Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor september, 2010

De liefde van Christus kennen

maandag, 20 september, 2010

Efeziërs 3:14-20

Een liefde die alle kennis te boven gaat. Dat is nog eens wat anders dan iets dat alle verstand te boven gaat. Dat laatste dat is er en daar ben je dan zelf misschien nog te dom voor. Maar iets dat alle kennis te boven gaat is ook nooit te kennen. Dat is dus de liefde van Christus, de Messias, de bevrijder. Die kunnen we ons eigen maken, daar kunnen we ons handelen mee voeden, die kan dan in ons hart wonen. Want als we met ons verstand te werk zouden gaan dan zouden we iets anders doen. Je bent wel gek om je leven te besteden aan het voeden van de hongerigen, bevrijden van de gevangenen, rechtdoen aan de armen, troosten van de bedroefden en het stichten van vrede. Alleen als je je hart volgt en als de liefde van Jezus van Nazareth in je hart is dan ga je die dingen doen, dan kun je niet anders. Dan hoeft dat ook helemaal niks op te leveren, geen geld, geen eer, geen aanzien, geen goedkeuring van je omgeving. Het doen van die liefde voor iemand die het nodig heeft is je beloning genoeg. In het gedeelte dat we vandaag lezen gaat Paulus weer bidden voor die jonge gemeente in Laodicea die als gemeente van Efeze in de Bijbel terecht gekomen is. Zelfs de juiste naam voor de brief die aan hen geschreven is mochten ze niet meemaken. Maar volgens Paulus is God de Vader van elke gemeenschap of die nu in de hemel is of op de aarde. Je mag ook voor elke gemeenschap wensen dat die handelt in de Geest van die God van Israël. De armen recht doen, de vreemdeling behandelen als je eigen. Dan blijkt of de bevrijder zelf woont in je hart. Dan moet je wel geloven dat Jezus van Nazareth de bevrijder is, de gezalfde, dat er een bevrijder kan zijn van de verdrukking van de armen. Dan gaat die liefde wellicht alle kennis te boven maar je zult in elk geval begrijpen wat mensen als Paulus, als moeder Theresa, als Martin Luther King, als Alan Boesak, als Nelson Mandela, en al die andere mensen die streefden naar recht en vrede dreef en ook vandaag nog drijft. Dan wordt je zelf door dezelfde kracht gedreven en kan het je niet schelen dat je niet uitgroeit tot een even groot voorbeeld. Dan weet je dat je er bij hoort. Dat bidden is niet tevergeefs. Paulus bidt niet voor zichzelf, hij bidt niet voor verlossing uit zijn gevangenschap, niet voor een beter leven, niet voor succes in een carière of aanzien in het Romeinse Rijk. Hij bidt dat die jonge gemeente die de brief leest op de eerste dag van de week een lamp mag zijn die ontstoken wordt in een duistere wereld van dood en slavernij, dat in een wereld waar een leven niet telt  ineens een gemeenschap waar elk leven telt is ontstaan. Een gemeenschap die voor elkaar zorgt en voor ieder ander die de zorg en de liefde wil aanvaarden. Zulke gemeenschappen kunnen wij vandaag ook vormen. Als we werken voor een betere wereld dan vormen die gemeenschappen zichzelf, ook vandaag weer.

De allerminste van alle heiligen

zondag, 19 september, 2010

Efeziërs 3:1-13

Voorbidden is Paulus niet vreemd. Overal in zijn brieven vervangt het gebed van Paulus de directe communicatie. Want we mogen dan wel een aantal brieven van hem kennen, het schrijven van brieven en rondsturen was ook weer niet zo eenvoudig als vandaag de dag. En Paulus zat gevangen, dat maakte zijn bewegingsvrijheid nog minder. Maar Paulus had iets bijzonders meegemaakt. Hij had die volgelingen van Jezus van Nazareth in Jeruzalem vervolgd. Daarna was hij op weggegaan om ook de Christenen buiten Jeruzalem te vervolgen. En daar was hij als door de bliksem getroffen en had gezien dat juist die Jezus van Nazareth de Wet en de Profeten vervuld had zoals hij die zelf had willen vervullen. Hij had ingezien dat het vervullen helemaal nooit zou gaan door vervolgen maar alleen door liefhebben. En tot zijn grote verbazing hadden die Christenen hem opgenomen, onderwezen en hem hun zending in het Romeinse Rijk toevertrouwd. De liefde, die zoiets mogelijk maakt, is een geheim. Daar snapt nooit iemand iets van.  Nog steeds niet. We snapten niet dat een veelbelovend jong predikant als Alan Boesak met zijn jonge gezin Nederland, waar hij gestudeerd had, in de steek liet en naar Zuid Afrika teruggging om zich tegen het Apartheidsbewind te verzetten. Niemand snapte iets van Henri Nouen toen die een glanzende carière als hoogleraar en theoloog opgaf om zich te weiden aan doofblinden in Canada. Zo zijn er vele voorbeelden te geven van mensen die zich los maakten van de bestaande samenleving en haar idealen en zich gingen richten op de armen, op behoeftigen, op verdrukten. Of die, zoals een bisschop Romero in Latijns Amerika, of een bisschop Tutu in Zuid Afrika,  hun maatschappelijke positie gebruikten om op te komen voor de armen in hun samenleving. Zo buiten je eigen volk treden, buiten je eigen loopbaan  was in Israël ongehoord. Koningen waren koningen, priesters bleven priesters, en profeten stonden altijd buiten de gewone orde. Nu niet meer, de christelijke gemeenschap was een gemeenschap van koningen en priesters geworden die het werk van profeten deed. Paulus verbaast zich er nog steeds over dat hij daar een rol in mag spelen. De Apostelen  die met Jezus van Nazareth zijn opgetrokken komen daar veel meer voor in aanmerking. Hij is pas bekeerd toen het lijden en de opstanding van Jezus van Nazareth al achter de rug waren, ja zelfs toen dat wonderlijke Pinksterfeest met de uitstorting van de Heilige Geest al achter de rug was. Maar die gemeenschap, gebaseerd op liefde van de God van Israël, heeft de toekomst. Wie er ook heerst in de hemel of op de aarde zal er mee te maken krijgen. Dat was wat God al met de schepping wilde, orde in de chaos zodat de aarde een mensenland zou worden en het een hemel op aarde wordt waar God zelf zal willen wonen. Daar mogen we net als Paulus aan werken, ook vandaag weer, door te laten zien hoe dat er uit zal zien, de hongerigen voeden, de naakten kleden en de daklozen huisvesting geven.

Geen vreemdelingen of gasten meer

zaterdag, 18 september, 2010

Efeziërs 2:11-22

Hoe gaan Heidenen en Joden samen in het Romeinse Rijk een nieuwe gemeenschap vormen die uiteindelijk het Heidense afgodenrijk van de Romeinen omver zal werpen? Dat is de vraag die Paulus ons in de lezing van vandaag stelt. Een vraag die ook vandaag niet onbelangrijk is. Wij willen immers de hele bewoonde wereld tot een Keizerrijk voor de God van Israël maken waar Jezus van Nazareth door zijn geest regeert? De Joden hadden lang gedacht dat de besnijdenis het enige teken was waardoor je er bij kon horen. Maar in de dagen van Abraham had die nog de voorhuiden van Filistijnen kunnen afsnijden als teken van overwinning en zijn eigen volk kunnen besnijden als teken van onoverwinnelijkheid van zijn God, maar dat ging al lang niet meer op. Natuurlijk, Joden moeten Joden blijven en zich laten besnijden maar voor Paulus was er geen enkele reden om dat van iedereen te gaan vragen. Het gaat immers niet om uiterlijkheden maar om wat je doet. De profeet Jesaja had het ooit al over een vredevorst gehad die zou komen om blijvende vrede op de wereld te brengen en waar alle volken zich achter zouden scharen. Voor Paulus is die vredevorst gekomen in Jezus van Nazareth, de bevrijder, de gezalfde, Messias in het Hebreeuws, Christus in het Grieks. Dat hij de slavendood aan het kruis op zich had genomen, genade voor zijn vervolgers had gevraagd, gezorgd had vanaf het kruis voor zijn nabestaanden en zijn medegekruisigden getroost, maakte dat iedereen de liefde van de God van Israël volledig kon volhouden en mee mocht maken. Jood en Heiden werden één kracht in Jezus van Nazareth. Als je die Weg volgt dan hoor je er onlosmakelijk bij, ook vandaag nog dus. Als alle vijandschap gedood is dan blijft de liefde over en kan er eindelijk leven zijn in overvloed. Dat de Joden die niet meewilden met de Weg van Jezus van Nazareth, de Heidenen bleven uitschelden voor onbesnedenen deed er voor Paulus niet toe. Dat gelovigen in Jezus van Nazareth vandaag de dag uitgemaakt worden voor luchtfietsers doet er ook niet toe. Wie hongerigen voedt, de voedselbanken helpt bevoorraden, wie gevangenen bezoekt, schrijft met Amnesty International, wie de armen hoop geeft, werkt in een Fair Trade winkel of wie op welke manier zich ook inzet voor armen en behoeftigen, die weet dat het effect van dat werk blijvend is. Wie immers één mens redt heeft een heel volk gered. Wie onderwijs verzorgt voor kinderen, zelf of door steun, zorgt voor de toekomst van de wereld. Het resultaat is tastbaar en zichtbaar voor je. Daarom mogen we ook vandaag weer werken aan het Koninkrijk van de God van Israël, met alles wat in ons is.

U was dood

vrijdag, 17 september, 2010

Efeziërs 2:1-10

“U was dood”, “U bent gered van de dood”, het zijn van die zinnetjes in de Bijbel waarvan je je kunt afvragen wat die onzin te betekenen heeft. Je slaakt een diepe zucht en je merkt dat je wel degelijk leeft. Je kijkt eens om je heen en je ziet geen enkele reden waarom je nou direct dood zou gaan. Wat een flauwekul, als je gewoon thuis zit te lezen dan hoef je toch niet en nergens van gered te worden. En daar heb je natuurlijk helemaal gelijk in. Dat staat er dus ook niet in de Bijbel. Het gaat hier om het nalopen van de god van deze wereld, de heerster over machten in de lucht en de geest die werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn. Het gaat om het aanbidden van de god van de kater, de god die je koppijn bezorgd in plaats van vreugde, de god die je alcohol en drugs aansmeert om het gezellig te kunnen hebben met andere mensen. De god van carrière die je beloont met een burn out of werkloosheid als je je maar lang genoeg door je baas hebt laten afbeulen. De god die je wijsgemaakt heeft dat alles in het leven draait om ikke, ikke , ikke en de rest kan stikken en als je dan eens hulp nodig hebt laat merken dat je er helemaal alleen voor staat. De Bijbel noemt dat de dood, het is de dood voor de levenden, zoals wij spreken over de dood in een glas champagne als alle bubbels er uit verdwenen zijn. Al de zaken die de god van de wereld ons wil aansmeren leveren niks blijvends op, niet voor ons leven, niet voor anderen en niet voor de wereld. Als je al kinderen hebt dan laat je de wereld in zijn geest niet beter achter dan je die wereld hebt aangetroffen. En daarom staat er al vroeg in het Oude Testament “kies het leven”.  Want de God van Israël, die het leven geeft, heeft gemaakt dat je elke dag de god van deze wereld in de steek mag laten, ongestrafd kan dat, en dat je je op zijn Weg mag begeven. Dat is dus de weg van de Liefde. Hou nou eens op alleen aan je zelf te denken en denk je eens in wat je voor een ander kan betekenen. Luister naar de verhalen van Jezus van Nazareth en leer er van waar die ander die jou nu nodig heeft te vinden is, want er zijn voor die ander, dat is pas leven, dan komt de hemel op aarde. Het verschil is geweldig, je staat er versteld van. Al het goede dat je mee mag maken, feesten zonder je beroerd te voelen de volgende morgen, mensen echt ontmoeten zonder drugs of alcohol nodig te hebben, zorgen voor een ander en te leren steeds beter te zorgen. Er komt geen eind aan wat Christenen genade noemen, je leven is niet meer leeg, maar vol, je hoeft nooit meer te zoeken naar de volgende kik, mensen die je een kik geven genoeg. De weg gaan van de goede daden die God mogelijk heeft gemaakt is ons genoeg. De moeilijkheden overwinnen die op die Weg liggen, maakt ons leven rijk, het uithoudingsvermogen dat daarvoor nodig is, maakt ons sterk. En elke dag opnieuw mogen wij er weer aan beginnen, ook vandaag weer.

Alles aan zijn voeten gelegd

donderdag, 16 september, 2010

Efeziërs 1:15-23

In het gedeelte dat we vandaag lezen wordt een beschrijving gegeven van de gemeente in Laodicea. Zoals we al eerder opmerkten is de brief door Paulus geschreven in Efeze en was deze hoogst waarschijnlijk bestemd voor de gemeente in Ladodicea, een stad vlak bij Colosse. De brief dateert dan ook uit dezelfde tijd als de brief aan de Kolossensen. De gemeente in Laodicea stond er goed voor. Natuurlijk in het geloof in Jezus van Nazareth, de Keizer. Hier staat weer het “Heer” vertaald en het blijft jammer dat men niet goed kan laten uitkomen dat Jezus van Nazareth met dezelfde term wordt aangeduid als de Keizer in Rome. Maar de gemeente zorgt ook mee voor de Apostelen in Jeruzalem die het behoorlijk zwaar hadden en voor wie er regelmatig gecollecteerd werd. Voor een gemeente als deze mag je dankbaar zijn. Maar het lijkt ook wel op een formele kerkdienst die hier door Paulus wordt geciteerd. Wensen die je plechtig uitspreekt als er nieuwe leden worden toegelaten. De wens dat je inzicht krijgt in de zaken van het geloof. De wens dat je hart verlicht wordt zodat je zult zien wat de nieuwe aarde zal zijn waarop je mag hopen en waar je vanaf je toetreden aan mag werken en hoe groot de macht van de God van Israël is als je werkelijk aan zijn Rijk gaat werken. Paulus kan natuurlijk niet openlijk schrijven dat de macht van die Keizer helemaal niets meer voorsteld en daarom zegt hij het diplomatiek in het Grieks, de gezalfde, Christus heet dat, Messias of bevrijder in het Hebreeuws, heeft met Gods hulp de dood overwonnen en zit aan de rechterhand van God, dat is niet alleen fysiek rechts maar dat maakt hem ook tot rechter. Niet zomaar een rechter van de religie die Paulus verkondigd, nee hij zit hoog boven alle vorsten en heersers, alle machten en krachten en iedereen die macht of kracht wordt toegedicht. Je kunt geloven in wie of wat je ook wilt, Jezus van Nazareth staat daar altijd boven en is altijd machtiger. Machtiger dan zijn kerk? De gemeenschap van zijn gelovigen is zijn lichaam, daar is hij alles in allen. Dat moet hard aangekomen zijn. Want Paulus zegt met evenveel woorden dat die gemeente in Laodicea, samen met alle andere gemeenten, sterker is dan  welke macht dan ook in het Romeinse Rijk. De Romeinse Wet beschouwde dit als directe godslastering en van tijd tot tijd heeft de jonge Christengemeente dat ook moeten merken in bloedige vervolgingen. Dat lichaam van Jezus van Nazareth bleef doen wat Jezus van Nazareth altijd gedaan had, de hongerigen voeden, de naakte kleden, de bedroefden troosten en het onderscheid tussen slaven en vrijen in de samenleving opheffen. Het allermooiste is natuurlijk dat ook wij ons daarbij mogen aansluiten in de wetenschap dat geen macht en geen kracht, geen politieke partij of groep haatzaaiers ons daarvan kunnen afhouden. Ook vandaag niet als wij weer mogen werken aan dat Rijk van de God van Israël.

De heilige Geest die ons beloofd is

woensdag, 15 september, 2010

Efeziërs 1:7-14

In de loop van de eeuwen na het schrijven van deze brief zijn woorden en zinnen zo misbruikt dat ze soms verworden zijn tot holle cliche’s. Heel vaak hadden kerken en voorgangers er alle belang bij te doen of de woorden uit de Bijbel niets te maken hadden met het concrete dagelijkse bestaan en de samenleving waarin hun hoorders leefden. De woorden werden dan tot een innerlijke voorwaarde gemaakt voor een toekomstig leven, alsof het een soort magische toverwoorden zijn. Je komt dat ook vandaag de dag nog tegen. Om je er aan te ontworstelen moet je sommige passages uit de Bijbel, en met name uit de brieven van Paulus van achter naar voren lezen. Dat geld ook voor het gedeelte van vandaag. We geloven dat er ooit een wereld zal zijn waarin alle tranen zijn gedroogd, waar we niet meer bang hoeven te zijn voor ellende en dood, waar iedereen te eten heeft en niemand meer ziek wordt. Dat is de erfenis waar we nu een voorschot op krijgen omdat we alvast mogen werken aan dat Koninkrijk van God. Daar kun je pas aan werken als je je open stelt voor de Geest van God, de Geest van Jezus van Nazareth. Als je je handelen op hem afstemt en in zijn Geest handelt dan komt dat Koninkrijk dichterbij. De blijde boodschap dat dat Koninkrijk dichterbij komt noemen we het Evangelie, de boodschap van de waarheid. Jezus van Nazareth, die we onze bevrijder mogen noemen, in het Hebreeuws Messias, in het Grieks Christus, is daarvoor onze garantie. Hij liet zien dat het kan en hoe het kan. Met Jezus van Nazareth kwam er wat van de hemel op aarde en dat de hemel op aarde daalt en God onder de mensen gaat wonen is voor ons het eindpunt van de geschiedenis, dat is het geheim dat ons door Jezus van Nazareth is onthuld. Juist doordat Jezus van Nazareth de liefde van God door de dood aan het kruis heen heeft weten te dragen weten we dat we telkens opnieuw weer mogen beginnen met het werken in zijn koninkrijk, in het navolgen van zijn Weg. En daarmee zijn we bij het begin van het gedeelte van vandaag aangekomen. Het gaat dus niet alleen om iets wat in ons zou moeten afspelen maar om iets waar we aan kunnen, mogen en moeten werken. Als je hier bij wil horen dan kun je niet anders. Het levert je zelf misschien niks op, je wordt er niet rijker van, niet geliefder, meestal valt het niets eens op, het kost je vaak tijd, energie en geld maar je krijgt er een betere wereld voor terug. Niet nu, maar de mensen die na ons komen zullen merken dat wij er aan gewerkt hebben. Daarmee heeft ons leven zin gekregen, in de Geest van Jezus van Nazareth leven betekent redding van de zinloosheid, van een leeg leven. Die redding grijpen wij vast door anderen te hulp te komen, door de hongerigen te voeden, de blinden te laten zien en de vreemdelingen een gelijkwaardige plaats onder ons te geven. Daar mogen we dus vandaag ook weer aan werken.

Jezus Christus, de Heer.

dinsdag, 14 september, 2010

Efeziërs 1:1-6

Vandaag beginnen we te lezen in de brief van Paulus aan de Efeziërs.Zo noemen we de brief maar dat is waarschijnlijk te danken aan een misverstand, de brief moet gericht geweest zijn aan de gemeente in Laodicea, een gemeente in de buurt van Kolosse. Ook aan Kolosse is een brief geschreven.  Er was in Laodicea  een jonge gemeente en omdat Paulus gevangen zat in Efeze en hen niet kon bezoeken moest hij wel een brief schrijven. Dat was niet één van de eerste brieven van Paulus. In de brief is te merken dat hij al eerder aan gemeenten had geschreven en gemeenten had geantwoord op vragen die bij een jonge gemeente nu eenmaal opkomen. Wij zullen maar blijven doen of de brief inderdaad aan de gemeente in Efeze is geschreven, veel maakt het niet uit. In het eerste vers is dat al te merken als Paulus aangeeft zich er van bewust te zijn dat ook anderen dan de gemeenteleden in Efeze de brief zullen lezen. Zo’n brief werd namelijk in de wekelijkse bijeenkomsten van de gemeente gelezen, net als een stuk uit het Oude Testament. In het tweede vers komt Paulus ook gelijk aan met de politieke situatie. Jezus van Nazareth kennen we natuurlijk uit de Evangelieën maar dat griekse woord Christus is zo vergeestelijkt en geclaimd door religie dat we er nauwelijks nog de betekenis van kennen. Het is de griekse vertaling van het Hebreeuwse woord voor gezalfde, de Messias. In het Hebreeuwse spraakgebruik was die Messias, die zou komen, ook de bevrijder van Israël. Die zou het volk verlossen van vreemde bezetters, in de tijd van Paulus van de Romeinen dus. Ook het woord Heer dat er op volgt zegt ons niet zo veel meer. In het Oude Testament vervangt het de naam van de God van Israël die zoveel ontzag oproept dat die naam niet wordt uitgesproken. Maar in het nieuwe Testament heeft dat woord een politieke bijbetekenis. In het Grieks staat er Kurios en daar komt ons woord Keizer vandaan. De Romeinse Keizer werd dan ook met die titel aangesproken. Als je Jezus van Nazareth zo noemt dan maak je van hem de Keizer, naar het woord uit de Evangeliën dat hem gegeven is alle macht in hemel en op aarde. De door de Romeinen gevangen Paulus schrijft dus aan een gemeente in het Romeinse Rijk dat Jezus van Nazareth hen bevrijdt van de Romeinse bezetter en de Keizer is van de wereld. Geestelijke zegeningen noemen ze dat want het geeft natuurlijk een heel andere kijk op de wereld. Ineens is je gemeente een stukje hemel op aarde geworden. In het samenleven van die gemeente kun je heilig en zuiver zijn. Daar wordt gedeeld, daar oordeelt men niet over elkaar, daar telt geen rang of stand, geen sexe en geen rijkdom of armoede. In die gemeenten zijn allen kinderen van Jezus van Nazareth en dus broers en zusters van elkaar. Dat voor elkaar te krijgen is een geweldige prestatie. In een slavenmaatschappij ontstaat een groep mensen die samen doen en waar het verschil tussen slaven en vrijen, allochtonen en autochtonen, wegvalt. In een Rijk waar Keizers als goden worden aanbeden treed een andere Keizer aan die een slavendood is gestorven, maar in het handelen van zijn volgelingen voortleeft en als levende Keizer wordt aanbeden. Dat verlies van rang, stand, afkomst, herkomst en sexe verwachten we ook van de huidige kerkelijke gemeenten. Dan wordt het ook daar een stukje hemel op aarde, een stukje hemel waar we elke dag aan mogen werken, ook vandaag weer.

Hij was verloren

maandag, 13 september, 2010

Lucas 15:11-32

Ook het beroemde verhaal van de verloren zoon is een antwoord op het morren van de Farizeeën en Schriftgeleerden als Jezus van Nazareth brood gaat breken bij Zondaars en Tollenaars. Er was al die gelijkenis verteld van dat ene schaap dat verloren liep en waarnaar de herder op zoek ging. De zoon die verloren liep komt zelf thuis en weer wordt er gemord. Nu door de oudste zoon die zich altijd goed had gedragen. Die herders stonden in de dagen van Jezus van Nazareth niet erg in een hoog aanzien. Het waren mensen die altijd in het veld bivakeerden want ze konden hun kudden niet in de steek laten, ze roken dan ook een beetje naar de schapen en zeker niet naar de wierook waar deftige priesters naar roken. En nu gaat het om de zoon van een rijke veehouder die het zelfs met de varkens houd. Slechter kon je het niet treffen, die jongen was door en door onrein. Dat komt natuurlijk door die vader. Die handelt tegen alle regels in. Een vader hield namelijk zijn land tot hij dood ging. Dan pas kon er gedeeld worden. Maar nu was het land al gedeeld, voor de helft verkocht en had de jongen zijn erfdeel er door gejaagd. Als het inderdaad waar is dat met die Vader God zelf wordt bedoeld dan mogen we nogal wat van die God. Dan is die God kennelijk bereid alle regels voor ons opzij te zetten. Dan krijgen we de uiterste vrijheid, maar ook de uiterste verantwoordelijkheid. Want ook al is het feest als we ons weer tot God wenden, die erfenis zijn we mooi kwijt. De jongste zoon beseft dat maar al te goed want hij biedt aan als dagloner bij zijn vader in dienst te komen. Maar weer breekt de Vader alle regels. Een hardlopende hereboer? Daar hebben ze nog nooit van gehoord. En dan de mantel van zijn vader mogen dragen? Daar kan geen goeds van komen, denk maar eens terug aan Jozef die een veelkleurige mantel had en die in een vreemd land voor het voedsel ging zorgen, voedsel voor de onreine Egyptenaren. En dan blijft het feest niet netjes binnen de familie, nee, door het gemeste kalf te laten slachten laat de Vader weten dat iedereen uit het dorp en van de boerderij welkom is aan tafel. Het is geen wonder dat de oudste zoon aan het morren slaat. Geen wonder? Je zal zo’n vader hebben! En daarmee is confrontatie met de morrende Farizeeën en Schriftgeleerden compleet. Als mensen bereid zijn hun fouten in te zien en er van willen leren dan is dat een goede zaak. Als mensen dan ook nog hun leven anders willen gaan inrichten dan is dat nog beter. En mensen doen dat alleen als je ze laat zien dat delen je rijker maakt, dat samen doen een feest is. Dat mogen wij dus ook doen, al hebben we het nog nooit gedaan, we mogen er vandaag mee beginnen. En kijk niet jaloers naar die beginnende werkers in het Koninkrijk, heet ze welkom en werk met ze mee, ook vandaag weer.

Ze zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man…..

zondag, 12 september, 2010

Lucas 15:1-10

Die Lucas zegt niet zomaar dat de Farizeeën en de Schriftgeleerden aan het morren waren. Hij gebruikt hetzelfde woord als in het Oude Testament wordt gebruikt voor het morren van het volk Israël in de woestijn. Dit morren gaat dus tegen de bevrijding uit de slavernij. En dan is het niet alleen het ontvangen van zondaars dat hen stoort maar ook het breken van het brood dat er eigenlijk wordt bedoeld. De vraag is dus of je mensen die met het kwade te maken hebben links moet laten liggen of ze juist moet opzoeken. Samen eten en samen spreken met Moslims wordt door veel Christenen veroordeeld omdat je je dan afgeeft met een vreemde godsdienst. Datzelfde hadden de Farizeeën en de Schriftgeleerden ook als Jezus van Nazareth met Samaritanen omging. En wie af wil dwalen van de God van Israël en op wil houden met de navolging van Jezus van Nazareth doet er inderdaad goed aan ook andere religies te mijden. In zijn onvrede zou men immers gemakkelijk een andere religie aantrekkelijker vinden. Maar wie van mensen houdt en weet heeft van de Liefde van de God van Israël zal alle moeite doen om juist in gesprek te komen met hen met wie dat gesprek met moeilijkst is. Nu is dat vandaag de dag met Moslims meestal niet het allermoeilijkst. In de meeste moskeeën juicht men ontmoetingen tussen moslims en christenen toe. Zoals ook veel Protestantse gemeenten met enige regelmaat maaltijd houden met hun moslim broeders en zusters. De moeite die dat kost vergelijken ze met die herder die zijn 99 schapen in de woestijn achterlaat om die ene die verloren ging te zoeken. Of ze vergelijken zich met de vrouw die 10 centen heeft en er 1 verliest en dan het hele huis overhoop haalt om die ene te vinden. Het gaat in deze dubbelgelijkenis dus om de moeite die mensen doen om wat hen dierbaar is terug te vinden als het verloren is. En wat is ons dierbaarder dan vrede tussen mensen, dan vertrouwen tussen mensen. Als dat vertrouwen immers verloren is dan voelen we ons nergens meer veilig. Dan gaan mensen vertrouwen op de laffe angsthazen die schreeuwen in het donker tegen mensen die ze niet kennen, met wie ze geen maaltijd hebben en die ze niet kunnen bereiken. Als je bang bent is het altijd aangenaam de oorzaak daarvan bij een aanwijsbare ander te zoeken. Farizieeën en Schriftgeleerden waren voortdurend bang de geboden van de wetten van Mozes niet helemaal tot op de letter te kunnen uitvoeren. Door die angst waren ze de mensen voor wie de wetten bedoeld waren uit het oog verloren. Jezus van Nazareth vertrok bij de liefde voor de mensen en kwam dan uit bij regels die mensen moesten helpen en beschermen. Die regels stonden ook in de wetten van Mozes en de belangrijkste er van spreekt ook tot vandaag nog tot ons, heb Uw naaste lief als Uzelf en dat mogen we ook vandaag weer in de praktijk brengen.

Ik zal mij opnieuw over hen ontfermen

zaterdag, 11 september, 2010

Jeremia 12:14-17

De buren van Israël worden over het algemeen slecht genoemd in de Bijbel. Zij zouden zich immers naar Jeruzalem moeten wenden en het ook gaan wagen met de God van Israël en de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf. In de regel gebeurt het tegendeel, ze verleiden Israël om mee te gaan doen met hun goden, om Baäl te aanbidden, ja zelfs om hun kinderen aan de Moloch te offeren. Maar ze zullen op den duur moeten leren om bij de Naam van de God van Israël te zweren zodat ze opgenomen worden in het volk van Israël. Ergens leefde ook de hoop in Israël, bij de profeet Jeremia zeker, dat de ballingschap het volk Israël tot inkeer zou brengen en dat de terugkeer uit de ballingschap voor de omringende volken het teken zou zijn dat de God van Israël machtiger was dan alle goden, eigenlijk de enige God is waarmee je te rekenen hebt in je leven. Dat eerste gebeurde wel, die inkeer was er wel degelijk, dat laatste niet. De omringende volken zouden zich zelfs verzetten tegen de terugkeer van de ballingen. En ook dat uitrukken gebeurde. Een deel van het volk van Israël kwam immers niet terug uit de ballingschap. We moeten oppassen de woorden van Jeremia ook van toepassing te verklaren op de verspreiding van het volk Israël na de verwoesting van de Tempel in het jaar 70. Dat is een heel ander verhaal en juist de aanwezigheid van Joodse gemeenschappen temidden van alle volken maakt de kracht van de God van Israël overal op aarde zichtbaar. Voor ons mag vandaag de waarschuwing van Jeremia hoorbaar en zichtbaar worden. We zullen ons niet af moeten laten brengen van de Weg van heb uw naaste lief als uzelf. Voor ons heidenen is het de navolging van Jezus van Nazareth die ons brengt bij de Wet die in de Tempel in Jeruzalem lag opgeslagen. Die Wet hoort ons in het hart gebeiteld te staan zo dat wij ook ons eigen volk zover krijgen dat ze erkent dat de enige baas op de hele aarde de God van Israël is. Die God wil er ook voor ons zijn zoals hij er zijn zal. Die erkenning kunnen wij tot uiting brengen door ons te verbinden met iedereen op aarde. Door in ons land samen te willen leven ook met mensen die iets anders geloven, maar vooral ook door te delen met de hongerigen op aarde, door op te komen voor het recht voor de armen, het recht op leven. Door vrede te stichten, door te erkennen dat Israël in vrede moet leven met haar buren de Palestijnen en dat Palestijnen in vrede moeten leven met Israël. Jeremia roept het volk op zich neer te leggen bij de ballingschap in de verwachting dat de ballingen terug zullen keren naar een nieuw land. Wij moeten ons neerleggen bij het feit dat we nog heel veel te doen hebben voor ons land geleerd heeft te leven volgens de Wet van de God van Israël. Maar we mogen er elke dag aan werken, ook vandaag weer.