Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor februari, 2011

Want waar je schat is..

vrijdag, 18 februari, 2011

Matteüs 6:16-23

Het zijn beelden uit lang vervlogen tijden. Schatkamers uitgraven om je schatten op te slaan. Schatkamers waar dieven zich een weg naar toe kunnen graven om de schatten te stelen. Zo doen we dat niet meer. De echte schatten zetten we op de bank en kunstschatten en kostbare voorwerpen bewaren we thuis, achter hoge hekken voorzien van kostbare beveiligingsapparatuur en bewaakt door kloeke veiligheidsfunctionarissen in dienst van grote organisaties. En als je dat zo op een rijtje zet dan besef je weer waar deze passage uit Matteüs over gaat. In  kerken is het de gewoonte om de 40 dagen voor het Paasfeest te vasten. Dat betekent dan sober leven, geen alcohol of deftige spijzen. Jezus van Nazareth waarschuwt er voor daar geen show van te maken. Je vast niet om goed gevonden te worden maar om goed te doen. Zo ga je ook om met je schatten. Als je die hebt ben je in staat een stukje hemel op aarde te brengen. Door ze te delen met hen die ze nodig hebben namelijk. Dan heb je die banken en die veiligheidsdiensten, noch de hekken en installaties nodig. Ook het geld dat je daar aan kwijt zou zijn kun je dan delen met hen die niets hebben. De mensen die dat saaie bewakingswerk deden kunnen beter werk doen in de zorg voor ouderen en chronisch zieken. Zorgen voor levende mensen is immers oneindig veel bevredigender dan de zorg voor dode dingen. Maar let eens op wat gemeenten doen, over het algemeen scholen ze werklozen liever om voor de beveiliging dan voor de zorg of de kinderopvang. Beveiliging is voor de rijken die het kunnen en willen betalen, zorg en kinderopvang komt meest ten goede aan de armen. Waar je schat is zal ook je hart zijn staat er en waarom zou je hart niet bij je naaste zijn waarvan je immers net zo veel houdt als van jezelf. Maar ja, hoe ziet het er dan uit. Dan zijn er geen dure goederen meer waar je mee kunt pronken. Dan zijn er geen grote benzine slurpende auto’s meer waar je in rond kunt rijden. Dan zijn er geen kostbare schoonheidsoperaties, geen dure maatpakken of haute couture kleding meer. Dan ziet het er allemaal maar sober en eenvoudig uit. Het oog wil toch wat nietwaar? Nou van dat oog dat ook wat wil moet je je maar niks aantrekken.Hoewel, denk nog eens terug aan die jongeren in de jaren 60 die met verf en oude gordijnen de kleurrijkste kleren wisten te toveren.  Hoe je naar mensen kijkt maakt uit wie je bent. Kijk je naar mensen als voorwerpen die je genot kunnen bevredigen en die je na afloop desnoods door een vriendje in zee kunt laten dumpen? Kijk je naar dingen om er mee te kunnen pronken en duur te kunnen doen? Mensen stralen uit wat ze zijn, dat betekent hoe ze naar mensen en dingen kijken. Iemand die verliefd is straalt, van iemand die van mensen houdt wordt gezegd dat die een warme persoonlijkheid bezit. Van iemand die naar mensen kijkt als waren het voorwerpen wordt gezegd dat die een koude en onpersoonlijke blik heeft. Mensen gruwen er van. Kijk vandaag eens om je heen en ervaar hoe je kijkt en dus hoe je gezien wordt. Want elke dag mag je werken aan je eigen warme persoonlijkheid, en aan een land en een wereld voor warme persoonlijkheden, ook vandaag weer.

Zoals ook wij hebben vergeven

donderdag, 17 februari, 2011

Matteüs 6:7-15

Het “Onze Vader” is het gebed dat over heel de wereld al eeuwen lang het meest gebeden gebed is. Het is het enige gebed waarvan de woorden ons in het Evangelie zelf zijn gegeven. Wie in zijn leven een aantal jaren lang regelmatig kerkganger was kan het altijd hardop meebidden en op christelijke scholen moesten de kinderen het altijd uit hun hoofd leren. Zelfs als in de kerstnacht de kerk vol zit met mensen die maar één keer per jaar in de kerk komen dan nog hoor je de hele gemeente dit gebed meebidden. Het werd gegeven, zo hebben we kunnen lezen, als tegenstelling met al die bidders die met veel woorden. het liefst in het openbaar, graag laten horen hoe mooi ze wel niet kunnen bidden. Dit gebed hoort in de binnenste binnenkamer en dan is het genoeg. Dat samen bidden in de Kerk is daarvoor niet meer dan een oefening. Wat vraag je eigenlijk met dit gebed? Als je goed leest is het enige dat je voor jezelf vraagt het brood dat je voor een dag nodig hebt. De meeste armen op de wereld durven ook niet op veel meer te hopen, als je het brood voor één dag hebt kunnen krijgen dan leef je weer een dag verder. Het dagelijks brood moet je er daarom ook bewust van maken hoezeer veel mensen het nodig hebben dat je deelt van alles wat je meer gegeven is dan het brood voor de dag. Want het gebed begint met de wens dat Gods koninkrijk zal komen, eigenlijk dat Gods Naam: “ik zal er zijn” het belangrijkste op aarde zal zijn en dat de wil van God zal gebeuren, dus dat we allemaal onze naaste lief zullen hebben als onszelf. En als we dan het brood gekregen hebben dat we nodig hebben dan moeten we zelf iets gaan doen. Schulden vergeven. Meestal wordt hier gezegd dat je mensen moet vergeven die je iets kwaad hebben gedaan, maar het staat er niet. De armsten in de wereld zijn zij die grote schulden aan het rijke westen hebben. Wij hebben het zo rijk, wij hebben zoveel brood gekregen, dat we geen schulden meer hebben, of ons die schulden gemakkelijk kunnen veroorloven.  Maar nu het vergeven van hen die ons iets schuldig zijn. Het kwijtschelden van schulden van arme landen is wel een paar keer een beetje gebeurd maar blijft een moeilijke zaak. Ook in onze samenleving blijft het moeilijk mensen te beschermen tegen het al te gemakkelijk aangaan van leningen.  Niet lenen is het begin van het vergeven van hen die ons iets schuldig zijn. Niet meedoen zet de toon voor een andere manier van leven, een manier die de armen ten goede kan komen. Maar de verleiding, of beproeving is groot, wees je dus bewust van de kwade gevolgen ook voor anderen van je eigen gewoonten. Of waarschuwingen in advertenties voor leningen voldoende bescherming bieden moet nog maar blijken. In elk geval is het stellen van voorbeelden, “ik leen niet ik spaar”, een betere weg. Dan pas kun je de misstappen van anderen vergeven. En dat vergeven van het kwaad dat je is aangedaan? Ga daar niet te gemakkelijk mee om. Kwaad is pas te vergeven als het kwaad is uitgebannen, zorg dus dat mensen dat kwaad niet meer doen, zonder er zelf kwaad tegenover te stellen maar door er goed tegenover te stellen, dat is pas vergeven.Gelukkig dat we er elke dag weer opnieuw mee mogen beginnen, elke keer als we bidden om ons dagelijks brood, ook vandaag mag dat weer.

Zij hebben hun loon al ontvangen

woensdag, 16 februari, 2011

Matteüs 6:1-6

De Nieuwe Bijbel Vertaling die we hier volgen laat ons zien dat gerechtigheid doen hetzelfde kan zijn als delen met de minste. In het eerste vers is vertaald met “gerechtigheid doen”, in het tweede vers met “aalmoezen geven”. Nu is gerechtigheid tegenwoordig meer doen dan aalmoezen geven, maar in de tijd dat het Evangelie van Matteüs geschreven werd was het geven van aalmoezen een goede daad, je kon ook niet veel anders. Jezus van Nazareth begon met een andere manier van gerechtigheid betrachten. Hij “genas” mensen die langs de kant stonden te bedelen, of wel: hij gaf ze een nieuwe plaats in de samenleving zodat ze zelf weer mee konden doen. En toen veel later zijn volgelingen Petrus en Johannes door een lamme werden aangesproken en gevraagd om een aalmoes was hun antwoord dat ze geen goud of goed hadden maar dat de lamme in de naam van Jezus moest opstaan. Die deed dat dan ook. Hier maant Jezus van Nazareth zijn volgelingen het delen van geld en goed te doen in dienst te stellen van de mensen die het nodig hebben en niet te gebruiken als reclameobject voor eigen eer. We kennen dat bij de grote inzamelingsacties op de televisie. Grote bedrijven geven schijnbaar grote bedragen, die ze van de belasting aftrekken, en krijgen daarmee veel meer aandacht, en gratis reclame, dan de kinderen die voor een handvol munten een dag hard hebben gewerkt voor het goede doel. Voor Jezus van Nazareth zijn die laatsten oneindig veel belangrijker dan de eersten en mag je bij de eersten rustig een aantal vraagtekens zetten. Er zijn maar weinig bedrijven die hun hele bestaan in het teken zetten van het goed doen voor de minsten. Er zijn altijd acties nodig geweest om investeringen in Apartheid tegen te houden en ongedaan te maken. Er zijn nog steeds acties nodig tegen kinderarbeid in de kledingindustrie, voor milieubewustzijn bij oliemaatschappijen, tegen slavernij en uitbuiting en tegen het economisch steunen van onderdrukkende dictaturen. Daarom moeten we ook en des te meer op onze hoede zijn voor de mooibidders. In kerken, op TV en soms zelfs op de hoeken van de straten kom je ze tegen, mensen die zich graag etaleren als volgelingen van Jezus van Nazareth en met een grote omhaal van woorden iedereen veroordelen die anders denken dan zij, en zichzelf en hun opvattingen de hemel in prijzen, dat alles onder het motto dat ze staan te bidden. In de kerken kom je nog al te vaak de dominees tegen die in plaats van voor te gaan in het voorleggen aan God van de noden van hun gemeente in het gebed na de preek nog eens dunnetjes maar uitgebreid hun preek overdoen. Wijs ze maar eens op deze passage uit Matteüs. Maar blijf wel het goede doen, blijf zorgen voor de minsten in de samenleving, zonder op te scheppen maar omdat je mag, omdat je niet anders kan, omdat je mee gaat op de Weg van Jezus van Nazareth, elke dag, ook vandaag weer.

Bid voor wie jullie vervolgen

dinsdag, 15 februari, 2011

Matteüs 5:37-48

De manier waarop je kwaad zou kunnen bestrijden volgens Jezus van Nazareth, zoals we in het gedeelte van vandaag lezen, noemt men ook wel het kwade verdrijven door het goede te doen, of vurige kolen stapelen op je tegenstander door voortdurend het goede voor die tegenstander te blijven doen. We zijn zo gemakkelijk bereid kwaad met kwaad te bestrijden. Wordt er een kerk in brand gestoken, moeten er sancties volgen en sluiting van moskeeën. Maar dat je dan een andere kerk kunt openstellen voor je tegenstanders komt bij haast niemand op, bij Jezus van Nazareth dus. Dat je je vijanden lief moet hebben is een meer dan bekende opvatting van Jezus van Nazareth. Uiteindelijk zijn je vijanden ook je naasten, sterker nog, je broeders en zusters. Dat het gekoppeld is aan het bidden voor wie je vervolgen is wellicht minder bekend. Bidden is niet dat je die vervolgers met je handen gevouwen en je ogen dicht onder de aandacht van God moet brengen door ze hardop te noemen of sterk aan ze te denken. Bidden betekent in dit geval er alles aan te doen hen op de weg van het goede te brengen. Dat is heel wat moeilijker dan alleen hen lief te hebben die jou ook liefhebben of te bidden voor het leed dat je eigen verwanten overkomt. Nee, als we geloven dat God wil dat iedereen mee gaat doen in het Koninkrijk van God, wie zijn wij dan dat we daar mensen van uit zouden sluiten? Als God die anderen wil, waarom zouden wij ze dan ook niet liefhebben is de boodschap van dit stukje uit de Bijbel. In moderne termen heet dit inclusief denken. Altijd proberen in je denken en handelen ook anderen in te sluiten. Wie zo doet is altijd sterker dan de tegenstander, blijft altijd de baas over het kwade, wordt nooit als de geweldgebruiker. Het gaat er om het andere, het bijzondere te blijven zien in de Weg die Jezus van Nazareth heeft gezien. Opkomen voor geestverwanten, voor je eigen volk, eerst Gouda en dan Kunduz zoals een politicus zei, is heidens, dat doet iedereen, daarvoor hoef je niet te geloven. Maar de armen eerst zetten. Eerst Afghanistan en dan Wassenaar, dat is bijzonder. Goede en slechte mensen doen daarbij in gelijke mate mee. Dat is al helemaal bijzonder in ons denken. We geven ook ontwikkelingshulp aan slechte mensen, we zorgen ook voor dieven en moordenaars. Maar we proberen voortdurend dat kwade te benoemen en er het goede tegenover te stellen. We lopen niet weg voor het kwade, we veroordelen mensen niet en laten ze barsten, maar we proberen iedere keer weer mensen mee te krijgen in het opbouwen van die wereld waar alle tranen gedroogd zijn en waar aan iedereen recht wordt gedaan, het Koninkrijk van God. Gelukkig maar dat we daar elke dag weer opnieuw mee mogen beginnen, ook vandaag weer.

Laat jullie ja ja zijn

maandag, 14 februari, 2011

Matteüs 5:27-37

Je kunt van de regels in dit gedeelte gemakkelijk algemeen geldende morele voorschriften maken. Vervolgens steek je je vinger op en wijst al die anderen aan die er zich niet aan gehouden zouden hebben. Je steekt dan vanzelf zeer voordelig af bij al die anderen. Zo wordt dit gedeelte uit de Bergrede maar al te vaak gebruikt. Ook worden de regels aangedragen als bewijs hoe slecht het met de wereld wel niet gaat. Maar daar zijn die regels dus niet voor bedoeld. “Overspel” is dus zo’n mooi modern woord, lekker neutraal, wordt in de sport ook vaak gebruikt, fraai overspel. Vroeger stond hier “bedriegelijke echtbreuk” en het gaat natuurlijk om het bedrog. Mannen maken zich daar nog al eens schuldig aan. Vrouwen worden bekeken als voorwerpen om je eigen lust mee te kunnen bevredigen. Maar vrouwen zijn geen voorwerpen, het zijn mensen net als mannen. Als je de ander dus net zo behandelt als jij wilt worden behandelt dan bekijk je elkaar niet als voorwerp die je naar believen kunt gebruiken en weer weg kunt werpen. Je mag dus ook best schrikken van de kwade gedachten die je overvallen, voor je het weet sta je slechte grappen te maken waarin andere mensen als voorwerpen worden beschouwd en ga je de samenleving indelen in mensen en voorwerpen die jou moeten dienen. Als die voorwerpen daar niet van gediend zijn dan moeten ze maar weg, terug naar hun eigen land of stilletjes achter het fornuis. En denk nu niet dat hier een verbod tot echtscheiding staat. . Hier gaat het over verstoten. Als een man zijn vrouw verstoot kan dat alleen omdat ze niet trouw is geweest zegt Jezus van Nazareth, als ze zich dus schuldig gemaakt heeft aan bedriegelijke echtbreuk. Als ze samen tot de conclusie komen dat ze beter niet hadden kunnen trouwen, dat het huwelijk, de liefde over is, dan was er sprake van een ongeoorloofd huwelijk, want het is duidelijk dat je niet moet trouwen uit lust of winstbejag maar alleen uit liefde. Dan was er dus eigenlijk geen huwelijk en dan volgt er dus eigenlijk ook geen scheiding, moet je voor de burgerlijke samenleving nog wel wat regelen maar de verbintenis waar de Bijbel het over heeft bestond niet eens. De Liefde tot je naaste en de Liefde van God tot de mensen wordt niet voor niets zo vaak vergeleken met een huwelijk. Voor al die mensen die tegenwoordig gaan scheiden zou dus de nadruk veel meer moeten liggen op het samen gaan scheiden in plaats van samen oorlog voeren. Daarom moet je God ook niet te hulp roepen als je wil aantonen de waarheid te spreken, zweren noemen we dat. Die waarheid is van jezelf. Het gaat niet aan om soms wel de waarheid te spreken en soms niet. Dat maakt je onbetrouwbaar, dan kun je ook God nog aanvoeren als getuige van je leugens. Het gaat dus in dit gedeelte om wat jezelf denkt en doet, hoe je zelf met mensen omgaat. En op dat omgaan met mensen mag je anderen aanspreken door ze tot voorbeeld te zijn. Dat mogen we gelukkig elke dag opnieuw proberen, ook vandaag weer.

Het vuur van de Gehenna

zondag, 13 februari, 2011

Matteüs 5:17-26

Soms brengen losse teksten en verhalen uit de Bijbel je in verwarring. We kennen de twistgesprekken van Jezus van Nazareth met de Farizeeën en Schriftgeleerden. Vaak gaat het dan over wat mag en wat niet mag. Dat staat in de Wet van Mozes maar volgens zijn tegenstanders hield Jezus van Nazareth zich niet zo nauwkeurig aan de Wet. In het gedeelte van vandaag lezen we zijn uitspraak dat je die Wet niet zomaar naast je neer kunt leggen. Maar die Wet is er voor de mensen en de mensen zijn er niet voor die Wet. Niet voor niets is de samenvatting het heb uw naaste lief als uzelf. Als je zo die Wet volgt dan hoor je in dat Koninkrijk van God. Want moorden doen we in de regel niet. Maar iemands persoon ontkennen, “niets-nut” roepen, iemand kleineren, dat overkomt ons nog wel eens. Volgens Jezus van Nazareth is dat pas moord. Als je de intelligentie, de inzet van iemand ontkent, de ander “dwaas” noemt dan verlaag je die ander zo laag dat je de hel op aarde brengt voor die ander. Dan wacht ook jou het vuur van de afvalhoop buiten Jeruzalem, het Gehenna, voor tijdgenoten van Jezus van Nazareth het beeld van de hel waar het eeuwig brand.  Hier werd het afval van de hele stad verbrand, inclusief dode dieren. Dag en nacht brandde er een vuur en hoe het stonk kan iedereen zich er waarschijnlijk wel bij voorstellen. Als je offert, en offeren is delen met iemand die dat nodig heeft, en je hebt nog iets tegen iemand, dan is er dus iemand met wie je op dat moment niet wilt delen, dat moet je dus eerst goedmaken, want wat je de minste van de mensen hebt gedaan heb je aan God zelf gedaan. Zo ook een geschil, zorg dat het uit de wereld is voor het uit de hand loopt is het advies. Je merkt aan de manier van spreken van Jezus van Nazareth dat het hier niet gaat om wetten in de zin waarin wij het over wetten hebben. Over dit soort regels kun je geen rechtzitting houden, kun je iemand niet oordelen. Integendeel hoe een ander hiermee omgaat dat kun je al helemaal niet beoordelen, dat moet je dus aan God overlaten. Dat is nu net het verschil met die Farizeeën, die hadden een eindeloze uitleg waaraan iedereen werd gebonden, ook al kon dat de liefde voor elkaar, de zorg voor elkaar doden.. Al die regels zijn bedoeld om het verkeer tussen mensen te verbeteren, om te zorgen dat jij en ik meer van onze naaste kunnen gaan houden, zonder het kwade in de ander goed te hoeven keuren. Zo moeten we dus de Bijbel lezen, al die regels komen uit het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel waar Jezus van Nazareth de uitleg en de vervulling was was. Zo moeten we op zoek naar de toepassing van die regels in ons eigen leven en in onze eigen samenleving. Zorgen we samen voor een volwaardige plaats voor de armen in onze samenleving? Of schelden we de armen uit voor dwaas en moeten we er van uitgaan dat ze zelf schuld hebben aan hun armoede? Wij mogen elke dag weer opnieuw met die regels op pad, ook vandaag weer.

Zou dat geloof hem soms kunnen redden?

zaterdag, 12 februari, 2011

Jakobus 2:14-26

Vandaag lezen we een gedeelte uit de Bijbel dat zich dezer dagen dag in dag uit op de TV liet illustreren. Wij kennen natuurlijk de praatjes zonder daadjes van de politici. Maar de president en de vice-president van Egypte maakten het wat dat betreft wel erg bont. Al weken roepen miljoenen demonstranten dat ze moesten aftreden en ze antwoordden uiteindelijk dat de eisen legitiem zijn en dat ze daarom blijven zitten. Praatjes zonder daadjes in de ergste vorm en misschien met grote conseqwenties voor de armsten in Egypte. In Egypte was dat op den duur niet meer houdbaar doordat mensen bleven geloven in hun ideaal en daaraan met daden bleven vasthouden. In onze kerken kunnen sommige gelovigen en voorgangers er ook wat van. Prachtige preken worden gehouden, de mooiste psalmen gezongen, vurige gebeden klinken er, maar als je de kerk uit bent en je kijkt om je heen dan zie je dat het praatjes zonder daadjes zijn. Zo’n geloof kan niemand redden. Het blijft bij praten maar er wordt nooit een hand uitgestoken naar iemand die een uitgestoken hand nodig heeft. Je kunt niet “eet smakelijk zeggen” tegen iemand die ligt te sterven van de honger. En iemand die alleen nog een paar vodden om het lijf heeft geeft je niet de raad zich warm te kleden. Praatjes zonder daadjes zijn het bewijs van een dood geloof. De discussie die Jacobus met zijn gemeente aan gaat is er een over de Wet. Paulus had gezegd dat het zich laten besnijden niet nodig was voor de Heidenen, ook de spijswetten hoef je niet meer te volgen. Ook Jezus van Nazareth had het soms voor mensen opgenomen als die in de knel kwamen door een al te strikte wetsopvatting, het genezen op de sabbath is het bekendste daarvan. Maar Jezus van Nazareth had ook gezegd dat hij niet gekomen was om de wet te ontbinden en Paulus had geschreven dat je niets van de Wet zou moeten afdoen. Jacobus laat in zijn voorbeelden zien dat het gaat om het heb uw naaste lief als uzelf. Zelfs als dat betekent dat je je enige zoon zou moeten offeren zoals Abraham dan nog kun je het wagen met de God van Israël. Zoals ook Rachab de hoer koos voor het leven van de verspieders tegen de solidariteit met haar eigen volk. En een dood lichaam zonder ziel? Dat kennen we zelfs voor het sterven. Bezieling brengt ons in beweging, bezieling drijft ons te laten zien waar ons hart vol van is en onze mond van over loopt. Een bezielt mens blijft niet werkeloos toezien maar steekt de handen uit de mouwen. Een mens die niet bezielt is, die heeft de tijd voor mooie woorden, voor prachtige praatjes maar ze blijven dood, ze blijven zonder daadjes. Voor ons maar goed dat we elke morgen weer opnieuw bezield mogen worden en aan het werk mogen gaan voor waar ook bij ons de mond van over loopt, de liefde voor de naaste, voor de minste. Dat mag God zij dank, ook vandaag weer.

U behandelt arme mensen met minachting.

vrijdag, 11 februari, 2011

Jakobus 2:1-13

In alle gemeenten die na de dood en opstanding van Jezus van Nazareth werden gesticht was heel langzaam hetzelfde probleem opgedoken. Hoe ga je met alle verschillen die er zijn om. Eén van de meest opvallende verschillen was die tussen arm en rijk. Je had mensen die geld en goed bezaten en je had proletariërs, mensen die alleen hun kinderen nog hadden. Ze onderscheiden zich ook in uiterlijk want die proletariërs hadden geen geld voor mooie en nieuwe kleren. Maar welke plaats hoorden de een en de ander in de Christelijke gemeente te hebben. Bij ons in kerken kun je dat soms nog aanwijzen. Dan zijn er banken voor de notabelen van het dorp, soms ook voor de burgerlijke bestuurders. En de armen pasten zich daarbij aan. Ze hadden wel geen geld voor nieuwe kleren maar één of twee maal in het leven kochten ze kleren die er op leken en die trokken ze dan alleen op de zondag bij de kerkgang aan, de zondagse kleren. Ook hun kinderen werden in die traditie opgevoed. Was dat nu in overeenstemming met de Bijbel die in die kerken werd verkondigd? In het gedeelte dat we vandaag lezen blijkt het tegendeel. Het waren in de dagen van Jacobus de rijken die processen konden voeren. Als de huidige regering haar zin krijgt zal in het onze dagen niet anders zijn. In de wereld hebben armen dus een achtergestelde en ondergeschoven plaats. Juist daarom dient de Christelijke gemeente de gelijkheid tussen arm en rijk te benadrukken, dient er gedeeld te worden om dat verschil weg te werken en moet je er voor zorgen dat de armen tenminste gelijke kansen krijgen als de armen. Juist in dat wegwerken van dat onderscheid kunnen we laten zien dat we onze naaste liefhebben als onszelf en dus God liefhebben boven alles. Ook al plegen we geen overspel en moorden we niet, door onderscheidt aan te brengen in de gemeente, in de samenleving waar we het over te zeggen hebben, overtreden we toch de wet. De armen zijn onze broeders en zusters zo moeten we er ook over spreken. Barmhartigheid is daarbij een woord dat we alleen nog in de Bijbel tegenkomen. Het drukt de verbondenheid uit met de zwaksten en de minsten in onze samenleving, daar gaat ons hart naar uit, daar hebben we alles voor over, zij zijn de maat van ons handelen. Onbarmhartig is dan ook het oordeel over onbarmhartigheid. Want juist dat keurig onderhouden van de Wet maar onderscheidt maken naar afkomst, geloof en inkomen maakt dat al dat andere houden van zogenaamde Wetten totaal geen zin heeft, je overtreedt ze. Maar met het liefhebben van de naaste mogen we gelukkig elke dag opnieuw weer beginnen, elke dag weer opnieuw het onderscheid wegwerken dat we zo jammerlijk en ondachtzaam hebben gemaakt. Ook vandaag mogen we daar weer aan werken.

Alleen horen is niet genoeg.

donderdag, 10 februari, 2011

Jakobus 1:19-27

Het heeft geen zin om kwaad te worden, je moet er wat aan doen. Men zegt wel eens dat je kunt stikken van kwaadheid. Kwaadheid beneemt je de adem maar rooft ook je energie en soms je verstand. Het schiet niet op en verandert ook niks. Meestal leidt kwaadheid ook tot zaken waar je achteraf spijt van hebt, stemverheffing, verkeerde woorden, niet horen wat een ander zegt en zelfs soms, of je wil of niet, geweld, tegen zaken of personen. Geen zaken waarmee je bekend wil staan in de samenleving. Zachtmoedigheid klinkt al een stuk beter. Maar zachtmoedigheid is niet de boel maar de boel laten, datgene wat je kwaad zou kunnen maken voort laten bestaan. Als mensen onrecht wordt aangedaan, als ze door oneerlijkheid en hebzucht benadeeld worden, als ze onderdrukt worden, dan mag je daarover spreken, dan mag je  het Woord van God je te binnen brengen dat zegt dat elk mens tot zijn recht moet komen, dat iedereen de naaste lief moet hebben als zichzelf. Hoe je daarover spreekt vraagt dan wel enig nadenken want het beste spreken heeft ook nog effect en verandert de situatie. Alleen het Woord van God horen is dus niet genoeg, je moet er wat mee doen. Dan blijkt pas dat je het woord hebt gehoord en dat je je het woord eigen hebt gemaakt. Het beeld van iemand die in een spiegel kijkt en zijn spiegelbeeld vergeet is een boeiend beeld. Boven het orakel van Delfi, een beroemde afgodstempel, stond “ken u zelf”. Maar de orakelspreuken waren voor velerlei uitleg vatbaar en je schoot er weinig mee op. Ze waren te horen maar er was weinig mee te doen. Als je echter je gedrag vergelijkt met het heb uw naaste lief als uzelf en je afvraagt hoe je daar naar kunt handelen en dat dan ook doet, zul je merken dat je vrij en onafhankelijk van alles en iedereen bent. Alleen de liefde drijft je nog en dat is voor iedereen zichtbaar. Dan weet je je tong te beteugelen, dan komt er geen onvertogen woord over je lippen, maar blijf je spreken over het goede dat gedaan moet worden en het kwade dat gelaten moet worden. Dan gaat het om de weduwen en de wezen die worden bijgestaan in hun nood. Die weduwen en wezen staan in de hele Bijbel voortdurend voor de zwaksten en de minsten in de samenleving. Zij hadden immers geen eigen inkomen meer. De weduwe had de keus of haar kinderen verwaarlozen en uit werken gaan of voor haar kinderen te zorgen en vervallen tot armoede. Juist voor de weduwe en de wezen was een losser ingesteld, iemand die ze zou verlossen van de armoede. Zo zijn wij geroepen om telkens weer de armen te verlossen van hun armoede, op te komen tegen onrecht en geweld, maar zo dat het effect heeft, dat we niet hoeven aangesproken te worden op onze kwaadheid maar dat een voorbeeld genomen kan worden aan de liefde die ons drijft, de liefde van onze God. Gelukkig dat we daar elke dag weer opnieuw mee mogen beginnen. Ook vandaag weer.

Vrede-en-vreugde!

woensdag, 9 februari, 2011

Jakobus 1:1-18

Boven deze dagelijkse kanttekening bij een gedeelte uit de Bijbel staat altijd een citaat uit het te lezen Bijbelgedeelte. Maar als U ook vandaag de Nieuwe Bijbelvertaling leest, die we altijd trouw volgen, dan komt U het opschrift van vandaag niet tegen. Daar staat alleen “Ik groet U”, maar de groet van Jakobus heeft inhoud. Die vonden we in de vertaling van de Naardense Bijbel en die hebben we er dus maar boven gezet. Vrede en vreugde, daar gaat het in deze brief om. Dat is het doel van het geloof in Jezus van Nazareth, dat krijg je er voor terug. Een mooie brief van die Jacobus. Wie het echt geschreven heeft weten we niet helemaal. Het zou natuurlijk mooi zijn als het echt van de broer van Jezus van Nazareth geweest is. Die werd het hoofd van de gemeente in Jeruzalem, Paulus noemt hem ook in zijn brieven en hij speelde een belangrijke rol in het openstellen van de beweging van de Weg voor Heidenen die zich niet als Jood zouden laten besnijden. Nu schrijft hij een brief aan al die gemeenten die in de begintijd zijn ontstaan. Een brief die algemeen in gaat op de vragen die het geloof in de nieuwe wereld van Jezus van Nazareth oproept. Het is geen gemakkelijke tijd voor de nieuwbakken gelovigen. Net als in onze dagen vormen ze een minderheid en net als in onze dagen moeten ze zich een houding vinden in een vijandige samenleving. Vragen moet je stellen aan God, stelt de schrijver. Pas als je aan de God van Israël, die immers met je meetrekt, die immers geboden heeft dat je je naaste moet liefhebben als jezelf, die je de minste en de zwakste als maat voor je handelen heeft gegeven, de vragen voorlegt die elke nieuwe dag oproept dan kom je verder. Dan heeft de arme dus meer waarde dan de rijke, de arme kan zich bekommeren om zijn naaste, meer zaken heeft hij niet aan het hoofd, de rijke kan dat niet en is dus de mindere. Een Bijbels beeld dat wij maar al te vaak over het hoofd zien of verzwijgen. De rijke vergaat als een bloem in veld. De armen hebben we altijd bij ons. Het is een tegenstelling die we graag uit de weg gaan, maar Jacobus is nu bij uitstek de schrijver die het woord van Jezus van Nazareth dat het niet gaat om te roepen “Here, Here” maar om te doen de wil van de vader, in de praktij gebracht wil zien worden. Het goede dat we zien doen, het goede dat we kunnen doen is van God, verleiding komt uit onszelf als we er acht op slaan en waarom zouden we. Zoals ook Paulus al zei, houd je bezig met het goede en niet dan het goede. Dan hoor je bij de gelukkigen die ondanks alle tegenstand staande blijven, die een lauwerkrans als overwinnaar krijgen. Voor ons maar goed dat we daar elke dag opnieuw weer mee mogen beginnen. Ook vandaag weer.