Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juni, 2011

Wees waakzaam

donderdag, 30 juni, 2011

1 Petrus 5:8-14
 
Je moet waakzaam blijven want de verwarrer gaat rond als en brullende leeuw. Vanouds wordt hier “duivel” vertaald maar verwarrer is eigenlijk een betere vertaling en als je niet in de duivel geloofd is die vertaling misschien ook wel gelijk een betere waarschuwing. Uiteindelijk geloven we in God als de enige ter zake doende macht in hemel en op aarde en kennen we aan anderen geen feitelijke macht toe, geloven we dus zeker niet in de duivel. In de tijd dat deze brief werd geschreven gingen er vele vooroordelen over de Christenen rond. Ze zouden een ezel aanbidden, ze zouden kinderen offeren, ze zouden mensenvlees eten en noem maar op. Die lasterpraatjes veroorzaakten iedere keer weer nieuwe vervolgingen en dus nieuwe martelaren onder de christenen.

De waarschuwing uit deze brief is dus niet een vroom praatje om je niet in te laten met een geestelijke tegenstander van God. Die tegenstanders zijn al lang overwonnen maar wat mensen in de strijd kunnen brengen tegen het idee dat slaven moeten worden vrijgelaten, afgoden afgezworen en rijkdom eerlijk gedeeld is onuitputtelijk. Daarvoor moeten we zelfs tot in onze tijd uitkijken. Zo wordt ons nu wijsgemaakt dat de rijksten met de duurste huizen subsidie moeten krijgen in de vorm van hypotheekrenteaftrek en dat gehandicapten en chronisch zieken zich maar op moeten laten nemen omdat het nu eenmaal goedkoper zou zijn en mensen wel aan de villasubsidie willen meebetalen maar niet meer aan de dure zorg voor de zwaksten in de samenleving. 

Vooroordelen over Christenen zijn er natuurlijk te over. Christenen die zich christenen noemen maar die niet mee willen doen aan een rechtvaardige samenleving houden die vooroordelen graag in stand. Ze wijzen intieme relaties tussen mensen die van elkaar houden af, ze wijzen vreugde en vrolijkheid af, ze doen net of er niets mag, of nog erger doen ze alsof je een baas in een kerk moet gehoorzamen, of een dode van vroeger nodig hebt om tot God te bidden, ze doen ook of vrouwen in de kerk hun mond moeten houden en niet mee mogen doen. Al dat onbijbels gedrag van christenen roept nieuwe vooroordelen op en bevestigd oude vooroordelen. Dat houdt mensen af van het gaan geloven in dat Koninkrijk van God. Want geloven dat dat mogelijk en haalbaar is en dat je daar aan mee mag doen is het geloof dat we iedereen in de wereld toewensen. Maar het roept in de hele wereld dezelfde ellende op, als je dat geloofd wordt je belachelijk gemaakt met alle vooroordelen die overal dezelfde zijn. Pas dus ook in onze tijd op voor de verwarrers.

We zijn daarmee aan het eind gekomen van de brief die kennelijk met behulp van Silvanus is geschreven, mogelijk in Babylon. Dat Babylon is dan niet het Babel dat we uit de verhalen over de ballingschap kennen maar een klein stadje in Noord Afrika. Daar heeft Petrus, of het gezelschap van Petrus korte tijd verbleven. Er is een overleving die zegt dat hij naar Rome is gegaan om daar vermoord te worden, maar die overlevering staat niet in de Bijbel en zou misschien tot verkeerde vooroordelen kunnen voeren, kijk daar dus mee uit.  Blijf liever werken aan het Rijk van Jezus van Nazareth waar ook Petrus en zijn gezelschap voor werkten, dat kan ook vandaag weer.

Stel u niet heerszuchtig op

woensdag, 29 juni, 2011

1 Petrus 5:1-7

Samen sta je sterker. Dat is een ontdekking die door onderdrukte mensen door de eeuwen heen is gedaan. Of het nu de geuzen waren bij het ontstaan van ons land, of de arbeiders in de negentiende eeuw, die leerden hoe je vaktorganisaties moest stichten, telkens weer komen mensen in de nood tot de ontdekking dat alleen als je samen werkt je de kracht kunt ontwikkelen om een bestaande samenleving te veranderen. We zien dat in het middenoosten aan de jongeren die samen pleinen bezet hielden en zo een proces van maatschappelijke verandering op gang brachten. Tot in onze dagen toe klinkt de wet van samen sta je sterker. En aangezien elke maatschappelijke groepering die getroffen wordt door de afbraakpolitiek van de huidige regering zelf protesteert en zich van het protest van de andere slachtoffers niks aantrekt heeft geen enkel protest ook echt effect.

In de dagen dat de eerste brief van Petrus werd geschreven was het steeds moeilijker geworden om in alle rust een christelijke gemeente op te bouwen. In de hele brief komt overal het thema van de lijdende volgeling van Christus voor. Nu op het eind van de brief wordt de hele gemeente aangesproken. En daarbij is er een opvallend verschijnsel. Uit verzetsbewegingen weten we dat een strakke organisatie en een onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan de leiding een verzetsbeweging bijna onaantastbaar maakt. Dat is dus niet de gebalde vuist tegen vervolgers die de schrijver van de eerste brief van Petrus voor ogen heeft. Die doet een beroep op de oudsten van de gemeente zich als dienaar op te stellen. Die roept de jongeren wel op tot volgzaamheid maar ze moeten allemaal de minste willen zijn. De oudsten moeten dus heel goed naar die jongeren luisteren en ook afwegen wat die willen en dat laten merken in hun optreden.

Het gedeelte dat we vandaag lezen valt terug op een beeld dat al in het Oude Testament werd gebruikt, het beeld van de herder. De profeten hadden ook de leiding van Israël als herders aangemerkt. Het voorbeeld van de goede herder, een leiding die het land nodig had, was de God van Israël. Dat was een herder die eerst oog had voor de zwaksten in het land, de weduwe en de wees, de gehandicapte en de zieke. Pas als daarvoor goed gezorgd was dan kon er aandacht zijn voor anderen. Jezus van Nazareth is in het Nieuwe Testament als zo’n goede herder afgebeeld. Zelfs in de drukste menigte hoorde hij het geroep van de blinde bedelaar aan de kant van de weg, of voelde hij aan zijn mantel trekken door een zieke vrouw.

Zo moeten herders dus zijn, in de christelijke gemeente, maar zeker ook in het land mogen we op die manier onze leiders ter verantwoording roepen. Wordt er echt goed gezorgd voor mensen die vanaf hun geboorte voorbestemd zijn om niet zelf in hun onderhoud te kunnen voorzien, de WAJongers? Zo niet, dan mogen wij elke dag weer samen met onze kerk in verzet komen en roepen om gerechtigheid en verandering, ook vandaag weer.

Ik kom een wig drijven

dinsdag, 28 juni, 2011

 Matteüs 10:34-11:1
 
Polarisatie, dat is het duidelijk stellen van tegenstellingen, was een aantal decenia geleden populair, maar werd even hard veroordeeld als aangehangen. Het lijkt er op dat hier ook Jezus van Nazareth aan bewuste polarisatie doet. We zien Jezus van Nazareth altijd als de grote vredebrenger. “Vrede op aarde en in mensen een welbehagen”, daarmee begint toch voor veel mensen het leven van Jezus van Nazareth. En zij herinneren zijn uitspraak dat allen die het zwaard zullen opnemen door het zwaard zullen vergaan. Jezus van Nazareth spreekt de vredestichters zalig. Toch begint de Bijbelpassage van vandaag met de belijdenis dat Jezus van Nazareth niet is gekomen om vrede te brengen maar het zwaard. Dat hij een wig drijft tussen mensen en dat hij waarschuwt dat de eigen huisgenoten de vijanden van de mensen zijn. Dat laatste is een citaat van de profeet Micha overigens.

Een ieder wordt hier op eigen verantwoordelijkheid aangesproken. Niet de familiebanden bepalen of je bij het Koninkrijk hoort, niet of je goed voor je eigen familie zorgt of gehoorzaam bent aan je familie maar of je de Weg gaat van Jezus van Nazareth. De profeet en de rechtvaardige worden geringe mensen genoemd, maar als je ze een beker water geeft, alleen een beker koel water, dan pas hoor je er bij en zul je beloond worden. Dat is het goede nieuws. Het hangt niet en nooit niet van anderen af. Wat de mensen er ook van mogen zeggen, zorgen voor de minsten in de samenleving staat altijd, onder alle omstandigheden voorop.

Moet je dan ruzie maken met je familie? Kan er alleen maar oorlog zijn met de mensen die je het meest na staan? Komt hier de aversie tegen schoonmoeders in veel moppen vandaan? Nee zeker niet. Maar veel jonge vrouwen doen zoals ze denken dat hun schoonmoeder wil dat ze doen. Ze verliezen zichzelf daarbij vaak. Als hun schoonmoeder een keer op visite komt verandert de zelfbewuste jonge huisvrouw in een zenuwachtig wrak. Pas als iemand daar een keer met de schoonmoeder over begint blijkt dat die zich nergens van bewust is en zelfs de eigen persoon, de eigen gewoonten en oplossingen van de schoondochter zou willen zien.

Zo gaat het ook vaak tussen vaders en zonen en tussen moeders en dochters. En als het over opvattingen en geloofszaken gaat kan het nog erger. Dan slaan vaders, vooral oudere vaders, maar ook vaak moeders, hun kinderen dood met bijbelteksten, dan wordt er niet meer geluisterd. En juist bijbelteksten in het Nederlands geciteerd uit een vertaling die eeuwen geleden werd gemaakt kunnen zo gemakkelijk uit hun verband gerukt zijn en zo gemakkelijk een anti-bijbelse opvatting weergeven. Kinderen horen daartegen in opstand te komen, zij horen te eisen dat er een werkelijk gesprek over opvattingen en geloofszaken mogelijk is. Dat is namelijk het goede nieuws waar de leerlingen mee op pad zijn gestuurd, dat er voor iedereen plaats is in het Koninkrijk van Jezus van Nazareth, als men wil delen, als men voor de minsten op de wereld een beker koel water over heeft.

Een slaaf niet boven zijn heer.

maandag, 27 juni, 2011

Matteüs 10:24-33

Dat klinkt ons al vrij radicaal in de oren, maar in een samenleving waar slaven op de laagste ladder stonden, soms lager dan de dieren, was dit wel heel revolutionair. Matteüs begint dan ook met de uitspraak van Jezus te citeren dat de slaaf niet meer hoeft te zijn dan de meester, of de leerling meer dan de leraar, maar toch. Je kunt je ook vandaag de dag niet voorstellen dat de buschauffeur niet boven de bestuursvoorzitter van de busmaatschappij gesteld moet worden. Maar dat ze gelijk zijn is dus duidelijk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Jezus waarschuwt voor de oorlog die je ontketent als je dit van de daken gaat schreeuwen. Je kiest wel steeds de goede kant, en hij heeft er weet van als je ten val komt en uiteindelijk zal het allemaal wel goed komen, maar Jezus is gekomen om het zwaard te brengen.

Goed en kwaad zullen eindelijk duidelijk worden. Het kind van de uitgeprocedeerde asielzoekster is niet minder dan een van de dochters van Maxima en Alexander, en we worden geroepen om van allebei evenveel te houden. Toch staat er in dit stuk een uitspraak die veel mensen in verwarring heeft gebracht. Die over die mussen, die bijna niets kosten maar dat er niet één dood valt als de Vader het niet wil. Want wat wil dat nu betekenen? We weten allemaal dat er mussen doodvallen. Ze dreigen zelfs uit te sterven als we niet oppassen. En te zeggen dat onze liefde voor de natuur het uitsterven van mussen kan voorkomen is te goedkoop. Het is wel waar maar dat zal er hier niet worden bedoeld. Wil God dan dat mussen doodvallen? En wil God dat onze geliefden ziek worden en doodgaan? In een God die dat toestaat willen we niet geloven.

Maar er staat nog iets, dat van die haren op je hoofd, die allemaal geteld zijn. Als je niet kaal bent kun je je daarover verbazen. Niemand met een gezonde haardos heeft de eigen haren geteld maar volgens Jezus van Nazareth God wel. Dat zet dat “willen” in een ander daglicht. Dat willen dat hier staat is dan ook niet een willen met een voorafgaand besluit, maar meer een weet er van hebben. Ook al gebeurt het, je wil het niet, het raakt je en God wil door alles dat aan zijn minste schepsels gebeurd geraakt worden. Als je dus bittere ellende overkomen is kan dat je troosten. Niemand die zich om je bekommerd? God heeft er weet van. Kijk weer om naar mensen die dat nodig hebben en je komt er bovenuit. Je mag van anderen houden als van jezelf en als je merkt hoeveel je van een ander kan houden dan weet je ook hoeveel jezelf waard bent. In de vijftiende eeuw schreef iemand eens op dat het eigenlijk de enige troost is die we hebben, dat God er weet van heeft wat er met je gebeurt. Sinds die tijd is dat aan heel veel mensen geleerd. Maar je leert het pas echt als je weet hebt van de ellende van de anderen, en daar wat aan wil doen.

Maar wie standhoudt tot het einde

zondag, 26 juni, 2011

Matteüs 10:16-23
 
Er zijn van die predikers die beloven een gemakkelijk leven als je de weg van Jezus  van Nazareth volgt. “Laat Jezus in je hart en je zult de vrede kennen” Afgezien van de vraag hoe “Jezus in je hart” moet komen is de suggestie  geheel in strijd met wat Jezus van Nazareth er in het verhaal van Mattheüs zelf over te zeggen heeft. We kennen natuurlijk de uitdrukking over de wolf in schaapskleren, een vijand die zich onder de nietsvermoedende onschuldige kudde begeeft om daar kwaad aan te richten. Maar kennen we het omgekeerde ook? Schapen die zich onder de wolven begeven om andere schapen te helpen?

We staan er waarschijnlijk niet zo bij stil maar organisaties als Artsen zonder Grenzen kennen dit soort schapen. In oorlogsgebieden vindt je hen terug, onafhankelijk en alleen daar waar mensen zonder hulp zijn gaan ze hun gang, wat overheden of gewapende troepen er ook van mogen vinden. Regelmatig vallen er slachtoffers onder deze hulpverleners, of ze worden ontvoerd of gevangen gezet. Ooit was er een tijd dat de kerken de verantwoordelijkheid voor dit soort hulp op zich hadden genomen. De geschiedenis kent dan ook vele slachtoffers van geweld die alleen hulp aan de armsten en de zwaksten kwamen brengen.

Veel kerken hebben zich echter zozeer met de machthebbers in de wereld verbonden dat het aantal kerkelijke hulpverleners zeer is teruggelopen. Van veel kerken is voor de machthebbers zeker geen gevaar meer te duchten. En toch waarschuwt Jezus van Nazareth er voor dat het volgen van zijn Weg een hoop onrust en conflict teweeg zal brengen. Kinderen tegen hun ouders, burgerlijke en kerkelijke overheden tegen de volgelingen van Jezus. Jullie zullen door iedereen worden gehaat zegt hij tegen zijn zendelingen, en daarmee kunnen ze op pad. Het zou natuurlijk ook voor onze overheid een goede zaak zijn als zij onvoorwaardelijk achter hulpverleners als Artsen Zonder Grenzen bleef staan en daar valt zo regelmatig nog wel aan te twijfelen. Artsen Zonder Grenzen hebben in elk geval een gironummer dat vast ergens op het internet te vinden is.

Toch is misschien geld geven niet het enige dat we kunnen doen. Wie in onze dagen voor de armen opkomt wordt vreemd aangekeken. Wie maaltijd houdt met vreemdelingen in plaats van hen te veroordelen loopt de kans gemeden te worden en met de nek te worden aangekeken. Wie rascisten veroordeeld en opkomt voor een rechtvaardige samenleving waar mensen recht hebben op hun eigen overtuiging en manier van leven loopt de kans met geweld bedreigd te worden. Het gaan van de Weg van Jezus van Nazareth betekent dit volhouden, ondanks wat er gebeurd, ondanks wat vrienden, familie en de mensen om je heen er van vinden, ondanks de heersende opinie, volhouden tot het einde toe.

Schud het stof van je voeten

zaterdag, 25 juni, 2011

Matteüs 10:2-15

Zo koos Jezus van Nazareth 12 mensen die hij er op uit kon zenden om al die mensen die opnieuw wilden beginnen, die geloofden beter te kunnen worden, ook daadwerkelijk te helpen weerbaarder en sterker te worden. Mattheüs geeft een hele rij namen en bij een paar discussieëren de geleerden nog wie nou wie is. Je vindt de rij ook bij Lukas die de mannen zendelingen of Apostelen noemt omdat ze er op uit worden gestuurd. Eén ervan is Simon bijgenaamd Kananeüs. Die bijnaam onderscheidt hem van Simon Petrus waar we waarschijnlijk meer van gehoord hebben. Dat Kananeüs staat in de Nieuwe Bijbelvertaling. Het stond ook al in de Statenvertaling uit 1619 op deze manier vertaald. In de Bijbelvertaling van 1951, die de laatste 50 jaar bijna overal is gebruikt staat nog Simon de Zeloot.

Je moet dus nooit de Bijbel letterlijk nemen, want je moet altijd vragen naar welke Bijbel, of beter naar welke vertaling je moet luisteren. Het gaat om de betekenis. Die bijnaam Kananeüs gaat terug op een woord dat in het Bijbelboek Exodus wordt gebruikt voor IJveraar. En dat was ook de bijnaam voor de beweging van de Zeloten die in de tijd van Jezus verzet pleegden tegen de Romeinse bezetting. Ze gingen gewelddadig verzet niet uit de weg. Deze Simon, zo wordt aangenomen, had zich na verloop van tijd bij Jezus aangesloten, maar hij bleef “de IJveraar”. De reuk van terrorisme bleef hem volgen. Niet zo vreemd want terrorisme heeft tot in onze tijd vaak een religieuze bodem. Maar dat Jezus van Nazareth juist die leerlingen leerde de tijdgeest van fatalisme en negativiteit te bestrijden en om te zetten in de geest van saamhorigheid en oog hebben voor de zwaksten is duidelijk. Dat er mensen rondtrokken om de massa te bevrijden van kwelling en weerbaarder te maken is ook duidelijk.

Veel mensen vinden dat we vandaag net zo gezonden worden als de Apostelen in de dagen van Jezus van Nazareth. We weten nu waar we dan aan moeten werken. Niet met geweld en terreur, we worden niet met geweld en terreur onderdrukt, maar met tekenen van liefde en saamhorigheid. Want mensen die kracht nodig hebben om beter te worden, om onafhankelijk te blijven van de medische industrie en in staat moeten blijven zelf beslissingen te nemen over hun eigen lot hebben die saamhorigheid nodig. Ze moeten weten dat er mensen zijn die om hen geven en die hen willen steunen in de beslissingen die ze nemen, bij de vragen die ze willen stellen, bij de keuzes die ze willen maken. Dat is mensen kracht geven en moed om de situatie onder ogen te zien. Zo maak je blinden ziende en zet je lammen weer in beweging.
 
De 12 zendelingen die Jezus er op uit stuurt krijgen heel nauwkeurige instructies mee. Jezus zelf was net weggestuurd uit het 10 stedenland, omdat hij de gekkigheid van een paar bewoners aan varkens had verbonden die zich vervolgens van de rotsen hadden gestort, dus naar het buitenland mogen ze voorlopig niet gaan. Het blijft bij de mensen van hun eigen volk want die kunnen snappen waar het om gaat. Een koninkrijk waar de Wet van de woestijn heerst, de wet van je naaste liefhebben als jezelf. Daarom mogen ze ook niks verdienen aan het brengen van de boodschap, aan het genezen van ziekten en het laten ophouden van allerlei gekkigheid. Zeker niet aan het wegnemen van kwellingen en aan het weerbaar maken van het volk, zoals je het “genezen van alle ziekten en kwalen” eigenlijk ook zou kunnen vertalen. Van die plaatsen waar ze niet ontvangen worden moeten ze het stof van hun voeten schudden. Ofwel ze moeten opnieuw op weg gaan en zich niet laten besmetten door het negativisme waar men kennelijk voor kiest, we kunnen toch niet anders als we al doen klinkt het. 

Vergeleken bij hun einde zal het lot van Sodom en Gommorra nog zacht zijn, zei Jezus over de mensen die zijn zendelingen niet wilden ontvangen. Niet commercieel, vredebrengend, alle mensen liefhebbend, niemand weggooiend. Een koninkrijk dat ongeveer op alle fronten het tegendeel was van wat het onze aan het worden is. Natuurlijk willen mensen wel samen een volk vormen. De enorme massa’s die zich scharen achter een voetbalelftal dat namens ons land wint bewijst dat wel. De omvang lijkt op de massa die in de dagen van Jezus van Nazareth bij hem sterkte en bevrijding van kwelling zoekt. Wij zijn een rijk land, tienduizenden kunnen zich permiteren een paar weken in Zwitserland te verblijven. Maar wanneer lopen er bij ons Apostelen langs die de massa’s bewegen om te gaan delen met de minsten, te zorgen voor de zwaksten? Of zouden ze bij ons het stof van hun voeten moeten schudden?

Heb medelijden met ons

vrijdag, 24 juni, 2011

Matteüs 9:27-10:1
 
Je kunt het nu eenmaal niet iedereen naar de zin maken, je kunt niet de hele wereld op je nek nemen. Het zal ook tegen Jezus van Nazareth wel eens gezegd zijn. Volgens het verhaal van Mattheüs zijn er niet alleen leerlingen, en zendelingen, de Apostelen, die op hun eigen taak worden voorbereid maar komen er ook steeds meer zieken die op een nieuwe manier verder willen. Als er dan twee blinden komen, die van hun gebedel en afhankelijkheid af willen zijn, die hun huidige leven niet meer zien zitten,  gebiedt Jezus ze uitdrukkelijk er met niemand over te praten. Dat lukt natuurlijk niet. Iedereen die het lukt uit een ellendige toestand op te staan en het achter zich te laten wil het delen. Als je na veel gepieker eindelijk een licht opgaat en de juiste weg vindt dan straal het je uit. Jezus helpt er zelf bij door iemand die van gekkigheid niet meer kon praten weer het woord terug te geven. Mensen voortdurend terugbrengen tot de samenleving was zijn doel.

De leiders van de samenleving in de dagen van Jezus roepen dat hij het goede doet door de macht van het kwade, en ook in onze dagen wordt weer gezegd dat het echt zorgen voor mensen niet deugt en te duur is, of op termijn te duur zal worden. Mensen die goed willen blijven doen wordt bespot als softies. Maar werknemers weten dat je niet vroeg genoeg kan beginnen met het onderhoud van je collega’s, neem eens wat van ze over, laat ze niet alleen staan en bovenal zorg ook voor jezelf. Het kwade verdrijf je namelijk niet met het kwade, maar met het goede. Of het nu een kwaad regiem is, of een slechte situatie, je moet in beweging komen met het goede om het kwade te verdrijven. Oorlog roept bijvoorbeeld alleen oorlog en geweld op. Daarom zal het ook wel bijna een mensenleeftijd duren voordat de laatste sporen van de oorlog in Afghanistan of Irak verdwenen zijn. Want voor het doen van het goede, bouwen aan wat Jezus van Nazareth het Koninkrijk van God noemde, moet je er heilig in geloven. Ook al zie je het niet groeien, iedere keer dat je er opnieuw mee begint komt het echt, ook in onze dagen.

Geen wonder dat Jezus van Nazareth handen te kort komt als je iedereen van elke ziekte en elke kwaal weet te genezen. Maar staat dat er eigenlijk wel? Het Griekse woord dat hier met ziekte wordt vertaald kan ook worden vertaald als kwelling en het woord dat met kwaal wordt vertaald kan ook worden vertaald als zwakte. En dan staat er iets anders dan een beschrijving van het werk van de gemiddelde dokter. Dan staat er dat Jezus van Nazareth de mensen weer moed en kracht gaf, zoals schapen weer kracht kunnen krijgen als ze goed en vers gras te eten krijgen. Maar daar is een herder voor nodig die ze naar grazige weiden brengt. Het ene beeld heeft verband met het andere. Maar sterke zieken die verzekeringen en overheden kunnen aanspreken op de zorg waar ze recht op hebben zijn heel wat lastiger dan zwakke en zielige figuren die maar moeten bidden met gevouwen handen en gesloten ogen of ze misschien beter mogen worden.

Maar om de massa sterker en weerbaarder te maken is kader nodig, zijn mensen nodig die het goede voorbeeld geven en zelf ook de mensen helpen sterker en weerbaarder te worden. Zo koos Jezus van Nazareth 12 mensen die hij er op uit kon zenden om al die mensen die opnieuw wilden beginnen, die geloofden beter te kunnen worden, ook daadwerkelijk te helpen weerbaarder en sterker te worden. Die mensen trokken er op uit, uiteindelijk werden ze gezonden naar de uiteinden der aarde om alle mensen volgelingen van Jezus van Nazareth te maken. En alle volgelingen hebben dezelfde opdracht: zwakken sterk maken, opkomen voor de minsten. Daar mogen wij dus ook aan werken, vandaag en alle dagen tot aan de voltooiing van de wereld.

Zijn wetten en voorschriften

donderdag, 23 juni, 2011

Psalm 147
 
Je zou misschien een ogenblik de gedachte kunnen krijgen dat de God waarover deze Psalm zingt een natuurgod is. De God die de hemel met wolken bedekt, die de aarde met regen doordrengt, die het gras op de bergen laat groeien, die voedsel geeft aan de dieren, aan de roepende jongen van de raaf. Maar als je nauwkeuriger de Psalm leest dan zie je dat het anders in elkaar zit. Die zinnen over de natuur gaan over vruchtbaarheid en waar je van leeft.  Daar zorgt die God voor en in de oogsttijd is er alle reden om daarover te zingen. Wellicht dat deze Psalm dan ook een lied is dat in de oogsttijd gezongen werd.

Voor ons, als we tenminste stedelingen zijn,  is de regen in de zomer nu niet het meest welkome geschenk van God, maar als je in een woestijnklimaat afhankelijk bent van een geregeld regenseizoen met overvloedige regen die het land bevloeid en vruchtbaar maakt is die regen een werkelijk Godsgeschenk. De Psalm vertelt ons echter nog meer. Dat het goed is om te zingen voor God, dat zal wel, dat het heerlijk is om die God te prijzen zal ook wel. Maar dat die God ook Heer is, de enige politieke kracht die echt telt, de ballingen van Israël bijeen brengt en bouwer van Jeruzalem is dat zegt ons niet zoveel. De zangers van de Psalm des te meer.

Het volk Israel was immers weggevoerd naar een ver en vreemd land met een heel andere godsdienst. Na vele jaren waren ze teruggekomen naar dat land en hadden ze hun Tempel en hun stad weer opgebouwd. Daar zou een nieuwe samenleving moeten komen. Een samenleving waar wie gebroken is genezen zou worden, waar diepe wonden zouden worden verzorgd. Waar niet meer de maan en de sterren aanbeden zouden worden maar de God die maan en sterren te boven gaat. De toekomst laat zich dan ook niet uit de sterren voorspellen en wie je bent hangt niet van de stand van de sterren af.  In die nieuwe samenleving van die God van Jeruzalem worden de vernederden weer opgericht, daar worden de goddelozen verdrukt, als je de oogst binnenhaalt mag je daarvoor nog wel een keer extra zingen.

Want waar gaat het om. Je mag Jeruzalem prijzen, daar wordt die bijzondere Wet van Israel bewaard in het hart van de samenleving. De Wet van samen delen, van je naaste liefhebben als jezelf. In de poorten wordt op basis van die Wet recht gesproken tussen mensen en als de grendels van de poorten zijn versterkt wordt er pas echt dag en nacht recht gedaan aan mensen, dat recht is als een sterke muur die de zwaksten beschermd. Dan is er voor niemand op de wereld meer honger want alle oogst wordt immers met iedereen gedeeld. Dat geldt dus voor de hele aarde. Die God is dus geen natuur god, het maakt niet uit of het hagelt of vriest, of heet is of wateren stromen of uitdrogen, als we allemaal met elkaar delen is de zwaarste tijd te doorstaan. Dat is de Wet van de Woestijn, de woestijn die je samen kunt doorkomen als je onvoorwaardelijk op elkaar kunt vertrouwen, met die Wet mogen ook wij ons verbonden weten, en dat is echt wel een lied waard, ook vandaag weer.

Nieuwe wijn in oude zakken

woensdag, 22 juni, 2011

Matheus 9:14-17

Het verhaal over het optreden van Jezus van Nazareth begint niet bij Kerstmis. Daar beginnen een paar van de boeken van het Nieuwe Testament wel mee maar als je het hele verhaal doorleest dan zie je dat het optreden van Jezus van Nazareth begint met zijn neef Johannes. Die ging staan op de grens van de woestijn en het beloofde land en riep de mensen op opnieuw te beginnen met de Wet die ze in de woestijn hadden gekregen, die Wet van je naaste liefhebben als jezelf. Als teken daarvan werd je onder gedompeld in het water van de Jordaan zodat je het stof van je oude leven kon afspoelen en als het ware opnieuw werd geboren, als nieuw mens kon je op weg gaan die Wet waar te maken. Johannes had gezegd dat Jezus van Nazareth de volgende halte in het verhaal zou zijn. Die zou pas laten zien wat het betekent onvoorwaardelijk te leven volgens de Wet uit de woestijn.

Dat Jezus van Nazareth niet opzij ging voor een beetje gekkigheid hebben we de al eerder gelezen, dat zieken die opnieuw wilden beginnen de kans kregen beter te worden hebben we ook gezien. Maar de hele samenleving vernieuwen is nog wat anders nietwaar.  Als dan de volgelingen van Johannes vragen waarom er wel veel gegeten maar weinig gevast wordt wijst Jezus op de vreugde der Wet. Ook wij kennen tijden waarop we ons moeten oefenen in het niet zo belangrijk vinden van geld en goederen, net zo goed als we feest mogen vieren als de onrechtvaardige importheffingen op producten uit arme landen worden afgeschaft. Als er dus vandaag extra gedronken moet worden, neem eens wat Max Havelaar koffie.

Probeer de zaken opnieuw aan te pakken, want we weten al dat het op de oude manier niet werkt, zoals oude zakken zullen scheuren als je er nieuwe wijn in doet. Het wordt Calvinisten, overtuigde protestanten, nog wel eens verweten dat ze niet kunnen genieten, dat ze geen feest kunnen vieren. Als ze dat wel doen wordt ze overigens snel verweten dat ze geen echte protestanten zijn. Beide is onterecht. Gelovigen zorgen dat ze bij bewustzijn blijven, onmatig eten en drinken is er niet bij, maar genieten van eten en drinken wel degelijk. Gelovigen amuseren zich niet ten koste van anderen, anderen gebruiken als lustobject is er bijvoorbeeld absoluut niet bij. Gelovigen genieten nog het meest als het iemand in nood weer goed gaat, als iemand die aan de grond zat weer opstaat en verder kan in het leven, als iemand die het niet meer zag zitten weer een weg ziet in het leven. Dat is genieten zoals Jezus van Nazareth dat deed. En dan mag je best een feest bijwonen, alles is geoorloofd al is niet alles nuttig.

Terug naar zijn eigen stad

dinsdag, 21 juni, 2011

Matteüs 9:1-13

In het algemeen spreekt men graag over de wonderen die Jezus van Nazareth heeft gedaan, maar als je het op je in laat werken is het vaak veel wonderbaarlijker dat we er zelf zo weinig van bakken. Stel je nou voor dat vrienden een zieke bij je brengen. Een zieke die gelooft dat de ziekte komt door wat de ouders fout gedaan hebben, en wat de zieke zelf zoal fout heeft gedaan. Wij weten wel dat ziekte volstrekt niet komt door wat je fout gedaan hebt, ja sommige ziekten loop je op omdat je ondanks waarschuwingen iets stoms hebt gedaan, maar dat hoeven anderen je niet na te dragen. Dat gebeurde wel bij de zieke die bij Jezus van Nazareth werd gebracht. Jezus van Nazareth begon gewoon met iets aardigs te zeggen, je zonden zijn je vergeven. Natuurlijk God straft niet met ziekten en kwalen en wat je fout hebt gedaan weet je zelf als eerste en pas op het einde der tijden komt ook de eindafrekening. Maar daar werd zo over gemopperd dat het bijna een rel werd.

We kennen het wel, hoe kunnen we nou aardig zijn voor iemand die dat niet verdient, hoe kunnen we opkomen voor een asielzoeker of een ex-gedetineerde bijvoorbeeld. Hoe kunnen we nu pleiten voor een Exodus huis vol ex-gedetineerden in de buurt. Maar aardig zijn is goedkoop, het is gemakkelijk en het verdient ook gemakkelijk, mensen doen eerder aardig terug tegen iemand die vriendelijk voor ze is dan tegen iemand die voortdurend kritiek uit. Moeilijker is het mensen ook echt voor zichzelf in beweging te brengen. Jezus van Nazareth doet het met de zieke, sta op klinkt het, neem je bed op en ga naar huis. Het wordt misschien ook voor ons tijd om in beweging te komen. Jezus van Nazareth was teruggegaan naar zijn eigen stad.

Nu kennen we die Jezus als Jezus van Nazareth, daar was hij opgegroeid en daar woonden zijn ouders, Jozef en Maria. Maar toen Johannes de Doper gevangen was genomen was hij ondergedoken in Kafernaum, dat betekent “huis van troost”. En troost wordt daar gegeven. Zieken, vooral chronisch zieken, hebben het ook in onze samenleving niet gemakkelijk. Hebben ze een persoonlijk budget dat hen het een klein beetje mogelijk maakt hun eigen leven vorm te geven wordt hen ook dat nog afgenomen. En chronisch zieken kunnen hun ziektekosten niet beïnvloeden, ze zijn er soms voor hun leven van afhankelijk. Vrienden zijn dus heel erg belangrijk om een plaats in de samenleving te kunnen behouden. Voor veel zieken geldt overigens dat er veel vrienden zijn en dat zij zich niet beschroomd hoeven te voelen een beroep te doen op die vrienden, de meeste vrienden doen het graag en worden zelfs boos als ze niet om hulp worden gevraagd wanneer die hulp nodig is.

Omdat juist zieken zich snel te veel voelen en het gevoel hebben dat ze de samenleving tot last zijn dienen gezonden extra gevoelig te zijn voor het verlenen van hulp aan zieken. De vrienden in dit verhaal zijn het goede voorbeeld voor ons. En als mensen soms iets niet goed hebben gedaan is het niet aan ons om daarover te oordelen, dat mogen we nu net aan God overlaten, en God vergeeft, God vergeeft zeker als wij helpen zieken een plaats in de samenleving te vinden. Ook mensen die met de vijand samenwerken verdienen een kans om anders te gaan doen. De importeurs van fout hout, de handelaren in kleding door kindslaven gemaakt en noem maar op. In de dagen van Jezus van Nazareth heetten ze tollenaars. En zie, spreek ze aan en het blijkt ook anders te kunnen. Dat is ook in onze dagen zo. Elke dag weer opnieuw, ook vandaag..