Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juli, 2009

Hij maakt vorsten nietig

dinsdag, 28 juli, 2009

Jesaja 40:21-31

Wat heb je nu aan een God die je niet kunt zien, die over het algemeen ook niet terugpraat en die je eigenlijk, volgens het verhaal, alleen maar er op uit stuurt om anderen te helpen. In de tijd dat het Bijbelgedeelte van vandaag geschreven is hadden de meeste volken goden in tempels. Die goden waren dan te zien in prachtige beelden waar kunstenaars hun uiterste best op hadden gedaan. In die tempels dienden de meest vreemd uitgedoste priesters. En als je de koningen van die volken zag dan hadden die zulke prachtige kleren en kronen dat ze wel een beetje op de goden leken. Sommige van die koningen of keizers riepen dan zo af en toe dat ze afstamden van een god of dat ze zelfs een god waren die aanbeden moest worden. Volgens het boek van de tweede Jesaja is dan het hebben van een god als die God van Israël wel heel erg handig. Die kun je niet zien omdat die alles te boven gaat, dus ook die protserige koningen. In onze dagen zouden we kunnen zeggen dat er geen pracht en praal ter wereld te verzinnen is die het haalt bij onze God. En als we goed om ons heenkijken in de wereld dan moet het opvallen dat hoe onrechtvaardiger een dictator meestal is, hoe mooier het uniform en hoe fraaier de soldaten marcheren. Pracht en praal die machthebbers verheft boven het gewone volk gaat in onze dagen samen met onrecht dat het volk probeert te onderdrukken. Dat was in de dagen van de tweede Jesaja ook al zo en daarover gaat het gedeelte van vandaag. Als je dan weet dat die machthebbers ook gewone mensen zijn net als jezelf dan is het ook gemakkelijker je er tegen te verzetten of je te verheffen tegen het onrecht dat ze plegen. De machteloze krijgt daardoor macht in overvloed. Wie alleen de God van Israël als Heer, als heerser, van de wereld, erkent, krijgt nieuwe kracht. Niets en niemand is immers sterker dan die God, daarvoor ga je door het vuur, met hulp van die God krijg je alles voor elkaar. Alles? Ja, want je weet dat je samen met iedereen die in die God geloofd het onrecht uiteindelijk uit de wereld kan doen verdwijnen. Met behulp van die God komt er een dag dat alle tranen gewist zullen zijn, dat machtigen geveld zijn en machtelozen de aarde zullen beërven. Die belofte is in veel prachtige bewoordingen aan de mensen gegeven. En we weten het natuurlijk wel, als we werkelijk van elkaar zouden houden en werkelijk bereid zouden zijn elkaar als broeders en zusters te zien in plaats van als vreemden en vijanden dan zou de hemel vanzelf op aarde komen. Zolang we bang zijn voor vreemden en andere geloven krijgen we alleen vijandschap en ellende. Er zijn mensen die daarvan kennelijk smullen, ook in ons land, die niet willen delen maar alleen wat ze hebben voor zichzelf willen houden. Dat is andere goden aanbidden, dat is jezelf boven anderen uitsteken, maar de God van Israël maakt ook die machthebbertjes klein. Samen leven, daar gaat het om, ook vandaag.

Met wie wil je God vergelijken

maandag, 27 juli, 2009

Jesaja 40:12-20
Dat willen we maar al te graag. God met iets of iemand vergelijken. We spreken over God vaak als over een mens. God woont in de hemel heet het dan, of dat dan wat duidelijk maakt, want die hemel is hoger dan de blauwe luchten en de sterretjes van goud wisten de kinderen al te zingen. God was tot verbazing van de ruimtevaarders al niet in de ruimte te vinden. Echte gelovigen hadden dit gedeelte uit het boek van de Tweede Jesaja al gelezen en al bedacht dat God daar tussen maan en aarde in elk geval niet te vinden zou zijn en ook niet verder in het helal. Zulke menselijke maten zijn op God niet van toepassing, daarmee is God ook niet te meten, zelfs niet in lichtjaren. God gaat alle verstand te boven. Er is een tijd geweest dat Griekse filosofen alles onder woorden wilden brengen, alles moest kunnen worden bedacht en aan regels worden onderworpen die uit het denken voortkwamen. Ook de goden moesten beantwoorden aan regels. Maar toen die regels toegepast werden op de God van Israël toen bleek die niet aan die regels te voldoen. De conclusie was zeer eenvoudig, God bestaat niet. In de tijd van de verlichting, toen de meeste natuurwetten werden ontdekt leefde het verlangen weer op om God onder woorden te kunnen brengen en de natuurwetten te ontdekken waaraan de God van Israël zou voldoen. Ook dat experiment lukte niet en opnieuw moest worden vastgesteld dat God niet bestaat. Het bestaan van God is een vergelijking die wij mensen graag maken. Maar de Tweede Jesaja schrijft al dat God helemaal nergens mee te vergelijken is. In zijn tijd werden goden afgebeeld door kundige ambachtslieden. Prachtige kunstwerken konden worden vervaardigd die de goden afbeelden. Alleen een beeld van de God van Israël bestond niet. Jezus van Nazareth, die Gods zoon genoemd zou worden, zou veel later zeggen dat niemand God kon zien als men niet naar Jezus van Nazareth keek. Daarbij ging het dan om wat hij deed en waartoe hij opriep. In het verhaal van Israël over hun verhouding met God ging het om een verbond waarbij God zou zorgen voor dat volk en dat volk hun naaste lief zou hebben als zichzelf. Dat volk bestaat nog steeds. Dat volk ging in ballingschap maar keerde terug naar het land dat hen geschonken was. Daar schrijft deze Jesaja over en dat is voor hem een wonder. Volken die in ballingschap gaan verdwijnen meestal in de geschiedenis. Alleen als ze op elkaar steunen, de zwaksten onder hen weten te helpen en niet de godsdienst overnemen van het land waarheen ze vervoerd zijn dan overleven ze. Wij kunnen dus ook geloven in een God die volgens de natuurwetten en de filosofie niet bestaat. We doen dat door te luisteren naar het verhaal over die God en te doen wat in het verhaal aan mensen wordt gevraagd, je naaste liefhebben als jezelf, ondanks alles. Dat kan ook vandaag weer.

Laat ruig land vlak worden

zondag, 26 juli, 2009

Jesaja 40:1-11

We lezen vandaag het verhaal van een onbekende profeet. Zijn verhaal staat in het boek dat we kennen als het boek van de profeet Jesaja maar wie de Hebreeuwse tekst goed kan lezen komt tot de ontdekking dat zijn verhaal niet van dezelfde schrijver kan zijn als het eerste deel van het boek van de profeet Jesaja. Deze onbekende profeet wordt dan ook de tweede Jesaja, of deutero Jesaja genoemd. Waarschijnlijk is zijn verhaal terecht gekomen in het boek van Jesaja omdat het een volgeling van Jesaja was. Net zoals de oorspronkelijke Jesaja de hoop op bevrijding levend hield voor en bij het begin van de ballingschap hield deze deutero Jesaja de hoop op bevrijding levend toen de ballingschap al een tijd aan de gang was en het er op leek dat er een einde aan zou komen. Er is overigens ook een derde Jesaja, van wie je vanaf hoofdstuk 55 kunt lezen, die uiteindelijk het boek van de profeet Jesaja heeft samengesteld en uitgegeven. Zo werd het beleefd als één boek, het boek van de hoop op bevrijding, zo wordt dat boek tot op de dag van vandaag gelezen. De tekst van het gedeelte van vandaag is gebruikt voor één van de meest populaire gedeelten uit de compositie Messiah van Händel. Het magistrale werk over de bevrijder die het volk terug zou voeren naar het beloofde land en de hele aarde zou bevrijden van alle uitbuiting, leed en ellende. Deze tweede Jesaja zat met een groot probleem. De God van Israël had verloren van de goden van Babel. De oppergod van Babel, Marduk, had duidelijk gewonnen want zelfs het zilver van de Tempel was naar Babel overgebracht, samen met het volk. Die Marduk moest wel een hele sterke God zijn want toen koning Nabonid van Babel zich afwendde van de godsdienst van Marduk en de maangodin Sin ging aanhangen verzwakte het rijk van Babel en kon het worden veroverd door Cyrus. De priesters van Marduk openden de poorten van Babel  voor de veroveraar. Maar die Cyrus besloot vrijwel direct de Joden terug te laten keren naar hun eigen land en gaf hen toestemming hun eigen God te gaan aanbidden en hun Tempel te herbouwen. Ze mochten zelfs het tempelzilver meenemen. Voor deutero Jesaja bestaan die andere goden gewoon niet. Het is de God van Israël die alle machten en krachten van de wereld te boven gaat. Daarom vertegenwoordigen de teruggekeerde ballingen juist die God, een God waar je op kunt bouwen, die niet laat varen het werk dat ooit werd begonnen. Zelfs de heidense Koning Cyrus werd een werktuig in de hand van die God. De eredienst van die God kon weer beginnen. En wat was de eredienst van die God dan wel. Daar draait het natuurlijk om. Dat was niet een mooie tempel met een prachtig beeld, veel priesters en veel offers. Dat was een Tempel waar het verbond met die God werd bewaard en gevierd. Dat verbond dat draaide om je naaste liefhebben als jezelf, daarmee heb je die God lief boven alles. Dat was wat die Priesters uitdroegen, zij spraken ook recht tussen de mensen en zorgden daarmee voor rechtvaardigheid. Zij zorgden er ook voor dat die offers werden gedeeld, met de armen en met de vreemdelingen. Daarom begint dit verhaal van deutero Jesaja met een feestelijke optocht. God gaat voorop en de hele wereld loopt er achteraan, achter de God van vrede en gerechtigheid, als de Liefde weer gaat regeren op aarde.

U kunt uw zoon meenemen

zaterdag, 25 juli, 2009

2 Koningen 4:18-37

Vandaag weer zo’n prachtig oosters volksverhaal. Als je daar de sprookjeselementen uitfiltert blijft er een verhaal over vol liefde en vertrouwen. Het begint met een kind dat een zonnesteek oploopt. Ook in ons klimaat kan stil zitten kijken naar de werkers die aan het oogsten zijn in de hete zomerzon voor een kind niet zonder gevaar blijven. Wie niet zorgt voor schaduw en tijdig drinken zorgt er bijna voor dat een kind dan dood gaat. Dat gebeurt dan ook in dit verhaal. Al hoeft dat kind dus niet dood te zijn, maar bewusteloos is het in elk geval. De moeder kent de teleurstellingen van het leven maar heeft ook vertrouwen in de Godsdienst van de profeet. Kennelijk viert ze de religieuze feesten die in de oude boeken van Mozes worden genoemd, het maanfeest en de sabbath. Ze weet ook de weg naar het heiligdom op de Karmel, een heiligdom voor de God van Israël dat nog door Elia weer in ere was hersteld. Daar verwijt ze de profeet Elisa haar hoop te hebben gegeven, een hoop waar ze niet om heeft gevraagd. En weer vergist Elisa zich. Want weer vraagt de vrouw niets voor zichzelf, zelfs niet het leven voor haar kind. Elisa beantwoord die niet gestelde vraag door zijn knecht met zijn staf naar het kind te sturen. Een staf van een Godsman heeft immers vaak een magische kracht. De staf van Mozes was er beroemd om geworden, als Mozes die uitstrekte dan spleet de Rode Zee, of als die tegen de rotsen sloeg kwam er water. De bloeiende staf van Aäron kreeg zelfs een plek in de Ark waarin ook het verbond van heb Uw naaste lief als Uzelf werd bewaard. Maar een staf van een Godsman is geen toverstaf. Het is niet meer dan de staf van Sinterklaas, een symbool voor ambt en waardigheid, je kunt er op steunen in tijden van nood en voor een lange wandeling kan het een houvast zijn. Als je echt iemand wil helpen dan moet je zelf op pad en de handen uit de mouwen steken. Wonderen op bevel zijn er niet bij. Elisa zal mond op mond beademing moeten toepassen. Zijn adem gebruiken om de ademhaling van het kind weer aan de gang te krijgen. Zoals Gods adem de eerste mens, uit rode aarde gekneed, het leven gaf. En dat helpt uiteindelijk. Dat kan ook vandaag helpen. Als wij stem geven aan de hongerigen, aan de naakten. Als we verder durven gaan dan het geven van geld voor verre projecten, maar bereid zijn om ook iets van onszelf te geven, als we bereid zijn rechtvaardige handelsverhoudingen tot stand te brengen. In deze zomer zijn er jongeren die in verre en arme landen huizen bouwen voor daklozen, die scholen en buurtcentra inrichten voor kinderen. Het is goed onze jongeren te leren zich in te zetten zoals Gechazi zich inzette. Maar het helpt pas als we bereid zijn onze eigen adem, ons eigen leven in te zetten voor het delen van welvaart en leven. Daar zullen we ons vandaag op moeten richten.

Kan ik echt niets voor haar doen?

vrijdag, 24 juli, 2009

2 Koningen 4:8-17

Je zou toch zeggen dat zo’n vrouw, die een kamer op het dak van haar huis bouwt en die meubileert, dat voor haar eigen belang doet. Het lijkt toch zeer aantrekkelijk zo’n profeet, een godsman, op zolder te hebben die zo af en toe in ruil voor jouw gastvrijheid een wens kan vervullen, of God kan vragen een wens voor jou te vervullen. In de Rooms Katholieke Kerk zijn er veel gelovigen die zo’n persoon verzorgen en aanbidden. Ze zetten bloemen voor het beeld van zo’n persoon, steken er kaarsen voor aan en zorgen dat het beeld er zo mooi mogelijk bijstaat. Ze aanbidden die heilige dan nog net niet maar ze vragen wel bemiddeling bij God. En de meest populaire heiligen zijn die heiligen die ook nog met enige regelmaat wonderen weten los te krijgen bij God. Je wordt overigens pas heilig als er twee wonderen zijn die na je dood gebeuren en als je overigens een godvruchtig leven hebt geleid. Wij mensen zijn gevoelig voor zoiets. Maar de Sunamitische uit het verhaal dat we vandaag lezen gaat het kennelijk niet om zulke wonderen. Zij vraagt niets voor zichzelf, al heeft ze een grote wens, een zoon, een kind te krijgen. Want in een samenleving zonder pensioenvoorzieningen tel je als vrouw pas mee als je tenminste één kind hebt. Maar zelfs dat vraagt ze niet aan de profeet. Kennelijk is het haar genoeg door haar gastvrijheid dichter bij God te komen, te doen wat God vraagt, dat we delen zonder daar zelf beter van te willen worden. Voor protestanten is die Rooms Katholieke Heiligen cultus dan ook een gruwel. Als je wat aan God te vragen hebt dan is daar geen tussenpersoon voor nodig, dan kun je dat zelf direct aan God vragen. En verder gaat het niet om wonderen voor jezelf maar gaat er om dat je naaste die gebrek lijdt geholpen wordt en dat doe je in de eerste plaats zelf. Pas als je eigen vermogen te kort dreigt te schieten dan doe je een beroep op die God. Protestanten willen graag een voorbeeld kunnen nemen aan de knecht Gechazi. Zonder dat de vrouw wat gezegd heeft ziet hij haar diepste wens, hij kent haar positie in haar samenleving en weet wat dat voor haar kan betekenen. Ook Eliza ziet in dat die wens in vervulling moet gaan en dus ook zal gaan als ze er maar openlijk over weet te praten. Hij brengt het gesprek er over op gang en jawel, binnen een jaar is de zoon geboren. Een gesprek op gang brengen over de diepste wensen van iemand is moeilijk genoeg. Het begint er mee het aan te durven te praten over dat wat jezelf bezig houdt, om in elk geval te vertellen dat wat we graag willen ook gezegd mag wezen. Niet alleen in een gebed dat uitgesproken wordt in de binnenste binnenkamer, maar ook met je geliefden, met je naasten. Want houden van je naasten als van jezelf is ook houden van jezelf. En als je je naasten zover weet te krijgen, dan volgen de wonderen vanzelf.

Wat hebt u nog in huis?

donderdag, 23 juli, 2009

2 Koningen 4:1-7

Het ergste wat een weduwe kan overkomen is het moeten verkopen van haar kinderen. De weduwe uit het verhaal van vandaag schreeuwt het daarom uit tegen Elisa. Haar man was een volgeling van Elisa geweest en had dus de mond vol gehad van het rechtdoen aan de weduwe en de wees. Voorbeelden van het heb Uw naaste Lief als Uzelf die graag door de profeten worden gebruikt. En denk nu niet dat het verkopen van kinderen om schulden af te betalen tegenwoordig niet meer voorkomt. Bij tal van schandalen in de adoptieindustrie of de sexindustrie komen deze praktijken weer naar boven. Juist daarom wordt in de Bijbel zo sterk de nadruk gelegd op het beschermen van de weduwe en de wees. En ook vandaag kunnen we ons die waarschuwing ter harte nemen. Daarbij gaat het niet alleen over het verbieden van die verkoop van de kinderen. In de tijd van Elisa konden kinderen een tijdje slaaf worden bij een schuldeiser. Langer dan zeven jaar zou dat niet moeten duren. Daar was duidelijke wetgeving voor, maar ja de rijken houden zich lang niet altijd aan dat soort wetten. Elisa neemt een andere weg om de weduwe te helpen. Een weg die we tegenwoordig kennen onder de naam microkrediet en die we met de toenemende werkloosheid vanwege de economische crisis zelfs in ons land in ons achterhoofd moeten houden. Want we denken zo vaak dat mensen die in problemen zijn gekomen niks meer in huis hebben. Ze krijgen het imago zwak te zijn en tot weinig in staat. Een zeer onrechtvaardig imago want mensen die door de crisis werkloos worden hebben die werkloosheid niet aan zichzelf te wijten. Integendeel ze hadden een baan waarin ze kennelijk tot grote tevredenheid hebben gewerkt. Het zijn mensen die dus wel degelijk wat in hun mars hebben en die ook zeer gewaardeerd mogen worden. Verstandige werkgevers die nog vakatures hebben springen op deze werklozen af om de allerbesten er uit te pikken. Maar Elisa wijst nog een weg. Die van de beginnende handel. Een kruikje olie is genoeg, als je daarmee de kruikjes van de buren vult heb je ineens niet alleen genoeg voor jezelf maar ook het begin van een handeltje. En daar die duren allemaal wel wat achterlaten moet dat lukken. Een microkrediet is vaak genoeg om een eerste start voor een nieuw bedrijf mogelijk te maken. Als buren, familie en vrienden bereid zijn allemaal wat te delen van wat zij nog in huis hebben dan wordt dat bedrijf ook mogelijk. Banken, gemeenten en vakbonden kunnen gevraagd worden om die microkredieten in te zetten als wapen tegen de werkloosheid. Ook al voelen we ons onmachtig een zo groot probleem aan te pakken, we hebben van meer in huis dan we dachten. Kinderen verkopen hoeft in onze samenleving niet, dat is iets wat we in echt arme landen mogen bestrijden. Wij kunnen het ons permiteren te vragen waar die goedkope spullen in de winkels vandaan komen en produkten die gemaakt worden met kinderarbeid weigeren. Maar wij kunnen ook letten op mensen die iets in huis hebben, hier en in arme landen, en hen de kans geven een handeltje te beginnen. Dat is pas echte hulp, dat vraagt echt delen, daarmee kunnen we vandaag beginnen.

Omdat ze hardleers waren

woensdag, 22 juli, 2009

Marcus 6:45-56
 
Je hoort Jezus van Nazareth zuchten in dit verhaal. De leerlingen waren twee aan twee op stap geweest. Een succesreis die diepe indruk had gemaakt tot aan het hof van koning Herodes toe. Van heinde en ver waren de mensen op ze afgekomen, zo veel dat ze zelfs bang werden dat er niet genoeg te eten was, maar Jezus had ze geleerd samen te werken en op elkaar te vertrouwen, dat had gewerkt. Nu was het eind van de dag gekomen. Nu leek de vakantie aangebroken waar ze zo’n behoefte aan hadden. Jezus zou de mensen naar huis sturen en alleen tot rust komen en wat bidden. De leerlingen stapten alvast in de boot en zouden naar de overkant van het meer varen. Nou ontgaat ons iets, omdat voor ons zo’n meer niet die betekenis meer heeft die het voor de vissers uit Galilea had. In de Joodse verhalen staat de zee, het meer, voor het dodenrijk, voor de chaos waaruit God ooit de hemel en de aarde had gemaakt, voor de wanorde. Die zee, dat meer, was van zichzelf dus al bedreigend en nam die dreigende gestalte zeker aan als de valwinden van de heuvels het water opzweepten. Maar hoe zat het ook al weer, moet je je in tijden van nood door angst laten regeren of door samenwerken. Jezus van Nazareth kwam naar ze toe om ze te helpen en berispte ze om hun angst. In het verhaal van Jezus van Nazareth, zoals Marcus ons dat vertelt gaat samenwerking ver boven de angst die we kunnen voelen. Een probleem dat er in onze dagen is als het gaat over de vergrijzende bevolking. Er ligt een voorstel om eerlijker te delen als het om de AOW gaat, om ook de rijken mee te laten betalen aan de AOW voor de armen. We worden bang gemaakt, door vertegenwoordigers van die rijken, dat dat eerlijker delen ten koste zal gaan van de armen, dat die ook zullen  moeten inleveren. Zou het dan niet waar zijn dat vijf broden en twee vissen genoeg zijn om een volk te eten te geven? Of moeten we ons laten regeren door de angst. We moeten toch langzamerhand weten dat ruim 50 jaar van eerlijk delen ons allemaal kansen heeft gegeven en dat iedere keer als de rijken rijker en de armen armer gemaakt worden de ellende in de samenleving ook toeneemt. Voor de rijken is de oplossing de armen maar twee jaar langer te laten doorwerken. De rijken verzekeren zich voor een extra, wat vroeger ingaand, pensioen, trekken de premie van de belasting af en betalen nauwelijks belasting over dat extra pensioen. Zelfs progressief democraten proberen ons dat als een eerlijke oplossing te verkopen. Maar ja, we zijn net volgelingen van Jezus, hardleers dus. Die leerlingen hoorden het “Vrees niet!” Zij maakten mee hoe het kwaad werd bestreden en mensen weer mee konden doen aan de samenleving. Daar zullen wij ook voor moeten werken. En bang voor de vergrijzing hoeven we niet te zijn als arm en rijk eerlijk weten te delen.

Vijf broden, en twee vissen

dinsdag, 21 juli, 2009

Marcus 6:30-44
 
We leven in de vakantietijd. In onze dagen een tijd om te rusten, om er op uit te gaan, om even los te komen van werken en zwoegen. In de Bijbel is daar het Sabbatsjaar voor, eens in de zeven jaar dan leef je van het land en laat je het bewerken van het land achterwege. Onze zomervakantie is een gevolg van kinderarbeid. Toen de leerplicht werd ingevoerd bleek dat kinderen in de zomer onmisbaar waren bij het oogsten en bij het verwerken van de oogst. Die kinderarbeid is meer en meer verboden geraakt maar de vakantieweken in de zomer zijn gebleven. En in plaats van de kinderarbeid is de arbeid van illegale vreemdelingen gekomen. In het verhaal van vandaag gaat het bijna over vakantie. Jezus van Nazareth wil namelijk met zijn leerlingen op vakantie. Ze kregen zelfs de tijd niet om te eten zo namen de mensen hen in beslag. De leerlingen waren de dorpen en steden rondgegaan om het goede nieuws te brengen en waren bij de meester teruggekeerd om te vertellen wat ze hadden meegemaakt. Maar van vakantie kwam niet veel. Ze hadden zo’n succes gehad dat een grote menigte hen volgde. Jezus van Nazareth kon niet anders dan al die mensen vertellen over zijn nieuwe Koninkrijk en hen te leren hoe daarin te leven. Maar ja, organisatoren van massabijeenkomsten moeten de catering niet vergeten. Nu niet en toen ook niet. Zelf hadden ze maar vijf broden en twee vissen bij zich. Jezus had echter net de menigte geleerd over delen met elkaar, ook het laatste wat je hebt, al is het je leven, delen met degene die minder of niets heeft. En als iedereen het weinige dat er is met elkaar deelt is er voor iedereen genoeg. De 12 manden die overbleven zeggen dat er voor het hele volk zelfs wel genoeg is. Degenen die de verhalen uit de Hebreeuwse Bijbel hadden bestudeerd die konden dat weten. De profeet Elisa had bijvoorbeeld een arme vrouw eens geadviseerd om alle lege kruiken van de buren bij elkaar te halen en dan van de ene kruik naar de andere de olie over te schenken. Uiteindelijk hield ze zoveel over dat ze zelf genoeg had en genoeg kon verkopen om er van te leven. Ook tijdens onze crisis gooien wij zoveel weg dat anderen er ruim van zouden kunnen leven. Onze voedselbanken krijgen voedsel dat in de supermarkten niet meer verkocht kan worden omdat het over is. Maar de armen in ons land die van de voedselbanken moeten leven zijn er nog wat blij mee. En van wat aan ons huisvuil wordt verbrand worden hele steden van electra voorzien en zullen wijken en bedrijven de komende winter van warmte kunnen genieten. Dat delen van brood en wijn gebeurd met enige regelmaat in alle kerken in ons land. Dat herinnert ons aan de les van Jezus van Nazareth waarover we vandaag lezen, als we bereid zijn om te delen is er voor iedereen genoeg, we moeten alleen bereid zijn om eventueel onszelf te delen, hij is ons daar in voorgegaan, wij mogen volgen, ook vandaag.

Breek hen af.

maandag, 20 juli, 2009

Psalm 28
 
We zoeken de Schriftgedeelten die we dagelijks hier lezen en bespreken niet zelf uit. We volgen het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap dat op de site van de PKN is te downloaden en dat in heel veel kerken dagelijks gelezen wordt. Toch valt het op hoe vaak de keuze van het Bijbelgedeelte aansluit bij de actualiteit van het leven. Vandaag zingen we van Psalm 28. In deze Psalm wordt God aangeroepen als een Rots, een rots waarop je kunt bouwen. In een tijd van financiële en economische crisis kun je zo’n rots wel gebruiken. Want wat zal de toekomst brengen. Heb je nog wel werk na de vakantieperiode? Komt er wel pensioen als je uitgewerkt bent? Is er een uitkering als je door ziekte of ongeval ongeschikt wordt om te werken? Blijf je wel verzekerd tegen alle risico’s van ziekte ook voor degenen die van jou afhankelijk zijn? Voor heel veel mensen is het leven heel wat onzekerder geworden en dan kan je zo’n rots wel gebruiken. Maar we moeten oppassen van het geloof in de God van Israël geen vluchtweg voor ellende te maken. Als je in die God geloofd ben je niet verzekerd tegen ellende. Het overkomt je even goed. Alleen die ellende is wat beter te dragen. Christenen wijzen graag op het kruis en het lijden van Jezus van Nazareth. Dat is bijna altijd erger dan wat ons kan overkomen. Maar daar had de dichter van deze Psalm geen weet van. Hij is bang weggerukt te worden met de kwaadwilligen, met hen die onrecht doen, die hun vrienden vrede wensen, maar in hun hart zinnen op kwaad. Je moet het dus zoeken bij het tegendeel van het kwaad, het tegendeel van onrecht. De liefde voor de naaste kan je door het diepste dal heen helpen. Niet eens zozeer de liefde die mensen voor jou hebben als je het moeilijk hebt. Dat kan een hele steun zijn, maar soms ook een last. Mensen zijn soms oppervlakkig, denken dat een enkel woord al genoeg is om het lijden weg te nemen. Ze glimlachen je alvast toe maar jouw pijn blijft, ja het lijkt er soms op dat ze je verbieden je pijn te tonen. Die liefde kan helpen maar daar moet je niet te vast op rekenen. Wat echt helpt is zelf je naaste lief te hebben als jezelf. Dat begint met het liefhebben van jezelf. Ook al wordt je werkloos, ook al verlies je bezit en aanzien, je blijft evenveel waard als je waard was. Wie afhankelijk wordt van ambtelijke instanties loopt de kans diep vernederd te worden. Je laten vernederen door ambtelijke instanties is nog erger, dan doe je het jezelf ook nog een keer aan. Er tegen opstaan kan jou helpen maar ook anderen, niemand is immers door eigen schuld werkloos. En ook als je nog werk hebt dan kun je je bewust worden van het feit dat je zusters en broeders gemakkelijk vernederd worden en onrecht wordt aangedaan. Doe mensen recht en heb ze lief. Dat is de rots waarop een samenleving gebouwd kan worden, dat is het gebod van onze God, ook vandaag, ook in deze dagen.

Gaat u maar naar de profeten van uw vader en moeder.

zondag, 19 juli, 2009

2 Koningen 3:12b-27

Waarom kijken we zo weinig om ons heen als we met problemen worden geconfronteerd. Waarom nemen we zo vaak geen afstand en ontspannen we tot we een oplossing als het ware als vanzelf zien verschijnen. Wetenschappers noemen dat het Eureka moment en dat moment deed zich voor het eerst voor in bad toen een natuurkundige uit de Griekse oudheid een natuurwet ontdekte. In dit verhaal over Elisa gebeurt het ook. Eerst maar eens ontspannen, met een muzikant. Dan om je heen kijken en zien dat er door die dorre woestijn een droge rivier loopt, een wadi. Zo’n wadi kan plotseling vol voor water komen te staan. Daar is een volstrekt natuurlijke verklaring voor maar als je de woestijn niet kent dan lijkt het een wonder. Voor Elisa is het ook een uitgelezen gelegenheid om de verschillen tussen de koning van Israël en de koning van Juda aan te geven. In Israël werd ook Baäl aanbeden en Baäl had eigen priesters en eigen profeten. Joram kent de afkeer van de afgoden en schuift het probleem dat ze hebben in de schoenen van de God van Israël. Als God machtig was dan zou hij de ellende in de wereld wel weg nemen. Dat hoor je vandaag de dag ook nog wel eens zeggen. En omdat God niets doet bestaat die dan niet. Nu is dat een echte onzin redenering. Want ook de meeste mensen doen niks tegen de rampen die ons overkomen en waar we wat aan zouden kunnen doen. En die mensen bestaan toch ook. God roept ons om er juist wel wat aan te gaan doen, om je naaste lief te hebben als jezelf. In het verhaal dat we vandaag lezen is het dan ook Josafat, de koning van Juda, die voldoende respect heeft opgeroepen om Elisa te verleiden te vertellen wat hij ziet. Want juist de gerichtheid op de Liefde voor de naaste maakt dat je de dingen opvalt die je nodig hebt om te helpen. Dan zie je dat er onrechtvaardige handelsverhoudingen zijn. Dan zie je dat het teveel aan melkproductie waar onze boeren last van hebben ook kan betekenen dat onze boeren wat minder zouden moeten willen produceren en dat ze dus ook ander werk zouden moeten willen doen. Als onze boeren minder melk op de wereldmarkt aanbieden dan is er ruimte voor arme boeren in arme landen om melk aan te bieden en een bestaan op te bouwen. En als wij graag koeien in de wei willen zien dan moeten we onze boeren daarvoor maar extra betalen. Dan worden de dieren die ons van voedsel voorzien misschien ook met wat meer eerbied behandeld. Dat oorlog voeren van die drie koningen uit ons verhaal van vandaag loopt overigens uit op een verschrikkelijke teleurstelling. Uiteindelijk besluit de koning van de vijand zijn eigen zoon te offeren op de muren van de stad. Dat is het ergste dat je kunt doen, je eigen kinderen doden. De Israëlieten zijn er zo van ontdaan dat ze de overwinning laten voor wat ze is en naar huis gaan. Daar kunnen heel veel soldaten tegenwoordig nog een voorbeeld aan nemen.