Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juni, 2010

Door uw gerechtigheid

zondag, 20 juni, 2010

Psalm 89:16-38

Hoewel deze Psalm gaat over David, de koning van Israël, de beste koning die ze ooit hebben gehad, zingt dezelfde Psalm dat niet David maar God op de troon van Israël zit. Het is dan ook een lied op de successen van Israël. Dat ging pas goed als er gerechtigheid en recht in het land heerste. Dan konden de armen, die vanouds het eerst onderdrukt worden, zich weer oprichten. De waarheid komt dan aan het licht en door de liefde kunnen mensen die het nodig hebben ook echt geholpen worden. Als een volk door heeft dat het door die God van Israël komt dan kan dat volk ook weer juichen voor die God. In ons land lijkt het er vaak op dat het geloof in de God van Israël alleen maar gaat over wat fatsoenlijke mensen niet meer mogen. Vooral bloot mag niet meer en elkaar stevig de waarheid zeggen dat mag ook niet. Maar over het uitbuiten van armen, de exorbitante zelfverrijking bij Banken en grote bedrijven wordt gezwegen. De oneerlijke handelsverhoudingen die arme boeren tot stoppen dwingen en duizenden in Afrika in honger laten worden zelfs verdedigd, we moeten onze eigen rijkdom beschermen. De gerechtigheid waarover deze Psalm zingt is dan ook bij ons meer dan nodig, ook in onze wereld moeten mensen zich oprichten die nu nog onderdrukt en uitgebuit worden. Het arme volk heeft altijd al een visioen, een droom gehad, van een held, een bevrijder die zou opstaan en de onderdrukkers zou bevrijden. De dichter van de Psalm denkt daarbij natuurlijk aan David maar ook in onze dagen lopen mensen maar al te graag leiders na die hen de hemel beloven. Dat is gevaarlijk, David liep er aanvankelijk voor weg, en ook David had de nodige fouten in zijn leven. De successen van David waren volgens deze Psalm de successen van God en daarom kunnen wij alleen spreken over leiders die ons zouden kunnen bevrijden als ze de wetten van de God van Israël in ons midden zouden zetten, de belangrijkste wet het heb Uw naaste lief als Uzelf. In Israël waren alle eerstgeborenen aan God gewijd, dat wat je het eerste krijgt was niet voor jezelf maar was voor God die het kon gebruiken om gerechtigheid te doen, om de zwakken te helpen. De eerstelingen van de oogst waren dan om de hongerigen te voeden. Maar David was geen eersteling, hij was de jongste van zeven broers. Hij werd eersteling gemaakt zingt de Psalm. Daarmee kunnen we allemaal eerstelingen worden, daarmee kan iedereen gewijd worden aan de God van Israël en bestemd worden om de onderdrukten te bevrijden, om de armen gerechtigheid te doen, om de hongerigen te voeden. Dan kan iedereen een plaats krijgen in de dynastie van David, opvolger worden van de koning van vrede en gerechtigheid. Die koningen, opvolgers van David die zich niet aan die heerschappij van de God van Israël onderwerpen, die zichzelf verrijken, de armen onderdrukken, de vreemdelingen vernederen, zullen uit de dynastie verwijderd worden staat hier. Want, zo staat er, de liefde van de God van Israël voor zijn volk, voor alle volken, zal niet verminderen, God blijft trouw aan wat zijn hand begon. Een troostrijke Psalm, een troost die ons nieuwe moed mag geven om ook vandaag weer te werken aan die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, een aarde waar God zelf zal wonen.

Van u ook de aarde

zaterdag, 19 juni, 2010

Psalm 89:1-15

Afgelopen week was er al een dag waarop we deze Psalm in haar geheel gelezen hebben. Dat was nogal een eind en de samenstellers van het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap, dat we hier dagelijks volgen, vonden het kennelijk noodzakelijk om aan het eind van deze week nog een paar keer in te zoomen op een paar gedeelten van deze Psalm. Het is per slot van rekening een prachtig loflied op de God die met je meetrekt, de God van Israël, die ook met ons meetrekt. Liefde en trouw zijn de sleutelwoorden van dit loflied en de manier waarop die God zijn liefde heeft getoond is in het sluiten van zijn verbond. Heel vaak vatten we in het kerkelijk spraakgebruik dat verbond op als het verbond dat die God met zijn volk op de Sinaï heeft gesloten maar dat is toch te kortzichtig. Wie de Bijbel goed leest ontdekt dat God telkens weer met zijn mensen opnieuw een verbond sluit. Steeds is dat verbond afgestemd op de mensen en de omstandigheden waarin die mensen zijn komen te verkeren. Dat begon al met Eva die als belofte kreeg dat een nakomeling van haar die vreselijke slang de kop zou intrappen zodat er geen verleiding meer zou zijn het kwade te doen en alleen het goede zou overblijven. Ook Noach kreeg na de zondvloed de belofte dat nooit meer de hele aarde verwoest zou worden door een overstroming, als teken daarvan geldt de regenboog. Een Jezus van Nazareth beloofde zijn volgelingen dat hij met hen zou zijn al de dagen tot het einde van de geschiedenis. In dit lied gaat het over het verbond tussen de God van Israël en de Koning van Israël bij uitstek, David. In Koningen zoals David was kunnen we voor altijd het verbond van God met de mensen herkennen staat er eigenlijk. En van David weten we dat hij de armen in bescherming nam, dat hij wel veel oorlogen voerde maar altijd om zijn volk te beschermen en om vrede te winnen, dat hij recht en gerechtigheid betrachtte en dat hij niet voor zijn fouten wegliep maar ondanks zijn fouten vasthield aan het verbond met de God van Israël. Hij stelde de Wet van Israël, die ze in de woestijn hadden ontvangen, heb Uw naaste lief als Uzelf, in het midden van het volk, in de hoofdstad Jeruzalem. Over zo’n verbond mag alles en iedereen juichen, want met de aanstelling en het voorbeeld van een dergelijke koning is elk monster dat de zwakken kan bedreigen verslagen. Hier wordt dat monster Rahab genoemd in de literatuur een verschikkelijk monster, maar ook soms de aanduiding voor Egypte het doodsland dat het volk in slavernij hield, zoals zoveel machthebbers mensen in hun greep en in slavernij proberen te houden. Wie er ook door mensen tot god of godje wordt uitgeroepen, de idolen en de sterren uit onze dagen, de materiële doelen als winst en profijt waaraan alles ondergeschikt gemaakt moet worden, alles en iedereen en alle doelen die je je kunt voorstellen dienen onderworpen te worden aan die God. Uit dat verbond blijkt dat het moet gaan om de zwaksten in de wereld, de hongerigen, de lammen, de blinden, de weduwen en de wees, de armen. Die worden bevrijd door een regering als die van David, daar mogen we aan werken, ook vandaag weer.

Uw geloof heeft u gered

vrijdag, 18 juni, 2010

Lucas 8:40-56
 
Ook vandaag gaan de verhalen in het Evangelie van Lucas, die we volgens het rooster van het Nederlands Bijbelgenootschap lezen, over vertrouwen. Er is een man genaamd Jaïrus die vertrouwen heeft in het vermogen van Jezus van Nazareth om iets voor zijn dochterje te doen en er is het vertrouwen van een vrouw dat Jezus van Nazareth haar weer een plaats in de samenleving zou kunnen geven. Voor dat laatste moeten we weten wat die ziekte van bloedvloeing had te betekenen. Die vrouw was tot de onaanraakbaren gaan behoren. Hoewel ze overal kon gaan en staan waar ze wilde maakte haar ziekte dat het aan iedereen verboden was haar aan te raken. Ook zij mocht niemand aanraken. En daardoor was ze buiten de samenleving geplaatst. Jezus van Nazareth heft dat taboe op. Hij verklaart de vrouw genezen en haar vertrouwen maakt dat ze geen straf krijgt, Jezus van Nazareth niet in een positie brengt dat hij zich moet reinigen, maar dat ze gewoon weer mee mag doen. Een vrouw die in hetzelfde vertrouwen leeft en aan wie wij een voorbeeld mogen nemen was Ali Bosshardt, de luitenant kolonel van het Leger des Heils, die gewoon majoor was gebleven. In de chaos van armoede die de stichter van het Leger, William Booth, had aagetroffen kon alleen een militaire dicipline orde scheppen. Uniformen hieven het onderscheid tussen armen en rijken zichtbaar op en maakten de soldaten van het leger herkenbaar. Daar kwamen ook de militaire rangen bij die de functie en positie van heilssoldaten aangeven. Majoor Bosshardt was majoor omdat zij de leiding had over een zorgcentrum op de Amsterdamse Wallen. Zij straalde daarbij het vertrouwen uit dat iedereen geholpen kan worden en dat iedereen aan te spreken is met de bevrijdende boodschap van Jezus van Nazareth, iedereen verdient een volwaardige plaats in onze samenleving. Daarmee is de majoor haar hele leven doorgegaan, of het de kroonpinses of de jonge prostituee was, iedereen mocht meedelen in haar warmte en hartelijkheid, iedereen kon door haar aangeraakt worden.  De Evangeliën van Marcus, Mattheus en Lucas hebben een aantal verhalen die bijna of helemaal hetzelfde zijn. Ze hebben uit dezelfde bron geput. Soms zijn er kleine verschillen die nieuw licht op de verhalen laten schijnen. Maar dat is hier niet het geval. Het volgende verhaal volgt op het verhaal van de vrouw die bloedvloeingen had. Die vrouw was in elk geval volwassen maar daardoor ook een onaanraakbare. In het volgende verhaal was er een meisje dat kennelijk niet meer wilde eten. Met een modern woord noemen we dat annorexia. Daar kun je dood aan gaan, het is een vreselijke ziekte en als je er aan lijdt dan moet je weten dat er goede therapieën voor zijn om te genezen en dat het de hoogste tijd is daarvoor hulp te vragen. In de psychologie wordt wel gezegd dat de ziekte ontstaat bij meisjes uit angst voor volwassenheid. De menstruatie blijft weg en ze blijven daardoor het kleine meisje dat ze waren. Dat je dat niet voor eeuwig kunt volhouden is duidelijk en naarmate de tijd verstrijkt wordt de schade groter. Waar komt die angst voor volwassenheid toch vandaan? Het kan zijn uit sexueel misbruik in de jeugd maar meestal is dat niet het geval. Angst voor een volwassen sexuele relatie kan ook komen door onbekendheid. Als er nooit over gesproken wordt, als je er niet op wordt voorbereid dan kan die maandelijkse bloeding als een schok komen. Dan ben je ineens niet meer die je was, zonder dat je weet hoe je zou kunnen zijn. De gewoonte om niet in het openbaar over sexualiteit te praten en zeker niet over menstruatie kan mensen in onze omgeving dus danig beschadigen. Jezus van Nazareth wijst een andere weg, hij beveelt het meisje op te staan, op te staan tegen haar meisje zijn, ze moet weer eten. Ook hier geeft Jezus iemand weer een eigen plaats in de samenleving. Na de bezeten vreemdeling met zijn vele demonen, de bloedvloeiende vrouw die niet mocht aanraken en aangeraakt worden, volgt nu het meisje dat vrouw mag worden. Voor haar ouders moet dit een danige schok geweest zijn. Ineens moeten ze dat lieve meisje niet meer als lieve meisje behandelen maar als volwassen jonge vrouw. Het kan ouders nog steeds schokken als ze zich moeten realiseren dat hun kleine meisje ineens een jonge vrouw is. Als je niet uitkijkt blijven ze thuis als klein meisje doen en buiten huis als jonge vrouw. Levensgevaarlijk kan dat zijn. We moeten dus in het spoor van Jezus van Nazareth ook onze kinderen de plaats in de samenleving geven die ze verdienen op grond van wat ze zijn, niet van hoe we ze zouden willen.

Waar is jullie geloof?

donderdag, 17 juni, 2010

Lucas 8:22-39
 
Het Evangelie van Lucas rijgt de verhalen aaneen en doordat we ze dag in dag uit in stukjes lezen lijken ze zonder verband te zijn. Dat is niet zo. De verhalen horen bij elkaar. We hebben de oproep gelezen om goed te luisteren. Vandaag is de vraag: hebben de volgelingen van Jezus van Nazareth goed geluisterd of dringt het nog steeds niet helemaal tot ze door? Het Griekse woord voor geloof wordt ook wel vertaald met vertrouwen. We moeten geloven dat het goed komt, we moeten er op vertrouwen dat dat Koninkrijk van God, van eerlijk delen en elkaar liefhebben, er komt en ook mogelijk is. Maar hoeveel vertrouwen moet je hebben. Wij zijn al eeuwen bezig met dit verhaal. Overal op de wereld wordt het gelezen, wordt er gebeden, helpen mensen elkaar en wat is er dan bereikt. Veel natuurlijk. Het grote Romeinse Rijk dat mensenlevens verspilde zoals wij energie verspillen verdween nadat het Christelijk was geworden. Onder druk van het verhaal van Jezus van Nazareth werden mensenlevens steeds belangrijker. De slavernij werd afgeschaft en wordt nu actief bestreden, beschaafde landen schaften de doodstraf af en brengen die steeds opnieuw ter discussie als landen die nog steeds toepassen en elke moord of doodslag in onze samenleving is nieuws. Dat laatste kan ook want op de 19 miljoen inwoners Nederland komt er zelden meer dan één moord per dag voor en meestal toch niet meer dan één per week. Maar toch, een kleine storm van tegenslag en we zijn weer uit het lood. Elke onrechtvaardigheid brengt net zoveel mensen tot wanhoop als tot protest. Wanhoop aan het leven dat maar wacht en protest als de komst van het Koninkrijk steeds opnieuw wordt tegengehouden. In veel Bijbelverhalen wordt met de naam van iemand ook iets over de persoon zelf verteld. Met de naam “Jezus” is dat het geval, het betekent iets als “God bevrijdt” en ook met het land van de Gerasenen is dat het geval, het is het buitenland maar de naam betekent iets als “de beloning ligt aan het einde”. In het verhaal van Lucas is het de enige keer dat Jezus van Nazareth de grens van Israël nadert of overschrijdt. Als Jezus van Nazareth vraagt naar de naam van de man die zo hard roept dat hij niks met Jezus te maken wil hebben dan krijgt hij dan ook een antwoord dat iets vertelt over de man zelf, Legioen, want zo vertelt het Evangelie van Lucas heet hij. Er wonen veel demonen in de man, een latijnse naam in een Grieks verhaal. Waren die Romeinen de demonen?. De ontmoeting vindt plaats buiten de gemeenschap, in het buitenland, aan de overkant van het meer. Veel verder buiten de gemeenschap lijkt niet echt mogelijk. Een man zonder huis, die in grotten slaapt, zonder kleren, een man die bij de varkens verblijft, eenzamer en meer verlaten lijkt niet mogelijk. De bezetenheid van de man mag volgens Jezus ook overgaan op de varkens, die mag je immers toch niet eten, die dienen nergens voor in Israel. In dat buitenland overigens wel, ook de Romeinen waren er dol op en het zou wellicht voedsel voor de bezetter zijn geweest dat nu de afgrond in geholpen wordt? Geen wonder dat de Gerasenen bang werden en vroegen om het vertrek van die vreemde uit Israel die hen de man weer terug had gegeven. Want nu immers kon de man die bezeten was geweest door vele demonen weer deelnemen aan de samenleving. Delen met zijn samenleving wat hem was overkomen, dat eindelijk iemand naar zijn naam had gevraagd, had gevraagd wie hij eigenlijk was.De vraag van Jezus van Nazareth naar de naam, naar de persoon, is de inleiding tot een bevrijding van demonen. wij weten dat angst die demonen voedt, neem vandaag dus iets van die angst weg vraag eens naar de naam en de persoon van een vreemdeling die je tegenkomt. Neem de angst weg en vertrouw.

Trouw omhult u als een mantel.

woensdag, 16 juni, 2010

Psalm 89

Vandaag zingen we een lied uit de bundel Psalmen dat niet aan David wordt toegeschreven maar aan Etan uit de familie van Ezra uit de stam van Juda. Die Etan wordt in het boek Kronieken beschreven als een wijze. Later was er ook een koor van Levieten bij de Tempel die zich naar Etan had genoemd. De dichter van deze psalm heeft zich afgevraagd hoe het nu kwam dat die David zoveel verkeerde dingen kon doen, zoveel oorlogen kon voeren en bloed kon vergieten en toch de lieveling van God kon blijven. Ja het imago kon krijgen dat uit zijn koningshuis uiteindelijk de bevrijder van Israël, de definitieve bevrijder van de armen, de slaven in de wereld, kon voortkomen. En de Psalm noemt twee eigenschappen van de God van Israël die daarvoor bepalend zijn geweest. David zelf komt er dus niet aan te pas, die kon maar al te blij zijn dat door zijn falen die eigenschappen bij de God van Israël werden ontdekt. De eigenschappen waren “trouw” en “goedheid”. Als die eigenschappen worden geplaatst tegenover het gedrag van David dan is het dus niet de God van Israël die het bloed vergoten heeft in de oorlogen van David, dan is het niet de God van Israël die het volk strafte na de volkstelling van David, dan is het niet de God van Israël die de man van Bathseba de oorlog instuurde en bevel gaf hem zo in te zetten dat hij zou sneuvelen, dan in is het dus niet de God van Israël die zo vaak gezorgd heeft voor het leed en de ellende die het volk en het gezin van David overkwam tijdens zijn regering. Het zijn de mensen zelf die steeds afwijken van de weg die de God van Israël heeft gewezen. Het zijn de mensen die ten strijde trekken en geen vrede weten te bewaren. Het zijn de mensen die de eerste willen zijn en de beste, die zich meer willen achten dan een ander en daar alles voor over hebben. Het zijn de mensen die de armen vergeten en de vreemdelingen onrecht aandoen. Maar het is de God van Israël die telkens weer de mensen de kans geeft opnieuw te beginnen. Die trouw blijft aan zijn doel een nieuwe aarde te scheppen, een aarde waar alle tranen gedroogd zijn en waar alle mensen recht wordt gedaan. Het aardige is dat de Psalm een aantal voorstellingen heeft waar Joden, Christenen en Moslims later tegen te hoop zijn gelopen. Hier wordt de God van Israël beschreven als de grootste in de raad der goden. Een voorstelling die in Babel nogal werd aangehangen. Alle goden die daar aanbeden werden kwamen regelmatig bijeen en hadden een voorzitter voor hun vergadering. Volgens de Babiloniërs was dat Mardoek de stormgod, maar volgens de dichter van deze Psalm was dat de God van Israël. Want die God was eigenlijk de enige echte God, de enige God waar je wat aan had. Dat was de God die regels had gegeven waardoor recht en gerechtigheid konden gebeuren, waardoor mensen het goede konden doen en niet dan het goede. Die God is de heerser in hemel en op aarde. Die God had zich een koning uitgekozen die, ondanks alle menselijke fouten, zich naar die regels wilde voegen. En als alles tegenzit, als je ver van de weg van die God bent afgeweken dan mag je er op rekenen dat het weer goed zal komen met je land en dat je de regels van recht en gerechtigheid weer opnieuw mag invoeren. Dat mag in ons land dus ook weer opnieuw, desnoods vandaag, begin er maar mee.

Let goed op hoe jullie luisteren

dinsdag, 15 juni, 2010

Lucas 8:16-21
 
Er zijn elke zondag nog steeds een groot aantal mensen die naar de Kerk gaan. Waarom eigenlijk? De kerken lopen leeg en na al die eeuwen kerkgang lijkt de wereld er nog steeds niet veel beter op geworden. Nog veel erger is het dat er zo veel kerken zijn. Was er nu maar één kerk voor elk dorp en elke wijk in elke stad, maar zelfs kleine dorpen kennen meer kerkgebouwen waar groepen gelovigen heen gaan die vooral niet samen naar de kerk willen. Allemaal hebben ze iets gemeen, ze luisteren naar een voorganger die vindt dat ze goed moeten luisteren. Daarin proberen die voorgangers te lijken op Jezus van Nazareth. Die riep dat immers ook, die dreigde zelfs de mensen af te nemen wat ze hadden als ze niet goed luisterden. Of lezen we het dan verkeerd? Het gevaar is altijd dat als je dat soort zinnetjes gaat gebruiken je het verhaal uit z’n verband trekt. Jezus van Nazareth had het over de goede boodschap, Evangelie genoemd, dat de armen en onderdrukten bevrijdt zouden worden, dat door een volledig andere manier van leven het leed geleden zou zijn, dat je daar zelfs tegen op zou mogen staan. De kunst was het brengen van die boodschap en het leven van die boodschap en door die boodschap het vol te houden tegen alles in, zelfs tegen de dood in. Dan zou dat nieuwe leven tot bloei komen, dat kon je immers niet verborgen houden. Als je het licht opsteekt verdwijnt het donker, zo zit dat in elkaar. De kunst was het dus ook goed naar die boodschap te luisteren. Want het gaat om een bijzonder soort rijkdom. De rijkdom van de Liefde, als je die hebt krijg je er steeds meer van, het is heerlijk anderen lief te hebben, maar als je die liefde niet hebt dan zul je ook weinig liefde ontvangen, mensen die proberen jou lief te hebben zullen daar mee ophouden en dan heb je minder liefde dan eerst. Die boodschap uitdragen is het mooiste wat er is, maar volhouden het moeilijkste. Ook voor Jezus van Nazareth overigens. Het Evangelie van Lucas vertelt het er maar even bij. Voor Jezus van Nazareth even geen tijd voor de familie. Sommige voorgangers schilderen hem graag af als enig kind en gaan dan ook op de traditioneel heidense manier zijn moeder aanbidden. Ze maken van Jezus van Nazareth een God zo dat hij maar niet meer op de mens lijkt die hij was, geschapen naar het beeld van God. Jezus van Nazareth was geen God omdat hij geen mens was maar omdat hij deed zoals God voor de mensen doet. Maar Jezus van Nazareth had geen tijd voor familie, zijn moeder en broers moesten maar buiten blijven. Zijn broers zouden pas na zijn heengaan een belangrijke rol gaan spelen in de gemeente van Jeruzalem. Enig kind was hij ook al niet dus. Maar hij voelde zich pas echt verwant aan de mensen die net als hij hun leven in dienst van het goede hadden gesteld. Familiebanden zoals we die in de samenleving gewoon zijn op te vatten waren geen reden om voorrang te krijgen. Nu kwam het daarmee uiteindelijk dus wel goed. Zijn moeder bleef hem achtervolgen tot bij het kruis toe en zijn broer Jacobus zou het hoofd van de gemeente in Jeruzalem worden. Maar vandaag moeten ook wij luisteren, en horen dat de eerste onder ons de minste tot dienaar wil zijn, dat voortrekken van je familie er niet bij is maar dat al die gelovigen familie zijn, naar welke kerk ze ook gaan, als ze aan het werk gaan om de armen te bevrijden, het evangelie te brengen dus.

En ook enkele vrouwen

maandag, 14 juni, 2010

Lucas 8:1-15
 
In tal van verhalen over Jezus van Nazareth wordt gedaan of hij rond trok door het land Israël vergezeld door de twaalf mannen die hij had uitgekozen. Nog afgezien van het feit dat Jezus ook af en toe de grens over ging naar het buitenland, vertelt het Evangelie van Lucas ons heel uitdrukkelijk dat niet alleen die 12 mannen meegingen maar ook een aantal zeer vooraanstaande bij name genoemde vrouwen. Maria, uit het vissersplaatsje  Magdala, Johanna de vrouw van een vooraanstaande hoveling en Susanna en nog anderen die zorgden dat het hele gezelschap in leven bleef. Dat waren geen armen want er staat uitdrukkelijk bij dat ze van hun eigen geld zorgden voor het gezelschap van Jezus van Nazareth. Het verhaal staat er niet voor niets en niet voor niets op deze manier. Het Evangelie van Lucas is geschreven na de brieven van Paulus, in een tijd dat de Tempel werd verwoest en overal gemeenten waren ontstaan. Nu had Paulus al geschreven dat er in Christus man noch vrouw was.In die nieuwe gemeenten moest worden voorkomen dat de mannen de eerste plaats voor zich zouden opeisen. Tevergeefs, zo weten we nu. De strijd om de macht en de pretentie van mannen dat zij de eerste plaats ook in de kerken, moeten innemen duurt tot op de dag van vandaag. Ja het lijkt er op dat die onbijbelse zogenaamd christelijke pretentie ook in de samenleving vrouwen verhindert hun plaats in te nemen. De gelijkenis van Jezus van Nazareth is ook in onze dagen actueel. De boodschap van bevrijding van de strijd tussen mensen, het aanbreken van de tijd van delen en liefde voor elkaar, is lang niet altijd vanzelfsprekend. Die boodschap lijkt soms in de lucht te verdwijnen als voer voor de vogels. Zich christelijk noemende groepen ontzeggen vrouwen zelfs een plaats in het bestuur van de samenleving alsof er in het Evangelie in het geheel geen vrouwen genoemd worden. Soms lijkt het of vrouwen wel een plaats als gelijke mogen innemen maar als het gaat om de werkelijke verdeling van functies dan schieten de mannelijke ambities als distels op en verstikken ze de mogelijkheden van vrouwen. Maar heel langzaam schiet het gezegde van Paulus, dat er man noch vrouw in het Koninkrijk te onderscheiden valt, wortel. De samenleving wordt er wel gelijk een heel stuk beter van, creatiever, zorgzamer. Niet van die enkele vrouw die mannen zo goed weet te imiteren, maar van vrouwen die werkelijk op grond van hun beeltenis zijn van God een eigen inbreng weten te hebben. In dat Koninkrijk van God gaat het er om dat iedereen gelijk kan meedoen. De Farizeeër, de zondares, de gelovige in de nieuwe wereld van de God van Israël. Alleen wie dag in dag uit zonder ophouden jaren achtereen blijft vragen om een anders ingerichte wereld, anders globalist wil zijn, om een wereld strijd waar recht en rechtvaardigheid heerst en oneerlijke handelsverhoudingen zijn uitgebannen, heeft iets geproefd van het Koninkrijk van God waar die Jezus van Nazareth zo meeslepend over kon vertellen.

Want ze heeft veel liefde betoond

zondag, 13 juni, 2010

Lucas 7:36-50
 
Er wordt van Jezus van Nazareth wel verteld dat hij omging met hoeren en tollenaars, de belastingophalers voor de Romeinen, verraders dus voor Joodse nationalisten.In het verhaal van vandaag lezen we hoe het hem vergaat als hij bij keurige mensen op visite gaat. Hij gaat bij een Farizeër op bezoek. Nou klinkt de titel Farizeër bij ons inmiddels een beetje hetzelfde als huichelaar, iemand die zich keurig voordoet maar het niet is. Dat is bij de Farizeërs waar het in het de Bijbel over gaat niet terecht. Op heel veel punten kwamen de opvattingen van Jezus van Nazareth en de Farizeën overeen. De beweging van de Farizeën had ook de synagoge uitgevonden. In elke plaats, in elk dorp en elke stad, stond een gebouw waar de rollen met de boeken uit de Hebreeuwse Bijbel werden gelezen en bewaard en waar men samenkwam om te leren over het verhaal van Israel en wat daarvan in het leven van alle dag toe te passen. De Tempel in Jeruzalem was vanouds ver weg en wekelijks, of soms dagelijks, bij elkaar komen rond het oude verhaal in plaats van een paar keer per jaar leverde meer op. Jezus van Nazareth sprak vaak in de synagogen en later ging ook Paulus van Tarzus naar de synagogen die hij tegen kwam. Het grote verschil was dat bij de Farizeën alleen de keurige burgers mee mochten doen terwijl Jezus van Nazareth er de nadruk op legde dat iedereen de weg van Liefde voor de naaste, het leven van delen, moest volgen en daarmee een plaats kreeg in de samenleving. Ook in het verhaal van vandaag wordt dat duidelijk. Een vrouw die kennelijk uitgestoten is uit de samenleving herkent in Jezus van Nazareth de mogelijkheid om weer een gerespecteerd en gewaardeerd lid van de samenleving te worden. Of deze vrouw een prostituee was staat er dus niet. Dat wordt vaak aangenomen, vooral door mannen die denken dat vrouwen maar één zonde kunnen begaan, de zonde van de prostitutie, maar vrouwen kunnen alle zonden begaan die mannen ook kunnen begaan. Ze was een zondares en werd met de nek aangekeken. Voor iemand die altijd met de nek wordt aangekeken en naar de rand van de samenleving wordt gedwongen is het een geweldige ervaring als iemand je weer accepteert zoals je bent en je weer een plaats in de samenleving geeft. Deze vrouw brengt dat tot uitdrukking door Jezus van Nazareth zijn voeten te wassen en vervolgens te zalven. Daarmee wordt die Jezus van Nazareth de Christus, de gezalfde. Overigens niet als een koning die op het hoofd gezalfd wordt maar als een geliefde die de voeten wordt gezalfd. Die zalfjes van Christenen stellen zich dus kennelijk niet als koningen op, maar als mensen van de Liefde.Ze lopen zich het vuur uit de sloffen. Het geloof dat dat voor je mogelijk is, wat je ook hebt gedaan je kunt altijd anders, maakt dat het goed kan komen. Ondanks de wrede bezetting, ondanks het geweld in de samenleving mag je in dat geloof in het goede in vrede je weg vervolgen. Ook vandaag nog, ook als je door sommigen in ons land met de nek wordt aangekeken, je hoort er ook voor de meeste Christenenen gewoon bij.

Vreemdelingen toonden zich onderdanig

zaterdag, 12 juni, 2010

Psalm 18:36-51

We hebben het nog steeds over een Koning die een lied zingt over al zijn successen. Hij verwonderd er zich zelfs over dat een hem onbekend volk zich overgegeven had en dat de vreemdelingen in zijn rijk zich als onderdanen gedroegen. Ra ra hoe kan dat? We hadden al eerder gezien dat die Koning zich hield aan de Wetten van het volk van Israël. De Wet die ze hadden gekregen in de woestijn na de uittocht uit Egypte, de bevrijding uit de slavernij. De kern van die Wet was dat je je naaste moet liefhebben als jezelf. Voor een koning betekende dat dat hij rechtvaardig en wijs moest regeren en vrede moest brengen. Van Koning David, aan wie deze psalm wordt toegeschreven, waren dat nu juist de eigenschappen die hem zo geliefd hebben gemaakt. We kunnen ons voorstellen dat vreemdelingen die zich geaccepteerd weten in een samenleving, die ook echt mee mogen doen, zichzelf mogen zijn zoals het volk zichzelf wil zijn, ook alle reden hebben om mee te willen doen. Het is de ervaring die David aan het zingen brengt ter ere van zijn God. Het is overigens ook de ervaring die ons land tot een land van tolerantie heeft gebracht. Want vanaf de tijd dat de Batavieren de Rijn afzakten en zich in ons land vestigden zijn er altijd mensen uit andere landen van de wereld geweest die zich mengden in ons volk. Daar waar we ze wisten op te vangen en als de onzen gingen beschouwen verrijkten ze onze samenleving. Soms ging dat gemakkelijk en hebben we nauwelijks nog een herinnering aan, soms waren er taalproblemen die hun sporen tot op de huidige tijd hebben nagelaten, zoals de Amsterdamse hugenotenwijk Jardin, die tot Jordaan werd en later een Jodenbuurt genoemd zou worden. Denk overigens nu niet dat vrome types als die David alles wat hen overkwam met de ogen dicht aan hun God toeschreven. Als je goed leest dan zie je dat David het over zichzelf heeft en zijn eigen successen ook als successen van zichzelf beschrijft. Hij laat zich echter voortdurend inspireren en leiden door dat wat die God van Israël als richtingwijzers voor het leven en voor het handelen van mensen heeft gegeven. Het volgen van die richting brengt die successen en als je handelt tegen die richtingwijzers in volgen de mislukkingen. Beiden zijn in het leven van David duidelijk aanwijsbaar, de Bijbel verzwijgt er geen maar in in dit lied draait het om de successen opdat ook wij de richtingwijzers van de God van Israël gaan volgen. Tegen het eind van de Psalm kun je zelfs hardop meezingen hoe je David tot voorbeeld kan nemen. Psalm 18 is al een heel oude Psalm. Het oorspronkelijk Hebreeuws en de opbouw van de Psalm doen vermoeden dat het lied al uit de begintijd van Israël als volk en zelfstandige staat dateert. Het is door de eeuwen een zo populair lied gebleken dat het uiteindelijk is opgenomen in de bundels die het boek van de Psalmen zijn gaan vormen. Het is een lied voor koningen, voor bestuurders en regeerders dus. Maar in onze samenleving zijn alle burgers koningen en priesters geworden, wij kiezen immers onze regering en wij maken samen uit wat zij voor wetten kunnen maken. Daarbij zal Psalm 18 een richtingwijzer kunnen zijn, ook hierin staat respect voor een ieder en het heb Uw naaste lief als Uzelf centraal. Daar moet ons leven om draaien en daar moet het in ons land over gaan, ook vandaag nog.

Zijn wetten wees ik nooit af.

vrijdag, 11 juni, 2010

Psalm 18:21-35

We moeten ons steeds realiseren dat het niet zomaar een anonieme gelovige is die hier een lied aanheft over, voor en aan zijn God, maar dat het Koning David zelf is die dit lied zijn hele leven met zich meedroeg. In dit lied wordt duidelijk hoe de regering van David aan zijn succes kwam, en waar de valkuilen en fouten zaten. Want David kan dan wel zingen dat hij zich altijd aan de richtlijnen van zijn God heeft gehouden, wie het verhaal van David in de boeken van Samuël nog eens terugleest weet dat het anders is. Maar dit lied gaat over overwinning en succes en daarbij mag je gerust zingen dat de weg van God volmaakt is en zijn woord zuiver, hij is het schild voor allen die bij hem schuilen. Waar heeft zo’n koning dan allemaal voor te zorgen? Allereerst voor gerechtigheid, iedereen in zijn land zal gelijk moeten worden behandeld, de zon gaat op voor de rijken en voor de armen en straffen zijn dan ook gelijk voor rijken en armen. Maar de zorg voor de zwaksten is ook de taak van de overheid, van de koning dus. De weduwe en de wees verdienen extra bescherming staat er op veel plaatsen in de Bijbel. En de vreemdelingen, ook die verdienen bescherming, daar hoef je niet bang voor te zijn als je ze behandeld als je eigen familie. Dat zijn de taken die David te vervullen had. In een democratie zijn het de taken van een heel volk. Voordat er een koning in Israël was ging de organisatie van de staat er dan ook van uit dat iedereen verantwoordelijk was voor het handhaven van deze regels. Als er conflicten waren dat zorgden de levieten die over het land waren verspreid voor eerlijke vonissen. Eigenlijk was er op dat punt met de komst van een koning niet zo veel veranderd. Een centraal koninklijk gezag zorgde in de eerste plaats voor de bescherming tegen invallen van omringende volken. Die wilden de oogsten en het vee van het volk van Israël graag meenemen en iedere keer weer ontstonden er gewapende conflicten met die buurvolken. Heel lang had het volk het gered doordat rechters uit het land de centrale leiding namen maar dat systeem was te zwak gebleken en daardoor was er een koning gekomen. Maar van een sterke koning mag worden verwacht dat het ook het volk sterk maakt en er dus voor zorgt, of er tenminste aan bijdraagt, dat het volk ook zorgt voor de armen, de zieken, de vreemdelingen. In ons land dreigt die zorg helemaal te verdwijnen. Een flink deel van ons volk is angst aangejaagd voor de vreemdelingen. De rijken wijzen op de bedreiging voor de economie waardoor de zorg voor de zwakken alleen kan blijven worden betaald als zij hun rijkdom moeten inleveren, ze noemen dat lastenverzwaring en dat klinkt onredelijk. Vele gelovigen in de God van Israël en in Jezus van Nazareth zijn nu bang dat ons land helemaal zal vervallen in een politiek van discriminatie van vreemdelingen en bescherming van de rijken. Maar waarom die angst? De zogenaamde christelijke partijen zijn bijna weggevaagd, compromissen die de rijken beschermden kunnen nu niet meer als christelijk worden verkocht. Er is nu vrij baan voor gelovigen om het volk blijvend op te roepen tot bekering en de fouten aan de kaak te stellen. Bekering tot de Weg van de God van Israël, de koninklijke weg van David, de weg van heb Uw naaste lief als Uzelf, voor een land waarin plaats is voor de weduwe en de wees, de arme en de zieke en uitdrukkelijk ook voor de vreemdeling. Vandaag kunnen we weer beginnen met die oproep en met daaraan te werken.