groot onheil kan leiden. Dan is er weer een eenzaam mens die in zijn hoofd de wereld naar zijn hand zet en dat gaat vertalen in bloedig geweld.

De manier waarop Jezus van Nazareth onophoudelijk en onvoorwaardelijk zijn liefde toonde hebben wij over het algemeen nog niet geëvenaard. Wij laten iemand die raar doet maar langs de kant staan, wij lopen er het liefst met een boog omheen. Kamergenoten van de dader van een schietpartij op een Amerikaanse universiteit  hadden hem in twee jaar nog nooit horen praten. Wie accepteert nu zoiets van iemand met wie je zo nauw samen moet leven. Als Jezus van Nazareth de sleutel is tot ons bestaan, als we kiezen voor hem als herder, of in ons geval als boer die ons weidt, dan moeten we ons elke dag afvragen om wie wij heen gelopen zijn. Wie zagen we niet staan omdat die ons te ingewikkeld was, omdat samen leven met die persoon wel heel erg moeilijk is. Het ging Jezus om de minste van zijn broeders, wij zijn geroepen om het voor hem te doen. Een hand uitsteken, en niet accepteren dat die geweigerd wordt is dan het minste dat we kunnen doen, en het vruchtbaarste.

Ik was blind en nu kan ik zien

vrijdag, 27 april, 2012

Johannes 9:24-41
 
Als je eenmaal de baas bent is het pijnlijk mensen te ontmoeten die het schijnbaar, of blijkbaar, beter weten dan jij. In het verhaal dat we dezer dagen lezen uit het Evangelie van Johannes horen we dat ook weer terug. De mensen die de baas waren in de synagogen konden het niet hebben dat er een Jezus van Nazareth was die het zondige karakter van een blinde bedelaar ging ontkennen en de man weer in staat stelde een plaats in de gemeenschap in te nemen. Als armen, zieken en zwakken immers niet zondig zijn, niet zelf schuld hebben aan hun ellendige situatie, dan moet je wat aan hun situatie doen. Als ze er zelf schuld aan hebben kun je ze rustig in hun ellendige situatie laten zitten, ze hebben er immers om gevraagd.

Jezus van Nazareth laat in dit verhaal zien dat als je als mens, als Mensenzoon, een hand uitsteekt en iemand weer een eigen plaats geeft je niet meer over schuld en boete hoeft te praten maar de liefde, God dus, alle eer kunt geven. Pas door onvoorwaardelijke liefde kunnen mensen mee gaan doen en worden mensen bevrijd van de ellende. Bazen moeten dan dienaren worden, dat is soms moeilijk. Zelfs voor hulpverleners is dat moeilijk. We zijn allemaal geneigd oordelen te vellen over mensen. Als de een wat overkomt en de ander niet dan moet er toch een oorzaak zijn die ligt in degene die iets overkomt. Maar de eerste zonde die in de Bijbel beschreven staat is het gelijk willen zijn aan God, kennis hebben van wat goed en wat kwaad is, een oordeel kunnen vellen zoals God dat kan doen.

Mensen kunnen dat niet, een oordeel over een ander vellen, in elk geval niet zonder door de ogen van God te kunnen kijken en sinds de opstanding uit de doden geloven we dat Jezus van Nazareth dat wel kon. Daarom kon hij tegen de Farizeeën zeggen dat ze zonder zonden zouden zijn als ze blind waren, want dan konden de grote daden van God in hen zichtbaar worden. Nu zien we alleen de daden van mensen, die ons altijd weer brengen tot een oordeel over anderen want we zijn natuurlijk geen haar beter dan die Farizeeën. Gelukkig kunnen we in navolging van Jezus van Nazareth ook laten zien waar de God van Israël toe in staat is. Er zijn niet voor niets duizenden vrijwilligers ook vanuit de kerken die de armen en zwakken, ook de kinderen, in onze samenleving een hand toesteken. Misschien moeten er wat meer mensen bereid zijn daar ook stem aan te geven. We zijn toch net als de Mensenzoon, mensenkinderen, en het gaat de God van Israël  om mensenkinderen.

Dat weten we zeker

donderdag, 26 april, 2012

Johannes 9:13-23
 
Volgens de wetten van Mozes moesten de priesters vast stellen of iemand echt genezen was en weer als volwaardig lid van de gemeenschap in de samenleving kon worden opgenomen. Nu is het evangelie van Johannes geschreven na de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem en waren de Priesters dus niet zomaar meer bereikbaar. De plaats van Tempel was echter langzamerhand overgenomen door de Synagogen, daar kwam men bijeen om de wetten van Mozes, de Wet van de Woestijn, te bestuderen en er de richtlijnen uit te halen voor het leven van alle dag. Ook Jezus was vaak naar de Synagogen geweest om uit de Joodse Bijbel te lezen en te onderwijzen. De beweging van de Farizeeën hield zich daar bij uitstek mee bezig en zij hadden ook de Synagogen gesticht. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Jezus vaak in discussie was met de Farizeeën. Juist in die discussies ontdekte men de waarheid en een uitgangspunt van de Farizeeën was dat elke doordachte interpretatie van de Schrift als juist moest worden aangenomen.

Toen echter in de loop van de eerste eeuw de volgelingen van Jezus van Nazareth steeds meer Heidenen in hun beweging opnamen kregen ze te maken met een groeiende weerstand van de Farizeeën. Die immers waren er op uit om het oorspronkelijke geloof zuiver te houden en elke vermenging met het heidendom zou uiteindelijk tot het verdwijnen van dat geloof leiden. De reactie zoals die in dit verhaal is geschilderd is daarom zeer legitiem, maar de discussie leidt af van het oorspronkelijke uitgangspunt. Dat was dat de grote daden van God, dat wat voortgebracht wordt door onuitputtelijke liefde, groot gemaakt en verheerlijkt zouden worden. In het verhaal over de grote daden van God en de onuitputtelijke liefde gaat het  om de mensen die weer een toekomst gaan zien, die weer als zelfstandige mensen mee mogen gaan doen aan onze samenleving en niet als bedelaars langs de kant hoeven blijven te zitten.

Twee argumenten worden in de discussie betrokken. Allereerst dat de genezing op de Sabbath had plaatsgevonden. Op die dag mochte je immers niet werken. Maar is het genezen van een medemens werk? Jezus van Nazareth werd er toch niet voor betaald? Voor ons is de zondag gekomen in plaats van de Sabbath, wij vieren op de zondag dat we geen slaaf zijn van de arbeid, van de economie. Daarom willen we dat winkels gesloten blijven, daarom willen we geen zevendaagse arbeidsweek, we leven niet om te werken, maar werken om te leven en op zondag willen we de ruimte om echt te kunnen leven, dat is samen te kunnen zijn met anderen. Het tweede argument dat wordt aangevoerd is de zonde die de oorzaak is van ziekte en handicap. Daarmee zetten gezonden zich graag in een bevoorrechte positie. Maar het antwoord van Jezus is dat in de zieke, in de gehandicapte de grote daden Gods duidelijk kunnen worden. In de liefde die we voor zieken en gehandicapten kunnen opbrengen kunnen ook wij de grote daden van God duidelijk maken. Dit verhaal maakt ons duidelijk dat we daartoe geroepen worden, elke dag opnieuw, ook vandaag weer.

Ik ben het echt

woensdag, 25 april, 2012

Johannes 9:1-12
 
Vandaag lezen we een verhaal over moederlijke zorg. Want dat is het toch. Het beeld van de moeder die een wond of zere plek van een kind kust en daarmee de pijn geneest kennen we allemaal. Het helpt echt. Of dan het verhaal van de blinde man en het bronnenbad er bij past is natuurlijk maar de vraag. Jezus helpt de man als antwoord op de vraag of de man blind is door de fouten van zijn ouders of door zijn eigen fouten. Een dergelijke discussie kennen wij natuurlijk ook wel. Zijn ze in Afrika arm door de gouden bedden van hun dictators of werken ze gewoon niet hard genoeg. Het antwoord van Jezus is dat de werken van God, het resultaat van de Liefde in de man duidelijk moet worden. Wellicht dat het antwoord van ons op die discussie over de armoede in Afrika zou moeten zijn dat aan de armoede in Afrika tenminste duidelijk kan worden hoeveel goede mensen er in het rijke westen wonen.

Want de inzet om de armoede en de honger in streken als Darfur en Tjaad te bestrijden wordt toch bepaald door het mede leven dat hier wordt betoond. De blinde bedelaar uit het verhaal van Johannes had misschien niet eens een echte andere keuze dan blinde bedelaar te zijn. Pas toen hij was gewassen zag hij weer in welke wereld hij leefde en werd hij opgenomen in een gemeenschap die hem al die jaren langs de kant van de weg had laten zitten. De persoonlijke inzet van Jezus en zijn eigen handelen hadden hem genezen. Afrika kan het ook niet zonder. Pas als wij bereid zijn onze handelsvoorwaarden te veranderen en Afrika de kans te geven hun eigen produkten op een eerlijke manier op de wereldmarkt te brengen zal de armoede in Afrika verminderen.

Wie voor een moeder een echt Christelijk cadeau  wil gaan kopen gaat ongetwijfeld naar de Wereldwinkel of de Fair Trade winkel geweest en ziet daar tal van producten die een aanzet zijn voor een eerlijke handel en opheffing van de armoede. Fair Trade winkels en Wereldwinkels zijn hier vaak nog afhankelijk van vrijwilligers om de prijzen in overeenstemming te houden met wat wij gewend zijn. Die prijzen zouden bij de grenzen niet zo oneerlijk moeten worden beïnvloed. Maar net als moeders die een kusje hebben om pijnlijke wonden te genezen en Jezus van Nazareth die modder maakte om een blinde te genezen, hebben wij onze stem en invloed om de handelsverhoudingen te veranderen. We moesten misschien vandaag en in de aanloop naar de nieuwe verkiezingen  onze politieke partijen  toch eens vragen om die eerlijkheid op te brengen.

Want ik ben ziek van liefde

dinsdag, 24 april, 2012

Hooglied 2:1-7
 
Vroeger hadden de mensen het nog wel eens over ludevedu, liefdesverdriet. Pubers die geen hap meer door hun keel konden krijgen omdat de verkering uit was. De geliefde was onbereikbaar geworden. In de literatuur hebben we zelfs een naam voor een onbereikbare liefde: de platonische liefde. Dat is wel liefhebben maar zonder dat er iemand verder last van heeft, er gebeurt niks. Dat is zeker niet niks, daar kun je knap ziek van worden, niet van de liefde zelf, maar van de onbereikbaarheid. Daarom staat in dit deel van het Hooglied dat je niet van iemand moet gaan houden als die iemand onbereikbaar is. Liefde zonder doel kost alleen maar energie en valt eigenlijk alleen maar mensen lastig. We kennen ook het verschijnsel van stalkers, mensen die iemand blijven achtervolgen omdat ze zich wijs hebben gemaakt dat er een liefdesrelatie uit zou kunnen volgen. Ze doen de mens waarvan ze denken te houden meer leed dan ze ooit als geliefde aan goed zouden kunnen doen.

Echt ziek zijn van beantwoorde liefde is heerlijk, een roes, je laat je hoofd op de schouder van je geliefde rusten, de arm van je geliefde om je heen, je lippen ontmoeten de lippen van je geliefde, en zoals de kus van een moeder de pijn van een pasgevallen kind kan verzachten verzacht de kus van je geliefde alle pijn die het leven je aan kan doen. Het is duidelijk dat dit soort liefde wederzijds is. Dit is het hart van de Bijbel, hou van je naaste als van jezelf. Soms krijg je tegengeworpen dat je toch niet altijd kunt slaven en draven voor een ander, maar wil je dan dat er iemand is die altijd slaaft en draaft voor jou is de tegenvraag. Liefde, ook naastenliefde, is pas op haar plaats als de gevende ook liefde kan ontvangen. Liefde is dus geen bedeling. Bedeling is datgene voor een arme geven wat je over hebt, wat je kunt missen zonder wat tekort te komen. De geliefden uit het Hooglied willen alles wel met elkaar delen.

Er zijn vele goede gironummers waar voor mooie projecten geld gestort kan worden. En meestal komt dat geld goed terecht. Maar als de goede doelen niet gepaard gaan met echte blijvende verandering ten behoeve van elkaar dan is er sprake van afkopen en niet van delen. Oxfam Novib, die al vele jaren zorgt voor landbouwprojecten en voedselhulp in Afrika, en Azië, met groot succes, heeft een beroep gedaan op onze Tweede Kamer om de handelsverhoudingen binnen de Wereldhandelsorganisatie grondig te veranderen. De rijke landen willen wel wat landbouwsubsidies afschaffen, maar voornamelijk voor die producten waarvan uit de derde wereld geen concurrentie meer te verwachten is. Als er nog enige concurrentie uit de derde wereld te verwachten is voor landbouwproducten die ook in de rijke landen worden verbouwd blijft de landbouwsubsidie en blijven importbeperkingen in de rijke landen in stand. Echte liefde heeft dus ook te maken met eerlijke handels-verhoudingen.

Volg dan het spoor van de kudde.

maandag, 23 april, 2012

Hooglied 1:8-17
 
De geliefde in het Hooglied is te vinden bij zijn of haar werk. Daar waar je de sporen van dat werk vindt kom je uit bij de persoon die je zoekt. Aan de vruchten herkent men de boom zou Jezus later zeggen. We zien dat bijvoorbeeld bij Willem Alexander, opgeleid tot Koning. Het zou een beetje zielig voor hem zijn als we alsnog besluiten dat we een republiek zouden willen worden. Natuurlijk ligt dat wel voor de hand. Er is immers maar één Heer en een Koning die ons aangereikt wordt door de geschiedenis hebben we niet nodig. Integendeel want zo’n koning zou ons af kunnen houden van het dienen van de ene Koning die we al hebben. Gelukkig maar dat onze ministers verantwoordelijk zijn, die kunnen we naar huis sturen.

Ondertussen moet de Kroonprins zich bezig houden met werk waaraan noch de armen noch de rijken zich kunnen storen. Op advies zijn vader koos de Prins ooit voor waterbeheer. De rijken krijgen daardoor toegang tot baggerprojecten, havenaanleg en riviersaneringen over de hele wereld. En de armen kunnen zich herkennen in het streven goed drinkwater te brengen aan alle mensen op aarde, ook de allerarmsten. Beide doelstellingen lijken elkaar niet al te zeer te bijten. De conferenties spelen zich meestal ook zover weg af dat de details ons ontgaan. Dat de aanleg van kunstmatige eilanden voor de kust van Dubai heel wat harder opschiet dan het aanleggen van dijken en waterwerken in Banglah Desh merken we alleen als twee maal per jaar de armen in dat laatste land weer worden opgeschrikt door overstromingen. Beide projecten worden wel degelijk door Nederlandse bedrijven uitgevoerd en de Nederlandse regering is er mede verantwoordelijk voor en de Nederlandse Kroonprins heeft er de deur voor geopend.

Deze Kroonprins is dus niet te vinden als je het spoor van een kudde volgt, maar ook niet als je de loop van het water zou volgen. Die kudde en dat water trekken zich niks aan van grenzen die mensen getrokken hebben. Die Prins is wel een symbool van de grenzen die mensen getrokken hebben, zijn hobby vertegenwoordigt het nationalisme. Op de Olympische Spelen zijn het niet de mensen die zich met elkaar meten, maar de landen. Landen kunnen worden uitgesloten. Een aantal jaren geleden heeft de Wereldraad van Kerken na uitvoerige bestudering van de Bijbel gezegd dat Nationalisme eigenlijk een zonde is. Wij maken immers deel uit van een koninkrijk zonder grenzen waaraan iedereen mee kan doen. Het versterken van wereldlijke, nationale identiteiten brengt mensen in grote problemen. Het sluit eerder mensen uit dan in. Het roept de behoefte aan verdediging tegen buitenwerelden op, geweld dus. Zelfs de allerarmste landen hebben over het algemeen een militair apparaat. Wij houden ons misschien toch maar beter bezig met de liefde, te vinden in het werk en bij de loop van het water, daar waar mensen zijn namelijk.

 

Jouw liefde is zoeter dan wijn.

zondag, 22 april, 2012

Hooglied 1:1-7
 
We lezen uit het Lied der Liederen, de “Sjier Hasjierim”, het allermooiste lied dat er bestaat. Luther vertaalde dat met het “Hohe Lied” en zo is het in ons taalgebruik het Hooglied geworden. God komt in dit Bijbelboek niet voor. Dat klinkt misschien een beetje raar, het is per slot van rekening een Bijbelboek. Maar dit boek gaat over de liefde, en liefhebben is het hart van ons geloof. Liefhebben van andere mensen, van je naaste. Het mooiste dat we ons daarbij kunnen voorstellen is de liefde tussen twee mensen die elkaar hun hele leven trouw willen blijven, die volledig in elkaar willen opgaan. Dat brengt dit lied op een bijzondere manier onder woorden. Oorspronkelijk werd dit lied gezongen op bruiloften en omdat van Salomo wordt gezegd dat hij wel duizend liederen dichtte werd het aan Koning Salomo toegeschreven. Oud is het in elk geval wel.

In het Joodse volk staat de liefde tussen de twee mensen uit dit boek symbool voor de liefde tussen het volk en God, en in het Christendom wordt het vaak uitgelegd als voorbeeld van de liefde tussen God en de gelovigen. Maar lees gerust wat er staat, de liefde tussen twee mensen. De eerste vraag die je mag stellen is of je vanavond je geliefde zo mag toezingen als in dit eerste hoofdstuk. Of je nu vrouw of man bent beiden kun je het zingen, en of je partner nu van hetzelfde of het andere geslacht is, aan elke partner kan het worden toegezongen. En kun je werkelijk zingen dat de liefde van je partner je zoeter smaakt dan wijn? Of is in de loop van een persoonlijke geschiedenis de wijn verzuurd en moet je eigenlijk nieuwe wijn laten rijpen. Dat kan natuurlijk, ook in elke relatie kun je steeds opnieuw beginnen, steeds opnieuw van elkaar gaan houden.

Meestal verdiept een relatie zich dan, maar je moet er wel bewust aan werken en niet langzaam de wijn van je liefde laten bezinken, het bezinksel is een smerig goedje en de wijn wordt echt zuur. Hoe je er uit ziet moet er niet toe doen. Hard werken kan een mens tekenen maar eigenlijk maakt dat een mens alleen maar mooier. De zangeres uit dit eerste stuk is donker gebrand van de zon, er moesten wijngaarden worden bewaakt. De liefde doet haar niet verlangen naar een make-over, ze is mooi zoals ze is. Ze houdt van zichzelf zoals ze is en dat is haar genoeg voor haar geliefde. Zoveel ze van zichzelf houdt kan ze ook van haar geliefde houden. Kijk zelf eens in een spiegel en zie of je net zo naar jezelf kan kijken als deze zangeres naar zichzelf kijkt. En dan tot slot van het stuk van vandaag zoekt de zangeres alleen haar eigen geliefde. Natuurlijk zijn er vrienden, maar dat dwalend langs hun kudden gaan wordt meestal vertaald met gesluierd op zoek gaan. Gesluierd heeft bij ons geen betekenis meer. De Islam dwingt ons nu wel de betekenis opnieuw te doordenken. De zangeres van het Hooglied drukt uit dat zij haar schoonheid reserveert voor haar geliefde alleen. Het is niet voor Jan en alleman. bestemd.

Niet de mensen heb je bedrogen

zaterdag, 21 april, 2012

Handelingen 4:36–5:11

Een mooi verhaal over die Barnabas. Eigenlijk heette hij Josef. Van huis uit bezat hij geen grond. De Levieten waren buiten de verdeling van het land door Jozua gebleven. Juist om onafhankelijk recht te kunnen spreken. Het was dan ook een opdracht voor het volk om voor de Levieten te zorgen. Ze stonden op één lijn met de vreemdelingen en de armen, de weduwe en de wees. Maar in de loop van de geschiedenis waren er zoveel levieten gekomen dat ze niet allemaal in de Tempel hoefden te werken. Er waren er zelfs die in het buitenland terecht waren gekomen. Zo was die Josef geboren op Cyprus, een Cyprioot dus. Maar die had in Israël nog wel een stuk land en nu hij zich had aangesloten bij de beweging van de Weg, zoals de beweging van de volgelingen van Jezus van Nazareth genoemd was, had hij de akker verkocht en de opbrengst ingebracht in de jonge gemeente in Jeruzalem.

Daar had hij zijn bijnaam Barnabas, zoon van vertroosting, aan ontleend. Hij zorgde voor vertroosting van de armen betekent dat. Die Barnabas zou later nog een belangrijk figuur in de ontwikkeling van het Christendom worden. Hij stichtte de gemeente in Antiochië en vanuit die plaats ondernam hij samen met Paulus een aantal zendingsreizen. Als Cyprioot was hij opgenomen in de gemeente in Jeruzalem en als volgeling van de Weg had hij tal van Heidenen en Joden in de verstrooiing opgenomen in de beweging en met hen nieuwe gemeenten gesticht. Hij had het niet hoeven te doen. Er was duidelijk geen verplichting om alles altijd met elkaar te delen. Dat delen deed je uit liefde voor hen die tekort kwamen. Samen leven betekent samen delen omdat je dat leven zo belangrijk vindt, niet om er zelf beter van te worden.

Dat het niet gaat om eer en aanzien moet van begin af duidelijk worden. Wie dat doet uit eigenbelang kan dood vallen in de Christelijke gemeente. Daar gaat dus dat verhaal van Annanias en Safira over. Zij verkochten ook een akker en hielden een deel voor zichzelf. Dat mocht best, maar ze deden alsof ze alles hadden ingebracht en dat net doen alsof dat mocht nu juist niet. Als je samen wilt leven dan moet je ook op elkaar aankunnen. Als je bedriegt dan bedrieg je niet zozeer de mensen, die komen er misschien niet eens achter, maar je bedriegt God, je maakt van God een bedrieger. Je laat mensen immers zien dat volgelingen van Jezus van Nazareth, de mensen van de weg van de God van Israël, er alles voor over hebben om elkaar te helpen en bij te staan. Als de mensen dan even verder kijken zien ze dat het bij jou helemaal niet zo is. De Weg van de God van Israël zou ook een weg van bedrog kunnen zijn. Mensen die zo handelen kunnen doodvallen, die horen er niet bij zo klinkt het verhaal en omdat het een echt verhaal is gaan de mensen ook echt dood en worden ze begraven. Ook vandaag horen mensen die de zaak van Jezus van Nazareth, de zaak van God, bedriegen er niet echt bij. Mensen die zelf zogenaamde bijbelverhalen verzinnen en dan met gevoelige versjes de menigte achter een plastic kruis aan laten lopen horen dus niet bij die Christelijke gemeente. De mensen die oog hebben voor mensen die langs de kant van de weg zijn komen te zitten, die zorg hebben voor de armen, die hun naaste liefhebben als zichzelf, eerlijk waar, die horen er bij. Daar kunnen we elke dag opnieuw allemaal bij horen, ook vandaag weer.