Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor augustus, 2009

Hij heeft zich over de armen ontfermd

maandag, 31 augustus, 2009

Jesaja 49:8-13

Het lijkt er niet altijd op dat het beter wordt op aarde. Maar de Apartheid in Zuid-Afrika is verdwenen en we kunnen de mensen daar nu helpen om een welvarende samenleving op te bouwen. Amerika heeft een zwarte president en we kunnen er gebruik van maken om het rascisme in eigen land te bestrijden. De volken in de wereld werken op allerlei gebied samen en de financiële crisis dwingt ze om nog meer samen te werken, wij kunnen er gebruik van maken door nog harder om eerlijke handelsverhoudingen te vragen. Zo komt er een generaal van de Verenigde Naties vertellen dat er minder gevochten wordt in Darfur, tijd om de mensen daar massaal een nieuwe toekomst te geven. De armen worden nooit en nimmer vergeten zegt de Profeet in het gedeelte van vandaag. Sion klaagt wel dat zij is vergeten  maar de plaats waar het Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf zou moeten worden bewaard zal worden herbouwd en daarmee zal ook die Wet weer onverkort tot leven komen. Het is bar wennen voor de ballingen in Babel. Die koning Cyrus had wel mooi praten met zijn bevel om terug te keren en de Tempel te herbouwen maar zo’n onderneming roept allereerst een hoop vragen op. Hoe zit het met de vreemde volken die handenwrijvend langs de weg stonden om de ballingen voorbij te zien komen op weg naar Babel. De Tempel in Jeruzalem is verwoest en de Ark met de stenen platen zijn verdwenen. Hoe moet dat met de Godsdienst? De gelovigen hadden overigens de tijd in Babel nuttig gebruikt. Alle oude verhalen over het volk Israël en zijn God hadden ze verzameld. Van diverse heiligdommen waren de oude geschriften meegenomen en de Priesters van de Tempel en de ambtenaren van het paleis hadden archieven en geschriften bij elkaar gebracht. Met alles bij elkaar hadden ze samen de eerste boeken samengesteld die later de Hebreeuwse Bijbel zouden gaan vormen. Daarom kan de Profeet in vertrouwen zeggen dat ze op weg kunnen gaan en dat ze zullen merken hoe het zal gaan als de tijd daar is. Voor die koningen en die vreemde volken hoeven ze niet bang te zijn. Ook voor de reis niet: “de zon zal hen niet steken overdag, bij nacht de maan niet” herdichtte Huub Oosterhuis dit gedeelte uit het boek van de profeet Jesaja. Zo was het bij de uittocht uit Egypte, zo zal het zijn bij de terugkeer uit de ballingschap. Want niet alleen uit Babel zal het volk terugkeren. Er wordt ook gesproken over Syene, dat ligt in het zuiden van Egypte, waar nu Aswan is. Daar was vanouds een garnizoen van Joodse soldaten en ook die komen terug zegt de profeet. De successen van de armen moeten ook ons inspireren om ons dag in dag uit in te zetten voor die betere wereld, voor dat Koninkrijk van God. Dat koninkrijk is onafwendbaar, dat komt er echt, daar mogen we ook vandaag aan werken.

Mijn tong maakte hij scherp als een zwaard

zondag, 30 augustus, 2009

Jesaja 49:1-7

Vandaag beginnen we in het tweede deel van het boek van de Tweede Jesaja. Maar nu gaat het niet meer over het opheffen van de ballingschap en de rol van Cyrus en zo, maar over de terugkeer naar Jeruzalem en de hervestiging van de Tempel op de berg Sion, waar de Wet van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf werd bewaard en verkondigd. De Profeet begint zijn lied met het bezingen dat hij van zijn geboorte af aan een werktuig mocht zijn in de hand van God. Dat hij zijn taalvaardigheid heeft gekregen om dienaar van God te zijn. Dienaar mag hij zijn in het verzamelen van Israël en het terugbrengen van het volk naar het land Israël. Dat zal bewondering afdwingen en eerbied voor de God van Israël die dat allemaal mogelijk heeft gemaakt. Als God de profeet hier al vanaf zijn geboorte voor heeft bestemd en de profeet ook heeft uitgerust met de capaciteiten die daar voor nodig waren dan rijst de vraag of die profeet het ook gemakkelijk heeft gehad met die taak? Dat zou het voor ons immers ook eenvoudig maken om er achter te komen welke taak God voor ons heeft weggelegd. Maar nauwkeurige lezing van het gedeelte van vandaag leert ons dat de profeet het helemaal niet gemakkelijk heeft gehad. Tevergeefs heeft hij zich afgemat, al zijn krachten zijn verbruikt, het heeft allemaal geen zin gehad. We moeten aannemen dat de profeet zich consequent heeft gehouden aan de Wet van God zoals die op Sion werd bewaard. Sommige geleerden menen dan ook dat met de ik die hier spreekt niet de profeet wordt bedoeld maar Jeruzalem sprekend wordt ingevoerd. Maar het is de profeet die als dienaar wordt geroepen en dienaren kunnen nog zo hard werken het lukt niet altijd, het lukt zeker niet op eigen kracht. Ook de ballingen zullen moeten kunnen volhouden als ze terugkeren. Elders in de Bijbel lezen we daar ook een verhaal over en dan blijkt dat ze de muren van Jeruzalem moesten opbouwen met in één hand de stenen en het cement en in de andere hand het zwaard. En geef toe, wij kennen dat toch ook die vermoeidheid? Hoe vaak is er niet geroepen om vrede, is er geschreeuwd om gerechtigheid. Hoe veel acties zijn er al wel niet geweest om hongerige kindertjes te voeden, om weer nieuwe weeshuizen te bouwen, om medicijnen voor zieken te kunnen kopen. Hoe lang bestaat de Fair Trade beweging al wel niet en hoe langzaam gaat de groei van de markt voor eerlijke handelsverhoudingen. Ook wij worden er wel eens moe van en velen zijn afgehaakt in de loop van de jaren. Maar net als de profeet mogen we volhouden omdat ons streven recht gedaan zal worden. We mogen moed putten uit het vertrouwen dat spreekt uit de woorden van de profeet. Dit vertrouwen is immers een licht voor alle volken en reikt tot aan de einde der aarde. Dat licht mogen we dragen en verspreiden, ook vandaag.

U bent mijn helper, mijn bevrijder

zaterdag, 29 augustus, 2009

Psalm 70

Vandaag zingen we een klein psalmpje mee. Het opschrift komt ook voor in Psalm 38 en de rest van de Psalm is bijna geheel te vinden in Psalm 40. Zo’n opschrift geeft over het algemeen aan wat voor soort lied het is, maar in dit geval zijn de vertalers het er niet over eens wat er nu eigenlijk boven de Psalm staat. De Nieuwe Bijbelvertaling heeft er voor gekozen het opschrift niet letterlijk te vertalen maar weer te geven wat voor soort Psalm het eigenlijk is. En dat is inderdaad een persoonlijk gebed. Maar er wordt in het opschrift het Hebreeuwse woord Zakar gebruikt en dat betekent gedenken. Daarom zijn er geleerden die denken dat de Psalm in de Tempel gezongen werd als het zogenaamde gedenkoffer werd gebracht, een offer dat zowel in het boek Numeri als in het boek Leviticus wordt beschreven. Zo’n gedenkoffer was een eenvoudig offer van meel en olie waarvan een brood werd gebakken dat door de Priester werd gegeten. Dat offer herinnert aan de Uittocht uit Egypte maar ook aan dat je alles in het leven bereid moet zijn om te delen. En alles willen delen in het leven is bespottelijk. Het is daarom geen wonder dat in het centrum van de Psalm gebeden wordt om beschaamd te doen omkeren wie de spot drijven met hen die inderdaad willen delen. Daarvoor is bij tijd en wijle inderdaad een indringend gebed nodig zoals er nu boven de Psalm staat. Jezus van Nazareth zou dat delen van brood en wijn zelfs in verband brengen met het delen van zijn lichaam en bloed en ook daar een gedenkmaal van maken dat we nu kennen als het avondmaal. Voor velen herinnert ook dat aan een bespottelijk gebeuren:  een kruisdood als het meest heilige en inspirerende in de geschiedenis ervaren. Je moet je soms echt voor ogen houden dat wie bij de God van Israël hun geluk zoeken lachen en vrolijk zullen zijn. Als je wilt delen met de minsten op de aarde en je laat de beelden toe van de hongerigen en de naakten dan vergaat je het lachen. Als je de gemartelden om hun geweten ziet waarover Amnesty International schrijft, als je de misbruikte kinderen ziet in een land als Thailand, de gestoorde kindsoldaten uit Afrika dan valt er niet meer vrolijk te zijn. Toch mogen wij helpen hun lot te verlichten, mogen wij onze rijke samenleving inzetten om te delen met hen die geen enkele samenleving meer kennen, alleen nog chaos en verwoesting. Dan ervaren we ook hoe zwak we eigenlijk zijn. Hoe gevangen we zitten in de materiële verworvenheden van onze eigen samenleving. Hoezeer we bevrijding nodig hebben van het streven naar altijd meer en nog meer. Dan is een gebed om een helper, een bevrijder zeer op zijn plaats. Daarom zingen we deze Psalm vandaag, om vervolgens met nieuwe kracht weer aan het werk te kunnen in het Koninkrijk van onze God.

Ik ben de eerste, ik ben de laatste

vrijdag, 28 augustus, 2009

Jesaja 48:12-22

Vandaag sluiten we de lezing af van de rij liederen van de Tweede Jesaja over de komst van Cyrus en zijn bevel om terug te keren naar Jeruzalem en daar de Tempel te herbouwen. In het boek de Openbaring van Johannes, aan het eind van het Nieuwe Testament, kunnen we ook lezen dat God de eerste en de laatste is, daar worden dan de letters van het griekse alphabet genoemd, de alpha en de omega. Johannes had dat al gelezen in het boek van de profeet Jesaja, in het gedeelte dat we vandaag lezen. En hier staat heel uitdrukkelijk dat de God van Israël niet pas komt als alles is afgelopen, als het eind van de geschiedenis is bereikt, maar dat de God van Israël er al vanaf het begin bij is en voortdurend met de mensen meegaat. Zelfs die Heidense Cyrus, die uit slimme politieke overwegingen het bevel tot herbouw van de Tempel heeft gegeven, vormt een onderdeel van het plan van de God van Israël. Zonder die God had Cyrus zijn plannen niet kunnen volvoeren. Het is dus niet Cyrus die de gevangenen bevrijdt en de eredienst voor de God van Israël herstelt maar het is die God zelf die er voor zorgt aanbeden te worden op deze aarde. En die aanbidding, dat moeten we nooit vergeten, bestaat uit het delen van wat mensen hebben met elkaar en met name met de minsten en de zwaksten. Daarom doet Cyrus wat de God van Israël verlangt van mensen, hij bevrijdt de ballingen uit hun benarde positie en bevrijdt het land Israël van haar vijanden. De geschiedenis kent voortdurend dit soort bevrijdingen. Toen de Amerikaanse senator Edward Kennedy stierf moest iedereen weer denken aan zijn broers John F. en Robert die beiden werden vermoord toen zij een belangrijke bijdrage leverden aan de bevrijding van zwarte Amerikanen van onderdrukking en discriminatie. Een bevrijding die ook de slachtoffers van Apartheid in Zuid-Afrika zoveel moed en inspiratie gaf dat zij het juk van de Apartheid konden afwerpen. Dat eind van die ballingschap gaf een lange tijd na de ballingschap ook het volk Israël de overtuiging dat het zich kon verzetten tegen de Romeinse overheersing. Jezus van Nazareth liet zien hoe dat verzet het beste kon gebeuren door verzet door de liefde, dwars door de dood heen volgehouden. Het zou ons moeten inspireren ons te bevrijden van de voedselcrisis en de honger in de wereld en rechtvaardige handelsverhoudingen te scheppen waardoor iedereen in de wereld mee kan delen met de welvaart. Niet de honger, niet de oorlog, niet de uitbuiting en onderdrukking hebben het laatste woord in de wereld. Alleen de God die het bevel gaf onze naaste lief te hebben als onszelf heeft het laatste woord in deze wereld. Als wij willen loopt de geschiedenis uit op zijn Koninkrijk. Daartoe worden we ook vandaag weer geroepen.

Onwaarachtig en onoprecht

donderdag, 27 augustus, 2009

Jesaja 48:1-11

We moeten niet denken dat we er zijn als we geloven in de God van Israël. We kunnen er soms mooie verhalen over vertellen. Hoe flink we wel niet zijn, hoe we ons aan alle fatsoensregels houden die ons verteld zijn, hoe vroom we wel niet zijn en hoe fraai we kunnen zingen. Maar als we onder de mensen zijn trekken we een fraai pak aan en onze auto mag er ook wel wezen. Onze kinderen moeten naar fatsoenlijke en deftige scholen en het liefst verder studeren. Carrière en aanzien strijden ook bij ons om de voorrang. We zijn wat dat betreft geen haar beter dan de ongelovigen. Daarom horen we van hongersnoden, daarom horen we van geweld en van oorlog, daarom breken er schietpartijen uit in onze omgeving. Daarom staan er drugsverslaafden te bedelen op de hoek van de straat en maken mannen in ouderwetse pakken uit verre landen muziek bij onze supermarkten. Want we zouden eens vergeten waar het in het leven om draait. Het gaat immers de God van Israël niet om het fatsoen, het gaat er niet om welke carrière je maakt en hoeveel aanzien je verworven hebt. Het gaat die God van Israël om de minsten op de aarde, om de zwaksten in de samenleving en om de vraag hoeveel we daarvoor over hebben. Hoe minder aandacht we er aan schenken en hoe minder we er voor over hebben hoe sterker zal het aan ons opgedrongen worden. Dat is wat de profeet in dit lied uitzingt. Denk niet dat het fatsoen, het aanzien en je carrière er voor zorgen dat de hongerigen worden gevoed, dat de gevangenen worden bevrijd, dat lammen gaan lopen en blinden gaan zien en dat er eerlijke handelsverhoudingen in de wereld ontstaan. Al die ellende die we dagelijks om ons heen kunnen zien als we er ons niet voor afsluiten is bedoeld om ons te louteren. Niet op een zachte manier met vriendelijke gesprekken en lezingen met lichtbeelden maar op de harde manier, het ligt op onze stoep en dringt zich aan ons op in elke winkelstraat. De Profeet zingt dat we het nodig hebben. Dat de verleidingen zo groot zijn dat we er gemakkelijk aan toegeven, zo zwak zijn we. Pas als we ons helemaal op God richten dan kunnen we zijn Weg gaan en dan nog. Telkens weer moeten we er weer aan herinnert worden, het gaat niet om ons, het gaat er niet om wat wij er zelf aan over houden, het gaat er niet om hoe wij er uit zien, het gaat er om hoe het met de minsten in de wereld gaat. Pas als er geen hongerigen meer zijn, als de naakten gekleed zijn, de gevangenen bevrijdt, de vrede is uitgebroken en de tranen gewist zijn dan kan het met ons ook goed gaan. Als dat zover is dan zal God zelf zijn tenten op onze aarde spannen. Maar voor het zover is moeten we er nog heel veel voor verzetten, we mogen er gelukkig elke dag opnieuw mee beginnen.

Naakt word je tentoongesteld

woensdag, 26 augustus, 2009

Jesaja 47:1-15

Vandaag zingen we met de Tweede Jesaja een spotlied op Babel. Het Babel dat het volk Israël in ballingschap had gevoerd was niet meer. Cyrus, de veroveraar van Babel, had de ballingen bevolen weer terug te gaan naar Jeruzalem en daar de Tempel te herbouwen. Lekker puh zingen we met de Profeet mee. Hij stelt het trotse Babel voor als een vrouw die als slavin de diepste vernederingen moet ondergaan. Haar land ligt er verlaten bij en de wijsheid die ze ontleende aan astrologie en het raadplegen van de geesten van overledenen hebben haar niet geholpen. Hebben wij er wat aan als we zo’n grievend spotlied meezingen? Is dat de vergevende houding die je zelfs tegen onderdrukkers mag verwachten? Waar is de vergeving die van de gelovigen in de God van Israël mag worden verwacht? Verwacht je een dergelijk lied ook van Jezus van Nazareth die zo graag citeerde uit het boek van de profeet Jesaja? Het zijn vragen waar we misschien niet direct een sluitend antwoord op hebben. Vrede sluiten met vroegere vijanden die berouw hebben getoond en een andere samenleving hebben ingericht brengt de vrede op aarde dichterbij. Vast blijven houden aan oude beelden die de vijandschap doen voortduren is altijd verkeerd. Maar we moeten niet vergeten dat de profeet het lied liet zingen door een klein zwak groepje ballingen dat zelfs bang geworden was om terug te keren naar een land omringt door machtige vijanden die het land graag voor zichzelf zouden innemen. Dan wordt dit spotlied een lied van hoop en vertrouwen. Want als zelfs het eens zo machtige Babel niet zeker was voor de krachten en machten die door de God van Israël worden gesteund dan zullen zeker ook die vijanden niets in te brengen hebben. In tegenstelling tot dat machtige en wijze Babel hoeft het volk van Israël geen beroep te doen op astrologie of het raadplegen van de geesten van overledenen, dat heeft geen enkele zin en levert geen enkele betrouwbare informatie op. Zo kan het ook voor ons een lied van hoop en vertrouwen worden. Tegen alle machten en krachten op deze wereld die de rijken beschermen en de armen uitbuiten mogen we weten dat geen macht en geen kracht op dezen wereld op kan tegen de komst van het Koninkrijk waar er voor iedereen te eten zal zijn, waar de Wet van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf de centrale Wet voor de hele aarde zal zijn. Dat Koninkrijk zal komen, Gods wil zal geschieden in de hemel, maar zeker ook op de aarde. Al die uitbuiters, die wapenhandelaars, die voedseldieven zullen vernederd worden zoals Babel werd vernederd. Dat vertrouwen kan ons nieuwe moed geven om ook vandaag weer te werken aan de komst van dat Koninkrijk, om ook vandaag te werken aan de hervorming van onze samenleving tot een samenleving waar iedereen kan samen leven, zonder vrees, zonder honger, zonder tranen.

Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp!

dinsdag, 25 augustus, 2009

Marcus 9:14-29
 
Geloven dat het Goede je de weg wijst in alle situaties is natuurlijk mooi. Maar weet je dan ook overal raad op? “Gods plan leren kennen” wordt vaak als heel belangrijk afgeschilderd. “Als Jezus maar in je hart woont dan weet je overal raad op” wordt vaak beweerd. Dat het dus niet zo is blijkt hier in dit verhaal maar weer. Het antwoord op een epileptische jongen moeten de volgelingen van Jezus van Nazareth schuldig blijven. Daar is kennelijk het bovenstaande gebed van de vader voor nodig. Zo lang met een ziek kind rondzeulen maakt soms dat genezing onbestaanbaar wordt. Nog steeds zijn er ouders die de neiging hebben alle behandelingen van artsen maar te staken als er steeds weer nieuwe therapiën worden geprobeerd en hun ernstig zieke kinderen nieuwe martelingen moeten doormaken in de hoop op genezing van een ernstige ziekte. Hulp bij de twijfel in de mogelijkheden op genezing en begrip voor de twijfel is dan geboden. Een luisterend oor en een hand op de schouder zijn in een modern ziekenhuis echter soms ver te zoeken ook bij op zich goedwillende artsen. We hebben van de gezondheidszorg een markt gemaakt. Artsen en verpleegkundigen moeten daardoor genezing produceren, zorg voor mensen hoort daar meestal niet bij, daar staat geen vergoeding tegenover en dus is er ook geen tijd voor. Gelukkig zijn er vrijwilligers die in vrijwilligersorganisaties steun en toeverlaat voor patienten en verwanten willen zijn. Volgelingen van Jezus van Nazareth kunnen hier hun geloof in het onmogelijke laten zien. Steun lijkt onmogelijk maar dat is het juist niet. Gebedsgenezing, daar moet je voorzichtig mee zijn. Te gemakkelijk wordt een niet genezen aan ongeloof, of een te weinig geloof toegeschreven. Spontane genezingen op gebed, als een soort wonderen, zijn niet de genezingen waarvoor Jezus van Nazareth reclame heeft gemaakt. Integendeel hij verbood steeds de mensen er over te praten. Waar hij voor zorgde was voor begrip voor mensen, voor nieuwe kracht waardoor mensen met hun leven verder konden, voor de steun en het begrip dat ieder van ons aan een ander kan schenken. De geest, die doof en stom maakt, moet vaker bij de omstanders worden uitgedreven dan bij de patienten zelf. En daar kunnen we zelf een heleboel aan doen. Uiteindelijk sprak die vader in zijn gebed misschien zijn ongeloof in een God uit die zijn kind zo liet lijden maar hij bleef geloof houden in het kind zelf. Geloof vrijwaart ons niet van ziekte en ellende, geloof is geen levensverzekering waarmee de dood is uitgesloten. Maar het geloof in de mensen om ons heen kan hen op de been houden en dokters en verpleegkundigen de gelegenheid geven hun moeilijke werk te doen. Het kan mensen ook helpen afscheid te nemen van elkaar en toch te weten dat het goed is. Aan ieder van ons om ook in de gezondheidszorg de mensen voorop te blijven plaatsen. Ook daar is het lot van de zwaksten de maat voor de kwaliteit, ook daar is nog veel werk te doen dus.

Zoals over hem geschreven staat

maandag, 24 augustus, 2009

Marcus 9:1-13

We willen graag alles begrijpen, alles vasthouden en alles voorzien. Dat zit nu eenmaal in onze aard. En als het gaat om aardse zaken is het ook zo gek nog niet. We sturen mensen de ruimte in, die daar maanden achtereen blijven en allerlei wetenschappelijk onderzoek doen. Reizen naar de maan zijn weer in voorbereiding, geweldige prestaties van mensen. Er zijn medicijnen die mensen met AIDS in leven kunnen houden, een groot deel van de kankerpatienten geneest tegenwoordig en ook behandelingen tegen Alzheimer komen langzaam in zicht. De studie over menselijk samenleven en de vrede bewaren mag nog wel wat geïntensiveerd worden maar het is eigenlijk meer jammer dat bestuurders en machthebbers zo weinig kennis nemen van de wetenschappelijke resultaten op dit gebied. Als het gaat om de Bijbel is dat willen weten, meten, verklaren en voorzien wat minder vruchtbaar. We weten dat aan alles een eind komt. Sterren storten in tot zwarte gaten, ooit was er een grote knal waarmee alles begon en ooit zal alles ineenstorten tot een groot zwart gat. We geloven dat God er dan iets mee te maken heeft, dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal komen waar geen pijn en geen verdriet meer is. Dat geloof zet ons in beweging om pijn en lijden te bestrijden, want uiteindelijk kan die nieuwe wereld elke dag komen dus waarom er niet alvast mee beginnen. Zoals Mozes niet ging wachten op de nieuwe aarde maar zijn volk uit Egypte leidde en Elia zijn mond niet hield maar de misstanden in de samenleving luidkeels aan de kaak stelde wachtte ook Jezus van Nazareth niet tot God ingreep maar begon hij brood te breken en mensen weer bij de samenleving te betrekken. Dat is mooi en dat willen we vastleggen, maar vastleggen is er niet, de wereld zo bewaren zoals we die goed vinden is niet aan ons. .Zo zijn er veel zogenaamde Christenen die zich voortdurend bezig houden met de eindtijd en de tekenen die daar op zouden kunnen wijzen. Maar ook vastleggen en nameten is niet aan de orde. Het verhaal van Jezus van Nazareth is een verhaal van beginnen en opnieuw beginnen, telkens weer. In de ogen van de wetenschap een bespottelijk verhaal, maar voor wie er in mee wil doen een glanzende werkelijkheid van bevrijding uit de slavernij van alle dag en het aan de kaak stellen van het kwade in de wereld. Daar komt de wetenschap alleen nog als hulp bij, want in de wetenschap hoef je niet te geloven. Een conflict tussen geloof en wetenschap is er dan ook niet. Ook in de wetenschap geld dat alles een einde heeft en dat het met de samenleving in de wereld nog wel wat beter kan. De glanzende werkelijkheid van die toekomstige betere wereld kunnen we vandaag ook al weerspiegelen daar kun je mee rekenen, en als er een morgen is dan begint het gewoon weer als nieuw.

Zijn kruis op zich nemen

zondag, 23 augustus, 2009

Marcus 8:27-38

Christendom is soms net Haarlemmer Olie. In vroeger dagen geloofden mensen dat Haarlemmer Olie je kon genezen van alle soorten kwalen. Was je ziek dan had je maar een paar eetlepels Haarlemmer Olie te nemen en je werd er beter van. Dat werkte natuurlijk niet echt maar als je er in geloofd kan het helpen. Veel huis tuin en keuken kwaaltjes verdwijnen vanzelf na een paar dagen en als je dan die paar dagen Haarlemmer Olie hebt geslikt dan schrijf je de genezing gemakkelijk toe aan dat medicijn. Zo is het ook als je tijdens zo’n lichte ongesteldheid hebt gebeden om genezing. Ja het helpt, je geneest. Maar ook dat gebed heeft net zomin geholpen als de Haarlemmer Olie. Toch hoor je sommige voorgangers en evangelisten nog wel eens verkondigen dat je geneest van je ziekten, dat je problemen worden opgelost, dat zelfs je schulden verdwijnen als je maar gaat geloven in Jezus van Nazareth als je Messias, je bevrijder van alle aardse ellende. Want Messias, in het Grieks Christos, betekent toch “bevrijder” en de dicipelen hadden het toch bij het rechte eind toen ze Jezus van Nazareth aanwezen als hun Messias?
Natuurlijk, maar dat wilde toen niet zeggen dat alle ellende voorbij was en dat wil het nog steeds niet zeggen. Jezus van Nazareth zelf zou de eerste zijn die de dood onder ogen moest zien omdat hij zijn liefde voor mensen door de dood heen wilde volhouden. Maar ook daarmee zou het lijden voor zijn leerlingen niet de wereld uit zijn. Integendeel, ook zij moesten bereid zijn hun kruis op zich te nemen. Zo moeten ook wij bereid zijn het lijden van onszelf te dragen en het lijden van de wereld onder ogen te zien. Het Christen zijn voorkomt niet dat je kinderen kunnen omkomen bij brand of ongeval of sterven door ziekte. Het Christen zijn voorkomt niet dat je gevrijwaard bent voor sexueel, zinloos of huiselijk geweld. Christen zijn voorkomt niet dat je ziek wordt en arbeidsongeschikt, of gehandicapt raakt. Christen zijn betekent wel dat je een open oog hebt voor anderen die dat overkomt en die jouw hulp en steun nodig hebben. Christen zijn betekent dat je een open oor hebt voor die mensen die om hulp roepen. Christen zijn betekent dus niet dat je minder met lijden te maken hebt maar het betekent dat je ook nog te maken wil hebben met het lijden van anderen. Want alleen als we bereid zijn te maken willen hebben met het lijden van de minsten in de wereld dan kunnen we een weg vinden om alle lijden de wereld uit te helpen. Daarvoor moeten we bereid zijn om het lijden desnoods door de dood heen te dragen. Maar het meest merkwaardige is dat die last niet een zware last is, als we werkelijk willen werken aan een wereld zonder lijden dan zal die last licht blijken te zijn. We kunnen dat kruis vandaag nog op ons nemen.

Hij zag alles nu heel helder

zaterdag, 22 augustus, 2009

Marcus 8:14-26

Soms zie je door de bomen het bos niet meer. We willen zo graag alles onder controle hebben dat we de meest voor de hand liggende oplossingen niet meer zien. En we zijn altijd maar bang tekort te komen. Jezus van Nazareth werd er bijna wanhopig van. Hij had hele menigten er toe gebracht het weinige dat ze hadden met elkaar te delen. En steeds bleek dat van dat weinige zelfs nog een heleboel kon overblijven. En dan nog denken de leerlingen in de boot dat ze aan één brood niet genoeg zullen hebben. Dat idee van ieder voor zich krijg je als je allemaal regeltjes gaat opstellen en de naleving daarvan probeert af te dwingen. Het is de manier waarop de religieuze en bestuurlijke heersers van het land het leven benaderen. Hun zuurdesem betekent dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor levensonderhoud en belasting betalen. Samen delen en voor elkaar instaan komt bij dergelijke autoriteiten niet op. We kennen ze vandaag de dag ook nog. Steeds maar zeuren over een staatsschuld, alsof die niet van ons allemaal is, en over lasten die te zwaar worden, alsof die niet alleen maar als zwaar worden ervaren door de rijken. Delen en samen de schouders er onder zetten komt bij dat type bestuurders niet op. Jezus van Nazareth waarschuwt er tegen. En ook als je de mensen om je heen dan gaat zien moet je uitkijken. De blinde die weer kon zien zag de mensen alsof het bewegende bomen waren. En mensen als bomen kennen we uit de Psalmen. Het zijn de rechtvaardigen die de Wet van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf dag in dag uit in praktijk brengen. Het zijn mensen als bomen die gepland zijn aan levend water. Daar gaat kracht van uit, daar groeien de mooiste vruchten aan. Maar alle mensen als rechtvaardig zien is ook weer niet goed. Er zijn immers mensen die willen delen en mensen die juist niet willen delen. Dat onderscheid moeten we zien te maken. Dat delen begint bij onszelf, dat wat we hebben weten te delen met hen die niets hebben in het vertrouwen dat er voor ons allemaal genoeg is. Maar het moet daar niet bij blijven steken. Het moet als zuurdesem de samenleving op smaak brengen. Alles in onze samenleving moet gericht zijn op samen werken, samen leven en samen delen. Als dat samen delen ontbreekt ontstaat een dode samenleving. Dan werken we wel zo veel mogelijk allemaal, dan leven we ook wel allemaal tegelijk, dan lijkt het wel op samen leven maar zonder delen is er geen leven, dan gaan mensen dood aan ons werken aan ons leven. Daarvoor zullen we niet alleen onze eigen ogen moeten openen maar daarvoor zullen we ook de ogen van anderen moeten willen openen. Opdat we een samenleving krijgen waar blinden zien, doven horen en lammen weer in beweging komen. Aan die samenleving mogen we vandaag beginnen.