Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juni, 2009

Het gefluister van een zachte bries.

dinsdag, 30 juni, 2009

1 Koningen 19:9b-21

Waar is God? Wanneer ontmoet je God? Is God in het lawaai van de massa, of in het vuur van een machtige toespraak of een intense praise song? Als je dit verhaal van Elia op je laat inwerken dan kom je tot de ontdekking dat God alleen in de zorg voor een goede samenleving te vinden is. Want pas in een zachte bries hoort Elia in het gefluister dat wat goed is voor Israël. Er moeten nieuwe koningen worden gezalfd, een voor de noordelijke buur en een voor de zuidelijke buur. Dat die noordelijke buur niet bij Israël hoort, dus geen aanbidder van de God van Israël is, doet niet ter zake. Ook door de politiek van vreemde heersers kan het plan van God met de wereld tot stand komen. De aanbidders van die vruchtbaarheidsgoden moeten de wereld uit. Al dat succesgedoe, al dat roepen om meer, om beter en om mooier  moet tot zwijgen worden gebracht. Het gaat er om te delen van wat je hebt met de anderen. Neem nu die Elisa, de opvolger van Elia. Dat is ook zo iemand. Hij wordt geroepen om met Elia mee te gaan en slacht zijn ossen, braad ze op het hout van zijn ploeg en verdeeld het onder zijn knechten. Dan gaat hij niet mee als de rijke boer die de profeet zou kunnen sponsoren, maar als dienaar van de profeet.  In dit verhaal zit God dus in de zorg voor de wereld, de zorg ook voor de minsten in de wereld. Want van dat streven naar winst en profijt, naar altijd maar meer en beter, worden de armsten het eerst het slachtoffer. Het zijn nu al de armsten in de binnensteden van Amerika die de gevolgen van de crisis aan den lijve ondervinden. De rijen voor de voedselbanken groeien, de aantallen daklozen nemen dag aan dag toe. En op de dag dat in Amerika gediscussieerd wordt of de echtgenote van een van de grootste oplichters in de geschiedenis 1 of 2 miljoen dollar mag houden sterven in datzelfde land opnieuw kinderen van de honger. En denk nu niet dat het in ons land beter gaat. Ook in ons land zullen na de vakantie de laagst betaalde bouwvakkers het eerst werkloos worden en het langst werkloos blijven. De hoge heren van Bouwend Nederland hebben nog wel even een paar bijbaantjes om hun luxe leventje voort te zetten. Desnoods brengen ze een instelling voor de zorg aan verstandelijk gehandicapten aan de rand van de afgrond, waarna een advies aan de regering om iedereen voor de internetaansluiting extra te laten betalen ook nog het nodige geld opbrengt. In het verhaal van Elia worden al dat soort schurken omgebracht en afgeslacht. Dat is niet de weg die we vandaag de dag kiezen. Gewelddadige revoluties zijn ook de weg niet en wie de Bijbel nauwkeurig leest weet dat ook dat geweld eigenlijk veroordeeld wordt. De verandering, de revolutie zit in de de verandering door de liefde, door de onophoudelijke zorg van mensen voor de armsten en de minsten, daar kunnen we ook vandaag de straat voor op.

Word wakker en eet wat

maandag, 29 juni, 2009

1 Koningen 19:1-9a

Wat doe je als je iemand in de woestijn onder een stuik ziet liggen? Dan maak je wat te eten en te drinken klaar, En als iemand daarna weer gaat slapen dan doe je dat nog een keer want dan heeft iemand kennelijk last van uitputting. Dat is wat Elia overkomt als hij het niet meer ziet zitten. Hij heeft toch bewezen dat de God van Abraham, Izaäk en Jacob oneindig veel meer kan betekenen voor het volk dan de zogenaamde vruchtbaarheidsgoden van Kanaän. Maar in plaats van een erkenning voor die God wordt Elia met de dood bedreigt. Dat maakt hem moedeloos. En aan de geschiedenis hoef je ook je kracht niet te ontlenen want gelovigen zijn elkaar door de eeuwen heen te lijf gegaan en al eeuwen wordt er opgeroepen om met elkaar op de wereld te delen maar er gaan elke dag nog duizenden dood van de honger. Hoe kan Elia ontsnappen aan die wereld van dood en doodsdreiging. In dit verhaal moet hij daarvoor uit dat land trekken zoals het volk Isaël ooit uit Egypte trok. Veertig dagen door de woestijn zoals zij ooit veertig jaar door de woestijn trokken. Dan kom je bij de berg waar God ooit dat gebod gaf van heb  je naaste lief als jezelf. Elia kan dat pas als er iemand is die midden in de woestijn bereid is met hem te delen en hem zelfs te verzorgen en uit te rusten voor die reis. Iemand die zo zorgzaam is noemen we een engel, die brengt uitkomst, die laat zien hoe God het in onze wereld wil hebben. Wij noemen zo iemand voor de grap wel eens een engel, maar de Bijbel benoemd zulke mensen als engelen omdat wij ze zouden kunnen navolgen. Dat maakt immers ook voor ons zo’n reis mogelijk. Misschien een denkbeeldige reis uit een wereld van dood en eigenbelang. Een reis terug naar een samenleving waar de wet van heb uw naaste lief als uzelf geldt. In die samenleving kom je de mensen tegen die in hun vrije tijd in de Fair Trade winkel staan, die buddy’s zijn van aidspatienten, die op bezoek gaan bij gevangenen of brieven schrijven voor Amnesty International, die prostituees opvangen om hen weer het gevoel te geven dat ze mens zijn en geen voorwerp, die ouid en weggeworpen gereedschap opknappen om te versturen naar landen waar geen gereedschap is en tal van andere warme menslievende mensen die hun capaciteiten en zichzelf inzetten oim hier op aarde al vast iets te laten zien van de toekomst wanneer de hemel op aarde gevestigd zal zijn. Al die mensen kunnen met hun liefde ons weer op weg en in beweging zetten. Zeker als we opnieuw teleurgesteld worden doordat groepen mensen tegen elkaar worden opgezet, als mensen hun zakken vullen als ze bedrijven failliet laten gaan en mensen werkloos worden, als we het onrecht zien dat in onze dagen in onze wereld gebeurt. Wij kunnen in beweging komen om de wereld de andere kant op te helpen, de kant van liefde, vrede en gerechtigheid, ook vandaag nog. Er is altijd een grot om in te schuilen.

HEER, mijn God, u wil ik eeuwig loven

zondag, 28 juni, 2009

Psalm 30

Vandaag zingen we met de kerk een Psalm mee met een politieke geschiedenis. Want de Psalm begint met  het opschrift :” Een lied bij de inwijding van de tempel”. In de Statenvertaling stond nog ” een lied der inwijding van Davids huis.” Voor beide vertalingen is wel wat te zeggen. In het Hebreeuws staat letterlijk “voor de inwijding van het huis, van David” En staat die Nederlandse comma er nu wel of niet? Een Psalm gemaakt door David is niet zo vreemd. En in de Bijbel gaat het toch steeds over het Huis des Heren, dat is de Tempel. Zo is door de Rabijnen door de eeuwen heen ook deze psalm uitgelegd en die uitleg was voor de vertalers van de Nieuwe Bijbelvertaling doorslaggevend. Maar er waren ook steeds uitleggers die vonden dat de Psalm gemaakt was toen David Koning was en het geslacht van David, het huis van David in koningstermen, een begin maakte. Ook Jezus van Nazareth behoorde tot het huis en het geslacht van David vertelt het Evangelie van Lucas ons. En in het onderscheid tussen het Huis des Heren en het Huis van David krijgt de geschiedenis van de Psalm een politiek tintje. Want wie beschouwen wij als onze hoogste Heer. Koningin Beatrix met haar kabinet Balkenende, of de God  van Israël. Als we de regering als hoogste gezag beschouwen moeten we die maar gehoorzamen en ons neerleggen bij de gang van zaken. Maar als we de God van Israël als hoogste gezag aanvaarden moeten we stem geven aan de stemlozen, aan de minsten, de hongerigen, de naakten, de gevangenen, de zieken en de zwakken. Dan moeten we dus onophoudelijk blijven vragen waarom er meer nadruk gelegd wordt op de aanschaf van peperdure gevechtsvliegtuigen en je zelden iets hoort over het oplossen van de voedselcrisis in de armste landen van de wereld. Dan moet je dus vragen waarom er in ons land wordt getolereerd dat bevolkingsgroepen tegen elkaar opgezet worden omdat ze verschillend zouden geloven, of omdat ze in een God geloven. Het is duidelijk dat deze Psalm in elk geval oproept om de God van Israël te loven en hem te vertrouwen als het gaat om de zaken van leven en dood. Koning David wordt in de Bijbel dan ook vaak als symbool voor de Godsgetrouwe bestuurder genoemd. Een koning die vrede bracht in het land en gerechtigheid betrachtte. Als wij een keus moeten maken tussen de inwijding van de Tempel of het Huis van David dan maakt dat voor ons niet veel uit. In de Tempel werd immers de Wet van heb-Uw-naaste-lief als Uzelf bewaard, en van het Huis van David wordt juist van die Wet de toepassing door de regering verwacht. Door het zingen van deze Psalm geven wij daar vandaag stem aan, stem voor de minsten op aarde en het vertrouwen dat dat lijden voorbij zal gaan.

Er is niets te zien

zaterdag, 27 juni, 2009

1 Koningen 18:30-46

Heerlijk als een verhaal vol symboliek zit. Stortregens vallen er op het einde die dreigen de koning weg te spoelen. Alsof de zondvloed van Noach weer gekomen is. Maar water speelt van begin af in dit verhaal een belangrijke rol. Zelfs in tijd van droogte zit Elia kennelijk niet zonder water. Hij giet zoveel water over Israel heen dat zelfs de omringende goot vol water komt te staan. Van 12 stenen had hij immers een altaar gebouwd, de 12 stenen die ook Israël hadden gevormd, van de eerste steen waarop Jacob had gedroomd af. Wij kennen alleen de Tabernakel die met het volk Israël meegevoerd werd door de woestijn en de Tempel die door Salomo in Jeruzalem werd gebouwd. Maar in de dagen van Elia waren er meer heiligdommen voor de God van Israël. Eén ervan was op de berg Karmel geweest maar dat heiligdom was vernietigd. Elia begint dan ook met dat heiligdom weer op te bouwen. En als je dat weet komt ook die bliksemschicht niet meer als een verrassing. In het boek Leviticus wordt uitgebreid de wijding van de Tabernakel, de heilige Tent, beschreven. En ook daar was er een vuurflits komende uit het heiligdom die het brandoffer van een jonge stier aanstak en verteerde. Elia wordt hier dus als een Mozes voorgesteld, hij immers bevrijdde het volk Israël van de aanbidding van afgoden als Baäl en Asjera. En daarmee wordt dat wonderlijke volksverhaal over zelfontbranding of blikseminslag bij heldere hemel ineens een verhaal over de uittocht uit het land van de dood. Want de aanbidding van die afgoden loopt uit op de dood. Niet dat de vruchtbaarheid direct komt. Zeven keer moet de knecht van Elia gaan kijken of er al een wolk aankomt. Het is alsof de aarde eerst opnieuw geschapen moet worden voordat de mensen er weer van kunnen leven. Maar komen doet het dat nieuwe leven en als je er niet door overspoeld wil worden dan moet je hard rennen. Zie je het voor je? De profeet met zijn jurk opgetrokken, vastgehouden met twee handen tot op zijn middel, en dan hart rennen voor de wagen met paarden van de Koning uit? Het zou een prachtig slot zijn voor de film over Elia en de priesters van Baäl en Asjera. Die priesters vinden de dood aan de voet van berg. Verder als dit zullen ze niet komen. Het klinkt wreed, moet dat nu helemaal dat bloedvergieten? Maar vergeet niet dat die priesters zichzelf met lansen staken en met messen opensneden. Een dergelijke godsdienst leidt tot de dood. Ook in onze dagen. Hoeveel slachtoffers zijn er al niet gevallen van plastische chirurgie die werd uitgevoerd alleen om een zogenaamd schoonheidsideaal te volgen. Het verhaal van Elia leert ons dat het volgen van dat soort idealen en bijbehorende afgoden leidt tot de dood. Het leven kiezen is delen, en het vereren van de God van heb-je-naaste-lief als jezelf. Ook vandaag de dag.

Het bleef stil, niemand gaf antwoord.

vrijdag, 26 juni, 2009

1 Koningen 18:16-29

Eigenlijk is het toch merkwaardig dat dit verhaal niet is verfilmd. We kennen verfilmingen van het Oude Testament genoeg. “Green Pastures”, met de schepping en het verhaal van Noach, “Ten Commandments” over de uittocht uit Egypte en “Samson en Delila” over de Richter Simson. Maar dit verhaal over Elia op de Karmel is nooit verfilmd. En dat verhaal wordt toch zeer beeldend verteld. Zeven jaar is er droogte in het land geweest. Alle grond is dor en onvruchtbaar geworden. In de dagen van Elia hadden de volken van Kanaän daar vruchtbaarheidsgoden voor. Baäl en Asjera, een echtpaar. Op een paar plaatsen in de Bijbel wordt die Asjera overigens ook de vrouw van de God van Israel genoemd. Maar hier hoort ze bij de vruchtbaarheidscultus van Kanaän. Op de hoogste berg van Israël, de berg Karmel moest er aan die vruchtbaarheidsgoden geofferd worden. Uit het hele land werden de priesters van Baäl en Asjera opgetrommeld. En daar begonnen de rites. De stieren werden klaargemaakt, waarschijnlijk met bloemenkransen versierd en dan met één haal van het rituele offermes gedood, in stukken gesneden en op het altaar gelegd. En dan moet er een wonder gebeuren, de god moet zijn eigen offer aan weten te steken. Vierhonderdvijftig priesters dansen in het rond, alleen dat al zou een prachtige filmscene opleveren, maar als dat niet helpt wordt het nog veel mooier, dan snijden ze elkaar en zichzelf met messen en lansen. Het bloed loopt alle kanten op. Dat is overigens minder vreemd dan het ons vandaag de dag lijkt. Zelfverminking was heel gewoon in dit soort vruchtbaarheidsrites en er zijn op de wereld nog veel streken waar gelovigen zichzelf of elkaar tot bloedens toe slaan of snijden als teken van aanbidding van hun God. Dat helpt dus niet. Al dat worship gezang, al die geheven handen, al die trance brengen geen genezing. De god van de vruchtbaarheid, de god van het succes, de god van de genezing op gebed zwijgt. Van de morgen tot de avond doen de priesters hun best. Het is een opwekkingsbijeenkomst in de beste tradities. Maar die helpen dus niet. Een film hierover zou een groot succes worden denk ik. Net als die over Mozes die de Schelfzee splijt. Bij de studio’s in Hollywood kun je er nu met een studiotrein doorheen rijden. We houden met z’n allen van dit soort wonderen, eigenlijk kunnen we er geen genoeg van krijgen. Wonderdoeners, gebedsgenezers, instralers, geestenfluisteraars en andere moderne gochelaars verdienen er dikke boterhammen mee. Televisieprogramma’s er over trekken veel kijkers. Maar dat je kan overleven zoals die weduwe deed waar Elia vandaan kwam, door je laatste kruik meel met een ander te willen delen komt bij niemand op. Dat levert geen mooie filmscene’s op, dat levert alleen leven op. En met dat delen moeten we het ook vandaag weer doen, omdat we nu eenmaal van onze naaste willen houden als van onszelf, daar hoeft geen show en praise aan te pas te komen.

Obadja had groot ontzag voor de HEER.

donderdag, 25 juni, 2009

1 Koningen 18:1-15

De verhalen over de profeet Elia zijn echte volksverhalen. De enkeling die zich met succes verzet tegen de willekeur van de machtige koning. Tal van romans en films uit onze tijd behandelen hetzelfde thema en als het actiefilms zijn lopen ze de kans behoorlijk populair te worden. In het verhaal dat we vandaag lezen komen we een ander thema tegen dat ook in onze dagen behoorlijk actueel is. Het thema van het verzet van binnenuit. Het gaat vandaag over een hoge hoffunctionaris die wel de dienaar is van de Koning maar er toch ook voor zorgt dat het verzet in leven kan blijven. Koning Achab wilde onder invloed van zijn vrouw Izebel ook ruimte geven aan de aanbidding van vreemde goden, maar de profeten van Israël die trouw bleven aan de God van Abraham, Izaak en Mozes bleven daartegen protesteren. Een groot aantal van die profeten werden gered door de hoge ambtenaar Obadja. Die ambtenaar krijgt nu de opdracht van de grootste profeet, en grootste opposant van de koning, Elia, hem aan te kondigen bij de Koning. En dan komt de vraag waar ook wij mee te maken hebben. Hoever kun je gaan in het dienen van een misdadig regiem en hoever kan men vragen daartegen verzet te plegen. Obadja voelt zich danig bedreigd in zijn bestaan. En dat argument hoor je ook in onze dagen als het gaat om handeldrijven met misdadige regiems. Waarom zouden we geen handel drijven met een regiem als in Birma. Daar zijn militaire machthebbers die het volk onderdrukken en profiteren van de handel met ons land, die handel houdt hen overeind. Het appartheidsregiem in Zuid-Afrika stortte ineen toen grote bedrijven uit westerse landen zich terugtrokken uit dat land en er geen buitenlandse investeringen meer kwamen. Maar het kan ook op invidividueel nivo spelen. Moet je als werknemer bij een internationaal bedrijf meewerken aan de handel met een misdadig regiem? Je zet je bestaan op het spel als je het weigert. Moet een regering diplomatieke contacten blijven onderhouden met een misdadig regiem? Die vraag speelt iedere keer als een volk in opstand komt tegen onderdrukking en vervalsing van de democratie. Het zijn geen eenvoudig te beantwoorden vragen. In de Tweede Wereldoorlog bleven veel ambtenaren op hun post omdat ze geen andere keus zagen. Het was of doorwerken of onderduiken. Vandaag de dag hebben we in ons land meer vrijheid van keuzes. Dat betekent misschien ook dat we de vraag luider en scherper kunnen stellen. Kopen van kleding en schoeisel die gemaakt zijn door kindslaven is verfoeilijk, als we het weten kopen we dat niet, maar weten we het altijd? Obadja wordt door Elia niet veroordeeld, het gaat Elia om die koning. Misschien is het stellen van de vragen een goed begin. Let vandaag dus eens extra op in welke structuren je zelf gevangen zit.

Koning Herodes hoorde van hem

woensdag, 24 juni, 2009

Marcus 6:14-29
 
De Bijbel is zo groot en staat zo vol prachtige verhalen dat het soms lastig is om al die verhalen op de juiste manier te vertellen. In het Nieuwe Testament staan sommige verhalen dan ook nog drie of vier keer op verschillende manieren verteld en dus met verschillende bedoelingen, om ons steeds een ander deel van het verhaal duidelijk te maken. Elke evangelist vertelde het verhaal zo dat de boodschap die ze nodig vonden voor degenen voor wie ze het schreven duidelijk zou worden. Met het verhaal over de onthoofding van Johannes de Doper is dat ook zo gegaan. We kennen natuurlijk het verhaal over koning Herodes die van Johannes de Doper kritiek kreeg op de manier waarop die koning getrouwd was en op verzoek van zijn vrouw en dochter de profeet liet onthoofden en het hoofd op een schaal liet zien. Maar Marcus vertelt het verhaal bijna terloops midden in een ander verhaal. Marcus heeft het over de leerlingen van Jezus die twee aan twee er op uit gingen, het boze uitdreven en zorgden dat zieken weer mee konden gaan doen met de samenleving. Die manier van optreden van Jezus van Nazareth maakte diepe indruk op de Koning. Die manier van doen maakte dat Jezus van Nazareth ongrijpbaar werd. Niet Jezus van Nazareth als persoon kwam daarbij centraal te staan maar zijn boodschap, het goede nieuws voor de armen. Koning Herodes werd zelfs bang dat die profeet Johannes weer tot leven was gewekt. Die profeet had immers kritiek op de koning geuit ook toen hij al gevangen was genomen en in de boeien was geslagen. Zonder op zijn eigen positie acht te slaan was hij doorgegaan met zijn verkondiging en oproep tot bekering. Jezus van Nazareth had een vergelijkbare weg gekozen, hij had zijn leerlingen er op uit gestuurd. Uiteindelijk zou zijn manier van verkondigen uitlopen op de dood aan het kruis. Maar hij overwon de dood en zijn boodschap, en volgens velen hijzelf ook, overleefde die kruisdood. Daarom hoeven ook wij  dus niet bang te zijn als we het goede nieuws van de bevrijding van de armen blijven rondbazuinen. Steeds weer in de geschiedenis zijn er mensen geweest die de fakkel oppakten en steeds weer zullen er mensen zijn die het verhaal gaan vertellen dat Liefde uiteindelijk regeert en dat recht en gerechtigheid reële mogelijkheden zijn voor het dagelijks leven. Soms moesten die mensen dat met hun leven bekopen maar hun boodschap overleefde het tot op de dag van vandaag. Als je die boodschap van liefde centraal stelt maakt het ook niet uit wat er met jezelf gebeurt, je zaait en er zal geoogst worden.Vandaag mogen wij die volgelingen van Jezus van Nazareth zijn die om ons heen het verhaal vertellen, het goede doen voor de minsten in de wereld en daarbij onze overheid het goede voorhouden en niets dan het goede.

Hij droeg hun op niets mee te nemen voor onderweg

dinsdag, 23 juni, 2009

Marcus 6:7-13

Altijd zijn er mensen die bereid zijn alles wat ze hebben te delen met iemand die niets heeft. Dat was de vaste overtuiging van Jezus van Nazareth.  Om te bewijzen dat hij gelijk had zond hij zijn volgelingen er op uit. Twee aan twee. Op naar mensen die bereid waren met hen te delen, voedsel en onderdak, eerlijke handel, aan die mensen kun je het goede nieuws kwijt dat er een Koninkrijk is waar dat delen de Wet van alle dag is, waar je niet bang hoeft te zijn voor veroordelingen maar steeds opnieuw met die Wet mag beginnen. Het lukte, ze dreven een hoop gekkigheid uit en zorgden dat veel mensen weer mee konden doen. Het kan dus, als wij volgelingen van die Jezus van Nazareth willen zijn kunnen wij dan ook. Zelfs al ben je gewoon timmerman. We hebben het er vaak over dat we dat visioen van Jezus van Nazareth in onze eigen omgeving gestalte kunnen geven. In het werk in de Fair Trade winkels, als schrijvende voor Amnesty International, als vrijwillige zorgende in een verpleeghuis of ziekenhuis, als actief buurtbewonende in je eigen wijk, in de diakonale activiteiten van de kerk of in zoveel niet te noemen activiteiten die er zijn om de wereld een beter aanzien te geven. Jonge mensen krijgen ook nog steeds de kans hun talenten in de zetten voor de allerarmsten in de wereld. Overal waar er oorlog is of honger, of natuurrampen geweest zijn kom je Nederlandse artsen tegen die niet uit zijn op een glanzende carrière met een hoog inkomen. Ook verpleegkundigen, hulpverleners, timmerlieden, ingenieurs, gepensioneerde managers, landbouwers, tuinders zetten zich zonder betaling of tegen een minimumloon in voor de lijdende medemens in de wereld. Van hen kun je het beste horen wat het betekent dat wij onze landbouw blijven subsidiëren, dat we veel willen blijven verdienen aan de patenten op onze medicijnen, dat we blijven weigeren eerlijke handelsverhoudingen te scheppen. Al die vrijwilligers die er op uit trekken de wereld in brengen het goede nieuws dat er altijd mensen zijn die bereid zijn alles te delen wat ze hebben, in de eerste plaats zichzelf. Ze drijven nogal wat kwaadheid de wereld uit, ze laten zien hoe mensen van verschillende herkomst, cultuur en geloof toch samen kunnen werken en samen het verschil uit kunnen maken tussen leven en dood. Dat werk van die jonge mensen moet gesteund worden. Tal van organisatie bedelen daarvoor, zoeken donateurs en ondersteuners die achtergebleven zijn en wel in staat zijn een goed inkomen te verwerven. Want ook onder die mensen zijn er die bereid zijn te delen met een ander. Zelf aan de slag als vrijwilliger in eigen stad of dorp en als ondersteunende van mensen die naar de armste landen gaat kan allebei. Vandaag nog kun je er mee beginnen, je schrijfstok in de hand nemen en een bankrekeningnummer noteren.

Hij is toch die timmerman

maandag, 22 juni, 2009

Marcus 6:1-13
 
Het heeft heel lang geduurd voordat Rudi Carell in Alkmaar werd geëerd. Pas toen hij  stopte met grote shows op de Duitse Televisie kreeg hij in Alkmaar van de gemeente de penning van verdienste. Daarna heeft het overigens nog een aantal jaren geduurd voordat hij in Nederland ook een Koninklijke onderscheiding kreeg. Dat niet tegenstaande de verdiensten van Rudi Carell. Van begin af aan vroeg hij in Duitsland aandacht voor Nederland, voor de Nederlandse folklore als de Alkmaarse kaasmarkt, voor Nederlandse artiesten, maar ook voor de verhoudingen die door de Tweede Wereldoorlog zeer waren verstoord. In Alkmaar waren misschien te veel mensen die de kleine Rudi Kesselaar nog kenden. Dat jochie dat vooraan stond als er een brand of een ongeluk was. Dat grappen maakte aan de lopende band, zoon van een conferencier die bedrijfsfeesten en bruiloften opluisterde. Ook al was hij bijzonder hij was toch een stadgenoot van de Alkmaarders. Niet anders dus. Jezus van Nazareth maakte hetzelfde mee in Nazareth. Waar haalt hij toch al die wijsheid vandaan. Het is toch ook gewoon een zoon van een moeder, een broer van stadgenoten, broers en zusters die onder ons wonen. Jezus van Nazareth verbaasde zich over hun ongeloof. Als hij kon wat hij kon dan konden zij dat toch ook, zorgen dat mensen er weer bij gingen horen, eerlijk delen met elkaar, zorgen voor eerlijke handelsvoorwaarden. Dat goede nieuws bleef hij brengen, ook in de omgeving. Dat navolgen van Jezus van Nazareth zit dus niet zozeer in het ook gaan doen van wonderen, of het vertellen van mooie verhalen die de mensen nooit eerder hebben gehoord. Het is aandacht vragen voor de minsten langs de kant van de weg, de verschoppelingen van onze dagen. Aandacht vragen voor de vreemdelingen dus ook. Voor jongeren die tussen twee culturen moeten opgroeien en altijd de verkeerde keuzes zullen maken. of ze kiezen voor de traditionele Nederlandse cultuur en verloochenen daarmee hun ouders en hun afkomst, of ze kiezen voor de cultuur van hun ouders en horen er dan in Nederland niet meer bij, dan vormen ze zelfs een bedreiging volgens velen. Jezus van Nazareth zou met hen meegevoeld hebben. Hij begon iets nieuws dat al eeuwen bestond. In de verhalen die zijn bewaard over zijn optreden in de Synagoge, de kerk van zijn tijd, vertelt hij uit het boek van de profeet Jesaja. Die profeet had het visioen van leeuwen die samen leefden met lammeren, van een kind dat speelde in het hol van de slang. Visioenen die niet passen bij het dagelijks leven waar onderdrukking en geweld regeerden, maar waarvan Jezus van Nazareth zei toch met dat visioen te beginnen, vrede brengen en liefde voor mensen. Daar kunnen ook wij aan meedoen, vandaag weer en elke dag.

Tot het moment dat alle heidenen zijn toegetreden.

zondag, 21 juni, 2009

Romeinen 11:25-36

En dan te bedenken dat er in de geschiedenis van het Christendom mensen waren die het Oude Testament maar wilden afschaffen omdat het volk Israel afgedaan zou hebben. Niets is minder waar. Paulus schrijft hier dat er zich binnen het Jodendom een scheiding heeft voltrokken zodat aan alle Heidenen het Evangelie verkondigd zal worden. En als alle Heidenen, wij dus, zullen geloven en het heb Uw naaste lief als Uzelf in de praktijk zullen brengen dan zal ook het volk Israel zich bekeerd blijken te hebben. Wat belangrijker is is  hier nog eens te lezen dat wat God begonnen is hij ook zal afmaken. Zorgen om al die jonge mensen die de kerk verlaten hoeven we dus niet te hebben. We moeten ons zorgen maken over de taal die we in de kerken spreken, over de vormen die we hanteren. Soms klinkt de muziek wel erg hedendaags en op jongeren afgestemd maar de taal waarin gesproken wordt is de taal van negentiende eeuwse opwekkingsbewegingen en zeker niet de eenentwintigste eeuwse taal van de liefde. Geen wonder dat ondanks de mooie muziek en ondanks de goede sfeer mensen na verloop van tijd ook daar afhaken.Ondertussen zijn de gemeenschappen van gelovigen wel uit de samenleving, uit het publieke domein,  verdwenen. Slechts af en toe en dan nog mondjesmaat vind je christenen terug. Gelukkig meestal bij de armsten en de zwaksten in de samenleving. Bij de voedselbanken en wereldwinkels, in de asielzoekerscentra, in het geven van vrijwillige taallessen aan vreemdelingen, bij telefonische hulpdiensten, in bezoekgroepen voor gevangenen, in ziekenhuizen en verpleegtehuizen sjouwend met de patienten en bewoners. Binnen in de kerken hoor je daar vaak weinig over, zelf komen die christenen al helemaal niet aan het woord en dat is jammer. Zij hebben verhalen over hoe God werkt in deze tijd. Zij hebben verhalen over hoe het licht van God schijnt in de ogen van mensen die zij de hand hebben mogen toesteken. Die verhalen houden het verhaal over de God van Abraham, Izaäk en Jacob levend. Wie zoekt naar het verhaal over het bestaan van God moet daar zijn oor te luisteren leggen. Dat bestaan gaat alle verstand te boven, dat bestaan beantwoord aan geen van de criteria die daar in wetenschap en filosofie voor ontwikkeld zijn, dat bestaan is alleen te vinden in de onbaatzuchtige liefde die mensen ondanks zichzelf hebben voor hun naaste. Die mensen die daarin geloven en daaraan vasthouden zijn van dag tot dag dankbaar dat ze dat mogen doen en ervaren. Ze hebben de verhalen over hun God nodig om het vol te houden, om door te zetten. Die verhalen zijn begonnen in de Bijbel en aan die verhalen mogen we ze leren herkennen, maar ze worden verteld tot op de dag van vandaag. Een kwestie van luisteren, ook vandaag weer.