Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor september, 2011

Met groot misbaar

vrijdag, 30 september, 2011

Rechters 21:1-14
 
In dit laatste hoofdstuk weer een onverwacht en bijzonder verhaal. Ook dit verhaal is dit jaar door de samenstellers van het dagelijks leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap in twee stukken geknipt. Morgen doen we het tweede stuk. Niet voor niks behandelen we dit verhaal apart. Want het is nogal wat, het grootste deel van een broedervolk uitroeien. Ook al zijn het je vijanden, het blijven per slot ook je broeders. De Bijbel legt daar voortdurend de nadruk op. In veel boeken van de profeten komen scheldkanonades voor op de buurvolken van Israël, het zijn broedervolken die zich niet als broeders opstellen maar het volk Israël als willekeurige vijanden behandelen. Ook vandaag de dag mogen we de staat Israël wel oproepen de Palestijnen meer als broeders te behandelen dan als vijanden, misschien dat de Palestijnen dan inzien dat in Israël broeders en zusters wonen met wie ze in vrede moeten samenleven.

In het gedeelte dat we vandaag lezen is het eerste dat opvalt dat er na de overwinning op de stam Benjamin geen feest gevierd wordt maar wordt geweend. Ook voordat er ten strijde werd getrokken was het geween niet van de lucht geweest, maar het was duidelijk dat een verkrachting tot de dood er op volgt nooit en onder geen voorwaarde getolereerd kon worden in het beloofde land dat de God van Israël hen geschonken had. Maar hoe nu de stam Benjamin toch voort te laten bestaan. Allereerst door duidelijk te maken dat niemand ooit onverschillig mag blijven onder een verkrachting. Ook nu komt het voor dat het hulpgeroep van een jonge vrouw gemakkelijk genegeerd wordt door voorbijgangers. Ook nu lees je vol verbazing dat steden het goed vinden dat negentig procent van de raamprostituees daar gedwongen zitten en dus eigenlijk door elke klant verkracht worden. Geen mens mag daar onverschillig onder blijven. Dat hebben we moeten leren van het lot van de mensen van Jabes. Die verloren hun leven aan hun onverschilligheid. Alleen hun ongehuwde dochters mochten aan Benjamin een nieuwe kans geven.

Veel mensen vinden de verhalen uit het boek Rechters maar bloedige en wrede verhalen, maar het zijn verhalen uit een anarchistische samenleving waarin mensen moeten leren de Weg van de God van Israël te volgen. In onze dagen mag over die Weg in het publieke domein niet meer worden gesproken. Dan klinkt het moralistisch. En het boek Rechters maakt ons duidelijk dat het niet zozeer gaat om het gedrag van individuen maar om hoe het toegaat in de samenleving. Niet de verkrachters uit de stam Benjamin worden tot de orde geroepen, maar de hele stam Benjamin die hen in bescherming nam en hun berechting verhinderde. Niet de voor en tegenstanders in Jabes worden onderscheiden, maar de hele stad die onverschillig bleef want ook de voorstanders van ingrijpen waren weggebleven. Daarom zal ook onze stem vandaag de dag moeten klinken in een samenleving die slavernij, onderdrukking en geweld tolereerd en er onverschillig voor blijft. Onze zusters lijden er daar onder en hun hulpgeroep moet gehoord worden. Elk van ons kan daarvoor elke dag opnieuw aan het werk gaan. Ook vandaag weer.

Moedige krijgslieden

donderdag, 29 september, 2011

Rechters 20:36-48
 
Hoe moedig je ook bent, als je de verkeerde kant kiest in een oorlog verlies je uiteindelijk. Eigen volk, afkomst, eer, het maakte allemaal niet uit voor de mensen uit de stam Benjamin. Een paar keer wordt gezegd in dit verhaal dat het moedige krijgslieden waren maar ze werden toch in de pan gehakt. Steeds maar blijven strijden voor een verloren zaak maakte het uiteindelijk alleen maar erger. Er wordt wel eens gezegd dat de Bijbel zo bloedig is met van die gewelddadige oorlogen. De Britten hebben in de laatste Golfoorlog alleen al in Basra meer slachtoffers gemaakt dan de Israëlieten in de oorlog tegen hun eigen broeders van Benjamin. We roepen die ellende steeds weer zelf over ons af. Nu weer in Irak, Pakistan en Afghanistan.

We zagen dat in de tijd van de aardbeving in Pakistan een paar jaar geleden. Er waren Nederlandse militaire transporthelikopters in Afghanistan. Uurtje vliegen van het rampgebied in Pakistan. Helikopters die bij uitstek geschikt waren om daar voedsel te brengen en personen te vervoeren. Maar nee ze waren nodig voor een oorlog, ook al was een groot deel van het rampgebied alleen met helicopters te bereiken. De Nederlandse Regering en de Navo vonden het belangrijker om mensen te doden dan om levens te redden. Alsof die mensen in Pakistan niet ooit doorkrijgen wie er in het diepste van de ellende de andere kant op keken en zich niet tot het uiterste inspanden om te hulp te komen. Het hoefde daar ook geen jaren te gaan duren. Die hulp was maar voor hooguit een paar weken, dan zou daar de winter uitbreken. Dat gaat in sommige streken letterlijk van een ene op de andere dag. De hulpverleners die er bezig waren hadden streken benoemd die binnen 2, 3, 5 en 10 weken gered moeten worden. Het enige wat wij nog konden doen was geven op giro 800800.

Mensen die betrokken waren bij Pakistan organiseerden op een woensdagavond een hockeywedstrijd tussen Oranje en de Rest van de Wereld, zo moesten mensen gaan meeleven en geven aan de TV actie die er natuurlijk ook was. Maar druk uitoefenen op een regering om in weerwil van de wensen van de Navo onze zeer bruikbare militaire helikopters uit Afghanistan tijdelijk in te zetten voor slachtoffers in Pakistan was er niet bij. Die lui van de stam Benjamin overleefden door vier maanden op een kale rots in de woestijn te gaan zitten, maar daar brak niet de winter uit dus dat ging nog. Laten wij eens leren onze rijkdom delen met mensen die helemaal niets meer hebben en daar ook geen schuld aan hebben. Oog hebben voor slachtoffers meer dan oog hebben voor vijanden, het is moeilijk maar het moet toch te leren zijn.  Ook vandaag nog.

 

Moeten we het opgeven?

woensdag, 28 september, 2011

Rechters 20:12-35
 
De verkrachting waar we het de afgelopen dagen over hebben gehad loopt in het verhaal van Rechters uit op een forse burgeroorlog. Drie keer is scheepsrecht lijkt het wel maar het verhaal is niet alleen spannend, het Bijbelverhaal heeft altijd ook een boodschap, misschien zelfs wel een paar meer, in elk geval een boodschap waar we ook vandaag de dag ons voordeel mee kunnen doen. In de eerste plaats krijgt de stam Benjamin nog een tweede kans. Ze waren uitgenodigd bij de volksvergadering en daar weggebleven, maar nogmaals wordt hen gevraagd de misdadigers uit te leveren. Ook dat weigeren ze en nu worden ze niet gelijk gesteld aan de verkrachters uit Gibea maar ze worden geëerd als dappere strijders. Dat klinkt misschien vreemd, maar kennelijk is het achter je eigen mensen blijven staan een goede eigenschap.

Als er vervolgens niet meer aan de strijd te ontkomen valt wordt eerst gevraagd wie er moet beginnen. Dat is de stam van Juda. In het oude verhaal over de zonen van Jacob, naar wie de stammen zijn genoemd was Juda de beschermer van Benjamin. En eigenlijk is dat hier ook zo. Altijd aardig doen tegen een ander maakt de wereld er niet altijd beter op. Een flinke tik op de vingers is soms nodig, dat kan helpen. In dit geval hielp het niet. Noch de uitnodiging, noch de tweede kans, noch het feit dat het Juda was die ten strijde trok bracht Benjamin tot bezinning. Dan maar met het hele volk ten strijde, de woede was immers gerechtvaardigd. Maar zo eenvoudig is het niet. Strijd kan nodig zijn maar je moet niet alle andere regels vergeten. . Je hoeft geen goed woord over te hebben voor terroristen om vraagtekens te zetten bij de situatie op Guantanamo Bay en de vernederingen die tegenstanders van de Verenigde Staten steeds weer moeten ondergaan en mensenrechtenorganisaties hadden kritiek op beide partijen in Libië.

Het volk Israel keerde uiteindelijk terug naar de Heilige Tent en naar de ark die daar in stond. Dat was een kist met de Wet, de Wet van liefde voor de naaste, van eerlijk delen. Met die wet heb je heel wat meer kans op een duurzame overwinning. Zo’n verhaal als over het volk van Israel dat tegen de stam van Benjamin optrekt laat zich ook lezen als een spannend oorlogsverhaal. Vooral de list die gebruikt wordt om de vijand te verslaan is om te smullen. Lok de vijand zover mogelijk weg zodat die in de val loopt. en het lukt. Maar Bijbelverhalen zijn geen spannende verhalen op zich.

Natuurlijk, humor, spanning, romantiek, liefde en haat alles zit in die Bijbelverhalen. Maar Bijbelverhalen hebben ook een boodschap. Want stel nou dat die lui van de stam Benjamin helemaal niet zo gretig aan het oorlogvoeren waren gegaan. Dan waren ze ook niet in de val getrapt. Dus eigenlijk kun je zeggen dat die lui van Benjamin ten onder zijn gegaan aan hun eigen oorlogszucht. Zo zit de hele Bijbel in elkaar en zo lezen we het hier ook, en wie dreigt vandaag de dag niet onder te gaan aan eigen oorlogszucht. We horen de dictators blijven schreeuwen over hun overwinning tot ze belachelijk zijn geworden en duidelijk wordt dat hun woorden eigenlijk nooit al de macht bezaten die we ze hadden toegedicht. Ook dat is een les die we moeten leren en die de Bijbel hier ons voorhoud. Laten we er ons voordeel mee doen ten behoeve van de vrede. Die is elke dag nodig, ook vandaag weer.

Een volksvergadering

dinsdag, 27 september, 2011

Rechters 20:1-11
 
Men zegt wel eens dat IJsland de oudste democratie van de wereld kent. Daar kwamen de mensen bijeen in een speciale vallei en daar beslisten ze samen over de belangrijkste zaken voor het volk. De Bijbel kent nog oudere voorbeelden. Deze uit het boek Rechters is wel een heel bijzondere. In Gibea was de bijvrouw van een Leviet, een hulppriester zeg maar, verkracht en heel het volk kwam bijeen om te beraadslagen wat er mee te doen. De Leviet vertelde wat er gebeurd was en ook de verdachten kregen de kans wat te zeggen, maar die kwamen niet. Het was een proces met hoor en wederhoor waar iedereen aan meedeed. Een democratisch proces dus, dat maakt dit verhaal wel heel erg bijzonder.

Maar de afwijking van de Wet van de woestijn, de Wet die het volk zo bijzonder maakte, was zo groot dat harde maatregelen moesten worden genomen. Als één man stond het volk op en beloofde Gibea niet ongemoeid te laten. Het verhaal vertelt dat er vierhonderdduizend krijgers waren. Maar eerst werden door loting de mensen aangewezen die voor het eten moesten zorgen, want samen eten en het eten samen delen was ook een kenmerk van het volk. Die krijgers hadden hun aanvoerders, maar het volk had geen koning, geen regering en van een Rechter is in dit verhaal eigenlijk ook geen sprake. Of het zou moeten zijn dat al die mensen die daar bijeen waren zelf Rechter waren. Uiteindelijk hadden ze een aanklacht gehoord, de verdediging aan het woord gelaten en een vonnis geveld. Vierhonderdduizend mensen is overigens bijna net zoveel als er op het Museumplein bijeen waren om indertijd de afbraakpolitiek van het kabinet Balkenende tegen te houden. Er is daarna door de vakbeweging wel wat gerepareerd, er is ook een nieuw kabinet gekomen, maar de armoede neemt nog steeds toe in ons land.

Steeds meer gewone mensen moeten zich in de schulden steken. Nu laten we dat aan de getroffen groepen zelf over. De gehandicapten en chronisch zieken die straks thuis moeten blijven zitten omdat de gevestigde instellingen de huishoudelijke hulp alleen kunnen leveren als ze er zelf bij zijn. Als de PGB is afgeschaft houdt dus elke andere activiteit voor hen op. De gehandicapten die werken in de sociale werkvoorziening, ze moeten maar een baan zien te zoeken op een arbeidsmarkt waar ze ongeschikt voor waren verklaard en die juist steeds meer alleen ruimte heeft voor de meest succesvollen. Het volk Israel leert ons in dit verhaal dat we samen in beweging moeten komen tegen dat wat onrecht is ook in onze samenleving.

We laten het protest over de afbraak van openbaar vervoer aan de buschauffeurs en tramconducteurs over, de afbraak van de rechtshulp aan de advocaten. Maar over afbraak van de villasubsidie aan de allerrijksten mag niet gesproken worden. Het wordt misschien tijd om samen weer eens zo’n maaltijd te houden zoals het volk Israël deed na de vreselijke verkrachting door de Benjaminiten. We kunnen vandaag nog beginnen met de organisatie er van.

 

Dit kunnen we niet toestaan

maandag, 26 september, 2011

Rechters 19:16-30
 
Gastvrijheid is een goede eigenschap. Dat hoor je overal. Gastvrijheid betekent dat er voor de gasten gezorgd wordt en niet dat er van de gasten geprofiteerd wordt. In het beroemde lied over de liefde uit de brief van Paulus aan de Korintiërs in het Nieuwe Testament staat dat de liefde zichzelf niet zoekt. Dat geldt bij uitstek voor de gastvrijheid. In het verhaal dat hierboven staat is het tegendeel aan de orde. In het eerste deel dat we gisteren gelezen hebben kon de gastvrijheid niet op, in het verhaal van vandaag gaat het alleen om de eigenliefde. Allereerst is het een vreemdeling die de gastvrijheid moet betrachten. Het volk van Israel dat in Gibea woont, geeft niet thuis. Zelfs niet voor een priester van de Heilige Tent. Misschien zelfs juist niet voor een priester die betrokken is bij het bewaken van de Wet van eerlijk delen, van heb je naaste lief als jezelf. Gastvrijheid ho maar, zelfs niet als het niets hoeft te kosten, voedsel voor mens en dier hadden ze immers zelf bij zich.

Integendeel als er dan gastvrijheid is verleend wil het hele dorp er van meeprofiteren. En wel op de manier die ooit ook in Sodom en Gomorra gebeurde toen Lot daar zijn toevlucht had gezocht. In plaats van de gastvrijheid die de Wet van de woestijn, het “heb uw naaste lief als uzelf”, voorschreef moeten er vruchtbaarheidsoffers gebracht worden. Vreemdelingen in je midden opnemen zou je anders wel eens armer kunnen maken, verlies kun je er door lijden. De hele nacht dat de gast onderdak krijgt wordt er geofferd en dat kost uiteindelijk de vrouw uit het verhaal het leven. Het uiterste tegendeel van vruchtbaarheid krijgt men er voor terug. Sodom en Gomorra werden omgekeerd en de naamloze Leviet uit het verhaal zorgt er voor dat het hele volk te hoop loopt tegen deze schande, van de stam van Benjamin.

Wij doen dat netter. Vreemdelingen die een echte bijdrage aan onze welvaart kunnen geven door kennis, opleiding of talent die mogen hier verblijven, alleen voor de duur van het leveren van die bijdrage dus. Als we ze heel hard nodig hebben dan mogen hun partner en hun kinderen soms ook komen. Maar als we ze niet nodig hebben dan schoppen we ze de straat op, ten prooi aan uitbuiting en verkrachting. Prostituees uit Oost-Europa werken hier bijna allemaal onder dwang. In een baan hier in Nederland mogen ze niet werken, maar als ze zich inschrijven bij de kamer van koophandel kunnen ze te werk gesteld worden in de rosse buurten. Wetten zijn er nauwelijks tegen. Verkrachting en mishandeling is hun deel, net als de vrouw uit het verhaal dat we vandaag uit de Bijbel lezen. Het hulpgeroep van de machtelozen roept tot de hemel. Misschien is het niet nodig dat heel ons volk door de buurvolkeren, onze broedervolken, omgebracht wordt. Maar het is hoog tijd dat we opstaan en in verzet komen tegen vrouwenhandel en misbruik. Elke dag kunnen we daarmee beginnen, ook vandaag.

En weer aten ze samen

zondag, 25 september, 2011

Rechters 19:1-15
 
Dit verhaal is bewust in twee delen geknipt. De twee delen moeten apart maar na elkaar gelezen worden want het zijn de lichte en de donkere kanten van dezelfde boodschap. Bethlehem de stad van de Benjaminieten was kennelijk al heel vroeg een belangrijk punt. Wij kennen het natuurlijk uit het kerstverhaal als Jezus er wordt geboren en ook in dit verhaal speelt het een belangrijke rol. Het verhaal gaat over gastvrijheid .En die gastvrijheid kennen we eigenlijk nog alleen van de aanhangers van de Islam in ons midden. Halverwege de vastenmaand van de Islam, de Ramadan vieren zij de Iftar maaltijd. Op het moment dat moslims hun vrienden thuis uitnodigen om samen de maaltijd te gebruiken als de zon is onder gegaan en het donker is geworden. Dan is het tijd voor een echte feestmaaltijd, met familie, je buren, vrienden en er wordt extra gedacht aan de armen. Het Woord is voor de moslims het echte voedsel. Het werd in één maand, nacht na nacht, geschonken aan de profeet en daarom zorg je dat je gedurende de dag rein blijft, geen eten en drinken neemt, zodat je ’s nachts des te meer waardering hebt voor het voedsel dat je geschonken wordt.

Ook vriendschap is een vorm van voedsel, het doet je immers groeien en maakt je als mens rijker. In diverse plaatsen in ons land zijn moslims en christenen tijdens de Ramadan samen gaan eten. Voor beiden is de maaltijd een belangrijk religieus gegeven. In veel kerken wordt elke zondag brood en wijn gedeeld, een maaltijd dus, ter herinnering aan de maaltijd die Jezus hield met zijn leerlingen en waarbij hij de herinnering aan de uittocht uit de slavernij in Egypte verbond aan de uittocht van hemzelf uit de dood. De schoonvader van onze naamloze Leviet, uit dit verhaal uit het boek Rechters, hield maar niet op met samen de maaltijd te gebruiken. Geen wonder natuurlijk want een Leviet hielp in de heilige tent bij de Wet uit de woestijn, waar God zelf woont. Een Leviet in huis bracht je dus dichter bij God. Gastvrijheid betonen was een goede daad. Dat is het nog steeds.

Zowel bij de maaltijd van Jezus als bij de Ramadan van de Islam moet extra aandacht worden geschonken aan de armen in de samenleving. Juist zij moeten ervaren dat ze er ook echt bij mogen horen en mee mogen delen. Voor moslims en christenen is er natuurlijk altijd wel een gironummer om hen te helpen die alles hebben verloren. Toch is alleen geld geven niet voldoende. Jezus van Nazareth stuurde zijn leerlingen er op uit om de armen bevrijding te verkondigen en verbond de maaltijd van de bevrijding met het delen van zich zelf, daarom moeten we zelf in beweging komen. In bijna elke Nederlandse stad zijn tegenwoordig voedselbanken die steun zeer goed kunnen gebruiken. Nodig dus eens een voedselbank uit aan tafel.

En wat dan met die vreemdelingen? Als de Leviet langs de stad van de stam van de Jebusieten komt dan loopt hij die stad voorbij omdat er slechts vreemdelingen wonen die niet bij het volk Israël horen, van hen zul je dus niet dezelfde gastvrijheid verwachten als van Israëlieten. Wij zullen die stad van de Jebusieten later leren kennen als Jeruzalem, als David de stad voor de Israëlieten heeft ingenomen. Maar waarom deze Leviet bang is voor de Jebusieten blijft onduidelijk in het verhaal. Wat we uit het eerste deel van het verhaal leren, wat ook het Christendom er uit heeft overgenomen, is dat gastvrijheid, samen maaltijd houden met mensen die eten en drinken nodig hebben, de beste garantie voor vrede is. Daar moeten we het vandaag dan maar bij laten, de rest leren we later nog wel eens. Samen een maaltijd houden met buren en voorbijgangers is al intensief genoeg, zeker vandaag.

In hun hart de wegen naar u.

zaterdag, 24 september, 2011

Psalm 84

Die wegen leiden naar God, laat dat duidelijk zijn. Ida Gerhardt en Marie van der Zeyden vertaalden indertijd die wegen met “pelgrimswegen.” Dat drukt nog sterker uit dat het gaat om gelovigen die op weg gaan om de weg van God te zoeken. Veel en veel later zouden ook de volgelingen van Jezus van Nazareth de mensen van de Weg genoemd worden. Het waarom wordt in de Bijbel niet helemaal verklaard, maar in het Evangelie van Johannes noemt Jezus van Nazareth zichzelf de Weg en het zoeken van de weg, zoals in deze Psalm wordt bezongen, is dan het proberen Jezus van Nazareth te volgen in zijn zorg voor de minsten in de samenleving, de mensen langs de kant van de weg.

Ook deze Psalm begint met het verlangen naar de Tempel in Jeruzalem te bezingen, daar zijn immers de voorhoven van de Heer, daar wordt de Wet bewaard van heb uw naaste lief als uzelf en daar kun je door je offers te delen die wet in de praktijk leren brengen. Het houden van de wet is voor de zangers van de psalm, het tempelkoor van de Korachieten, de verzekering dat het goed met je zal gaan. Immers zelfs de nietige mus vindt een huis en de zwaluw een nest vlak bij het altaar in de Tempel in Jeruzalem. Mensen die van de Tempel hun huis hebben gemaakt worden gelukkig geprezen. Je maakt van de Tempel al je huis als in jouw huis niet anders wordt gedaan als het liefhebben van de naaste als jezelf. Paulus beschrijft zelfs het lichaam als een mogelijke Tempel als die Wet van de God van Israël in je hart gebeideld staat.

Het houden van die Wet is niet vanzelfsprekend daar moet je aan werken. Die Wet is ook geen maatlatje dat je naast je gedrag legt, die Wet zet je in beweging want zolang er nog zusters en broeders in de wereld zijn die lijden zijn er mensen om voor te zorgen als voor jezelf. Zelfs de zwartste omstandigheden kunnen verkeren in vreugde als je inderdaad weet te zorgen voor de ander. De Weg die je daarbij gaat wordt in de Psalm geschilderd als een pelgrimsweg op weg naar Jeruzalem, pas als de Tempel van God is bereikt, als de Wet vervuld is dan is het einddoel daar, dan is alle leed verdwenen. Johannes ziet in zijn Openbaring daarvoor zelfs een Tempel uit de Hemel naar de aarde afdalen, naar die Tempel, naar dat gouden Jeruzalem zijn wij op weg. En die weg slaan we niet pas na onze dood in, daar doelt deze psalm ook niet op, die weg mogen we en moeten we daarom vandaag al beginnen. Het mag en het kan want de God van Israël gaat op die Weg met ons mee, daar mogen we elke dag weer op vertrouwen, ook vandaag weer.

Liefde dekt alle fouten toe.

vrijdag, 23 september, 2011

Spreuken 10

Een heleboel van de teksten uit het boek Spreuken zijn in onze taal terechtgekomen als spreekwoorden. Beelden van situaties waarin mensen verzeild kunnen raken en die daar een rake typering van geven. Vandaag lezen we een hoofdstuk uit het boek Spreuken met een uitspraak waar we best moeite mee mogen hebben. “Liefde dekt alle fouten toe” En of je nu vertaald met misstappen of overtredingen, zoals andere vertalingen doen, het blijft moeilijk te accepteren. Als je niet de fouten van een ander wilt bedekken met een hoop liefdeszand dan heb je geen liefde voor die ander? Dat is niet wat de Spreukendichter kan hebben bedoeld. Wie globaal de andere verzen uit dit hoofdstuk bekijkt ziet dat de meesten over rechtvaardigheid en de rechtvaardige gaan. De uitspraak over de liefde die alle fouten toe zou dekken staat overigens ook tegenover de uitspraak dat haat ruzie voortbrengt.

Er moet dus iets anders bedoeld zijn dan zand er over. Rechtvaardigheid betekent in de Bijbel dat je een mens tot zijn recht laat komen, tot haar recht overigens net zo goed. Uitspraken van iemand die daar voortdurend mee bezig is, een rechtvaardige, zijn daarom een bron van leven. Hoe laat je nu iemand tot zijn of haar recht komen die fouten maakt? Door het gedrag van die persoon te veranderen natuurlijk. De fouten die gemaakt zijn hoeven toch niet te bekenen dat de persoon die ze maakte een fout persoon is? En als de fouten diep verankert zijn in de persoonlijkheid is echte hulp meer dan hard nodig. In de meeste gevallen helpt een goed gesprek al, waarbij duidelijk gemaakt wordt dat het gesprek over de fouten mogelijk is omdat de ander geen fout persoon is maar ook het goede wil en niet dan het goede. Dan roepen de fouten geen ergernis op, die kan overgaan in haat, maar roepen de fouten het goede op doordat ze voortaan worden vermeden of zelfs doordat de schade die ze oproepen wordt hersteld.

Er is dus heel wat meer te zeggen over deze korte spreuk uit het boek Spreuken dan op het eerste gezicht lijkt. Losse Bijbelteksten gebruiken als spreekwoorden is dan ook zeer af te raden. In ons spreken over de Bijbel moet de hele Bijbel steeds meeklinken en vooral het hart dat zegt dat we onze naaste lief moeten hebben als onszelf. Want wie echt goed in dit hoofdstuk heeft gelezen heeft ook gezien dat een oppervlakkige uitleg van onze tekst in strijd zou komen met de spreuk uit vers 10 die zegt dat wie heimelijk zijn oog dichtknijpt ellende veroorzaakt. Niks zand er over dus maar met elkaar aan de slag om samen in plaats van de fouten te maken het goede te doen en niets dan het goede. Daar mag je elkaar bij helpen, elke dag weer, ook vandaag, omdat de liefde overwint en fouten toedekt als verband of pleisters zodat ze kunnen genezen.

Luister naar mijn klagen.

donderdag, 22 september, 2011

Psalm 88

Vandaag zingen we een somber lied, een klaagzang. Ook een somber lied kan een mooi lied zijn en het moet een mooi lied geweest zijn. Een koor van levieten, de korachieten, zong het en nam het op in hun verzameling liederen om te zingen bij de Tempel. Misschien lag het aan de melodie, die van het lied “de rietpijp”, misschien ook aan de vorm, een beurtzang, elke uitspraak komt twee keer voor in dit lied. Maar het blijft een somber lied. Hier niet na een aantal klachten een aanroep van God en de uitroep dat God redt of God verlost. De zanger blijft in het duister, het leven is dor en doods geworden. De zanger voelt zich alsof hij al dood is, alle krachten zijn hem ontvallen.

De Psalm doet de vraag opkomen hoe we met onze God eigenlijk spreken. Het is een leerdicht, al staat hier vertaald als kunstig lied. Maar wat leren we dan? Kennelijk hoe we tegen God mogen klagen. Je hoort nog wel eens van die zogenaamde gelovigen die roepen dat ze in ellende zaten maar toen ze de God van Israël leerden kennen was het voorbij, toen was alle ellende over en waren ze dag en nacht vrolijk in de Heer. Dat is dus niet zo heel erg Bijbels lezen we in het boek der Psalmen. Daar ga je soms door dalen van diepe duisternis. Daar is het soms of je al in je graf bent gelegd.

Let wel, de dood zoals die in dit lied wordt geschetst is een dood temidden van het leven. De dood die je in je leven meemaakt als je vrienden je verlaten, als er niemand naar je luistert, als je hulp nodig hebt en de regering schaft de voorzieningen af, als je niet meer verder kunt en je ziet dat de rijken alleen nog aan zichzelf denken. Op wonderen vertrouwen is er dan niet meer bij. Je kunt met z’n allen nog schreeuwen op het Malieveld maar het is vergeefs. De doodsheid blijft, de liefdeloosheid regeert.

Het enige wat je nog rest is God aan te roepen, zelfs je vrienden die zich Christelijk noemen zijn van je vervreemd. Zij voeren zelfs de bezuinigingen op de zorg die je nodig hebt aan. Alleen mensen die gevoelig zijn voor de Liefde zouden je nog kunnen helpen en daar is de God van Israël voor nodig die ze op je pad moet sturen, die moet zorgen dat ze je opmerken. In ons spreken met de God van Israël mogen we dus onze ellende onder woorden brengen. Wonderen hoeven we er niet van te verwachten, in het duister gebeuren geen wonderen, aan doden worden geen wonderen gedaan. Alleen de liefde van God kan je redden. En daarom is een dergelijk gebed, daarom is deze Psalm, een oproep aan al die mensen die hun naaste willen liefhebben als zichzelf, daarom werd deze Psalm gezongen in de Tempel in Jeruzalem. Daarom is deze Psalm een oproep aan alle gelovigen op te staan uit de dood en aan het werk te gaan om de naaste die niet meer geholpen wordt te hulp te komen, om op te staan tegen de machten en krachten in de samenleving die de rijken beschermen en de armen afnemen ook dat wat ze nog hebben. Dat kan elke dag weer opnieuw, ook vandaag weer.

Dat leiders hun macht misbruiken

woensdag, 21 september, 2011

Matteüs 20:17-34
 
Het contrast tussen wat we vandaag lezen uit de Nieuwe Bijbelvertaling en wat we zien op de derde dinsdag in september, had niet groter kunnen zijn. Niet de mensen waarvoor de machtigen in ons land zouden moeten zorgen staan op die dag centraal maar de machtigen zelf. Pracht en praal bepalen het beeld. Zwervers, verslaafden, patienten uit verpleeghuizen, gehandicapten, vluchtelingen, jongeren met veel problemen, slachtoffers van geweld en misdrijven, zie je bij de presentatie van een nieuwe begroting niet. Zij paraderen niet op het Binnenhof om te laten zien waar het om gaat. Ook het woord van Jezus van Nazareth dat heersers hun volk onderdrukken en leiders hun macht misbruiken klinkt niet terug in de troonrede. Er wordt nog wel eens gezeurd over de zogenaamde bede die wel of niet in de troonrede zou moeten. Het besef van volksvertegenwoordigers en regeerders dat het dienen van de zwaksten en de armsten in de samenleving op de allereerste plaats zou moeten staan zou vooraan in de troonrede moeten staan.

En denk daarbij niet alleen aan de zwaksten in eigen land maar ook aan de hongerigen, de slachtoffers van geweld en uitbuiting in de rest van de wereld. Het is immers dag van de verantwoording hoe het geld dat we met z’n allen verdienen in dit land wordt verdeeld over iedereen zodat iedereen ook werkelijk deel kan hebben aan de rijkdom van ons land. Duidelijk is dat het delen met de allerarmsten in de hele wereld en het eerlijk handeldrijven daar ook bij hoort. Een dag van democratie, wat prinsjesdag toch eigenlijk is, zou toch niet moeten laten zien hoe mooi soldaten er uit kunnen zien, maar hoe goed we voor verpleegkundigen en onderwijskrachten willen zorgen. Wie echt de eersten onder ons zijn, de belangrijksten voor ieder van ons, zijn zij die willen dienen, dag en nacht en soms met gevaar voor eigen leven. Wat er op de derde dinsdag in september gebeurt in Den Haag is misschien mooi om naar te kijken, maar heeft geen enkele betekenis, het is klatergoud en leeg theater.

Beter zou het zijn de bovenstaande passage uit de Bijbel voor te lezen, want daar gaat het over macht en de reactie van de machthebbers op hen die macht onderuit willen halen. Jezus van Nazareth zelf wees alle macht af. Regelmatig werd hem de titel van Koning aangeboden. Maar hij had heel goed in de gaten dat als je macht afwijst en voor de zwakken in de samenleving gaat zorgen je daarbij ook de machthebbers buitenspel zet. Liefde en zorg komen immers niet uit Den Haag maar van mensen in je directe omgeving. Machthebbers plegen zich daartegen te verzetten, daarom ook allemaal regels voor mensen die al dan niet betaald zorgen voor een ander. Jezus van Nazareth zou uiteindelijk ter dood worden gebracht net zoals veel van zijn volgelingen. Maar zijn optreden bleef door de dood heen, vandaag kunnen wij het verder dragen.
 
 De eerste stad die van het volk Israel werd toen ze uit de woestijn het beloofde land introkken was Jericho. Het verhaal van de inname van die stad is overbekend. Het volk trok er zeven maal zwijgend om heen en toen het na de zevende maal de tromptetten liet klinken en een groot gejuich aanhief storten de muren van de stad ineen. Geweldloos werd de stad ingenomen. Jeruzalem was de stad van Koning David, die had de vrede in Israel gebracht, na veel oorlog en strijd overigens, en was de grote koning van Israel geworden. Na hem had zijn zoon Salomo de Tempel gebouwd waar de Wet werd bewaard. Jezus van Nazareth nu gaat in dit verhaal van Jericho naar Jeruzalem. Dat staat er niet zomaar. Die weg is een Koninklijke weg. Zo ga je als je het gehele land Kanaän in bezit wilt nemen en daar je rijk wil vestigen.

Jezus van Nazareth gaat met een hele menigte die weg van de intocht in het beloofde land naar de stad waar de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf wordt bewaard. En ondanks die menigte die hem omringt hoort hij de blinden langs de kant van de weg. Omdat ze zo belangrijk zijn zijn het er in het verhaal van Matteüs twee. Door het horen van die blinden dwars door de menigte heen kunnen ook onze ogen geopend worden voor de zwaksten in de samenleving. Kunnen ook wij de hulp op maat voorop zetten en betalen door een eerlijk delen tussen de allerrijksten in ons land en de mensen die hulp het meest nodig hebben.

Hier, in het verhaal van Matteüs, is dus niet een Koning die een mooi pak aantrekt. Een gebedsgenezer op een groot podium met een koor en orkest achter zich om de genezingen met passende muziek te begeleiden. Gewoon langs de kant van de weg, op weg van Jericho naar Jeruzalem, reageren op geschreeuw dat de aandacht trekt. Terloops vindt er een genezing plaats. Als we Jezus van Nazareth willen volgen dan hoort onze aandacht dus niet bij de grote podia, de glitter en het klatergoud, maar naar de kant van de weg waar de mensen zitten die alleen nog irritant kunnen schreeuwen. En die mensen zijn er ook vandaag nog volop. Laten we medelijden met ze hebben.