Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor oktober, 2010

Ze vergelden goed met kwaad

zondag, 31 oktober, 2010

Psalm 38

Wie goed doet goed ontmoet? Vergeet het maar, stank voor dank krijgen is nog wel het minste dat je vaak moet verwachten, de psalmdichter wiens psalm we vandaag meezingen zag zelfs goed met kwaad vergelden. Vandaag zingen we mee met een psalm om te herdenken, om te vieren. En dan niet een feestdag of herdenkingsdag zoals Hervormingsdag op 31 oktober is, of allerzielen op 2 november als aan alle gestorvenen wordt gedacht. Je moet hierbij eerder denken aan de dagelijkse offers die elke morgen en elke avond in de Tempel werden gebracht ter verzoening van het volk met de God van Israël en waarbij iedereen ook persoonlijk kon meebidden. Deze psalm begint met een gebed van iemand die ernstig ziek is geworden van de manier waarop hij heeft geleefd. Een life-style ziekte zouden we tegenwoordig zeggen. Overmatig eten en overmatig drankgebruik was ook in de dagen van het Oude Testament bekend. Dat mensen daar aan dood konden gaan wordt op verschillende plaatsen in de Bijbel beschreven. Te veel roken of drugs gebruik zal er niet zoveel bijgeweest zijn maar een leven van rust, reinheid en regelmaat zal ook in die dagen maar al te gemakkelijk verstoord en verwaarloosd kunnen zijn. Met dat soort leven is een dagelijks herinneren of herdenken geen verkeerde zaak. Je elke dag een gezonde lifestyle voorhouden kan je leven verlengen en je in elk geval behoeden voor kwalijke ziekten als overgewicht, hoge bloeddruk en hartfalen. De dichter klaagt er over dat hij zijn geliefden zelfs niet meer ziet, zo ziek kan hij zijn. En hoewel een leven van louter goed doen ook zijn nadelen heeft, het roept gemakkelijk vijanden en bespotting op, overweegt de psalmdichter in het laatste deel dat het toch de beste manier van leven is. Het is de Weg die de God van Israël heeft gewezen als redding van een leven van lucht en leegte, een doods en dor leven dat, zo weten we vandaag de dag ook, kan leiden tot ziekte en dood. Natuurlijk hebben mensen bewondering voor je als je afgevallen bent, maar ze proberen je gelijk ook weer te verleiden iets tussendoor te snoepen waardoor al je afvallen teniet wordt gedaan. Natuurlijk is het goed als je je matigt in je alcoholgebruik en helemaal niet meer drinkt als je moet rijden, maar aan het eind van elke dag staat er even zo vaak weer een glas drank klaar om iets ergens over te vieren. Wees dan maar eens associaal en doe niet mee. De Bijbel houdt ons een keuze voor, er is dood en er is leven, kies dan het leven. Dat is de redding van de God van Israël, laat die alleen de baas zijn en steun ook anderen die deze steun nodig hebben. Verzet je gerust tegen het overmatig alcoholgebruik in je bedrijf of organisatie. Vraag gerust om gezond eten in de bedrijfscantine en mogelijkheden je regelmatig te bewegen. Want wie het goed doet, gaat het ook goed, doe het dus samen, ook vandaag weer.

U bestudeert de Schriften

zaterdag, 30 oktober, 2010

Johannes 5:39-47

Jezus van Nazareth citeert zeer regelmatig de Schriften, het Oude Testament. De schrijvers van de vier evangelieën citeren overigens niet de Hebreeuwse Bijbel zoals wij die nu kennen en die ook als basis heeft gediend voor de Nieuwe Bijbel Vertaling, maar ze citeren de Griekse vertaling bijgenaamd de vertaling van de 70, LXX of de Septuagint. Toch staat Jezus van Nazareth niet bekend om alle uren studie die hij zou hebben gepleegd of om het mooi reciteren van lange stukken uit de Hebreeuwse Bijbel. Hij staat bekend om zijn zorg en hulp aan de mensen. Die vijf galerijen vol met zieken en gehandicapten kon hij niet voorbij lopen zonder aandacht aan een zieke te schenken. Hij laat het verschil zien tussen de inhoud en de bedoeling. De inhoud van die Hebreeuwse Bijbel is mooi maar de bedoeling is mooier, het gaat ook daar om de liefde voor God die zich uitdrukt in liefde voor de mensen. Vooral in liefde voor de zwakste mensen, de armen, de weduwen en de wees, de mensen die recht moet worden gedaan. In de discussie die is ontstaan over het feit dat Jezus van Nazareth een man op de Sabbath zijn matras had laten verhuizen van die verzameling zieken bij de Schaapspoort naar zijn eigen huis wijst Jezus van Nazareth er nog maar eens op dat de zorg voor een zieke nu juist het hart van de geschriften van Mozes had gevormd. Wat hij doet is beschreven in de Wetten van Mozes, die moet je niet zozeer kennen maar die moet je vooral doen, dag en nacht, dag in dag uit en juist op de Sabbath die zozeer gewijd is aan de aarde die de God van Israël voor de mensen heeft geschapen, de aarde waarvan God zag dat die goed was. De Wetten van Mozes klagen dus hen aan die er de mond van vol hebben zonder ze ooit te doen naar de bedoeling. Ze worden wel naar de letter uitgevoerd. Natuurlijk de Farizeeën zullen niet liegen, zullen niet stelen en niet moorden, ze zullen niet echtbreken of overspel plegen. Ze geven gerust aalzmoezen aan arme mensen langs de kant van de weg en geven een tiende van hun inkomen aan de Tempel, ze vasten van tijd tot tijd allemaal nuttige en fraaie zaken. Maar een hand uitsteken naar die bedelaars langs de weg is er niet bij, opzoeken van belastinggaarders, de tollenaars, om te zorgen dat het volk niet onnodig wordt uitgeperst is er niet bij. Een keer gaan zorgen voor die zieken en gehandicapten bij de Schaapspoort is er niet bij. De gevangenen opzoeken die door de Romeinen worden gemarteld is er al helemaal niet bij. Het is het conflict tussen de religieuze bovenlaag die een geestelijk verstaan van de Bijbel voorstaan, de godsdienst thuis willen houden en zeker niet in het publieke domein, en de mensen van modder en drek voor wie het allemaal draait om de bevrijding van honger en ellende waartoe de God van Israël de weg heeft gewezen en bereid. Die weg mogen wij ook elke dag weer gaan, ook vandaag weer.

Ik kan niets doen uit mijzelf.

vrijdag, 29 oktober, 2010

Johannes 5:30-38

Ergens in de Evangelieverhalen wijst Jezus van Nazareth op de bomen en zegt dan dat je aan de vruchten de boom kunt herkennen. De genezing van de verlamde op de Sabbath, rond een van de feestdagen waarop je naar de Tempel moet, heeft een discussie los gemaakt over de aard van zijn persoon. Is dit nu iemand van God of worden we voor de gek gehouden en breekt iemand Gods werk af? Jezus van Nazareth wijst er op dat hij de Weg volgt die de God van Israël hem gewezen heeft. Maar hoe weten we dat? Wie zegt dat het waar is? Kennelijk hebben de religieuze autoriteiten mensen naar Johannes de Doper gestuurd om te vragen wie die Jezus van Nazareth nu eigenlijk was. Johannes de Doper was een belangrijk profeet geworden. Er staat over hem geschreven dat het hele volk zich door hem liet dopen in de Jordaan. Ook Jezus van Nazareth had dat laten doen. Dus het oordeel van Johannes de Doper is niet onbelangrijk. Maar met dat hij het zegt lijkt Jezus van Nazareth zich te realiseren dat hij nog een andere getuige heeft. Dat zijn zijn daden. Hij bracht immers de Tempel weer in overeenstemming met de bedoeling van de God van Israël, een plaats van ontmoeting en godsdienstoefening. Die oefening vond iedere dag plaats als er verzoeningsoffers werden gebracht in de ochtend en in de avond. Je kon de dag met God beginnen en met God afsluiten. Maar de grootste oefeningen werden gehouden rond de grote pelgrimsfeesten als iedereen naar de Tempel in Jeruzalem trok om daar een maaltijd te houden met de familie, de armen, de tempeldienaren en de vreemdelingen die hen hielpen. Zonder gestoord te worden door handelaren en wisselaars kon het volk dat dankzij Jezus van Nazareth weer doen. En hij stak zijn hand uit naar de lammen, de mensen die langs de weg zaten, de zieken bij die bron bij de Schaapspoort. Daar was een man die na bijna 40 jaar weer was gaan lopen. En was die aandacht niet de uiteindelijke bedoeling van de Sabbath, toen God rustte en zag dat wat hij aan mensenland geschapen had goed was? Ook in onze dagen pretenderen vele voorgangers namens de God van Israël, zelfs namens Jezus van Nazareth te spreken. Op grond waarvan? Wie zegt dat het zo is? Kennelijk hebben ze allemaal dezelfde getuige nodig als Jezus van Nazareth: God zelf. Aan het werk van hun handen kun je de ware voorganger herkennen. Worden de hongerigen gevoed? Gaan de lammen lopen? Wordt er met vreemdelingen maaltijd gehouden en verzetten ze zich tegen het opstoken van groepen op grond van verschillende geloofsopvattingen? Worden bedroefden getroost? Het zijn de vruchten die we allemaal elke dag weer kunnen voortbrengen. En met dat voorbrengen verkondigen we het Woord van die God en de komst van zijn Koninkrijk ook vandaag weer.

Wie het goede gedaan heeft

donderdag, 28 oktober, 2010

Johannes 5:24-29

Er wordt in de Bijbel en vooral in het nieuwe Testament, op twee manieren gesproken over “doden”. Meestal gaat het niet over gestorven en begraven mensen maar over mensen die in zo’n onderdrukte situatie zijn dat er niets meer van hun eigen persoonlijkheid over is en dat ze dus net zo goed dood kunnen zijn. Denk daarbij aan slaven, gevangenen, gehandicapten, hongerigen en slachtoffers van geweld. Die komt Jezus van Nazareth in overvloed tegen en daartegen heeft hij de boodschap: “Sta op” en ze staan op. Johannes heeft daarom net hiervoor dat verhaal vertelt van die man die al bijna 40 jaar op een matje lag. “Zo zijn er heel veel mensen” zegt Jezus van Nazareth, “die mij zullen horen en zullen opstaan”. Maar er is nog een andere manier om over de opstanding van doden te spreken. Daarbij gaat het wel degelijk over het opstaan van mensen die dood en begraven zijn. Die manier van spreken is ontstaan in de tijd van de bezetting van Israël door de Grieken. In Rooms-Katholieke Bijbels kom je wel het boek Makkabeeën tegen en dat verhaal weerspiegeld heel goed hoe dat denken over opstaan van doden gegroeid is. In dat verhaal gaat het over mensen die vast hielden aan de wetten van Mozes, ze weigerden varkensvlees te eten. Omwille van dat geloof werden ze vreselijk gemarteltd, levend werden ze gevild voordat ze gedood werden. Het gaat daarbij om een moeder en haar zonen, eerst werden de zonen gemarteld en gedood en daarna de moeder. In het Joodse denken sloop daarna de opvatting dat het toch wel heel onrechtvaardig zou zijn als de beulen vrijuit zouden gaan en de slachtoffers niet beloond zouden worden voor hun geloof. Dat zou een God van Israël toch niet laten passeren. De opvatting van een leven na de dood en van een oordeel aan het eind van de geschiedenis vindt hier haar oorsprong. Zo wordt het hier ook door Jezus van Nazareth verteld. De mensen die het goede gedaan hebben staan op om te leven en de mensen die niet dat goede gedaan hebben worden veroordeeld. De beelden uit de godsdienst van de Grieken over een hiernamaals waar straffen werden uitgedeeld en paradijselijke velden waar je eeuwig gelukkig kon zijn helpen natuurlijk ook bij deze gedachtevorming. In de dagen van Jezus van Nazareth was de onderdrukking door de Romeinen zo wreed dat aanhaken bij deze Joodse opvatting hem geholpen zal hebben. In de dagen dat Johannes zijn Evangelie geschreven heeft waren de eerste vervolgingen van Christenen geweest en de jonge gemeenten zullen hier troost aan hebben ontleend. Ook in onze dagen kan een beeld als hier bedoeld troostend werken. Maar we mogen nooit de eerste manier van spreken over “dood”en leven vergeten. Mensen die nu al zitten in een situatie waarin ze net zo goed dood zouden kunnen zijn moeten de boodschap “sta op” te horen krijgen, moeten worden bevrijdt van de dood. Daar kunnen wij levenden aan werken, elke dag weer, ook vandaag.

De Zoon kan niets uit zichzelf doen.

woensdag, 27 oktober, 2010

Johannes 5:14-23

Het beeld van de gelovige die zich ziet als een kind van God komt ook in het Oude Testament veelvuldig voor. Zeker in de Psalmen roepen de dichters God regelmatig aan als zijn kinderen. In dit gedeelte eigent Jezus van Nazareth zich dat beeld als het ware toe. De Farizeeën verwijten hem zich op één lijn te stellen met God als hij zijn werk op de Sabbath vergelijkt met het werk van zijn Vader, de God van Israël, die dag en nacht in de weer is voor zijn kinderen. Maar een Zoon die werkelijk zoon van God wil zijn kan niet anders dan gaan lijken op de vader en dus ook doen wat de Vader doet. Dat zelfde geldt natuurlijk voor een dochter van de vader, maar Jezus van Nazareth betrekt het heel direct op zichzelf. De vraag blijft natuurlijk of wij als volgelingen van Jezus van Nazareth dat dan ook zomaar mogen doen. Daarvoor moeten we wat dieper in het conflict duiken dat ons hier wordt verteld. We kennen natuurlijk nog het verhaal uit Genesis over Adam en Eva die beloofd werd dat ze zouden zijn als God, kennende goed en kwaad als ze zouden eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Kennis van goed en kwaad is dus bij uitstek de zonde waarvoor mensen kunnen vallen. De verlamde man die genezen was en op weg ging met zijn mat werd, toen hij in de Tempel kwam, nog eens door Jezus van Nazareth vermaand niet meer te zondigen. Ook hij had een conflict gehad met de Farizeeën toen ze hem hadden verweten op de Sabbath te werken. Maar je kunt niet aannemen dat Jezus van Nazareth hem hetzelfde verwijt maakte. Juist niet, het verwijt van Jezus van Nazareth is juist dat hij moet ophouden zich zorgen te maken over wat verkeerd zou kunnen gaan maar zich uitsluitend bezig houden met het goede. En daar zit ook het conflict over de Vader Zoon verhouding. Als in de Joodse cultuur een zoon weigerde te doen wat zijn vader hem had opgedragen dan zei men dat die zoon zich gelijk stelde aan zijn vader, hij wist het immers even goed, zo niet beter. Jezus van Nazareth laat zien dat gelijk stellen ook het tegendeel kan betekenen. Doen wat de Vader zegt maakt je een evenbeeld van de Vader. Daar gaat ook dat stukje over dat spreekt over leven en levend maken. Het is duidelijk dat Jezus van Nazareth de verlamde man weer tot leven heeft gewekt, sta op was het bevel tot hem. Als reactie wilden de Farizeeën Jezus van Nazareth ter dood laten brengen staat er dan. Maar de God van Israël is een God van het leven en zo is de Zoon ook een kind van het leven. Zo mogen wij ook kinderen van het leven zijn, kiezen voor het leven, zorgen dat anderen gaan leven, de hongerigen, de bedreigden, de slachtoffers van vervolging en geweld. Het klinkt elke dag weer door, wij mogen als kinderen van God werken voor zijn Koninkrijk, ook vandaag weer.

‘Wilt u gezond worden?’

dinsdag, 26 oktober, 2010

Johannes 5:1-13

Niet iedereen kan gezond worden maar als je je alleen afhankelijk maakt van een ander dan wordt je nooit gezond. Zelfs iemand met een gebroken rug wordt naar huis gestuurd door het ziekenhuis als die niet verteld waar de pijn zit. Jezus van Nazareth gaat naar Jeruzalem om één van de pelgrimsfeesten te vieren. Welk feest vindt Johannes niet zo belangrijk. Kenners van de godsdienst van de God van Israël weten dat je op elk feest eigenlijk naar de Tempel moet om daar een maaltijd aan te richten met je familie, de armen, de dienaren van de Tempel en de vreemdelingen die in je midden zijn. Op zijn wandeling naar de Tempel komen Jezus van Nazareth en zijn volgelingen langs Betzata, bij de Schaapspoort. Dat laatste staat er natuurlijk niet zomaar. Door de Schaapspoort brachten de herders hun schapen naar de stad en Johannes is bij uitstek de evangelist die Jezus van Nazareth als goede herder tekent. Betzata zegt ons niet direct wat maar daar waren wel vijf galerijen waar alle kreupelen en zieken van de stad bij elkaar lagen. Aan de ene kant te wachten tot het water ging bewegen dat hen beter zou maken en aan de andere kant op aalmoezen van voorbijgangers. Een beeld dat wij nu niet meer kennen maar misschien weer gaan meemaken als we zo doorgaan met bezuinigen op de zorgkosten. Jezus van Nazareth maakt duidelijk dat je niet bij de pakken neer moet gaan zitten. Bijna 40 jaar had de man die werd genezen gewacht op iemand die een hand uit zou steken. Dan krijgt hij het bevel om op te staan en zijn mat op te nemen. Het verhuizen van een mat is overigens werk en zulk werk mag je niet op de Sabbath doen, dan moet je juist op je mat gaan neerliggen en uitrusten. De pas genezen zieke wordt dus stevig terecht gewezen. Wie hem dat gezegd had had toch beter moeten weten, die had toch rekening moeten houden met de wetten van de Sabbath. De betekenis van het feest dat werd gevierd en de betekenis van de Sabbath waren kennelijk uit de samenleving verdwenen. Dat feest was ingesteld om te delen, de Sabbath om niet alleen aandacht voor het werk en de winst te hebben maar ook aandacht voor elkaar te kunnen hebben. En wat is nu meer aandacht voor elkaar te hebben dan je hand uitsteken naar een zieke en die laten opstaan. Wij kunnen dat bijna niet meer. Wij moeten werken op zondag, of winkelen, wij hebben een 24 uurs economie en wie zich ertegen verzet is ouderwets. Dat je vrijwilligerswerk in verpleeghuis of ziekenhuis zou kunnen doen ontgaat de actievoerders voor de koopzondag. Jezus van Nazareth wijst ze er in dit verhaal nog maar eens extra op. En ons wordt gevraagd die Jezus van Nazareth na te volgen en juist op de zondag hem na te volgen door extra aandacht te hebben voor de mensen die de aandacht van anderen zozeer nodig hebben. Wij kunnen voor het recht van zondagsvrijheid elke dag weer opkomen, ook vandaag weer.

Uw zoon leeft.

maandag, 25 oktober, 2010

Johannes 4:43-54

In het verhaal dat Johannes ons vertelt in zijn Evangelie is Jezus van Nazareth zijn werk niet begonnen in het Galilea waar hij was opgegroeid. Het spreekwoord was, zo wordt het hier ook geciteerd, dat een profeet in eigen land niet wordt geëerd. Jezus van Nazareth was wel begonnen met wonderen, volgens dit verhaal in Kana, in Galilea,  waar hij een bruiloft had gered. Daarna was hij naar Judea gegaan. Daar had hij de Tempel gereinigd van handelaars en geldwisselaars. Vandaag lezen we van de laatste van drie ontmoetingen waar Johannes ons over vertelt. De eerste was in Juda met Nicodemus, een overste van de Joden, iemand uit de regerende macht dus, de tweede was in Samaria met de Samaritaanse vrouw, die Jezus van Nazareth  bij de put ontmoette en de derde is weer in Galilea met deze hoveling, een vertegenwoordiger van het paleis dus. Alle drie hadden ze een eigen vraag. Nicodemus kwam in de nacht en vroeg wat hij als volgeling van Jezus van Nazareth zou moeten doen, de tweede kwam op het heetst van de dag bij de put en vroeg om levend water en de derde kwam hem onderweg in Kana tegen en vroeg weer een wonder. Want wonderen doen mensen geloven. Nu zou je toch een prachtige carrière kunnen opbouwen met het doen van wonderen. Wie kent Jezus van Nazareth ook niet van zijn wonderen want vele voorgangers en evangelisten hameren op de wonderen die hij heeft gedaan. Jezus van Nazareth zelf heeft het in alle vier evangelieën steeds over zijn hekel aan dat geloof in wonderen. Geloof moet je hebben in de God van Israël omdat die God je bevrijdt van dood en onderdrukking, dat geloven betekent dat je aan die bevrijding mee gaat doen door je naaste lief te hebben als jezelf. Maar deze vader houdt niet op na een logische afwijzing, hij houdt te veel van zijn zoon en dwingt Jezus van Nazareth bijna om met hem mee te gaan. Een liefde die zo groot is moet zo’n jongen wel genezen en zo is het. De koorts is van hem geweken, de zoon leeft. Dat klinkt in dit verhaal wel drie keer. Eén keer zegt Jezus het tegen de vader, één keer zeggen de slaven het als ze het goede nieuws aan de vader brengen en één keer zegt de vader het tegen zichzelf. De boodschap van dat geloof is dus het belangrijkste. Want Johannes vertelt nog eens uitdrukkelijk dat na dat wonder in Kana met die bruiloft er een heleboel is gebeurd, maar dit was pas het tweede wonder. En steeds is het zo dat liefde en geloof leven brengt. Dat was ook de inhoud van de gesprekken, dat was het ook wat er in de Tempel gebeurde, die Wet die daar werd bewaard ging over Liefde en niet over winst en profijt. Zo moet ook ons geloof over liefde gaan, niet over wonderen, maar over mensen die we recht willen doen, over leven dat we gunnen aan iedereen die nu nog door honger en geweld wordt bedreigd. Daarom werken we deze week extra hard voor Fair Trade, daarom werken we voor het Koninkrijk van God.

Die profeten verkondigen leugens

zondag, 24 oktober, 2010

Jeremia 14:11-22

Ook in onze dagen zijn er van die zogenaamde christenen die zeggen dat je een sterker land zou kunnen krijgen als je 1 miljard bezuinigt op de ontwikkelingssamenwerking. Ze zetten 10 duizenden verstandelijk gehandicapten op straat omdat het beter zou zijn voor de economie. Ze dwingen de gemeenten fors te bezuinigen op de uitkeringen voor de allerarmsten omdat er geen geld meer zou zijn. Maar de woonsubsidie voor de allerrijksten in het land handhaven ze en ze gedogen dat groepen in de samenleving tegen elkaar worden opgezet vanwege een verschillend geloof. De overeenkomsten met de dagen van Jeremia zijn duidelijk. Jeremia had zijn volk er op gewezen dat de afgoderij de spuigaten uit was gelopen met als dieptepunt het offeren van kinderen in het vuur aan de Moloch. God had hem gezegd dat het geen zin meer had dat het volk tot hem bad om ellende af te weren. Dit volk had de ellende over zichzelf afgeroepen. Jeremia probeert nog een keer om het voor zijn volk op te nemen. Al die arme mensen konden er toch niks aan doen dat ze zo verkeerd deden want er waren profeten die in de naam van de God van Israël vertelden dat het goed ging met het volk als ze maar bondgenootschappen met grootmachten sloten en zorgden dat ze die grootmachten naar de mond praatten. Op eenzelfde manier wordt ook ons volk voor de gek gehouden. Maar net zoals het volk van Jeremia zich niet achter de valse profeten konden verschuilen kan ook ons volk zich niet verschuilen achter de profeten voor een sterker Nederland. Want iedereen weet dat Nederland zwakker wordt als het niet deelt. Iedereen weet dat het volk zwakker wordt als het de verschillen tussen de allerarmsten en de allerrijksten niet kleiner maakt maar jaar op jaar groter laat worden. Het volk van Jeremia werd bedreigd door oorlog en geweld, de straten zouden bezaaid worden met lijken, het bloed zou door de straten van Jeruzalem vloeien. In onze dagen is het niet een openlijke oorlog die ons te wachten staat. Misschien dat het aantal terroristische aanslagen kan toenemen door het voortdurend haatzaaien waar niet tegen wordt opgetreden, maar ook die aanslagen zijn niet te vergelijken met een oorlog. Een economische dip is wel voorspelbaar. De koopkracht van de grote massa van mensen gaat achteruit, te beginnen met de gepensioneerden. En als er minder gekocht wordt hoeft er minder gemaakt en verkocht te worden en worden er meer mensen werkloos waardoor de koopkracht verder daalt. Het is een spiraal die zich gemakkelijk laat voorspellen en die we eerder hebben gezien. Het enige dat ons rest is het Woord van God blijven tonen, zorgen voor de zwaksten, in aktie komen voor de hongerenden, de naaste liefhebben als onszelf en zorgen dat ook de vreemdelingen worden opgenomen in onze samenleving. Dat kan ook vandaag weer.

Met lege kruiken keren ze terug.

zaterdag, 23 oktober, 2010

Jeremia 14:1-10

Bij alle militaire dreiging die op het land Juda afkomt is er in het gedeelte dat we vandaag lezen ook sprake van een grote droogte. En regen is nodig om het graan en het gras te laten groeien. Zonder gras geen vee en zonder graan geen brood. Maar het is zo droog in Jeruzalem dat zelfs de rijken niet meer te drinken hebben. De knechten die er op uit zijn gestuurd om een kruik water te halen keren beschaamd weer terug, er is niks meer. Ook de wilde dieren reageren op deze uitzonderlijke situatie. De hinde plant zich niet meer voort en de wilde ezels staan te verdrogen en verdorsten op de kaal geworden heuvels. Dat is toch wel heel erg. Het land dat overvloeide van melk en honing is verkeerd in een woestijn. Smekend richt het volk zich tot de God van Israël. Het is zich steeds meer bewust van de wandaden die het heeft verricht. Maar op deze manier blijft er geen volk Israël over en heeft straks ook die God geen volk meer dat hem eer bewijst. Het is alsof die God niet bij dat volk hoort, zoals een reiziger wel te gast is en mee mag eten en mag blijven slapen maar dan weer verder reist omdat hij er niet bij hoort. Het antwoord van de God van Israël is dat het volk zelf afgedwaald is van de God van Israël, niet God laat het volk in de steek, het volk laat die God in de steek, heeft die God al lang geleden in de steek gelaten door andere goden achterna te lopen. Ophouden met het recht doen aan de weduwe en de wees heeft gevolgen. De goden van vruchtbaarheid en voorspoed voorrang geven boven de God van Israël, van delen met de zwaksten en de minsten, is lang nadien nog te merken. En ook wij mogen ons daar zorgen over gaan maken. De miljoenen bezuinigingen op de sociale werkplaatsen zullen de hele samenleving treffen. De talloze gehandicapten die afhankelijk zijn van de beschermde werkomgeving en die op straat dreigen te komen te staan zullen ons als een molensteen om onze hals gaan hangen. Het miljard dat bezuinigd wordt op ontwikkelingssamenwerking zal niet alleen voor ontelbare hongerdoden gaan zorgen het zal zich ook tegen ons keren. Het zal een voedingsbodem worden voor haat en wrok. Jonge mensen zullen zich genootzaakt zien van onze rijkdom te komen halen als wij hen geen toekomst willen geven en niet willen delen. Dat zijn geen dreigingen, zo gaan die zaken. In ons eigen land zijn Oost Groningen en Limburg leeggelopen omdat wij het werk en de rijkdom eenzijdig concentreren in de Randstad. Zo zal het ook gaan met arme delen van Europa en met Afrika. Nu zijn de eerste sporen ervan al te merken. Maar net als het volk van Jeremia dat doof bleef voor de waarschuwingen toen het nog kon, blijven ook onze bestuurders doof en gedogen ze slechts dat de ene groep in de samenleving opgehitst wordt tegen de andere. Ze stellen ondertussen wel de woonsubsidie voor de rijken veilig. Alleen samen met mensen die ook geloven in de wereld zonder honger en geweld kan dat tij gekeerd worden. Dan moeten allen opstaan en stem geven aan de armen en aan het werk gaan voor dat Koninkrijk van de God van Israël, vandaag kan het nog.

Wee jou, Jeruzalem

vrijdag, 22 oktober, 2010

Jeremia 13:15-27

Mooi vroom klinkt dat, die oproep aan het volk om zich te verootmoedigen, om neer te buigen, voordat de duisternis intreed, voordat ze worden weggevoerd in ballingschap. Ze hopen op het licht maar ondanks die verootmoediging maakt God het aardedonker. En als ze zelfs daar niet naar luisteren dan zal God eenzaam huilen om hun hoogmoed. Maar weggevoerd zullen ze worden. Er wordt ons nog wel eens voorgehouden dat als we ons maar veroortmoedigen, als we ons hart open stellen voor de Here Jezus, dan zal het ons wel goed gaan. We moeten de kansen grijpen die God ons biedt en dan zullen we baden in succes, dan valt zelfs genezing van ongeneeslijke ziekten ons te wachten. Het is bedrog. De Bijbel leert ons zeker niet dat de God van Israël op afroep geluk en genezing schenkt. De Bijbel leert ons dat het enige dat ons rest is onze naaste liefhebben als onszelf. Niet omdat er voor onszelf voordeel uit te halen zou zijn, genezing, vrede en welvaart, maar omdat die God van Israël nu eenmaal van de minsten houdt, meelijdt met de lijdenenden, honger en onderdrukking niet kan uitstaan en van ons najagen van winst en profijt gruwt. Als we willen leven in de wereld die bevrijdt is van onderdrukking en geweld, bevrijdt is van honger en armoede, bevrijdt is van droefenis en ellende, dan is er maar één weg leert de Bijbel, dat is God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Niks geen macht, geen aanzien, geen rijkdom maakt dat het anders zal gaan. Er is maar één recept, dat moeten we volgen of we dat leuk vinden of niet. Geen mooie liedjes, geen fraaie acties, geen prachtige kaarsen, geen gevoelige kerkdiensten of bijeenkomsten zullen daar verandering in brengen. Ook voor ons kan de ballingschap ons voorland zijn, bekering zou ook ons niet van die ballingschap kunnen afhouden, maar bevrijding staat ons zeker te wachten. We weten dat uiteindelijk de wereld bevrijd zal zijn van al die ellende, uiteindelijk zullen alle tranen gedroogd zijn en zal er geen honger en dorst meer zijn. Daar is nu nog weinig van te zien. De rijken en machtigen in ons land bezuinigen hoogst onverantwoord op de ontwikkelingssamenwerking, ze stellen de subidie op hun eigen woonkosten veilig. Ze gedogen dat in ons land de ene groep tegen de andere wordt opgezet omdat de ene groep iets anders geloofd dan de andere en het komt zo ver die ieder die in die nieuwe samenleving van de God van Israël gelooft en daarvoor uitkomt zal moeten zwijgen of hij loopt gevaar voor dat geloof vervolgd en gestraft te worden. Maar ook dat moet ons niet afhouden van het werken aan het Koninkrijk van God. Jeruzalem, ooit de stad van vrede, ooit de stad waar de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf werd vereerd en de God van Israël werd aanbeden is verworden tot een stad van tweedracht en hebzucht. Maar ooit zullen alle volken zich keren naar die Wet, zich richten naar het Jeruzalem van de God van Israël, daar mogen wij deel aan hebben, daar kunnen we vandaag al deel aan krijgen, door ondanks alles er weer voor aan het werk te gaan.