Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor november, 2010

Vijandige duisternis

dinsdag, 30 november, 2010

Jesaja 5:25-30

Als je zo van die kleine stukjes uit het boek van de profeet Jesaja leest dan zou je de indruk kunnen krijgen dat Jesaja een klassieke onheilsprofeet is. De wereld gaat naar de ondergang, rampen staan ons te wachten, mensen zie af van rijkdom en genot anders loopt het niet goed met je af. Het gevaar van kleine stukjes lezen zoals we vandaag doen is dat voorgangers en uitleggers gemakkelijk hun eigen voorkeur in de Bijbel kunnen lezen. Jesaja waarschuwde wel voor het onheil dat het volk Israël te wachten stond maar Jesaja voorspelde ook de terugkeer van de ballingen. Hij voorspelde de verwoesting van de Tempel maar voorspelde ook de opbouw van de Tempel. De dagen werden bij hem korter en donkerder maar hij is ook de profeet van het volk dat een groot licht zou zien, de profeet van het kind dat zou worden geboren en wonderbare raadsman en vredevorst genoemd zou worden. Donker en licht zijn bij Jesaja in evenwicht. De mensen zoeken steeds het duister op om te dat doen waarvan ze ook wel weten dat het verkeerd is, de God van Israël brengt het licht, is het licht zelf.  Het gedeelte van vandaag begint in de Nieuwe Bijbelvertaling met het woord “daarom” Er is dus een reden dat de Heer in woede ontsteekt tegen zijn volk, dat Hij zijn hand tegen hen opheft en hen slaat en dat de bergen beginnen te beven en de lijken als vuil op straat liggen. Die reden lezen we al in de verzen hiervoor. Daar wordt wee geroepen over hen die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die het licht tot duisternis maken en het duister tot licht, die van zoet bitter maken en van bitter zoet, die voor een geschenk de schuldige gelijk geven en de rechtvaardige beroven van zijn recht. Dat was het onrecht dat heerste in de dagen van Jesaja. Het is heel algemeen geformuleerd, wie nu precies wat deed staat er niet bij, maar dat het niet best was is duidelijk. Vijandige volken voelen zich verleid om zich op het zwakke Israël te storten. Die algemene formuleringen kunnen we ook in onze dagen herkennen. Dat Wajongers en WSW’ers moeten inleveren en bezuinigen wordt goed genoemd, dat zij het zijn die op de rand van de armoede leven en zich verder nooit zullen kunnen opwerken hoor je verder niet. Zij moeten de hypotheekrenteaftrek voor de duurste huizen veilig stellen zodat de rijksten in het land de meeste subsidie krijgen. Dat er 1 miljard bezuinigd wordt op ontwikkelingssamenwerking wordt goed genoemd, dat onze handel en industrie nieuwe afzetmarkten nodig heeft en dat de honger in de wereld nog steeds toeslaat daar hoor je niet over, de wapenindustrie moet zeer dure straaljagers kunnen bouwen. Om van het tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen maar te zwijgen. Natuurlijk kan dat ook in ons land leiden tot meer geweld en toestanden die we verafschuwen. Gelukkig zijn er onder ons nog voldoende mensen die de waarschuwingen van Jesaja zich ter harte nemen en die ook weet hebben van zijn woorden over de komst van het licht. Aan die komst mogen we werken, elke dag weer, ook vandaag.

Tot zij alleen het land bewonen.

maandag, 29 november, 2010

Jesaja 5:8-24

De mensen die de akkers en de grond in eigendom hebben. Die alle huizen bezitten en van wier gunst het afhangt wie er mogen wonen die lijken het hele land wel voor zichzelf te hebben. Dat was wat Jesaja in zijn dagen zag gebeuren in zijn land, dat was wat Karl Marx zag in de negentiende eeuw en dat is wat je ook in onze dagen zou kunnen zien. Het zijn de rijken voor wie alles moet wijken. Wajongers en werkenemers in de sociale werkplaatsen moeten geld inleveren om de woonlastensubsidie, de hypotheekrenteaftrek, voor de rijken te betalen. Die rijken hebben het voor het zeggen en het lijkt er op dat de anderen niet meer echt in dit land wonen. Als je zo met elkaar omgaat dan veroorzaakt dat economische rampspoed. In onze dagen wordt de post al niet meer bezorgd. In de dagen van Jesaja levert de wijngaard amper wijn op, een berg zaaigoed maar één zak graan. En begrijpelijk ook. Die rijken persen zelf niet de wijn, ze kijken wel uit en gaan niet lopen rondstampen in de wijnkuipen. Die rijken zaaien ook het graan niet uit op het land. Met de hand zaaien is zwaar werk en je loopt er van de ochtendkoude door de middaghitte tot de avondkoelte toe. Nee die rijken lopen liever over rode lopers en laten zich tot diep in de nacht door wijn benevelen. Galaconcerten te over, desnoods bouwen ze zelf een theater, zij kunnen het immers zelf ook wel betalen, maar oog voor de zwaksten in de samenleving, voor de mensen in nood, mensen die niet zelf mee kunnen komen hebben ze niet. Maar troost je, ze gaan allemaal dood. allemaal naar het crematorium in de Selwerderhof zong de Groninger dichter. Het is de God van Israël die steeds weer mensen op laat staan die roepen om recht en gerechtigheid, die aanwijzen wie het kwade goed noemen, wie het gedogen dat bevolkingsgroepen aan de kant worden gezet omdat ze anders geloven, mensen die aanwijzen wie het licht tot duisternis maken, wie tolereren dat criminelen het volk vertegenwoordigen en daarmee het duister tot licht maken, wie van zoet bitter maken onder het motto dat na het zuur het zoet moeten komen maar dat een pensioen er niet inzit omdat corrupte bankdirecteuren het geld hebben laten verdwijnen. Al die zogenaamd verstandige mensen die het o zo goed voorhebben worden hier al door Jesaja aangeklaagd. Corrupte politici zijn het, die niet hebben geleerd van de bouwfraude maar het kwaad laten voortwoekeren en het proberen te verbergen. Zij rekenen niet met de God van Israël die ook in onze dagen mensen roept om te waarschuwen, om het volk te laten opstaan tegen onrecht en het kwaad. Wij mogen dag in dag uit het goede doen en aan het goede werken, ook vandaag weer, dat is ook de manier om tegen het kwade op te staan.

Hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht

zondag, 28 november, 2010

Jesaja 5:1-7

Het beroemde lied van de wijngaard van Jesaja. Dat luidt de periode in die wij advent noemen. De periode waarin de Kerk verwacht dat de bevrijder van Israël zal komen. Die komst vieren we met Kerst, maar die komst verwachten we eigenlijk nog steeds. Wat die komst zal betekenen voor de wereld weten we sinds de komst van Jezus van Nazareth. Omdat we sinds hem ook weten dat die wereld van recht en gerechtigheid ook werkelijk kan komen, dat wij recht kunnen betrachten en gerechtigheid kunnen verspreiden. Niet dat we dat uit onszelf kunnen. Zelfs in een land overvloeiende van melk en honing wisten de mensen dat niet vol te houden. Zo’n land is bedoeld om te delen. Zo’n land is bedoeld om de armen recht te doen, de zwaksten in de samenleving, de weduwe en de wees. In zo’n land kun je een samenleving opbouwen waar ook de vreemdelingen die met je meewerken een volwaardige plaats hebben en zelfs mee kunnen eten bij de heilige maaltijden ter ere van de God die je dat land heeft gegeven. Maar het volk Israël wist dat land geen vrucht te laten dragen. Dat delen gebeurde niet en de armen werden verwaarloosd en de vreemdelingen gediscrimineerd. Geen enkele reden voor andere volken om het voorbeeld van Israël na de volgen en zich te wenden tot Jeruzalem om de God van Israël na te volgen en met hem een verbond aan te gaan. Ook in onze dagen lukt het niet om als mensen een voorbeeld te stellen dat navolging verdient. Daarom zijn de waarden en normen van recht en gerechtigheid, de Bijbelse waarden en normen, niet de waarden en normen van het verleden maar van de toekomst. Daar moet het heen, daar had het altijd al heengemoeten, maar mensen die zeggen er in te geloven maar het niet doen kijken dan altijd liever naar het verleden. Het zijn prachtige verhalen maar niet haalbaar in onze wereld. Het Evangelisch Radikalisme klinkt wel mooi maar is luchtfietserij, zoiets als die engelen die door het luchtruim zwevend zingen van vrede op aarde en in mensen een welbehagen. Daarom lezen we deze hoofdstukken uit het boek van de profeet Jesaja in de tijd van de advent. We mogen immers door Kerst weten dat het zal gebeuren, dat het kan, dat het geen luchtfietserij is of dagdromen zijn maar dat het de harde realiteit is van de toekomst van deze wereld. Willen we daar bij horen of lopen we daarvoor weg, dat is de vraag. Doen we mee met de mode van vandaag, de mode van ieder voor zich, of blijven we streven naar een samenleving van samen, die vruchtbaar is voor de hele bewoonde wereld. De waarschuwingen die Jesaja namens de God van Israël doorgeeft zijn ook waarschuwingen voor ons. Dat wij onze gepensioneerden laten lijden onder de diefstal door corrupte bankeigenaren, dat wij de wajongers en de wsw’ers laten betalen voor aan de woonlasten voor de mensen met de hoogste inkomens in ons land, dat wij de armen in Afrika in hun eigen sop gaar laten koken in plaats van te investeren in hun mogelijkheden voor zichzelf te zorgen en zich aan te sluiten bij een eerlijke wereldhandel. Wij zullen het anders moeten aanpakken. Gelukkig dat we daar elke dag weer opnieuw aan mogen werken, ook vandaag weer.

Kijk naar de vijgenboom

zaterdag, 27 november, 2010

Lucas 21:29-38

Uit de brieven die in het Nieuwe Testament staan is duidelijk geworden dat de eerste Christenen dachten dat het einde van de geschiedenis nog tijdens hun leven zou plaatsvinden. De woorden van Jezus van Nazareth die we vandaag lezen geven daarvoor ook wel aanleiding. In de loop van de eeuwen is de verwachting afgezwakt en nu hoor je vaak dat hij het gewoon mis had of dat de mensen hem verkeerd hadden begrepen. Dat laatste hoor je nog het vaakst want een Jezus van Nazareth die het verkeerd had is voor gelovigen niet altijd even voorstelbaar. Toch blijft zo’n gedeelte als we vandaag lezen van groot belang. We hebben immers de neiging de dingen om ons heen te verwaarlozen en meer te letten op de zorgen van alledag. Je kunt niet de hele wereld op je nek nemen en elke dag gebeurd er wel ergens iets van een ramp. Dan weer is er een gezinsdrama, dan weer zitten ergens mijnwerkers vast, dan weer is er een tropische storm die het leven van arme mensen volledig verwoest, of er is een vulkaanuitbarsting die mensen van huis en haard verdrijft, ook oorlogen gaan altijd maar door. Elke dag is er weer wat anders. In dit gedeelte uit de Bijbel lezen we dat we elke dag weer op al die rampen moeten letten. Dat we ons moeten realiseren wat de tekens zijn die we zien om ons heen. Hoe ontvangen we iemand die uit een psychiatrische behandeling komt? Is die welkom, of zijn we er bang voor. Plakken we een etiket of geven we die een nieuwe eigen plaats in onze samenleving. Wat doen we met de zwervers in onze buurt? Organiseren we samen een opvang? Of jagen we ze alleen maar weg. Wat doen we met de vreemdelingen die zich niet lijken aan te passen? Gaan we in gesprek, vertellen we wat we verwachten? Geven we ze een plek voor hun geloofsbeleving zoals wij ook een plek hebben? Zorgen we dat ze onze taal leren spreken en laten we ze weten dat we het spreken van onze taal zeer op prijs stellen? Helpen we ze met opvoeding van kinderen in een voor hen totaal vreemde samenleving? Als we echt om ons heen weten te kijken zien we de knoppen aan de bomen en weten we dat de zomer komt maar dat het nog geen zomer is. Als de bladeren verkleuren en van de bomen vallen weten we dat de winter komt maar dat het nog geen winter is. En als de winter komt moeten we zorgen voor zoutopslag om de gladheid van de winter te kunnen bestrijden. Zo moeten we ook op de mensen om ons heen letten en op tijd hen de helpende hand toesteken als dat nodig is. En als er een ramp is dan komen we samen in aktie. Dat is de opdracht die we vandaag mogen lezen. Dan gaat het niet om het einde van de geschiedenis maar om de komst van het Koninkrijk van Jezus van Nazareth. Want als we zo leven en we zorgen dat anderen daarin meegaan dan breekt dat Koninkrijk door. Wij mogen er elke dag aan werken, ook vandaag weer.

Jullie verlossing is nabij!

vrijdag, 26 november, 2010

Lucas 21.20-28

Het gedeelte dat we vandaag lezen is in tijden van oorlog of grote rampen vaak gebruikt om de “waarheid” van het Evangelie te bewijzen en het einde der tijden aan te kondigen. Omdat het einde der tijden er steeds niet was, en het er niet naar uitziet dat het binnen enkele miljoenen jaren zal komen werd de voorspelling die Jezus van Nazareth werd toegeschreven uiteindelijk een belachelijke zaak. Terecht want hij voorspelt het einde der tijden niet. Overal in het Nieuwe Testament staat dat het einde der tijden zeer onverwacht zal komen, als een dief in de nacht zegt Jezus van Nazareth zelf ergens. Maar de voorspelling die hier wordt gedaan is zeer concreet. Als Jeruzalem omsingelt is berg je dan maar. De spanningen tussen Joden en Romeinen zijn zo opgelopen dat een gewapend conflict niet kan uitblijven. Ook aan Jezus van Nazareth was gevraagd wanneer nu de lang verwachte opstand zou komen en hij had meer en meer er op gewezen dat een keuze voor geweldadig verzet een zeer verkeerde keuze zou zijn. Maar dat er een opstand zou uitbreken stond kennelijk voor hem vast. En als je in opstand komt tegen het machtige Romeinse Rijk berg je dan maar. Dan gaat alles en iedereen er aan, dan wordt Jeruzalem verwoest., blijft er van de Tempel niets meer over en zullen de straten rood zien van het bloed van de slachtoffers. De eerste lezers van dit verhaal zullen instemmend geknikt hebben. Zo was het gegaan in het jaar 70 toen de Tempel verwoest werd en de Joden over het hele Romeinse Rijk werden verspreid. En die komst van de Mensenzoon dan? Die zou toch de bevrijder van Israël zijn? In de kerken is zijn komst lang aangekondigd als het begin van het einde der tijden. Elk ogenblik kan die komen werd er gezegd en hoe donkerder de tijden waren hoe meer die werd verwacht. Er werd aan voorbij gegaan dat die bevrijder van het Romeinse geweld inderdaad kwam na de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem. De verspreiding van de Joden betekende ook de verspreiding van de eerste Christenen. Die kwamen in de gemeenten die door Paulus en de zijnen waren gesticht. En het duurde maar een paar 100 jaar of het hele Romeinse Rijk met al haar goden nam het Christendom aan als staatsgodsdienst. Een overwinning van onderop, zonder geweld, die tot op vandaag ongehoord is in de geschiedenis. Een overwinning van de Geest. Die tegelijk doet beseffen dat die overwinning nog nooit compleet is. Die is gestopt bij uitwendige religieuze ceremonies en organisatie. Die overwinning zou de bevrijding van de armen hebben moeten brengen maar dat werd toen vergeten en dat vergeten we nog steeds. We leggen de redding nog steeds buiten ons maar we zijn opgeroepen om de Wet in ons hart te laten beitelen en Christus in ons te laten wonen, ofwel, we moeten zelf aan de slag. Pas als we gehoorzaam de bevrijder van Israël volgen in de zorg voor de minsten in de samenleving, de minsten in de wereld, dan breekt aan wat zo luisterrijk wordt beschreven. We mogen blij en dankbaar zijn dat alle mensen er elke dag weer opnieuw mee mogen beginnen. Als het alleen aan ons ligt komt het er nooit van maar voortdurend worden we er op aangesproken, sta op, de verlossing is nabij, aan het werk, ook vandaag weer.

Alles zal worden afgebroken

donderdag, 25 november, 2010

Lucas 21:5-19

We willen zo graag zelf de regie houden op ons leven en onze levensomgeving. Het tuinpad van mijn vader moet eindeloos hetzelfde gevoel geven als het vroeger deed toen we nog jong waren. Maar alles op de wereld is voortdurend in verandering. Niets is wat het vroeger was en de geschiedenis herhaalt zich niet echt. Natuurlijk, mensen blijven mensen. Daarom zullen er altijd oorlogen zijn en zullen we altijd van verre oorlogen horen en ze tegenwoordig ook kunnen zien op de televisie. Er zijn in de afgelopen jaren zelfs oorlogen uitgevochten die van begin tot eind rechtstreeks werden uitgezonden op de televisie. Velen herinneren zich ook nog de schrik toen ze zich realiseerden dat het vliegtuig dat ze in zagen vliegen in een hoge wolkenkrabber in New York daar op hetzelfde moment naar binnen vloog en dat het geen herhaling was. Wanhopig zoeken mensen naar een houvast in de chaos die het leven met zich brengt. Waarzeggers, toekomstvoorspellers, astrologen en geestenfluisteraars, kaartleggers en bolkijkers verdienen er soms kapitalen aan. De Bijbel zegt dat je alleen kunt zeggen dat het zal komen. De aarde zal beven, natuurrampen zullen geschieden, er zullen epidemieën uitbreken en as en roet zal zich over de aarde verspreiden en het zonlicht tegenhouden. Dat gebeurde in de dagen van Jezus van Nazareth, dat gebeurde in onze geschiedenis en het zal opnieuw gebeuren. Jezus van Nazareth hield zijn volgelingen voor dat ze ook om hun geloof vervolgd zouden worden. Ook nu zijn er landen op aarde waar gelovigen er rekening mee moeten houden vervolg te worden, al geld dat niet alleen voor volgelingen van Jezus van Nazareth. Niemand zal durven te ontkennen dat in onze jongste geschiedenis een verschrikkelijke vervolging van Joden heeft plaatsgevonden. En het lijkt er op dat er ook een vervolging van moslims zou kunnen plaatsvinden. Ze worden al gewantrouwd en soms ten onrechte verdacht van terroristische plannen. Dat wat in de natuur gebeurd kunnen we weinig beïnvloeden. Maar dat wat tussen mensen gebeurd des te meer. Elke keer als er een ramp gebeurd is er ook een beroep op mensen om hulp te bieden en mensen niet aan hun lot over te laten. Elke keer als er spanningen zijn tussen de mensen is de vraag wie vrede en recht durft te brengen. Daarom de roep je leven te redden door standvastigheid. Want niet de roep om regie over ons eigen leven, te weten wat ons staat te wachten, moet ons gedrag bepalen maar de liefde voor Jezus van Nazareth door wie wij van onze naaste kunnen houden als van onszelf en die ons de kracht geeft op te komen voor de minsten in onze samenleving, vrede te brengen en recht te doen. Dat kunnen we elke dag weer opnieuw, ook vandaag nog.

Dit alles is slechts een schaduw

woensdag, 24 november, 2010

Kolossenzen 2:16-3:4

De gemeente in Kolosse leefde temidden van een roerige religieuze wereld. Door de veroveringen van het Romeinse Rijk en de vermenging van volken en bevolkingsgroepen had men kennis gemaakt met tal van religies en gebruiken. Omdat daardoor ook vaak de relativiteit van de eigen overtuigingen duidelijk was geworden kwamen er ook veel mensen die hun eigen geloof loslieten en op zoek gingen naar betere levensovertuigingen. Daarbij kwamen ze terecht bij stromingen die de geestenwereld voorop zetten en pretendeerden boodschappen te ontvangen van overledenen. Ook stromingen die aan allerlei voedingsvoorschriften en gewoonten het geluk toeschreven. In Joodse kringen was ook een heel verhaal over engelen en hun hierarchie en taakverdeling ontstaan. Zo zelfs dat mensen die engelen gingen vereren. Sporen daarvan zijn overigens ook in de Bijbel terug te vinden als we lezen over aartsengelen en namen tegenkomen als Gabriel en Michael. De brief aan de gemeente van Kolosse verwerpt al die praktijken. Jezus van Nazareth had al zijn geboden samengevat in het heb Uw naaste lief als Uzelf en dat is genoeg. Als je wil weten hoe je dat dan moet doen dan is er de Joodse Bijbel waar je alles in terug kunt lezen. Voor ons is er dan inmiddels ook nog het Nieuwe Testament. Andere geboden en voorschriften heb je niet nodig. En contact met een geestenwereld leidt alleen maar tot bedrog en oplichterij. Het gaat er immers om uiteindelijk de hemel op aarde te brengen en op dat hemelse, het goede en niets dan het goede, dienen wij ons te richten. Ons eigen ik, ons eigen lot, onze eigen toekomst zijn niet meer belangrijk. Het gaat er om hoe het met onze samenleving gaat en of die ingericht is op de zwaksten en de minsten. Wij gaan voor in het delen met anderen en proberen daar zoveel mogelijk mensen in mee te krijgen. Dan komt die hemel op aarde er ook echt en zal de bevrijder van Israël in luister verschijnen als redder van de wereld. Dit gedeelte zou ook aan ons geschreven kunnen zijn. Ook in onze dagen zijn veel mensen de relativiteit van hun kerkelijke overtuigingen in gaan zien. Veel mensen hebben in de gaten dat het niet meer gaat om vroeger geformuleerde leerstellingen maar om  hoe dat geloof leeft in je eigen leven. Maar dat loslaten heeft ook een risico. Ook in onze dagen zijn er mensen die pretenderen met een geestenwereld contact te hebben en dat je daar je geluk aan kunt ontlenen. Ook in onze dagen zijn er voedingsvoorschriften, magische stenen, sterren die je toekomst voorspellen, gymoefeneningen en noem maar op die de moderne mens een religie verschaffen. Maar nog steeds gaat dat geloof in Jezus van Nazareth er over hoe ook onze samenleving ingericht is op de armsten, op de hongerigen in de derde wereld, op de Wajongers, op de WSW’ers en gehandicapten. Wij kunnen en mogen daar elke dag aan werken. Ook vandaag weer.

Hij heeft hen openlijk te schande gemaakt

dinsdag, 23 november, 2010

Kolossenzen 2:6-15

Er zijn van die stukken in de Bijbel die je eerst van het theologisch gebazel van eeuwen moet ontdoen voordat je hun schoonheid weer kan ontdekken. Vandaag hebben we weer zo’n stuk. Daarvan zullen zogenaamde voorgangers en predikanten zeggen dat het ze aantoont dat de brieven uit het Nieuwe Testament niet over maatschappelijke verhoudingen gaan maar om een persoonlijke verhouding tot God. Niets is minder waar en dat blijkt uit dit Bijbelgedeelte. Het begint met vast te stellen dat je bevrijder Jezus van Nazareth als Keizer hebt aanvaard. Want het woord dat keurig met Heer wordt vertaald is hetzelfde als waarmee de Romeinse Keizer werd aangesproken en als God vereerd. En als je de gezalfde, Christos, vertaald met het Hebreeuwse Messias, gezalfde bevrijder, dan ben je helemaal thuis. Die Jezus van Nazareth heeft voor jou als gelovige dezelfde macht en positie als de Keizer in Rome. Je mag blij zijn dat je bevrijd bent van de willekeur van aardse keizers en niet meer bang voor hun macht hoeft te zijn. Je hoeft het niet te doen met holle en misleidende theoriën over een geestenwereld of de macht van de sterren en hun invloed op jouw leven. Die theorieën komen nooit verder dan wat je toch al wist uit de wereld en houden je zeker niet een liefde voor die zelfs door de dood heen is vol te houden. Want op de manier waarop Jezus van Nazareth wist te sterven werd duidelijk waar het bij de God van Israël nu eigenlijk over gaat. En als je één bent met die Jezus van Nazareth dan kun je dat zelfde ook. Dan hoor je bij dat volk waarmee dat verbond is gesloten, want door je doop ben je ook door de dood heengegaan. Als je volwassen was toen je werd gedoopt heb jezelf voor die liefde gekozen en als je een kind was dan had je ouders die zo zeer van je hielden dat ze de verbondenheid met Jezus van Nazareth voor jou onontkoombaar vonden. Het kruisigen van een onschuldige, maar vooral ook van de meest liefhebbende mens die ooit heeft bestaan zet alle machthebbers die lichtvaardig met het leven van anderen omgaan te schande. En de veroordeelde wordt daardoor tot meer mens gemaakt. Zijn grenzeloze liefde komt er des te meer door uit. Je weet natuurlijk best dat je geen Jezus van Nazareth bent. Zo goed doet dus niemand het. Maar aangezien je elke dag mag werken aan zijn droom van een nieuwe wereld, waarin alle tranen gedroogd zullen zijn, kan niemand jou veroordelen over wat je verkeerd doet. Wat er in de wereld verkeerd is en waaraan gewerkt moet worden ligt niet langer aan jou en hoeft ook niet langer zo te blijven. Elke dag opnieuw mogen we er aan werken dat het anders wordt, ook vandaag weer.

Zo wil ik hen bemoedigen

maandag, 22 november, 2010

Kolossenzen 1:24-2:5

Aan de Kolossenzen is uitgelegd hoe Jezus van Nazareth de vrede wist te bewaren ondanks zijn gevangenneming en kruisiging. Daardoor kon hij zijn liefde door de dood heendragen en was hij tastbaar en voelbaar bij zijn leerlingen aanwezig ook na zijn dood. Dat hij naar de hemel was gegaan bleek daarvoor geen belemmering. Die leerlingen gingen voort in zijn Geest en gesteund door zijn Geest. In deze brief wordt nu verteld hoe Paulus eigenlijk hetzelfde meemaakt. Paulus zit onschuldig gevangen. Hij werd gevangen omwille van zijn geloof en omdat economische belangen van anderen gevaar liepen door zijn overtuigingen. Paulus had natuurlijk kunnen oproepen tot een opstand. Hij had veel gemeenten gesticht en die gemeenten konden zich met geweld verzetten tegen de Romeinse onderdrukking. Maar dat deed Paulus nu net niet. Daarmee bemoedigde hij de jonge gemeenten, houd vol, werk door, blijf het goede doen en niet dan het goede en laat je niet verleiden het kwade te gaan doen. Dat is de boodschap die voortdurend weer terugkeert en die in de aanloop naar de grootste en laatste Joodse opstand tegen de Romeinen zeker op z’n plaats is in gemeenten van Joden en Heidenen die smachten naar bevrijding van de Romeinse onderdrukking, naar opheffing van de slavernij. Hier wordt verteld hoe zwaar dat moet zijn geweest, gevangenschap verduren terwijl bevrijding om de hoek zou kunnen liggen. Maar Paulus en zijn leerlingen beseffen dat oproepen tot een opstand met geweld alles kapot zou maken wat met zoveel moeite is opgebouwd. De kracht van de nieuwe gemeenschappen moest zich bewijzen. Die kracht, de kracht van liefde voor de minsten, zou uiteindelijk het hele Rijk, de hele wereld, overnemen. De verleiding de macht van die gemeenten ook in een vroeg stadium met geweld te laten merken is groot. Rondreizende predikers probeerden overal steun te werven voor de voortdurende opstanden. Tal van messiassen beloofden het volk Israël te bevrijden van de Romeinen. Jaren later zou deze brief aan de Kolossensen indruk maken op de mensen rond de Middellandse Zee die de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 hadden meegemaakt. Paulus en de zijnen hadden het goed gezien. Ook in onze dagen is de verleiding groot ons met geweld te verzetten tegen het uit elkaar drijven van bevolkingsgroepen op grond van hun geloof, tegen bezuinigingen op de zwaksten in de samenleving als Wajongers en WSW’ers. Die neiging tot geweld moeten ook wij bedwingen. Alleen door ze op te nemen in onze gemeenschappen, alleen door in liefde de aandacht van de samenleving op hen te richten en op de mogelijkheid met iedereen samen te leven zal uiteindelijk de samenleving, ook de onze, veranderen. Maar daar kunnen wel elke dag weer aan werken, ook vandaag.

Door vrede te brengen

zondag, 21 november, 2010

Kolossenzen 1:12-23

De beweging van Jezus van Nazareth lijkt de enige beweging geweest te zijn die geen geweld heeft gebruikt tegen de Romeinen. Vanaf de geboorte van Jezus van Nazareth was er de ene na de andere opstand geweest tegen de Romeinen. Maar toen er werd opgetreden tegen Jezus van Nazareth beval deze zijn volgelingen het zwaard op te bergen en gaf hij zich over zoals een lam zich overgeeft aan de slachter. Zelfs aan het kruis vroeg hij nog vergiffenis voor hen die het hem hadden aangedaan en had hij aandacht voor zijn familie en zijn medeslachtoffers. Dat voorkwam zeker een volksopstand. In alle verhalen over Jezus van Nazareth staat beschreven hoe groot zijn aanhang wel niet geweest is en in deze brief stond al beschreven dat dit verhaal alle uithoeken van de toen bekende wereld had bereikt. Die vrede, dat afzien van geweld om de samenleving te veranderen is een geschenk. Ook in onze dagen waar iedereen het zijne probeert te krijgen desnoods met geweld. Daarmee is volgens deze brief Jezus van Nazareth het beeld geworden van de God van Israël, onzichtbaar want nergens in beeld of beelden gevangen. Zoals de schepping van de God van Israël goed was zo is Jezus van Nazareth de belichaming van het goede, het eerste goede dat geboren was volgens de normen van die schepping. Daarmee stijgt hij uit boven alles was zich op aarde verheven vindt, is hij sterker dan alles en iedereen die zich sterk waant. Jezus van Nazareth bestaat, van hem is het een en ander te zeggen, hij heeft immers onder ons gewoond. Van de God van Israël was niets te zeggen, die gaat alles te boven en dus zou hij volgens de filosofen niet bestaan. Gelovigen weten wel beter, die God gebeurt, die schept geschiedenis en bovenal was hij gebeurt in Jezus van Nazareth, mens uit mens geboren. Zijn dood betekende dat het kan, liefde door de dood heen volhouden. Maar dat moet je dan ook blijven geloven. Geloven in de hoop dat de nieuwe aarde zal aanbreken, Lucas noemde dat het Evangelie van de bevrijding van de armen. Die nieuwe aarde werd zichtbaar in de gemeenschappen die zich overal hadden gevormd, ook in Kolosse. Het gestalte geven aan die nieuwe wereld was binnen die gemeenschap al moeilijk genoeg. Maar die gemeenschap zou zich ook moeten uiten in de samenleving waarin zij bestond. Zij kon niet verborgen blijven, zorg voor mensen die door anderen aan de kant waren gezet of ter dood waren veroordeeld kan alleen maar opvallen. Vandaag de dag gaat dat hetzelfde, het zullen gelovigen moeten zijn die het opnemen voor de Wajongers die deelname aan de samenleving wordt ontzegt en voor de medewerkers van sociale werkplaatsen die hun beschermde werkplek dreigen te verliezen. En natuurlijk het opnemen voor de allerarmsten in de armste landen van de wereld. Maar dat werken in het Koninkrijk van God kunnen we allemaal elke dag, ook vandaag weer.