Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juli, 2009

Is er hier geen profeet van de HEER?

zaterdag, 18 juli, 2009

2 Koningen 3:1-12a

We willen altijd graag weten hoe een onderneming zal aflopen. Is er winst of verlies? Wie zal het zeggen. Over het lot van de mensen wordt niet nagedacht. Lees maar in dit verhaal uit de Bijbel. Drie koningen trekken er op tegen een opstandeling. De ambtenaar in Moab die belast was met het toezicht op de veeteelt, daar ook de belastingen over moest ophalen, had zich tot koning uitgeroepen en was in opstand gekomen. Als er een nieuwe koning kwam dan kreeg je gemakkelijk opstanden in de buitengewesten. Toen Keizer Karel V stierf kreeg zijn zoon Filips II ook te maken met een opstand in een buitengewest. Eeuwen later zouden ze in dat buitengewest nog zingen dat ze de Koning van Hispanje altijd geëerd hadden. Zoiets was er ook met de koning van Moab. Want het beperkte zich niet tot een opstand. De Bijbel is nog mild in haar mededelingen. Bij opgravingen is een inscriptie teruggevonden waar staat vermeld dat hij het gebied ten noorden van de Arnon tot aan de Nebo veroverde op het koninkrijk Israël. Reden genoeg voor tegenmaatregelen want zoiets kunnen regeringen en koningen niet dulden nietwaar. En daar gaan de drie koningen met al hun soldaten. Tactisch de juiste route, de weg die je tegenstander niet zal verwachten, door de woestijn. Echt een onverwachte keuze want wie gaat er nu met een heel leger aan soldaten en alles wat er voor de verzorging bij hoort de woestijn in. Daar kwamen ze dus achter want het water raakte op. Goede raad is duur. Maar in Juda was nog de herinnering aan de God van Israël en aan profeten die vertelden hoe die God het gehad had willen hebben. Hadden ze in Israël ook niet zulke profeten? Waren er geen profeten meegetrokken om er voor te waken dat het onrecht, Israël aangedaan, ongedaan gemaakt zou worden? En jawel, Elisa is er bij, de opvolger van Elia. Dat hij het was die het water over de handen van Elia uitgoot was een manier om te zeggen dat hij de opvolger van de profeet was. De koning van Juda herkent dat direct. Hadden wij nu ook maar zulke profeten in ons midden zeggen sommigen. Dan hadden we geen financiële crisis gehad. Onzin natuurlijk. Net als de drie Koningen die ten strijde trokken door de woestijn waren ook onze leiders en toezichthouders blind en doof voor alle waarschuwingen en de gevolgen voor de armen. Natuurlijk mocht de Nederlandse bank niet waarschuwen voor de oplichters uit IJsland. Natuurlijk mocht een gewiekste politieagent veel te hoge hypotheken verstrekken aan eenvoudige burgers. Dat er leed en ellende, werkloosheid en hoge schulden uit voor konden komen was toch de schuld van de gewone mensen die de toezichthouders hadden vertrouwd. Of de soldaten in de woestijn zelf voor hun water hadden moeten zorgen. Nu pas luistert men naar profeten die zeggen dat je meer toezicht moet houden. Maar of dat genoeg is moet de toekomst uitwijzen. Voor ons geldt niet te vertrouwen op dit soort machthebbers maar zelf na te denken over de gevolgen voor de armen. Daar begint het mee. Ook vandaag.

De ligging van de stad is goed

vrijdag, 17 juli, 2009

2 Koningen 2:19-25

In het verhaal dat we vandaag lezen komen een aantal plaatsen voor. Die trekken niet direct de aandacht want er zijn dramatische gebeurtenissen die de aandacht opeisen maar voor het verstaan van de boodschap van dit verhaal zijn die plaatsen misschien wel heel belangrijk. Het verhaal begint in Jericho en eindigt in Samaria. Daartussen staan Betel en de Karmel. Dat kan geen toeval zijn. Jericho is het begin van de verovering van het land Kanaän en Samaria is in de tijd van Elisa de hoofdstad van het Koninkrijk Israël, op dat moment het einde van de ontwikkeling. Daar tussenin staan twee heiligdommen die soms dienst doen als plaatsen van aanbidding voor de vruchtbaarheidsgod Baäl en soms van de God van Israël die van een vruchtbaarheidscultus niets moest hebben. Als je het verhaal zo leest dan zou het ook een spotverhaal over die vruchtbaarheid kunnen zijn in plaats van een dieptriest verhaal over de wreedheid die je kinderen kan aandoen. Want net als het verhaal van de verovering van Israël begint ook dit verhaal in Jericho. Een prachtige stad, goed gelegen aan de oever van de Jordaan, een sterke stad. Maar erg vruchtbaar is die stad niet. Vrouwen raken wel zwanger maar kinderen krijgen ze niet, er zijn nogal wat misgeboorten. Het water, bron van alle leven, lijkt wel bedorven. En daar wordt de hulp van de profeet ingeroepen. En wat doet die? Gaat die tot God bidden? Wordt er wijwater gesprenkeld, of kaarsen gebrand? Zijn er klankschalen te horen of magische stenen? Wordt er gedanst of wierook gebrand? Al die religieuze rituelen die een beter leven beloven blijven in dit verhaal achterwege. Zout is er en een schaal. Dat zout wordt in de bron gestrooid en dat zuivert. Zuiveringszout in zijn eenvoudigste toepassing. Geen Hocus Pocus geen grote shows, geen geroep over genade en macht, maar eenvoudig wat zout in de bron en de belofte dat God het dan zal zuiveren. En dat werkt, het water is zeer zuiver zegt het verhaal. Er kunnen dus weer kinderen worden geboren. Is dat dan een zegen? Ben je dan rijk met veel kinderen? Moet daar het leven op gericht zijn. Ooit sprak een Nederlands dichter de onsterfelijke woorden dat kindren hindren zijn. En wie te maken heeft met de groepen opgeschoten kinderen die de macht over de straat in sommige steden van ons land vast in handen hebben zal de woorden van die dichter beamen. Er zijn zelfs mensen die de twee berinnen uit dit verhaal direct in hun buurt zouden willen loslaten. Al dat geroep om vruchtbaarheid levert daarom alleen maar ellende op. Je moet het dus kennelijk zoeken in die Heiligdommen waar niet de vruchtbaarheid maar de liefde centraal staat. Liefde die kinderen niet op straat laat rondzwerven maar zorgt voor opvang en opvoeding. Liefde die de verantwoordelijkheid voor kinderen niet alleen in de schoenen van de ouders schuift maar zelf ook mee gaat doen. Liefde die zorgt dat we samen het goede doen en niet dan het goede. Dan roepen die kinderen die berinnen niet meer op. Laten we daar dus vandaag aan werken.

Strijdwagen en ruiterij van Israël.

donderdag, 16 juli, 2009

2 Koningen 2:11-18

Mensen die in het harnas sterven dwingen altijd bewondering af. Tot het laatst toe gaan zij door met hetgeen hen altijd al bezield had. Zo bleef de dichter Simon Vinkenoog dichten tot het bittere eind en liet hij zich ontroeren door zijn liefste plek, de volkstuin waar hij de laatste jaren van zijn leven woonde. Ook Elia bleef strijden voor het Israël zoals God dat had bedoeld. Hij werd, net als Henoch en Mozes ooit en Jezus van Nazareth veel en veel later, opgenomen  in de Hemel. Er was geen graf van hen te vinden waar mensen om hen konden treuren. Nee hun werk voor een samenleving van mensen waar de Wet van God zou gelden , de Wet van Heb-Uw-Naaste-lief-als-Uzelf, moest worden  voortgezet. Het had dan ook geen zin op zoek te gaan naar het graf van de mensen die zich zo hadden ingezet voor de samenleving van en met God. Dat is wat Elisa de andere profeten probeert duidelijk te maken, hij is voortaan bekleed met de mantel van Elia, het symbool van de taak die hij op zich heeft genomen. En net als de opvolger van Mozes, Jozua, had gedaan splijt hij het water van de rivier om doortocht te verlenen aan die nieuwe taak. Bij Jozua trok op die manier de Ark met die Wet van de Woestijn het land binnen dat overvloeide van melk en honing. Elisa gaat dan ook naar Jericho de stad die viel door de strijd die God had bevolen. Door er zeven dagen zeven keer omheen te trekken en de bazuinen te laten schallen, alsof een nieuwe schepping was geboren. Daarom ook vertelt het verhaal over Jezus van Nazareth dat zijn graf leeg gevonden werd. Want waarom zou je de levende bij de doden zoeken? Het werk van Mozes,  de bevrijding van het slavenvolk uit Egypte en de Wet van samen delen en zorgen voor elkaar, leeft tot op de dag van vandaag. Het werk van Élia, die de koningen van zijn tijd onophoudelijk bleef aanspreken op recht en gerechtigheid, leeft ook vandaag de dag nog en het werk van Jezus van Nazareth die de Liefde voor de naaste door de dood heen wist vol te houden heeft zijn invloed op de hele bewoonde wereld tot op de dag van vandaag. Het gaat in de Bijbel niet over de doden die we hebben achtergelaten, het gaan om de levenden met wie we op weg zijn en over het doel waarheen we op weg zijn. Het gaat over die nieuwe aarde en de nieuwe hemel waar alle ongerechtigheid zal zijn verdwenen, waar geen honger meer zal zijn en geen lijden. Waar de dood verdwenen is en de tranen zijn gedroogd. En met recht en gerechtigheid mogen we vandaag beginnen, misschien toch een gevangene van  Guantanamo in ons midden een nieuwe kans bieden. Laten zien dat we dat kunnen zodat jonge mensen uit andere culturen opnieuw het vertrouwen krijgen dat ze met ons kunnen samenleven op deze aarde. Op die manier slaan wij de mantel om van Elia en leven we in de Geest van Jezus van Nazareth.

Wat kan ik nog voor je doen?

woensdag, 15 juli, 2009

2 Koningen 2:1-10

Maar hoe loopt het nu met profeten zelf af? Ze kunnen wel een grote mond opzetten zoals Elia tegen Achab en Achazja had gedaan maar hoe loopt het dan met iemand af die zich daar zo voor heeft ingezet. Er is ook altijd een omgeving die je met je meedraagt. Wie wel eens heeft gelezen in het boek Verzet en Overgave van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer weet dat hij ook in het concentratiekamp waar hij was opgesloten vanwege zijn verzet tegen de Nazi’s meeleefde met zijn verloofde en met zijn vrienden, ja zelfs met zijn gemeente en zijn volk. Zo gaat het in het verhaal van vandaag ook tussen Elia en Elisa. Kennelijk is het duidelijk dat Elia moet gaan, zijn dagen zijn geteld. Elia vraagt of het duidelijk is, andere profeten komen vragen of het duidelijk is en ook Elisa weet dat het zo is. Maar Elisa neemt geen afscheid, Elisa gaat niet zijn eigen gang. En als je iemand alles hebt geleerd blijft nog de vraag wat je in hemels naam voor iemand kan doen. En dan vraagt Elisa iets uitzonderlijks “dubbel in de geest van Elia delen”. Wat moeten we ons daarbij voorstellen. Het antwoord zit volgens sommige geleerden in het erfrecht van Israël. Daar kreeg de oudste zoon twee keer zoveel als de andere zonen. Elisa wil kennelijk als oudste zoon behandeld worden. Maar misschien zit het antwoord op de vraag naar de betekenis ook wel verstopt in het antwoord van Elia. Het hele verhaal gaat immers over twee mannen die elkaar niet los willen laten maar tot het eind toe voor elkaar willen blijven zorgen. En is de zorg van Elisa wel tot het eind toe? Zal dat gebeuren? Elia zal er niet over kunnen oordelen, beiden weten ze dat het gaat gebeuren maar niet hoe en hoe lang het nog zal duren. De bereidheid vol te houden tot het einde is de maat voor de erfenis. Als je dat voor een vreemde, voor je leermeester over hebt dan ben je inderdaad de erfgenaam. Later als Jezus van Nazareth op het punt staat gevangen genomen te worden vraagt hij ook aan zijn leerlingen om bij hem te blijven tot het einde. Die leerlingen zijn daartoe niet in staat. En aan het kruis zal Jezus van Nazareth uitroepen dat zelfs God hem verlaten heeft. Dat bij iemand blijven tot het einde, zoals Dietrich Bonhoeffer bleef bij zijn vrienden en zijn overtuiging dat de Nazi’s fout waren, zoals Elisa bij Elia moest blijven maar ook zoals Elia voor Elisa wilde blijven zorgen is de maat voor de vraag of je het werk mag voortzetten. De leerlingen van Jezus van Nazareth hielden dat aanvankelijk niet vol. Zij moesten het leren, door de dood van Jezus van Nazareth heen, die hen niet bleek los te laten. Door dat leerproces mogen wij er van profiteren en blijven zorgen voor de zwaksten in onze samenleving ook al lijkt het niet te helpen, ook al komt er een einde aan het leven van hongerigen en zieken. We blijven doorgaan, dan zijn we erfgenamen, ook vandaag.

Je hebt van de koning niets te vrezen

dinsdag, 14 juli, 2009

2 Koningen 1:9-18

Dat klinkt wreed, een God die met een bliksemschicht 102 man dood. De Germanen hadden vroeger ook zo’n God, Donar noemden ze die. Die God reed op een paard langs de hemel en smeed met bliksemschichten. Bij de Grieken deed de oppergod Zeus dat. Bliksem heeft de mensen dus altijd verbaasd en bang gemaakt en bliksem was bij uitstek een goddelijk wapen. Maar daar gaat dit verhaal niet over. Het gaat over bevelhebbers en hoe die met hun mensen omgaan. Die eerste twee bevelhebbers zouden in de Eerste Wereldoorlog hebben kunnen meevechten. Het enige dat bij de bevelhebbers van toen telde was het doel, hoeveel mensen daarvoor moesten sterven deed niet ter zake.Ook niet als dat doel niet werd gehaald, dan werd het ijskoud overnieuw geprobeerd. Jaren lang sleepte de oorlog zich zo voort en tot op de dag van vandaag worden de sporen er van gevonden op de slagvelden uit België en Noord Frankrijk. En in Engeland wordt rond 11 november nog steeds ook die oorlog herdacht, de papavers die men in die dagen draagt en waarmee men de kransen versiert die men bij de monumenten legt zijn een directe herinnering aan de oorlog waarbij de bevelhebbers de doden niet telden. Zulke bevelhebbers komt Elia ook tegen. Ze noemen hem Godsman en denken met soldaten de Godsman, en daarmee ook God zelf, naar hun hand te kunnen zetten. Daar vergissen ze zich in. God is niet naar iemands hand te zetten en wie beweert macht over God te hebben is al dood. Dat blijkt dus. In de volksverhalen over Elia kan het niet anders dan een bliksem uit de hemel dood de soldaten en de bevelhebbers er bij. En zoals in heel veel volksverhalen is drie maal scheepsrecht en heeft pas de derde bevelhebber in dit verhaal door waar het om draait. Niet om de macht maar om het leven. Het leven van zijn mannen en misschien het leven van de Koning wel. Van een bevelhebber die kiest voor het leven heeft Elia niets te vrezen. En die koning? Die had al de verkeerde keuzes gemaakt en gaat daaraan dood. Zo gaat dat in het leven. De sporter die cocaïne gebruikt drie dagen voor het kampioenschap wordt geschorst en door zijn werkgever ontslagen. Flink doen, groot doen, een grote borst opzetten voert altijd tot ellende. Het is een les die de Bijbel ons voorhoud, het is een les waar sommigen op zeer pijnlijke wijze achter moeten komen. En daarmee eindigt het verhaal in de Bijbel over Achazja. En de geschiedenis van Achazja? Volgens de Bijbel zelf, lees dit gedeelte maar eens zorgvuldig door, moet je voor geschiedenis in een ander boek zijn. Hier worden de kronieken van de koningen van Israël genoemd. Dat zijn niet de twee boeken kronieken die ook in de Bijbel staan. Ook die boeken bevatten lessen hoe mensen met elkaar om zouden moeten gaan en hoe machthebbers succes kunnen hebben en kunnen struikelen. Lessen die ook wij ons kunnen aantrekken. Kies daarom ook vandaag voor het leven.

Alsof Israël zelf geen God heeft

maandag, 13 juli, 2009

2 Koningen 1:1-8

Ooit, toen het volk nog door de woestijn trok had de God van Israël gezegd een jaloerse God te zijn die geen  andere goden naast zich dulde. Als je dus andere goden gaat aanbidden zou het wel eens slecht met je af kunnen lopen. vooral als je voor herstel na een ongeluk ook nog naar de verkeerde afgod gaat. Er was waarschijnlijk best een Baäl die zorgde voor gebroken botten, maar de boden van Achazja waren op weg naar Baäl-Zebub, de Heer van de vlieg, die dus iets had tegen vliegenplagen en tegen infecties. En de bestrijding van jeuk helpt nu eenmaal niet tegen gebroken botten na een val uit het raam. Een profeet is iemand die dit soort verbanden ziet en dus ook weet hoe zo’n geschiedenis zal aflopen. Als we opletten, goed weten te luisteren en van mensen houden dan weten we ook vaak hoe dingen af zullen lopen, goed of verkeerd. Liefde voor de mensen is de sleutel voor het begrijpen van dit soort verhalen. Lang werken, veel roken, veel stress en verkeerd eten lijdt tot hart en vaatklachten of tot longkanker. Daar hoef je geen profeet voor te zijn om dat te zeggen maar zeggen we het wel eens tegen de mensen in onze omgeving die dat allemaal toch doen? Helpen we hen oplossingen te vinden voor de zaken die hen dwongen tot een dergelijke leefwijze. Is er een arbeidsinspectie die ook let op de levenswijze waartoe sommige mensen in bepaalde beroepen gedwongen zijn? Elia hoort de oproep om op weg te gaan om de waarheid van God te vertellen, de waarheid van de Liefde voor de mensen. Die waarheid is geen verkeerde goden te zoeken voor gezondheid en succes. Niet de goden van winst en profijt. Niet de goden die vragen om altijd de beste te willen zijn, die van alles in het leven een idol strijd willen maken en van week tot week willen meten hoe populair je wel niet bent. In de Bijbel wordt opvallend vaak als opvolger de tweede zoon gekozen met voorbijgaan van de eerste. Dat is om ons voortdurend aan het denken te zetten. Die God van Israël werd uiteindelijk gezien als de God van de hele aarde en de hemel. Waar je ook als mens aan kunt denken, God gaat er over, die God gaat er met je mee heen. Een aparte God voor gebroken botten is dus niet nodig, een aparte God voor healings is er niet. God heeft dokters gegeven en mensen die de mensen zo lief hadden dat ze gingen snappen hoe verschrikkelijke ziektes bestreden konden worden. Zulke mensen en zulke doktoren zijn er nog steeds. Daar is geen god van de vlieg, of medium ,of fluisteraar of instraler voor nodig. Meer als de God van Israël is niet nodig en het enige dat die van ons vraagt is onze naaste lief te hebben als onszelf. Daar kunnen we ons vandaag weer op richten, dan mogen ook wij de waarheid vertellen.

Hun hart is gevoelloos

zondag, 12 juli, 2009

Psalm 17
 
Vandaag worden we uitgenodigd een lied mee te bidden uit het boek der Psalmen. Niet zo lang geleden trokken er door een middelgrote stad ergens in Nederland honderden mensen met fakkels die op hun manier ons deze psalm voordeden. Zij hebben een asielzoekerscentrum in hun stad. In de loop van de jaren zijn er al enkele duizenden inwoners van die stad vrijwilligers geweest in dat centrum. Nadat vrijwilligers kinderen gingen les geven heeft de gemeente er een speciale school voor opgericht waar kinderen voorbereid kunnen worden op het Nederlandse basisonderwijs. Hun ouders krijgen op het centrum les. Toen het centrum pas was geopend in 1988 was het geven van nederlands verboden. Vrijwilligers die dat toch probeerden werden weggestuurd. Onder druk van winkeliers en buschauffeurs is dat geven van Nederlandse les toch toegestaan, er waren iets teveel vreemdelingen die probeerden af te dingen, dat waren ze in hun land van herkomst zo gewend, het niet doen, dat afdingen, zou betekenen dat ze de ander zouden beledigen. Inburgeringsles was dus hard nodig. Nu staat de zoveelste reorganisatie voor de deur. De huidige bewoners van het centrum worden willekeurig over Nederland verspreid en er komen nieuwe. Maar aan de belangen van de huidige bewoners wordt niet gedacht. Kinderen mogen hun school niet afmaken, tieners hun diploma niet halen. Veel van die bewoners wonen er inmiddels al een aantal jaren, maar omdat nog steeds niet beslist is of ze in Nederland mogen blijven is alles wat ze hier bereiken en leren van geen waarde. Er zijn tegenwoordig zelfs politici die net doen of dit hardvochtige beleid past in de Joods Christelijke traditie waarop de onafhankelijkheid van ons land is gebaseerd. Psalm 17 is één van de vele bijbelgedeelten die laat horen dat het tegendeel waar is. De schrijver van de Psalm heeft de hoop gevestigd op de Wet van de liefde, van eerlijk delen, de Wet waarin iedereen mee mag doen met het Koninkrijk van God. Die honderden mensen in die middelgrote stad hebben daarvoor het licht ontstoken, opdat het zichtbaar wordt. Eén van de kinderen uit die stad gaf het centrum ooit de naam “Vluchthoef”, een veilige plek in Nederlandse traditie, laten we die traditie in Godsnaam weer herstellen. De Psalm roept ons op ons tegen de goddelozen te verzetten die de vreemdelingen schofferen en een wig drijven tussen hen en ons. Dat soort kwaad gedrag sterft namelijk niet uit met de daders maar werpt een smet ook op hun kinderen en zelfs op hun kleinkinderen. Dat hoeft niet, tijdig terugkeren van dat kwade gedrag kan altijd, ook nu nog, laten wij ze daartoe vandaag oproepen door het zingen van deze Psalm.

In de kronieken van de koningen van Juda

zaterdag, 11 juli, 2009

1 Koningen 22:41-54

Is het nu allemaal waar wat er in de Bijbel staat? Het antwoord is misschien en nee. Twee antwoorden dus. Want de vraag of iets waar is gaat niet over geloof maar gaat over natuurwetenschappen. Daar zijn in de loop van de geschiedenis regels opgesteld waarmee je stellingen in de wetenschap, ook de geschiedeniswetenschap, kunt toetsen op waar en onwaar. De vraag of de verhalen over Achab en Josafat, Isebel, Elia en Micha nu waar gebeurd zijn zou je misschien kunnen beantwoorden als we die kronieken van de koningen van Juda zouden kennen. Er moet overigens ook nog een boek bestaan hebben dat de kronieken van de koningen van Israël heeft geheten. Maar die boeken kennen we niet. Die zijn in de loop van de geschiedenis verloren gegaan, of ze zijn nog nooit gevonden. Soms wijzen opgravingen uit dat in de Bijbel genoemde figuren echt hebben bestaan, soms blijken ze ook anders geheten te hebben. Van sommige verhalen weten we echt dat ze niet waar gebeurd zijn in de zin van de natuurwetenschappen. In de Bijbel staan ook sprookjes, mythen en legenden. Soms ook liederen waarin net als in de liederen van vandaag bepaalde zaken worden overdreven. Maar waar of onwaar is niet belangrijk, daar gaat de Bijbel niet over. In het stuk dat we vandaag lezen worden twee koningshuizen naast elkaar gezet. Het koningshuis van Juda en het koningshuis van Israël. Toen de Bijbel na de ballingschap in Babel definitief werd opgeschreven viel het op dat het koningshuis van Juda er nog steeds was terwijl het koningshuis van Israël in de schemering van de geschiedenis was verdwenen. Daar moest toch een reden voor zijn. En aangezien men geloofde dat de verhouding die mensen met God hadden ook hun invloed in de geschiedenis bepaalde zocht men naar verhalen waar dat duidelijk werd. En dat werd in dit verhaal duidelijk. Achab was slecht en zijn zoon was ook slecht. Josafat was redelijk goed. Hij probeerde te regeren zoals God dat gevraagd had. Geen Tempelprostitutie bijvoorbeeld. Maar een centrale Tempeldienst in Jeruzalem was er ook in zijn dagen niet gekomen. Hij was wel met Koning Achab ten strijde getrokken maar hij had er kennelijk van geleerd want samenwerking met Achazja de zoon van Achab wees hij af. Hij wilde net als Salomo het goud uit Ofir laten halen maar dat ging niet door. De schepen vergingen op de laatste halteplaats in het verhaal van de uittocht voor het volk de woestijn Zin introk. Zo wordt in het verhaal nog eens op de oorsprong en betekenis van het volk gewezen. Dat was het volk dat de Wet van Heb-Uw-naaste-lief-als-Uzelf tot hart van het bestaan zou hebben moeten maken. Als je dat doet oefen je invloed uit op de geschiedenis. En dat is dus ook aan ons, ook wij hebben de mogelijkheid die invloed uit te oefenen.

Maar dat is de koning van Israël

vrijdag, 10 juli, 2009

1 Koningen 22:29-40

Als de leider valt raken de soldaten in verwarring. Vechten op eigen verantwoordelijkheid wordt in een leger nu eenmaal niet aangemoedigd. Daarom is het zo bijzonder als manschappen in het heetst van de strijd wel de verantwoording voor hun kameraden op zich nemen, soms worden ze daarvoor ook onderscheiden, vaker worden ze daarvoor bestraft. Koning Achab heeft ervaring met oorlog voeren en weet dat het doden van de leiding de overwinning voor de vijand dichterbij brengt. Hij laat Josafat dan ook in vol koningsornaat de strijd in gaan terwijl hij zelf de kleding aantrekt van een gewone boogschutter in een strijdwagen. Helpen doet het niet. De vermomming van Josafat wordt doorzien en de pijlen vliegen zo talrijk rond dat er altijd wel een pijl is die je kan treffen. Als je niet gedood wil worden moet je geen oorlog voeren. Dat is de boodschap van dit verhaal. Al die profeten hadden Achab alleen maar gesterkt in zijn oorlogszucht. Maar zelfs die éne profeet die de waarheid sprak en de ondergang van Achab voorspeld had kon hem niet van zijn plannen afbrengen. Micha had dus niet de toekomst voorspeld maar alleen verteld hoe de dingen af zouden lopen. Naar waarschuwers voor onheil moeten we ook vandaag de dag luisteren. Dat de voortdurende honger en armoede in Afrika steeds weer wanhopige mensen naar Europa doet gaan is geen toekomstvoorspelling maar de gewone waarheid en een profetie als die waarheid verbonden wordt met onze weigering met Afrika te delen en te zorgen voor eerlijke handelsverhoudingen. Juist in onze financiële crisis dreigt de armoede en de wanhoop in Afrika vergroot te worden. De druk op onze eigen samenleving wordt daardoor groter en de angst bij mensen die nog wat te verliezen hebben ook waardoor ze naar sterke mannen gaan zoeken die uit angst muren willen bouwen om ons volk en alles wat hen vreemd is willen verwijderen. In het verhaal van de Bijbel gaat Achab dood en sterft hij een onreine dood als teken hoe slecht hij wel niet is, de bron waarin zijn wagen wordt gewassen is door hoeren verontreinigd en de honden likken zijn bloed op. Hij had de kans gehad dat lot te ontlopen door vrede te bewaren en te zorgen voor de armen in zijn land. Wij kunnen de druk op onze samenleving verlichten door werkelijk te gaan delen en eerlijke handelsverhoudingen te scheppen. Angst hoeven we dan ook niet te hebben, onze overtuigingen houden het door de eeuwen heen uit, de liefde voor de naaste is zelfs door de dood heen uit te houden. Angst dient daarom alleen bestreden te worden. We zullen het per slot niet alleen in ons land samen moeten doen maar in de hele wereld samen doen. Als Josafat en Achab dat hadden begrepen zou het met hen beter zijn afgelopen, laten wij er tenminsten lering uit trekken.

Het zal je beslist lukken.

donderdag, 9 juli, 2009

1 Koningen 22:13-28

Je kent ze wel die evangelisten die de mond vol hebben van “Gods plan met jou”. En jij maar denken wat zouden ze toch bedoelen? En maar terugkomen bij ze, en maar bidden, en maar geld geven. Maar dat plan is steeds niets anders dan die evangelist volgen en geld geven. De sfeer is goed, de muziek is prachtig en dat moet dus wel van God komen want er wordt veel over God, over Jezus en over de hemel gesproken. Maar kijk uit. Soms stuurt God leugengeesten om duidelijk te maken waar Gods plan niet werkt. Dat plan van God is eigenlijk voor iedereen gelijk. Als je je naaste lief hebt als jezelf dan volg je Gods plan en als iedereen op aarde dat doet dan is Gods plan volvoert. Het verhaal van vandaag gaat over dat soort mooie Evangelisten en het plan van God. In de tijd van Israël heetten die sprekers van God nog profeten, maar ook profeten zijn mensen en die praten maar al te graag de machtigen der aarde naar de mond. Er is toch niets mooiers als de Koning van Israël goede boodschappen te geven. De sfeer is goed, de muziek is hemels, dat moet wel van God komen. Als een stier met ijzeren hoorns is die Koning van Israël. Alleen de profeet Micha let op de gewone mensen, de armen, de zwakken, de mensen die wel uitkijken om een oorlog te beginnen, ze hebben al niks en dan verliezen ze ook nog het laatste dat hen in leven houdt. Micha ziet ze, als de Koning de oorlog verliest dan zwerven ze als schapen zonder herder over de bergen, dan zijn ze aan alles en iedereen overgeleverd. Daar houdt die mooie koning in zijn statiegewaad voor de sterke muren van de stad geen rekening mee. Wij zien dat soms ook, als een evangelist vertrekt dan valt de gemeente uit elkaar en blijkt er geen enkel plan te zijn om iets te doen. Kerken hebben taaie structuren, daar is vaak geen hemelse muziek, daar wordt je maar steeds opgeroepen om je naaste lief te hebben als jezelf, daar moet je je met zieken, met gevangen, met armen, met verre arme landen bezig houden. Daar gaat het eerst over zaken waar jezelf niks aan hebt, waar je je niet beter van gaat voelen, waar je geen maatschappelijk succes door krijgt. Prachtige bondgenootschappen en fraaie statiegewaden zoals Koning Achab heeft zitten er niet in. Die Koning heeft dat zelf wel door. Als ook Micha zegt dat hij maar oorlog moet gaan voeren dan voelt de Koning de adder die in het gras van Micha’s boodschap verborgen zit. En jawel, God wil van zo’n koning af, die brengt uiteindelijk de armen van het volk alleen maar onheil. De mooipratende profeet Sidkia, die van de ijzeren hoorns, wil de zaak nog redden. Maar er is geen redden aan. Niet Micha is verantwoordelijk voor de keuzes die Achab maakt, niet God is verantwoordelijk voor de oorlogen van de mensen, niet God stelt zich op als concurent van de goden van winst en profijt. Het zijn de mensen zelf die de keuzes maken. Daarom is elke dag aan ons de vraag welke keuzes wij maken. Volgen wij het plan van God om onze naaste lief te hebben als onszelf? Of luisteren we naar zoete vogelaars die ons verstrikken in hun netten.