Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor november, 2011

Ontelbaar als zandkorrels aan de zee.

dinsdag, 29 november, 2011

Rechters 7:9-22

Die Bijbelse helden lijken altijd zo overtuigd van hun gelijk en de hulp die ze krijgen van de God van Israël. Dat komt omdat we twijfel en onzekerheid er zo graag buiten laten. Neem nu dit verhaal over Gideon. Iedereen weet wel dat Gideon met een handvol strijders een strijdmacht versloeg met soldaten ontelbaar als zandkorrels aan de zee. Maar was die Gideon zo zeker van z’n zaak? Het verhaal vertelt dat de God van Israël hem influisterde dat hij dat leger zou kunnen verslaan. Maar geloofde Gideon dat ook? Welnee hij vertrouwde het van geen kant. Gelukkig mocht hij op zoek naar bewijzen voor de overtuiging die hem werd aangepraat. En die bewijzen lagen in de mentaliteit, de overtuiging, van de tegenstander. Dromen bleken te worden uitgelegd als tekenen van ondergang. Een brood dat zich verspreidde over alle soldaten van de vijand van Israël werd ervaren als een molensteen die om de nekken van de tegenstanders werd gehangen. Als men zo bang was dan mocht je toch een overwinning wel verwachten.

Ook wordt er over de Bijbel gesproken als een boek met in het Oude Testament een bundel gruwelijk bloederige verhalen. Maar waar vloeit er bloed in het verhaal van Gideon? Niet in het meest beroemde gedeelte, de aanval met 300 man op het leger van Midianieten, Amelekieten en andere woestijnvolken. Twee kruiken, een hoorn en een fakkel waren genoeg om dat massale leger op de vlucht te jagen. Overwinningen werden in de dagen dat de Bijbel ontstond altijd aan de goden toegeschreven. De God van het volk dat gewonnen had was de sterkste gebleven. Maar wat deed die God eigenlijk? In het verhaal van Gideon bleek dat de goden helemaal niks hoeven te doen. Het gaat om de mensen die moeten geloven dat hun God de sterkste is. De God van Gideon had zijn gelovigen opgedragen niet te doden, het is één van de meest vreemde van de 10 geboden. Dat gebod volgden de soldaten na. Lawaai maken, jezelf durven te laten zien, dat waren de wapens van de bende van Gideon. En omdat de soldaten zelfs het brood van de Israëlieten als een bedreiging waren gaan zien kreeg deze Gideonsbende de overhand.

Zoals in de onafhankelijkheidsoorlog Amerikaanse boeren de goed geoefende troepen van de Engelse Koning naar de Golf van Mexico joegen verdreven de 300 soldaten van Gideon de troepen van de woestijnvolken tot over de Jordaan terug de woestijn in. In Amerika zingen ze nog steeds over die dappere boeren die hun onafhankelijkheid wisten te veroveren op het machtige Engelse Rijk. Zo klinkt het verhaal over Gideon en zijn bende nog steeds als bemoediging voor onderdukte volken die hun vrijheid willen krijgen. Ook in ons land klinkt de roep om een streep te trekken tegen de opvreters en uitbuiters. Speculanten op de beurzen worden steeds rijker terwijl de armen in ons land de broekriem moeten aantrekken en gepensioneerden beroofd worden van hun pensioenen. Tot wanneer blijven we dat tolereren, tot wanneer blijven we een onmenselijk vreemdelingenbeleid tolereren dat kinderen hier laat opvoeden en dan terugstuurt naar landen waar ze geen enkele band mee hebben kunnen krijgen. Wanneer slaan wij onze kruiken tegen elkaar en roepen we om de rechtvaardigheid waartoe de God van Israël ook ons volk heeft opgeroepen?

Het leesrooster van het NBG

maandag, 28 november, 2011

Door een technische storing zijn de overwegingen de afgelopen week wat uit het ritme van het dagelijks Leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap gaan lopen. Daardoor hebben we ook de lezing van vandaag al gehad. Morgen pakken we de draad weer op.

Het leger is te groot

zondag, 27 november, 2011

Rechters 6:33-7:8
 
Nog steeds zijn er vreedzame volken die bang moeten zijn als de tijd van de oogst aanbreekt. De bewoners van Zuid-Sudan hebben daar uiteindelijk hun zelfstandige staat aan te danken. Roversbenden en miliatairen hebben heel lang gedaan of de oogst, waarvoor ze niet hadden gezaaid, van hen was. Ze vermoorden de boeren, verkrachten hun vrouwen en namen alles mee dat van hun gading was. Vergelijkbaar waren de plunderingen die het volk Israël in de dagen van Gideon moest ondergaan. Hoe ze ook hun best deden om te lijken op de hen omringende volken, het lukte hen niet. Gideon sloeg een andere weg in, de weg van de rechter die de armen recht doet en die de rovers en opvreters tegenhoudt. Het volk dat eerst om zijn uitlevering had gevraagd is nu het eerste dat zich om hem schaart. Maar angsthazen en bangerikken kan deze Gideon niet gebruiken, vandaar de selectie.

Wie op de derde dinsdag in september wel eens de hele stoet vrome en keurige politici voorbij heeft horen komen en ze horen uitleggen dat het volgend jaar met de rijken beter gaat en met de armen niet slechter zinkt de moed in de schoenen als je er aan denkt hoe je van dit land werkelijk een rechtvaardige samenleving kan maken.  Gelukkig hebben we hier het verhaal van Gideon die ook een vijand moest bestrijden. Een vijand die als een sprinkhanenzwerm het volk kwam beroven. Hij mocht er op vertrouwen dat slechts een handvol toegewijde mensen genoeg was om de bedreiging af te wenden. En het is nog steeds zo, een handjevol toegewijde mensen kan de ergste bedreigingen voor onze samenleving afwenden. Mensen die zorgen dat jongeren niet in koude buurten hoeven rond te hangen, politici die zorgen dat de uitkeringen op peil zijn en de scholen in aantrekkelijke gebouwen zijn gehuisvest.

En als maar een handvol mensen blijven vragen wat de partijen van plan zijn met de armsten in de stad, met de zieken en gehandicapten, met de ouderen, dan veranderd het vanzelf. Als door een gerstebrood rollend van de berg zullen de rijken die huilen bij de geringste maatregel om te delen weggevaagd worden. En wees er van overtuigd, dat handjevol mensen dat elke week een paar uur besteed om in de Fair Trade winkel of de Wereldwinkel te staan heeft het al zo ver gebracht dat veel supermarkten ook de Fair Trade en Max Havelaar producten zijn gaan verkopen. Als dat handjevol mensen het volhoudt zal de roep om de afbraak van de onrechtvaardige tolmuren toenemen en zal die roep de beslissende politici bereiken, tot ze er niet meer omheen kunnen en gedwongen worden recht en gerechtigheid te doen.

Omdat hij zijn altaar heeft gesloopt.

zaterdag, 26 november, 2011

Rechters 6:19-32

Rebel en demonstrant, dat was hij die Gideon. Niet meedoen met de mode van de tijd maar je eigen gang gaan, je niks aantrekken van je omgeving. Zeggen dat je een engel van de Heer hebt gezien is gemakkelijk. Een bokje roosteren en een brood bakken deden slaven vroeger in Egypte, vlak voor ze bevrijd werden door Mozes. Maar om nu te zeggen dat er vuur uit een steen kwam en het verteerde, dat gaat toch te ver. En om dan een heilige paal uit een andere godsdienst gebruiken om een vuurtje onder je eigen altaar aan te steken, dat deugt toch ook niet. En misbruik maken van je eigen personeel, tien knechten nog wel, dat gaat helemaal alle perken te buiten. Mooie mooi weer rebel was dat overigens, alleen in de duistere nacht op pad durven gaan.

Die buren vonden even goed wel uit wie de dader van die snode streken was geweest. En terecht spraken ze zijn vader aan en vroegen ze om zijn uitlevering. Maar het was een fraaie familie die van Gideon. Zijn vader bedreigde iedereen die het opnam voor de gangbare God Baäl met de dood, en spotte met die God door te stellen dat die God zelf maar de slopers van zijn altaar moest straffen. Zo krijg je een God nooit zover dat die vruchtbaarheid in je akker brengt en je een overvloedige oogst zal brengen. Je kunt wel een altaar van dankbaarheid bouwen op het hoogste punt, zodat iedereen weet dat je dankbaar bent voor wat je hebt gekregen maar dat voor de oogst doen lijkt toch raar, je moet eerst die God tevreden stellen.

Die Gideon doet in onze dagen denken daan de demonstranten van de occupybeweging. Die dromers die willen dat niet meer de handelaren in aandelen en obligaties bepalen hoe onze welvaart verdeeld wordt maar dat die macht weer aan onze parlementen gegeven wordt. Niet de markten van winst en profijt moeten bepalen wie er rijk wordt en wie er arm blijft maar de wetten van eerlijk delen moeten weer tot gelding worden gebracht. En de wet van echt eerlijk delen en zorgen voor de armsten hebben we geleerd van de God van Israël. Door het bouwen van een altaar voor die God op een heuvel zet ook Gideon die wet van Heb uw naaste lief als uzelf weer in het midden van zijn samenleving. De tentjes van de occupybeweging roepen ons op die wet ook weer in het midden van onze samenleving te zetten. Daar kunnen we elke dag opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.

 

In bergspleten en grotten

vrijdag, 25 november, 2011

Rechters 6:1-18
 
Als je wordt onderdrukt wordt je ook vindingrijk. Het volk Israel werd onderdrukt door de Midjanieten. Jaar op jaar kwamen die het land plunderen tot er niets meer over bleef, nog geen schaap of ezel. En dat in het land overvloeiende van melk en honing. Maar, zo zegt het verhaal, het volk was de uittocht uit de slavernij en de tocht door de woestijn vergeten. De Wet van eerlijk delen en van de ander houden als van jezelf was vergeten. En als je niet wilt delen komen ze het wel halen. Begin jaren 70 van de vorige eeuw werd in Chili de wereldhandelsconferentie gehouden, de UNCTAD. Toen werd al voorspeld dat het aantal economische vluchtelingen zou toenemen als we de armoede, in wat toen genoemd werd de derde wereld, niet zouden bestrijden. Ook de conflicten zouden toenemen en we zouden horen van honger en massasterfte. Van aids wist nog niemand, maar de voorspellingen zijn allemaal uitgekomen.

Jan Pronk werd in 1973 minister van ontwikkelings-samenwerking en hij zorgde er voor dat Nederland het eerste land, en tot nu toe het enige land, werd dat zich hield aan de afspraak om een vast percentage van de rijkdom af te staan aan de armen. Diezelfde Jan Pronk heeft een boek gepubliceerd onder de titel “Willens en Wetens”. Als je wilt weten waar die profeet, over wie het in dit stuk uit Rechters gaat, het nou eigenlijk over heeft moet je dat boek eens lezen. Eén van de zaken, die de armoede goed illustreert, is het gegeven dat 2 miljard mensen geen toilet hebben en dus niet weten waar ze hun behoefte moeten doen. Volgens die profeet uit Rechters, moeten we zelf zorgen voor de bevrijding van armoede. Het is nog steeds niet een ieder voor zich en God voor ons allen. Onophoudelijk dienen we bezig te zijn met de armen in de wereld. Hongeren en dorsten naar gerechtigheid heet dat in de Bijbel.

Met die bevrijding kunt U vandaag nog beginnen in de Wereldwinkel of de Fair Trade shop. Uiteindelijk zijn er armen die de goederen produceren, zijn het armen die de grondstoffen bewerken tot voorwerpen of voedsel voor ons rijken. Het zijn diezelfde armen die recht hebben op een volwaardig loon. Maar het zijn tolmuren rond onze rijke landen die de invoer van die goederen en dat voedsel zo duur maken dat we meestal de voorkeur geven aan producten die onze rijken nog rijker maken en de armen dus nog armer. Wij kunnen die wereld omkeren. Zo vindingrijk kunnen we worden als we ons onderdrukt gaan voelen door die onrechtvaardige handelsverhoudingen. En net als met Gideon gaat God mee met hen die de kant van de lijdenden, de armen kiezen, ook vandaag mogen we daar op vertrouwen.

 

Vervloekt zijn inwoners

donderdag, 24 november, 2011

Rechters 5:23-31
 
Het overwinningslied van Deborah en Barak is onverwacht hard voor de mensen die het volk Israel niet te hulp kwamen toen ze bedreigd werden door Sisera en zijn leger. Het is of je de armen van New Orléans hoort uitvaren tegen de regering van president Bush na de orkaan Katherina enige jaren geleden. Te laat en te weinig is de hulp die geboden werd. En waarom was die hulp eigenlijk nodig? Voordat de storm het vaste land van de Verenigde Staten bereikte was besloten dat New Orléans verplicht geëvacueerd moest worden. En dat is ook gebeurd. Iedereen vertrok, lange rijen auto’s trokken naar het Noorden. Tweehonderdduizend mensen bereikten Houston in Texas en vonden daar onderdak. Waar kwamen al die mensen dan toch vandaan die vijf, zes dagen na de storm nog staan te zwaaien op de daken? Die met duizenden bijeen schuilden in het stadion en in het congrescentrum?

Het waren de armen, de zwakken, de zieken en de ouderen. Zij waren compleet vergeten. Mensen die geen auto hadden, die geen geld hadden voor een vliegtuigticket, die te oud waren om dat zelf nog te regelen, of die daarvoor te ziek waren. Bij een evacuatie verwacht je dat leger of politie huis na huis nagaan wie er vertrokken is en wie er achtergebleven is. Als er mensen achterbleven zijn moeten ze soms overtuigd worden van de noodzaak om te vertrekken, maar veel vaker moeten ze daarbij geholpen worden. Op kleine schaal komt dit ook in Nederland met enige regelmaat voor. Sporthallen of buurtcentra worden dan ingericht voor de opvang, soms blijven die leegstaan, omdat iedereen in een buurt zelf voor onderdak zorgt, maar dat ze er zijn is omdat niemand vergeten behoort te worden. Iedereen hier hoort bij onze samenleving.

In Amerika kennelijk niet. Daar is Samen Leven hetzelfde als “ieder voor zich”, in het boek Rechters staat dan de zin “en ieder deed wat goed was in zijn ogen”.Zelfs als de ramp zichtbaar is wordt eerst een particulier ziekenhuis ontruimd en pas de volgende dag het charitatief ziekenhuis. De mensen met geld en macht gaan voor. De President van Amerika kon dan wel vroom hebben gedaan over het gebod van Jezus van Nazareth, maar de predikers, priesters en evangelisten moeten toch wat vaker uitleggen dat alles wat hij doet gemeten moeten worden naar het effect dat het op de armen heeft. Anders kan het vervloekt toch ook klinken tegen de inwoners van het Witte Huis. Wij kennen de uitdrukking van “ieder voor zich” ook en voegen daar vaak aan toe “God voor ons allen”, maar telkens weer moeten we leren uit het verhaal van Israel, en hier uit het boek Rechters, dat God onze handen en voeten nodig heeft om voor Gods kinderen te zorgen. Als onze handen en voeten het laten afweten loopt het slecht af met Gods kinderen. Vervloekt zijn allen die het laten afweten, ook nu nog.

Vuur ons aan

woensdag, 23 november, 2011

Rechters 5:9-22

Het lied  van Debora  gaat over de Wet die in de woestijn aan het volk gegeven werd. Iedere keer als het volk er vanaf week kregen de vijanden voet aan de grond, maar iedere keer als de Wet werd gevolgd, van “heb je naaste lief als jezelf” nietwaar, werd het volk onverslaanbaar. De laatste generaal die het probeerde was Sisera met zijn strijdwagens. Die strijdwagens liepen vast in de regen en de modder net als ooit de strijdwagens van de Farao, toen het volk door de Rode Zee trok. Ook toen klonk aan het eind van de strijd een vrouwenlied ter overwinning, het lied van Mirjam de zuster van Mozes. Met het lied van Deborah wordt ook dit verhaal een verhaal van bevrijding. Bevrijding van onderdrukking en slavernij en zonder de persoon van Deborah had dat niet gekund zegt het lied.

Ook nu nog klinken er liederen van bevrijding. Huub Oosterhuis heeft er honderden geschreven, maar ook vrouwen mengen zich in het koor. Jammer alleen is dat zij wat weggedrukt worden. In de aanvulling op het liedboek van de kerken “Tussentijds” vinden we nog wel een paar teksten terug maar nauwelijks een van de vele prachtige melodieën die in de reeks Eva’s lied zijn verschenen en die een werkelijke meerwaarde toevoegden aan het gebruikelijke muzikale idioom van de kerken. Maar al zingende leren we in elk geval goed naar vrouwen te luisteren en hen niet zoals in veel kerken de mond te snoeren. Te hopen is dat in het Nieuwe Liedboek voor de Kerken, waarvoor inmiddels opdracht is gegeven, meer liederen van vrouwen mee gaan klinken. Er zijn in de Protestantse Kerk Nederland al gemeenten die in elke viering op zondag tenminste één lied van vrouwen laten zingen. Als dat veel gebeurd kan de Interkerkelijke Stichting voor het Lied, dat de nieuwe bundel gaat samenstellen, niet meer om de vrouwen heen.

Barak en Deborah leerden ons dat vrouwen ons ook in de strijd kunnen voorgaan  en zonder Deborah was het waarachtig niet gegaan. Van alle liederen en verhalen die in de vroegste tijden zijn ontstaan hield haar lied het, als getuigenis van geloof, het langste vol. Soms vraagt een volk leiderschap. In het couplet van het lied van Deborah hierboven wordt het leiderschap gevraagd van Deborah, de rechter. Haar kenden ze want zij sprak recht als mensen haar rechtsgeschillen voorlegde. Eerlijkheid en onafhankelijkheid waren kennelijk de eigenschappen die men zocht in een leider. En onafahankelijkheid betekent een garantie voor de armen, ook zij zullen tot hun recht komen. Net als de vreemdelingen, ook al lijken die het tegendeel te doen. Dat leren we uit het verhaal van Jaël, die gaf de tegenstander geen water maar melk, die zette haar vrouwelijke eigenschappen in, maar bleek uiteindelijk de meest betrouwbare bondgenoot. Zulke bondgenoten kun je krijgen als je bereid bent je land met vreemdelingen te delen. Daar kunnen wij ook nog wel wat van leren, en vandaag nog in de praktijk brengen.

 

Dwars door zijn hoofd

dinsdag, 22 november, 2011

Rechters 4:17-5:8
 
Tienduizenden Nederlanders hebben het wel eens in een zomer gedaan. Tentharingen de grond ingeslagen, op campings, overal in Europa. En dan wordt het 1 september en is de “grote vakantie” weer voorbij. Rond die datum gaan de laatste kinderen weer naar school en neemt het gewone leven weer de overhand. Maar hier lezen we in de Bijbel nog een keer over tentharingen. Over de tentharing van Jaël. Dat was nog familie van de vrouw van Mozes. Die was immers getrouwd met de dochter van de priester van Midian, toen hij uit Egypte was gevlucht, nadat hij een Egyptenaar had doodgeslagen. De schoonfamilie van Mozes, dat waren dus eigenlijk vreemdelingen, Maar ze hadden zich gevoegd bij het volk Israel toen dat het beloofde land was binnengetrokken en hadden een verbond met Jabin gesloten, de koning waar Barak en Deborah tegen ten strijde waren getrokken. Aan welke kant zou de familie staan?

Aan welke kant staan de vreemdelingen die met je meegegaan zijn? Aan de goede kant dus want de zorg van een vrouw zegt niet alles. Die Jaël mag water schenken en op de uitkijk staan, maar aan haar wordt niet gevraagd welke kant ze kiest. Mannen vergeten vrouwen naar waarde te schatten, je naaste liefhebben als jezelf betekent voor mannen dat vrouwen als gelijkwaardig dienen te worden behandeld. Jaël laat dat zien want vroeger zouden ze zeggen dat ze haar mannetje staat, tegenwoordig hebben we de Bijbel toch wat nauwkeurige leren lezen en weten we dat ze gewoon aan de goede kant is gaan staan. Want die “tentpin” is in de oorspronkelijke tekst vrouwelijk en betekent iets als “doorboorde” het wordt ook wel voor “vrouw” zelf gebruikt. Die Jaël gooit haar vrouwelijke wapens in de strijd en niet tevergeefs. Jaël wordt daarmee het scharnierpunt in de strijd tegen koning Jabin en uiteindelijk weet Israel deze koning te verslaan.

En Israel heeft nog steeds geen koning en geen regering. Barak is er met een leger op uit, gestuurd door Deborah, die rechter was en gewoon spreekuur hield waar de mensen haar rechtsgeschillen kwamen voorleggen. Geen glazen plafond dat de beide vrouwen weerhield van het spelen van een hoofdrol in de geschiedenis. Vrouwen hebben tegenwoordig nog wel eens het gevoel tegen een glazen plafond aan te lopen. Dat is dus niet nodig, een tentharing en een hamer zijn voldoende om dat glazen plafond te doorbreken. En dat wantrouwen in vreemdelingen? Als ze met je meetrekken, als ze zich als medeburger gedragen dan is dat wantrouwen beschamend. Nog steeds wordt het opsluiten van Amerikaanse burgers van Japanse afkomst na de aanval op Pearl Harbour als een schandaal beschouwd. We moeten ons dus hoeden voor het oordelen en veroordelen alleen op grond van afkomst, een goede bondgenote zou gemakkelijk verspeeld kunnen worden.

De strijd van Debora en Barak en het optreden van Jaël lopen uit op een lied. Er zijn geleerden die zeggen dat het lied van Deborah en Barak het oudste stuk uit de Bijbel is. Al het andere is later opgeschreven, maar dit lied was zo populair dat het de eeuwen heeft doorstaan. In de Islam gelooft men dat de Koran in één maand ontstaan is, gedicteerd aan de profeet Mohamed. De Bijbel niet, die is in een eeuwenlang proces ontstaan. Bijbel betekent dan ook bibliotheek en zoals een verzamelaar gedurende lange tijd zijn meest kostbare boeken bijeen zoekt, zo hebben ook de gelovigen van Israel en later van de kerk hun boeken bijeengezocht en daar een aantal eeuwen over gedaan. Dat alles begon met dit lied van Deborah. Dat lied mogen we vandaag de dag nog meezingen, want bevrijding blijft altijd nodig.

Ik zal met U meegaan

maandag, 21 november, 2011

Rechters 4:1-16
 
Na de dood van Ehud was Deborah de volgende rechter zegt hoofdstuk vier van het boek Rechters. Echte Bijbelkenners weten dat we nu een Rechter vergeten. Samgar, die sloeg zeshonderd Filistijnen dood met een osseprik. Een boer die aan het ploegen was en de ossen aanspoorde met een puntige stok. Met diezelfde puntige stok bevrijdde hij het volk van een machtige roversbende. Een verhaal dat maar één vers in de Bijbel kreeg, Rechters 3:31, want de Bijbel houdt nu eenmaal niet van mannetjesputters. Wel van vrouwen in dit soort verhalen. Lang is er beweerd dat de Bijbelse orde zou zijn dat mannen werken en regeren en de macht hebben en dat vrouwen thuis zitten en voor man en kinderen zorgen. Niets is minder waar. Die orde is uitermate on-Bijbels. Bijbels is Deborah de zingende vrouw die Rechter was toen Jabin met zijn 900 strijdwagens het volk onderdrukte.

Barak mocht met een leger uit de stammen van Naftali en Zebulon er tegen ten strijde trekken, maar Barak kenden de Bijbelse orde en keek wel uit, zonder Deborah ging hij niet op pad. Zij wees de richting aan en hij en zijn mannen hadden maar te volgen. En jawel het hele leger van krijgsoverste Sisera werd verslagen. Waarom tot op vandaag de dag mannen doen alsof vrouwen niet als zij aan de samenleving zouden kunnen deelnemen is een raadsel. Er zijn kerken, protestantse en natuurlijk ook de Rooms Katholieke zogenaamde kerk, die vrouwen zeker niet als moderne rechters, of richters, dominees of pastoors zouden toelaten. Bij hen geen Paus, Bisschop, ouderling of Predikant die tegen een door God gezonden Deborah zouden zeggen, we gaan niet zonder U. Het is tegen de natuurlijke orde zou een kardinaal zeggen. Natuurlijk is dat tegen de natuurlijke orde, het is volgens Gods orde, die is uiteindelijk niet van deze wereld maar van een andere wereld, een heel andere orde dus.

Die bevrijdende orde, die mensen bevrijd van onderdrukking moet nog steeds bevochten worden. Zeker zolang vrouwen worden buitengesloten, onderdrukt, thuis opgesloten, met eerwraak bedreigd en niet mee mogen doen aan de samenleving en de democratie. Denk niet dat alleen binnen de Islam minderheden vrouwen onderdrukken en als voorwerp beschouwen. Dat komt binnen de Rooms Katholieke en Gereformeerde traditie net zo goed voor. Ook in de economie staan vrouwen nog te veel en te vaak op het tweede plan, kunnen ze de echte top niet bereiken. De twee stammen van Zebulon en Naftali waren niet genoeg voor een blijvende bevrijding. Maar er zijn door de hele geschiedenis, tot op de dag van vandaag, meer vrouwen als Deborah, Goddank.

Het land had 80 jaar rust

zondag, 20 november, 2011

Rechters 3:12-31
 
Bij Othniël duurde de rust in het land nog 40 jaar, maar bij de volgende Rechter die wordt genoemd, Ehud, was het succes al twee maal zo lang en duurde de vrede in het land al twee generaties. Nu zou je denken dat die Ehud toch wel een geweldenaar zou moeten zijn. Een legeraanvoerder met strategisch inzicht. Een sterke atleet die zijn manschappen in de strijd zou kunnen voorgaan. Niets is minder waar. Dat soort mannetjesputters is niet het soort waar Bijbelverhalen op vertrouwen. Ehud was een gehandicapte. Het blijft jammer dat vertalers geen namen vertalen, zoals vroeger in Indianenboeken wel gebeurde, daar lees je dan over Wilde Stier en zo. Ehud is iemand die gehandicapt is aan zijn rechterhand, de zoon van Handige Rechterarm. De zoon van en zelf dus het tegendeel. Hij leert echter zijn linkerarm gebruiken en dat werkt. Als je kijkt of iemand een zwaard bij zich heeft dan kijk je links, daar hangt een zwaard voor Handige Rechterarm, maar voor Kreupele Rechterhand, diens zoon, hangt het zwaard rechts en dat blijft onopgemerkt.

Zo wordt de wrede vadsig dikke koning doodgestoken, en zo staat er in de oorspronkelijke tekst, hij kon in de stront zakken. Zoiets vertalen onze keurige Bijbelvertalers niet. Jammer want een verhaal als dit maakt dat gehandicapten bemoedigd worden om in opstand te komen tegen hun onderdrukkers. In onze democratie misschien niet direct met geweld maar wat regeringen en instanties soms met ze uithalen is niet mis.Iedereen kent het drama van het persoonsgebonden budget. Gehandicapten hebben net geleerd hun leven zelf in te richten, hun zwaard daar te hangen waar ze het zelf kunntn gebruiken of het budget dat ze daarvoor nodig hebben komt weer in handen van een kantoor, een bureau een loket waar je maar bij moet kunnen.

Van het boek Rechters leren we dat het een linkspoot was die het volk bevrijdde. Hij ging het volk voor, maar was daarbij ook een voorbeeld. Je kunt opstaan tegen onrechtvaardige maatregelen. Je hebt misschien wel de plicht om je stem te verheffen tegen het onrecht dat de zwaksten onder ons wordt aangedaan. In de Bijbel worden stotteraars en lispelaars er op uitgestuurd om recht en gerechtigheid te verkondigen, worden kreupelen op pad gestuurd om de vijanden van het volk te bestrijden. Waarom zouden wij dan nog langer moeten zwijgen. Misschien dat de goede sprekers onder ons wel stem moeten geven aan de mensen die hun stem hebben verloren. Jezus van Nazareth liet de lammen lopen en de blinden zien, wij kunnen dat ook, door voor ze in de bres te springen, desnoods vandaag nog.