Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor december, 2010

Als in de dagen van zijn bevrijding uit Egypte

vrijdag, 31 december, 2010

Micha 7:14-20
 
Vandaag sluiten we het oude jaar af en de lezing van het boek Micha. Een hoopvol einde wordt het, zoals het einde van het jaar voor iedereen hoopvol mag zijn. Want Micha houdt ons voor dat wat er ook verkeerd is gedaan we altijd opnieuw mogen beginnen. De bevrijding van angst en onderdrukking door het volgen van de Wet van de Woestijn begint elke dag opnieuw. Elke dag gaat de zon op en elke dag is de eerste dag van de rest van ons leven. Elke dag dus kunnen we beginnen met het opbouwen van een nieuwe samenleving. Elke dag opnieuw gaat het licht op waarin we onze naaste kunnen zien, de armen in onze eigen omgeving mogen herkennen, de armen in Afrika en andere arme landen mogen zien. Elke dag ook kunnen we hen opnieuw de hand reiken. Die bevrijding, dat eerlijk delen in een rechtvaardige samenleving, brengt ons pas echte voorspoed en welvaart. Zoals een herder zorgt voor de schapen, en Micha laat nog een keer horen dat hij een boer is, zo zorgt het spoor van de Wet van Liefde en Recht voor ons. We sluiten overigens de lezingen en de beschouwingen daarover niet af. Ook het komende jaar zullen we proberen aan de hand van het dagelijks leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap elke dag een overweging te publiceren. We zullen hier blijven proberen die lezingen te betrekken op wat er zich zoal in de wereld en in onze samen-leving afspeelt. En als we weer een aantal bijbelboeken hebben doorgelezen en ze als licht over onze eigen dagen hebben laten schijnen zullen we proberen ze opnieuw in een boek samen te vatten. Het eerste boek, waar ook Micha in staat, is nog steeds in druk te bestellen.Dagen met Micha is als ebook te downloaden. De Bijbel is er rijk genoeg voor en hopelijk hebt ook U aan het eind van dit jaar ontdekt dat inderdaad het verhaal van Israel een lamp voor onze voet kan zijn, ook vandaag de dag. De week tussen kerst en nieuwjaar is een week van rust en bezinning. En dan verbaast het des te meer dat de mogelijkheid om elke dag opnieuw met de nieuwe manier van samenleven in de wereld te beginnen alle volken schrik aan zal jagen. Micha belooft dat iedereen op de hele wereld, iedere machthebber, elke regeerder, overal op de hele wereld er uiteindelijk aan mee zal doen. Wij hebben geleerd dat het zal moeten beginnen met eenvoudige lieden als Maria, Jozef en de Herders, eenvoudige lieden als de boer Micha die zo’n prachtig boek schreef, eenvoudige lieden zoals wijzelf wellicht zijn. Beginnen kan vandaag al, we hoeven niet te wachten op het vuurwerk van het eind van het jaar. Die nieuwe samenleving zal zelf een ongekend vreugde en vuurwerk meebrengen.

Maak je niet vrolijk over mij

donderdag, 30 december, 2010

Micha 7:8-13

We schreven al eerder dat in de Kerken het boek van de profeet Micha graag rond de kerstdagen gelezen wordt. Daarom is het mooi zo tussen kerst en oud en nieuw, direct na de kerst, het boek van Micha uit te lezen. In de Nieuwe Bijbelvertaling is degene die zich niet vrolijk moet maken weggevallen, in andere vertalingen is het een vijandin. Daarom laat het zich vandaag wellicht wat gemakkelijker lezen. Eigenlijk staat er dan dat het hele rijk van keizer Augustus nu wel zal vergaan. Immers, die keizer dacht dat hij de baas, ja zelfs de God, over de hele wereld was. Mis dus. Liefde regeert heel de wereld. Rijken en machtigen kunnen proberen zich ertegen te wapenen, extra muren op te bouwen, en als je dat nodig vindt moet je dat nu doen roept Micha, maar het zal niet helpen, de wereld zoals wij die kennen zal vergaan. Dat is die wereld waar de rijken rijker worden en de armen armer, dat is de wereld van oorlog en geweld, dat is de wereld die beschermd wordt door de onrechtvaardige tolmuren. En is dat ook werkelijk zo gebeurt? Is die wereld ook vergaan? Het is maar hoe je het bekijkt. Kleine landjes, zoals dat van Micha, worden nog steeds bedreigd. Israël is niet veilig en Israël en Palestina lijken verstrikt te zijn in een oneindige spiraal van geweld en tegengeweld. Hoe die spiraal te doorbreken heeft nog niemand bedacht. Ja liefde en respect voor elkaar zullen ook daar de oplossing zijn. De gedachte dat je met elkaar moet delen en moet zorgen dat je allemaal zult mogen meedoen zal er vrede kunnen brengen. Maar hoe krijg je de mensen in Israël en Palestina zo ver dat ze dat aandurven? Als we onze tijd vergelijken met die van Micha dan zien we dat veel goden verdwenen zijn, dan zien we dat machthebbers zich onaantastbaar wanen maar zich niet meer tot goden durven verheffen. Goden hebben nauwelijks betekenis meer, zelfs de God van Abraham, Izaak en Jacob dwingt geen respect meer af. Maar die laatste God heeft altijd al laten weten geen naam te willen hebben en geen gouden of zilveren beelden, alleen liefde voor de armsten en de verdrukten. En die droom, ook de droom van Micha, leeft nog steeds. Vrede op aarde en in mensen een welbehagen word met de beide kerstdagen in alle talen en door miljoenen mensen meegezongen. En die droom waarmee het kleinste kind kan beginnen laat nog elk jaar in de kerstnacht de kerken volstromen. Al wil niemand er het hele jaar meer van weten, de droom van Micha maakt in het donkerste deel van het jaar iedereen weer wakker. Die droom zet machtigen en heersers ook na de kerst onder druk om een einde te maken aan geweld en oorlog in de wereld. Ook zonder kerst lopen we te hoop tegen onrecht en onderdrukking, in eigen land en in verre vreemde landen. Die droom maakt dat disc jockey’s in een glazen huis gaan zitten en veel geld bijeenbrengen voor kinderen. En om die droom was het God te doen. Wij kunnen werken aan het verwerkelijken van die droom, elke dag weer, ook vandaag.

Niemand is nog rechtschapen.

woensdag, 29 december, 2010

Micha  7:1-7

Het is misschien bij ons nog niet zo slecht als de maatschappelijke situatie die Micha ons schetst maar er zijn toch een paar herkenbare aanknopingspunten. Ons rechtssysteem streeft naar onafhankelijkheid en objectiviteit maar er is ook kritiek mogelijk. De ambsberichten van Buitenlandse Zaken die gebruikt worden in vreemdelingenzaken deugen veelal totaal niet maar worden door de meeste rechters zonder tegenspraak voor waar aangenomen. Niemand die ze verder mag controleren. Ook de advocaten van vreemdelingen en de vreemdelingen zelf krijgen die berichten niet te zien. Dat politici maar zeggen wat ze uitkomt is van alle tijden, maar op onderzoeken in belangrijke zaken door justitie is vaak te veel kritiek mogelijk, denk maar aan de Schiedamse Parkmoord waarvoor een onschuldige man tot levenslang werd veroordeeld en jarenlang in het gevang zat. Er is niet voor niets een speciale commissie om nog eens naar zaken te kijken waar misschien wel fouten zouden kunnen zijn gemaakt. Dat je voorzichtig moet zijn bij het kiezen van een partner is sinds de Aids epidemie luid verkondigd, maar gelet op de stijging van het aantal Hiv besmettingen kan het kennelijk niet vaak genoeg gezegd worden. Ook de kloof tussen generaties is van alle tijden. Voor sommigen zal het een troost zijn dat ook Micha eeuwen geleden al merkte dat een zoon tegen zijn vader en een dochter tegen haar moeder opstaat. Dat conflict aangaan heeft dus nu even weinig zin als het had in de dagen van Micha. De vraag is wat je kan doen tegen alle ellende die Micha schetst. In het laatste vers dat we vandaag lezen komt het antwoord op die vraag. Micha noemt het een blijvend vertrouwen op de Heer en we weten inmiddels dat vertrouwen in de Heer betekent dat we ons moeten laten leiden door de liefde. Alleen een onvoorwaardelijke liefde voor onze naasten brengt ons uiteindelijk een samenleving van recht en vrede. Liefde voor de jeugd maakt dat we luisteren naar hun kritiek en hun angsten en die serieus weten te nemen, liefde voor een partner maakt dat we ons samen laten testen en eerlijk zijn over de risico’s die we samen kunnen lopen, liefde voor slachtoffers maakt dat we blijven vragen om een zorgvuldige justitie en een heldere onpartijdige rechtspraak. Dat soort liefde is niet uit eigenbelang maar je weet zeker dat je gehoord wordt, zoals Micha het zeker wist en het daarom niet hard genoeg kon zeggen. Kritiek op je eigen handelen serieus nemen is niet altijd gemakkelijk. We bedoelen het immers zo goed, we streven immers altijd naar het goede, we nemen ingrijpende beslissingen toch niet zo maar. Dat geldt zeker voor gestudeerde en ervaren rechters die bovendien de beslissingen niet alleen nemen maar altijd na uitgebreid overleg met een aantal rechters. Toch maken ze fouten. Alleen het al het weten van die fouten moet ons voorzichtig maken en voortdurend op zoek naar kritiek. Doen wij de mensen om ons heen wel recht? Doen we de jongeren voor wie we verantwoordelijkheid dragen wel recht, doen we recht aan onze geliefden, doen we recht aan de slachtoffers van onrecht en uitbuiting? Het is maar goed dat we bij elke fout die we maken opnieuw mogen beginnen met het goede te doen en niet dan het goede.Het is maar goed dat we dat elke dag opnieuw kunnen doen, ook vandaag weer.

De rijken van de stad zijn een en al geweld

dinsdag, 28 december, 2010

Micha  6:9-16
 
Het hoort er bij, rijken moet je nooit vertrouwen. Wie eerlijk en rechtvaardig is wordt niet rijk. Die deelt op tijd. Armoede is geen ideaal maar rijkdom zonder daarvan te delen, terwijl er nog armen zijn is verwerpelijk. Dat was in de tijd van Micha niet anders dan nu. Ook nu moeten we veel belasting bijeen brengen voor het ijkwezen, anders gaan de ondernemers op de loop met valse maten en gewichten, ook nu moet er toezicht zijn op arbeidsomstandigheden, op concurentieverhoudingen op veiligheidsvoorschriften en noem maar op. Al dat toezicht kost geld en al dat toezicht moeten we betalen. Als we dat niet doen weten we zeker dat de armsten, de zwaksten, in onze samenleving daarvan het slachtoffer worden. En natuurlijk klagen de rijken over de vele regels die nodig zijn om hen in toom te houden, over de vele regels om de armen recht te verschaffen. Ze wijzen dan op koningen en regeerders van landen waar ze die regels niet kennen en waar het met de rijken beter gaat. Dat de armen dan nog armer worden ontgaat ze, ze zien ze niet en ze horen ze niet. Ook hier klagen de rijken dat het slecht zal gaan als zij niet nog rijker worden. De voorzitter van de werkgevers zat laatst nog te klagen in een TV programma over het feit dat de vakbonden echte loonmatiging afwijzen, dat het bouwen van plutoniumfabrieken niet mag en dat werkgevers hun werknemers niet naar eigen welgevallen kunnen aannemen en ontslaan. Daar moet toch wat aan gedaan worden. Dat de arbeiders het geld hebben verdiend voor de rijken ontgaat hem. Dat er wat gedaan zou moeten worden aan de exorbitante zelfverrijking in de top van het bedrijfsleven zodat er een rechtvaardiger inkomensverdeling kan ontstaan wijst hij af. Dat we niet de behoefte aan energie van vandaag moeten afwentelen op onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen en hen moeten opzadelen met een giftig afval waarbij het polonium uit Rusland een onschuldig medicijn lijkt komt niet  bij hem op. Het blijven wijzen op oneerlijke en onrechtvaardige inkomens en bezitsverhoudingen is niet iets van de filosoof Marx uit de negentiende eeuw, maar eeuwen voor de geboorte van Jezus van Nazareth en het begin van onze jaartelling hadden woestijnbewoners  een wet opgeschreven waar het  al in staat en vervolgens werd dat verhaal wakker gehouden door een eindeloze stroom profeten en gelovigen. De Wet van het hebt Uw naaste lief als Uzelf. Die wet die later zou worden verduidelijkt tot het advies een mantel te geven aan iemand die geen mantel heeft als je er zelf twee bezit. Die Wet staat tot dag van vandaag, en dat zal doorgaan tot de dag dat het onrecht verdwijnt. In onze samenleving gaan de rijken nog niet eens akkoord met een aftopping van inkomen tot twee maal het loon van de minister-president. We hebben dus nog heel wat te doen voor de samenleving waar Micha toe oproept er is. Maar we mogen er elke dag opnieuw aan werken, ook vandaag weer.

Niets anders dan recht te doen

maandag, 27 december, 2010

Micha  6:1-8
 
De derde zondag van de advent is een bijzondere zondag. Zelfs voor een adventszondag is die zondag bijzonder. Wie af en toe een kerk bezoekt zal gemerkt hebben dat er verschillende kleuren zijn die de tijden van het jaar aanduiden. De eerste twee adventszondagen was de kleur paars, en laatste week was de kleur ook paars. Maar die derde zondag is de kleur roze, door het paars heen schijnt al het wit van het kerstfeest. In de kerken wordt op die dag over het algemeen het loflied van Maria gezongen, dat lied van “machtigen zal hij van de troon stoten” en “zijn woord wil deze wereld omgekeerd”. Dat lied dat zingt dat wie onvruchtbaar is vruchtbaar zal zijn. Op deze maandag na kerst lezen we thuis verder in Micha en ook die zingt een lied. Een beurtzang, eerst wordt herinnert aan de geschiedenis en dan vraagt de zanger wat er nog gedaan kan worden om God gunstig te stemmen. Als we de bevrijding door God vergeten en onze zelfgemaakte goden aanbidden dan gaat het met de samenleving een verkeerde kant op. Wat moeten we doen om weer op het rechte spoor te komen? Niet anders dan recht doen is het antwoord. Daarmee krijgt de lofzang van Maria een bijzondere klank. “Mijn ziel zingt lof aan de Heer” begint het, “want hij heeft omgezien naar de kleinen”. Dat is ook wat Micha ons voorhoud. Recht doen en de weg te gaan van Recht en Vrede. Maria zong trouwens een heel oud lied op een nieuwe manier. Ooit was er Hanna die geen kinderen kon krijgen en die naar de Heilige Tent ging om te beloven dat het kind dat zij zou krijgen in dienst van God zou worden grootgebracht. Dat kind werd Samuel die het volk zou leiden maar ook de eerste koningen van Israel zou mogen zalven, eerste Saul maar later ook David, die David werd gezalfd in het veld bij Bethlehem, hetzelfde veld waar Jezus werd geboren.  Datzelfde lied dat Hanna zong zingt ook Maria. En het oudste kind geven omdat je het niet goed hebt gedaan, een mensenoffer brengen zoals ook Abraham dacht dat zou moeten, wordt omgedraaid in een kind opvoeden tot bevrijding van de armen. Dat moet ons te denken geven. Brengen wij onze kinderen groot tot bevrijders van de armen? Het lijkt er nog niet op. Op het platteland zijn er steeds meer jongeren die hun identiteit ontlenen aan het zich afzetten tegen de vreemdelingen in hun midden. Jongeren ook die zich verloren en vervreemd voelen in onze samenleving. Steeds meer voeren de steden de boventoon in onze cultuur en wordt de cultuur van het platteland behandeld als een lachwekkend gegeven. Omdat het ook de jongeren van het platteland niet lukt vorm te geven aan samen leven, geven ze vorm aan de verkeerde elementen van de stadscultuur, de haatgevoelens en geweld. We kijken dan graag naar de overheid om daar wat aan te laten doen. Maar misschien moeten we samen, in elk dorp en elke stad een groep vormen die met die jongeren in gesprek gaat en samen op avontuur gaat naar een samenleving van recht en vrede. Zodat we die jongeren recht doen, en de vreemdelingen die onder ons zijn.

Knielen voor wat je zelf hebt gemaakt

zondag, 26 december, 2010

Micha  5:6-14
 
De kritiek op de afgodendienst in de Bijbel concentreert zich voortdurend op een paar elementen. Vruchtbaarheidsgoden dienen is onvruchtbaar en knielen voor wat je zelf hebt gemaakt is dwaas. Juist in deze tijd is het knielen voor wat we zelf maken weer helemaal in de mode. Enige jaren geleden werd Jan Marijnissen gekozen tot beste politicus, en ja die won de verkiezingen ook al. Geen wonder dat er veel mensen achteraan lopen want we hebben hem zelf gemaakt. Vervolgens werd Wilders groot gemaakt en ja die won ook. Regeren durft hij niet aan want als een profeet blijft hij langs de kant staan om commentaar te leveren. Ook veel artiesten worden tegenwoordig aanbeden. Eerst worden er competities georganiseerd om er een Idool uit te kiezen, en idool betekent zelfgemaakte godheid, en vervolgens duiken die overal op om aanbeden te worden. Bij de concerten geldt dan ook weer de wet van groot-groter-grootst tot tien-duizenden in aanbidding in een voetbalstadion zitten om de zelfgemaakte godheid te aanbidden. Zo behandelen we koningshuizen die we voortdurend zouden mogen aan-gapen en waarvan we elk detail zouden moeten mogen weten omdat we nu eenmaal geacht worden die koningen en koninginnen inclusief de bijbehorende prinsen, prinsessen, graven en gravinnen te aanbidden. Langzaamaan gaat onze samenleving geheel draaien om dit soort zelfgemaakte goden en godinnen. Rond de jaarwisseling zullen we er in jaaroverzichten van nieuws en sportredacties weer een heleboel voorbij zien trekken en dan zal het lijken of er niet genoeg van kunnen zijn. Als het dan Oudjaar wordt komen de narren voorbij om nog een keer de spot met de goden en godinnen te drijven zodat ze nog eerbiedwaardiger worden. Want met ons zogenaamd gewone mensen wordt immers nooit in het openbaar de spot gedreven. Speciale krantenrubrieken en TV programma’s zorgen door het jaar heen dat we dag in dag uit in de gelegenheid blijven onze bewondering voor de zelfgemaakte goden te ontwikkelen. Week in week uit verschijnen er speciale tijdschriften die zelfs volgens de oeroude afgodentraditie de waarheid aanpassen  aan de noodzaak bewondering en aanbidding te vergroten. Daar zijn ook de goede en de kwade goden te vinden en net als bij de oude Grieken en Romeinen vallen er van tijd goden en godinnen ten prooi aan hun eigen succes. De God van Micha vraagt ondertussen een heel ander soort aanbidding. Die God heeft zelfs geen naam, laat staan een beeld. Die God is te zien in de ogen van de armen, in het gezicht van de lijdende. Voor die armen zorgen, die bevrijden, je zelf daarvoor opofferen is het hoogste dat die God vraagt. En die God zal wraak nemen op alle volken die daar niet naar luisteren. Daar zijn geen occulte of paranormale godendienaren voor nodig. De magische voorspellers, de sprekers en spreeksters met de doden, de instraalsters worden in de dienst van de God van Micha ontmaskert. We moeten het zonder al die goden en godinnen doen en dat moet heel wat vruchtbaarder zijn.

Dat ze geen angst meer kennen

zaterdag, 25 december, 2010

Jeremia 23:1-8

Op het eerste gezicht vraag je je misschien af wat we aan moeten met een lezing op eerste kerstdag over herders die de schapen in het verderf storten. We hadden het toch over herders die bij nachte lagen en trouw de wachte bij hunne kunne hielden? We praten deze dagen nog het liefst over herdertjes ook. Maar dan komt God kennelijk om tegen de herders te zeggen dat ze de schapen hebben verjaagd en laten verdwalen en maakt ze verwijten dat ze de schapen niet zijn gaan zoeken. Dat moet toch gemakkelijk te verdedigen zijn door die herders, ze hadden immers een engel gezien die ze naar de stal in Bethlehem had gestuurd om daar naar een kind in een kribbe te kijken? Wat dan nog straf. Maar het gaat in dit gedeelte uit het boek van de profeet Jeremia natuurlijk helemaal niet over de herders in het veld van Efrata. Dit is geen gedeelte over kerstmis. Maar over de hoop van arme mensen die met Kerstmis is beginnen uit te komen. In de dagen van Jeremia had de politiek van de machthebbers er voor gezorgd dat het volk alle kanten op was verdeeld. Een groot deel was in ballingschap weggevoerd en een ander deel was gevlucht. Die machthebbers, die als herders over hun volk hadden moeten waken, werden daar dus voor gestraft. Maar de arme mensen die het slachtoffer van  verkeerde politiek geworden waren bleven daar niet het slachtoffer van. Overal op de aarde zou de roep klinken om terug te keren naar het land dat God hen had gegeven, het land dat overvloeit van melk en honing. Daar zijn dan machthebbers, herders, aangesteld die vertrouwen op de God van Israël en hun politiek niet laten bepalen door de angst voor vreemde machten en omringende volken. Herders die letten op het volk en de zorg voor de rijken niet laten betalen door de armen. Herders die vreemdelingen weten te respecteren en te behandelen als hun eigen volk en niet de ene groep in de samenleving opzetten tegen de andere. Dan komt er weer een koning net als David is geweest. David verenigde het volk en wist de vijanden af te houden. Die plaatste weer in het hart van het volk de Tent der Ontmoeting, de Tent waarin de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf werd bewaard. Dan komt de dag, dan zal het zijn, dat er weer recht en gerechtigheid in het land heersen. De vervulling van die droom is begonnen in Bethlehem geloven de Christenen. De Wet van de God van Israël dat alle mensen voor elkaar moeten zorgen is immers van daaruit over de hele aarde verspreid. Armen zou recht worden gedaan enze zouden niet meer bang hoeven te zijn voor uitbuiting en onrecht. Daarvoor moet nog veel gebeuren en als wij in het kind van Bethlehem de rechtmatige koning van de wereld willen zien dan moeten we ons gedragen als zijn onderdanen, gehoorzaam aan het woord dat we de weduwe en de wees recht moeten doen, de hongerigen moeten voeden, de dorstigen laven, de gevangenen bevrijden, de vreemdeling opnemen en leven in vrede. Daar kunnen we vandaag nog mee beginnen.

De wereldmachten spannen samen

vrijdag, 24 december, 2010

Psalm 2

De Verenigde Naties hebben een motie aangenomen tegen het lasteren van godsdiensten. Dat klinkt mooi. Dat zal het in sommige gevallen ook zijn. Maar als je het geloof van een ander lasterlijk vindt voor je eigen geloof dat ontstaat er een probleem. Vooral als jij behoort tot een meerderheid in je land. De neiging zal dan bestaan dat lasterlijke geloof van die minderheid te verbieden. Zo komen gelovigen snel in de klem van het woeden van de volken, het rumoer van de naties. Over het echt handhaven van mensenrechten is veel moeilijker met de machthebbers van de aarde te spreken. Eén van de mensenrechten die door de Verenigde Naties zijn vastgelegd is het recht op leven. Wordt dat geschonden als een land de doodstraf toepast? Velen die Amnesty International steunen vinden van wel. Maar wordt dat recht op leven ook geschonden als een regering 1 miljard euro bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking? Die vraag klinkt al moeilijker, ook al gaan er mensen dood van armoede en hadden mensen in leven gebleven als er voldoende was gedeeld door rijke landen. Hoe goed de naties en de landen, de machthebbers van onze dagen het ook bedoelen, het leidt tot niets. Als niet alle mensen meedoen met het werk aan het rijk van de God van Israël dan lopen ze altijd achter de feiten aan. Dan zijn er altijd mensen die rijkdom zullen verwerven ten koste van anderen, dan moeten rijken beschermd worden tegen de roep om eerlijk te delen. Toch behoort de aarde uiteindelijk toch aan de mensen van het eerlijk delen, van recht en gerechtigheid. Die worden kinderen van God genoemd. Henriëtte Roland Holst dichtte het deze Psalm na, in het einde zijn het de zachte krachten die zullen winnen. Willen de machthebbers ook dat nog wat te betekenen hebben dan doen ze er verstandig aan om zich nu al te onderwerpen aan de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf, om recht te doen verschaffen aan de armen. Want het niet nakomen van de mensenrechten, het niet garanderen van het leven van alle mensen op aarde is voor gelovigen in de God van Israël het lasteren van hun godsdienst. Het is de God van Israël die uitmaakt wat goed of slecht is, maar vaak laat hij zo duidelijk zien dat het tekort doen aan zijn kinderen slecht is dat de machthebbers daarvoor al bang zouden zijn. Het is aan ons om dat handen en voeten te geven. Om het Woord van de God van Israël luid te verkondigen, om stem te geven aan de ontrechten, zo dat het gehoord wordt door de koningen, de machthebbers, de leiders van de aarde. Juist in deze dagen als het “vrede op aarde” weer over de wereld schalt zal duidelijk moeten zijn dat het niet een hobby van de hemel is maar een aanklacht tegen de aarde. Wij mogen aan de vrede en gerechtigheid werken, elke dag weer, ook vandaag.

Jeruzalem zal nooit meer worden afgebroken

donderdag, 23 december, 2010

Jeremia 31:35-40

Dat zou in het jaar 70 heel anders lopen dan we op grond van de uitspraken van de profeet Jeremia hadden mogen verwachten. Toen is de Tempel wel degelijk verwoest. Er zijn er die sinds die tijd op de stoel van God willen zitten en zeggen dat het kwam omdat het volk Israël Jezus van Nazareth verwierp, maar dat oordeel is aan God en niet aan mensen. We moeten Jeremia niet zien als een toekomstvoorspeller maar als een waarheidszegger. Wat is de waarheid voor de mensen die in ballingschap gaan? De waarheid is dat de ballingen terug zullen keren en dat Jeruzalem opnieuw zal worden opgebouwd mooier en groter als het was, dat zelfs de doden op de dodenakker deel zullen uitmaken van de stad van de Tempel van de God van Israël. In de Christelijke gemeente leeft een zelfde droom. Die kun je nalezen in het boek Openbaring van Johannes, daar wordt beschreven hoe de Tempel in de hemel op ons wacht om neer te dalen op aarde, als God zijn tent op aarde spant. Zo komt ook in dit gedeelte begin en einde van de geschiedenis bij elkaar. Geschiedenis begint voor mensen pas als ze snappen dat er een dag en een nacht is met een zon en maan en sterren. Dat er golven zijn die de zee laten bruisen. Dat snappen en daar mee omgaan maakt dat de aarde bewoonbaar wordt, dat mensen kunnen omgaan met hun omgeving en leren die omgeving naar hun hand te zetten zodat ze er van kunnen leven. Dat leven wordt aan de God van Israël toegeschreven. En zo wordt alle wetenschap als een geschenk van de God van Israël gezien. De Bijbel is dus niet in strijd met wetenschap, maar benoemt de wetenschap als een geschenk van God. In dat geschenk is God dus ook niet zelf aanwezig. En als het einde van de geschiedenis is gekomen dan houdt ook het volk Israël, het volk van God, op te bestaan. In de tijd van de profeet Jeremia was wat boven en wat onder de aarde was niet te meten, maar was er wel de zekerheid dat de God van Israël zijn volk niet zou verwerpen. Zo hebben wij de zekerheid dat de God van Israël steeds opnieuw de aanleiding zal zijn om te spreken over de verworpenen der aarde, de hongerigen, de armen, de zwakken, de ontrechten, de slachtoffers van oorlog en geweld, de kinderen die slachtoffer werden van ontspoorde mensen, dat de God van Israël steeds weer de aanleiding zal zijn om daar wat aan en voor te doen. We mogen de zekerheid hebben dat er steeds een volk zal zijn, dat er steeds mensen zullen zijn die ontdekken dat de Wet die in de Tempel bewaard was nu in hun hart gebeiteld staat en die zich daarom inzetten voor mensen die inzet nodig hebben. En omdat die zekerheid er is houdt niets en niemand ons tegen om, hoe duister de wereld er ook uitziet, ons mee te gaan inzetten voor die wereld van de God van Israël. Dat kan en dat mag ook weer vandaag, zoals elke dag.

Moge de HEER je zegenen

woensdag, 22 december, 2010

Jeremia 31:23-34

Het is een oude wens die mensen elkaar toewensen, in het Engels “God Bless”, God zegen je. Bij ons is dat wat aan het verdwijnen maar we komen hem hier weer tegen als onderdeel van een droom over een ideale samenleving. Want dan kun je maar gezegend zijn met de woonplaats van gerechtigheid, dan ben jij niet alleen tot je recht gekomen maar dan zijn alle mensen tot hun recht gekomen. De zegenwens heeft een tweeledig karakter. Je wenst dat de ander het goed zal gaan, want gezegend worden door God betekent dat het goed met je gaat, maar je wenst ook dat het goede mag uitgaan van de ander want God zegent immers alleen hen die het goede doen en niet dan het goede. Daarom wordt aan de zegenwens gekoppeld dat dorstigen verkwikt zullen worden, uitgeputten weer kracht krijgen, vermoeiden rust krijgen en uitgerust weer ontwaken. Die nieuwe samenleving zal zo vruchtbaar zijn dat ze ingezaaid kan worden met mensen en dieren. En als we zien hoe we ook in onze dagen in staat zijn om van vruchtbaar land woestijn te maken, hoe goede voorzieningen voor mensen die het nodig hebben met een pennestreek ongedaan kunnen worden gemaakt en je hoort dan dat met dezelfde kracht en met dezelfde vaart ook de ideale samenleving tot stand gebracht kan worden dan gaat de verwachting op dat nieuwe rijk branden als een vuur. Dan hoef je kinderen niet meer na te wijzen als ze ouders hebben die verkeerd zijn maar dan zullen we in staat zijn kinderen zo op te vangen en groot te brengen dat ze geen schade meer hebben van het verkeerde gedrag van volwassenen. Er komt tussen God en de mensen dan een nieuw verbond. Niet meer een verbond van regeltjes en wegwijzers maar een verbond van Liefde. Iedereen kent immers de God die de mensen liefheeft en iedereen let immers net als die God op de minsten en de zwaksten en zorgt dat die met de nieuwe samenleving mee kunnen doen, gaan doen en blijven doen. Dit is niet de droom van iemand die geslaagd is in het leven en nu overpeinst wat er van het goede dat hem ten deel is gevallen allemaal kan komen. Maar dit is een droom van iemand die in hoogste nood zat. Zijn volk werd weggevoerd in ballingschap, hij moest vluchten naar een vreemd land dat ooit zijn voorouders in slavernij had gehouden. De profeet Jeremia is volgens het verhaal iemand die aan de onderkant van de samenleving belandt. Maar desondanks houd hij deze droom als boodschap van zijn God vast. Dat mogen wij ook. Ook al zijn de dagen nog zo duister, al drijven politieke krachten groepen in ons volk uiteen en zetten ze tegen elkaar op, al moeten de rijken beschermd worden door af te nemen van de armen. Wij mogen daar tegen opstaan en daarmee werken aan de nieuwe samenleving, de samenleving waarvan Jeremia droomde en waar wij aan mogen bouwen, dag in dag uit, ook vandaag weer.