Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juni, 2011

Zijn leerlingen volgden hem

maandag, 20 juni, 2011

Matteüs 8:23-34

Storm op zee is vanouds een uitermate beangstigend gebeuren. In de Joodse cultuur gold de zee als een sterk symbool voor de dood. Zelfs op een meer kan het gevaarlijk zijn. Het is dan ook geen wonder dat de volgelingen van Jezus buitengewoon bang werden toen ze naar de overkant van het meer voeren en er storm op stak. Maar angst is een slechte raadgever. Vroeger stond er op de brandinstructies die in het warenhuis Vroom en Dreesman hingen: “Paniek is erger dan brand”. Warenhuizen hadden daar ervaring mee, als er brand uitbreekt komen er vaak meer mensen om omdat ze onder de voet worden gelopen of anderszins door de uitgebroken paniek geen uitweg meer zien dan dat er daadwerkelijk door brand of rook omkomen.

Jezus maant zijn volgelingen dan ook tot kalmte, en stilt de storm. Het onder ogen zien van de werkelijke situatie, de mogelijkheden onderzoeken is altijd vruchtbaarder dan je laten leiden door angst en te neer te laten slaan door de onmogelijkheden. Is daarom dit verhaal een verhaal van persoonlijke groei? Dat zou gemakkelijk zijn, als jij bang bent en het ongeluk grijpt je, ben jij alleen verantwoordelijk. Maar zo zit het niet. Tot de volgelingen van Jezus behoren een aantal ervaren vissers. Zij waren gewend om onder alle omstandigheden het meer te bevaren. Ze weten dan ook wat te doen tijdens de storm. Maar de angst en paniek kunnen totale verlamming tot gevolg hebben. Jezus roept hen tot de werkelijkheid door ze uit te schelden voor kleingelovigen. Wij kunnen elkaar tot de werkelijkheid terug roepen. En twee weten meer dan een.

Het vinden van oplossingen is een zaak van samen en niet van alleen, het is een zaak van mogelijkheden verkennen en niet van angst en paniek. Dat wil niet zeggen dat het altijd even gemakkelijk is, dat oplossingen voor de hand liggen, dat het altijd goed af zal lopen, maar er wordt meer mee gered dan bij het ieder voor zich. Maar wat heeft die bootreis nu te maken met varkens?  Je hebt van die mensen die zich voortdurend aangevallen voelen. Ze zijn zelf ooit zo erg beschadigd dat ze zich niet meer voor kunnen stellen dat er iemand om hen geeft. Ruzie maken en uitdagen is het enige wat ze nog kunnen. Elke vriendelijke opmerking zullen ze omdraaien tot het een belediging is. Twee van die mensen woonden in het 10 stedenland, een verbond van 10 steden aan de overkant van de Jordaan onder leiding van Damascus. Een onrustig en betwist gebied, tot op de dag van vandaag.

Toen Jezus het meer was overgestoken en geland was ontmoetten ze die mensen. Matteüs schrijft tenminste dat er twee waren, maar Matteüs schrijft bijna overal in zijn boek dat er twee zijn als het belangrijk is. De twee begonnen gelijk te schreeuwen en te dreigen, zich ook te verdedigen, “kom jij ons pijn doen voor het daarvoor tijd is?” zo riepen ze.  Jezus was niet beledigd, hij verdedigde zich niet, hij luisterde slechts, want toen uiteindelijk de mannen vroegen of hun gekkigheid in een kudde varkens mocht komen hoefde Jezus slechts “Vooruit” te roepen en de kudde varkens zette zich in beweging en stortte zich van een rots, de gekte was over. Varkens zijn immers net zo onrein als die gekkigheid. Je kunt je de schrik van de varkenshoeders wel voorstellen toen hun kudde zich ineens in beweging zette en niet meer te stoppen was.

Je zou willen dat in datzelfde gebied vandaag de dag mensen zouden willen luisteren op de manier waarop Jezus naar mensen luisterde. Niet de gekkigheid voorop zetten. Niet zich bijvoorbaat aangevallen voelen, beledigingen beledigingen laten en op zoek gaan naar het goede, het menselijke in de mensen. Er zijn Joden en Palestijnen die dat zouden willen, maar ergens staat ook geschreven dat pas als alle mensen op deze manier met elkaar om zouden willen gaan het daar ook zal lukken. Aan ons dus om er een begin mee te maken, het liefst vandaag nog.

U hebt hem bijna een god gemaakt

zondag, 19 juni, 2011

Psalm 8
 
In veel kerken wordt vandaag een feest gevierd dat een moeilijk theologisch thema heeft. In het Latijn heet het Zondag Trinitatis en het gaat over de drie-een-heid waarin veel christenen geloven. De God van Abraham, Izaak en Jacob, Jezus van Nazareth en de Heilige Geest die op het Pinksterfeest werd uitgestort zijn één en dezelfde God. Er was immers volgens het verhaal van Israel en volgens het verhaal van Jezus van Nazareth maar één God. Ja die God wilde zelfs geen andere goden naast zich hebben. Het kerkelijke leerstuk van de drie-een-heid is een van de meest ingewikkelde. Want hoe breng je iets onder woorden wat je wel vermoed, maar dat helemaal niet kan. Er is maar één God of er zijn er drie.

God is toch geen mens, en God is zeker niet de geest die ons mensen drijft. Gelukkig hoeven gelovigen in het dagelijks leven niet zo veel met de theorie, het gaat immers om de praktijk. En daar begrijpen we ineens veel meer van die drie-een-heid. In het verhaal van Israel heette het dat mensen geschapen waren naar het beeld van God, bijna een god gemaakt heet het in de psalm die we vandaag zingen. Die God had mensen onvoorwaardelijk lief en wilde het steeds opnieuw met die mensen wagen, steeds weer met die mensen op weg gaan. Je lijkt dus het meest op God als je inderdaad je naaste liefhebt als jezelf. Jezus van Nazareth deed dat tot aan het kruis toe. Hij bleef van de mensen houden wat hem ook overkwam. Hij noemde zich de zoon des mensen maar hij leefde als de zoon van God, zo leek hij op die God van Liefde.

Zelf zei hij daarover volgens het verhaal dat mensen die het niet zo snapten maar naar hem moesten kijken want zoals hij het deed moest het vast bedoeld zijn. En daar komt die Geest ook van pas, want pas in de geest van Jezus, zoals hij het deed dus, kun je echt onvoorwaardelijk en onbaatzuchtig van de armsten in de wereld gaan houden, alles wat je hebt delen met hen die het nodig hebben. Wie hen bevrijdt van de armoede zal de armen een zorg zijn, als het maar gebeurt. Wij gewone gelovigen weten dat we, zonder dat verhaal over die God en zonder de ervaring dat die God in dat verhaal altijd weer met je meegaat, nooit aan de liefde voor de naaste zouden zijn begonnen. Het is dus die God die redt. En in die ervaring vallen God, Jezus van Nazareth en de Heilige Geest samen. Ze vallen samen in de Liefde voor de mensen, niet in een theorie dus maar in de praktijk van alle dag. In het voeden van hongerigen, het kleden van de naakten, het bezoeken van de gevangenen, het verzorgen van de zieken, in het brengen van recht en gerechtigheid. Elke dag opnieuw.

Allen die ziek waren genas hij

zaterdag, 18 juni, 2011

Matteüs 8:14-22

Dat zou mooi zijn, iemand die je ziekten wegneemt als bij toverslag. Wij hebben natuurlijk in onze dagen de huisartsen, die vrijwel dag en nacht bezig zijn om te zorgen dat de kosten voor de gezondheidszorg niet uit de hand lopen door er voor te zorgen dat mensen niet naar het ziekenhuis hoeven. Het is dan ook voor iemand die ruim 20 jaar zijn huisarts niet had gezien en die dacht aan een ernstige verkoudheid te lijden en toen maar eens in wanhoop de dokter liet komen, die een ernstig hartfalen constateerde, heel raar om in het ziekenhuis een minister op de TV te horen zeggen dat de mensen ten onrechte naar de huisarts gaan. Kennelijk heb je voor gezondheidszorg iemand nodig die goed weet wat ziek zijn is. En niet iemand die vindt dat opname in een inrichting net zo goed is als zelfstandig thuis wonen en leven.
 
Als je de Wet van het volk van Israel volgt, dat je je naaste lief moet hebben als jezelf, dan komt het moment dat je de ziekten van de mensen weg kan nemen. Jesaja, een profeet uit een oudere geschiedenis, en een profeet is iemand die voortdurend de Wet van het volk probeerde toe te passen in de actuele situatie waarin mensen bezig waren, had al eens gezegd dat degene die op de meest perfecte manier de Wet kon toepassen de ziekten zou wegnemen. De Israëlieten rond Jezus herkenden dat in die Jezus. Sommige meer alternatieve genezers pretenderen dat ook. Instralen en ook zogenaamde gebedsgenezing trekken dan duizenden mensen. Maar klopt dat met het volgen van de wet? Volgens dit verhaal uit Matheus in het geheel niet. Jezus wijst dat spontane volgen af, hij heeft geen plaats om te slapen, en alledaagse dingen als doden begraven zijn veel minder belangrijk dan voor de zieken en zwakken zorgen.

Mensen die zich er op voor laten staan dat ze verbinding met het hogere hebben zou je dan ook kunnen afmeten aan de hoeveelheid show waar het mee gepaard gaan. In hoofdstuk 7 van dit Evangelie van Matteüs had Jezus die mensen al afgewezen. En aan het eind van dit verhaal gaat hij er dan ook per schip vandoor in de hoop dat de mensen hem niet achterna zouden komen. Wij moeten dan ook maar zuinig zijn op onze huisartsen en hopen dat de minister ze niet in de boot neemt en ze onze ziekten niet meer kunnen wegnemen. Voor ons is genezen niet iets dat bij toverslag hoeft te gebeuren. Wij hebben onze dokters die misschien niet iedereen beter kunnen maken maar doen wat ze aan kunde gegeven is.

Wij kunnen onze zieken en gehandicapten een volwaardige plaats in de samenleving geven en zonder te mopperen belasting te betalen om een goede gezondheidszorg voor iedereen beschikbaar te maken. Want ook al heb je meer dan 20 jaar geen dokter gezien, op een kwade dag weigert een deel van je lichaam verdere dienst en mag je blij zijn dat er een hulpmotor beschikbaar is om je hart op gang te houden. En natuurlijk in onze dagen zorgen voor een persoonsgeboden budget zodat mensen zorg op maat kunnen inkopen en zich niet hoeven te laten opnemen. Als je ten onrechte naar je huisarts gaat zegt die huisarts dat wel en anders vertrouw op Jezus van Nazareth die zei dat je het goede moet doen en niet dan het goede, ook voor jezelf.

Mijn slaaf ligt thuis verlamd

vrijdag, 17 juni, 2011

Matteüs 8:2-13

Wie al eens in het boek Leviticus heeft gelezen zal begrijpen dat Jezus van Nazareth eigenlijk als Priester optreed. Er staan in het boek Leviticus heel nauwkeurige voorschriften voor de reiniging van huidvraat, de vele huidaandoeningen die er zijn, waaronder melaatsheid. Huidvraat is eng en we hebben de neiging dat wat eng is buiten te sluiten. Wat eng is moet wegwezen, terug naar de Antillen, of naar Marokko of zo. Als je ernstig en langdurig ziek bent dan moet je naar de bijstand, in elk geval niet meer naar je baas. Jezus van Nazareth pakt dat anders aan. Hij volgt de geboden uit de wetten van Mozes en stuurt de patiënt naar de tempel, om zich door de priester te laten keuren en te reinigen en het offer te brengen als betaling daarvoor. Over genezen en over wonderen van Jezus mag hij absoluut niet praten. Door deze opdrachten komt de patiënt weer onder de mensen, te beginnen in het hart van de samenleving.

Niks eng, weer gewoon meedoen, dat is de kern van de Wet die na koning David in de Tempel werd bewaard. De wet van een volk waar mensen van mensen houden en waar medemensen dus nooit eng kunnen zijn. Tegenwoordig kunnen lepralijders met medicijnen worden genezen. Maar in arme landen worden die enge lepralijders nog steeds buiten de samenleving geplaatst. Daarom is het goed dat we de Leprastichting hebben, die niet alleen zorgt voor medicijnen maar ook voor opleidingen en werk, zodat de lepralijders weer opgenomen kunnen worden in de samenleving. Als U wat kunt geven aan de Leprastichting moet U het niet laten.

Soms moeten we namelijk onszelf reinigen van de weerzin tegen enge mensen. Vreemdelingen kunnen eng zijn, vooral als zij onderdeel uitmaken van een bezettingsmacht. Nou was Jezus van Nazareth niet direct bang van iets dat eng is. Hij had immers net nog iemand met huidvraat aangeraakt. En die centurio, de hoofdman over 100, officier in het Romeinse leger kan nooit zo eng zijn als het klinkt. Hij komt op voor een slaaf en dat is zeer uitzonderlijk. Hij gaat er op uit voor zijn slaaf en verwacht dat niet van een ander. De onreinheid van de huidvraat kan ook op een huis rusten weten we uit het boek Leviticus en aangezien de Priesters een huis van een ongelovige niet mochten inspecteren moest iedereen er volgens de Farizeeën van uitgaan dat het huis van een ongelovige onrein is. Alles over één kam scheren noemen we dat. Maar is deze centurio een ongelovige? Volgens Jezus van Nazareth kennelijk niet.  Direct zegt deze namelijk dat hij mee zal gaan naar het huis van deze Romeinse bezetter. 

En daar ging het Jezus om in dit verhaal, duidelijk maken wanneer je een gelovige bent. De grote zorg die deze officier in het Romeinse leger voor zijn slaaf heeft, het risico dat hij neemt door gezien te willen worden met een volksmenner als Jezus van Nazareth, maakt dat hij zijn naaste dus kennelijk net zo lief heeft als zichzelf. Het gaat hem daarbij ook niet om zichzelf, hij is het niet waard dat Jezus om hem de wet overtreed, het gaat om zijn slaaf.

En daar valt Jezus bijna om van verbazing. Al die deftige leiders van het volk, geleerden uit de Tempel, die zo nauwkeurig met elkaar vaststellen met wie je wel en met wie je niet om hoort te gaan, halen het niet in gehoorzaamheid aan de wet bij deze Heiden. Die Heiden hoort dus ook bij het Koninkrijk van God, waar diens Wet heerst, de deftige leiders plaatsen zich daar buiten. De keus is duidelijk, de gelovigen zijn zij die kiezen voor de lijdenden, de zwakken, niet zij die kiezen voor de letters van welke wet dan ook. Vandaag voor vrouwen met erfelijke borstkanker en morgen voor de hongerenden in de wereld. Een keuze die we elke dag opnieuw mogen maken, ook vandaag weer.

Onrechtvaardigen zullen niet meer bestaan

donderdag, 16 juni, 2011

Psalm 104:16-35
 
Dat zou mooi zijn, dat zou heel mooi zijn, als er eens geen boosdoeners meer zouden bestaan op de aarde. Is dat haalbaar? Moeten we daarin nou geloven? Volgens de Psalm is het niet alleen haalbaar maar zal het er uiteindelijk onvermijdelijk op uitdraaien. Maar we moeten er dan niet zozeer in geloven dat het vanzelf wel zal komen, maar we moeten dat geloven zien als een werkwoord, als een opdracht. “De mensen gaan aan het werk en arbeiden door tot de avond.” staat er in deze Psalm. Dat aan het werk gaan en door gaan tot de avond, dat is pas geloven.

Dit gedeelte van de Psalm begint met bezingen van de ceders van de Libanon. Volgens de Bijbel de mooiste bomen van de wereld. Door Salomo in Israel geïmporteerd om te gebruiken bij de bouw van de Tempel in Jeruzalem. Die bomen moeten grote indruk gemaakt hebben. Zo’n grote indruk dat je één van die bomen vandaag de dag terugvindt in de vlag van Libanon. Vogels zullen er vandaag de dag toch niet snel nesten bouwen, door het oorlogsgeweld zal hen het tjilpen zijn vergaan en de vruchtbaarheid van ooievaars is in Libanon ver te zoeken. Wat dat betreft zullen de gewone mensen in Libanon zuchten en smeken dat de boosdoeners eindelijk van de aardbodem verdwenen mogen zijn.

Lange tijd zijn de strijdende partijen in de Libanon uit elkaar gehouden door troepen van de Verenigde Naties, ook Nederlandse militairen hebben daarbij geholpen. Dat heeft lange tijd gewerkt en het lijkt er op dat het nu weer nodig zou zijn. We weten wel hoe we mensen moeten helpen, we doen het alleen zo vaak niet. We lijken op de mensen uit het verleden die geloofden dat de maan en de zon goden waren die vrede en voorspoed konden brengen. De Psalm bezingt terecht dat God voor de zon en de maan heeft gezorgd, in de avond als de maan schijnt kunnen we bijeen komen en de zon weet hoe laat zij moet thuiskomen. In de Nieuwe Bijbelvertaling die wij hier volgen is dat element van samenkomst en thuiskomen wat weggevallen, in de Naardense Bijbel is dat behouden gebleven. Vroeger heette dat gezette tijden bij de maan. We zetten ons dus voor samenspraak en overleg, voorwaarden voor vrede in de samenleving.

In zo’n samenleving hoef je geen angst te hebben, in de nacht niet voor jonge leeuwen, en op zee niet voor een zeemonster als Leviatan. In zo’n samenleving hoef je niet bang te zijn voor honger en stijgende voedselprijzen. Als mensen echt voor elkaar willen zorgen, hun naasten liefhebben als zichzelf, is er voldoende om mee te delen en is er voedsel voor iedereen die het nodig heeft, in overvloed zelfs. Zonder die Geest van God ziet het er donker uit voor de aarde, maar in die Geest zal de aarde zich vernieuwen. Zoals elke morgen de zon weer op komt mogen wij er elke dag opnieuw weer aan gaan werken en deel aan hebben, ook vandaag weer.

Brood dat het mensenhart versterkt

woensdag, 15 juni, 2011

Psalm 104:1-15
 
“Prijs de Heer”, dat zullen velen beamen en dat zal evenveel mensen, misschien nog wel meer mensen, afstoten. Want waarom zou je een God prijzen die je nog nooit gezien hebt, die dag in dag uit de ellende, de honger en de oorlog, op deze aarde laat voortbestaan. In de vertaling van de Naardense Bijbel begint deze Psalm met “Zegen mijn ziel de Ene” en dat klinkt al heel anders. Het goede van jezelf moet uitgaan naar God, want kennelijk mag je zelfs God zegenen. Als we dan de Psalm gaan lezen, de eerste 15 verzen en de rest doen we morgen, dan valt op dat de Psalm gaat over de schepping. Al het goede dat we zien komt van God.

Al het kwade dus ook? Misschien, maar daar gaat deze Psalm niet over. Wij willen altijd graag alles weten over goed en kwaad. Maar volgens het scheppingsverhaal maken we ons daarmee gelijk aan God, die gaat over goed en kwaad maar wij hebben de opdracht alleen het goede te doen en niet dan het goede. En dan is die aarde zo slecht nog niet. De aarde zoals wij die kennen is in staat voor iedereen voedsel in overvloed te produceren. De zeeën kunnen rijk zijn aan vis, graan en rijst kan in overvloed groeien en de bossen zijn er om de lucht te zuiveren. Verder is er vee dat kan grazen op gronden die geen landbouw verdragen en is er wild als extra tractatie. Dat wij dat niet om ons heen zien? Je kunt God toch niet de oneerlijke verdeling tussen arm en rijk, tussen noord en zuid verwijten. Je kunt God toch niet de verspilling van kostbare grondstoffen verwijten. Je kunt God toch niet het gat in de ozonlaag verwijten. Je kunt God toch niet de vergiftiging van rivieren en zeeën verwijten. God is toch niet verantwoordelijk voor de overbevissing en de luchtvervuiling?

Juist zo’n schijnbaar vrome Psalm over de schepping en het mooie op de aarde drukt ons met de neus op de feiten. Wij zijn het zelf die het kwade doen. Wij zijn het zelf die de hulp aan de slachtoffers van natuurrampen inrichten naar de nukken van militaire heersers en dictators. We doen dat zelfs ondanks de afspraak in het handvest van de Verenigde Naties dat we samen verantwoordelijk zijn voor de bescherming van volken ook al worden die in gevaar gebracht door hun eigen regeringen. Als we het dan zo graag over het kwaad willen hebben zouden we eerst naar het kwaad van onszelf moeten kijken. Niet om ons schuldig te gaan voelen en ons te laten verlammen, maar om te weten dat er een andere weg is. De weg van de God van Israël waarin we mee mogen gaan, ja waarheen we geroepen worden, de weg van het goede, waarop we mogen delen met ieder die het nodig heeft en de aarde mogen bewerken zodat die aarde goed is en goed blijft. En dat delen mogen we elke dag opnieuw, elke dag weer die weg gaan bewandelen, ook vandaag weer.

Keer u af van uw huidige leven

dinsdag, 14 juni, 2011

Handelingen 2:29-42

Mooie preek van Petrus vandaag te lezen. Maar die preek was voor de mensen in Jeruzalem die op het traditionele Pinksterfeest ineens een geluid hadden gehoord als van een geweldige storm, zonder dat de wind was opgestoken, en een groep mensen hadden gezien die wel op een stel brandende braambossen leken. Sommigen dachten zelfs dat ze dronken waren zo op de vroege morgen roepend over de bevrijding die was gekomen door te leven in de Geest van God die ze hadden leren kennen en gekregen door hun voorganger Jezus van Nazareth. Petrus legt hier uit wat het allemaal te betekenen heeft. Het gaat om vertrouwen op de God van Israël.

De Romeinse overheersing was ondraaglijk geworden. Die volgelingen van Jezus van Nazareth konden er over mee praten. Die Jezus was immers door de Romeinen aan een kruis gehangen. De vraag was wat nu, neem je met geweld wraak voor de moord of is er een andere weg. Petrus komt met een andere weg, een weg die ze van die Jezus hadden geleerd. De weg terug naar het oude geloof in de God die met je meegaat door de woestijn, die je vijanden aan je voeten zal leggen als je je houdt aan de Wet van de Woestijn, de wet van breken en delen, de wet van zorgen voor elkaar. Ooit waren mensen geschapen naar Gods beeld, ooit had Mozes de bevrijdende God ontmoet in een brandend braambos in het hart van de woestijn en ooit had de grootste Koning van Israel, David gezegd dat als je God als Heer erkent je Heer nooit verslagen of gedood kan worden.

De Liefde, die God is, sterft nooit en nergens. Zo waren de 120 volgelingen van Jezus bij elkaar gekomen en zo nodigden ze iedereen uit om er aan mee te gaan doen. Een eigen gemeenschap die niet onderdrukt kon worden door de Romeinen. Die Romeinen konden de mensen doden, maar nooit de Liefde, nooit de gemeenschap. Je moet dan wel durven op een radikaal andere manier te gaan leven. Geen baas en geen heerser heeft het dan meer te vertellen. Alleen de liefde voor de zwakste, voor de naaste, alleen delen van wat je hebt telt nog. Na die indrukwekkende preek van Petrus lieten 3000 mensen zich dopen als teken dat ze echt het oude leven van zich afspoelden en het nieuwe leven begonnen. In één klap was die kleine groep van 120 volgelingen een grote groep geworden. En vandaag en morgen kunnen ook wij ons er, misschien opnieuw, bij aansluiten. Je kunt je zelfs laten dopen als je nog niet gedoopt bent, bel maar een dominee in de buurt, overal is er één.

Jongeren zullen visioenen zien

maandag, 13 juni, 2011

Handelingen 2:14-28
 
Natuurlijk, jongeren weten altijd hoe de wereld er beter uit zou kunnen zien. Dat was al in de tijd van de profeet Joël zo en dat was in de tijd van Petrus niet anders. Ook nu is dat nog steeds zo. Oude mensen weten dat het dromen zijn, maar er zijn altijd mensen die die droomgezichten als mogelijkheden blijven zien en er aan blijven werken. De beroemste preek van dominee Martin Luther King heet in het Engels “I have a dream”, ik heb een droom. Hij had zo’n droomgezicht dat blanke en zwarte kinderen hand in hand zouden wandelen. Die droom is uitgekomen al zal er aan de gelijkheid nog veel moeten gebeuren. In de gevangenissen in Amerika zitten drie keer zo veel zwarte mensen als blanke mensen en zwarte mensen zijn van nature net zo crimineel als blanke mensen. Maar de geest van God maakt dat je dit soort droomgezichten blijft zien. Dat jongeren dit soort visioenen blijven koesteren.

Wie het verhaal kent van de onmetelijke en onvoorwaardelijke liefde voor mensen, een liefde die wonderen kan veroorzaken, die muren kan afbreken en mensen bij elkaar kan brengen, die gaat vanzelf die dromen dromen en vergezichten zien. Dat was waarvoor Petrus en de 11 andere apostelen opstonden en hun huis uitkwamen. Ze leken nu zelf brandende braambossen. De tijd dat alles gewoon maar door ging alsof er geen God en geen wet was had opgehouden. Het einde van de tijden van de wereld was gekomen. Binnen de nieuwe beweging van Jezus van Nazareth waren slaven vrij, schulden kwijtgescholden en was de armoede opgeheven, precies zoals God het had voorgeschreven en de profeten het hadden voorspeld. Het kon, het kan, je moet het gewoon gaan doen.

Het is een kwestie van er enthousiast, begeesterd, aan beginnen. In Noord Holland werd zaterdag het Luilak feest gevierd. Op de dag voor Pinksteren gaan ze heel vroeg de huizen langs om met veel lawaai iedereen wakker te maken. Pinksteren is daar het feest van vroeg opstaan, opstaan om een nieuw leven te beginnen. Het leven in de geest van Jezus uit Nazareth. Het leven van delen met elkaar en recht en rechtvaardigheid. Pinksteren is het feest dat ons leert dat we er elke dag weer opnieuw mee kunnen beginnen. Dat we elke dag mogen opstaan om mensen lief te hebben, om te mogen geloven dat het kan, een wereld waarin mensen van elkaar houden en zo God eren. Elke dag, ook vandaag.

Het Pinksterfeest

zondag, 12 juni, 2011

Handelingen 2:1-13

Vandaag is het Pinksteren en lezen we dus het verhaal uit de Handelingen over het Pinksterfeest dat zo’n bijzondere betekenis kreeg door het optreden van die volgelingen van Jezus van Nazareth. Zij hadden de Heilige Geest al ontvangen op de dag dat Jezus van Nazareth opstond van de doden. Ze zouden worden bekleed met kracht uit de hoge en daarvoor hadden ze zich teruggetrokken in Jeruzalem in de buurt van de Tempel waar ze elke dag waren om te bidden. Dat Pinksterfeest was al een bestaand feest. Vijftig dagen na Pasen werden de eerste vruchten van de oogst naar de Tempel gebracht om er samen een maaltijd van de te houden.

Die vijftig dagen zijn niet zomaar. Zeven maal zeven dagen zijn voorbijgegaan en zeven was het heilige getal. Na zeven maal zeven dagen is het dus wel een heel erg heilige dag. Het doet denken aan dat jaar na zeven maal zeven jaren waarop alle Israelieten het stukje land terug zouden krijgen dat ze bij de verdeling door Jozua hadden gekregen. De slaven zouden dan worden vrijgelaten en de schulden worden kwijtgescholden. Iedereen kon met een schone lei weer opnieuw beginnen. Al die beloften waren eigenlijk nooit uitgekomen, een mooie wet maar voor een ordelijke samenleving toch iets te ingewikkeld. En dan komt er die Petrus die verteld dat die wet juist op die Pinksterdag uitgevoerd zal worden. Nog wel door het optreden van Jezus van Nazareth die vlak voor de laatste Paasviering als een slaaf was gekruisigd.

Het was zelfs nog erger. Joden en sympatisanten met de Joodse religie uit de hele bewoonde wereld waren naar Jeruzalem gekomen om dat Pinksterfeest mee te vieren. En toen die 120 volgelingen van Jezus van Nazareth hen uitnodigden mee te doen snapten ze allemaal waar het om te doen was, de wet van wat vroeger genoemd was “het aangename jaar van de Heer”. Dat was helemaal niet zo ingewikkeld, dat moet je gewoon samen gaan doen. Schulden kwijt schelden voor arme landen bijvoorbeeld. De rijkste landen in de wereld doen dat bijna elke G8 vergadering wel weer een beetje. Rechtvaardige handelsverhoudingen worden op die vergaderingen tegengehouden maar als wij alleen Max Havelaar en Fair Trade producten gebruiken kunnen ze er op de duur niet meer om heen.

Anders Globalisten noemen ze tegenwoordig de mensen die voortdurend bedacht zijn op het lot van de armsten in de wereld. Mensen van de Weg gingen ze die volgelingen van Jezus van Nazareth noemen. De Weg van de liefde. Het is ongeloofelijk. Op die eerste Pinksterdag werden die volgelingen van Jezus uitgemaakt voor dronkaards, nu worden de Anders Globalisten uitgemaakt voor raddraaiers. Hoe het ook zij, willen we de armen bevrijden van schuld, honger en ellende, hen recht doen dan zullen we de wereld op z’n kop moeten zetten. Wat onder is moet dan boven komen. Die boodschap moest klinken tot aan de einden der aarde, die aarde moest herschapen worden tot die voltooid zou zijn. Gelukkig maar dat we er elke dag in vrede aan mogen werken, in de Geest van God, de Heilige Geest, elke dag opnieuw, ook vandaag, tot het Rijk komt.

Daar bracht de HEER verwarring

zaterdag, 11 juni, 2011

Genesis 11:1-9
 
Trouwe Bijbellezers zien het al aankomen. Morgen is het Pinksteren en dan zal het wel gaan over de boodschap die op eerste Pinksterdag plotseling door iedereen verstaan werd. Maar wil je daar iets van begrijpen dan moet je iets weten van het verhaal over hoe het kwam dat mensen elkaar niet meer konden verstaan. Over de toren van Babel zijn vele verhalen verteld. Want een toren bouwen tot aan de hemel zodat iedereen in de gaten gehouden kon worden en de machtigen steeds machtiger werden is een heel herkenbaar verhaal. Wat meestal in het vertellen van het verhaal niet doorklinkt is  het antwoord op de vraag waarom die toren nu juist in Babel moest staan.

Want die toren stond daar niet zomaar. In Babel waren immers de ballingen uit Israel die opnieuw de verhalen van het avontuur met de God van Israel gingen opschrijven en samenstellen. Daar kwamen ze er achter dat zelfs die machtige heersers in Babel heel veel moeite hadden iedereen te begrijpen. Ze hadden toch hangende tuinen en wonderbaarlijke bouwwerken daar in Babel, maar met de onderlinge verhoudingen ging het uiteindelijk verkeerd. Dat verhaal over de toren tot in de hemel en de verwarring die dat teweegbracht kon dus op geen enkele andere plaats spelen dan in Babel. Bovendien is er een aardige woordspeling in het Hebreeuws tussen het woord balal, dat verwarring betekent, en Babel.
Als we dat verhaal op ons in laten werken dan is het toch wel even schrikken. Onder aanvoering van Amerika, het machtigste land op aarde, proberen regeringen alles van iedere burger te weten te komen. Alle telefoongesprekken moeten kunnen worden afgeluisterd. Door mobiele telefoons kan de verblijfplaats van iedere burger vastgelegd worden en ook het internetverkeer moet worden vastgelegd. Er zijn al systemen om alle emails en alle uitingen op het internet te controleren. Volgens het verhaal van Babel zou dat betekenen dat steeds meer groepen mensen zich gaan afsluiten voor die controle. Ze gaan een eigen geheimtaal ontwikkelen of gaan het contact met andere mensen vermijden. Daar waar we groeien naar één open wereld waar mensen met elkaar praten in plaats van vechten gaan we naar een wereld van wantrouwen en verdeeldheid. Tijd dus om er tegen in opstand te komen en een weg te zoeken waarlangs mensen elkaar beter gaan verstaan. Tijd dus voor een frisse wind door de wereld, maar dat is iets voor morgen.