Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor april, 2011

Zing een lied en sla de tamboerijn.

zaterdag, 30 april, 2011

Psalm 81

Het zijn de dagen van feesten voor hooggeborenen en dan is het zaak om feestliederen te zingen. We doen dat vandaag met Psalm 81. Een feestlied dat zingt over het feest van de Nieuwe Maan. Een Joods feest met hele oude wortels. Maar in de loop van de traditie is dit lied vastgehecht aan het nieuwe maanfeest in de herfst. Als de oogst binnen is, als de rust van de winter aanstaande is, de dagen korter worden en de nachten langer. Dan is een nieuwe maan al heel vroeg het teken dat het licht niet zal verdwijnen maar zal terug keren.

De Psalm herinnert dan ook aan de dagen dat Jozef naar Egypte ging. Jozef hield vast aan de regels die hij van huis uit had meegekregen en doorbrak daardoor de Egyptische dodencultus en hervormde de samenleving in Egypte tot een gemeenschap die leven gaf, die brood spaarde voor tijden van schaarste en uitdeelde aan hen die het nodig hadden. Daardoor bleef het volk van Jacob in leven. Maar na de bevrijding uit de slavernij moest het volk nog steeds leren te vertrouwen op de God van Israël. Midden in de woestijn kwam men water tegen dat zo bitter was dat men het niet kon drinken. Bij Meriba, daar kreeg men water maar ook kritiek omdat men de Heer God had proberen te verzoeken.

Het feest van de Nieuwe Maan was voor het volk Israël niet zonder risico’s. De Maan werd door veel volken vereerd als een godin. Een vruchtbaarheidsgodin met de bijbehorende riten. En juist het volk Israël had geleerd dat natuurverschijnselen niet vereerd behoren te worden. Geen zon, geen maan kon tegen de God van Israël op. En al helemaal geen mens. Het vereren van een mens, het zalig verklaren van een mens is een gruwel in de ogen van de Bijbel. Alles spreekt er tegen. Ook in onze dagen mogen we daar onze ogen niet voor sluiten. Hoezeer wij ook kunnen genieten van de shows die hooggeborenen voor de volken van de aarde kunnen opvoeren. Hoezeer wij ze ook geluk en een lang leven gunnen en met ze meeleven in vreugdevolle en droevige dagen, zij regeren niet, het is de God van Israël die we moeten laten regeren. Juist in zijn gebod, te delen met hen die niets hebben, worden wij rijker. Ook vandaag en morgen mogen we daaraan denken en in die geest werken. Al zingend.

Eindelijk een gelijk aan mij

vrijdag, 29 april, 2011

Genesis 2:4b-25

De uitroep die je hier boven ziet staan die hoor je tegenwoordig maar weinig meer. Mannen roepen dat niet als ze vrouwen zien, vrouwen roepen dat niet als ze mannen zien. Tegenwoordig doen we of mannen en vrouwen zeer verschillen. In het Hebreeuws klinken de woorden voor man en vrouw echter bijna hetzelfde en dat maakt dat wat hier gezegd wordt, een gelijk aan mij, een bijzondere lading krijgt die we niet uit het oog moeten verliezen. In Bijbelse zin, in de Christelijke gemeente, spelen de verschillen tussen man en vrouw geen rol. Ze worden één lichaam, want ze zijn van oorsprong één lichaam en zo keken ze van oorsprong ook naar elkaar.

Dat woordspel begint al in het begin van het gedeelte dat we vandaag lezen uit de Nieuwe Bijbelvertaling. In het Nederlands horen of lezen we die woordspelingen helemaal niet meer terug. Ook niet in de Naardense Bijbel, of de Herziene Statenvertaling, of de vorige vertaling van het Bijbelgenootschap, of de Oude Statenvertaling. Het Nederlands laat dat nu eenmaal niet toe. Ook in Engelse, Duitse of Franse vertalingen of de oude Vulgaat zijn de Hebreeuwse woordspelingen niet terug te vinden. Dat moet ons extra voorzichting maken met het letterlijk nemen van de vertaalde teksten. Wie losse teksten uit de Bijbel wil gebruiken moet zowel de grondtekst als de wijze van vertaling nauwkeurig verantwoorden bij het gebruik en die verantwoording wordt helaas maar al te vaak vergeten waardoor sommigen eerder hun eigen Bijbel schrijven dan het Woord van God overbrengen.

Wat is dan dat bijzondere woordspel dat hier plaatsvind. Dat begint met het uitgangspunt, de aarde, die was opnieuw in het verhaal woest en ledig, droog en dor zelfs want het had nog niet geregend. Maar in dit stuk zijn de woorden mens, aarde, land, aardbodem en akker allemaal woorden die in het Hebreeuws op elkaar lijken. De aarde moet bewerkt worden maar de mens ook, die de levensadem van God krijgt. En als dan de tuin is afgepaald en er bomen met vruchten opschieten dan moet de aarde bewerkt worden zodat er dieren ontstaan waarover de mens kan heersen. Dan moet vervolgens de mens bewerkt worden zodat die niet langer alleen is. Dat zijn dus geen losse gebeurtenissen maar uit de manier waarop het verhaal ons wordt verteld is het één proces, het verhaal over de wording van de mens en zijn verhouding tot de aarde.

Waar die ideale tuin overigens gelegen heeft is niet helemaal duidelijk. De meest stoutmoedige opvatting is dat de schrijver hier namen noemt die de tuin plaatsen in het midden van het land van de ballingschap. Daar waar het volk Israël na de verwoesting van de Tempel en Jeruzalem heengevoerd was lag het land, de bloedrode akker, waar de bloedrode mens uit gevormd was. Niet om de goden te dienen zoals de Babyloniërs geloofden, maar om de geliefden van God te zijn. Geliefden omdat zij zijn geboden zouden onderhouden. De mens wordt immers geroepen om te kiezen voor het leven en weg te blijven bij de kennis van goed en kwaad. Paulus zou zeggen dat we het goede moeten doen en niet dan het goede. Dat begon al bij het begin. Daar ging het om en daar gaat het om, ook vandaag nog. Ook dit verhaal spoort ons aan geen onderscheid tussen mensen te maken, niet de ene hoger te stellen dan de ander, geen oordeel over elkaar uit te spreken en je niet voor elkaar te schamen. Dat goede kunnen we elke dag opnieuw doen, ook vandaag weer.

God schiep de mens

donderdag, 28 april, 2011

Genesis 1:24-2:4a

Wat is er nog nodig willen mensen mensen worden? Er moet vee zijn en kruipende dieren en wilde dieren, want die dieren zijn voor de mensen nodig. Dieren om van te leven, dieren om van te genieten en dieren om voor te zorgen. Dan pas kunnen er mensen komen die Gods evenbeeld zijn, die de baas kunnen worden over de vissen, de vogels, over het vee en over alle dieren die op de aarde rondkruipen. Mensen die dat doen zijn mensen die op God lijken, mensen die dat niet doen zijn onmensen en tot op de dag van vandaag vinden we mensen die de dieren verwaarlozen, martelen, doden alleen voor hun plezier of uitroeien, onmensen. Speciale politieagenten moeten hen opsporen zodat ze bestraft kunnen worden.

God schiep de mens naar zijn evenbeeld. ze lijken dus op God, mannelijk en vrouwelijk schiep hij hen. Pas op dat je hier niet leest dat God mannen schiep en dat God vrouwen schiep, want dat staat er niet. Het onderscheid tussen mannen en vrouwen komt pas veel later in het verhaal, pas als de mens merkt dat dieren wel dat onderscheid kennen maar dat de mens aanvankelijk maar alleen was. De mens. staat er, is mannelijk en vrouwelijk geschapen. Elk mens heeft een deel mannelijke en een deel vrouwelijke eigenschappen. Heel veel later kan Paulus daarom schrijven dat in een Christelijke gemeente het onderscheid tussen mannen en vrouwen verdwenen is. Dat zogenaamde natuurlijke onderscheid hebben we er zelf van gemaakt, zo is het van oorsprong niet bedoeld.

Bedoeld is dat er goed van de mens uitgaat, dat is gezegend zijn, dat je heerst over de vissen, de vogels en over alle dieren. Heersen zoals God wil dat er geheerst wordt, dus met liefde, dus dienend en zorgend. Zo is het bedoeld en als we om ons heen kijken weten we hoe ver we daarvan af zijn geraakt. Daar is dit verhaal ook voor bedoeld, dat we ons weer bewust worden waarom we eigenlijk met de dieren op aarde zijn. Want zoals God het heeft geschapen was het goed, wat wij er van gemaakt hebben was weer heel iets anders. Die spanning zit er dus van begin af in, maar wil je in die spanning een keuze kunnen maken dan moet je eerst weten wat goed was, dat lezen we dus hier.

En kan komt in het verhaal de zevende dag, de dag waarop we rusten zoals de God waarop we lijken rustte van zijn werk. Want we zijn geen slaaf geworden van de aarde, van het zorgen voor de vissen, de vogels en de dieren. Van het gezegend zijn en vruchtbaar zijn. Dat houdt ons niet gevangen, daar heersen we over, maar daar zijn we ook vrij van en op die zevende dag mogen we weer weten dat we er vrij van zijn. Kan dat dan niet om de beurt? Dat iedereen een andere dag van de week vrij is? Dan zijn we dus samen slaaf van het aardse, van alles wat voortgebracht wordt, van de economie, want kennelijk moet dat voortbrengen altijd maar doorgaan, zijn we daar nooit vrij van maar houdt het ons altijd gevangen.

Voor mensen die heersers van de aarde zijn, die op de God van Israël willen lijken, die bevrijdt willen zijn van de slavernij van het aardse geldt dat ze samen met alle mensen op aarde vrij willen zijn. Daarom kennen wij de zondagsvrijheid en willen we die zondagsvrijheid behouden. Zo is de aarde bedoeld, zo is ze geworden tot de aarde waarvan God zag dat ze goed was, zo is de aarde geworden toen God er een hemel boven zette als bescherming van al dat goede. Daar mogen we vandaag weer over heersen en zorgen dat het goed blijft.

De aarde was nog woest en doods

woensdag, 27 april, 2011

Genesis 1:1-23

Wie zou dat eigenlijk wel eens hebben meegemaakt dat de aarde woest en doods was? Zouden wij het ons wel kunnen voorstellen? Misschien als we de beelden van de Tsunami in Japan zien. Een onvoorstelbare en onafzienbare hoop verwoest huis en verwoest landschap. Daar leeft niks meer, daar kan ook niks meer bestaan. Hoe vinden mensen daar ooit weer een plaats? Op die vraag geeft het gedeelte dat we vandaag lezen een antwoord. Het is geen journalistiek verslag van de geboorte van de aarde. Het is ook geen wetenschappelijke verhandeling over het ontstaan van de aarde. Het is een lied over hoe de aarde een aarde voor mensen is geworden. Want over dat verwoeste en ledige landschap zweefde de Geest van God. Wij kennen die als de Geest van de liefde, alles wat immers uit liefde gebeurd komt voort uit de Geest van de God van Israël.

En wat hebben mensen allemaal wel niet nodig voor dat de woeste en doodse aarde een aarde voor mensen is geworden. Voor dat de chaos waar we zo vaak in denken te verkeren weer een leefbare wereld is geworden. Genesis betekent wording en over wording zal het in dit Bijbelboek dan ook gaan. Allerleerst hebben we licht nodig, een verschil tussen licht en duister. In licht kunnen we zien, weten we weer waar we zijn, daarom zijn dag en nacht voor mensen belangrijk. In de nacht kunnen we rusten, worden we niet gestoord door het licht. Zo moeten we ook het verschil weten tussen boven en onder en tussen droog land en nat water. En mensen hebben groen nodig, dat zich voortplant en waar je je mee kunt voeden. En zon en maan moeten ons opvallen om te weten wanneer het dag en wanneer het nacht is. Want ook overdag kan het voor ons duister zijn als in de nacht en de maan kan in de nacht onverwacht licht geven alsof het dag is.

En als we willen weten waar we thuishoren dan moeten er dieren zijn. Grote en kleine dieren, dieren op het land, in de zee en in de lucht. Dieren waar we vriendschap mee kunnen sluiten en dieren waar we bang voor moeten zijn. Zo is in vijf stappen de chaos een halt toegeroepen en begint de aarde op een aarde voor mensen te lijken. Wie zich afvraagt hoe ooit de mensen in Japan geholpen zouden moeten worden terug te keren naar hun leven aan de vruchtbare kusten van hun eilanden vindt hier een programma.

God zag dat het goed was, maar als wij mensen weer licht kunnen geven, scheiding tussen water en land, de voordelen van dag en nacht, zon en maan als energiebronnen, zaad voor de aarde en dieren voor akkers en de zee dan zingen we samen dit lied mee. Want een prachtig lied is het over hoe mensen die aarde kregen om zich thuis te voelen. Daar kunnen alleen dichters van dromen en daarom begint de Bijbel daarmee. Zodat we weten waar de Bijbel over gaat, over hoe mensen zich pas echt thuis zouden kunnen voelen op deze aarde, met God, met de Geest van God die voor ons alles voortbrengt, ook vandaag nog.

In de tenten van de rechtvaardigen

dinsdag, 26 april, 2011

Psalm 118:15-29

Het gejubel van de Paasdagen klinkt ons vandaag bij het lezen van de tweede helft van deze Psalm nog in de oren. Niet zo vreemd want als de pelgrims na het Pesachfeest naar huis gingen dan zongen ze nog een keer de lofpsalmen die ze op de heenreis hadden gezongen en die ook bij de maaltijd van de ongezuurde broden hadden geklonken. In het verhaal van het nieuwe testament kennen we nog wel de opgang naar Jeruzalem als Jezus van Nazareth op ezel binnen rijdt en de mensen takken van de bomen rukken en op de grond uitspreiden alsof er een loper voor de koning wordt uitgelegd. Na de Pasen moet er eerst geloofd worden in dat ongelofelijke van de opstanding. Dan gaan er twee van Jeruzalem naar Emaüs en zien pas de werkelijkheid van de opstanding bij het breken van het brood met een vreemdeling die met hen opliep en ook de schriften bleek te kennen. Bij dat soort verhalen past ook dit tweede deel van deze psalm.

Die opstanding is immers een meer dan machtige daad. Dat je niet meer bang hoeft te zijn voor de dood maar mag leven of je eeuwig leeft en vorm mag geven aan de samenleving waar alle tranen gedroogd zullen zijn, waar recht en rechtvaardigheid zullen heersten. Over recht en rechtvaardigheid wordt hier dan ook gezongen. Het beeld van de oude man met de lange baard op de wolk is ons tegen gaan staan. De God van Israël gaat alle verstand te boven en die is wie hij verkiest te zullen zijn. Daar past geen plaatje op en geen plaatje bij. Toch wordt hier in menselijke termen over die God gezongen. Dan gaat het over zijn rechterhand die machtige daden doet. De rechterhand waarin de scepter van de koning ligt. Waar de duim van de Romeinse Keizer omhoog of omlaag wijst en aangeeft wie leeft en wie sterft. Als aardse koningen in hun rechterhand zulke macht hebben dan moeten ze zich wel beseffen dat de God van Israël daar een grotere macht heeft. Dat het onderdrukken van volken, dat geweld tegen hun eigen volk, uiteindelijk op de dood zal uitlopen en dat ook in hun landen recht en gerechtigheid zullen heersen. Het is ook de actualiteit van onze dagen.

De opstandelingen in het Midden Oosten zullen het met de psalm eens zijn als er gezongen wordt over wonderen. Dat een samenleving die tientallen jaren onder onderdrukking en onrecht heeft geleden toch kan opbloeien in recht en gerechtigheid is een wonder. Dat onze machtigen en rijken bang zijn voor het verlies van gemakkelijke inkomstenbronnen en het verdwijnen van wingewesten is ook duidelijk. Wij worden bang gemaakt met chaos en radicalisme. Maar als zelfs de dood ons geen angst meer aanjaagd waarom chaos en radicalisme dan wel? Wij weten dat democratie samenleven en samen werken betekent.

Wij weten dat ook in ons eigen land daar nog veel voor moet gebeuren. Wij weten dat ook bij ons het ontbreken van recht en gerechtigheid nog tot ongelukken en leed voert. Wij weten dat haat van vreemdelingen, dat haat van een ander soort geloven onvruchtbaar is en bestreden moet worden. Wij kunnen dus samen optrekken met ieder die vecht voor recht en gerechtigheid. Dan klinken ook hier de lofliederen, nu zingen wij nog liederen van de toekomst, maar die komt elke dag dichterbij, ook vandaag weer.

Loof de HEER, want hij is goed

maandag, 25 april, 2011

Psalm 118:1-14

We zingen vandaag één van de zogenaamde Hallel psalmen, Loof de Heer liederen. Dat is niet zomaar want die psalmen, vooral deze Psalm 118, horen al vanouds bij de Paastijd. En dat vanouds moet je ruim nemen want Psalm 118 hoort ook bij de maaltijd die het Joodse Volk houdt sinds de uittocht uit Egypte om de uittocht te herdenken en opnieuw te beleven. Die maaltijd is in de Christelijke traditie overgegaan op het Avondmaal als herdenking en het opnieuw beleven van de uittocht uit de dood waarin Jezus van Nazareth ons is voorgegaan. Een Psalm dus die het meer dan waard is om met Pasen te lezen maar ook samen te zingen.

Het is een Psalm van stem en tegenstem, hier zingen verschillende groepen deelnemers aan de maaltijd elkaar toe. Je kunt hierbij denken aan de maaltijden die in of nabij de Tempel moesten worden gehouden rond de grote feesten van Israël. Zo’n maaltijd moest je houden met je familie, de dienaren van de Tempel, de mensen die bij je werkten, de armen uit je omgeving en de vreemdelingen die bij je waren. En dan zing je het eerste vers samen, het tweede vers door iedereen uit Israël, het derde vers door de dienaren van de Tempel en het vierde vers door iedereen die daar wil bij horen. Het vijfde en zesde vers zijn dan voor de armen.

Zo kun je verder lezen. Zingen zou je kunnen doen uit het boek van de Psalmen zoals dat in het Liedboek voor de Kerken is opgenomen. Ook daar is het stem en tegenstem. Samen zing je steeds het refrein “Zijn liefde duurt in eeuwigheid” en om de beurt, solo of in groepen zing je de overige regels van het eerste couplet. Nu is het mooi om over voorspoed en vreugde te zingen maar het leven brengt ook tegenslag en ellende met zich mee. Ook daar zingt de Psalm over al lijkt het er op dat de zangers aan de Paasmaaltijd al die keren zijn vergeten dat ze tegenslag hadden, dat ze geen water hadden, bijna werden verslagen door vijanden, economische crises moesten overwinnen of te maken hadden met ziekten en ongevallen.

Al die zaken staan in de Psalm wel genoemd, zeker in dit eerste gedeelte dat we vandaag lezen en wie verder zingt uit het Liedboek dan het eerste couplet zingt dan ook van de tegenslag die mensen overkomt. Alleen vijanden kunnen worden weerstaan en bij tegenslag zet God je in de ruimte. Dat komt omdat gelovigen altijd blijven geloven dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komt. Een hemel en aarde waar de dood voorbij zal zijn. Dat is niet iets van een verre onbekende toekomst. De bevrijding begon met de uittocht uit de slavernij, de bevrijding voor Christenen begon met de opstanding uit de doden. In die geschiedenis mogen wij meedoen, dat geeft ruimte, ruimte om afstand te nemen van alle ongeluk en ellende die je overkomt. Je wordt bevrijdt van de gevolgen daarvan omdat je je handelen mag afstemmen op die nieuwe hemel en die nieuwe aarde. Daar zorgen mensen voor elkaar, daar offeren ze zich voor elkaar op. Dat mogen wij ook doen. Dan merken we dat we het leven als een geschenk hebben gekregen en dat we dat geschenk mogen vieren , elke dag weer. Dan is het elke dag Pasen, ook vandaag weer.

Hij is opgestaan uit de dood

zondag, 24 april, 2011

Matteüs 28:1-15

Het had niet geholpen. Het graf was verzegeld, bewakers stonden er voor, maar het hielp niets. De aarde beefde en een geheimzinnige figuur in sneeuwwit kleed schoof de steen voor het graf vandaan en liet ze zien dat het graf leeg was. Het verhaal van Jezus van Nazareth is niet uitgelopen op de dood van hem, zoals onze menselijke verhalen altijd uitlopen op de dood. In het land van de Heidenen, in Galilea gaat het verhaal verder. Nu is er nooit iemand uit de dood opgestaan en als je hoort dat een verzegeld graf leeg is dan hebben ze vast het lijk gestolen. Het is het woord van die vrouwen tegen het woord van de autoriteiten. De soldaten hebben het verhaal verteld van de diefstal van het lijk. De vrouwen vertelden het verhaal van hun ontmoeting met Jezus van Nazareth op die eerste dag van de week na Pesach, na het bevrijdingsfeest.

Op die eerste dag toen de steen voor het graf werd weggerold en ze het lege graf hadden gezien. Sinds die dagen geloven mensen dat het Koninkrijk van God, zoals dat door Jezus van Nazareth was gebracht altijd en overal kan beginnen. De opstanden in Lybië en Syrië hoeven niet uit te lopen op de dood, ondanks alle doden. De oorlog in Darfur kan omgezet worden in een vruchtbare vrede, ondanks de zwakte van de Verenigde Naties. Moslims en Christenen kunnen ook in Nederland vreedzaam met elkaar samenleven, wat Geert Wilders er ook over aan het liegen is. Doordat de slavendood aan het kruis eindigde in een leeg graf kan elk verzet tegen de dood door de liefde uiteindelijk op een overwinning uitlopen.

Dat Koninkrijk waar alle tranen zijn gewist, waar iedereen mag meedoen, waar we allemaal genoeg te eten zullen hebben, waar we alles met elkaar kunnen delen, komt! Het is met Pasen begonnen daar bij dat lege graf in Jeruzalem. Als je tenminste bereid bent die vrouwen te geloven die er bij waren. Die in het verhaal van Matteüs dagen en nachten tegenover het graf gezeten hadden en daarna zelf Jezus van Nazareth waren tegengekomen. Of je moet die soldaten willen geloven. Die misschien ook een nieuwe samenleving willen opbouwen maar dat doen door mensen te doden. Die zich gedwongen zien gewapend een land te veroveren om mensen te bevrijden. Die in oorlogen meevechten waar kinderen gedood en vrouwen verkracht worden. Het was Jezus van Nazareth die liet zien dat een gewapende opstand uit zou lopen op de dood, dat zou die opstand een aantal jaren later ook doen.

Het waren de vrouwen die lieten zien dat volhouden en Zijn verhaal niet in de steek laten uiteindelijk de overwinning zal brengen. Daarom branden er in kerken Paaskaarsen. Daarom blijven die rare Christenen roepen om gerechtigheid en kijken naar de minsten in de wereld. De apostelen ging naar huis in Galilea, maar daar hadden ze les gekregen van Jezus van Nazareth en waarom die les voorzichzelf houden? Nu Jezus van Nazareth de dood had overwonnen was hij immers de sterkste op de hele aarde. Die boodschap van bevrijding van angst, bevrijding van armoede, bevrijding van dood gaat iedereen op de hele werled aan. Daarom worden we zelfs vandaag nog opgeroepen om mee te doen aan de bevrijding van de armen volgens de Weg van Jezus van Nazareth. Hij is er zelf bij, ook bij ons.

Ze waren tegenover het graf gaan zitten

zaterdag, 23 april, 2011

Matteüs 27:62-66
 
Zo zou er een einde gekomen zijn aan het leven van Jezus van Nazareth. Een rijke volgeling met invloed zorgde voor een keurig graf, uitgehouwen in een rots met een grote steen er voor. Een dergelijk graf waren we ook al tegengekomen in het verhaal over Lazarus. Maar er zijn volgelingen die hier het einde niet van zien. Twee vrouwen, die leggen zich er niet bij neer. Hardnekkig, tegen alle redelijkheid in, gaan ze tegenover het graf zitten. Die vrouwen zijn opnieuw een bedreiging voor de autoriteiten. Die Jezus van Nazareth zou immers opstaan uit de dood? En op de dag voor de Sabbath gaan de Joodse autoriteiten opnieuw naar de Romeinse bezetter en vragen om soldaten die het graf kunnen bewaken.

Er staat in het verhaal van Matteüs zoals het vertaald is in de Nieuwe Bijbelvertaling dat ze “de volgende dag” gaan, de dag van de voorbereiding op de Sabbath. Dat zou betekenen dat Jezus van Nazareth niet op Goede Vrijdag is gekruisigd maar op Witte Donderdag. De vier verhalen over de dood en de opstanding van Jezus van Nazareth verschillen nogal van elkaar. In elk geval lag Jezus van Nazareth op Stille Zaterdag, de dag van de Sabbath in het graf en werd het op de eerste dag van de week, onze Zondag, Pasen. In het verhaal van Matteüs is de dag van de voorbeiding niet alleen een dag van voorbereiding op de Sabbath, de dag waarop het hele huis moest worden schoongemaakt en alle ongerechtigheid moest worden verbrand, de dag waarop je nog boodschappen kon doen en eten kon klaarmaken voor de Sabbath, maar het is ook een dag van voorbereiding op Pasen.

Als het graf leeg gevonden zou worden zou men niet kunnen zeggen dat het lijk van Jezus van Nazareth was gestolen door zijn volgelingen. De steen lag er voor, het graf was verzegeld en er stonden bewakers voor. Daar zouden die hardnekkige vrouwen niet tegenop kunnen. Beide vrouwen zijn overigens naar Mirjam, de zuster van Mozes, genoemd. Die Mirjam was een profetes, een waarheidszegster, ze had gezongen na de doortocht door de Rode Zee, toen het dodenland Egypte definitief achter zich gelaten werd door het volk Israel. Een dubbele Mirjam houdt nu de wacht bij het graf van Jezus van Nazareth.
 
Wie toch verzonnen heeft dat vrouwen geen ambt kunnen vervullen in een kerk moet toch nooit een blik in de Bijbel geworpen hebben. Alle leerlingen van Jezus zijn er vandoor gegaan. Alleen die Jozef had nog de moed zijn graf ter beschikking te stellen. Maar de vrouwen die hem door het hele land gevolgd waren geven het niet op. Zij blijven zelfs bij zijn graf zitten. Magdala betekent trouwens toren en was de naam van een dorp aan het meer van Genesareth in Galilea. Vanuit die toren werd het graf in de gaten gehouden.Is dit het einde van het verhaal?

Hij heeft God gelasterd!

vrijdag, 22 april, 2011

Matteüs 26:57-27:61

Het is een merkwaardig proces zoals dat over Jezus van Nazareth wordt beschreven. Het voldoet niet aan de regels die er in de Joodse Wet geschreven staan. Het is ook geen proces dat onder invloed van Griekse of Romeinse regels zou gevoerd zijn. Het is een nachtelijk proces, duisternis alom en een duister gebeuren. Centraal staat de Hogepriester, iemand die direct financiëel belang had bij de wisselaars en handelaars in de Tempel. Jezus van Nazareth had hem dus in zijn inkomen getroffen. De vraag die wordt gesteld is of Jezus van Nazareth zich zoon van God noemt. Maar wie op let ziet dat hij zich consequent Mensenzoon noemt. Maar de Mensenzoon komt zittend aan de rechterhand van de Machtige om te oordelen.

En dan blijkt het duistere van dit proces. De rechter is tegelijk aanklager en belanghebbende. Een verdediging ontbreekt. Jezus van Nazareth zou een profeet zijn, maar wordt bespot als hij niet profeteert en veroordeeld als hij dat wel doet. Het is als de moderne dicators die roepen dat alle protest tegen hun optreden komt van Al Quaida, de fundamentalistische terroristen beweging. En Nederlandse journalisten die denken dat het ook wel eens mogelijk zou zijn. Daar hebben eerlijke mensen geen antwoord op. Petrus bijvoorbeeld neemt afstand. Een man die zo gelaten zich kan laten bespotten en martelen, die zonder protest het meest oneerlijke proces over zich heen laat komen kent hij niet. Net als Judas had hij het begin van de opstand verwacht. Jezus van Nazareth bleek echter elke vorm van geweld, elk verzet af te wijzen. Als hij zich dan herinnert dat diezelfde Jezus van Nazareth al had voorspeld dat hij hem zou verloochenen kan hij niet anders dan huilen. Alle rechtvaardigheid lijkt dood te zijn.

Dat het zogenaamde proces in het Sanhedrin geen echt proces is geweest blijkt uit het vervolg. De Joodse Rechtbank was wel degelijk bevoegd in religieuze zaken vonnis te wijzen, tot de doodstraf door steniging toe. Stefanus zou dat aan den lijve ondervinden. Maar Jezus van Nazareth moest maar door de Romeinen worden berecht. Judas ziet nu pas in dat het forceren van een opstand door Jezus gevangen te laten nemen niet gewerkt heeft. Het leidt onherroepelijk tot de dood, ook zijn eigen dood. Met het geld van het verraad werd de akker van Jeremia gekocht die als begraafplaats voor vreemdelingen een erebegraafplaats was.

Ook de Romeinse overheid vroeg zich niet af of er sprake was van schuld of onschuld maar stuurde aan op de opstand. Als die Jezus van Nazareth die niet wilde leiden dan maar Jezus Barabbas, de zoon van een vader betekent die naam. Zo werd de Koning der Joden bespot met de dood van een slaaf, de kruisdood. Zo werd door de dood van die ene de dood van velen voorkomen. En na de soldaat die een oor verloor en werd genezen, werd ook een misdadiger mee opgenomen in het verhaal en op het hoogtepunt van zijn lijden vroeg hij nog om vergeving voor zijn beulen. Zelfs in de grootste godverlatenheid bleef hij zijn boodschap trouw, in de Geest van de Vader moest ook zijn sterven zijn. En hadden zijn vrienden hem in de steek gelaten, de vrouwen die hem uit Galilea gevolgd waren, volgden hem tot aan het kruis toe.Zo kon hij nog stervend zorgen voor zijn moeder. Dwars door het lijden heen schijnt nog steeds de liefde voor de ander. Zouden wij ook gevolgd zijn naar het kruis?

Het feest van het Ongedesemde brood

donderdag, 21 april, 2011

 Matteüs 26:17-56

Vandaag lezen we verhaal dat in de kerken op Witte Donderdag wordt gelezen. In kerkelijke taal spreken ze dan over de instelling van het Avondmaal of de Eucharistie maar helemaal juist is dat niet. In het verhaal van Matteüs lezen we eerst over het feest van het Ongedesemde brood. En dat is een bijzonder en belangrijk feest in de Joodse religie. Dat feest herinnert aan de uittocht uit het dodenland Egypte. Daar had het volk in slavernij gewoond. De religie van Egypte draaide om de dood. De pyramides zijn er nu, eeuwen na hun bouw, nog de getuigen van, net als de mummies van mensen en dieren.

Die doodsreligie had voor het volk Israel wrede slavernij betekent. In het verhaal van de bevrijding klonk het dat op een avond er een lam geslacht moest worden. Het bloed van het Lam moest aan de deurposten gesmeerd worden en ze moesten ongedesemd brood eten, matzes noemen we die tegenwoordig, waar dus geen gist in zit. Dat brood blijft lang goed en kan bijna niet bederven. De maaltijd op die avond moest staande worden genuttigd terwijl alles wat ze mee konden en wilden nemen moest zijn ingepakt. Een laatste beker wijn kon bij dat brood worden gedronken, zodat je verkwikt en warm in de koude nacht aan de reis zou kunnen beginnen. In die nacht stierf in elk huis in Egypte de eerstgeboren zoon. Behalve in die huizen waar het bloed van het lam aan de deurposten was gesmeerd.

Die maaltijd wordt nog altijd gevierd ter herinnering aan de bevrijding uit het dodenland van Egypte. Maar die bevrijding komt nu volgens Jezus van Nazareth uit zijn eigen handelen. Zoals dat brood wordt gebroken en gedeeld met iedereen aan tafel, en zoals de beker wijn rondgaat langs iedereen aan tafel zo zet hij zichzelf in, ja zo deelde hij zichzelf voor iedereen in de wereld, zo werd zijn lichaam gebroken en zijn bloed vergoten. Zover kun je gaan als je je naaste liefhebt als jezelf. Dat kan je je leven kosten. Maar juist als je niet meer met de dood te maken wilt hebben, als je onvoorwaardelijk kiest voor het leven kun je dat opbrengen. In het verhaal bidt Jezus dat hij niet zover zou hoeven te gaan. Maar zijn leerlingen vallen in slaap, zij zijn ondanks de maaltijd niet gereed voor de reis uit het dodenland naar de bevrijding.

In de kerken wordt de maaltijd nog steeds gevierd ter gedachtenis aan Jezus van Nazareth. Niet alleen op die Witte Donderdag in de Goede Week, maar op elke zondag kun je dat ergens in een kerk tegenkomen. Het is de maaltijd geworden van de nieuwe samenleving, die samenleving waar voor iedereen plaats is, waar alles gedeeld wordt en de armen bevrijding wordt aangezegd. Het is de maaltijd die leven brengt in de dodende samenleving. Want alleen als we samen de maaltijd willen houden kan er vrede ontstaan. Zelfs jaren na het begin van de oorlog in Irak, zelfs na de belediging van alle Moslims door Geert Wilders en zijn bende, zelfs ondanks het haatzaaien. Daarom is die maaltijd van het Ongedesemd brood, een feest, ook op de dag voor Goede Vrijdag. Daarom is die maaltijd telkens weer een teken van nieuw begin, van uittocht uit de dood, ook vandaag weer.