Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor november, 2009

Genade zij met jullie.

maandag, 30 november, 2009

2 Timoteüs 4:9-22

Met de hierboven staande wens sluit Paulus zijn tweede brief aan zijn knecht Timoteüs af. Hoe het met hen af zal lopen blijft verder onbekend. Het heeft kennelijk geen verband met het verhaal over God en de mensen zoals dat in de Bijbel wordt verteld. In het gedeelte dat we vandaag lezen horen we van allemaal mensen van wie we de meesten niet kennen. Die Prisca en Aquila komen we elders in het Nieuwe Testament ook tegen. Als Paulus zijn brief aan de Romeinen schrijft noemt hij ook deze twee. Ze waren uit Rome gevlucht, of verbannen, en ze hadden Paulus vertelt over de gemeente in Rome. Die Linus die hier wordt genoemd wordt buiten de Bijbel ook wel eens aangeduid als een van de vroegste leiders van de gemeente in Rome, maar zeker is dat niet. Ook de gemeente in Rome wordt door Paulus niet als ideaal voorgesteld. Ook daar was ruzie en onenigheid. Mensen hadden hem in de steek gelaten rond zijn proces, anderen hadden hem onverwacht gesteund. Timoteüs wordt zelfs gewaarschuwd voor Alexander de kopersmid. Een prediker waarmee Paulus kennelijk een forse aanvaring heeft gehad. Dat de gemeente in Rome Paulus alleen had laten staan in zijn proces probeert hij hen te vergeven. Je kunt merken dat hem dat niet gemakkelijk afgaat. Lucas, de schrijver van de Handelingen en van het Evangelie van Lucas, dat nemen we tenminste aan, is bij Paulus gebleven. Of nu de Marcus die ook naar Rome wordt gevraagd dezelfde is als de Marcus die het Evangelie van Marcus heeft geschreven weten we niet zeker, maar dat nemen we ook maar aan. Het einde van deze brief heeft een zeer huiselijk en menselijk karakter, een vergeten mantel, boeken die je graag wilt lezen, het gaat over gewone mensen. Het is een brief die we vandaag de dag ook zouden kunnen schrijven aan bekenden. Misschien per email en misschien zouden we vragen over zo’n mantel of boeken ook wel per Twitter of SMS stellen. Maar eerder in deze brief hebben we over de verkondiging gelezen. En aan de verkondiging worden ook de mensen gemeten die Paulus noemt. Zijn ze er nog mee bezig of kregen ze wereld lief en vertrokken ze. Dat “de wereld liefhebben” betekent streven naar roem, eer en rijkdom. Daar zijn gelovigen niet mee bezig. Die zijn bezig met het liefhebben van de mensen. Kennelijk was dat ook het geschil met die kopersmid. De verkondiging dat in de gemeente van Jezus van Nazareth het verschil tussen vrijen en slaven was weggevallen zal een kopersmid niet welgevallig geweest zijn. Het zou van hem gevraagd hebben op een hele andere manier met zijn slaven om te gaan. Dat zouden ineens zijn broeders geworden zijn. Daar zou hij voor gezorgd moeten hebben. Hij zou veiligheidsmaatregelen hebben moeten treffen voor hun gevaarlijke werk. Het leven van een slaaf was in het Romeinse Rijk weinig of niets waard. Het had de waarde die het op de slavenmarkt zou opbrengen en een verminkte slaaf bracht weinig tot niets op. Die gemeente van Paulus, waar mensen elkaar lief hadden als zichzelf, waar men gericht was op de minsten op aarde, had daarom een revolutionair karakter. En dat heeft het vandaag de dag nog steeds, want elke dag weer mogen we ons opnieuw bekommeren om de minsten op aarde, en ons realiseren dat dat in gaat tegen alles dat van deze wereld is.

Jij echter moet in alles nuchter zijn

zondag, 29 november, 2009

2 Timoteüs 4:1-8

Er komt een tijd dat we ons omringen met leraren die ons naar de mond praten. Die dus niet meer wijzen op de werkelijke betekenis van het Evangelie, of van het woord van God wat hetzelfde betekent, maar de dingen zeggen die we graag willen horen. Nu gaan die dingen dus niet over de nuchtere dingen van alledag maar om zaken die buiten ons liggen. Zo hoor je nog wel eens dat de beloning voor je geloof in een volgend leven zal liggen. Zo kan men eindeloos redeneren over verlossing en verzoening, maar hoor je heel weinig over het je naaste lief hebben als jezelf. Paulus roept echter zijn knecht Timoteüs op om zijn dienende taak te vervullen als verkondiger van het Evangelie. In het begin van de brief had Paulus al geschreven dat hij geboeid gevangen zat. Dat was kennelijk een marteling hoewel hij in staat was brieven te dicteren. Als één van de rechtvaardigen die ondanks marteling en dood vasthield aan zijn geloof verwacht ook Paulus dat het met zijn dood niet afgelopen zal zijn maar dat er een dag komt dat alle leed geleden zal zijn en dat hij zelf van die dag deel uit zal maken. Dat neemt niet weg dat nu in dit leven het werk moet worden gedaan. Dat horen mensen niet graag. Want dan moet er gedeeld worden. Dan moet je bij de inrichting van je samenleving voortdurend rekening houden met de zwaksten, met de minsten. Dan blijft het een schande als er mensen van de honger doodgaan, als kinderen lijden onder verwaarlozing, als jongeren ontsporen bij gebrek aan aandacht en opvoeding, als oorlogen maar voort blijven duren, als mensen elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Waar ook ter wereld mensen onrecht wordt aangedaan, voor gelovigen betekent het altijd dat er broeders en zusters onrecht wordt aangedaan. Dat is vervelend, dan kun je niet vroom en mooi zingen, dat schuurt en klinkt niet in harmonie met het gekerm en geschrei van de gemartelden. Dan klinken vrome praatjes over een mooie hemel hoog en verweg ineens ontoereikend want het is heel hard nodig dat die hemel op aarde verschijnt. De vrome verzinsels die in kerken en samenkomsten klinken zijn soms het meest dichtbij en dienen het eerst bestreden te worden. Voor christenen is geen rust en vrede weggelegd zolang de aarde onvrede en onrust kent. Geloof in Jezus Christus geeft geen oplossing van je problemen omdat de problemen van hen die ze niet kunnen oplossen ook jouw problemen worden. Zolang er armen zijn moeten de rijken worden aangesproken en moet er gezorgd worden dat mensen recht wordt gedaan. Natuurlijk komt er een dag dat de rechtvaardige rechter zal oordelen over de levenden en de doden, maar op die dag kunnen we niet wachten zolang onze broeders en zusters onrecht wordt aangedaan. Wij kunnen niet alles, in het licht van de hele bewoonde wereld kunnen we nauwelijks iets. Daarom zijn wij bij dat laatste oordeel afhankelijk van de genade van God en mogen wij God daarvoor nu al dankbaar zijn. Maar vanuit die dankbaarheid en de liefde die we hebben voor God en de naaste mogen we nu aan het werk om onze dienende taak te vervullen. Elk van ons in onze eigen plaats en onze eigen tijd, ook vandaag weer.

Allen die ……..zullen worden vervolgd.

zaterdag, 28 november, 2009

2 Timoteüs 3:10-17

Alle gelovigen zullen worden vervolgd. Dat lijkt in ons land voorlopig alleen op te gaan voor Moslims. Want Moslim zijn dat mag eigenlijk niet. Niet dat de vervolgers weten wat Moslims zijn. Sommigen hebben wel eens iets gelezen over de publicaties van Islamieten uit de Middeleeuwen. Toen in Spanje de Joden met tientallen gelijk op de brandstapel werden gezet omdat ze zich niet tot het Christendom wilden bekeren, of omdat ze zich misschien wel wilden bekeren maar nu eenmaal Jood geweest waren. Toen heerste er kennelijk een geweldadig klimaat tussen mensen van verschillend geloof. Maar ook in de Middeleeuwen waren alle Rooms Katholieken niet de de strenge Rooms Katholieken uit Spanje die anders gelovigen graag in de brand staken. En alle Moslims predikten ook toen al niet dat iedereen het zwaard moest opnemen om de ongelovigen het hoofd af te slaan. En om Rooms Katholieken van vandaag te vergelijken met de brandstichtende Rooms Katholieken uit de Middeleeuwen in Spanje is al even dwaas als Moslims van nu te vergelijken met de zwaardvechtende Moslims uit de Middeleeuwen. Met dat vervolgen moeten we dus voorzichtig zijn. Er zijn ook in ons land mensen die alle geloven willen uitbannen. Nergens willen ze mensen tegenkomen die ergens in geloven. De kans bestaat dat als het ze lukt om de Islam uit ons land te verdrijven het Christendom het volgende geloof is dat uit de samenleving moet verdwijnen. Voor Paulus is dat een heel gewone zaak. Slechte mensen en oplichters zullen van kwaad tot erger vervallen en wie opkomt voor de slachtoffers wacht dus zelf vervolging. Paulus roept daarom zijn vriend en vertegenwoordiger Timotheüs op om vol te houden. Met enige regelmaat de oude geschriften lezen die wij vandaag de dag terug kunnen vinden in de Bijbel. Toen Paulus deze brief aan Timotheüs schreef had de Bijbel nog niet haar definitieve samenstelling gekregen. Maar de eerste vijf boeken, de boeken van de profeten en de Psalmen waren zeer geliefd en werden veel gelezen. Wij hebben het gemakkelijker. Wij hebben het Nederlands Bijbelgenootschap dat een rooster heeft gemaakt aan de hand waarvan je elke dag een stukje uit de Bijbel kunt lezen. Dat stukje heeft te maken met wat er op zondag in de kerken wordt gelezen en met de tijd van het jaar. Hierboven staat het stukje van vandaag en zo doen we dat elke dag, eerst de Bijbel lezen en dan de overweging over het Bijbelgedeelte van de dag. En wat is het nut ervan? Volgens Paulus wordt je dan een dienaar van God die voor zijn of haar taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust. Dat is toch wel heel erg mooi. Het lezen van de Bijbel opent je de ogen voor de slachtoffers van de oplichters en bedriegers. Het lezen van de Bijbel opent je de oren voor de mensen die naast de weg zijn komen te zitten en niet anders kunnen dan roepen om aandacht. Het lezen van de Bijbel zet je in beweging naar de armsten van de wereld en leert je een hand uit te steken naar hen die moeten opstaan en hun ellende moeten kunnen verlaten. Het lezen van de Bijbel leert je mensen tot hun recht te laten komen, van mensen te houden als van jezelf, ook vandaag weer.

Wees waakzaam!

vrijdag, 27 november, 2009

Marcus 13:28-37

Soms zijn de gelijkenissen van Jezus van Nazareth kleine grapjes. Iedereen wil weten wanneer het nu eens echt lente wordt. Dat je dan naar de bomen moet kijken of er al blaadjes aan komen is natuurlijk een dooddoener. Je kunt ook naar de kalender kijken, of de vogels in de lucht. Iedereen weet dat de lente komt maar het ene jaar is het vroeger zacht en het andere jaar kan het nog laat sneeuwen en stormen. Het heeft dus geen zin te speculeren over dag en uur van het begin van de lente. Net zo min heeft het zin om te speculeren over dag en uur van het einde van de geschiedenis. Maar we moeten er wel klaar voor zijn. En dat kan en dat mag. Dat noemen ze in de kerken genade. Dat we mogen zorgen dat de aarde een huis wordt waar God zelf wil komen wonen. Niet dus een huis waar mensen worden vermoord, waar mensen honger leiden, waar mensen aan de kant van de weg moeten blijven staan, waar mensen ten onrechte in gevangenissen worden gestopt, waar oorlog wordt gevoerd en noem maar op, waar de ellende voor de meeste mensen op aarde de overhand heeft. Het lijkt er soms op dat we die aarde met een stevige bezem moeten schoonmaken, Maar het is een taak die geweldig is, die ieder mens verre te boven gaat. Gelukkig kennen we de Heer van de aarde die heeft gezegd dat hem alle macht gegeven is. Wij hoeven niet alles op te lossen, wij mogen naar vermogen ons steentje bijdragen en zoveel mogelijk mensen daarin meekrijgen. Maar we mogen niet verzaken, niet inzakken of inslapen. Want voordat we het weten is het einde van de geschiedenis aangebroken. Eigenlijk staat in dit bijbelgedeelte nog eens heel duidelijk dat je elke dag moet leven of het morgen afgelopen kan zijn. Dat delen van wat we hebben met de hongerigen kan echt niet uitgesteld worden tot de volgende conferentie over voedselnood in de wereld. Daar kunnen de kinderen die lijden aan honger niet op wachten, zij sterven de hongerdood als wij wachten tot de eerlijke handelsverhoudingen ook tot achter de komma geregeld zijn. Juist die eerlijke handelsverhoudingen geven arme boeren de kans op de wereldmarkt te concureren tegen boeren uit rijke landen die beschikken over kennis over de landbouw en subsidies om hun bedrijf zo efficiënt mogelijk tot een zo groot mogelijke winst te brengen. De arme boeren ontbreekt het aan kennis, ontbreekt het aan middelen, aan gereedschappen om hun grond en hun producten met zo weinig mogelijk kosten tot een zo groot mogelijke opbrengst op te kweken. In die ongelijkheid zit de bron van voortdurend terugkerende voedselrampen. Juist daarom moeten we extra waakzaam zijn. Op allerlei terreinen hebben we de neiging alleen onze eigen problemen te willen oplossen en te vergeten dat we om de armen moeten denken. Ons energieprobleem oplossen door in arme landen vruchtbare grond te laten gebruiken voor de verbouw van oneetbare producten die hier gebruikt kunnen worden voor biobrandstof veroordeelt de inwoners van die landen tot honger. Beter is daar voedsel te verbouwen en hier de producten die nodig zijn voor biobrandstof zodat onze boeren niet verleid worden de arme boeren weg te concureren. Waakzaamheid is altijd en overal geboden, ook vandaag weer.

Bid dat het niet in de winter gebeurt

donderdag, 26 november, 2009

Marcus 13:14-27

Nood leert bidden. Als je de verschrikkingen leest die in dit Bijbelgedeelte beschreven zijn dan kun je je dat heel goed voorstellen. De vele opstanden die tijdens en na het leven van Jezus van Nazareth in Palestina plaatsvonden maakten het leven steeds zwaarder. Uiteindelijk werd in het jaar 70 de Tempel in Jeruzalem vernietigd en werd een heel groot deel van de inwoners van Palestina verspreid over het hele Romeinse Rijk. Men kan zich voorstellen dat deze gruwelen een diepe indruk gemaakt hebben op de jonge Christengemeenten die uit Joden en Heidenen bestonden. Mensen die nog maar pas geleerd hadden zich in te zetten voor lijdenden, voor hongerigen, voor vluchtelingen. Zij hoorden de verhalen over oorlog, over mishandelingen en executies, over verkrachtigingen en plunderingen. Ze hadden ook geleerd de komst van Jezus Messias te verwachten. Die Jezus van Nazareth zou immers terugkeren om de hele aarde te bevrijden van al die ellende. Groter ellende kon men zich niet voorstellen dus die Jezus van Nazareth kon elk moment terugkomen. Marcus neemt hier in zijn verhaal over Jezus van Nazareth gas terug. Hij herinnerde zich de waarschuwingen voor valse profeten. In de dagen van Jezus van Nazareth waren er veel messiassen. Ze beloofden de bevrijding van Palestina op allerlei manieren. Sommigen trokken met volgelingen de woestijn in om ver van de bewoonde wereld nieuwe gemeenschappen te stichten. Anderen begonnen opstanden met bloedig geweld hun volgelingen voorhoudend dat ze een teken uit de hemel zouden krijgen die de overwinning garandeerde. Jezus van Nazareth waarschuwde krachtig tegen deze valse messiassen. Ze zijn te herkennen aan de genezingen en andere wonderen die ze voor een groot publiek verrichten. Die terugkomst is wel te verwachten. Maar wanneer weten we niet. In elk geval niet als wij denken dat de rampen en de ellende op hun ergst zijn. Het kan altijd nog erger. Pas nadat het echt op z’n ergst is geweest, pas daarna komt Jezus terug. Dan pas zal de zon verduisterd worden, zullen de sterren uit de hemel vallen en zullen de hemelse machten wankelen. Natuurkundigen voorspellen dat de aarde zal vergaan als de zon is opgebrand maar dat opbranden van de zon kan nog wel vele eeuwen op zich laten wachten. De lezers van het Evangelie van Marcus wisten dat nog niet. En of het inderdaad zal liggen aan natuurwetten weten wij ook niet. Marcus had dezelfde beschrijvingen over rampen en ellende gelezen in de boeken van de profeten Jesaja en Daniel. In onze geschiedenis meende men ook heel vaak dezelfde tekenen te herkennen, maar steeds kreeg Jezus van Nazareth gelijk. Al die ellende, al die oorlog en hongersnoden betekenen nog niet het einde van de geschiedenis. Natuurlijk mogen we bidden dat een hongersnood niet uitbreekt in de winter. Ook voor ons zijn rampen en ellende niet uitgesloten. Voor ons zijn er de slachtoffers voor wie we oog en oor mogen hebben. Wij mogen ons afvragen hoe het komt dat de een klein deel op onze aarde de rampen zonder veel moeite kan doorstaan terwijl een groot deel van de aarde meer dan naar verhouding te lijden heeft van alle rampen, oorlogen en ellende. Wij zullen moeten leren wat delen is, dan zullen we ook de zwaarste tijden doorstaan. En met dat leren mogen we vandaag al beginnen.

Aan alle volken het goede nieuws

woensdag, 25 november, 2009

Marcus 13:3-13

Zo ver zijn we nog lang niet, dat aan alle volken op de aarde het goede nieuws is verkondigd. In de tijd dat het evangelie van Marcus werd geschreven leek het heel wat dichterbij dan vandaag. Toen geloofde men dat er zeventig volken op de wereld waren en dat eigenlijk al die volken zo ongeveer onderworpen waren aan het Romeinse Rijk. Het feit dat er overal oorlog werd gevoerd en dat er hongersnoden en aardbevingen waren droegen bij aan het gevoel dat het einde van de geschiedenis wel dichtbij zou moeten zijn. Als je nagaat hoe oud de kosmos is, hoe ver we afzitten van de oerknal, dan is die paar duizend jaar waarover we nu praten inderdaad niet veel. Maar op een mensenleven is het nog een hele tijd. Als we het gedeelte van vandaag nauwkeurig lezen dan blijkt dat we ons eigenlijk helemaal niet druk hoeven maken over al die tekenen die wijzen op een mogelijk einde van de geschiedenis. Ook in onze dagen duikt het verlangen het te kunnen voorspellen weer op. Gewezen wordt dan op een kalender van de Maya’s in Zuid Amerika die af zou lopen op 21 december 2012. Volgens sommigen moet dat een heleboel betekenen. Volgens de Bijbel betekent het voor gelovigen helemaal niks. Wat veel belangrijker is is de vraag hoe je dat geloof volhoudt. Al die keurige nette schriftgeleerden in hun mooie pakken vinden het maar niks, dat voorop zetten van de minste, dat dag en nacht zorgen voor de mensen die zorg nodig hebben. Ze zullen zich er met geweld tegen verzetten. Ja zelfs binnen families zal er ruzie blijven ontstaan rond de vraag waar de familie bij hoort, bij die scherpslijpende zich duur voordoende bijbelgeleerden, of bij de mensen die alles wat ze hebben delen met hen die niets hebben, die proberen iedereen er van de overtuigen dat alleen samen leven en samen delen kan leiden tot een betere samenleving. Gelukkig hoef je je niet af te vragen hoe je dat moet uitleggen, als je behept bent met dezelfde geest als Jezus van Nazareth, de Heilige Geest noemen we dat in de kerk, dan vallen de juiste woorden je vanzelf in. Soms zul je zelfs verbaasd staan van jezelf hoe helder en overtuigend je de bevrijding van de armen kunt verkondigen. Denk overigens niet dat Jezus van Nazareth de vier volgelingen met wie hij naar de tempel zat te kijken iets nieuws vertelde. Hij citeert hier volop uit de boeken van de profeten. Dat van die familieruzies werd bijvoorbeeld al voorspeld door de profeet Micha en Daniël had temidden van de ballingschap in Babel al opgeroepen om vol te houden in het geloof in de God van Israël ook al wordt je door iedereen er om gehaat. In de dagen van het ontstaan van het evangelie van Marcus was er alle reden om kijkend naar de Tempel na te denken over het einde van de geschiedenis. Keizer Caligula had eerst de Tempel op verschrikkelijke wijze ontwijd en in het jaar 70 zou de Tempel in Jeruzalem voorgoed verwoest worden, alleen een muur bleef staan. Die verwoesting bracht een einde aan de manier waarop de godsdienst van de God van Israël vanouds werd gevierd. Christenen bedachten toen dat hun hart de Tempel zou moeten zijn waar God zou komen wonen. En dat betekent dat overal waar we zijn, dag in dag uit, we de wil van God kunnen doen door oog en zorg te hebben voor de minsten op aarde, ook vandaag kan dat weer, ondanks alle tegenstand.

Een arme weduwe

dinsdag, 24 november, 2009

Marcus 12:35-13:2

Als het uitgangspunt van je godsdienst is dat je je naaste lief moet hebben als jezelf, dat je dus in de eerste plaats oog moet hebben voor de armen in de samenleving, voor de weduwe en de wees stond er in de Hebreeuwse Bijbel die we tegenwoordig het Oude Testament noemen, wat zie je dan als je bij het centrum van je godsdienst bent? Zie je dan scherpslijperij waar je uren over kunt debateren? Jezus van Nazareth geeft er een voorbeeld van. Een echte theologische discussie waar gestudeerde dominees en pastoors van houden. Dikke boeken zijn er volgeschreven over vragen zoals Jezus van Nazareth hier formuleert. Soms wordt er over God, engelen, de hemel en het hiernamaals zo lang en breed gesproken dat het er op lijkt dat die discussies het belangrijkste zijn op geloofsgebied. Mensen luisteren graag naar dat soort discussies, ze doen een beroep op hun denkvermogen en als hun voorgangers en leraars er logische en fraaie redeneringen over opzetten dan lijken ze belangrijker en hun luisteraars doen dan belangrijke dingen door naar ze te luisteren of door hun dikke boeken te lezen. Maar het heeft niks te maken met het houden van God en dus niks met het liefhebben van een naaste als jezelf. Integendeel, als je dat soort scherpslijpende voorgangers goed bekijkt zie je hun deftige zwarte en grijze pakken, hun smetteloos witte overhemden en zorgvuldig geknoopte stropdassen. Ze zijn lid van de plaatselijke Rotary clubs en zitten vooraan als er belangrijke diners worden georganiseerd of als belangrijke personen in het zonnetje moeten worden gezet. Het heet bij ons anders maar het is niet anders als in de dagen van Jezus van Nazareth.  Dat verslinden van die huizen van de weduwen begrijpen we misschien niet direct. Maar als we de boeken van de profeten weer eens nalezen dan horen we weer de waarschuwing aan de rijken dat ze akker aan akker rijgen en de armen  laten kreperen. In een stad als Jeruzalem waren weduwen extra afhankelijk van mensen die bereid waren hun een eigen plaats in de samenleving te geven. Zorgen dat ze ongestoord konden wonen was het eerste dat nodig was. Dus als er geen huur betaald kon worden, als de woning verkocht moest worden om te kunnen blijven eten, dan moet je de weduwe niet direct op straat zetten. Die vrome keurige scherpslijpers met hun fraai geformuleerde lange gebeden wisten er wel raad mee. Er was toch werk genoeg? Iedereen kan toch werk vinden? Dat is toch een eigen verantwoordelijkheid? Je moet de armen toch niet belonen voor hun armoede? Het zijn de kreten die je ook vandaag de dag kunt horen als je je inzet voor de bestrijding van armoede, tegen woekerrente, voor het laten werken van mensen die lang uit het arbeidsproces zijn. Maar bijna ieder collectant voor een goed doel weet het. Als je collecteert in een “arme” buurt haal je meer op. Als het op delen aankomt zijn mensen met een laag inkomen meer bereid om te delen met wie het nodig heeft dan de rijken. Die houden de deur dicht en de knip op slot. En menig collectant die door stromende regen huis aan huis liep te collecteren voor een goed doel kan vertellen dat hij of zij in een eenvoudige woning werd binnengevraagd om een warm kop koffie te drinken. Jezus van Nazareth vraagt ons vandaag waar we bij willen horen, bij die mensen waar de mensen oog voor hebben omdat ze zich rijk en succesvol voordoen, of bij de mensen die oog hebben voor de armen voor de minsten. Die keus moeten we ook vandaag weer maken.

Heb uw naaste lief als uzelf.

maandag, 23 november, 2009

Marcus 12:28-34

Wat is dat nu dat geloven? Zelfs schriftgeleerden kunnen er mee in de knoop zitten. Ze hadden altijd geleerd dat het zat in het nauwkeurig volgen van alle 163 geboden uit de eerste vijf boeken van de Bijbel. Over het hoe en wanneer van het volgen van die geboden waren lange discussies gevoerd. Uiteindelijk zouden er dikke boeken over worden geschreven. Elke denkbare situatie zou worden verkend en elke denkbare interpretatie van de regels zou onder woorden worden gebracht. Die geboden kwamen van God en aangezien niemand gelijk was aan God werd geen van die interpretaties of toepassingen verworpen. Maar was dat nu geloven in God? Wat is nu het hart van het geloof, wat is de essentie, waar draait het allemaal om en als je die interpretaties en toepassingen in het heden probeert te plaatsen wat is dan je richtsnoer? Ook daar is een antwoord op. Karen Anderson, die veel over de Bijbel geschreven heeft en tal van godsdiensten heeft onderzocht, komt met de Gouden Regel : “Wat gij niet wilt dat U geschiedt, doet dat ook een ander niet” Als iedereen dat zou doen dan zou het ogenblikkelijk vrede worden. Dat staat inderdaad ook in de Bijbel. Maar Jezus van Nazareth gaat nog een stap verder. Hij plakt twee geboden aan elkaar, het eerste gebod uit de 10 geboden zoals in het boek Deuteronomium te vinden is en de samenvatting zoals die in het boek Leviticus staat. Het begint zoals in het boek Deuteronomium Mozes vertelt dat hij begon te vertellen toen hij het volk de geboden bracht. “Hoor Israël” Een oproep aan het volk. Die oproep klinkt tot op vandaag de dag door. Telkens weer, dag in dag uit en ontelbare keren per dag wordt het volk Israël opgeroepen hier naar te luisteren. En wij mogen meeluisteren, door Jezus van Nazareth mogen we zelfs meedoen. Het allereerste dat dan gezegd moet worden is dat de God van Israël de enige Heer is. Wie jou ook wat heeft opgedragen of voorgehouden, als het niet van God komt is het van nul en generlei waarde. Want die God moet je immers liefhebben met alles wat in je is, je hart, dus emotioneel, je verstand, dus rationeel, je ziel, dus met je hele persoonlijkheid, maar ook fysiek met al je kracht. Hoe doe je dat dan die God liefhebben? Want een beeld van die God is er niet, een plaats waar hij woont is niet zichtbaar, ja de hele aarde zeggen ze: dat is zijn voetenbank. Dan komt het tweede gebod, de Statenvertaling sprak nog uit dat dit gelijk is aan het eerste gebod, hier staat het één na belangrijkste, maar het is het Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf. Belangrijker dan deze twee is er niet. Alles is er op gericht geen andere machten macht en gezag toe te kennen op deze aarde alleen de God van Israël en alles wat je dus doet, denkt, voelt, in beweging zet en je kracht nodig heeft is gericht op de naaste, de minste bovenal, de armen, de hongerigen, de gevangenen, de lammen en de blinden, de weduwe en de wees. Dat is belangrijker dan alle religieuze rituelen. De schriftgeleerde noemt er een aantal uit zijn tijd, wij hebben andere maar het Koninkrijk van God zit in die eerste twee geboden. Dat is zo glashelder dat je er verder geen vragen bij hoeft te stellen. Het bevrijdt ons van al die machten en krachten in de wereld die ons voor zichzelf willen gebruiken, die geld, eer, roem en genot aan ons willen verdienen en ons af willen houden van de zorg voor de minsten in de wereld. Het richt ons juist op die minsten. Dat kan en dat mag door Jezus van Nazareth die het ons voorleefde zelfs dwars door de dood heen. Daar mogen we ons vandaag dus ook weer door laten leiden en in beweging zetten. Opstaan dus, voor de minsten.

Hij kroont de vernederden

zondag, 22 november, 2009

Psalm 149

Op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar zingen we mee met Psalm 149. Volgende week is het de eerste zondag van de advent en dan begint de kerkelijke cyclus van feest en gedenkdagen weer opnieuw. Deze Psalm is een vreugdepsalm voor het einde der tijden. Hier loopt de geschiedenis op uit. Al die machthebbers en dictators zullen van hun machtsposities en tronen gestoten worden en de onderdrukten zullen bevrijd zijn en kunnen dansen in de straten en feestvieren op de pleinen. Geleerden nemen soms aan dat de Psalm gezongen werd toen onder Nehemia Jeruzalem herbouwd was en het volk Israël weer een eigen land met een eigen hoofdstad had en de Tempel weer het centrum van het leven was gaan vormen. Voor die nieuwe wereld die open gaat is een nieuw lied nodig. En als je op deze manier een nieuw lied zingt krijg je een nieuwe kijk op de wereld. Als wij kijken naar onze wereld terwijl we deze Psalm zingen merken we dat er nog heel veel veranderd moet worden voordat we met al onze broeders en zusters deze Psalm in vreugde kunnen zingen. Daarom is het goed dat er volgende week weer een nieuwe periode begint, dat het advent wordt waarin we de verwachting van een verlosser weer opnieuw beleven, de komst van het licht voor de wereld. Daar zijn we nog niet. Vandaag mogen we zingen van de tijd die komen gaat en blij zijn dat we er over kunnen zingen. In deze Psalm wordt gesproken over een tweesnijdend zwaard. De bouwers aan Jeruzalem in de dagen van Nehemia moesten bouwen met een troffel in de ene en een zwaard in de andere hand. Maar de Bijbel spreekt ook over het woord van God als een tweesnijdend zwaard. Als wij onze wereld vergelijken met de wereld die de Psalm beschrijft dan merken we wat dat betekent. Als met een tweesnijdend zwaard wordt het goede glashelder van het kwade gescheiden. De vernederden worden gekroond met de zegen, niet langer zijn er vernederden, niet langer is er honger, moeten kinderen onnodig sterven omdat er niet voor hen gezorgd wordt, niet langer zijn er armen die bedelend rondgaan, niet langer zijn er gevangenen die opgesloten zijn vanwege hun overtuiging, niet langer worden godsdiensten en overtuigingen bespot en gekleineerd, niet langer wordt de ene bevolkingsgroep opgezet tegen de andere. Al die koningen en leiders zal recht gedaan worden, aan wie straf verdient zal straf voltrokken worden wie moet leren een rechtvaardige wereld op te bouwen zal les krijgen. Nu al hebben we tribunalen voor misdadigers tegen de mensheid maar aan het eind van de tijden zal God zelf recht spreken en kunnen ook de zogenaamde winnaars hun straf niet ontlopen als ze misdaden hebben gepleegd om te kunnen overwinnen. De enige maat is dan het lot van de minsten, van de zwaksten op aarde. Wie daar ook het afgelopen kerkelijk jaar mee bezig is geweest zal in het komende kerkelijk jaar met verdubbelde ijver Gods Woord verkondigen, Gods licht laten schijnen over zijn aarde, over zijn mensen. Zodat het geschrei van de verdrukten gehoord wordt en hun lot gezien wordt en de lof van God met recht verkondigd kan worden. Vandaag begint het opnieuw.

In volkomen vertrouwen op de Heer

zaterdag, 21 november, 2009

2 Makkabeeën 7:30-42

Hier komen we dan aan het einde van het verhaal over de zeven broers en hun moeder en hoe ze gemarteld werden en gedood omdat ze ingeburgerd wilden blijven in het volk van Mozes en niet wilden inburgeren in het volk en de cultuur van de Griekse koning. De jongste broer heeft nog de langste preek tegen de koning. Hij schuift de schuld voor de marteling en de dood op zichzelf en dat wat hij en zijn broers verkeerd hebben gedaan. Als je je onvoldoende houd aan het Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf dan loop je vanzelf rampspoed en ellende op. Maar als je willens en wetens rampspoed en ellende veroorzaakt en over andere mensen brengt dan ben je voor eeuwig verdoemd. Voor ons is natuurlijk de vraag hoe ver dat gaat. Want dat staat er niet bij. Wij martelen immers niet zelf, wij vermoorden geen burgers omwille van hun geloof. Natuurlijk, er zijn er in ons volk die mensen het land uit willen sturen omdat ze anders geloven als de meeste Christenen, die mensen willen bepaalde vormen van geloof zelfs verbieden in ons land. Dat is al eenzelfde vorm van dwang als de Griekse Koning op de Joden toepaste en we mogen op grond van dit verhaal uit het boek dat niet in de Bijbel staat aannemen dat de Bijbel zelf dat gedrag veroordeelt. Maar hoever gaat onze betrokkenheid. Op tal van plaatsen in de wereld worden mensen gemarteld om wat ze vinden, ze worden gevangen gezet en soms gedood. Ook al gebeurt dat in andere landen zijn wij dan mede schuldig? Het gaat natuurlijk wel altijd om onze zusters en broeders. Alle mensen op de wereld zijn door God geschapen wordt ons door de zeven broers en hun moeder vertelt. Als we daarin geloven dan zijn we ook verwant aan alle mensen en worden dus verwanten van ons gemarteld en gedood omwille van hun overtuiging, ook al is die overtuiging niet altijd de onze. Een organisatie als Amnesty International komt voor hen op. Niet namens een regering of een bepaalde overtuiging maar omdat alle mensen het recht hebben op hun eigen overtuiging en het uitdragen van die overtuiging. En ook al heb je volgens sommige menselijke wetten een straf verdiend dan moet die straf menselijk worden opgelegd en uitgevoerd. Ook mensen die fout zijn geweest verdienen een eerlijk proces en niemand mag zo gestrafd worden dat de dood er op volgt of dat het uitloopt op marteling en lijden. Amnesty International beroept zich daarbij op de Algemene Verklaring van de rechten van de mens zoals die vastgesteld zijn door de Verenigde Naties en op de verklaring omtrent Kinderrechten van de VN. Gelovigen in de God van Israël mogen zich dan beroepen op de Bijbel, hun opdracht van de God van Israël om mensen tot hun recht te laten komen, ze voeren uiteindelijk dezelfde strijd als Amnesty International. Wegkijken, negeren, handelen met foute regiems, tolereren van fout gedrag maakt ons dus mede schuldig aan het voortduren van marteling en onrecht. Via email, het schrijven van brieven, het tekenen van petities en financiële ondersteuning kunnen we het werk van Amnesty International ondersteunen. Zij geven ons de instrumenten om effectief op te kunnen staan tegen onrecht en geweld tegen individuen. Wat let ons om hun instrumenten te gebruiken. Wij willen toch niet een wereld waarin zeven broers en hun moeder gemarteld en gedood kunnen worden omdat zij niet geloven wat de overheid wil dat ze geloven?