Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juli, 2011

Iedereen at

zondag, 31 juli, 2011

Matteüs 14:13-21
 
Geleerden zeggen het, het valt na te rekenen, er is voedsel genoeg op de aarde, en er kan nog zeer lange tijd voldoende voedsel verbouwd worden. Waarom dan die hongerende kinderen op de TV? Waarom dan die wanhopige smeekbeden om hulp van hulporganisaties. Waarom dan weer een aktie van giro 555 voor de Hoorn van Afrika, waar u overigens echt aan mee moet doen. Waarom dan die eindeloze onderhandelingen bij de Wereld Handels Organisatie? Dat heeft 3 oorzaken, de eerste is het weer. De ene zomer hebben we een overvloedige aardappeloogst in de Wieringermeer, de volgende zomer een gewone oogst, en soms rotten de aardappelen op het land weg voordat ze geoogst worden. De aardappels worden duur als de oogst is tegengevallen, maar wij schakelen rustig over op pasta en rijst.
 
De tweede oorzaak is de verdeling. Die rijst komt niet uit Nederland maar uit verre landen, Indonesië of Suriname. Wij weten het te organiseren dat de rijst wordt bewerkt en hierheen vervoerd en omdat de rijst moet concureren met aardappels en pasta hoeven we er niet te veel voor te betalen. Het graan voor de pasta komt voor een groot deel uit Oost Europa, of uit landen waar ze met weinig mensen veel graan kunnen produceren, ook dat is goedkoop dus, en dus blijven de mensen die alleen rijst kunnen telen arm. Als daar de oogst eens wat tegenvalt is er direct een groot probleem. Wij zorgen dat iedereen die niet in  de landbouw werkt toch meebetaalt aan onze boeren zodat de prijzen laag kunnen blijven, de concurentie groot is en de armen arm blijven. Die subsidies staan wel ter discussie maar we weigeren er een eind aan te maken.
 
De derde reden is onze invoerpolitiek. Rijst en graan, maar ook koffie en cacao zijn welkom als ze maar niet bewerkt zijn, dat geldt voor bijna alle grondstoffen uit de arme landen. Chocolade en gebrande koffie zijn niet welkom, daar rust een hoge invoerprijs op. Zodat wij kunnen blijven werken en de mensen die er van afhankelijk zijn arm blijven. En er dreigt zelfs een vierde reden bij te komen. Sommige produkten uit de landbouw kunnen wij omvormen tot brandstof voor onze auto’s, biobrandstof noemen we dat. Je kunt die producten dan niet meer eten, en omdat wij ze zelf omvormen verdient er in de arme landen niemand wat aan.
 
Jezus van Nazareth gaf het  voorbeeld hoe het anders kan. Het was even schrikken geweest na dat bericht over de stiekeme dood van neef Johannes, maar Jezus was zo populair dat de mensen hem achterna gingen. En als mensen op stap gaan nemen ze als het even kan eten mee. Twaalf manden vol bleef er over. Als je nu gewoon in groepen bij elkaar gaat zitten en alles deelt is er genoeg te eten, zoals Mozes in de woestijn al de mensen bij elkaar zette om met hun vertegenwoordigers te kunnen overleggen.
 
Deden we dat gewoon op de hele wereld maar, dan hoefden we tijdens het diner niet meer op TV naar stervende kinderen te kijken. Dus maar bidden dus dat onze regering bij die onderhandelingen op de Wereld Handels Conferentie het been stijf houdt en  blijft pleiten voor het afschaffen van landbouwsubsidies en het open gooien van onze markten voor producten uit arme landen, voor echte eerlijke handelsverhoudingen. Vijf broden en twee vissen is genoeg om te delen en zuinig met brandstof kunnen we zelf alvast ook zijn, we kunnen vandaag beginnen met eerlijk delen in de Fair Trade.

Uit vrees voor het volk

zaterdag, 30 juli, 2011

Matteüs 14:1-12

Jezus van Nazareth was in de stad van zijn jeugd, in Nazareth zelf, niet geaccepteerd. Daar kende men hem maar al te goed. Men kende ook zijn broers en zusters, zijn vader en zijn moeder en dan is het moeilijk te geloven dat iemand een bijzondere positie inneemt, dat was toen zo en dat is vandaag de dag vaak nog precies hetzelfde. Maar na de afwijzing door zijn dorpsgenoten heeft Jezus van Nazareth te maken met een bedreiging door de vorst van Israël. Matteüs laat fijntjes weten hoe onbelangrijk die vorst eigenlijk is. Bij het begin van het verhaal over Jezus van Nazareth was er nog een Koning Herodes, maar die was gestorven en opgevolgd door zijn zoon die ook Herodes heette. Maar de Romeinse Keizer had deze zoon geen koning gemaakt maar slechts viervorst, tetrarch, minder dan een koning.

Deze Herodes Antipas was maar een bang mannetjes. De profeet Johannes had hij wel gevangen laten nemen. Daar liep heel het volk achteraan en dan wordt het toch een bedreiging voor zo’n vorstje, maar hij had hem niet durven doden, stel dat ze een opstand hadden uitgelokt. Uiteindelijk had zijn vrouw er voor gezorgd dat Johannes ter dood werd gebracht. Dat had dit vorstje er niet geruster op gemaakt. In zijn dagen wemelde het van wonderverhalen en geschiedenissen over hemelse machten, engelen en duivels en wonderen bij de vleet. Nu hoorde hij weer verhalen over zo’n wonderdoener waar heel het volk achteraan liep. Dat moest vast die Johannes de Doper zijn waar hij zo bang voor was, stel je voor dat die was opgestaan uit de dood, hij moest er niet aan denken.

Die Johannes de Doper had durven zeggen wat niemand had aangedurfd, dat Herodes Antipas een huwelijk had gesloten dat in strijd was met de Joodse Wet, zo erg dat hij eigenlijk ter dood had moeten worden gebracht volgens de wetten van Mozes. En een vorst moet de Wet handhaven, die moet rechtspreken, die moet de mensen recht doen. Daarom komt er in het verhaal een feest voor, een feest, net als eens bij Esther, net als eens bij Daniël, waar de vorst zich neerzet met de belangrijke mensen in het Rijk om te genieten van de aanblik van mooie vrouwen, hier de dochter van Herodias, de vorstin en te genieten van de toekomst. Het feest loopt uit op de dood, de dood van Johannes de Doper. Zijn leerlingen mogen hem begraven.

Straks zal Herodes ook een rol spelen bij de dood van Jezus van Nazareth al zal hij te bang zijn om die zelf te veroordelen. Van de Koning die de kindermoord beveelt, via een vorstje dat Johannes de Doper doodt wordt de Herodes uit het verhaal van Matteüs een vorst die niets meer aandurft. Want het doden van Johannes de Doper heeft tot gevolg dat diens leerlingen voortaan achter Jezus van Nazareth aangaan. Vreest niet! staat er voor ons vaak in de Bijbel, als de ene beweging voor de God van Israël wordt gestopt, staat de andere op. De zorg voor de armen, de zieken, de gehandicapten de verschoppelingen van de samenleving gaat door, ook vandaag en ook vandaag mogen wij daaraan meedoen.

 

Mijn bevrijder

vrijdag, 29 juli, 2011

Psalm 70
 
We zeiden het al eerder. Het geloof gaat niet om een of andere persoonlijke verhouding met een persoonlijke God. Ondanks een diep geloof in de kracht van de Wet van de Woestijn, dat van heb uw naast lief als uzelf en dat het houden van die Wet alles goed maakt kan David in dit lied toch ernstig in de problemen komen. Maar God zien als een bevrijder is de sleutel. Wie daar hun geluk zoeken zullen altijd vrolijk zijn. Daarom weten mensen die hun leven gewijd hebben aan het zorgen voor anderen dat daarin een diepe voldoening schuilt. Soms vragen mensen wel eens wanhopig hoe dit toch vol te houden.

Zonder God is dat dan ook niet vol te houden. Dan ga je voor jezelf leven, ieder voor zich en God alleen voor een enkeling op zondag in de kerk. Dan ga je ook de rijken beschermen. Zoals die minister die in de Tweede Kamer ronduit zegt dat er toch niet te veel geld van de rijken besteed moet worden aan de zorg voor de armen. Dan is de eerste vraag bij de aktie voor giro 555 of dat geld eigenlijk wel aankomt. Alleen als het licht van de God van Israël schijnt is de waarheid van de wereld te zien. Wie met dat licht  kijkt ziet de armoede in Afrika schril afsteken tegen de rijkdom die we ondanks de crisis nog steeds hebben.

Er zijn gelukkig mensen die het anders doen. Johan Koss, bijvoorbeeld,  een schaatser die het voorbeeld heeft gegeven zijn succes te delen met de allerarmsten, met de armste kinderen in de wereld die er ook recht op hebben te mogen sporten. Het letten op dat soort mensen, die ineens op een onverwachte plek goed doen en de vreugde en het plezier hebben ontdekt waarvan de Psalm zingt, maakt dat je ook op je eigen kleine plekje weer moed kan krijgen. We hoeven niet zoveel te doen als hij, we moeten onze naaste liefhebben als onszelf. Goed voor onszelf zorgen dus, plezier hebben en dat delen met hen die het niet kunnen.

Een schrijfgroep van Amnesty International kan een hechte vriendengroep zijn. Zo hecht dat je uitkijkt naar de bijeenkomsten ook al schrijf je brieven over groot onrecht en de ellende die mensen is aangedaan. De wereldwinkel of de Fair Trade winkel kan zo gezellig zijn dat mensen er graag komen en jij er graag een paar uur in de week werkt. Met het extra geld dat daardoor wordt verdiend kunnen weer meer mensen geholpen worden. Als je dat ook nog weet te doen samen met de vreemdelingen uit je stad of dorp werken we pas echt aan het Koninkrijk. Wij voelen ons wellicht arm en zwak, maar we kunnen vandaag beginnen, samen met anderen, voor de zoveelste keer. Want van onze God mogen we elke dag opnieuw beginnen. Dat is onze persoonlijke relatie, Hem gaat het om de hele bewoonde wereld, daar maken wij deel van uit.

“Omwille van de opstanding van de doden”

donderdag, 28 juli, 2011

Handelingen 24:10-23

Opnieuw voert Paulus de opstanding van de doden aan als zijn verdediging. Omdat hij daarin gelooft staat hij terecht, om die reden waren de relletjes om die reden moest hij gered worden. Dat is eigenlijk wat hij zegt. Met geen woord gaat hij in op de beschuldiging dat hij Heidenen meegenomen zou hebben naar de Tempel en al helemaal vertelt hij niet dat ook Heidenen opgenomen worden in de beweging van de Weg van Jezus van Nazareth. Alleen het conflict tussen Farizeeën en Sadduceeën heeft volgens Paulus geleid tot de gevangenschap en het proces. De aanklacht dat hij overal relletjes veroorzaakt heeft omdat hij Joden en Heidenen bij elkaar bracht laat hij dus onweersproken.

Nu is het zo dat je pas in de opstanding van Jezus van Nazareth kunt geloven als je gelooft in de opstanding van de doden. Voor de Romeinen was de mogelijkheid van een terugkeer uit de dood helemaal niet vreemd. In hun mythen kwamen verschillende verhalen voor van mensen die naar de onderwereld waren afgedaald en daar weer uit tevoorschijn waren gekomen. Ook de goden hadden een verkeer tussen boven en onderwereld. Dat de Zoon van een Joodse God naar de onderwereld zou zijn afgedaald en daaruit na drie dagen weer was teruggekeerd was dan ook voor de Romeinen een geloofwaardig verhaal. Niet voor de Sadduceeën, die hielden vast aan wat er in Genesis staat, dat de God van Israël een grens heeft gesteld aan de leeftijd van mensen en dat de adem die God de mensen heeft ingeblazen weer terugkeerd naar God. Van een opstanding is geen sprake.

Nu is die opstanding van de doden vanuit Joods gezichtspunt ook eerder een politiek gegeven dan een religieus gegeven. Dat geloof was sterker geworden, zo niet opgekomen, onder de regering zeer wrede Griekse bezetters, de voorlopers van de Romeinen. Men kon niet geloven dat beulen ongestraft hun leven konden voorleven terwijl de slachtoffers onder helse pijnen moesten sterven. Dat kon het einde niet zijn. Er zou een dag komen dat de goeden beloond en de kwaden gestraft zouden worden. Dat geloofden ook de Farizeeën en dat geloofden ook de mensen van de Weg die in de opstanding van de onschuldig gekruisigde Jezus van Nazareth daar ook een bewijs voor zagen.

Ook al lijkt het kwade te overwinnen er komt een dag dat de eindoverwinning voor het goede zal zijn. Dat geloof kan ons ook vandaag de dag de moed geven om door te gaan met het goede, met het liefhebben van de naaste als onszelf, met het maaltijd houden met de armen en de vreemdelingen. Ondanks alle hoon en spot die ons deel zijn, ondanks mensen die het nodig vinden aanhangers van de betere wereld te vermoorden. Elke dag mogen we er weer opnieuw mee beginnen, zodat uiteindelijk het kwade door het goede zal worden overwonnen.

Ik zal u verhoren

woensdag, 27 juli, 2011

Handelingen 23:31-24:9

Dat moet toch een hele vervelende zaak geweest zijn voor de Romeinse bevelhebber van Judea. Al die groepjes Joden die elkaar naar het leven stonden over godsdienstige zaken waar hij geen flauw benul van had. Wie vindt nu wat en waarom en wat is het gevolg er van? Uit het deel dat we vandaag lezen wordt in elk geval duidelijk dat opstootjes en relletjes de Romeinen onwelgevallig zullen zijn en dus wordt Paulus dan ook van het aanstoken er van beschuldigd. Advocaten kunnen het nog steeds heel mooi vertellen maar ook toen namen ze het niet altijd even nauw met de feiten. Nazoreërs zijn mensen die een in de Bijbel nauwkeurig omschreven taak op zich genomen hebben. Ze zijn in de Tempel aan God gewijd en verdedigen het Joodse Geloof. Simson was een Nazoreër. Omdat een Nazarener, iemand uit Nazareth, bijna hetzelfde klinkt was ook Jezus van Nazareth al wel eens een Nazoreër genoemd. Ten onrechte want dat was hij niet, waren zijn volgelingen niet en was ook Paulus niet.

Hoe iemand je noemt en hoe je jezelf noemt is kennelijk belangrijk in de Bijbel. Ook in onze dagen is dat niet onbelangrijk. De terrorist in Noorwegen noemde zich een Christelijk conservatief. Voor Christenen waren zijn daden in elk geval verre van Christelijk, dit was niet het kwade bestrijden met het goede, dit was niet je vijanden lief hebben, dit was niet de linkerwang toekeren als iemand je een slag op de rechter geeft. Je kunt zo ongeveer het hele Nieuwe Testament opschrijven om aan te tonen dat dit mischien conservatief was maar zeker niet Christelijk. Maar mogen we ons daarmee van de zaak afmaken? Eindigt de discussie met een aantal bijbelteksten waarmee we duidelijk maken dat deze terrorist ongelijk had? Is dat dan het kwade bestrijden met het goede?

De Noorse terrorist voelde zich onder meer geïnspireerd door sommige Christenen die zich hebben geüit over de komst van de Islam naar Europa. Dat juist Nederland 400 jaar lang het grootste Islamitische land van de wereld is geweest doet daarbij niet terzake. Die Nederlanders wisten al die 400 jaar die Moslims in hun rijk effectief te onderdrukken. Ze hadden mensen als Coen en van Heutz om hetzelfde te doen wat de Noorse Terrorist nu van politici verwacht, wat Wilders met woorden doet. Als wij de daden van deze Terrorist verkeerd vinden, en verkeerd zijn ze, dan zullen we ook onze woorden moeten wegen. Dan is het verlangen om de tekst op het monument voor Coen in Hoorn te veranderen niet zo vreemd meer. Dan is de oproep om maaltijd te houden met Moslims in plaats van ze als achterlijk en gevaarlijk weg te zetten misschien ook wel een betere weg.

De Romeinen hadden in de dagen van Paulus een groot aantal soldaten en ruiters nodig om de rust in Palestina te bewaren en de duurzame vrede waarover de advocaat van het Sanhedrin spreekt te verzekeren. Wij hebben in de eerste plaats onszelf om de verantwoordelijkheid voor rust en vrede op ons te nemen. Daarvoor moeten we onze medemensen als mede mensen tussen ons op weten te nemen. Daarvoor leert de Bijbel ons om onze naaste lief te hebben als onszelf. Daarvoor leren we in de Bijbel dat alleen de liefde kan overwinnen en een betere samenleving op kan nemen. Maar we leren ook dat we elke dag opnieuw mogen beginnen met een leven van liefde en het meenemen van iedereen in een samenleving van liefde. Dat mag dus ook vandaag weer.

‘Wat heb je me te melden?’

dinsdag, 26 juli, 2011

Handelingen 23:12-30

Paulus heeft de opdracht van God gekregen, zo stond eerder in het verhaal, om de boodschap van het Evangelie naar Rome te brengen. De beweging van de Weg, de gemeenschap van navolgers van Jezus van Nazareth, heeft zich open gesteld voor Joden en Heidenen en daarmee is het hart van het toekomstige Koninkrijk van God, niet in Jeruzalem komen te liggen maar ligt het voorlopig in Rome. Daar immers zetelt de zogenaamde macht over de aarde, de macht over het leven en de dood van de mensen. Uiteindelijk is het de God van Israël die de macht heeft maar zijn wegen zijn soms duister en lijken meer op omwegen dan op de rechte weg die wij mensen zouden gaan. In het verhaal van Paulus wordt dat nog eens extra duidelijk. Een groep van veertig tegenstanders zweert samen. En omdat het er veertig zijn leest het als heel het volk zweert samen tegen Paulus. Veertig is immers het getal van de volledigheid, dan is het genoeg. V eertig jaren of veertig dagen in de woestijn waren ook genoeg.

Maar zoals het in een spannend verhaal hoort wordt de samenzwering afgeluisterd. In dit verhaal door een neef van Paulus die zijn oom gaat waarschuwen in de gevangenis en het verhaal mag vertellen aan de hoofdman over duizend, de tribuun. Omstandig wordt verteld hoe de tribuun reageert en welke brief hij wel niet aan de landvoogd, procurator Felix in Caecarea schrijft. Als je het verhaal zo zonder aanloop leest dan lijkt het net of Paulus van de regen in de drup wordt gebracht. Lopen in Jeruzalem de Joden tegen hem te hoop en wordt hij beschermd door de Romeinen tegen de Joodse volkswoede, nu gaat hij als voornaam en belangrijk gevangene naar de hoogste autoriteit in Palestina. Als je niet zou weten dat dit de eerste etappe van een reis is die op last van God zelf wordt gemaakt zou het een extra spannend verhaal zijn. Hoe zou dat aflopen met die Paulus? Wij weten dat al, maar vandaag gaat het over het begin.

In onze dagen is er de vraag naar de zin van onze ondernemingen. We zamelen geld in voor voedsel voor de mensen in de Hoorn van Afrika, heeft dat zin? Een deel zal in zakken van corrupte lieden verdwijnen, een ander deel in de zakken van dure bestuurders en leden van de ontwikkelingsindustrie, een deel zal besteed worden aan aankopen van voedsel op verkeerde markten zodat lokale boeren ook tot de hongerenden gaan behoren, een ander deel maakt vluchtelingen voorlopig afhankelijk van liefdadigheid.

Op het oog allemaal redenen om maar niet mee te doen met giro 555. Maar wie de beelden ziet van uitgemergelde mensen die geen eten hebben omdat er geen regen valt, van stervende kinderen die geen kracht meer hebben om te leven, omdat hun eten ontbreekt, die weet dat er ook een belangrijk deel gaat naar  voedsel dat die mensen, die zusters en broeders, zal bereiken. En de Joden hebben ons geleerd dat wie één mens redt de mensheid heeft gered. Daarom nemen we al die nadelen maar op de koop toe. We weten dat God ook via omwegen helpt en redt. Het verhaal van Paulus maakt ons dat extra duidelijk. Daarom mogen we ook vandaag werken aan de wereld waarin geen honger meer is, waar alle tranen gedroogd zullen zijn, ook die in de Hoorn van Afrika.

Ik heb een volstrekt zuiver geweten

maandag, 25 juli, 2011

Handelingen 22:30-23:11

Paulus staat net zo terecht als eens Jezus van Nazareth. Met een verschil dat in de loop van het proces zal blijken. Waren het in het proces van Jezus de Hogepriesters die de dienst uit maakten, die waren van de partij van de Saduceeën, nu waren er ook de Farizeeën vertegenwoordigd. Die Saduceeën behoorden tot de rijkste families in Israël. Zij oordeelden op grond van de Hebreeuwse Bijbel dat er geen opstanding van de doden zou kunnen zijn, de adem die God de mens in had geblazen keert bij de dood terug tot de borst van God staat er in Genesis en daar hielden zij zich aan. De Farizeeën geloofden dat God de onrechtvaardigden zou straffen en de rechtvaardigen die omgebracht waren toch zou belonen. Beiden konden zich voor hun standpunt op de Bijbel beroepen.

Het proces begint met de overtreding van de Hogepriester Ananias die Paulus op de mond laat slaan als die betoogt een zuiver geweten te hebben. Een dergelijke overtreding verwacht je niet van een Hogepriester. Paulus haalt daarom een verwensing uit Deuteronomium aan die volgens de geldende opvattingen gelijk stond aan een slag terug. En als hem gezegd wordt dat je een Hogepriester niet mag slaan, zoals in Exodus staat, dan antwoordt Paulus dat hij niet had geweten dat dit nu een Hogepriester was. Het is de inleiding voor een ruzie tussen de twee partijen in het Sanhedrin. Paulus verkondigd de opstanding uit de doden, die opstanding zou komen, Jezus van Nazareth was immers de eerste geweest. Het is trappen op het hart van de Sadduceeën die vervolgens weer op het hart van de Farizeeën trappen.

De ruzie tussen de twee partijen is het begin van de reis van Paulus naar Rome. Het is de tribuun duidelijk dat hij zijn Romeinse gevangene moet beschermen tegen de interne Joodse ruzie en hij laat hem naar de gevangenis brengen. Voor ons is het een les. De vrijheid van meningsuiting dient altijd gerespecteerd te worden. De ruzie binnen het Joodse volk zou uiteindelijk uitmonden in een opstand die het einde zou betekenen van de Tempel. Het volk zou over het Romeinse Rijk verspreid worden. Het is niet einde van de dienst van Israël aan de God van Israël. Dat hebben Christenen nog wel eens misverstaan, zij denken dan dat zij de voortzetting zijn van Israël.

Maar de voortzetting is in de Joodse godsdienst. Het Christendom is een uitbreiding naar de Heidenen die betrokken worden op de dienst die de God van Israël aan zijn mensen vraagt: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Als Saducceeën en Farizeeën dat aan hun volk zouden hebben voorgehouden zou er geen opstand geweest zijn. Het wordt de taak van Paulus die boodschap naar Rome te brengen. Het is onze taak die boodschap door te geven aan de hele wereld, door dat gebod in de praktijk te brengen, ook vandaag weer.

Gehoond worden wij door onze naburen

zondag, 24 juli, 2011

Psalm 79

Hoe veel zullen Christenen gehoond worden na de vreselijke aanslag op jonge levens in Noorwegen? Volgens de eerste berichten was de vermoedelijke dader een conservatief Christen die zich liet inspireren door bewegingen als die van Wilders. Het was dan ook niet verwonderlijk dat Wilders en de SGP zeer snel spraken van een zieke dader waar zij afstand van nemen. Maar is die dader ziek of inspireert dat geloof in de God van Israël tot dit soort daden? Je zou het bijna geloven als je met de psalmist van vandaag meezingt dat de volken die ons aanvallen zevenvoudig gestraft moeten worden. Maar daarbij gaat het juist om het in leven houden wie ten dode zijn gedoemd.

De Psalm die we vandaag lezen heeft natuurlijk niets met de actualiteit van de laatste dagen te maken. Deze Psalm bezingt het gevoel dat het volk Israël overkwam toen Jeruzalem verwoest werd, de Tempel afgebroken en het volk weggevoerd in ballingschap. Ook bij profeten als Jeremia en Jesaja kun je lezen dat de volken die rond Israël woonden zich vrolijk maakten over de tenondergang van dat landje. Het landje dat zich zo hooghartig had opgesteld, dat bondgenootschappen had gesloten met de machtigste rijken van die tijd het laatste nog met Egypte dat hen nu in de steek had gelaten. Dat landje beriep zich altijd op een onzichtbare God waarvan niet eens beelden aanwezig waren in zijn Tempel. Ondertussen hadden ze wel andere goden geplaatst en aanbeden en vruchtbaarheidspalen voor Asjeera in de akkers gedreven.

In deze Psalm lijkt het volk berouw te krijgen van datgene wat ze verkeerd hebben gedaan en het lied loopt uit op het goede dat de God van Israël heeft gedaan en dat navolging verdient. Het is de God van Israël die de roem verdient. Het Joodse geloof en het Christelijke geloof maakt de gelovigen niet beter dan de mensen die zulk geloof niet aanhangen. Er is maar één God en die God roept op tot het goede, ondanks alle kwaad dat er in de wereld wordt gedaan. Kerken zetten dezer dagen hun deuren open voor mensen die stilte en steun nodig hebben. In Rotterdam de Noorse Kerk.

De PKN kerken in Nederland organiseren extra collectes voor de hongerenden in Afrika. Wie bezig is met de Bijbel hoort daarin de stem van de God die oproept om de lijdenden niet te vergeten. Vandaag zijn dat de gewonden en de nabestaanden  van de vreselijke aanslag in Noorwegen, maar ook de hongerenden in Afrika en de slachtoffers van alle oorlogen en geweld. We zullen wegen moeten zoeken om in vrede te leven met mensen die anders geloven. In onze samenleving geven Moslims daarvoor een eerste kans. De Bijbel roept ons op men hen maaltijd te houden. Dat moeten we dan maar doen, niet omdat we beter zijn dan een ander, maar omdat we allemaal kinderen van die ene God zijn en kinderen horen elkaar niet uit te roeien maar elkaar te laten groeien, ook vandaag weer.

Ik wil je naar de heidenen sturen.

zaterdag, 23 juli, 2011

Handelingen 22:17-29

Paulus blijft zich identificeren met de Joden die  boos tegen hem te hoop zijn gelopen. Het moeten dezelfde mensen geweest zijn die zich ook tegen Stephanus hadden gekeerd toen die in het Grieks in Jeruzalem had opgeroepen om de Weg van Jezus van Nazareth te volgen. Stephanus was gestenigd en Paulus was daarbij geweest, hij had als jonge student de mantels vastgehouden. Maar in de Tempel had hij een visioen gehad van God, alsof ook hij een profeet was, die hem naar de Heidenen had gestuurd. Dat was een bespotting van de overtuiging van de meeste Joden. Zij waren bezig hun eigen identiteit te versterken, het “eigen volk eerst” was daarbij leidend. Als er al Heidenen naar de Joden kwamen om de God van Israël te dienen dan moesten ze maar Jood worden. Het was het conflict waar Paulus ook bij het stichten van gemeenten iedere keer weer op zou stuiten en waarover in zijn brieven het nodige is geschreven.

De centurio, de hoofdman over honderd, Romeins officier, snapte er niks van. Een geleerd man die het volk zelfs in dat moeilijke Hebreeuws kan toespreken die zo beschimpt en bespot wordt. Waarvan ze vinden dat hij gedood moet worden? Wat is dat voor een opstandelingenleider? Dat moet er uitgeperst worden. En zoals een bezetter betaamd moet de waarheid er door geweld uitgeslagen worden. Martelingen zijn van alle tijden en het is in alle tijden nodig je tegen het martelen van gevangenen te verzetten. Amnesty International is heden ten dage misschien nog wel meer nodig dan in de dagen van Paulus, maar de houding van dictaturen tegen mensen die zelf nadenken is niet anders dan toen. Paulus had echter een bijzondere bescherming, hij was Romeins burger en alleen de Keizer in Rome mocht over hem oordelen.

Romeins burger kon je op twee manieren worden. Je kon als Romeins burger geboren worden, je vader en moeder waren Romeinen en je woonde in een Romeins gebied. Of je kon het burgerrecht kopen. Dat had de tribuun, de hoofdman over duizend, gedaan en die had daar een fors bedrag voor moeten neertellen. Het zal duidelijk zijn dat zij die het burgerrecht hadden gekocht op een lagere sociale trap stonden dan zij die als Romein geboren waren. De schrik sloeg de tribuun dan ook om het hart toen hij merkte dat hij misschien niet helemaal de vereiste bescherming aan een Romeins burger had gegeven.

Het is in onze dagen niet anders. Ook al zijn mensen Nederlander van de derde generatie, woonden ouders, grootouders en overgrootouders in ons land, als ze er iets anders uitzien dan mensen wier voorouders hier al eeuwen wonen, dan worden ze nog als minder aangekeken. In de gemeenten die Paulus zou stichten viel dat verschil helemaal weg. Dat was het meest opvallende kenmerk en gezien de reactie op het optreden van Paulus in Jeruzalem ook het meest aanstootgevende kenmerk. Daar mogen wij wel eens bij stil staan als we onze eigen samenleving vorm geven, ook vandaag weer.

 

“Ik ben een Jood”

vrijdag, 22 juli, 2011

Handelingen 21:37-22:16

Jeruzalem was in de dagen van Paulus het centrum van politieke onrust. Steeds meer Joden geloofden dat het einde van de geschiedenis niet ver meer zou kunnen zijn. Dan zou de messias komen en het volk bevrijden. De heerschappij over de wereld van de Romeinen zou vervangen worden door de heerschappij van de God van Israël zoals uitgeoefend door de Messias, de afstammeling van Koning David. Sporen van die overtuiging zijn overigens in het Christendom terug te vinden. Het gevolg was wel dat er zogenaamde messiassen kwamen die het met geweld probeerden. Die Egyptenaar waarover hier gesproken wordt is daar een voorbeeld van. We kennen die uit de geschiedenisboekjes Die had vanaf de Olijfberg geprobeerd Jeruzalem in te nemen maar dat was mislukt, zijn volgelingen waren gedood door de Romeinen. Kennelijk dacht men met de arrestatie van Paulus deze oproerkraaier te pakken te hebben.

Maar Paulus was een Romein. Hij sprak Grieks en Hebreeuws want hij was een Joodse Romein, geboren in Tarsus. Dat was geen achtelijk stadje maar een centrum van cultuur en wetenschap waar een belangrijke filosofische school van de Stoïcijnen stond. Geen wonder dan ook dat de hoofdman over duizend, hier tribuun genoemd, voor wie Paulus geleid werd onder de indruk was en hem toestemming gaf de menigte toe te spreken. Paulus sprak in het Hebreeuws, wat merkwaardig was want de algemene voertaal in Jeruzalem was Aramees. Hebreeuws werd alleen nog in de Tempel gesproken en geen wonder dat de menigte stil viel, ze zullen moeite gehad hebben Paulus te volgen. De nieuwe Bijbelvertaling is hier overigens te politiek correct. In de Griekse grondtekst ontbreken de zusters en de leden van het Sanhedrin. Deze laatsten zullen bedoeld zijn met de vaders die er in het Grieks wel staan. Maar de broeders waarover gesproken wordt kan ook vertaald worden met medegelovigen. Paulus sluit zich in de eerste zin dus al aan bij de verhoudingen die voor het volk vastlagen. Het Sanhedrin als hoofd en het volk als de kinderen.

Paulus versterkt de band met de opgewonden menigte nog door uitgebreid te vertellen hoe hij door het Sanhedrin was gemachtigd om volgers van Jezus van Nazareth gevangen te nemen. Hij was er zelfs op uitgestuurd om dat in het buitenland te doen. Joden en vrienden van de Joden ook in de verstrooiing, door het hele Romeinse Rijk hadden niet bang hoeven te zijn voor hun geloof en traditie want Paulus stond er pal voor. Alleen de Messias zelf had ingegrepen. Die was hem op de weg naar Damascus verschenen in een verblindend licht.

Die Messias was Jezus van Nazareth en diens volgelingen hadden deze vervolger opgenomen en verzorgd zo lang hij blind was. Het was Ananias, een vooraanstand lid van de beweging van de Weg die Paulus weer deed zien. Ook al waren we dus tegen het Christendom, vanwege al die domme Christenen misschien, daar hoeven we ons niet voor te schamen. We kunnen gerust opnieuw de Weg van Jezus van Nazareth weer op gaan en deel gaan  nemen aan de beweging die het “Heb uw naaste lief” hoog in het vaandel heeft. Samen met anderen werken aan een betere wereld, aan een wereld van recht en gerechtigheid, vrede brengend en liefde, dat mag elke dag opnieuw, ook vandaag weer.