Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juli, 2011

‘Weg met hem!’

donderdag, 21 juli, 2011

Handelingen 21:27-36

De Tempel in Jeruzalem was een heel gevoelige plek. Wij kunnen ons dat niet meer zo voorstellen. Tenminste Protestanten niet. Rooms Katholieken wel. Nu er kerken gesloten worden laten de Bisschoppen liever de Kerkgebouwen afbreken dan er een andere nuttige maatschappelijke bestemming aan te geven. Protestanten hechten niet zo veel aan het gebouw op zich. Dat had eigenlijk bij die Tempel ook zo moeten zijn. In die Tempel stonden immers geen beelden, zeker geen beeld van God. In die Tempel werd de Wet bewaard, de Wet die samengevat werd in het “Heb uw naaste lief als uzelf”. Maar ongelovigen mochten er niet in. Uiteindelijk moesten juist de mensen in de Tempel laten zien waar de godsdienst van de God van Israël om draaide.

Dat ging dus in de dagen van Paulus meer om de stenen dan om de mensen. In plaats van met elkaar in gesprek te gaan, als Joden onderling, ging men liever af op roddel en achterklap. Het waren de Heidenen, de Romeinse soldaten voorop, die hier de bescherming van de individuele mens moesten verzekeren. Gerechtigheid ging niet uit van het volk van Israël maar van van de Romeinen. De gevoeligheid rond de Tempel zou uiteindelijk uitlopen op de grote opstand en de verwoesting van de Tempel in het jaar 70. Toen wilde de Romeinse Keizer wel godenbeelden in de Tempel plaatsen. Lucas laat hier zien hoe gevoelig dat wel niet was en hoe de keizer zelf die opstand had uitgelokt. Maar al het protest van de Joden riep ook het ingrijpen van de Romeinse militaire macht op. Kritiek klinkt hier dus door op beide kanten. De beweging van Jezus van Nazareth had een andere Weg.

Voor de lezers van het verhaal wordt Paulus ondertussen wel op een voetstuk gezet. Drie maal was aangekondigd dat hij in Jeruzalem zou gaan lijden. Net als het lijden van Jezus van Nazareth drie maal was aangekondigd. En nauwelijks was hij er een week en nam hij de reinigingsvoorschriften zeer streng en ruim ter harte of de menigte liep tegen hem te hoop. Ook nu klonk het “Weg met hem” net als in de dagen van de kruisiging. En net als in de dagen van Paulus zullen we ook in onze dagen tot het uiterste partijen die zeer ver uiteenliggen bij elkaar moeten proberen te brengen.

Nu gaat het over Israëli en Palestijnen verstrikt in een cirkel van geweld en tegengeweld. Het zou beiden moeten gaan om eten en drinken en delen van welvaart en mogelijkheden. Er zijn mensen, ook uit ons land, die dat met boten en demonstraties tot uiting willen brengen. Knielen op het strand zoals de leerlingen dat met hun gezinnen bij Paulus hadden gedaan. We mogen de pogingen tot het stichten van vrede steunen, niet door het veroordelen van de ene of de andere partij, maar door te wijzen op het goede dat gedaan zou kunnen worden. Want ook voor ons geldt dat het kwade bestreden dient te worden door het goede, ook vandaag weer.

Hoe weerleggen we dit?

woensdag, 20 juli, 2011

Handelingen 21:15-26

De oudsten in Jeruzalem houden niet van welles nietes spelletjes. Er sluimert een oud conflict tussen Paulus en de Christenen uit de Joden. Paulus vroeg van de Joden de wetten van Mozes te houden zoals ze gewend waren maar vroeg van de Heidenen dat ze alleen afzagen van de afgoderij maar ze hoefden geen Joden te worden. Dat afzien van afgoderij bleek dan uit het stoppen met eten van offervlees en het afzien van het gebruik van de tempelprostitutie. Maar de in de Synagogen waar Paulus had gepreekt waren herhaaldelijk conflicten uitgebroken over zijn boodschap. Door Paulus gevormde gemeenten waar Joden en Heidenen samen kwamen en waar het onderscheid tussen hen was opgeheven besloten dan elders samen te komen en de Synagoge te mijden.

Volgens zeer strenge Joden was het bezoek van het huis van een Heiden niet toegestaan. Het maakte de Jood onrein. Ook Jezus van Nazareth was hier herhaaldelijk op aangesproken zo wordt in de Evangelieën gemeld. Die liet zich er overigens niet door weerhouden. Als mensen er blijk van gaven te geloven in de boodschap van Jezus van Nazareth, in de nieuwe wereld die hij kwam brengen, dat was het dat geloof dat hen deed behouden. Bij onrein worden hoort een reinigingsprocedure. En de gemeente in Jeruzalem had bedacht dat als strenge Joden samen met Paulus naar de Tempel zouden gaan en zich zouden laten reinigen op kosten van Paulus dan zou duidelijk moeten zijn dat Paulus geen afbreuk had gepromoot aan de Wet van Mozes.

Zo is het ook gebeurd. De reinigingsperiode zou zeven dagen duren, dat zou toch voldoende moeten zijn. Het onderscheid dat mensen maken tussen mensen die op de goede manier en mensen die op de verkeerde manier geloven leidt altijd tot wrijving en tot spanning in de samenleving. Ook in onze dagen worden Christenen  die met moslims omgaan met de nek aangekeken. Ook al helpen ze moslima’s met emancipatie, moslimgezinnen met inburgering of geven ze taallessen, volgens de zogenaamde goed gelovigen deugen ze niet. Het is en blijft onbijbels. De Bijbel gaat er van uit dat je alleen let op het goede dat mensen doen en dat je ze daarbij helpt. Voor de rest is het oordeel aan God en niet aan mensen. Gelukkig kunnen en mogen we dat nog elke dag doen en kan niemand ons daarvan weerhouden. Ook vandaag kunnen we er weer mee aan de slag.

Omwille van de naam van de Heer Jezus.

dinsdag, 19 juli, 2011

Handelingen 21:1-14

Het ligt nogal voor de hand dat de autoriteiten in Jeruzalem niet blij zullen zijn met de komst van Paulus. Elk jaar met het Pesach feest en met Pinksteren kwamen overal uit het Romeinse Rijk Joden en sympatisanten met de Joden naar Jeruzalem om daar het feest te vieren. Die komst naar de Tempel was nog een voorschrift uit de Tora, de eerste vijf boeken van Mozes. In Deuteronomium staat dat het verplicht was om naar de Tempel te reizen om daar een maaltijd te houden met je familie, de Tempeldienaars, de armen en de vreemdelingen die bij je werkten. De Priesters vonden het al best als je zelf kwam en een offer bracht. Paulus ging na het Paasfeest op reis hebben we gelezen en wilde voor de Pinksteren in Jeruzalem zijn. Veel van de mensen die naar Jeruzalem reisden zullen daar verteld hebben over die mensen van de Weg die in de Synagogen vertelden over Jezus van Nazareth en eigen gemeenschappen met de Heidenen stichten. Paulus was daarbij een grote aanstichter.

De reis van Paulus wordt nogal nauwkeurig beschreven. De nadruk in de beschrijving ligt op alle gemeenschappen van mensen van de Weg die Paulus onderweg tegenkwam. Die waren al bang voor wat hem zou overkomen, maar het onderstreept nog eens dat hij zeer wel reden had om niet direct een hartelijk welkom in Jeruzalem te verwachten. Bij de gemeente in Tyrus valt op dat de leerlingen daar natuurlijk bij die gemeente horen maar ook de vrouwen en kinderen. Samen nemen ze op het strand afscheid en de vrouwen en ook de kinderen knielen net als de leerlingen op het strand. Je moet soms in de Bijbel tussen de regels doorlezen om te ontdekken dat het niet alleen mannen zijn die volgelingen van de Weg geweest zijn maar ook vrouwen en dus ook zelfs kinderen.

In Caesarea woont een belangrijk bestuurder van de eerste gemeenten, Filippus. Hij was samen met Stephanus een van de mensen die in Jeruzalem gekozen was om de Grieks sprekende weduwen te verzorgen. Geleerden nemen aan dat de zeven diakenen zoals ze daar genoemd worden bestuurders werden van het Griekse deel van de mensen van de Weg, van de mensen die buiten Judea in het Romeinse Rijk woonden en zich aangesloten hadden bij de beweging van de Weg. Dat we Filippus in Caesarea tegenkomen is dus niet zo vreemd want daar is het centrum van het Romeinse bestuur en vandaar lopen de postwegen naar het Romeinse Rijk. Ook bij die Philippus valt het onderscheid tussen mannen en vrouwen weg. Philippus zelf kan nog vertellen over zijn leven met Jezus van Nazareth en zijn vier dochters weten hoe de samenleving er anders uit zou moeten zijn zien, zij zijn de profetessen.

Net als de dochters van Philippus was Agabus een profeet. Hij had al eens de gemeente in Antiochië gewaarschuwd voor een hongersnood die zou komen. Nu waarschuwde hij zeer beeldend Paulus voor wat hem zou overkomen. Maar Paulus wist dat er in de Bijbel vaak staat : “Vreest niet”. Zijn werk voor het stichten van gemeenten in het hele Rijk bracht hem naar Jeruzalem dat was onontkoombaar. En in die Geest gaat hij naar Jeruzalem. Zo blijven wij zeggen wat in onze samenleving gezegd moet worden. De kerken hebben daarvoor de IKON, die bedreigd wordt door de angsthazen voor andere geloven. In de geest van Paulus moeten we dus blijven zeggen wat in onze samenleving in strijd is met het heb uw naaste lief als uzelf en moeten we dus zeker nu de IKON blijven steunen. Gelukkig kunnen we elke dag werken aan een samenleving waar niemand bang hoeft te zijn, we mogen dat ook vandaag weer doen. En zoek op het internet gerust de IKON op en kijk hoe je die kunt steunen.

“Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.”

maandag, 18 juli, 2011

Handelingen 20:17-38

Paulus vertrekt naar Jeruzalem. Drie jaar lang heeft hij in Efeze en omgeving gewerkt aan de stichting van gemeenten van de Weg, wat wij nu Christelijke gemeenten noemen. Om afscheid te nemen laat hij de oudsten van de gemeente van Efeze naar Milete komen, een plaatsje zo’n 50 kilometer van Efeze vandaan. Duidelijk wordt hier dat Paulus de mensen heeft verkondigd dat er maar één Heer is, één Kurios of keizer, en dat is Jezus van Nazareth als de zoon van de God van Israël. Daar was Paulus, en dus daar waren de oudsten, slaaf van en van niemand anders. Die gemeente in Efeze was zelf ook geen gemakkelijke gemeente. Paulus had er de nodige spanningen meegemaakt, naast de spanningen in de stad met mensen als die zilversmid Demetrius. Hij waarschuwt er zelfs voor dat er mensen in de gemeente zijn die graag een vooraanstaande leidinggevende positie zullen willen innemen ten koste van de boodschap en dus van de mensen.
 
Paulus heeft zijn plicht gedaan. Hij heeft in vergaderingen en bij mensen thuis het Evangelie verkondigd en alles verteld wat hij weet over het geloof in Jezus van Nazareth. De reis terug naar Jeruzalem zal niet eenvoudig zijn, ook dat beseft Paulus maar al te goed. Maar terug naar de Wet, het heb Uw naaste lief als Uzelf zoals die in de Tempel wordt bewaard en terug naar de bakermat van het geloof in Jezus van Nazareth voelt Paulus als een absolute noodzaak. Opvallend is dat er drie maal op het komende lijden van Paulus wordt gezinspeeld alsof er een parallel getrokken wordt met de reis die Jezus van Nazareth maakte naar Jeruzalem. Paulus zou daar immers gevangen genomen worden en na een beroep op zijn Romeins burgerschap naar Rome gestuurd worden.
 
Uit de Evangelieën weten we lang niet alles wat Jezus van Nazareth gezegd en gedaan heeft. Wie de evangelieën leest komt daar zelf ook achter. Paulus heeft het niet vaak over het leven van Jezus van Nazareth. Voor hem lijkt dat leven soms pas te beginnen met de bekering van Paulus zelf op de Weg naar Damascus. Hier, op het eind van de toespraak tot de oudsten van Efeze horen we een citaat van Jezus van Nazareth dat een goede samenvatting is van de hele boodschap van Jezus van Nazareth: Geven maakt gelukkiger dan ontvangen. Dat citaat is niet terug te vinden in de Evangelieën. Het gaat daarbij volgens Paulus om de zwakken te steunen, daar zal de gemeente van Efeze op gericht moeten blijven.
 
Hij en zijn metgezellen hadden niet geteerd op de zakken van de Efeziërs, ze hadden hun eigen inkomen verdiend. Het zal duidelijk zijn dat Paulus daarmee ook nieuwe leiders van de gemeente laat beoordelen. Zorgen ze voor de zwakken of voor zichzelf. Een criterium dat ook vandaag nog zeer toepasbaar is in kerken en gemeenschappen. Werken voor de zwakken in de samenleving kunnen we allemaal, dat mogen we dus ook allemaal en elke dag opnieuw. Het is ook voor ons de maat of we bij die beweging van de Weg horen, ook vandaag weer.

 

De eerste dag van de week

zondag, 17 juli, 2011

Handelingen 20:1-16

We weten niet zo heel veel van de allereerste gemeenten van de Weg. Hier en daar zijn er in het boek van de Handelingen en in sommige brieven van Paulus aanwijzingen te vinden die ons op het spoor brengen van wat er werd gedaan. Vandaag hebben we een stuk uit de Handelingen op het leesrooster staan waaruit we een klein beetje een indruk kunnen krijgen van de gewoonten in die eerste gemeenten. Dat Paulus met een groot gezelschap rondreisde dat wisten we al. Na de opstand in Efeze splitste dat gezelschap zich. Paulus ging met een aantal verwanten vooruit en Lucas, met een aantal anderen, kwam er achteraaan. Eerst gingen ze naar Filippi waar ze het Joodse Pesach vierden.

Kennelijk was dat feest van het ongezuurde brood, het Pesachfeest, in het begin nog niet niet ons Paasfeest. Lucas had er vast wel wat van verteld als ze op dat Paasfeest ook de opstanding van Jezus van Nazareth gevierd zouden hebben. Maar hij noemt het het feest van de Ongezuurde Broden en dat is het feest over de uittocht uit Egypte, de bevrijding uit de slavernij. Het grootste van de Joodse feesten. Waarschijnlijk is dat feest pas veel later in de geschiedenis samen gaan vallen met het feest van de opstanding van Jezus van Nazareth. In de loop van de tijd werden de gemeenten van de Weg ook meer gekleurd door de Heidenen dan door de Joden. En de heidenen hadden niet zoveel met de bevrijding van een slavenvolk uit Egypte. Een beetje al te veel nadruk op bevrijding van slaven maakte het voor Romeinenen en  Grieken ook niet ongevaarlijk.

Maar belangrijk is de opmerking dat ze op de eerste dag van de week bijeen kwamen voor het breken van het brood. Daarin horen we Jezus van Nazareth die het brood brak terwijl hij zei: dit is mijn lichaam dat voor U gebroken wordt, doet dit tot mijn gedachtenis.
Dat deden ze dus op de eerste dag van de week. Dat is onze zondag. Paulus houdt op die zondag een preek. Die zondag was nog geen vrije dag. De Joden hielden de zaterdag, de zevende dag van de week in ere en werkten dan niet, maar voor de mensen van Weg was de achtste dag een belangrijke dag geworden. Die eerste dag van de week was er iets nieuws begonnen, een nieuwe manier van samen leven. In de avond kwam men bij elkaar. Die preek die tot middernacht voortduurde, toch al wel tien keer zo lang als wij gewend zijn, moet dan ook in de loop van de avond begonnen zijn. Nadat iedereen een dag hard gewerkt had.

Bij het licht van een heleboel olielampen zat men bij elkaar. Reken maar op een grote opkomst, groot voor de bovenzaal waar men samenkwam. Dat er iemand indommelde en uit het raam viel was niet zo vreemd. We hebben het over een stad aan de Middellandse Zee waar het heerlijk warm was, waar olielampen een zacht licht verspreidde en waar een klein onooglijk mannetje een lang verhaal hield. Maar het woord van Paulus brengt leven wil dit verhaal maar zeggen. De jongen die uit het raam viel at brood om het te bewijzen.

Dat samenkomen op de eerste dag van de week is voor ons dus ook niet onbelangrijk. Samenkomen om samen een gemeenschap te vormen en samen het brood te breken zodat rijken en armen allemaal evenveel hebben. Zoals Jezus van Nazareth deed die iedereen er bij betrok, hoeren en tollenaars, leerlingen en vreemdelingen. Zo mogen wij elke week weer op de eerste dag bijeen komen. Er is vast een kerk bij u in de buurt. Als het een PKN kerk is zult u zich er vast thuis voelen en in de gemeenschap worden opgenomen. Kom eens een keer kijken.

Een officiële volksvergadering

zaterdag, 16 juli, 2011

Handelingen 19:23-40

Het is altijd weer een mooi verhaal. Het lijkt over Paulus te gaan die belaagd wordt door boze zilversmeden en afgodendienaars, maar het gaat over ons. Want zeg nu zelf, hoe vaak lopen we zelf achter populisten aan die ons opzwepen om hun eigen economische belang te dienen. Want dat is het geval. Onder het mom dat de godsdienst wordt beledigd worden mensen opgezweeept tegen de beweging van de Weg. Want de verkoop van de zilveren beeldjes van de Tempel van Diana van Efeze loopt terug. En daarom dreigen Demetrius, de zilversmeden en hun knechten werk en inkomen te verliezen. En ja, Joden en Christenen hebben nu eenmaal niks met goden gemaakt van zilver of goud, die hebben meer met mensen van vlees en bloed.

Wij worden ook zo vaak opgezweept. Dat de sociale voorzieningen niet meer te betalen zouden zijn. Dat het zo’n groot gedeelte van ons nationale inkomen zou opmaken dat er nodig wat aan gedaan moet worden. Maar wie echt de cijfers over sociale voorzieningen op een rij zet ziet ineens dat het grootste deel van subsidies van de overheid gaat naar de mensen met de hoogste inkomens. Die mensen wonen namelijk in de duurste woningen met de hoogste hypotheken waarvoor ze het hoogste bedrag aan rente betalen en die rente kunnen ze aftrekken van het bedrag aan belasting dat ze betalen. Daarmee halen ze veel meer voordeel dan welke ontvanger van een sociale voorziening dan ook. Zo worden wij door mensen met hoge inkomens opgezweept tegen armen die wordt afgenomen het weinige dat ze nog krijgen ook. En denk er om dat er bijvoorbeeld bij de sociale werkplaatsen hard gewerkt wordt. Daar zijn geen vakanties in de Middellandse Zee, geen diners bij drie sterren restaurants. Daar puzzelen mensen met hun geld om rond te komen en zijn de maanden vaak een week te kort.

Het hele verhaal van Demetrius en het volle stadion wijst er ook op dat de invloed van dat groepje van de Weg behoorlijk groot is. Die groep, die hun naaste lief heeft als zichzelf, die open staat voor rijken en armen, slaven en vrijen, Grieken en Joden, ouden en jongen, straalt kennelijk iets uit dat de makers van zilveren tempeltjes nooit zullen bereiken. Die mensen hoeven geen campagne te beginnen tegen de afgoderij maar alleen de zorg die ze hebben voor de mensen die zorg nodig hebben maakt hun invloed groot. Wij duiden zo’n groep wel eens aan met het griekse woord ecclesia, een mooi woord dat nu aanduidt dat mensen op die beweging van de Weg in Efeze willen lijken, maar in het verhaal wordt datzelfde woord gebruikt voor die opgewonden vergadering in het stadion.

Alsof we samen er voor moeten zorgen dat er nu zo’n opgewonden beweging ontstaat tegen de kortingen op de sociale werkplaatsen, tegen de korting op de persoonsgebonden budgetten, tegen de korting op het aangepast onderwijs voor gehandicapte kinderen. Mensen van de Weg van Jezus van Nazareth kunnen niet anders dan zich tegen die afbraak verzetten. Zo lang de rijken de meeste subsidies krijgen zullen we stem moeten geven aan de armen. Elke dag weer, ook vandaag weer, totdat die stem wordt gehoord en de zorg weer voorop staat.

Ik ben verzwakt en arm

vrijdag, 15 juli, 2011

Psalm 86
 
Vandaag zingen we een psalm over verootmoediging. En verootmoediging is nu typisch zo’n religieuze term waarvan we de betekenis zijn vergeten, bedekt als ze is door een heleboel lege religieuze termen. De Psalm die we vandaag zingen helpt ons misschien er iets van te begrijpen. De psalmdichter bidt tot God om hem te behoeden, want hij is aan God toegewijd. Horen bij de God van Liefde en Recht is kennelijk een gevaarlijke zaak. Dan moet je gered worden want je wordt bedreigd door vijanden. Joden en Islamieten kunnen daarover meepraten. In beide tradities kennen ze zowel de kant van het feest als van de verootmoediging zoals de psalmdichter die voorzingt.

In de Joodse traditie begint de nieuwe dag bij het vallen van de nacht en op vrijdagavond wordt op dat uur de Sabbat begroet. Bij de Islam sluit het vallen van de nacht de dag af en tijdens de Ramadan mag je overdag niet eten maar wel in de nacht. Wij zijn in onze cultuur bijna vergeten de tijd op die manier te markeren. Wij hebben door de electriciteit de nacht in dag veranderd en de ochtend en de avond hebben nauwelijks een bijzondere betekenis meer. In Jodendom en Islam is dat nog anders. Daar klinkt nog de roep om de hele dag met de Heer van alles bezig te zijn.

In de Psalm is er geen andere Heer dan God. Niemand anders die macht uitoefend over de mensen. Alle volken schaffen hun pretenties af en buigen zich voor de Liefde en prijzen de God die Liefde is. En dat afschaffen van pretenties, dat is verootmoediging.  Daarom loopt de Ramadan uit op het Suikerfeest, aan het eind van de maand waarin men bezig is met het woord van God breekt het zoet aan. Dezelfde overtuiging klinkt in het Jodendom als de Vreugde der Wet aanbreekt en in het Christendom als hongeren en dorsten naar gerechtigheid voorop staat. Het Koninkrijk van Recht en Vrede, de Geest van Liefde en Delen komt onontkoombaar voor de hele bewoonde wereld. Armen en vreemdelingen zijn verdwenen alleen broeders en zusters blijven over.

Zou er in ons land nog een tijd komen dat we niet meer bang gemaakt worden voor elkaar? Wie goed naar de bang makende politici weet te luisteren hoort dat zij eigenlijk de rijken beschermen en de machthebbers die uitbuiten en zichzelf verrijken. Heel langzaam gaan de armsten in ons land dat voelen, de mensen die werken in de sociale werkvoorziening, de mensen die vanaf hun geboorte gehandicapt zijn en een Wajong uitkering hebben, de chronisch zieken met een persoonsgeboden budget, zij moeten de bonussen in het bedrijfsleven opbrengen en de schulden delgen die de banken door wanbeleid hebben gemaakt.  Pas als wij een teken van goedheid willen zijn dan zullen zij, de haters, verbleken. Dat is pas echt iets om over te zingen. Elke dag mogen we er opnieuw aan werken om dat lied passend te maken in de tijd.

 

De zoon van de timmerman ?

donderdag, 14 juli, 2011

Matteüs 13:47-58

Het dertiende hoofdstuk van het Evangelie naar Matteüs staat vol met kleine gelijkenissen. Een aantal daarvan hebben we de afgelopen tijd hier ook gelezen. Vandaag staat van die reeks de laatste op het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap, het rooster dat we hier van dag tot dag volgen. Het is weer een gelijkenis over het bestaan van het kwaad in onze samenleving. Nu over vissen. Er worden goede en slechte vissen gevangen, de goede gaan ter consumptie en de slechte worden in het vuur verbrand. Zo zal dat gaan met rechtvaardigen en onrechtvaardigen op het eind van de geschiedenis.

Jezus van Nazareth trok rond met zijn leerlingen en daarbij ging hij zo af en toe ook bij zijn eigen familie langs.Wie God wil zien moet kijken naar Jezus van Nazareth staat er geschreven, niemand ziet de Vader dan door mij, zei Jezus van Nazareth zelf. Als je Jezus van Nazareth nu zo bijzonder wil maken dat niemand hem eigenlijk meer navolgen kan dan moet je van zijn moeder ook wel iets bijzonders maken. Dan heb je dus andere mensen nodig die je helpen om Jezus van Nazareth na te volgen. Mensen die zichzelf ook heel bijzonder hebben gemaakt en die horen bij een gemeenschap die zich heel bijzonder heeft gemaakt. Dan gaat het niet meer om de aarde en de tijd waarin we leven maar dan gaat het om de hemel en de tijd nadat we zijn gestorven. Het slot van het dertiende hoofdstuk uit Matteüs laat zien dat dat bijzondere hoort bij de sprookjes die mensen nodig hebben om macht over anderen uit te oefenen. Wij worden op het eind van dit hoofdstuk samen met Jezus van Nazareth met beide benen op de grond gezet.

Want ze kennen hem. Ze kennen hem als mens. Hij is een van hen. Zijn vader is timmerman, zijn moeder is Maria en Jakobus en Josef, Simon en Judas zijn zijn broers. En hij heeft ook zusters die allemaal nog in Nazareth wonen. Die Jakobus zal overigens later bij de vorming van de eerste gemeenten het hoofd worden van de gemeente in Jeruzalem. Maar Jezus van Nazareth maakte deel uit van een groot gezin. Hij was de eerstgeborene en zoals de Wet had voorgeschreven als eerstgeborene opgedragen aan God. Niet als een offer dat gedood moest worden, kinderoffers waren een gruwel voor Israël, maar als werktuig ter ere van de God van Israël. Maar iemand uit zo’n groot en bekend gezin kan toch nooit iets bijzonders zijn?

Profeten worden in hun eigen stad en in hun eigen familie niet geëerd. Het bijzondere zit niet in de mens maar in de boodschap van God en dat onderscheid kunnen we niet meer maken als we de mens maar al te goed kennen. Laten we daarom blijven luisteren naar het bijzondere van de boodschap, dat we goede vissen mogen zijn, dat we graan mogen zijn, dat we vruchten mogen voortbrengen door onze naaste lief te hebben als onszelf. Ieder van ons kan dat doen, ieder van ons kan anderen daarin meekrijgen, zelfs al zijn we maar de zoon of dochter van een timmerman en kent iedereen ons. We mogen het elke dag opnieuw doen, ook vandaag.

De akker is de wereld

woensdag, 13 juli, 2011

Matteüs 13: 36-46

Hoe zit dat dan met dat graan en dat onkruid waarvan we eerder hebben gelezen? Jezus van Nazareth legt uit dat het met name geldt voor hen die de Wet hebben verkracht, mensen uitgebuit en vermoord en misdrijven tegen de menselijkheid hebben gepleegd. Sommige van die misdadigers weten dat ook zelf wel. Van de Nazi’s kon uiteindelijk maar een handjevol leiders worden berecht, de rest had er zelf een einde aan gemaakt en maar een enkeling wist te ontkomen. Tot op de dag van vandaag wordt op de ergste van die misdadigers jacht gemaakt tot in de verste hoeken van de aarde. Ook in Japan heeft zo’n berechting plaatsgevonden. Op dit moment lopen er bijzondere rechtbanken voor Rwanda,  en voormalig Joegoeslavië. En inmiddels hebben we een internationaal strafhof waar zelfs zittende machthebbers worden aangeklaagd. Die berechtingen zelf zijn niet zonder betekenis.

De bijzondere tribunalen, die inmiddels zijn opgericht, hebben ook geleid tot het inzicht dat berechting van internationale misdadigers, tegen criminelen die het ontstaan van een meer ideale wereldsamenleving in de weg staan, een meer permanent karakter moet hebben. Daarom is er dus in Den Haag het internationale strafhof. Nog niet alle landen doen daar aan mee, Amerika houd zich er angstig buiten. Dat Amerikaanse beslissingen om oorlog te voeren of mensen zonder vorm van proces jarenlang gevangen te houden en te verhoren buiten de regels van internationale verdragen om, daardoor niet door een onafhankelijke rechtbank beoordeeld kunnen worden is duidelijk, maar dat die beslissingen en die acties ook niet goedgekeurd kunnen worden zou ten nadele van de Amerikanen kunnen zijn.

Juist daar waar rechtvaardigheid wordt gedaan gaan rechtvaardigen stralen als de zon. We maken dus stappen vooruit naar een samenleving waarin uiteindelijk het onkruid wordt vernietigd. De keus tussen graan zijn of onkruid ligt daarom voor de hand, al is het niet eenvoudig niet te laten verstikken. Het kwade wordt pas echt uitgeroeid als de aarde is voltooid. We zijn nog steeds bezig met de schepping, God heeft zijn Geest gezonden, de Geest die bij het begin zweefde over de wateren van de chaos, en wij mogen die Geest in ons zijn werk laten doen. Want voor ons is dat Koninkrijk de kostbaarste schat, als een kostbare parel die we gevonden hebben. Wij mogen dat kwade bestrijden door het goede te doen en het goede doen mogen we elke dag. Elke morgen mogen we er opnieuw mee beginnen en misschien zelfs als nieuw, bekeerd van het kwade te doen, zelfs vandaag mag dat weer.

Een andere gelijkenis

dinsdag, 12 juli, 2011

 Matteüs 13:24-35

De gelijkenissen tuimelen over elkaar heen in dit Bijbelgedeelte. Zo graag wilde Jezus van Nazareth duidelijk maken hoe het zit met de komst en de groei van dat Koninkrijk waar hij het steeds over heeft. Je denkt dat je het goede woord hebt verkondigd en dan zie je in een kerk de prachtige gewaden, de machthebbers, de show en  je hoort dat de armen en hun bevrijding verdwijnen achter eigenbelang en eerzucht. Hoe kan dat toch? Dat is het kwade dat altijd het goede zal vergezellen, pas als het Koninkrijk er echt is zal het kwade ten onder gaan. Moet je dan wanhopen en maar ophouden met te vertellen over dat Koninkrijk van eerlijk delen waar de minsten de belangrijksten zijn en er voor iedereen een plaats is? Welnee. Het groeit vanzelf uit tot het mooiste en het grootste dat we ooit hebben gezien.

Zoals dus die mosterdboom die wij niet meer in die vorm kennen maar die we ons best kunnen voorstellen. Die gelijkenis met dat zuurdesum kunnen we ons misschien nog het beste voorstellen. Want wie wel eens brood bakt weet dat je van de gist maar een heel klein beetje nodig hebt om een heleboel lekker brood te kunnen bakken. Zuurdesem is net als gist en daar heb je eigenlijk nog minder van nodig. Zo kun je dus ook een ideale samenleving maken. Je hebt naar verhouding maar een paar mensen nodig die er echt in geloven, die het tot het bittere einde ook weten vol te houden. Deze vergelijking is van Jezus van Nazareth zelf.  De vergelijking die er aan vooraf gaat is op dit moment eigenlijk nog veel actueler. Die van het zaad en het onkruid. Biologen zeggen dan direct dat onkruid niet bestaat. Alle planten hebben hun doel en bestemming. maar de boer zal zeggen dat dat mooi is, maar als je graan hebt gezaaid dan wil je ook dat er graan groeit en geen distels of papavers of andere struiken. Van graan moet die boer z’n huishouding draaiende houden. Jezus wijst er op dat het voor de boer geen zin heeft om het onkruid er uit te gaan trekken.

Lang hebben wij gedacht dat we het onkruid wel konden vergiftigen maar daar komen we ook van terug. Uiteindelijk vergiftigen we onszelf daarmee. Laat het onkruid dus maar staan en verwijder het na het maaien. Het verwijderen van onkruid uit de samenleving nu heeft dus geen zin, en straffen moeten we maar aan de rechters overlaten, want dat wat verkeerd is moet benoemd worden en wie verkeerd doet verdient straf. Het enige wat we kunnen doen is bezig blijven voor een betere samenleving, dus moeten we steeds opnieuw mensen de kans geven opnieuw te beginnen maar dan op de goede weg. Jezus wijst daarbij op het mosterdzaadje, ongeveer het kleinste zaadje dat er is, maar het groeit uit tot een geweldige struik. We hebben daarom ook zelf de keus of we een mosterdzaadje willen zijn, als zuurdesum werken in onze stad, ons land, onze eigen wereld, of dat we onkruid willen zijn dat snel groeit, het grootste en het mooiste wil zijn maar dat het goede verstikt.

Geweldig zoals Jezus van Nazareth in gelijkenissen kon spreken. Nu nog kunnen we deze literaire vertelvorm zomaar snappen en aanvoelen wat we er mee moeten doen. Let wel, het zijn voorbeelden over hoe het leven in elkaar zit. Er was dus geen Barmhartige Samaritaan, ook een gelijkenis om duidelijk te maken hoe het zit met dat je naaste liefheben als jezelf. En er stond dus geen mosterdboom waar de vogels zich in konden nestelen, zo’n boom was bij wijze van spreken. Als je meer uitleg wil hebben dan moet je een echte leerling worden van Jezus van Nazareth, ga daarvoor naar de dichtstbijzijnde gemeente van de Protestantse Kerk Nederland en meld je daaraan, daar kan men je vertellen hoe je meer kunt weten van de betekenis van al die gelijkenissen en mee kunt doen met dat Koninkrijk. Zo’n gemeente is overal.