Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor november, 2011

Ze dienden hun goden

zaterdag, 19 november, 2011

Rechters 3:1-11
 
Het waren van die keurige mensen, de bewoners van dat nieuwe land. Ze hadden steden, en koningen zelfs. Ze bewerkten hun land en hadden nette gezinnen, met mooie dochters. Daar wil je toch bijhoren nietwaar? Je vader en moeder hadden net als je grootouders nog door de woestijn gezworven, en daarvoor waren je voorouders slaven geweest in Egypte. Nou daar kon je beter niet te veel over praten. Dan ga je er immers nooit bij horen, dan raak je nooit thuis in je nieuwe land? Mooie goden hadden ze ook in dat nieuwe land, met tempels en beelden en fraaie riten. Die goden hoorden bij het land, voor elke streek hadden ze een aparte god, en soms voor elk jaargetijde zelfs ook. En machtig dat die goden zouden zijn, zonder die goden zou het graan niet groeien en zou het niet gaan regenen. Dat land vloeide over van melk en honing, daar hadden die goden vast voor gezorgd.

Zelf hadden ze ook wel een God maar daar was geen beeld van, en een tempel was er ook al niet, ja een mooie tent. Maar in die tent stond een kist, met een kandelaar en een tafel met brood. In die kist zouden twee stenen platen liggen met daarop een eenvoudige wet, van niet doden, niet stelen, niet liegen en van je naaste houden als van jezelf. Daar was niks aan. Riten hadden ze ook al niet, je moest wel offeren maar dat was voor de priesters of je moest gelijk een hele maaltijd houden, met je knechten, armen en vreemdelingen. Nee, het volk Israel ontworstelde zich aan haar verleden als woestijnvolk en raakte thuis in het land van overvloed. Net als wij thuis zijn in het land van overvloed, waar keurige pakken, fraaie auto’s, mooie huizen en bovenal een perfect uiterlijk het meest belangrijke zijn.

Dat je kleren gemaakt zijn door zeer jonge, maar zeer arme kinderen is jouw zaak toch niet, daar kun je niks aan veranderen. Dat je met die auto kostbare aardolie op maakt en mensen verleidt zichzelf en elkaar dood te rijden is jouw zaak niet, je vrijheid mag best wat kosten. Dat je huis energie slurpt zodat er voor je kleinkinderen al niks meer over zal zijn zal je worst zijn. Moeten ze ook maar iets uitvinden. Dat je het eigenlijk niet kunt betalen maakt ook al niet uit, overal kun je lenen en wanneer de schulden worden afbetaald zien we later dan wel weer. We zijn sedert het verhaal uit het boek Rechters nog niks veranderd.

Het is nogal wat als je geen regering hebt en geen koning en toch rust. Niemand die regeert, geen regering en geen parlement. Bij Israel was daar wel een rechter voor nodig, iemand die voortdurend de mensen bij de Wet van de Woestijn hield. Er waren er al een aantal geweest maar de eerste die bij name genoemd wordt is Othniël, nog familie van Kaleb die samen met Jozua het land, overvloeiende van melk en honing, had verkend en enthousiast was teruggekeerd. Nu waren ze onder de heerschappij gekomen van een van de koningen die een stad regeerden in Kanaän. De namen die er staan zeggen ons niet zoveel, en namen vertaal je nu eenmaal niet. Als we zouden praten over minister Kerkziek kijk je toch vreemd op, het is de vertaling van Churchill. Dat niet vertalen van namen is hier wel jammer want de Bijbel noemt die koning “Koning vreemde dubbelschoft” of zoiets en dat zou je in de Bijbel toch niet direct verwachten.

Die koning was koning en had zich verheven boven de mensen om hem heen. En in plaats van als wijs bestuurder de mensen te dienen hield hij slaven en moesten de Israëlieten acht jaar voor hem werken. Toen hadden ze weer door dat de Wet van je naaste liefhebben als jezelf toch zo gek niet was. Nou moeten we toch nog even wennen aan het geweld dat in het boek Rechters wordt toegepast. We hebben nog wel eens het gevoel dat de Bijbel geweld absoluut veroordeeld. Dat is toch niet helemaal het geval. In navolging van de profeten spreekt Jezus nog wel eens over het uittrekken en verbranden van onkruid en daarmee worden mensen en machten aangeduid die mensen verstikken. Dat gold dus ook voor deze koning die niet wilde delen maar alleen profiteren.

Geweld in de Bijbel is bijna altijd tegengeweld, als er geen andere uitweg is om de zwakken tegen geweld te beschermen. Zo zou het ook in onze dagen moeten gaan. Daarom hebben we de Verenigde Naties opgericht en het handvest van de Verenigde Naties geeft aan wanneer dat tegengeweld om de zwaksten te beschermen gerechtvaardigd kan zijn. De leden van de Veiligheidsraad kunnen daar dan samen toe besluiten. Maar soms vindt een land zich zo goed dat het zelf wel uitmaakt wat gerechtvaardigd is. De Bijbel spreekt er ook hier in het boek Rechters anders over.

Achter andere goden aan

vrijdag, 18 november, 2011

Rechters 2:6-23
 
Na de Tweede Wereldoorlog wisten de mensen het zeker, net als na de Eerste Wereldoorlog. Er zou nooit meer oorlog komen. En na de Tweede Wereldoorlog werd ook besloten dat er nooit meer een dictator of een dictatoriale regering de kans zou krijgen om grote groepen inwoners af te slachten zoals dat in de Tweede Wereldoorlog was gebeurd. En vluchtelingen die om wat voor redenen dan ook werden vervolgd zouden niet meer teruggestuurd of geweigerd worden zoals voor de Tweede Wereldoorlog gebeurde, maar zouden moeten worden opgevangen en beschermd. De mensen die de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt hebben het lang volgehouden hun idealen uit te dragen en te verwezenlijken. Maar net als bij het volk Israel gaat met het verstrijken der jaren de herinnering verloren.

En dan komen er andere goden dan de God van Liefde en Bevrijding die de aandacht van de mensen opeisen. De “goden van goud en beloften” noemde Huub Oosterhuis ze eens. De god van de olie is tegenwoordig erg belangrijk, net als de god van het eigen gelijk. En vergeet niet de god van het fundamentalisme, die eigen godsdienst stelt boven de mensen in plaats van ten dienste van mensen. Er worden weer oorlogen gevoerd zonder de Verenigde Naties, er zijn weer groepen mensen afgeslacht om wie ze waren. Homoseksuelen worden weer opgehangen. Vluchtelingen worden geweigerd en teruggestuurd naar landen met onderdrukking en vervolging. En politici in Nederland zetten de ene bevolkingsgroep tegen de andere op.

We weten wel dat het allemaal verkeerd zal aflopen, dat wie haat zaait ook haat zal oogsten. We weten ook wel dat we ons weer aan de wetten van liefde en gerechtigheid zouden moeten houden, maar we zijn vergeten wat we er voor moeten doen. In elk geval klinkt in deze passage uit het boek Rechters een waarschuwing die we in onze zak mogen steken.  Altijd als het mis gaat met de samenleving, of mis dreigt te gaan, zijn er steeds weer opnieuw mensen die de goede weg wijzen. Die uitleggen wat de Wet van de Woestijn in een concrete situatie inhoudt en hoe die toegepast moet worden. Die Wet werd ooit door het volk Israel ontdekt in de Sinaï woestijn en het hart van die wet is dat je je naaste lief moet hebben als jezelf.

Het volk Israel kreeg in het beloofde land, waar dit boek Rechters over gaat, Rechters, of met een oud woord Richteren. Niet dat dat nu veel hielp, even ja, maar als de rust weer was hersteld, of de roversbenden waren verdreven, verviel men weer in de oude kwalen. Een paar jaar  geleden is er zo’n richter uit onze tijd vermoord. Broeder Roger Schutz uit Taizé. Hij stichtte een broederschap dwars over grenzen van kerken en landen heen in een tijd dat de volken van Europa tegen elkaar te hoop liepen en er verschrikkelijke dingen met mensen gebeurden. Hij wees de weg in de richting van verzoening, en hij wees de weg aan jonge mensen hoe in een nieuwe na oorlogse samenleving ook werkelijk samen geleefd kon worden. De hulp aan de armsten in de wereld speelde daarbij een zeer belangrijke rol.
 
In het gedeelte dat we vandaag hebben gelezen staat dat er steeds weer nieuwe Rechters kwamen, kennelijk gaat dat tot in onze dagen door. Dat geeft hoop en zet ons wellicht ook vandaag nog in beweging in de richting van het rijk waarin iedereen meetelt. Per slot van rekening mogen we er elke dag telkens opnieuw mee beginnen, de weg te volgen van de Wet van Liefde en Rechtvaardigheid, ook vandaag mag dat weer.

 

 

Maar ze verdreven hen niet

donderdag, 17 november, 2011

Rechters 1:22-2:5

De deling van het land Palestina zal nog wel even in het nieuws blijven, er wordt per slot van rekening al sinds 1948 om gevochten. En dan is het goed eens terug te lezen hoe het ook al weer ging, dat delen van het land toen het volk Israel er binnentrok en er ook al Palestijnen woonden. Nu is de Bijbel geen geschiedenisboek, net zomin als het een natuurkundeboek, of een biologieboek, of een aardrijkskundeboek is. De verhalen die in de Bijbel staan gaan over de toepassing van de Wet van de Woestijn, het hart van de Joodse religie die volgens het verhaal van het volk Israel in de Sinaï woestijn was ontdekt.
Die Wet heeft als hart de boodschap: “Je moet God liefhebben boven alles en het tweede daaraan gelijk is je naaste liefhebben als jezelf”. Is dat dan terug te vinden bij de manier waarop dat volk uit de woestijn bezit nam van het beloofde land? Lees zelf maar.

In de eerste plaats is er dus geen sprake van een koning of generaal, zelfs nog niet van een Rechter of Richter. Niemand is er baas en niemand oefent macht uit om te laten gebeuren wat men wil laten gebeuren. Er zijn bestaande volken en de stammen van Israel die hun plek willen innemen. Soms verzetten mensen zich, die willen de rijkdom niet delen, die mensen worden bevochten. Zo is er een man uit de plaats die men “huis van brood” noemt, Beth-El in de Statenvertaling, Betel in de Nieuwe Bijbel Vertaling. Die man hielp de nakomelingen van Jozef. Jozef had volgens het verhaal op zijn vlucht naar zijn oom Laban de steen waarop hij had geslapen met olie gezalfd en de naam Betel gegeven. De dorpsgenoten van de man erkenden dat niet, die dorpsgenoten werden dus verslagen en de man en zijn familie werden gespaard. Hij vluchtte wel naar het buitenland staat er dan.

Maar van veel stammen en volken staat er dat ze gingen samenwonen. Soms moesten mensen nog wel tot hulp worden gedwongen maar veel vechten hoefde eigenlijk niet. Samenwonen van verschillende volken kan dus wel. Het zal niet gemakkelijk gaan, er ontstaan voortdurend spanningen, maar als je werkelijk samen wil delen dan moet het gaan zegt dit verhaal ons. Het volk Israel liet ook de vreemde goden bestaan in het land waarin ze gingen wonen, en dat zouden ze weten ook. Wij maakten supermarkten waar je vrij in en uit kon lopen, en dus zonder betalen van alles mee kon nemen. Winkeldiefstal was dus een van de eerste grootstedelijke problemen waar we tegen aanliepen. Vervolgens moesten er poortjes komen en labels en mensen die met beveiliging zijn belast. We blijven de illusie handhaven van een open winkel met goederen die voor het grijpen liggen maar doen er alles aan om de goederen ongrijpbaar te maken.

We maakten onze auto’s zo snel dat ze sneller konden rijden dan eigenlijk mocht, en dus gingen er mensen dood aan snelheidsovertreders. Dus komen er nu snelheidsbegrenzers op de markt en blaaspijpjes die de motor blokkeren als je teveel hebt gedronken. Voor bromfietsen worden zelfs opvoersets verkocht, en dus gaan er kinderen dood aan bromfietsongelukken en moeten jongeren helmen op en rijbewijzen halen.  We schijnen ongebondenheid te vaak te verwarren met vrijheid. Als iedereen nu maar alles mag dan wordt iedereen gelukkig.

Het heeft heel lang geduurd voordat Paulus opschreef dat alles weliswaar geoorloofd is maar niet alles goed is voor een mens. De maat van de liefde voor mensen, en zeker de liefde voor zwakke mensen is nog steeds niet onze richtlijn. Maar wellicht zijn onze voedselbanken de altaren van deze tijd waarop de welvaartsmaatschappij offers brengt aan de God van liefde, zoals het volk Israel ook ging offeren toen ze was gewaarschuwd. Dat offeren van Israel was immers delen met armen en vreemdelingen in een maaltijd.

 

Tot op de dag van vandaag

woensdag, 16 november, 2011

Rechters 1:16-26

Er is in het verleden wel eens het beeld opgeroepen dat het volk Israël Kanaaän binnentrok en alle volken die daar al woonden dood sloeg en uitroeide. Maar zo is het niet. Het gaat om de bereidheid het land te delen met elkaar. Een land dat als land al overvloeit van melk en honing, waar het dus rijk en weldadig is om te leven, heeft altijd nog wel ruimte voor een aantal arme sloebers dat het in de droge en onvruchtbare woestijn niet meer uithoudt. Israël geeft daar zelf het voorbeeld voor door het land te delen met de Kenieten, de stamgenoten van de schoonvader van Mozes. Die Kenieten hoefden zelf ook niet een ander volk uit te roeien want ze vestigden te midden van de bewoners van het gebied rond Arad.

De meeste volken willen echter niet delen met die nomaden uit de woestijn. En met die volken wordt oorlog gevoerd. Niet dat er altijd wordt gewonnen. Overwinningen worden gemakkelijk aan de God van Israël toegeschreven maar verlies wil niet altijd zeggen dat je zelf van het rechte pad bent afgeweken. Ook dat is een misverstand dat gemakkelijk met verhalen uit het boek Rechters in stand wordt gehouden. Verlies kan ook een verschil in bewapening betekenen dat de ander nu eenmaal sterker maakt dan jijzelf bent. Juda maakte zich met behulp van de God van Israël meester van het bergland maar de bewoners van de laagvlakte waren sterker dan Juda want die bewoners hadden ijzeren strijdwagens.

En natuurlijk staan er in een dergelijk spannend oorlogsverhaal ook grapjes ter ontspanning. Wij herkennen ze meestal niet. Maar als je heel goed de weg weet in de Bijbelse verhalen zul je het grapje in dit verhaal wel herkennen. Een opmerking over de woorden van Mozes en de indeling van het land moet je de weg wijzen. Mozes had immers 12 verspieders het land ingestuurd die terugkwamen met verhalen over reuzen en de onmogelijkheid het land te veroveren. Twee van de verspieders hadden gezegd dat de verovering wel mogelijk zou moeten zijn. Dat waren Jozua en Kaleb. Jozua is gestorven als het verhaal van de Rechters begint, maar Kaleb leeft nog en het is Kaleb die de drie zonen van de reus Enak uit Hebron verdrijft en de stad in bezit neemt. Niet alle reuzen doodt dus, maar verdrijft.

Dat verdrijven staat er niet zomaar. Want ook het laatste gedeelte dat we vandaag lezen laat zien dat wie wil delen telkens de kans krijgt een nieuw begin te maken. De man uit Betel, dat vroeger Luz heette, krijgt met zijn familie de kans in het land van de Hethieten een nieuwe stad Luz te bouwen. De leden van de stam Benjamin gaan hun hoofdstad Jeruzalem delen met de bevolking die er al woondde. Ook in Bijbelse tijden werd Jeruzalem dus gedeeld. Wie vandaag op grond van de Bijbel de deling van Jeruzalem tot onmogelijk wil verklaren heeft de Bijbel dus nog niet echt goed gelezen. Het boek Rechters maakt ons in elk geval duidelijk dat, als wij vinden dat we een rijk en welvarend land hebben, we volgens de God van Israël bereid moeten zijn dat land te delen met de armen. Kleine jongetjes wegsturen die we hier hebben grootgebracht past daar dus ook niet bij. Ook vandaag niet.

Het hele gebied van Gaza

dinsdag, 15 november, 2011

Rechters 1:1-15
 
De overwegingen hier zijn geschreven bij het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap zoals dat ook in de Protestantse Kerk Nederland in gebruik is. We volgen dat in de Nieuwe Bijbelvertaling en dat rooster is al lang geleden vastgesteld. Toch valt op dat de actualiteit steeds terug te vinden is in het te lezen Bijbelgedeelte. Gaat het nieuws over de Gazastrook, dan lezen we over de verovering van Gaza, en het land Israel, in het Bijbelboek dat in de Nieuwe Bijbel Vertaling Rechters heet. Vroeger heette dat Bijbelboek voor Protestanten, Richteren. Dominee Ousoren, die de Naardense Bijbelvertaling heeft verzorgd, noemt het boek nog steeds Richteren. En de Naardense Bijbel is wel een heel letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Hebreeuwse en Griekse teksten.

Rechters geeft het misschien toch wel goed weer. De Wet van de Woestijn, zoals het volk Israel die in de Sinaï woestijn had leren kennen, moest worden toegepast in het land overvloeiende van melk en honing en iemand moet over de wet dan recht spreken. Maar Richter geeft het ook goed aan, naast het gericht dat wordt geveld, een oude manier van zeggen dat er een vonnis is, zit er ook het woord richting geven in. Welke richting gaat het volk in. In dit eerste stuk gaat het over het delen van het land. De oorspronkelijke bewoners willen het niet delen, er is genoeg rijkdom, ook voor het volk dat uit de woestijn kwam, maar delen is er niet bij.

Delen van het land speelt er vandaag ook nog een rol. Net als het delen van het water. En gelijk wordt duidelijk hoe de verhoudingen liggen. In Kanaaän was het heel gewoon om dochters uit te huwelijken. De sterkste, de slimste, de beste kon een dochter krijgen. Mooi dus. Maar in het land dat God geeft hebben vrouwen hun eigen plaats, gelijk aan die van de mannen. Dan zorgen vrouwen net zo goed voor het bezit als de mannen dat pretenderen te doen. In het land dat God geeft vervalt het onderscheid tussen man en vrouw en in dat kleine stukje dat we vandaag lezen wordt dat nog eens fijntjes aan ons voorgehouden.

Wij hebben nog steeds met de deling van Palestina te maken. Al in 1948 hebben de Verenigde Naties besloten het land Palestina te verdelen tussen de Joden en de Palestijnen, Nederland gaf bij de stemming nog de doorslag. De Palestijnen wilden dat niet, het was immers hun land en die Joden kwamen er alleen maar omdat ze in Europa bijna allemaal vermoord waren. Voor de Joden ging een oud negentiende eeuws ideaal in vervulling, de mogelijkheid van een eigen staat op de grond die in de Bijbel werd genoemd. Inmiddels leggen beide partijen zich mopperend neer bij de deling van het gebied. Na al die jaren ook voor ons tijd om de stem van Nederland uit 1948 werkelijkheid te doen worden door te zorgen dat ook de Palestijnen nu een eerlijke kans op een onafhankelijk land krijgen. Met werk, een eigen democratisch gekozen bestuur en een rechtvaardige plaats onder de volken. Anders gaat het net als in dit Bijbelhoofdstuk en blijft het oorlog.

 

Wie heeft zal nog meer krijgen

maandag, 14 november, 2011

Matteüs 25:14-30
 
Dit verhaal zal in kringen van bankiers vandaag de dag wel niet zo populair zijn. Want het is een verhaal over risico’s nemen en rendementen. Er wordt je een bedrag toevertrouwd en naarmate het bedrag groter is moet je meer rendement halen en dus meer risico nemen. Waar dat toe leidt hebben we kunnen merken. Vooral als aan de resultaten ook nog grote beloningen zijn verboden en wie dit verhaal goed leest zal opmerken dat de beloningen een grote rol spelen. Geen resultaat betekent in elk geval ontslag. Ook in het Koninkrijk van God wordt je uitgedaagd risico’s te nemen en rendement te behalen. Je hoeft er zelfs geen bankier voor te zijn met gespecialiseerde opleiding en toestemming van de toezichthouder. 

In dit verhaal uit Mattheüs kan iedereen meedoen. Of je nu veel kunt of weinig maakt niks uit, als je maar mee doet. Je hoeft ook niet bang te zijn dat je te weinig doet. Je krijgt net zoveel talenten als je aankunt. Pas als je je door angst of onverschilligheid laat verlammen en niks meer doet dan loopt het verkeerd af. Wat zijn dan die talenten waarmee je mag woekeren? Dat zijn dus niet bijzondere vermogens waarmee je meer zou kunnen dan een ander, want de hoeveelheid talenten is al afgestemd op wat je aan kunt, nee de talenten waarmee je mag woekeren is het goud van God en dat kennen we. Dat is de liefde voor de armsten en de zwaksten. Je daar mee bezig houden en de liefde voor de naaste vermeerderen dat is pas woekeren met talenten. Dat kan in het groot, maar dat kan ook in het klein, thuis desnoods, simpel een handtekening zetten voor eerlijke handel ergens op het internet.

En dan niet zeuren dat die liefde te kostbaar is, dat je niet wist wat er van terecht zou komen of dat het geld dat je kon storten op giro 555 wel goed zou worden besteed. Dat is wat rechtse politici doen. Woekeren met de talenten van God is onvoorwaardelijk liefde geven. Het rendement is de liefde die gegeven is, niet of het echt beter is gegaan. De hongerigen die gevoed gaan kunnen later best ziek zijn geworden, de naakten die gekleed zijn kunnen later best in een oorlog terecht zijn gekomen, de vrede die gesticht is kan best werkloosheid in de wapenindustrie tot gevolg hebben gehad, de bedroefden die getroost zijn vergaten misschien voor de graven op het kerkhof te zorgen, de jongeren die weer naar school gingen konden na hun schooltijd misschien niet direct werk vinden. Zo kun je wel doorgaan.

De wereld is niet maakbaar, in je eigen omgeving niet en in de grote wereld ook niet. Maar alle liefde die onbaatzuchtig wordt getoond draagt bij aan een betere wereld. Wie die liefde heeft zal voortdurend meer ervan krijgen om weer weg te geven. Wie de liefde alleen voor zichzelf houdt die zal alles verliezen en nooit geliefd worden. Delen van de liefde leidt onherroepelijk tot een feestmaal, de maaltijd waar niemand meer honger heeft en alle leed zal zijn geleden. Begin dus vandaag maar te woekeren met je talent lief te hebben.

Weest dus waakzaam

zondag, 13 november, 2011

Matteüs 25:1-13
 
Moeten we wel aandacht schenken aan het feest van Sint Nicolaas als de wereldeconomie in een recessie dreigt te duiken en er ook nog steeds een hele grote voedselcrisis in de wereld woedt.  Het gaat over het verstaan van de boodschap van de Bijbel. Hoe moet die verkondigd worden in deze tijd. Nu staat de Protestantse kerk Nederland gelukkig niet alleen maar ze werkt samen met de WARC, de wereldorganisatie van Hervormde en Gereformeerde kerken. Die heeft al in 2004 in Afrika een document aangenomen waarin staat dat het zeer verkeerd is als de onrechtvaardige verdeling tussen arm en rijk blijft bestaan, als mensen worden buitengesloten van de samenleving en als mensen zich overgeven aan een ongebreideld consumentisme. Bij dat laatste denken we aan Sint Nicolaas, en in de westerse wereld zelfs een beetje aan het kerstfeest.

Toch wordt het feest van Sint Nicolaas juist een godsdienstoefening genoemd omdat het ons leert eerlijk te delen. Het gaat dus ook niet om de geschenken maar om het delen en het samen delen. Het verhaal dat we vandaag uit de Bijbel lezen lijkt met die boodschap van delen in tegenspraak. De wijze meisjes immers delen hun olie juist niet met de dwaze meisjes, hoe zit dat. Nou het gaat in dit verhaal niet om de olie maar om het branden. De vraag is wat je uitstraalt en als je daar niet goed voor zorgt dooft het vuur en straal je niks meer uit. Tegenwoordig lijkt de uitstraling van buiten te moeten komen, make-up, merkkleding, strakke pakken met een krijtstreepje voor mannen het kan niet op.

Als het met eenvoudige middelen niet meer te doen is zetten we zelfs het mes er in. Je kunt kennelijk alleen nog gelukkig worden als je je laat martelen. De cosmetische chirurgen met hun scherpe messen en botox injecties worden er rijk van. Die mentaliteit wordt door de Protestantse kerken bestreden. Zij gaan mee met de wijze maagden die voor een uitstraling van licht voor de bruidegom zorgen, voor het verhaal van Jezus dus, niet met de dwaze maagden die zich niet om die uitstraling bekommeren en dus in het donker achterblijven. Met Sint Nicolaas gaat het dus ook over onze uitstraling.

De Wereldwinkel of Fair Trade Shop heeft de passende cadeau’s voor deze uitstraling. Kinderen voor Kinderen het passende geluid. En let op want ook tegenwoordig is de toon belangrijker dan de inhoud. Minister Vogelaar sprak indertijd  zeer veel mensen aan in de probleemwijken van ons land maar sprak niet op de toon die in het Haagse parlement wordt aangeslagen. Schelden op mensen en groepen lag haar niet, mensen samen brengen daar ging het haar om. Integratie betekende voor haar niet met een opgeheven vingertje naar de ander wijzen en net als de dwaze maagden alleen een bijdrage  aan anderen vragen, maar het betekent samen feest vieren. Daar is je eigen licht voor nodig, want voor integratie kijk je net zoveel naar de ander als naar jezelf. Daarom is dit oude verhaal ook vandaag nog belangrijk.

Wees dus waakzaam

zaterdag, 12 november, 2011

Matteüs 24:36-51
 
Het is duidelijk dat we niet weten wanneer het einde der tijden daar is. We weten dat het komt, dat alle ellende voorbij zal zijn, dat we een wereld krijgen waar vrede en recht heerst, een wereld waar alle tranen gedroogd zijn. En tot die tijd? Wat moeten we er mee? Gewoon doorgaan met leven, zo van we zien wel? Natuurlijk niet. Een ouderwets woord hiervoor is “Godsdienstoefening” Zoals je oefent voor de schooluitvoering, een sportwedstrijd, de speech op een bruiloft of jubileumfeest kunnen we ook oefenen voor de nieuwe wereld van God. Jezus van Nazareth zegt zelfs ergens dat we alvast maar moeten leven alsof die nieuwe wereld er al is. We moeten waakzaam zijn staat er.

Jezus van Nazareth vergelijkt de tijd waarin we leven met de tijd van Noach, nog voor de zondvloed.Ook toen sloeg niemand acht op de naderende ramp die bijna al het leven op aarde zou uitwissen. Zijn we nu anders aan het leven dan in de tijd van Noach? Misschien wel misschien niet. Oordelen over wat anderen doen is niet eenvoudig. Natuurlijk als je je overgeeft aan het najagen van winst en genot dan is het gemakkelijk, dat is niet wat de Bijbel van mensen vraagt, dat was wat de mensen in de dagen van Noach deden staat hier. Maar in onze dagen zijn veel mensen met de samenleving bezig. Ze proberen de samenleving zo in te richten dat vrede heerst en welvaart. En dat kan zijn wat de Bijbel van ons vraagt. Dat hoeft niet zo te zijn, want is er vrede voor alle mensen? Is geweld over de hele aarde uitgebannen en spannen we ons daarvoor in? Elke dag horen we van oorlogen en zien we geweld in de wereld.

En de welvaart, wordt die met iedereen gedeeld? Nog steeds heerst er honger, nog steeds horen we van een voedselcrisis, nog steeds is Fair Trade als organisatie nodig omdat het niet vanzelfsprekend is dat mensen die producten verbouwen daar ook een eerlijke prijs voor betaald krijgen. Nog steeds houden rijken de armen arm en streven er naar zelf rijker te worden. En is onze samenleving een samenleving voor iedereen? In onze samenleving mag de één wel meedoen en de ander niet. Er worden in onze samenleving mensen aan de kant gezet en buitengesloten, gehandicapten, chronisch zieken, ouderen, vreemdelingen, weduwen en wezen. Niet werken aan het welzijn van de broeders en zusters van Jezus van Nazareth, de minsten op onze aarde, kan betekenen dat we zelf buitengesloten worden als het einde der tijden aanbreekt.
 
Het gedeelte uit het Evangelie naar Matteüs dat we vandaag lezen sluit met een klein gelijkenisje. Het staat er zelfs niet in de vorm van een verhaaltje, zoals de meeste gelijkenissen die door Jezus van Nazareth werden gegeven, maar als een vraag en antwoord spel. Wie van ons wil dan niet de verstandige dienaar zijn. Velen van ons voelen zich door God geroepen. Nog meer mensen willen best het goede doen. Wie zou nu niet het huispersoneel van God op tijd te eten willen geven. Daarmee worden overigens niet de dominees en pastoors bedoeld die je in kerken kunt vinden. Ook niet de evangelisten die daarbuiten groepen mensen leiden en proberen de Bijbel te verkondigen.

Dat huispersoneel zijn onze collega dienaren, dus eigenlijk alle mensen op de hele wereld. Alle mensen op de hele wereld worden immers opgeroepen mee te werken aan houden van je naaste als van jezelf. Zorgen dat alle mensen op de wereld te eten hebben is dus onze eerste taak. Daarvoor zijn wij op aarde. En krijgen alle mensen op de wereld te eten? Nee dus, we hebben zelfs een voedselcrisis. En wie wil nu een hebbert en graaiert zijn? Gisteren viederden we het feest van Sint Martinus, de heilige die zijn mantel deelde met een bedelaar, vandaag komt Sint Nicolaas, die aan iedereen uitdeelt, neem ze als voorbeeld, deel met wie het nodig hebben, juist in deze dagen.

Leer van de vijgeboom

vrijdag, 11 november, 2011

Matteüs 24:29-35

Kleine grapjes staan ook in de Bijbel. Als het lente is lopen de takken van de bomen uit, komen er weer bladeren en verschijnt de bloesem. Als dus de takken gaan uitlopen, de bladeren verschijnen en de bloesem uitbot dan wordt het lente. Als het regent worden we nat. Door de hele geschiedenis heen zijn mensen bezig geweest om uit te rekenen wanneer het einde der tijden gekomen zal zijn. Steeds als het wat slechter met de mensen gaat komen er meer mensen die zeggen te weten wanneer het afgelopen zal zijn. Ook bij zogenaamd bijzondere jaartallen gaan mensen op bergtoppen zitten of met een hele groep in een afgesloten huis in de overtuiging dat het einde der tijden is gekomen. Vandaag kunnen we zeggen dat ze ongelijk hebben maar de vaste overtuiging van de bewering brengt je nog wel eens aan het twijfelen. En dat hoeft niet want er staat ook dat dag en uur niet geweten worden.

Wie wel eens naar het radio programma Vroege Vogels heeft geluisterd heeft daar ook de waarneming van de natuurverschijnselen gehoord. Wanneer vertrekken de trekvogels, wanneer komen ze terug, wanneer worden nesten gebouwd, eieren gelegd en jongen geboren. Er zit van jaar tot jaar een grote variatie in die waarnemingen. Ze geven een trend aan maar nooit een exacte datum. Natuurlijk verschillen de seizoenen maar de overgangen zijn nooit exact vast te stellen. Daarom is het bezig zijn met de komst van het einde der tijden ook een uiterst onvruchtbare zaak. Waar het om gaat is de vraag of we er klaar voor zijn, dat na de donkere winter de lente zal komen is iets dat vast staat.  Het antwoord op de vraag of we er klaar voor zijn is helder. Er is nog veel vrede te winnen, er is nog veel armoede uit te bannen, er moeten nog veel mensen mee mogen doen.

Nu de dagen korten en de nachten langer worden mogen we oefenen in eerlijk delen op het Sint Maartenfeest op 11 november waarna we ons richten op Sint Nicolaas. Volksfeesten waarin het delen met elkaar centraal staat en door iedereen geoefend kan worden Niet iedereen was deze zomer in de gelegenheid voldoende te verzamelen voor de winter. In onze samenleving is dat niet meer letterlijk te nemen en is de overheid er voor om dat wat verzameld wordt eerlijk her te verdelen. En natuurlijk doet de overheid dat nooit echt goed. De rijken hebben hun eigen partijen om er voor te zorgen dat ook bij de verdeling door de overheid de rijken rijker worden en de armen arm blijven. De grootste overheidssubsidie in ons land gaat naar de mensen die de duurste huizen bewonen via de hypotheekrenteaftrek.

De alleenstaande moeders met jonge kinderen mogen niet meer zelf voor hun kinderen zorgen maar moeten ze brengen naar door de staat ingerichte kindercentra zodat ze zelf tegen een minimumloon kunnen gaan werken. Voor mensen die de winter echt niet meer door kunnen komen hebben we voedselbanken en de hulp aan mensen in arme landen die niet meer te eten hebben moet via partikuliere organisaties komen. Die oefening in eerlijk delen hebben we dus meer dan nodig. Die oefening is voor Christenen een godsdienstoefening, je naaste liefhebben als jezelf was immers hetzelfde als God liefhebben boven alles. We zullen er dus ook vandaag weer aan moeten geloven.

Er zullen valse messiassen komen

donderdag, 10 november, 2011

 Matteüs 24:15-28

Iedereen zal de mensenzoon herkennen als die komt vertelt Matteüs ons als een belofte van Jezus van Nazareth. Is dat zo? In onze dagen worden nog wel eens valse messiassen nagelopen, mensen die genezing beloven aan wanhopig zieken. Die rond die genezing grote shows bouwen en in de naam van Jezus geesten uitdrijven die zogenaamd die ziekten zouden hebben veroorzaakt, alsof de genezers zelf Jezus zijn of een meer bijzondere band met God hebben dan anderen. Jezus van Nazareth waarschuwt tegen valse messiassen. Ook al lijkt het dat ze grote werken kunnen doen geloof ze dan niet drukt Jezus zijn leerlingen op het hart. Zelf drukte hij de mensen op het hart te zwijgen als ze genezen waren. Natuurlijk gebeuren er dingen die we niet verklaren kunnen, maar zeker niet in grote daarvoor opgezette shows en met behulp van toverwater, zoals ook in Lourdes.

Het zijn uiteindelijk zaken die afleiden van de komst van het Koninkrijk. Daar gaat het om rechtvaardigheid en vrede. Om eerlijk delen met armen. Niet om sommige mensen te genezen en anderen niet. Daar mag iedereen meedoen. Jezus is hard tegen dit soort valse messiassen. Waar een lijk is zullen de gieren komen luidt het bij hem. En inderdaad de souvenierwinkel en de collecteschaal zijn nooit ver bij dit soort valse messiassen. Dat beeld van de Mensenzoon komt uit het boek van de profeet Daniël, je kunt het Nieuwe Testament nu eenmaal niet lezen zonder het Oude Testament. In het boek van de profeet Daniël was de Mensenzoon vertegenwoordiger van het volk van de lijdenden, zelf had hij ook geleden. En we worden allemaal geroepen om bij dat volk van de lijdenden te gaan horen, de lijdenden uit alle volken.

Dat is nog wat anders dan genezingsbijeenkomsten met grote shows te organiseren. Daar worden mensen geroepen om zich los te maken van het volk van de lijdenden.Het Hallelujageroep is er niet van de lucht en pas op, iemand die in een rolstoel zit kan best onder trance soms een paar meter lopen, iemand met krukken kan ze weggooien en naar zijn plaats lopen. Dat hoeft niets met genezing te maken te hebben. Er was ooit ook iemand die de volgende ochtend aan de andere kant van een weg werd gevonden waar zo’n genezer werkzaam was geweest. Toen het gezang en geroep was verstomd was de trance verdwenen en daarmee de genezing.

De oorlog en de ellende zullen ons blijven omringen tot plotseling iedereen het inziet dat er maar één weg is die ons allemaal gelukkig kan maken. Voor het zover is zal het nog lang duren maar dat die tijd komt staat vast. En die komt ook als we er aan willen werken, als we er echt deel aan willen hebben. Tot die tijd komt zijn er vluchtelingen, zijn er slachtoffers, zijn er armen die op drift raken. Tot die tijd lopen we ook het gevaar zelf mensen uit te roepen tot messias, tot bevrijder van onrecht en geweld. In Amerika loopt men het gevaar Barack Obama tot messias te maken. Hijzelf doet het niet. Maar er zijn mensen die van hem een ideale wereld verwachten, hij beloofde immers de wereld te veranderen. Deze president zou een eind maken aan alle oorlogen, zou de honger in Afrika oplossen, zou het klimaatprobleem kunnen oplossen. Niets is minder waar. Ook Barack Obama kan alleen wat als iedereen op de hele wereld mee doet, als alle volken zich naar Jeruzalem wenden om de Wet van eerlijk delen uit te gaan voeren. Iedereen die zegt het zelf te kunnen is een valse messias.