Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor augustus, 2011

Ze geven jullie valse hoop.

woensdag, 31 augustus, 2011

Jeremia 23:9-18

Als je echt door hebt wat de mogelijkheden zijn om de hemel op aarde te brengen en wat we met zijn allen weggooien door niet naar de God van Israël te luisteren dan duizelt het je. Er hoeven  geen armen te zijn, niet hier en niet in Afrika. Er hoeft geen honger te zijn, nergens op de wereld niet, we hebben genoeg. Er hoeft geen oorlog te zijn, als we alle wapens tot ploegscharen zouden hebben omgesmeed. Als we zouden willen delen, als we onze naaste lief zouden hebben als onze naaste. Dat is wat de God van Israël ons telkens weer voorhoudt. Jeremia had al bij het begin van zijn optreden gezegd dat de God van Israël sinds de tocht door de woestijn telkens weer profeten had gestuurd om hen het woord uit de woestijn voor te houden en telkens had het volk geweigerd te luisteren.

In de dagen van Jeremia werden vruchtbaarheidsgoden nagelopen. Goden die winst en profijt beloofden. Goden die je bondgenootschappen deden sluiten met machtige rijken, rijken die je vervolgens gingen overheersen. Vruchtbaarheid moest komen van natuurgoden, van Asjerapalen die je op hoeken van je akkers in de grond dreef en niet meer van de regen en de zon die de God van Israël je schonk. Daardoor werd er niet meer gewerkt op de akkers, dat moesten die afgoden doen, daardoor verdroogden de akkers die met moeite op de woestijn veroverd waren. Het uitbuiten en beroven van de armen was dan lucratiever, dat bracht meer op. Zelfs de priesters en de profeten hielden de mensen voor dat als ze maar genoeg offerden de goden hen wel zouden helpen. Een gruwel in de ogen van de God van Israël.

Het land was al in twee delen uiteengevallen, twee kleine rijkjes hadden zich gevormd, Samaria en Judea. Judea had nog Jeruzalem als hoofdstad. Daar was nog die prachtige tempel waar de Wet werd bewaard die kon worden samengevat als heb je naaste lief als jezelf. Waar in stond dat de offers die je bracht oefeningen waren in het delen van je bezit in tegenstelling tot de offers van de Heidenen die bedoeld waren om je bezit te vermeerderen. Maar priesters en profeten beloofden het Heidense antwoord van God.

Het is als vandaag de dag de voorgangers en predikanten beloven dat de hemel na je dood komt in plaats van dat God zijn tenten op aarde spant zoals in Openbaring staat. Het is als ze zeggen dat je niet hoeft te werken aan een betere samenleving terwijl het geloof in de God van Israël nu juist betekent dat je met Jezus van Nazareth opstaat uit de dood van het onrecht en meewerkt aan het brengen van het recht op aarde, het recht waarbij iedereen tot zijn recht zal komen, waar de hongerigen gevoed worden en de naakten gekleed en die dood van onrecht er niet meer zal zijn. Gelukkig mogen we elke dat opnieuw beginnen met de Weg van de God van Israël, ook vandaag weer.

Dat een rechtvaardige ten val komt

dinsdag, 30 augustus, 2011

Psalm 55:10-24
 
Je kunt uit de lezing van het boek Job leren dat het niet vanzelfsprekend is dat het met een rechtvaardige altijd goed gaat in het leven. Predikers en Priesters die beloven dat er vrede in je hart komt en dat het succes in je leven aanbreekt als je in God gaat geloven en Jezus in je leven toelaat hebben de Bijbel niet goed gelezen, niet goed begrepen, of ze houden bewust de boel voor de gek. Het spreekt mensen nu eenmaal meer aan succes en voorspoed te beloven dan de blues te zingen over vijanden die eerst afgemaakt en bedwongen moeten worden. Wie denkt dat de Koran er wat van kan in het oproepen om vijanden te bestrijden moet deze Psalm nog maar eens zorgvuldig doorlezen. De mannen van bloed en bedrog moeten neerdalen in een kuil van ontbinding, zij zullen hun leven niet half voltooien. Ga er maar aanstaan.

Straks komt er nog een ongelovige die de Bijbel wil laten verbieden omdat die oproept tot haat. En er zijn heel wat Nederlanders op de brandstapel terecht gekomen omdat hun geloof wat anders was dan dat van de machthebbers in die tijd. Ons land is zelfs ontstaan uit het verzet tegen die machthebbers en voor het recht op een eigen geloofsovertuiging. De Vader des Vaderlands, Willem de Zwijger, schreef zelfs een pamflet waarin hij oproept het fundamentele recht op gewetensvrijheid te erkennen en te beschermen. Er zijn kennelijk mensen die hem uit onze geschiedenisboekjes willen schrappen. Toch hoeven we voor dit soort Bijbelteksten niet bang te zijn. Ze markeren aan welke kant we willen staan, aan die van de uitbuiters of van degenen die uitgebuit worden. Ze laten zien dat er uiteindelijk, in de toekomst, toch een rechtvaardige samenleving zal komen.

Het Koninkrijk van eerlijk delen komt er echt. De baas van de wereld is God en wie daar op vertrouwt zal deel uit gaan maken van dat Koninkrijk. Uiteindelijk komt het goed. In dat vertrouwen kan de grootste ellende worden verdragen. Het uitzicht op de bevrijding maakt dat de onderdrukking te verdragen blijft. Het maakt het verzet er tegen niet minder. Het dempt de roep om gerechtigheid niet. Maar vrijwillig in een wereldwinkel staan, of tweede hands gereedschap weer bruikbaar maken voor mensen die nieuw gereedschap niet kunnen kopen wordt er wel een stuk plezieriger van. Het helpt, het zal helpen. De mensen in de Hoorn van Afrika die alles zijn kwijtgeraakt door droogte en oorlog en de kans moeten krijgen te overleven en een nieuwe samenleving op te bouwen. Daarvoor gaan ook wij aan het werk. Zulk werk kan elke dag weer opnieuw, ook vandaag.

In de stad zie ik geweld en strijd

maandag, 29 augustus, 2011

Psalm 55:1-9
 
Vandaag zingen we  mee met de blues van Psalm 55. Een Psalm gedicht bij snarenspel, dat zal toen de luit geweest zijn, maar tegenwoordig begeleid je zo’n lied met gitaar, dobro of banjo. We lazen deze psalm ook al eens in z’n geheel zodat ook de lichtere kanten van dit lied naar voren konden komen. Vandaag beperken we ons tot het eerste deel, het donkere deel. Vluchten wil de dichter en ver weg. Want in de stad is geweld en strijd. Dat was in de tijd van de dichter, de psalm wordt aan David toegeschreven, niet anders dan vandaag de dag. We horen van steekpartijen en schietpartijen, overvallen en liquidaties, bedreigingen en afpersingen.  Het lijkt er op of het geweld in onze samenleving toeneemt.

Nu lijkt dat meer dan dat het zo is. Uit de cijfers van de politie blijkt dat het aantal aangiften toeneemt maar dat de criminaliteit afneemt. Echt bang hoeven we dus niet te worden maar we moeten ons wel bezinnen op wat te doen. Daar is immers ook het lezen van deze psalm voor bedoeld. Bezin je op wat er om je heen aan de hand is. De psalmdichter vraagt aan God om de tong van zijn vijanden te splijten, om hun spraak te verwarren. Daar komt kennelijk voor deze dichter de strijd in de stad vandaan. En dat moet ons toch aan het denken zetten. Wat immers zeggen wij tot onze jongeren in de pubertijd? Hoe praten we met ze? Welke helden houden wij ze voor en welke toekomst wordt hen geboden?

Is er een toekomst die meer waard is dan huisje en beestje, dan mee kunnen doen met de algemene consumptie? Leren we de jeugd nog wel hoe je kunt genieten van het zorgen voor anderen? En hoe praten we zelf over mensen die anders zijn dan wijzelf? Geven we iedereen wel een plaats in onze eigen samenleving als we daar over spreken? Geldt dat ook voor mensen met een ander geloof, uit een ander land soms ook? Spreken wij daarover met respect of spreken we lachend de zotten na die de Koran willen verbieden? Lachen we met de ongelovigen over hen die vasthouden aan een oud geloof? Of beseffen we dat het niet geloven in een God ook een geloof is, omdat niemand kan bewijzen of er een God is maar dat ook niemand kan bewijzend dat er niet zoiets is als een God. Onze God gaat het er om dat het tussen mensen vrede wordt, dat mensen elkaar respecteren, daarom luistert onze God naar deze blues, als die ons tenminste aan het denken zet. En van denken komt handen uit de mouwen steken, ook vandaag weer.

Als een mosterdzaadje

zondag, 28 augustus, 2011

Matteüs 17:14-23
 
We geloven het nog steeds niet. Als je maar een klein piezeltje geloof hebt kun je een berg verzetten. Niet dat je nu letterlijk bergen moet willen verzetten, zelfs van Jezus van Nazareth wordt nergens verteld dat die tegen een berg zei : “Stort je in zee”, waarop mensen sindsdien kunnen aanwijzen waar die berg zich in zee heeft gestort. Maar zodra mensen zich gaan inzetten om de wereld een klein beetje beter te maken krijg je dat ongeloof te horen: Het lukt je toch niet. De kruisraketten waren indertijd toch hard nodig zo werd ons gezegd, die zouden er echt wel komen. Geloof in de mogelijkheid van vrede tussen mensen was niet mogelijk en en dat propageren was onvruchtbaar. Het geloof van een electricien in Polen en vele Nederlanders die ondanks alles vriendschap sloten met mensen in Oost Duitsland heeft uiteindelijk de geschiedenis veranderd.

De industrie zou ook niet milieuvriendelijk te krijgen zijn. Er was er ooit één die met Greenpeace begon, en de drijfgassen uit koelkasten en spuitbussen zijn verdwenen en heel langzaam herstelt de ozonlaag zich, iets te langzaam overigens. Ook de apartheid in Zuid Afrika zou nooit op een vreedzame wijze kunnen worden afgeschaft. Tegen demonstranten voor Nederlandse banken, die demonstreerden tegen een investeringsbeleid dat de apartheid ondersteunde, werd gezegd dat ze oorlog stonden uit te lokken. Maar toen kerken hun investeringen gingen terugtrekken en gelovigen hun bankrekeningen opzegden, automobilisten de Shell pompen voorbij reden, en Nelson Mandela hardnekkig een onvoorwaardelijke vreedzame overgang naar democratie bleef nastreven ging het onaantastbare apartheidsregiem aan het wankelen en kunnen we het nu opzoeken in geschiedenisboekjes.

Natuurlijk gaat het verdrijven van die demonen niet van de ene op de andere dag. Iedereen die met moeilijke jongeren werkt zal dat weten. Maar ook het helpen van ontspoorde jongeren of jongeren die dreigen te ontsporen is meer dan de moeite waard. Steeds weer geldt dat iedereen bij de samenleving mag horen, en dat iedereen bij een samenleving kan gaan horen als liefde voorop staat. Hangjongeren uit een winkelcentrum weren brengt voor dat winkelcentrum misschien rust, maar er wordt niets mee opgelost. Waarom geven de winkeliers en de gemeente de jongeren die er rondhangen geen werk?

Onze moderne demonen bestaan uit angst, angst voor elkaar, angst voor vreemden. We weten dat die angst ons wordt aangepraat maar toch sluiten we tegenwoordig liever mensen buiten onze samenleving dan dat we moeite doen om mensen op te nemen. Toch is maar weinig nodig om de wereld een beetje beter te maken. Maar het moet van veel mensen komen. En we hoeven nergens bang voor te zijn, niet voor de anderen, zelfs niet voor de dood. Wij hebben immers de kracht van dat mosterdzaadje? Doe mee dus, vandaag kan het weer.

Het is goed dat wij hier zijn

zaterdag, 27 augustus, 2011

 Matteüs 17:1-13
 
Iedereen ouder dan vier jaar kent nu dat gevoel van de eerste schooldag.  Hoe oud je ook bent. De oudste inwoner van Nederland zou nu 109 jaar zijn en ook die kent dat gevoel. De grote vakantie is voorbij en de eerste schooldag van een nieuw schooljaar is begonnen. Generaties lang gaat dat al zo en van generatie op generatie wordt die ervaring doorgegeven. Onderwijs is een van de dingen die onder ons lang de generaties met elkaar verbindt. Of je nu op de kleuterschool, de lagere school of de basisschool hebt gezeten, ooit was er een dag dat je voor het eerst naar school ging. Niet dat we overigens allemaal hetzelfde geleerd hebben, elk jaar start ook een week voor het lezen en schrijven want teveel volwassen inwoners van ons land hebben ooit de kans om te leren lezen en schrijven gemist, of zelfs nooit echt gehad. Maar ook als je volwassen bent kun je leren lezen en schrijven dus als U iemand kent die dit niet kan lezen, stuur die dan eens naar een regionaal opleidingscentrum.

Jezus van Nazareth was ook verbonden met de geschiedenis van zijn volk. Met Mozes, die het volk uit slavernij leidde en de Wet van de woestijn op twee stenen platen kreeg en de tent van God mocht oprichten. Jezus van Nazareth was ook verbonden met de profeet Elia van wie wordt verteld dat hij op een vurige wagen ten hemel steeg en die zich openlijk bleef verzetten tegen een overmacht van priesters die andere goden wilden volgen en tegen de Koningen die dat wel mooi vonden en politiek aantrekkelijk. Het is geen wonder dat de volgelingen van Jezus van Nazareth een weg zochten om die eenheid met de geschiedenis te bewaren. Maar Jezus van Nazareth wilde in elk geval niet dat de volgelingen hem al direct op een lijn gingen stellen met Mozes en Elia. Pretenties waren Jezus vreemd. Hoeveel glans er van die illustere voorgangers ook op hem afstraalde hij bleef maar liever gewoon mens.

Bovendien kunnen er vreemde legenden ontstaan rond profeten en wonderdoeners. Dat wat Elia had beleefd met priesters en koningen, lees de verhalen in het Oude Testament er maar op na, getuigde van zoveel macht dat mensen wilden dat het ook zou gebeuren met de zware bezetting waaronder ze zelf leefden. Maar toen Johannes de Doper opriep om anders te gaan leven, zoals Elia had gedaan, herkenden ze de boodschap niet. Daarom is het maar goed dat we het vandaag blijven hebben over de eerste dag van het onderwijs dat we ooit hebben genoten. Een goed begin is het halve werk en welke opleiding je ooit ook voltooid hebt, je blijft heel je verdere leven doorleren. Zeker als Jezus van Nazaret zegt dat de wegbereider niet herkend is. Zouden wij dan wel de Verlosser zelf herkennen of moeten we opnieuw dezelfde lessen leren die de tijdgenoten van Jezus van Nazareth moesten leren ? En dat leren kunnen we elke dag opnieuw als we zicht krijgen op de minsten in onze samenleving, dat mag ook vandaag weer.

 

De lessen van de wijze

vrijdag, 26 augustus, 2011

Spreuken 13:1-16

Mensen die praten in termen van enerzijds anderzijds maken vaak de indruk twijfelaars te zijn. En twijfelen staat bij ons in een kwade reuk, wij houden meer van zekerheden. Vandaag lezen we uit het boek van de Spreuken ook een gedeelte dat gaat over enerzijds anderzijds. Maar voor de lezer zal het duidelijk zijn dat het hier niet gaat om twijfel welke kant we zouden moeten kiezen. Het gaat er hier om goed en slecht tegenover elkaar te zetten. Maar let op, het gaat niet zozeer om goede en slechte mensen maar om goed en slecht gedrag. We zullen allemaal wel eens goede raad in de wind geslagen hebben of ons lui hebben gedragen, we weten allemaal best wat daar dan de gevolgen van kunnen zijn.

De Joden die de Hebreeuwse Bijbel volgen als de richtlijn voor het leven, en daartoe worden ook Christenen opgeroepen, hebben voor het bestuderen van de Bijbel een aparte term, lernen, voortdurend afwegen waar je mee bezig bent in het licht van het Woord van de God van Israël. Die leerschool doorloop je niet alleen in je jeugd maar die doorloop je je hele leven. Zelfs als je geroepen bent om jongeren te leren hoe te lernen dan ben je nog aan het lernen hoe jongeren dat te leren. In het gedeelte dat we vandaag uit het boek Spreuken lezen gaat het over dat lernen, de wijze lessen van je leermeester, je Vader, God de Vader, ter harte nemen. Wie spot met het bestaan van God en het liefhebben van de naaste sluit de oren voor die lessen. Er staat voor berispingen want er wordt van uit gegaan dat niemand volmaakt is, degene die lernt is niet beter dan degene die niet lernt, maar haalt een beter resultaat.

Het bestuderen van de richtingwijzers van de God van Israël, het kijken naar het licht voor je voet dat door de lamp van het Woord wordt verspreid in je dagelijks leven is geen zaak voor luiaards, dat vraagt een voortdurende aandacht. Veel later zal van Jezus van Nazareth worden verteld dat hij in een drukke menigte een vrouw opmerkte die alleen de zoom van zijn mantel aanraakte en toen hij met een menigte onderweg was hoorde hij als enige een blinde bedelaar langs de weg zitten roepen. Dat vraagt training, dat vraagt geduld, dat vraagt alles en alles afwegen tegen het Woord van God.

Gelukkig mogen we ook van de dichter van de Spreuken leren dat de rechtvaardige vreugde wacht, dat rijkdom pas vreugde geeft als het gedeeld wordt, dat de lessen waar je zo onvermoeibaar en onophoudelijk mee bezig kan zijn een bron van leven zijn. Leven niet alleen voor jezelf maar leven voor alle mensen die je tegenkomt, die door jouw handen en handelingen zich door God laten voeden, kleden, troosten en bevrijden van onderdrukking en geweld. Elke dag mogen we op die manier weer opnieuw gaan lernen, ook vandaag.

Een steen is zwaar

donderdag, 25 augustus, 2011

Spreuken 27 : 1-6

Er is een heel oud tijdschrift waarin mensen die niet zoveel met het geloof hebben wordt uitgelegd waar het in het geloof volgens de Protestantse Kerk nu eigenlijk om gaat. Dat tijdschrijft heet “de Open Deur”. Dat is natuurlijk niet genoemd naar de voor de hand liggende uitspraken uit het boek Spreuken, zoals we er vandaag weer een aantal tegenkomen, maar het is genoemd naar de deur van de PKN kerken die altijd voor iedereen open staan en waar iedereen gerust mag vragen waar het in die kerken eigenlijk om gaat. Toch is het niet zo vreemd dat je dan voor de hand liggende uitspraken tegenkomt, want wat in de Kerk het Evangelie wordt genoemd ligt niet in de hemel of aan de andere kant van de zee maar het ligt voor de hand, voor het grijpen als het ware. Het gaat over het liefhebben van je naast als van jezelf.

En als je dat in gedachten houdt dan zijn ook de open deuren uit het boek Spreuken ineens te begrijpen en richting aanwijzers voor het gewone alledaagse leven met andere mensen. Natuurlijk weet niemand echt wat er morgen nu weer zal gebeuren. Maar als je let op wat mensen vandaag overkomt en je steekt daarbij een hand uit dan is wat morgen allemaal kan gebeuren ineens niet zo belangrijk meer. Vandaag vrede stichten, vandaag hongerigen voeden, vandaag bedroefden troosten, vandaag recht doen aan mensen is veel belangrijker dan de vraag wat voor weer het morgen weer zou kunnen worden. En of je daarvoor geprezen wordt is ineens ook niet meer zo belangrijk, belangrijker is het of het goed gaat met die anderen.

Je weet natuurlijk best dat het geen zin heeft om je te ergeren aan het gewicht van stenen of van zand, dat doe je dus in het algemeen ook niet. Maar dwazen die zichzelf belangrijker vinden dan een hand uitsteken naar mensen die een uitgestoken hand nodig hebben kunnen behoorlijk ergerlijk zijn. Je er kwaad om maken heeft ook niet veel zin, woede maakt nu eenmaal, net als drank, meer kapot dan je lief is. Maar je kunt best eens jaloers zijn op mensen die er zich zo gemakkelijk van af kunnen maken en daar schijnbaar nog plezier aan beleven ook.

Mensen die hun best doen willen het eigenlijk ook altijd beter kunnen doen. Daarom mag je blij zijn dat er mensen in je omgeving zijn die zeggen wat je goed doet maar ook wat je beter zou kunnen doen. Als ze je laten aanmodderen omdat ze je niet willen kwetsen dan houden ze het verkeerde in stand en staan ze het goede in de weg. Daar moet je zelf ook op letten als je kritiek hebt, zwijg niet maar probeer het samen met de ander tot iets beters te maken, want het verwijt van een echte vriend is oprecht. En slijmen vindt niemand prettig nietwaar. Zo kunnen we ook vandaag kleine stapjes zetten op weg naar een betere wereld, want elke stap die we zetten is er één vooruit.

Samen zwoegen loont.

woensdag, 24 augustus, 2011

Prediker 4:7-12
 
Mede op basis van deze passage uit het boek Prediker is de Christelijke vakbeweging ooit opgericht. De arbeiders die het initiatief hiervoor namen wisten maar al te goed dat samen bouwen met je collega’s een heel stuk beter ging dan allemaal in je eentje. Dat moest dus ook wel gelden als het zou gaan om zaken als gezondheidszorg, huisvesting, onderwijs en overleg met werkgevers over arbeidsomstandigheden en loon. Dat ze gelijk hadden is in de vorige eeuw wel gebleken. Dat is zo goed gebleken dat iedereen er mee van kan profiteren, of je nu lid bent van een vakbond of niet. De collectieve arbeidsovereenkomsten die dankzij de vakbeweging tot stand komen gelden voor alle werknemers, de loonsverhogingen, die zorgen dat de koopkracht op peil blijft en er op een klein beetje eerlijke manier wordt gedeeld in de winst van de bedrijven, krijgt iedereen bij het loon, of je nu lid bent van de vakbond of niet.

Bijna niemand kent meer de situatie dat er geen vakbonden zijn. De tijd dat werknemers geen rechten hadden, dat werkoverleg niet verplicht was, dat er geen collectieve arbeidsovereenkomsten waren, dat er geen sociale voorzieningen waren ligt al bijna 100 jaar of meer achter ons. Veel jongeren zijn dan ook geen lid van een bond en misschien dat het lezen van deze passage uit het boek Prediker mensen nog eens aan het denken zet. Sterke vakbonden staan immers sterker in onderhandelingen. Sterke vakbonden zijn immers ook beter in staat op te komen voor de zwakste werknemers. Sterke vakbonden zijn niet voor iedereen een direct persoonlijk voordeel maar zijn ook een uiting van naastenliefde voor mensen die de vakbonden erg hard nodig hebben.

De Nederlandse Vakbeweging heeft contacten over de hele wereld. Overal waar werknemers in dezelfde omstandigheden verkeren als de Nederlandse arbeiders 100 jaar en meer geleden wordt ook vanuit Nederland geholpen om nieuwe vakbonden op te richten. De oprichters van de Nederlandse vakbeweging, die avond aan avond er op uit trokken om hun collega’s te scholen en voor te lichten over de wenselijkheid van de vakbeweging gaven een voorbeeld dat nu in veel landen op de wereld navolging krijgt.

Het zou jammer zijn dat het succes van de Nederlandse vakbeweging ook haar ondergang zou betekenen. Als we de raad van Prediker om samenwerking te zoeken en te behouden in de wind zouden slaan verzwakt de vakbeweging en zullen profiteurs, rijken en machtigen, van de zwakte van hun werknemers misbruik maken om zich opnieuw te verrijken en hun werknemers uit te buiten. De strijd voor behoud van verworven rechten, die van tijd tot tijd oplaait, bewijst dat eens te meer. Alleen een koord dat uit drie strengen is gevlochten is niet snel stuk te trekken.

Bevrijd uw geliefde volk

dinsdag, 23 augustus, 2011

Psalm 60

Het zou in deze dagen een bede kunnen zijn gezongen door het volk van Libië of Syrië maar het is een psalm van David die gekoppeld wordt aan de geschiedenis van de oorlogen die door David zijn gevoerd. David wordt vaak gezien als vredevorst maar dat is toch een misverstand. Volgens het verhaal mocht hij zelfs de Tempel niet bouwen omdat hij teveel bloed aan zijn handen had. Maar de vraag is of de Psalm wel van Koning David is en of David hier niet staat als vertegenwoordiger voor het volk Israël onder een koning uit het huis van David. Want het gaat om twee oorlogen, tegen de Arameeërs uit het Tweestromenland en tegen Edom. Nu was Abraham een zwervende Arameeër geweest die uiteindelijk in Palestina terecht was gekomen en stamde Edom af van Esau. De strijd van Israël was een strijd binnen de familie. Tegen Edom werd nog wel gewonnen maar het volk zou in ballingschap worden afgevoerd naar het tweestromenland, het land tussen de Eufraat en de Tigris.

Geen wonder dat de dichter ondanks de genoemde overwinning begint met een klaagzang over de staat van het land. Op twee fronten oorlog voeren is niet niks, het volk moet zwaar lijden, bittere wijn drinken. God wordt hier nog eens herinnert aan zijn belofte het hele land Palestina aan Israël te schenken. De gebieden van Gilead tot Filistea, die hier worden genoemd, liggen aan beide zijden van de Jordaan, Manasse wordt zelfs doorsneden door de rivier. Bij die belofte hoort dan ook de overwinning op Edom. God heeft kennelijk toch niet helemaal het volk verstoten, geen wonder dat de hulp van de God van Israël wordt ingeroepen om ook de andere strijd te winnen. Bondgenootschappen met vreemde machten helpen echt niet.

Soms verbaas je je wel eens dat het geweld waartoe de Bijbel oproept zo gemakkelijk terzijde wordt gelegd. Een volk dat zich bedreigd voelt komt in opstand, soms is het maar een minderheid die de opstand gewapenderhand uitvoert, soms komt het massaal in opstand. Geloof in een God die het volk in beweging zet kan daarbij zeer helpen. Zo moet ook het beroep op Allah worden verstaan als de armen in de Islamitische landen in zijn naam in opstand komen tegen hun dictatoren of tegen de economische overheersing door het rijke westen. Hier wordt gezegd dat de God van Israël de vijanden zal vertrappen.

En zo moeten ze het wel zeggen omdat de volgelingen van de God van Israël gebonden zijn aan het gebod “Gij zult niet doden”. Het overtreden van dat gebod had David dwars gezeten, het houden van dat gebod zou in de ballingschap een belangrijke rol spelen. Dat gebod zal door Jezus van Nazareth zo letterlijk genomen worden dat het tot zijn kruisdood leidt. Maar juist die daad van verzet, die keuze voor het leven van anderen, maakt dat wij die keuze ook mogen maken en die geweldloze samenleving over de hele aarde mogen opbouwen. Elke dag weer, ook vandaag, totdat hij komt.

Vertrouw niet op mensen met macht

maandag, 22 augustus, 2011

Psalm 146

Elk jaar aan het einde van het jaar hebben we de verkiezing van de politicus van het jaar. Daarbij wordt steeds duidelijker  hoe verdeeld het volk eigenlijk is. Ook de journalisten van de parlementaire pers zijn zeer verdeeld. Echte winnaars zijn er dan ook eigenlijk niet. Al zal meneer Wilders het hier niet mee eens zijn, hij immers werd de laatste jaren tot winnaar uitgeroepen. Hij roept het hardst tegen de gevestigde macht en veel mensen die ook onvrede hebben met de gevestigde macht roepen met hem mee en vinden eigenlijk dat hij nog te zacht roept. Maar hem laten roepen tegen de machthebbers in ons land, is dat ook vertrouwen op stervelingen waar geen redding is, zoals in deze Psalm gezongen wordt? Moeten we ons niet geheel en al naar een andere kant wenden?

De Psalm prijst gelukkig wie de God van Jakob tot hulp heeft. Jakob was de man die zijn vader en zijn broer bedroog en daarom moest vluchten naar zijn oom Laban. Daar werd hij op zijn beurt bedrogen maar uiteindelijk keerde hij met vier vrouwen, 12 zonen en een dochter terug, om een hele nacht met een vreemdeling te vechten die hem mank sloeg. Ondanks het verdwijnen van zijn lievelingszoon bleef Jakob echter geloven dat hij zou uitgroeien tot een groot volk, hij hield de rest van zijn zonen bijeen en schroomde niet ze te laten bedelen om voedsel in Egypte. Dat werd hun redding en uiteindelijk zouden de nakomelingen van Jakob uit Egypte vluchten als slaven de woenstijn in.

Naar die God moeten we ons wenden, want die God is volgens deze Psalm trouw tot in eeuwigheid, die doet recht aan verdrukten, geeft brood aan hongerigen, bevrijdt de gevangenen, opent de ogen van de blinden, richt de gebogenen op, heeft de rechtvaardigen lief, beschermt de vreemdelingen en steunt de wezen en de weduwen. Van het rechtdoen aan de verdrukten tot de steun aan de weduwen komt ons dat toch wel heel bekend voor. Dat zijn de zaken die we zelf, die we samen moeten doen, waar we ook onze politici op moeten afrekenen. Je kunt van Wilders veel zeggen maar toch niet dat hij de vreemdelingen beschermt en die staan toch echt in het rijtje van de godsdienst.

Want al die dingen doen is het beoefenen van onze godsdienst. Dienst aan mensen is immers dienst aan God. Het zijn de woorden van de God  van Israël die ons in die richting voortdrijven. Dat was de ontdekking die de nakomelingen van Jakob in de woestijn deden. Niet het oprichten van beelden, niet het kiezen van idols, of van politici van het jaar, maar het houden van je naaste als van jezelf, dat brengt uiteindelijk een einde aan ellende. Daarom sluit de Psalm met het noemen van Sion, daar werd de Wet van Liefde, van eerlijk delen, bewaard. Dat is de enige machthebber die het over ons te zeggen mag hebben. En dat mogen we elke dag weer opnieuw ervaren, ook vandaag weer.