Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor augustus, 2011

Ga achter mij Satan

zondag, 21 augustus, 2011

Matteüs 16:21-28

Leuke meester was die Jezus van Nazareth. De ene dag prees hij de arme Simon, zoon van Jona,  als de rots op wie het nieuwe rijk gebouwd zou worden en de volgende dag werd dezelfde Simon uitgescholden voor Satan. En dat alleen omdat Simon Petrus het lijden, dat Jezus van Nazareth voorzag, wilde voorkomen. Er is toch niks beters dan het lijden, van iemand van wie je houdt, te voorkomen zou je denken. Nou niet helemaal. Als het gaat  omdat je nu eenmaal dingen moet zeggen en doen terwille van de liefde voor de mensen, dan moet gedaan worden wat moet worden gedaan. Als je daarbij het lijden dat het mee kan brengen niet uit de weg wil gaan is tegenhouden van dat lijden zelfs verkeerd. Zwijgen en het lijden ontlopen omdat de mensen dat nu eenmaal meer op prijs stellen is dan niet aan de orde.

En daarmee komen we in een knoop terecht in onze dagen. Bij ons is namelijk een stevig beleid uitgezet tegen radicalisering. Nu betekent radicalisering dat je doorgaat tot de wortel van het probleem. Er was eens een politieke partij die in begin van de jaren 70 van de vorige eeuw kwam met een verkiezingsprogramma onder de titel “nu is het meest radicale nog niet goed genoeg.” Problemen moet je bij de wortel aanpakken en degenen die problemen veroorzaken bij de naam noemen. Jezus van Nazareth noemde Simon  Satan. Dat mag dus niet meer. Niet zo vreemd trouwens. Een van de predikanten van de kerk van het CDA noemde de democratie een paar jaar geleden nog een uitvinding van de duivel, en een kenmerk van democratie is dat je mag zeggen en schrijven wat je vindt. De regering wil dan ook een actieprogramma met de moskeeën in ons land om de radicalisering tegen te gaan.

Je mag straks dus niet meer zeggen bijvoorbeeld dat je niet zomaar aan een vreemde vrouw mag zitten. Ook Lubbers was van het CDA nietwaar, en moest hij niet vertrekken bij de Verenige Naties omdat er geklaagd was dat hij zomaar aan een vrouw gezeten had? Vrouwtje Verdonk voelde zich ooit uiterst beledigd toen een Iman die regel uit de Islam ook in de praktijk bracht, hij weigerde haar een hand te geven. Je mag nog wel zeggen natuurlijk dat de democratie moet worden uitgeroeid, met de kerk van de predikant die daartoe opriep hoefde door de overheid niet gesproken te worden en het was kennelijk genoeg dat alleen het gemeentebestuur van Tholen er afstand van nam.

We komen er nog wel eens op dat het verdelen van een volk in groepen van 50 die afgevaardigden kiezen met wie de regering overlegd een uitvinding is uit de woestijn, maar dat verhaal staat in het boek Numeri. Bedoeld was het om de wet te kunnen toepassen die zegt dat je je naaste moet liefhebben als jezelf. Die democratie hebben we dus niet voor niks. Die is er niet voor om deftige dames en heren te verheffen, maar om respect te krijgen voor ook de minsten in de samenleving en er voor te zorgen dat iedereen, maar dan ook werkelijk iedereen, daar aan mee mag doen. Ook de vreemdelingen die onder ons wonen. Gelukkig dat we er nog elke dag aan mogen werken, zelfs al zal het lijden en tegenslag betekenen, Jezus van Nazareth is ons daarin voorgegaan, zijn voorbeeld navolgen, ook vandaag, is wat Christendom betekent.

Jij bent de rots

zaterdag, 20 augustus, 2011

Matteüs 16:13-20
 
Simon de zoon van Jonas had een bijnaam. Jona betekende duif en boodschapper, maar was de zoon van de duif ook zo zachtmoedig?. Simon was visser dus sterk, hij was rechtlijnig, zoals vissers ook vandaag de dag nog rechtlijnig kunnen zijn. Zijn bijnaam was dan ook rots, Petrus. Maar de combinatie van rechtlijnig en godsdienst brengt splitsingen en wonderlijke ideeën. Die hoeven overigens niet altijd verkeerd te zijn maar je moet wel oppassen. In het stuk hierboven heeft onze Simon Petrus het ineens door. Die Jezus van Nazareth met zijn onvoorwaardelijke liefde voor de mensen en zijn boodschap van heb je naaste lief als jezelf die kan de hele wereld bevrijden. Zo zal de God van de Wet van de woestijn zijn zoon gezien willen hebben. Die zoon lijkt het meest van ons allemaal op God, die God immers zag dat het goed was.

Als je op die manier met elkaar omgaat heeft ook de dood geen invloed meer op je beslissingen en kan de angst voor de dood  de gemeenschap die je vormt niet meer omverwerpen. Dat is nauwelijks te geloven en Simon, bijgenaamd Petrus, zal dat geloof ook niet lang volhouden, ook daar gaan we nog van kunnen leren. Iemand die er van geleerd had was Roger Schutz, de abt van Taizé. Een Protestantse abt, en beetje raar voor Hollandse Calvinisten en Nederlandse Protestanten. Maar broeder Roger had al vroeg geleerd dat je de liefde voor mensen voorop moest zetten. Niet de liefde voor bezit of aanzien maar echte liefde voor mensen. En dat je pas echt voor mensen kunt zorgen als je ook voor jezelf zorgt.

Daarom was hij naar dat kleine dorpje in Frankrijk gekomen, om in stilte voor zichzelf te zorgen, en voor de mensen. Samen met zijn broeders die hetzelfde ideaal hadden, als een soort oefening in het leven in het nieuwe Koninkrijk van God. In de Tweede Wereldoorlog werd het een vluchthaven voor velen die met de dood werden bedreigd. Na de jaren 60 van de vorige eeuw werd het een inspiratiebron voor heel veel jonge Europeanen die moesten leren in een nieuwe wereld te leven. In dat nieuwe Europa waren de zuilen van geloven, de zuilen van landen, de zuilen van mensen die zich verheven hadden, omvergehaald. Verzoening en onvoorwaardelijke liefde voor mensen kwamen er voor in de plaats als het aan de gemeenschap van Taizé lag. Zo werd ook broeder Roger een rots waar velen naar opkeken.

De geweldadige dood van broeder Roger een paar jaar geleden maakte dat niet stuk, dat gaat verder, want daar zien we nog steeds een heel klein stukje van het Koninkrijk van God. Dat Koninkrijk waar we allemaal in mogen wonen, als we ons aan de wet van het koninkrijk weten te houden. Dat Koninkrijk dat we allemaal mogen laten zien, in kerken en gemeenschappen, maar vooral in onze inzet voor onze naaste. Elke dag weer opnieuw, ook vandaag, zo worden we zelf een stukje van de rots waarop het nieuwe Koninkrijk wordt gebouwd.

Drukte leidt tot dromerij en veel praten tot gebazel

donderdag, 18 augustus, 2011

Prediker 4:17-5:6
 
De zondag blijft een dag die als rustdag diep verankerd is in onze cultuur. Een dag voor ontspanning en ontmoeting. Geen wonder dat grote bedrijven er zelfs aan willen verdienen. Met koopzondagen bijvoorbeeld. Kleine winkeliers zien hier niets in. Zij hebben juist behoefte aan die rustdag. Op alle andere dagen van de week werken de andere mensen, dus aan een rustdag op maandag of een van de andere dagen hebben ze niks. Dat geldt ook voor het winkelpersoneel. De gezamelijke rustdag is daarom een belangrijke dag.  Op die gezamelijke rustdag zijn we als samenleving bevrijd van de slavernij van de economie en arbeid.

Christenen gaan op die rustdag over het algemeen naar hun kerk en het stuk dat we hier uit Prediker lezen gaat over de manier waarop we God het beste tegemoet kunnen treden. Afstand houden en bescheiden zijn is het motto van Prediker. Dat lijkt in strijd met wat veel predikers verkondigen. Je persoonlijke met band met God zou immers alles op kunnen leveren wat je zou willen? Niets is minder waar, een dergelijke houding is direct in strijd met de Bijbel. Het begint met de manier waarop je naar de kerk loopt, “waak over je voeten” vertaalt de Naardense Bijbel waar de Nieuwe Bijbelvertaling het heeft over een bescheiden tred. Luisteren is dan het advies, niet allerlei offers brengen, niet allerlei beloften doen, luister eerst maar eens naar het verhaal dat over God te vertellen is. Prediker heeft het over de Tempel en daar gaat het met name over de Wet van heb je naaste lief als jezelf, daar moet je eerst naar luisteren voordat je wat doet of voor dat je wat vraagt.

Als je wat belooft moet je het ook doen. Aan grote woorden is ook in onze wereld geen gebrek, maar grote daden zijn nog wat anders. Beloof ook niet iets dat een ander dan moet nakomen. We kunnen beloven vrede te brengen in een land in oorlog zoals Afghanistan, maar de politici die dat beloven gaan er niet zelf heen. Dat soort beloften zijn loze beloften. Iedereen maakt ze wel eens maar iedereen zou beter moeten weten en beter moeten nadenken. Drukte en dromerij leiden tot veel gebazel zegt de Prediker. Je eigen plannen, je eigen wensen, de dromen voor je eigen leven, ze zijn allemaal niet van belang. wie luistert naar de Wet van houden van je naaste weet dat je eerst om je naaste denkt en dan om jezelf, juist als je wilt dat er om jou gedacht wordt dan denk je zelf dus meer aan een ander. Houd van je naaste zoveel als van jezelf is de samenvatting van de Wet, daarmee dien je pas je God. Bij dat “houden van” horen geen lege woorden of loze beloften, daar horen daden bij en handen uit de mouwen, ook vandaag weer.

Maak mij standvastig

woensdag, 17 augustus, 2011

Psalm 51

We zingen vandaag mee met Koning David in een lied dat hij zong toen hij met Batseba geslapen had en daarover door Nathan de profeet was onderhouden. Hij kreeg van Nathan fors op zijn kop. Maar na elke rouwperiode komt vreugde. Ook de Psalm van vandaag zingt daarin mee. Het was natuurlijk niet netjes van de rijke David om voor zijn genot de vrouw van de arme buurman te nemen. Dat klopte van geen kant. De profeet had de prachtige gelijkenis verteld van de rijke man die zijn omvangrijke kudde niet wilde verkleinen om een gast te eten te geven, maar het enige lam van zijn buurman liet slachten. David zingt dat hij het eindelijk snapt en dat hij een zuiver hart en een nieuwe geest nodig heeft om de Liefde voor de mensen, de liefde voor zijn volk, tot uitgangspunt voor zijn leven te maken.

De meeste mensen blijven hun hele leven houden van de muziek die ze in hun vroege pubertijd leuk hebben gevonden. Natuurlijk maken ze een ontwikkeling door in hun smaak, maar als ze de muziek horen die ze tussen hun 12de en hun 16de mooi vonden dan verschijnt er een glimlach op hun gezicht en vragen ze vaak of het even stil kan zijn. Het is de vreugde van vroeger waar je heel je leven naar kan blijven verlangen. Zo verlangen we ook graag naar de geborgenheid uit onze jeugd. De tijd dat vader en moeder nog de regels stelden en ons grootbrachten tot vrijheid. Langzaam mocht je meer maar je wist dat je je steeds moest verantwoorden en dat handelen op eigen houtje zou worden afgestraft. Gehoorzaamheid werd beloond met lekker eten, schone kleren een warme kachel en af en toe wat langer opblijven.

Maar in het leven gaat het om andere zaken. Het verlangen naar geborgenheid is goed maar daar moet je zelf aan werken. De Psalmist vraagt ook niet om terug te mogen keren naar de tijd dat er zelf niets meer te beslissen viel, maar de Psalmist wil terug naar de tijd voor het verdriet. Het bittere lot dat hij de echtgenoot van Bathseba heeft aangedaan. Deze psalm is immers geschreven nadat David op zijn vingers was getikt. Hij wil weer terug naar de tijd dat hij zelf aan anderen gerechtigheid leerde, bevrijd van angst voor de dreigende dood. David had voor hij koning was getoond niet bang te zijn voor de dood. Hij spaarde het leven van Saul, de koning die naar hem op jacht was, omdat het doden van een medemens, een broeder, buiten de orde voor hem was. Gerechtigheid daar gaat het dus om. Niet om uiterlijk religieus vertoon maar om het centraal stellen van de Wet van Liefde. Om het centraal stellen van Samen Delen, om het verheffen van de armen. Jezelf durven opofferen voor de ander.

Daar zullen we in de samenleving aan moeten werken. David was een Koning, dat wat David aan gerechtigheid wilde brengen was niet voor zijn kerkgenootschap, niet voor zijn medegelovigen, maar voor zijn land, het Koninkrijk Israël. Zo moeten wij aan ons land ook de vragen moeten durven stellen.Worden de voedselbanken overbodig? Komen er eerlijke handelsverhoudingen met de arme landen? Leren we van de leugens die ons de oorlog in Irak inlokten? Geven we kinderen met gelijke capaciteiten ook gelijke kansen? Het zijn maar een paar vragen waar we antwoorden op mogen verwachten, antwoorden niet in de vorm van woorden maar in de vorm van de daden van Liefde die lijken op de daden van onze vaders en moeders, die ons doen gaan denken aan de vreugde van vroeger. Daar mogen we elke dag opnieuw aan werken, ook vandaag weer.

Wijk af van het kwaad, en doe het goede

dinsdag, 16 augustus, 2011

Psalm 34

Vandaag zingen we een psalm mee die in het Hebreeuws goed in je geheugen is te prenten. Want van de 22 verzen waaruit deze psalm is opgebouwd beginnen er 21 met de opeenvolgende letters van het Hebreeuwse alfabet. In de loop van de eeuwen dat deze Psalm werd overgeleverd is er overigens iets misgegaan want in de versies die we tegenwoordig hebben ontbreekt de zesde letter. Het kan overigens ook een vergissing zijn want de Psalm begint met een vergissing. Een verhaal over David die deed of hij gek was bij een koning staat in het eerste boek van de profeet Samuel, maar die koning heette niet Abimelech maar Akis, de koning van Gad. In elk geval is het een Psalm die je zingt nadat je aan een zeker onheil bent ontkomen.

In het midden van de Psalm staan de lessen die je nodig hebt om met behulp van God te ontsnappen aan het onheil dat je vijanden voor je klaar hebben liggen. Dat ontsnappen gaat dus niet vanzelf, lees het verhaal uit het eerste boek Samuel, hoofdstuk 21, nog maar eens na en dan zul je zien dat David daar nog de nodige moeite voor moet doen. Maar voor de Psalmdichter begint het er mee dat je niet moet liegen. Want het spreekwoord zegt al dat een goed leugenaar meestal de waarheid spreekt. Je moet ook goed weten waar het kwade en waar het goede te vinden is. Het goed is in elk geval te vinden bij alles wat vrede brengt. Daar is volgens het vervolg van de Psalm ook de God van Israël te vinden.

Wees dus niet bang voor de machten en krachten die je in de wereld bedreigen staat er eigenlijk. De God van Israël luistert naar het hulpgeroep van de rechtvaardigen. In het Hebreeuws wordt de naam van de God van Israël, ik zal er zijn, niet genoemd, maar men zegt “Heer” dat is een politieke en religieuze belijdenis. Omdat de God van Israël er voor je is, met je meetrekt, is die God van Israël ook de machtigste, daar kan kan geen macht of kracht in de wereld, of buiten de wereld, tegenop. Die God van Israël is bij de zwaksten, bij de mensen die onrechtvaardig behandeld worden, die gebroken zijn.

Denk nu niet dat het “gelovigen” voor de wind gaat. Wie belooft dat zijn of haar God wel zal zorgen dat je van al je zorgen en ellende bevrijdt wordt en dat je verdere ellende bespaart wordt, aanbidt een valse afgod die geen mens iets goeds kan doen. Een rechtvaardige, iemand die doet wat de God van Israël gevraagd heeft, de naaste liefhebben als zichzelf, kan ondanks dat van alles overkomen, niets hoeft de rechtvaardige bespaard te blijven. Maar de God van Israël zal de rechtvaardige steeds opnieuw bevrijden, bevrijden van de angst voor de dood, en daarmee van de dood zelf. Als je de God van Israël los laat, zelf tot je recht probeert te komen in plaats van anderen tot hun recht te laten komen, dan zal het leven voor je als de dood zijn, maar als je weer de Weg gaat van de God van Israël dan zul je het leven weer voelen binnenstromen. Elke dag mag je dat weer opnieuw proberen, ook vandaag weer.

Ze hebben niets meer te eten

maandag, 15 augustus, 2011

 Matteüs 15:29-39
 
Getallen staan er in de Bijbel soms niet zomaar. Als we ergens 12 zien staan denken we aan de 12 zonen van Jacob die hun namen gaven aan de 12 stammen van Israel. Jezus van Nazareth zocht later 12 zendelingen uit die als de Apostelen er op uit werden gestuurd om zijn verhaal te vertellen. Een tijdje geleden hadden we het over het verhaal waarin een grote groep mensen te eten kreeg terwijl iedereen dacht dat er niks meer zou zijn. Er bleven toen 12 manden brood over, genoeg dus eigenlijk om het hele volk van te eten te geven. Er is nog zo’n getal is dat is 7. Het wordt wel het heilige getal genoemd en het staat voor de volmaakte wereld, de hele wereld, maar dan zoals die bedoeld is. Daarvan staat in het begin van de Bijbel dat God er naar keek en zag dat het goed was. In het verhaal van Matteüs waarnaar hierboven wordt verwezen bleven er zeven manden over. Genoeg dus om de hele wereld te eten te geven.

Niet zo vreemd natuurlijk als je eerst de kruimels van de tafel voor de buitenlandse bestemd. En natuurlijk net als in het eerste verhaal over het te eten geven van het volk, waren ook hier de vrouwen vergeten die na drie dagen nog te eten hadden, zij werden niet meegeteld. Maar vrouwen gaan niet op stap zonder proviant, zeker niet als ze ook nog hun kinderen mee nemen, mannen wel, die rennen zo de deur uit en zien wel. Vijf broden en een paar visjes brachten de leerlingen ter tafel. Er is dus echt genoeg te eten voor de hele wereld. We hebben zelfs over, in de rijke wereld gooien we genoeg weg, elke dag, om bijna iedereen in de rest van de wereld te eten te geven.

Mensen uit verschillende kerken zagen dat en gingen dat eten ophalen, eten dat de bakker over heeft, dat de groenteboer en de slager over hebben, dat de supermarkt weer terug moet sturen. Dat eten verdeelden ze onder mensen in hun eigen dorp en stad die zo arm zijn dat ze te kort hebben om eten te kopen. Dat leek eerst wel aardig en niet zo nodig. Maar in ons rijke Nederland weten we zo slecht met elkaar te delen. De rijken hoeven toch niet voor de armen te zorgen riep een politicus van de regeringscoalitie nog niet zo gelang geleden voor de TV. Er zijn dan ook nog steeds geen wettelijke grenzen aan lenen en aflossen. De grote verleiders kunnen ons blijven wijsmaken dat we ook dat laatste mooie truitje, of die keuken nodig hebben. En net als bij roken en snoepen denken straks veel te veel mensen dat de waarschuwingen tegen lenen in die advertenties wel niet voor hen zullen zijn, zij hebben toch goed nagedacht?

De overheden in Europa en Amerika moeten nu bezuinigen. Ze hebben teveel geleend, ze hebben het verkeerde voorbeeld aan hun burgers gegeven die eerder al merkten dat ze teveel geleend hadden, meestal in de vorm van hypotheken. Daar is de eerste crisis uit voortgekomen. Nu moet iedereen maar voor zichzelf zorgen zeggen de rijken. Jezus van Nazareth houdt ons in het verhaal dat ons vandaag door Matteüs wordt verteld een ander alternatief voor, namelijk samen delen. Want van delen wordt je rijker. Gelovigen kunnen dit elke dag laten zien, ook vandaag weer, want als er niemand voor je zorgt kun je dat ook zelf niet, daarom aan de slag met delen.

Help mij

zondag, 14 augustus, 2011

Matteüs 15:21-28
 
Er zijn allerlei manieren om mensen te helpen. Je kunt mensen negeren. Soms helpt dat. Uit onderzoek naar mensen die op een wachtlijst bij de Geestelijke Gezondheidszorg stonden bleek dat een flink deel van die mensen zonder verdere hulp al genas. Erkenning van een probleem, ook door henzelf was al genoeg om hen aan een oplossing te doen werken. Je kunt ook mensen helpen om er maar vanaf te zijn. Zoals de leerlingen van Jezus in het  verhaal van hierboven proberen, zo van ze roept zo hard, dat staat kennelijk lelijk, dat trekt maar ongewenste aandacht. We zien die vorm van hulpverlening nog wel eens bij politici. Dan moeten ineens alle zwervers geholpen worden. Niet met hun probleem, dat kan nog heel verschillend en ingewikkeld zijn, maar met hun gezwerf, geen gezicht, dus: of naar een inrichting of naar een deel van de stad waar ze niet worden gezien.

Je hebt ook nog de zogenaamde Rode Kruisagressie. Problemen voor mensen oplossen omdat je het gevoel hebt dat het moet, daar ben je toch voor. Het spreekwoord dat je beter iemand kan leren vissen dan een vis geven helpt dan niet. Toch is het natuurlijk altijd goed om je af te vragen wat helpen in een bepaalde situatie echt betekent. Help je iemand door alles over te nemen, of help je iemand door te laten zien dat die het zelf ook kan oplossen? De geleerden zijn het er niet over eens wat hier uiteindelijk van Jezus gevraagd wordt. De nieuwe vertaling heeft het over wegsturen, maar de oude Statenvertaling had het over laten gaan. Het oorspronkelijke Grieks zou misschien ook met bevrijden vertaald kunnen worden en dan hebben de leerlingen meer door dan de Nederlandse vertaling ons wil doen geloven.

Het brengt Jezus wel in gesprek met de vrouw. Een buitenlandse, een Kanaänitische, en dat staat vaak voor buitenlands van het ergste soort. Jezus gaat eerst na wat voor hulp gevraagd wordt. Is dit een moeder die het probleem dat een dochter kan vormen op een ander wil afwentelen, zoiets als die leerlingen doen met hun hekel aan het geschreeuw. Kennelijk niet want de moeder is bereid zelf voor haar dochter door het stof te gaan. Ze vindt het zelfs niet te min zich met honden te laten vergelijken. De kruimels van de tafel moeten voor haar al genoeg zijn. Dat maakt het Jezus mogelijk iets te doen.

En wat dan? Wat de dochter mankeert blijft buiten het verhaal. Ze was genezen omdat haar moeder wilde dat ze genas. De inzet van ouders voor hun kinderen kan groot zijn. Dat betekent niet dat ongeneeslijk zieke kinderen genezen als hun ouders maar genoeg van ze houden, integendeel. Kinderen die ongeneeslijk ziek zijn genezen niet, hoezeer hun ouders ook van ze houden, maar die liefde maakt wel dat de kwaliteit van leven omhoog kan gaan. Wetenschappelijk onderzoek, voorzieningen voor zieken en gehandicapten, instellingen en ziekenhuizen, het is er vaak door de inzet van zulke ouders gekomen. Die ouders gaan niet alleen door het stof voor hun eigen kind, maar voor alle kinderen. Alleen zulke onvoorwaardelijke liefde voor mensen helpt, maar hulp vragen is eigenlijk heel gewoon.

Uit het hart komen boze gedachten

zaterdag, 13 augustus, 2011

Matteüs 15:12-20
 
Over een paar dagen herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog. Nederland en haar vroegere kolonieën zijn al weer meer dan 60 jaar vrij van vreemde bezetting. Die kolonieën moesten daar soms nog een paar jaar voor door vechten, tegen de Nederlanders ook. Direct na de Tweede Wereldoorlog riepen de Indonesiërs weliswaar de onafhankelijkheid uit maar Nederlanders dachten dat de inlanders daar het bestuur niet zouden aankunnen. Vierhonderd jaar hadden wij uitgemaakt wat goed voor hen was. Het zal duidelijk zijn dat ze in ruim 60 jaar de schade nog niet geheel hebben ingehaald.

Voor Suriname geldt dat overigens ook. En we vergeten maar al te gemakkelijk dat Surinamers hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid, hier in Europa en in de Oost. De bevrijdingsdag in augustus trekt overigens van Nederlanders altijd al maar weinig aandacht. Als de een zich beter acht dat de ander dan krijg je dat. De andere bezette gebieden waren immers koloniëen, wingewesten, en ze waren nog niet eens zo dankbaar voor hun bevrijding dat wij onze winsten er weer vandaan mochten halen. Dat staan op die winsten kan dat soms heel veel mensenlevens kosten. Juist omdat de machtigen en rijken machtig wilden blijven en nog rijker wilden worden werden sprookjes over wanorde verspreid en Nederlandse jongens in Indonesië, en Indonesiërs tegen Nederlanders, de dood ingejaagd.

Een dag om te blijven gedenken, al was het alleen maar omdat we nog steeds soldaten er op uit sturen om te vechten voor de vrede. Dat hoeft niet verkeerd te zijn, soms kan het niet anders, maar het vergt goede beslissingen ontdaan van propaganda. Het instituut van een Veiligheidsraad, waar unanieme beslissingen genomen moeten worden, is tot nu toe een goede garantie gebleken tegen verkeerde oorlogen. Alleen trekken we ons niet altijd evenveel van de garantie aan. Propaganda wordt in het bovenstaande Bijbelstukje als het meest onrein beschreven. Dat wat uit de mond komt is verkeerd, niet wat er in gaat.

Jezus van Nazareth had nog steeds discussies met de leiders van tempel over het houden van de wet. Als het maar netjes en keurig gaat, niet of het uit liefde voor mensen gedaan wordt, telt dan. De keurige pakken en gestreken overhemden bepalen ook in onze tijd nog de besluiten die verdedigd worden met deftige zinnen vol zoetklinkende woorden die de werkelijkheid voor iedereen weten te verbergen.  Er is in al die eeuwen nog niet zo erg veel veranderd en dat maakt het voor ons gemakkelijker om er door heen te kijken, gewoon vergelijken met wat er geschreven staat. Er zullen de komende dagen ook weer veel mooie woorden gesproken worden over de strijd in Indië, maar hoeveel daarvan zijn gevormd door boze gedachten? Er is een dorp dat is uitgeroeid door Nederlanders, we willen het alleen nog steeds niet toegeven zodat nabestaanden vrede zouden kunnen vinden. En vrede brengen is wat we elke dag zouden moeten en kunnen doen, ook vandaag weer.

Dit volk eert mij met de lippen

vrijdag, 12 augustus, 2011

Matteüs 15:1-11

Iemand heeft eens gezegd dat de regels voor de anderen zijn en de uitzonderingen voor wie de regels heeft gemaakt. Multatuli schijnt eens gezegd te hebben dat principes regels zijn om dingen waar je een hekel aan hebt na te kunnen laten. Twee voorbeelden die laten zien dat het met de regels in alle samenlevingen nogal scheef kan toegaan. Jezus van Nazareth kwam dat tegen toen hij er op gewezen werd dat zijn volgelingen hardnekkige wetsovertreders waren. In het verhaal dat hierboven staat mept Jezus met dezelfde regels terug. Wie vader en moeder niet eert moet ter dood worden gebracht, en dan niet schijnheilig dat wat van vader en moeder was, of voor vader en moeder bestemd, bestemmen voor het offer in de tempel. Klinkt wel vroom maar je spaart je eigen bijdrage aan de tempeldienst uit en vader en moeder verhongeren evengoed wel.

Daarmee is het ook het hart van de regels blootgelegd. De mensen zijn er niet voor de regels maar de regels zijn er voor de mensen. Hou daarbij in gedachte dat het in de woestijn nog steeds ging om de bevrijding van de slavernij, uittocht uit het land Egypte, het land van de dood. Dan ga je niet ineens weer nieuwe slavendienst invoeren, slaaf van de wet. Voor de machtigen, de regeerders natuurlijk wel heel verleidelijk. Als jij kunt bepalen hoe de regels moeten worden toegepast en uitgelegd dan ben je gelijk absoluut de baas. Mensen doen elkaar dat nog wel eens aan, schuldgevoel aanpraten, dat je niks voor een ander over hebt en zo, terwijl ze alleen maar hun klus op jou willen afschuiven. De Sire is ooit een campagne gestart over een te kort lontje dat we zouden hebben. Een gevaarlijke campagne want er zit de boodschap in verstopt dat je niet mag zeggen wat je ergert. Zoals Jezus over de Farizeeën: “huichelaars”, zo scheld hij hun uit.

Natuurlijk hoef je niet te zwijgen, maar vraag je steeds af of je iets oplost of dat je een probleem veroorzaakt. Als je moet wachten op een smalle gracht omdat er iets uitgeladen moet worden, waarom dan niet even helpen met uitladen? Wel eens zien gebeuren? Heb je naaste lief als jezelf, jezelf niet vergeten lief te hebben en van binnenvetten wordt je maar dik, maar er is niets tegen af en toe een hand uit te steken, het is vaak vruchtbaarder dan een grote mond op te zetten. Dat is ook het bezwaar tegen die hele discussie over fatsoensnormen.

Daarbij lijkt het er op dat de normen zelf belangrijker zijn dan de mensen en de pijn die verkeerde normen mensen kunnen aandoen. Wie geen geld heeft om kleding te kopen kan zich moeilijk kleden naar de geldende normen. Wie nauwelijks geld heeft om eten te kopen kan moeilijk uitgaan in een duur restaurant. Aardig zijn voor elkaar alleen omdat het zo hoort neemt problemen niet weg. Proberen tot overleg te komen ook al is dat pijnlijk is een vruchtbaarder weg. Een hand uitsteken naar iemand die dat nodig heeft is pas echt fatsoenlijk. En een hand uitsteken kunnen we elke dag weer opnieuw, ook vandaag weer.

Sommigen lieten zich overtuigen

donderdag, 11 augustus, 2011

Handelingen 28:23-31

Het gaat in Rome al net zo als in Jeruzalem. Paulus had een afspraak gemaakt met de Joden die in Rome wonen om hen te vertellen over die nieuwe beweging van de Weg. En de beweging had al zoveel tongen los gemaakt dat veel mensen nieuwsgierig waren naar wat dat nu weer was. Een hele dag is Paulus aan de gang geweest. De hele Hebreeuwse Bijbel werd doorgeploegd om te laten zien hoe er nu precies over die Messias gesproken werd, hoe het zit met lijden, dood en opstanding en hoe het verhaal van Israël en de God van Israël bestemd is voor alle volken. Aan het eind van de dag blijkt dan dat een aantal zich laat overtuigen en zich aansluit bij Paulus en anderen er nog steeds niks van willen geloven. Later is dit verhaal wel eens zo uitgelegd dat alle Joden de boodschap van Paulus zouden hebben afgewezen. Niets is minder waar volgens de Handelingen. Zelfs het feit dat er Joden zullen zijn die niks van Jezus van Nazareth willen weten staat al in de boeken van de profeten volgens Paulus. Daarmee kunnen zij, maar ook wij, het doen.

De boodschap van het Evangelie is op deze manier in het hart van het Romeinse Rijk aangekomen. Paulus heeft alle vrijheid om het woord te verkondigen. En hij heeft een hoop hulp want reken maar dat de Joden die hij heeft weten te overtuigen hem hebben weten te helpen. Zij immers waren ook geschoold in de Hebreeuwse Bijbel en konden alle bezoekers helpen hun weg te vinden in de nieuwe uitleg van de oude geschriften maar ook in de oude geschriften als die nog nieuw voor hen waren. Paulus is dus de eerste apostel van wie wordt verteld dat hij het Evangelie verkondigde in Rome. Van de anderen wordt dat in de Bijbel niet verteld. En meer dan dat Paulus er twee jaar bleef wordt er ook niet verteld. Alleen dat er hem niets in de weg wordt gelegd wordt er verteld. Ook de Joden die het niet met hem eens waren geworden respecteerden kennelijk zijn afwijkende visie. Dat er anderen waren die hij had weten te overtuigen heeft ook geen kwaad bloed gezet. Dat was anders in die twee jaren wel duidelijk geworden.

Hoe liep het nu met Paulus af? We weten het niet. Later zijn er legenden en mythen gegroeid. De vraag hoe het met mensen afloopt houdt ons altijd bezig. Wij zijn gewend aan verhalen met een begin en een eind, aan geschiedenissen. Maar de Bijbel vertelt geen geschiedenissen, die vertelt over een verhouding, de verhouding tussen God en de mensen en voor dat verhaal is het voldoende dat we weten dat de komst van Paulus betekende dat de Joden in twee wegen uiteen gingen, twee wegen die in vrede naast elkaar konden bestaan.

Later ging de Weg van Jezus van Nazareth als Christendom zich nog wel eens beter voelen dan het Jodendom dat Jodendom was gebleven. Ook daar was geen aanleiding voor. Beiden hebben een zelfstandig bestaansrecht en de Heidenen kunnen de Joden alleen maar dankbaar zijn voor de Weg van Jezus van Nazareth, een Weg die hen tot de God van Israël bracht. Er is wel gesuggereerd dat Paulus in Spanje zou zijn geweest, dat hij samen met Petrus de marteldood in Rome zou zijn gestorven, het staat niet in de Bijbel en we weten er dus niks van, het is voor ons geloof dus ook niet belangrijk. Wat belangrijk is is te weten dat met Paulus het Evangelie naar het hart van de wereld kwam en dat alle volken van de wereld mogen delen in de boodschap van heb uw naaste lief als uzelf. Tot op de dag van vandaag mogen we daar aan werken, ook vandaag weer.