Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor maart, 2011

Een tijd van licht en vreugde

donderdag, 31 maart, 2011

Ester 8:9-17
 
Voor even mocht Mordechai de Jood koning zijn over de halve wereld. Niet om zijn macht op te leggen aan anderen. Niet om zelf feest te kunnen vieren op kosten van anderen, nee, om een wet te verspreiden waarbij hij en zijn volk zich konden verdedigen tegen hun vijanden. Dat recht om je te verdedigen tegen je vijanden wordt maar weinig toegekend. Hoe groot de bedreiging ook is, meestal wordt gekozen voor overleg en acceptatie. Dan moet er maar een oplossing gezocht worden. Zoals die Armeniërs die in 1915 massaal de woestijn werden ingestuurd zonder dat de wereld een hand uitstak. Nu praten ze over volkerenmoord en de Turken die ze militair moesten begeleiden kunnen daar kwaad over worden maar alle verenigde volkeren keken toe en zwegen.

Ook vandaag de dag zwijgen de volken soms als er geweld wordt gebruikt om eigen eer, macht en bezit te verdedigen ten koste van anderen. De vluchtelingen in Darfur worden niet bewapend, lang ook niet militair beschermd trouwens. Het geweld verhinderde hulporganisaties om voedsel en medicijnen te brengen zodat met de mensen uit Darfur in de Soedan hetzelfde gebeurd als met de Armeniërs een eeuw geleden. En weer zwegen de naties ondraaglijk lang. In ons huidige regeerakkoord geen woord over Darfur.En in Libië krijgen de opstandelingen geen wapens om zichzelf te kunnen verdedigen. Zo lang het moorden uit de lucht niet te zien is mag het doorgaan.

De zelfverdediging die Mordechai mogelijk maakte leidde tot feesten en maaltijden. En velen sluiten zich daarbij aan want je wilt wel horen bij een volk dat zichzelf mag verdedigen. Zeker als je de vijanden, die ondanks deze wet toch geweld willen gebruiken, mag doden en hun bezittingen mag inpikken. Het is de omgekeerde wereld. Niet als slachtoffer blijven zitten met as op je hoofd, de eerdere rol van Mordechai, maar als Koning door de stad rijden omdat jij de wet mag uitvaardigen die jou en je volk het leven geeft. Het was een Heidense Wet, een onveranderlijke wet, een Wet onder het zegel van een Heidense Koning. Daarom ook niet een Wet van vergeving, een wet van geweldloosheid, een wet van meegaan met de vijand. Als de keuze er is tussen leven en dood dan gebied de oude wet van de woestijn te kiezen voor het leven. En als Joden elkaar toedrinken op het Joodse Carnaval, het Poerimfeest, als dit boek van Ester wordt gelezen, dan drinken ze “op het leven”. Zo mogen ook wij kiezen voor het leven, niet alleen het leven voor onszelf en ons eigen volk, maar ook voor het leven van hen die met geweld worden bedreigd. Hoewel we een klein land zijn, is dit land wel zo rijk en haar bondgenootschappen zo machtig dat we niet meer hoeven te zwijgen als andere volken worden uitgemoord. Nu niet en nooit niet.

Een verordening op schrift

woensdag, 30 maart, 2011

Ester 8:3-8
 
Het leven zit van regeltjes en verordeningen in elkaar. De regering vaardigt wetten uit. Maar tegenwoordig hebben we ook Europese Regels die door de Europese Commissie in Brussel worden uitgegeven. Dan zijn er provincies die regels stellen, meestal aan het gebruik van de openbare ruimte. En natuurlijk zijn er gemeenten die naast een Algemene Plaatselijke Verordening tal van verordeningen en regels kennen. Ook hebben we de Waterschappen met hun eigen regels en sommige gemeenten werken samen in Recreatieschappen en andere samenwerkings-verbanden die ook nog soms regels kennen waar burgers aan gebonden zijn. In het bedrijfsleven kennen we dan nog de Kamers van Koophandel, de Bedrijfsschappen en de Productschappen. Een heleboel woorden om aan te geven dat we aan alle kanten worden omgeven door regels en regeltjes in een steeds ingewikkelder wordende samenleving.

Voor al die regels zijn er ambtenaren die op de uitvoering toezien en die nadenken hoe de regels verbeterd kunnen worden en aangepast aan een veranderende samenleving. De laatste jaren is er de drang om het aantal regels te verminderen en beter op elkaar af te stemmen. Dus zijn er ambtenaren die vergaderen over het verminderen van de regels, en daar weer nieuwe regels voor ontwerpen, en zijn er ambtenaren die vergaderen over het op elkaar afstemmen van regels en voorschriften maken voor het afstemmen van nieuwe regels op elkaar. Burgers worden geacht al die wetten en regels te kennen. Gelukkig zijn er advocaten die zich op elk van die regels hebben gespecialiseerd. Geen advocaat weet meer de weg in alle regels.

Al in de tijd van Ashasveros en Haman was het uitroeien van volken zelfs geregeld in de wet. We denken dan natuurlijk aan de Holocaust waar een leger van ambtenaren bezig was nauwkeurige regels te ontwerpen voor de uitroeiing van ongewenste mensen en de voortgang daarvan nauwkeurig te administreren. Ahasveros geeft het voorbeeld hoe het ook in onze samenleving zover zou kunnen komen. Met dezelfde onverschilligheid voor de inhoud waarmee hij Haman toestemming gaf een wet uit te vaardigen, en volgens die wet mochten de Joden gedood worden, geeft hij Mordechai toestemming een wet uit te vaardigen. Het is dezelfde onverschilligheid waarmee veel mensen thuis blijven bij verkiezingen voor provinciale staten. Die staten, en de door hen gekozen eerste kamer, maken straks weer vele regels. Wie thuis is gebleven mag niet klagen. Wie gaat stemmen mag wel opletten welke regels we willen. De dodende regels of de bevrijdende regels. Aan ons de keus bij elke verkiezing opnieuw.

Toen bedaarde de woede van de koning

dinsdag, 29 maart, 2011

Ester 7:6b-8:2
 
Het is een mooi Carnavalsverhaal dat in alle eeuwen een grote populariteit heeft gekregen. Het arme weesmeisje uit een vreemd land Ester wordt Koningin, en de wrede hooghartige regeerder Haman hangt aan de paal die hij voor zijn vijand had opgericht. Kan het mooier? Nou het zou mooier kunnen. Waar blijft de vergeving in dit verhaal? Zulke subtiliteiten passen natuurlijk niet een Carnavalsverhaal. Het Joodse Purimfeest kent net zulke feesten en verkleedpartijen als ons eigen Carnaval. Hoewel het het enige feest is dat niet aan een bijzondere gebeurtenis in het jaar is gekoppeld, begin van de oogst of het einde daarvan bijvoorbeeld, maar het volgens het verhaal valt op een datum die ooit door het lot is bepaald, valt het altijd in het voorjaar.

Voor het seizoen van zaaien, planten, maaien en oogsten begint mogen de armen nog eenmaal uit de band springen. Alle overgebleven voedsel uit de wintertijd moet nu echt worden opgemaakt anders is het bedorven. Daarom volgt er in de Christelijke traditie ook een vastentijd op het Carnaval. Met het laatste beetje uit de winter moeten we de tijd tot de eerste vruchten van het land overbruggen tot het feest van de ongezuurde broden. Voor echte dictators is dit verhaal een blijvende waarschuwing. Altijd zijn er mensen uit hun directe omgeving die als de tijd rijp is hen kunnen aanwijzen als de aanstichters van wreedheden. Voor de onderdrukten kan het hoop betekenen. De dictator in dit verhaal wordt immers ontmaskerd en krijgt de straf die hij zelf heeft uitgedacht, zoals zijn slachtoffer de eer kreeg die door de beul voor zichzelf was uitgedacht.

Maar is het noodlot afgewend als de dictator verdwenen is? In de viering van ons Carnaval weten we dat het maar spel is. De prins Carnaval kan wel de sleutels van de stad krijgen, hij is daarmee nog niet echt de baas over de samenleving. Zijn Raad van Elf kan wel in de meest deftige pakken door de straten trekken ze zijn daarmee nog niet het bestuur van de stad. Drie dagen verdwijnt het onderscheid tussen arm en rijk, hoog en laag, geschoold en ongeschoold, heiden en Jood, man en vrouw, jong en oud, maar na die drie dagen weet iedereen weer de plaats die zogenaamd in de samenleving moet worden ingenomen. Alsof het een wet van Meden en Perzen is, een heidense wet die onveranderlijk is. Vandaag vieren we mee met de val van de dictator, maar wanneer de opstanding en bevrijding komt van de armen moeten we nog even afwachten, daar moeten we zelf nog een heleboel werk voor verzetten.

Schenk mij en ook mijn volk dan het leven

maandag, 28 maart, 2011

Ester 6:12-7:6a
 
Dat is toch het belangrijkste van een maaltijd nietwaar. Dat je te eten en te drinken krijgt en daardoor het leven behoudt. Haman was dat vergeten. Voor hem was de maaltijd een bewijs hoe belangrijk hij was. Eten bij de Koningin en de Koning was toch het mooiste dat je kon overkomen. Voor Ester bleef het een strijd om te overleven. Slaven en slavinnen krijgen te eten en hun leven is een direct belang voor de slavenhouder. Maar iemand die jou en je volk wil uitroeien is het ergste dat je kan overkomen. Dictators die zulke dingen beramen zijn er nog steeds.

In de bioscoop draait de film over de laatste koning van Schotland. Het was de bijnaam van de dictator Idi Amin van Oeganda. Eén van de wreedste dictators die we in de tweede helft van de vorige eeuw hebben gekend. Dat hij zwart was doet niet ter zake. Hij was opgeleid door de Engelsen en werd in het begin ook actief door de Engelsen gesteund. In de film kun je ook zien hoe innemend zo iemand kan zijn. Hoe het kan klinken of iemand de zwakken in de samenleving wil ondersteunen. Maar gaandeweg het verhaal wordt duidelijk dat het de dictator alleen maar om eigen eer, welvaart en macht gaat. Het volk wordt armer en de armen lijden het meest onder de dictatuur.

Bij ons staat zo af en toe een nieuwe regering op het punt van aantreden. De dragende partijen hebben een program geschreven.In het huidige program komt Samen Delen  niet  voor en een Christelijk Sociaal Program kan het al helemaal niet genoemd worden dus. Dan zou dat delen wel voorop staan. Nu neemt het CDA deel aan deze regering en dat is de partij die de rijken in ons land het sterkst beschermt. We moeten ons dus doof houden voor de mooie woorden van de partijlijders en over een tijdje aan de armsten in ons land vragen hoe het met hen gaat. We kunnen zien of de voedselbanken in ons land de deuren sluiten omdat ze overbodig geworden zijn. Verhoging van de uitkeringen Werk en Bijstand staat niet in het regeerakkoord. Het nietig verklaren van leningovereenkomsten met mensen die dat niet kunnen betalen staat niet in het regeerakkoord. Integendeel, mensen zullen verleid blijven worden allerlei zaken te kopen die ze niet nodig hebben en niet kunnen betalen. Armen blijven daarom altijd bij ons. Ook onder de nieuwe regering. De bede van Ester mag daarom ook de komende tijd blijven klinken.

Is er iemand in de hof?

zondag, 27 maart, 2011

Ester 6:1-11
 
We leren vandaag hoe het de hooggeplaatsten in het land kan vergaan. Zelfs onze democratisch benoemde ministers zullen dat moeten  leren. Ook Haman was zo’n hooggeplaatste, de allerhoogste na de koning. In het voorgaande is dat duidelijk gemaakt. Iedereen moest voor hem buigen als hij het paleis betrad. Mordechai was niet zo hoog als Haman, hij werkte bij de Koninklijke Rechtbank en weigerde te buigen voor deze hooggeplaatste mens. Haman had daarop de koning overgehaald een wet te tekenen waarbij alle volksgenoten van Mordechai, de Joden dus, gedood zouden mogen worden. Maar met Carnaval worden de rollen graag omgedraaid. De grootste zot wordt Prins en krijgt de sleutel van de stad. Zo ook in het verhaal van Israel en het Ester verhaal is immers een carnavalsverhaal.

Vooruitlopend op de Holocaust wet van Haman had deze alvast een paal laten oprichten om Mordechai aan te hangen. Hij haastte zich naar het paleis om de Koning om toestemming te vragen. Maar die Koning was nog eens in de kronieken gaan neuzen. Hij had de krant van de laatste tijd nog eens doorgenomen zouden wij zeggen. En daarin stond nog het bericht dat Ester, zijn lieve koninginnetje, hem namens haar oom Mordechai had gewaarschuwd voor een complot tegen het leven van de Koning. Burgers, die zo opletten en terroristische aanslagen weten te voorkomen, moeten worden beloond nietwaar. Haman, als liefhebber van pracht en praal, weet vast een goede beloning te verzinnen. En jawel, gekleed in een Koninklijke mantel en op het Koninklijke paard wordt Mordechai door de stad gereden terwijl Haman als een dienstknecht het paard bij de teugel houdt en roept hoe goed die Mordechai wel niet is. Je zien het voor je, een echte carnavalsoptocht.
Verhagen die Roemer door de stad voert roepend hoe Christelijk die Emiel wel niet is.

Joodse commentaren op dit verhaal maken het nog erger. Het mooiste commentaar laat Haman treuren omdat zijn dochter zich van het dak had gestort. Ze had daar staan kijken hoe haar vader geëerd zou worden en schrok van de omkering. Haman had een doek over zijn hoofd getrokken zodat ze uit spot de nachtemmer over de paardenknecht had uitgestort en daarna pas had gemerkt dat dit haar vader was. Wij lachten om het verhaal en weten dat wie zijn naaste dient het meest wordt geëerd. Als nu onze  ministers zich als dienaren van de zwaksten in de samenleving weten op te stellen dan wordt die samenleving misschien een klein beetje beter.

Vrolijk met de koning aan tafel gaan

zaterdag, 26 maart, 2011

Ester 5:9-14
 
Nooit zullen mannetjes als Haman zich afvragen wat anderen eigenlijk drijft. Het lijkt of de hele wereld alleen maar om henzelf draait. Ze vinden zichzelf zo goed dat het lijkt of ze geen enkele fout meer kunnen maken. Maar Haman heeft ook gezorgd dat we een spreekwoord hebben gekregen als “hoogmoed komt voor de val”. Die hoogmoed blijkt hier natuurlijk uit de rede die hij afsteekt tegen zijn vrouw en zijn vrienden. Om te beginnen pronkt hij met zijn vruchtbaarheid, die tot uitdrukking komt in zijn rijkdom en het aantal zonen dat hij heeft. Verder pronkt hij met zijn positie en het feit dat de koningin speciaal voor hem een maaltijd heeft aangericht. Maar iemand die zo hoog opgeeft van zichzelf kan het niet hebben dat een ander niet voor hem wil buigen.

Wij zullen in deze dagen onwillekeurig moeten denken aan Lybië waar de grote leider ook geweldig opgeeft van zichzelf en zich er op beroemd dat hij, zonder dat hij een officiële positie heeft, toch het hele land regeert omdat iedereen hem gehoorzaamt. De mensen in zijn land die er anders over denken noemt hij verraders. Het kan niet anders of dictators als Haman en de grote leider in Lybië komen ten val. Maar daarmee maken we het onszelf wel gemakkelijk. In onze eigen samenleving zouden we dan niet zulke leiders hebben. En dat is niet het geval. Neem een politicus die iedereen aanklaagt die het niet met hem eens is, iedereen als vijand bestempelt die er een andere mening op na houdt, iedereen vernedert en uitschelt die niet voor hem buigt. Is die niet hetzelfde aan het doen als Haman? Komt ook die politicus niet met haat tegen één bevolkingsgroep en met voorstellen om mensen die iets anders geloven dan hij uit de samenleving te verwijderen? Zijn partij is nog niet de grootste, maar de onvrede met de samenleving, vooral onder mensen met een laag inkomen en een lage opleiding is zo groot dat hij alleen al sympatie verwerft door zich op te blazen en zich groot voor te doen en daarmee de irritatie op te wekken van de andere politici.
 
Dat opkijken naar succes, glamour en klatergoud kan ons duur komen te staan, daarmee kunnen we verliezen dat wat we nog net hebben staat er ergens geschreven. Alleen het voortdurend opkomen voor de armsten en de zwaksten in onze samenleving kan ons rijker maken. Niet de hoogte van de bonussen moet ons dus boos maken, maar dat ze niet over alle werknemers van bank of bedrijf eerlijk en gelijk worden verdeeld, niemand werkt immers meer en met meer verantwoordelijkheid dan elke werknemer van bank of bedrijf. Kijkend naar Haman en de verhoudingen die hij schetst moeten we oog krijgen voor de verhoudingen in onze eigen omgeving. En kijkend naar Haman mogen we zien waar ons handelen zich dus op moet richten.

Als jij nu je mond niet opendoet

donderdag, 24 maart, 2011

Ester 4:4-17
 
Het is aan elk van ons persoonlijk om te beslissen wat te doen. Natuurlijk het Evangelie gaat over het Koninkrijk van Jezus van Nazareth, het eerste deel over het volk Israel, maar of we deel uitmaken van dat Koninkrijk, of mee doen in het verhaal van Israel hangt af van wat we zelf doen. Dat kan risico’s in zich hebben. Dezer dagen is er de oproep om allemaal tegelijk 1 uur het licht uit te doen als demonstratie dat we graag in een duurzame wereld willen leven en niet langer de consumptie van stroom opgedrongen willen krijgen. Tegen die demonstratie was veel verzet, er werd zelfs gedreigd met het stilleggen van het hele elektriciteitsnet en grote schade zou ons deel worden als we stopten met consumeren. Ook al was dat stoppen maar 1 uur. Toch was het aan elk van ons of we wel of niet wilden meedoen.

Meestal vinden we het teveel moeite, geeft het teveel rompslomp, moeten we in beweging komen als we al moe zijn. Slechts zelden zal het hier in het rijke westen, in het vrije Nederland, een risico vormen iets te doen voor onze naaste, onze stem verheffen voor de stemloze. Toch nemen mensen soms dat risico. Opkomen voor de vreemdelingen onder ons wekt niet altijd sympathie. De angst voor vreemdelingen is groot. Zoals Haman spreekt over een volk dat zich niet naar de wetten van de Koning wil voegen, zo spreekt Wilders over een godsdienst die niet bij de onze zou passen. Een kwart van je pas geslachte schaap of koe weggeven aan de armen, zoals in de Islam de gewoonte is, past niet in de traditie zoals Wilders en de zijnen onze Christelijk-Humanistische traditie kennen.

Nemen we het risico meer van ons Christendom te herkennen in de weggeef traditie van de Islam dan in het zaaien van angst door Wilders? Ester kiest uiteindelijk voor haar volk als dat volk tenminste mee wil doen. Samen de overvloed opgeven en je voorbereiden op de strijd om te overleven. Dat lijkt op samen het licht uitdoen voor 1 uur. Ester is bereid het risico te nemen dat er bij hoort en voor haar betekende dat mogelijk haar leven verliezen. Voor ons was het een risico op een paar uur, of misschien een paar dagen zonder stroom. Wij kunnen in elk geval nu begrepen hebben hoe afhankelijk we zijn geworden van stroomproducenten en stroomleveranciers. Zijn zij de goden die ons in leven houden? Of wordt het tijd te zorgen dat niet zij de macht over ons hebben en wordt het dus tijd ons weer te stellen onder de macht van de Liefde, ook voor komende generaties.

Velen hulden zich in een rouwkleed

woensdag, 23 maart, 2011

Ester 3:12-4:3
 
Hoe maak je nu duidelijk dat je het ergens niet mee eens bent, of dat je je bedreigd voelt. Het verhaal over Ester geeft een duidelijk voorbeeld: trek rouwkleren aan. Nadat Haman zijn zin had gekregen en het volk dat zich niet aan de wetten van Ahasveros wenste te houden op papier had laten uitroeien, hulde dat volk zich in rouw. Zelfs Mordechai bracht het op dat te doen bij de ingang van de plek waar het conflict was begonnen, de Poort van de Koning. Daar had hij geweigerd te buigen voor Haman, daar stond hij nu met gescheurde kleren en stof op zijn hoofd terwijl hij luid en bitter klaagde. Het moet een vreemd gezicht zijn geweest. Als ze het zo op je gemunt hebben dan zorg je toch dat je niet opvalt, dat het net lijkt of je er niet bij hoort. Maar nee, iedereen lijkt mee te doen met deze manier van protesteren.

Zouden wij ons daarbij hebben aangesloten? In de Tweede Wereldoorlog kregen de Joden een verplichte ster op hun kleding. In de meeste landen van Europa werd dat geaccepteerd, ook door de Joden zelf,  maar in Denemarken spelde iedereen, tot en met de koning, een ster op en moest die wet worden ingetrokken. In kringen van de Islam zijn er vrouwen die zich van top tot teen verhullen, mede als protest tegen een samenleving waar vrouwen tot object verworden zijn en niets meer verbergen. Die kleding dreigt te worden verboden. Zouden er vrouwen zijn, zelf geen moslima, die mee gaan protesteren tegen een westerse samenleving die aanrandingen, misbruik en prostitutie niet weet uit te bannen maar wel vrouwen verbiedt zich met hun kleding daartegen te weer te stellen? Het zal niet moeten komen van vrouwen die vinden dat mannen hen te allen tijde zomaar moeten kunnen aanraken en zelfs het weigeren van een hand niet kunnen zien als teken van respect.

Het hele verhaal van Ester, Ahasveros en Mordechai is begonnen met koningin Wasti die weigerde te paraderen voor de dronken elite van het rijk. Het plan van Haman om de Joden uit te roeien kwam omdat Mordechai weigerde te buigen voor iemand die zich meer waande dan de God van Mordechai. Wij kunnen in dit verhaal gemakkelijk uitmaken tot welke partij we hadden willen behoren. Maar in het dagelijks leven zullen we ons ook door dit verhaal mede moeten laten leiden. En dan blijkt maar al te vaak dat de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen, en het bijbehorende respect voor elkaar bij ons net zo afwezig is als in het verhaal over Ester. Laten we daar dan verandering in brengen.

Doe ermee wat u het beste lijkt

dinsdag, 22 maart, 2011

Ester 3:1-11
 
We maken kennis met Haman. Tenminste in het verhaal, want in onze geschiedenis kennen we Haman al heel lang. Haman was de nakomeling van Agag en daarmee was hij een Amelekiet. Eens, toen het volk Israel door de woestijn trok, weigerden de Amelekieten het volk de doortocht en probeerden ze het volk uit te roeien. Sindsdien was er diepe vijandschap tussen de twee volken. In de Joodse geschiedenis duikt er sindsdien altijd een afstammeling van Agag op die er op uit is het Joodse volk te vernietigen. Zo ook in dit verhaal over Ester.

De aanleiding is de weigering van Mordechai te buigen voor Haman. Een weigering die tot vandaag de dag mensen in verwarring kan brengen. Want moet je geen respect betonen voor hen die boven je gesteld zijn? Voor Mordechai is er echter maar één die boven hem gesteld is en dat is God. Ook wij zeggen Heer tegen onze God en erkennen daarmee dat er geen ander de baas is over ons doen. Als je echt denkt boven iedereen te staan dan moet je tegen die houding van gelijkwaardigheid wel in verzet gaan. Dat doet Haman dan ook.

In onze geschiedenis zal direct de persoon van Adolf Hitler in gedachten komen. Toen Duitsland voorzitter was van de Europese Unie kwam ook de vraag op tafel hoe om te gaan met zijn erfenis. Duitsland had een aantal voorstellen. Ten eerste een verbod op het Hakenkruis. Dat verbod is van tafel omdat het hakenkruis voor Hindoes een heilig symbool is. Een reden die ons te denken moet geven. Hindoes geloven dat het kwade telkens in een andere vorm opnieuw geboren wordt tot het geworden is tot het goede. Elke keer als wij het hakenkruis zien moeten we ons dus afvragen of  het kwade dat leidde tot de Holocaust niet weer onder ons is opgedoken in een of andere vorm. Ten tweede werd voorgesteld de ontkenning van de Holocaust strafbaar te stellen. Die ontkenning doet tot vandaag de dag nog steeds de wonden openrijten die bij slachtoffers en nabestaanden zijn geslagen. Een ontkenning effent ook de weg voor een nieuwe holocaust, het is het denken van Haman. Dat de oude bondgenoot van Duitsland, Italië, zich het meest verzet tegen dit verbod moet ons wantrouwig tegenover de Italiaanse regering maken. Beschermen zij het kwade?

Het verhaal over een Haman, vijand van de Joden, die zich boven alle anderen verheven wil zien, moet ons dag in dag uit waarschuwen voor alle heersers en heersertjes. Jezus van Nazareth leerde ons dat alleen een dienaar kan heersen. Laten wij dus niet buigen voor hen die denken boven ons te kunnen staan.

Ze gehoorzaamde.

maandag, 21 maart, 2011

Ester 2:19-23
 
Tussen het feest dat uitliep op de verstoting van Koningin Wasti en de keuze van Ester tot koningin liggen volgens geleerden toch een aantal jaren en in de geschiedenisboeken kun je teruglezen dat die wrede koning Xerxes in die tijd een veldtocht tegen Griekenland heeft gehouden. Toen het verhaal over Ester werd geschreven was die informatie zo vanzelfsprekend dat het maar zou afleiden, maar voor ons maakt het ineens duidelijk waarom er tegen de koning werd samengespannen. Oorlog brengt immers maar onrust mee en verlies van geld om kostbare feesten te organiseren.

Die Mordechai hoorde het in de poort van de koning wordt er dan vertaald. Maar in de Joodse termen is de Poort ook de rechtbank, daar werd recht gesproken, de Poort van de Koning zou dan gemakkelijk de hoogste rechtbank kunnen zijn waar eigenlijk door de Koning recht zou moeten worden gesproken. Als dan een koning zelf geen tijd heeft om het recht om te buigen in de richting van zijn personeel maar eerlijke rechters aanstelt dan ligt een aanslag voor de hand. Per slot van rekening zien we dagelijks in landen met een dictatuur dat er met geweld afgedwongen wordt wat men met democratie en recht niet kan verkrijgen. Rijken en rijke landen hebben het daarbij nog gemakkelijker want die kunnen hun recht vaak gewoon kopen. En ook zonder te vechten lukt het machtige landen als Amerika en Rusland hun wil aan anderen op te leggen.

In het verhaal van Ester was het maar goed dat ze zo’n ingang bij de koning had dat ze hem kon waarschuwen namens Mordechai, een aanwijzing dat Mordechai zelfs wellicht één van de rechters in de Koninklijke rechtbank was. Wij weten dat dergelijke aanslagen problemen alleen maar erger maken. Of het nu gefrustreerde Moslims zijn die aanslagen plegen tegen het Westen, of  legers die proberen ontevreden groepen neer te slaan, uiteindelijk ontstaan er spiralen van kwaad tot erger waar onschuldigen nog het meest slachtoffer van worden. Offers die niet in verhouding staan tot het doel van de aanslagen.

Waarschuwen daartegen kan kennelijk niet hard genoeg. Toch horen we nog al te vaak dat er op geslagen moet worden om vrede en orde te krijgen in plaats van dat er geluisterd moet worden en recht gedaan aan gevoelens van onvrede die mensen kunnen hebben. Stem geven aan de ontrechten en stemlozen is dan de boodschap. Mordechai luisterde en zag het gevaar, Ester gehoorzaamde en waarschuwde. Nu is de vraag wat wij gaan doen.