Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor augustus, 2010

Het lijkt op zuurdesem

zaterdag, 21 augustus, 2010

Lucas 13:10-21

Telkens als je getallen in de Bijbel tegenkomt moet je oppassen, ze betekenen vaak meer dan je denkt. Nu is er niet een geheime getallenleer in de Bijbel verborgen maar ze verwijzen vaak naar gebeurtenissen die te maken hebben met de gebeurtenis waarover het verhaal gaat of die betekenis geven aan het verhaal. Zo begon de ballingschap van Israël in het achttiende jaar van de regering van Nebukadnessar, in de Griekse vertaling van de Septuagint wordt het begin van de ballingschap zoals beschreven door de profeet Jeremia aangeduid met hetzelfde woord dat hier met kromgebogen wordt vertaald. Toen werd Israël kromgebogen. Maar 18 staat ook in het verhaal van de Galileërs wier bloed met het bloed van offerdieren werd vermengd, er waren 18 doden toen de toren van Siloam bij Jeruzalem op hen viel. Die kromgebogen vrouw hebben historici overigens ook buiten de Bijbel ontdekt. Na de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem, in het jaar 70, werd de Tempelbelasting vervangen door een belasting voor de bouw van een tempel voor Jupiter in Rome. Daarvoor werden speciale munten geslagen. Op die munt kwam een gebogen vrouw voor. We weten dat het Evangelie van Lucas na het jaar 70 is geschreven. Zo krijgen vernedering en bevrijding hier een heel eigen kleur en betekenis. Dat de boodschap van Jezus van Nazareth voortborduurt op de boodschap van Jeremia hadden we al eens eerder gezien. Die gaf aan de ballingen het advies groenten te telen en zich te bekommeren om de armen in Babel. Hier bevrijdt Jezus van Nazareth iemand van onderdrukking door genezing. Dus niet door geweld, niet door verzet, niet door isolement van mensen die anders geloven. Dat speelde in de dagen Jezus van Nazareth allemaal een grote rol. Maar het tonen van liefde, bekommernis voor de zwakken doortrekt heel de samenleving. Alles en iedereen krijgt er iets van mee. Zelfs in onze seculiere samenleving waar steeds minder mensen iets van Jezus van Nazareth of de God van Israël willen weten speelt de liefde voor de naaste nog steeds een rol, evenals het verzet daartegen overigens. Een mosterdboom kennen wij niet meer. Maar wie wel eens met een beukenootje voor een beukeboom heeft gestaan zal zich verbazen over de kracht die in zo’n beukenootje verscholen zit. Iedereen nu die de naaste lief heeft als zichzelf, die alles over heeft voor de zwakken, samen wil wonen met de vreemdelingen, heeft een kracht zoals dat beukenootje. Die liefde kan bij iedereen uitgroeien tot een boom waarin de vogels kunnen nestelen. Ieder van ons kan beginnen met dat zuurdesem dat de samenleving doordrengt, vandaag nog.

Nog eenmaal zal ik de aarde doen beven

vrijdag, 20 augustus, 2010

Hebreeën 12:25-13:6

Was dat maar waar, dat na het gerommel en gedonder op de berg Horeb, toen de God van Israël het volk toesprak,  de aarde nog eenmaal had gebeefd. Hier wordt wel heel aardig een uitspraak van de profeet Haggaï aangehaald maar aardbevingen maken we immers met grote regelmaat mee tot verdriet van de vele slachtoffers die elke aardbeving weer kost. Maar gelukkig wordt uitgelegd wat de schrijver bedoeld. De aarde zal namelijk nog éénmaal beven voor er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal zijn. Naar die boodschap moeten we voortdurend luisteren. Vandaag of morgen kan het zover zijn. Nu zal dat wel meevallen want ook de brief aan de Hebreeën is al een aantal eeuwen geleden geschreven, maar leven alsof vandaag de laatste dag van ons leven is lijkt niet erg ongezond. Niemand kan de toekomst voorspellen en een aarde achterlaten die wat beter en rechtvaardiger is dan de aarde die je aantrof bij je geboorte geeft en goed gevoel, daar mag je God dankbaar voor zijn. En om die aarde een beetje beter achter te laten zijn er een aantal raadgevingen die je ter harte kunt nemen of waarover je met anderen in gesprek kan gaan. Let wel dat het geen wetten zijn die in een soort wetboek staan opgeschreven en waarover later nog eens een rechtzaak met aanklager, verdediger en rechter gevoerd zal worden rond de vraag of je je er wel of niet aan hebt gehouden. Het zijn raadgevingen voor de jonge gemeenten in het Romeinse Rijk waar ook wij vandaag nog wat aan kunnen hebben. Allereerst de oproep tot oecumene. Daar verstaan we de eenheid tussen de kerken onder. Daar is de onderlinge liefde het eerst verloren gegaan waardoor er een versplintering is ontstaan. Willen we de richtlijn van Hebreeën in de praktijk brengen dan zullen de kerken weer naar eenheid moeten streven. Dan kan ook de gastvrijheid een grotere betekenis krijgen. Niet meer mensen uitsluiten om wat ze geloven  maar proberen de Christelijke naastenliefde te laten zien door maaltijd te houden met mensen die niet bij jouw groep of land horen maar die te gast zijn en misschien wel hun leven lang je gast blijven. Zelf zijn we immers ook vreemdelingen omdat we echt al bij een ander Koninkrijk willen horen. Dat je je huwelijk in ere moet houden is vaak uitgelegd als een verbod op echtscheiding. Dat staat er dus niet. Misschien is het soms beter te scheiden dan getrouwd te blijven en betekent een scheiding dat de trouw en de liefde waarvoor het huwelijk staat beter in ere gehouden worden dan bij het instand houden van en huwelijk dat eigenlijk voorbij is. Over geldzucht hoeven we het na de financiële crisis niet te hebben, al lijkt de financiële wereld niet te willen leren van de ramspoed die ze nog dagelijks voor heel veel mensen veroorzaakt heeft. Laten wij dus werken aan dat nieuwe Koninkrijk, ook vandaag weer.

Dat er geen giftige kiem opschiet

donderdag, 19 augustus, 2010

Hebreeën 12:14-24

Het gedeelte dat we vandaag lezen begint met een citaat uit de Psalmen. Psalm 34: 14 zegt: “Jaagt de vrede na”. Streven er naar is een wat slappe formulering van de krachtige oproep waarbij de schrijver van de brief aan de Hebreeën zich aansluit. Vrede is niet de afwezigheid van oorlog, of de afwezigheid van conflicten of meningsgeschillen. Je hoort dat nog wel eens roepen bij felle discussies, we moeten toch de vrede nastreven. Ja dat moeten we wel nastreven maar voor echte vrede is meer nodig. Dan moeten mensen inzien dat ze fouten kunnen maken, pas als je dat namelijk inziet en je dat wilt veranderen dan pas kunnen de fouten vergeven worden, dat noemen we dan de genade van God. Voor echte vrede moet er ook niet een giftige kiem van bitterheid op kunnen groeien. Een kiem die velen kan besmetten en voor onrust kan zorgen. Dat is de reden dat veel Christenen het in deze dagen afwijzen dat je samenwerkt of je afhankelijk maakt van lieden die landgenoten en vreemdelingen onder ons veroordelen om het geloof dat ze aanhangen en hen de uitoefening van dat geloof onmogelijk willen maken. Als je dat doet, ten strijde trekt tegen een ander geloof als het Joodse of Christelijke, dan streef je zeker de vrede niet na. Natuurlijk is ook overspel verkeerd en je eerstgeboorterecht verkopen moet nu ook niet, we hoeven geen vreemde gewoonten over te nemen of ons te schamen Nederlander te zijn, het goede komt ook van het erkennen van onze eigen geschiedenis, maar in onze eigen geschiedenis speelde tolerantie altijd een grote rol. Op ons maakt de Wet die het volk Israël ooit in de woestijn kreeg niet meer zo’n grote indruk. Wij stonden niet bij de Horeb en hoorden de donder en zagen het vuur en de bliksem van de top van de berg toen de Eeuwige zich tot zijn volk richtte met de Wet die wij nu kennen als heb Uw naaste lief als Uzelf. Dat moet een zeer ontzagwekkend gebeuren geweest zijn. In het boek Exodus kunnen we lezen dat het volk zelfs vroeg of die God dat gebod alleen aan Mozes zou willen geven zodat Mozes het door kon geven. Wij hebben alleen nog een boek en dominees, evangelisten en soms priesters die dat gebod opnieuw willen doorgeven. Volgens de schrijver van de brief aan de Hebreeën is dat eigenlijk maar een zwakke roep als je dat met de oorsprong vergelijkt. Des te harder moeten we ons best doen met dat gebod. Wij moeten ons de prachtige Tempel blijven voorstellen die wacht tot ze op aarde kan neerdalen in het Koninkrijk zonder tranen. Sinds Jezus van Nazareth de liefde van dat gebod door de dood heeft heengedragen, de dood aan het kruis, is de komst van dat Koninkrijk voor iedereen op aarde nabij gekomen, iedereen kan daaraan meedoen. Dat is de vrede najagen, want alle onheil zal dan verdwenen zijn. Daar mogen we ook vandaag weer aan werken.

De wedstrijd lopen

woensdag, 18 augustus, 2010

Hebreeën 12: 1-13

Er zijn van die predikers die het Christelijk geloof afschilderen als een gemakkelijk succesverhaal. Val op je knieën, roep “Jezus kom in mijn hart” en het zal allemaal gebeuren. De Bijbel spreekt dit fel tegen. Zo is het niet, integendeel. Geloven in Jezus van Nazareth als de Weg, de Waarheid en het Leven is als een hardloopwedstrijd, zeg maar een marathon. Dat vergt kracht, conditie, uithoudingsvermogen en de mentaliteit van een winnaar, nooit bang voor een tegenslag. De schrijver van de brief aan de Hebreeën laat er geen misverstand over bestaan. Voordat je geleerd heb de zwakken langs de kant van de weg te zien, de roepende te horen ook in een grote menigte, daar gaat oefening en training aan vooraf. Iedere keer weer zullen we moeten merken dat we weer vergeten zijn onze samenleving zo in te richten dat de zwaksten recht wordt gedaan. Want zijn het de bankdirecteuren en de beurshandelaren die lijden als binnenkort de pensioenen van duizenden worden verlaagd omdat de waarde van aandelen is gekelderd omdat banken zich niet aan fatsoensregels hielden en beurshandelaren hun oog uitsluitend gericht hielden op de korte termijn winst? We zullen moeten leren onze samenleving zo in te richten dat dit soort handelingen de zwakke niet kan treffen. Daar zijn we samen verantwoordelijk voor. Dat is ook het oog gericht houden op Jezus van Nazareth die inderdaad mensen hoorde roepen langs de kant van de weg zelfs als hij omringt was door een grote menigte. Maar die verandering van de samenleving in de richting van het Koninkrijk van God is niet eenvoudig. Dat gaat gepaard met heel veel weerstand. Delen, zeker delen met vreemden, wekt weerstand op. Het eigen leed, hoe gering ook, wordt gemakkelijk voorop gezet. Horen van rampen en ellende is voor velen al lang niet meer genoeg. Pas als er stervende kinderen getoond worden op de Televisie dan wil men wel de telefoon pakken en iets overmaken. Maar permanent wat opzij laten zetten door de regering wekt al weerstand, al dat geven, al dat delen, we moeten bezuinigen. Die tegenstand moet ons niet laten afschrikken om het goede te doen en niet dan het goede.Het gedeelte van vandaag wijst ons op de schande van het kruis, de slavendood, een marteling op zich. Als je daartoe veroordeeld werd dan deugde je zeker niet. Maar zelfs dat schandelijke kruis kon nog zoveel doden, de liefde van God, de Weg van Jezus van Nazareth werd er niet door gedood, integendeel, die Liefde kreeg de macht op de hele aarde. We moeten dus leren en willen leren. De lessen krijgen we in de schoot geworpen, in onze dagen worden de vreemdelingen en de armen, de zwakken en de weerlozen meer dan bedreigd. Laten we daarom opstaan en ook vandaag de lessen ter harte nemen.

Hun hart is gevoelloos

dinsdag, 17 augustus, 2010

Psalm 17
 
Vandaag worden we uitgenodigd een lied mee te bidden uit het boek der Psalmen. Psalm 17 is één van de vele bijbelgedeelten die laat horen dat het tegendeel waar is van de bewering dat discriminatie op grond van geloof stamt uit de Joods Christelijk Humanistische traditie van ons land. Want wie God aanroept om rechtvaardig te zijn zal zelf ook recht moeten doen aan anderen. Volgens de dichter van deze Psalm gaat het onderzoek van God uit naar de mate waarin wij recht doen aan anderen. Dat onderscheidt de gelovigen van de ongelovigen. En recht doen aan anderen betekent ook in je uitspraken recht doen aan de ander, “er kwam geen kwaad uit mijn mond” schrijft de psalmdichter. Ook de weg van oorlog is niet de weg van de gelovige, de oorlog immers gaat altijd wel gepaard met roof en geweld. De schrijver van de Psalm heeft de hoop gevestigd op de Wet van de liefde, van eerlijk delen, de Wet waarin iedereen mee mag doen met het Koninkrijk van God. Dat is de Weg die de God van Israël heeft gewezen, de Weg waarop de God van Israël het volk voorging toen het bevrijdt werd uit de slavernij van Egypte waar ze zelf zolang vreemdelingen waren geweest. De Wet die daarom voorschrijft dat je vreemdelingen in je land net zo moet behandelen als je landgenoten. Daarom mag je de God van Israël aanroepen om hulp, in het Woord van die God staat welke keuzes je moet maken als het gaat om het omgaan met anderen, met de zwaksten in de samenleving en in onze dagen dus ook in de vorming van een nieuwe regering. Hard en gevoelloos worden de goddelozen genoemd, sprekende in een hoogmoedige taal. Wij worden gewaarschuwd voor koude en kille saneringen in de overheidsuitgaven die de rijken zullen ontzien maar de armen het hardst zullen treffen. De rekening van de fouten die gemaakt zijn door bankdirekteuren met torenhoge bonussen wordt gelegd bij de allerarmsten in onze samenleving als doorgaat wat de onderhandelende partijen in hun verkiezingsprogramma’s hebben geschreven. Deze Psalm roept ons op ons tegen de goddelozen te verzetten die de vreemdelingen schofferen en een wig drijven tussen hen en ons. Dat soort kwaad gedrag sterft namelijk niet uit met de daders maar werpt een smet ook op hun kinderen en zelfs op hun kleinkinderen. Verzet tegen de goddelozen die de armen armer willen maken en  de rijker rijker. Het inslaan van die weg hoeft niet, tijdig terugkeren van dat kwade gedrag kan altijd, ook nu nog. Vragen we dan om vernietiging van de rijken en de goddelozen? De psalmdichter doet dat niet. Die vraagt slechts om straf, om het geven van inzicht in hoe verkeerd ze handelen, hoe ze vergeten dat je van delen rijker wordt in plaats van armer, hoe ze vergeten dat het grootste deel van de subsidies in ons land gaat naar de allerrijksten, hoe ze vergeten dat wie schade veroorzaakt ook de schade behoort te betalen. Die roof en dat geweld wordt in deze psalm niet voor niets genoemd. Ook al worden de regels van het geschreven recht gevolgd in de ogen van God kan er ook dan onrecht worden gedaan. Want in de Bijbel is armoede onrecht, dat onrecht moet worden hersteld door de machtigen in ons land, laten wij ze daartoe vandaag oproepen door het zingen van deze Psalm.

Als jullie niet tot inkeer komen

maandag, 16 augustus, 2010

Lucas 13:1-9

Slecht nieuws vandaag. Tenminste er wordt slecht nieuws aan Jezus van Nazareth gebracht. Heeft het zin als die heidense Galileërs zich bezig gaan houden met Joodse gebruiken? Pilatus heeft ze laten afslachten en hun bloed vermengde zich met het bloed van de dieren die ze hadden geofferd. Voor Jezus van Nazareth was het in elk geval niet omdat ze Galileeërs waren dat ze omgebracht werden. Zulke verhalen zijn over alle delen van Israël te vertellen, zelfs over de inwoners van Jeruzalem waarvan er 18 omkwamen toen de Siloam op hen viel. Je moet je schamen om de slachtoffers van het geweld van de Romeinen zelf de schuld te geven van hun ongeluk. En dan komt de gelijkenis. Nu moeten we wel eerst weten dat de meeste geleerden die een commentaar schreven op dit gedeelte van het Evangelie van Lucas er van uitgaan dat zowel die Galileërs als die slachtoffers bij de toren van Siloam opstandelingen waren tegen de bezetting van Israël door de Romeinen. Dat soort opstanden waren aan de orde van de dag in de dagen van Jezus van Nazareth. Uiteindelijk zouden ze uitlopen op een grote massale opstand die door de Romeinen bedwongen werd in het jaar 70 en leidde tot de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem en de verspreiding van de Joden over het Romeinse Rijk. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus vermeld over Pilatus nog dat deze van zijn post werd ontheven nadat hij een bloedige slachting had gehouden onder opstandige Samaritanen. Het was een wrede bloedige tijd en dat geweld zou op een ramp voor Israël uitlopen. De jonge gemeenten die het Evangelie van Lucas voor het eerst te horen kregen wisten dat, ze kenden de afloop. En dan komt de gelijkenis. Wij kennen de verhalen van de profeten niet meer uit ons hoofd, de Joden wel en de jonge gemeenten lazen elke week bij hun bijeenkomsten een passage uit de Joodse Bijbel, zeker ook uit de profeten. En als de profeten het over een vijgenboom hebben dan bedoelen ze Jeruzalem en als ze het hebben over een wijngaard dan bedoelen ze Israël. Als je het land wil zuiveren van onreinheid, als je het kwade uit het land wil keren, moet je dan geweld gebruiken? Is dat het recept voor vrede en gerechtigheid? Omhakken en verwijderen wat geen vrucht lijkt te dragen, aan de kant gooien en desnoods verbranden? Er wordt in het verhaal echter een keuze voorgelegd. Je kunt geweld gebruiken en je kunt proberen het proces te veranderen door het goede in te brengen, de mest in dit verhaal, de voeding voor het leven van de vijgenboom. De vraagstellers over de Galileeërs hadden de vraag gesteld aan Jezus van Nazareth om een keus te maken, de keus tussen Romeinen en opstandelingen. Maar net als ooit Jeremia had gedaan probeert  Jezus van Nazareth een weg te vinden die kiest voor het leven. Het verslaan van dat machtige wereldrijk Rome was een illusie dat zal Israël niet lukken. Maar toevoegen van het goede en niet dan het goede aan dat Rijk zou het Rijk moeten veranderen en dan overwin je alsnog. Omhakken kan altijd nog. Ook in onze dagen staat die Weg voor ons open. Opkomen voor de armen, alvast kopen in de Fair Trade winkels, schrijven voor Amnesty International, klimaatbewust leven en samen leven met de vreemdelingen in ons midden, hulp aan slachtoffers van natuurrampen. Recht en gerechtigheid betrachten dus, ook vandaag weer.

Ik kom verdeeldheid brengen.

zondag, 15 augustus, 2010

Lucas 12:49-59

In een tijd van toemende verdeeldheid moeten we kennelijk ook nog op de koop toe nemen dat Jezus van Nazareth verdeeldheid zaait. De kerken zijn al eeuwen verdeeld, daar waren we toch een beetje aan gewend geraakt. Maar nu is ook de politiek verdeeld geraakt. We hebben bij de laatste verkiezingen iets te veel partijen even groot gemaakt. Nu kan niemand echt macht uitoefenen over een ander. Een partij die kan buigen naar links of kan buigen naar rechts is er niet meer bij. En zelfs binnen het CDA ontstaat er verdeeldheid rond de vraag of er onderhandelt moet worden met de PVV en waarover dan. Moeten we vanuit de Christelijke gezindheid dan niet streven naar vrede? Moeten we het niet zoeken in wat ons bindt en niet in wat ons verdeelt? Het zijn de vragen die bij elk conflict en elke discussie uit Christelijke kring worden gesteld. Het antwoord dat we vandaag uit het Evangelie van Lucas lezen is: om den drommel niet. Jezus van Nazareth is gekomen om verdeeldheid te brengen. Hij was gekomen om een vuur te ontsteken. Een vuur dat reinigen en louteren zou. Het vuur brandt zonder schade in mensen die zich inzetten voor recht en gerechtigheid, tegen armoede en onrecht, die zorgen dat iedereen mee kan doen aan de samenleving. Maar dat gaat niet zonder strijd. Daarvoor is moed nodig, dan moet je opstaan tegen de heersende mentaliteit van eerst zorgen voor jezelf, eerst zorgen voor je eigen groep. Dat was al zo in de dagen van Jezus van Nazareth en dat is nog steeds zo. Daarom zijn bewoners van één huis tegen elkaar verdeeld , zoals we nu in het CDA zien. Daarom zijn gezinnen tegen elkaar verdeeld, zoals we sinds generaties en generatieconflicten mogen zien. We hebben het in Nederland graag over het weer. Dat is hier elke dag anders en dat kan ons steeds verrassen. Het weer is het enige dat we allemaal op hetzelfde tijdstip meemaken en dat maakt het tot een gemakkelijk gespreksonderwerp. Maar door praatjes over het weer te houden  kunnen we ook de maatschappelijke werkelijkheid ontvluchten. Praatjes over het weer kunnen ook een teken zijn van verborgen verdeeldheid die we niet graag ter sprake brengen. Want praten over de manier waarop we omgaan met de regels op de weg, in het verkeer, of de beleefdheidsregels in winkels en warenhuizen is soms gevaarlijk en meestal vervelend. Praten over de manier waarop we met onze buren, vooral onze allochtone buren omgaan, is nog vervelender. Praten over de manier waarop we omgaan met de godsdienstbeleving van mensen die er een heel andere godsdienst op nahouden is nog vervelender. Het maakt ons kwetsbaar voor aanvallen van een ander. Instaan voor een samenleving waaraan iedereen mee kan doen wordt als zacht en onvolwassen gekenschetst. En het gedrag van anderen kan beter door rechtsregels bepaald worden en door politie gecontroleerd dan dat we zelf met elkaar praten over hoe ons te gedragen. Zelfs onze jeugd kan beter hardhandig door politie aangepakt worden dan dat ouders en volwassenen de grenzen van gedrag trekken. Lucas schrijft niet welke twee kanten de verdeeldheid vertegenwoordigen die Jezus van Nazareth noemt. We moeten dan maar aannemen dat hij aan de kant stond van de mensen die het heb uw naaste lief als uzelf serieus nemen en in de praktijk willen brengen, die wel verantwoordelijkheid nemen voor hun samenleving, die bereid zijn ook anderen daarop aan te spreken. Laten wij die kant ook maar kiezen.

Wat valt hier nog aan toe te voegen?

zaterdag, 14 augustus, 2010

Hebreeën 11:32-40

Als je het eerste deel van het gedeelte van vandaag leest krijg je de indruk dat het Oude Testament vol staat met succesverhalen van mensen die vertrouwden op de God van Israël en daardoor hun doel bereikten. Dat is ook wel een beetje zo, alleen is het doel dat zij bereikten niet hun doel, niet een doel door mensen gesteld, maar het doel dat de God van Israël zelf heeft gesteld. Daarin pas overwinning, genezing, bevrijding en het op vlucht jagen van vijandelijke legers. Maar daar past dus ook bespotting en geseling in, arrestatie en gevangenschap, ja zelfs marteling tot de dood er op volgt. Dat zijn geen doelen die mensen zichzelf stellen. Maar mensen die opkomen voor de rechten van onderdrukten, die willen dat iedereen tot zijn recht komt en mee kan doen aan de samenleving waarin hij leeft lopen altijd het risico op vervolging en onderdrukking. Wie meeschrijft met Amnesty International en de acties steunt zal ontdekken dat in vrijwel alle landen van de wereld machthebbers proberen zich te ontdoen van lastige mensen die telkens vragen om recht en gerechtigheid. Wat is dat dan voor een God die het zijn aanbidders laat overkomen? Het is niet die God die het laat gebeuren, God martelt niet, God arresteert niet, God maakt geen mensen monddood, God sluit niemand uit, ook al geloven mensen niet in hem maar in een andere God. Het zijn altijd mensen die dat willen doen. Mensen die macht willen uitoefenen over anderen, mensen die rijk willen worden ten koste van anderen, mensen die rijken beschermen die niet willen delen. De God van Israël oefent zijn macht pas uit als er voldoende mensen zijn die opstaan tegen mensen die het kwade zoeken te doen, die anderen onderdrukken en monddood maken. De Bijbel noemt dat beproeving. Zo wordt ons land en met name het CDA nu beproeft op haar tolerantie. Neemt het CDA de verantwoordelijkheid de herdenking op 11 september in New York te laten verstoren door een Nederlandse Populist? Gaan wij accoord met een minderheidsregering die door gedogers gedwongen zal worden de vrijheid van godsdienst in ons land te beperken? Die gedwongen zal worden om medemensen, onze buren en vaak onze collega’s, het recht te ontzeggen op hun eigen manier hun God te aanbidden omdat die laffe angsthazen die de regering willen gedogen een wereldwijde godsdienst benoemen als politieke ideologie. Is dat het land waarin wij willen leven? Is dat een land dat heel langzaam een beetje gaat lijken op het Koninkrijk van God. De brief aan de Hebreeën zegt dat de God van Israël het kwaad ook laat bestaan opdat ook wij de volmaaktheid kunnen meemaken, eigenlijk zijn die wij dan de lezers uit het begin van onze jaartelling. Maar die lezers uit het begin van de jaartelling lukte het uiteindelijk zo’n kracht te worden in het Romeinse Rijk dat een keizer hun symbolen voor zijn karretje spande en er daarna niet aan ontkwam de godsdienst van die Christenen tot staatsgodsdienst te maken. Zou het ons dan niet lukken om van ons land weer een land van tolerantie en gerechtigheid te maken waarin iedereen het recht heeft mee te doen en een ieder de godsdienst kan belijden op de manier die hij of zij het beste vindt? Wij kunnen aan dat land vandaag weer gaan werken.

Door het geloof

vrijdag, 13 augustus, 2010

Hebreeën 11:23-31

Als je gelooft dat er een andere, een betere, wereld komt dan kun je kennelijk veel. De schrijver van de brief aan de Hebreeën heeft er behoefte aan nog eens uitgebreid te wijzen op het Oude Testament waar voorbeelden te over zijn te vinden van mensen die hun vertrouwen stelden op de God van Israël en niet bedrogen uitkwamen. Dat die voorbeelden uit het Oude Testament komen is zo gek nog niet. De jonge gemeenten in het Romeinse Rijk waar deze brief werd voorgelezen lazen elke week ook een stuk uit het Oude Testament. De Joodse Christenen onder hen konden die stukken ook uitleggen maar door een brief als deze leerden ze ook de verhalen uit het Oude Testament in een Christelijk perspectief te zien. Dat is zo ver gegaan dat wij er voor moeten uitkijken want in het Oude Testament wordt wel gesproken over de God van Israël en zijn verhouding met de mensen, daar gaat dat hele Oude Testament over, maar die verzameling boeken gaan niet over Jezus van Nazareth en zijn betekenis voor de mensen en hun verhouding tot de God van Israël. Men is er Jezus van Nazareth wel in gaan lezen maar dat is dus ten onrechte. Het Christelijk geloof is van oorsprong een Joods geloof dat op een bijzondere manier aan de Heidenen is geschonken en daar mogen we dankbaar voor zijn, maar we mogen nooit de Joodse oorsprong uit het oog verliezen. Door die Joodse oorsprong kennen we de verhalen over Mozes en over zijn ouders die drie maanden lang hun zoon verborgen hielden voor de moordlust van de Egyptenaren, over de twee Egyptische vroedvrouwen die de moeders van Joodse kinderen hielpen hun kinderen in leven te houden en de Egyptische prinses die het kind uit het biezen mandje in de Nijl als een godsgeschenk ging opvoeden. Die ouders van Mozes en die vroedvrouwen hadden dat nooit gedurfd als ze niet vertrouwd hadden op de God van Israël. Net als Mozes die later de woestijn in zou vluchten er op vertrouwend dat er een nieuw leven op hem lag te wachten. Net als het volk dat de deurposten besprenkelde met bloed, klaar stond om te vertrekken,  in het geloof dat eindelijk een einde gemaakt zou worden aan hun slavernij. Net als Rachab de hoer die de vreemde verkenners van het woestijnvolk in haar huis ontving in het vertouwen dat goedheid en gastvrijheid uiteindelijk meer zou opleveren dan angst voor vreemdelingen, vreemdelingen die zeven maal rond de stad zouden trekken in het vertrouwen dat niet geweld hen de stad zou geven maar de God van Israël. Ook in onze dagen mogen we het wel eens wat meer over dat vertrouwen hebben. Wij kunnen immers vertrouwen op Jezus van Nazareth die gezegd heeft alle macht te hebben in hemel en op aarde? Waarom dan bang te zijn voor mensen die een ander geloof hebben. Een geloof dat ook gaat over de inrichting van de samenleving, net als het onze, een geloof dat ook vasten kent en zorg voor de armen en de zwakken, net als het onze, een geloof dat zich ook verzet tegen aanvallen op de God die aanbeden wordt, net als het onze. Als we ons door die angst laten regeren geven we uiteindelijk ook ons geloof op. Laten we dan geloven en vertrouwen op de God van Israël en doorgaan met bouwen aan een samenleving waarin plaats is voor iedereen, waar iedereen mag meedoen en dat het Koninkrijk van God wordt genoemd.

In geloof gestorven

donderdag, 12 augustus, 2010

Hebreeën 11:13-22

Elk jaar herdenken de kerken  op 1 november de bijzondere mensen die in de loop van de geschiedenis een voorbeeld zijn geweest. Het waren mensen die er vast van overtuigd waren dat het Koninkrijk van God er aan zit te komen. Nog steeds mogen we dat geloven en vanuit de geloof leven en werken. Roepen om gerechtigheid, eerlijk delen en de naaste liefhebben als jezelf. Dat staat natuurlijk een beetje buiten de alledaagse werkelijkheid. In onze alledaagse werkelijkheid komt er geen televisie aktie voor de slachtoffers in Pakistan, er zijn zo veel armen in de wereld dat we kennelijk die armen een beetje zat worden. De bezuinigingen van het nieuwe rechtse kabinet zullen de armsten op aarde ook wel treffen. Het gedeelte dat we vandaag uit de Bijbel lezen spreekt over mensen die bleven geloven in die nieuwe aarde zelfs tot aan hun sterfbed toe. Belangrijk is dat de mensen die genoemd zijn, zeker Abraham, zichzelf altijd als vreemdelingen hebben beschouwd. Ze waren nog niet aangekomen in het land dat God had beloofd, zelfs al waren ze gevestigd in Kanaaän, het was nog niet de wereld waar iedereen te eten had, waar aan iedereen recht werd gedaan en waar geen leed meer geleden werd. Eigenlijk worden ook wij opgeroepen in ons eigen land als vreemdelingen te leven. Als we geloven dat het land zonder zorgen, het land van de God van Israël mogelijk is, dan wonen we in een ander land, een land dat in de verste verte niet lijkt op het land van de God van Israël. We zijn geroepen om ons land zo in te richten dat we op weg gaan van het huidige Nederland naar een Nederland van de toekomst waarin alle tranen gedroogd zullen zijn. Dat geloof ging zo ver voor Abraham dat hij het er op waagde om op weg te gaan zijn enige zoon te offeren, zoals in Kanaaän gebruikelijk was. Maar de God die Abraham op weg had geholpen was inderdaad de God van het leven. Die hield zijn belofte dat vele volken uit Abraham zouden voortkomen. Daar hoefde je je zoon niet aan te offeren. Jeremia zou later het volk het verhaal nog eens voorhouden toen het volk haar kinderen offerde in het vuur van de Hinnon aan Moloch, de afgod. Hier gaat het om het vertrouwen op weg te gaan in het geloofd dat die God alles uiteindelijk ten goede zal keren. Zo kon Izaak zijn kinderen zegenen en in die zegen de belofte van die God doorgeven, zo zegende Jacob de zonen van Jozef en zo gaf Jozef de opdracht zijn lichaam te bewaren omdat het ooit met het volk naar het beloofde land zou kunnen gaan en daar in de aarde zou rusten. De vraag is of wij nog dat vertrouwen kunnen opbrengen. Telkens immers lijkt de wereld een andere kant op te gaan dan je zou verwachten op grond van de belofte die de God van Israël heeft gedaan. Maar uit de brief aan de Hebreeën spreekt ook dat het geloof in Jezus van Nazareth die de belofte, de liefde van de God van Israël, door de dood heendroeg iedereen het vertrouwen mag geven dat volhouden de enige weg tot leven is.  Wij kunnen kiezen bij welk rijk we willen horen, dat van God of dat van de machtigen der aarde. En we weten ook dat de weg van de wereld leidt tot de dood en dat het Koninkrijk van God ons het leven zal brengen, daar mogen we dus ook vandaag weer aan bouwen, in dat vertrouwen.