Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor mei, 2009

Uw volk staat klaar

donderdag, 21 mei, 2009

Psalm 110

Op de minst begrepen Christelijke feestdag, Hemelvaartdag, zingen we mee met Psalm 110. We moeten wel thuis zingen, want kerkdiensten zijn er maar weinig op deze kerkelijke hoogtijdag. Eigenlijk is dat wel vreemd. Want het is een soort kerkelijke koninginnedag. Voor gelovigen is er immers maar één Heer, maar één echte Koning, maar één machthebber op de hele wereld die het werkelijk voor het zeggen heeft. Dat is God en in God Jezus van Nazareth. Die hemelvaartdag is ook een beetje de verjaardag van de troonsbestijging door Jezus van Nazareth. Deze Psalm past daar wonderwel bij. In deze Psalm wordt immers een duurzame heerschappij toegezegd  aan de vorst die zit aan de rechterhand van God. Op Sion krijgt hij de scepter van de macht en de belofte te mogen heersen over zijn vijanden. En Sion is de berg waar de Tempel staat, het centrum van de Wereld waar de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf wordt bewaard. De Psalm zegt dus eigenlijk dat de Liefde voortaan de wereld zal regeren en dat iedereen die tegen die liefde ten strijde trekt zal verliezen. Deze Psalm maakt de Tempel en het Paleis tot een eenheid. De Koning die hier wordt aangekondigd is ook Priester, zoals de Priester Koning Melchisedek ooit Priester en Koning was en zo Abraham kon zegenen toen die de vijanden van de koningen van Kanaaän had verslagen. Veel later zal ook Paulus Jezus van Nazareth vergelijken met deze Priester Koning en vertellen hoe Jezus van Nazareth niet alleen de enige werkelijke Heer van de Wereld is maar ook regeert vanuit de Tempel waar de liefde voor de naaste centraal staat. We hoeven het vandaag dus niet achter de wolken te zoeken of boven de sterren maar we kunnen alvast een beetje de hemel op aarde vestigen. Als we immers de Heer van de Wereld als Heer erkennen en in zijn voetsporen de Liefde laten beslissen over ons doen en laten dan mogen we er op vertrouwen dat het beter zal gaan met deze wereld. Dan zullen de hongerigen gevoed worden, de naakten gekleed, wie vastgelopen was zal weer in beweging komen, oorlogen zullen verlopen in vrede, wapens worden omgesmeed tot ploegscharen, onvruchtbare woestijnen zullen tot bloei komen en de angst die mensen uit elkaar houdt zal verdwijnen. Dat is het visioen waar deze Psalm een deel van is. Denk nu niet dat het een zoet verhaal is dat eenvoudig te realiseren is. De Psalm spreek niet voor niets over hoofden die verpletterd worden, lijken die zich opstapelen. Het verzet tegen een wereld waarin de liefde regeert is nog steeds groot en gewelddadig. Maar dat verzet mag ons er nooit van weerhouden er gewoon maar mee te beginnen. Zelf maar kopen in de Fair Trade winkels, werken in de voedselbank of een van die heel veel vrijwilligerstaken op ons nemen die het goede laten doen en niet dan het goede. Dan varen wij ten Hemel.

Omdat hij aan een gelofte gebonden was.

woensdag, 20 mei, 2009

Handelingen 18:12-22

Politiek in de kerk, het kan de gemoederen danig verhitten. Daar waar de Wereldraad van Kerken, kerkelijke organisaties of kerken zelf gewezen hebben op gevaren die de wereld bedreigen of onrechtvaardige verhoudingen tussen mensen kwamen er steeds gelovigen in opstand en verweten de kerkleiders politiek te bedrijven. Ook de discussie tussen Joden en Christenen in de tijd van Paulus ging over politiek. En wel over de belangrijkste politieke vraag van de tijd van Paulus namelijk wie regeert de aarde, God of de Keizer? Christenen hadden tot antwoord dat God alleen de Heer van de wereld was. In Jezus van Nazareth had hij immers onder ons gewoond en de dood overwonnen. Veel veiliger was het te geloven dat God in de hemel de baas was en de Keizer op de aarde. Voor de Romeinse gouverneur Gallio is het lood om oud ijzer. De God van de Joden is onzichtbaar, er bestaat zelfs geen beeld van, en de god van de Christenen is aan een kruis gestorven. Einde verhaal en niet langer de rechtzaal bezetten. Als ze elkaar in elkaar willen slaan dan doen ze dat maar. Voor ons is de vraag minder onbelangrijk. Voor wie gelooft dat God de enige Heer is op aarde is het oplossen van onrechtvaardige handelsverhoudingen, is het bevrijden van mensen van onderdrukking en geweld een reële mogelijkheid, zelfs een onontkoombare opgave. Dat is politiek, het besturen van de wereld, want laten we God en de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf de wereld besturen of willekeurige mensen met hun verlangen naar macht, roem en rijkdom voor zichzelf. Het verhaal van de strijd in Korinthe tussen Joden en Christenen en de reactie van Gallio stelt ook ons de vraag waar we partij voor zouden willen kiezen. Voor Paulus is het duidelijk. Hij leeft onder de gelofte zich apart te stellen voor God zoals in het Bijbelboek Numeri werd beschreven, hij werd Nazareër. Maar de reis die voortvloeide uit deze gelofte liep af en voor hij naar Jeruzalem vertrok liet hij zijn hoofd kaalscheren, het traditionele einde van het Nazireeërschap. Dat haar werd meestal in de Tempel in Jeruzalem verbrand als teken dat het offer dat men op zich had genomen ook volbracht was. Voor Paulus was het dat ook. Hij was op zijn reizen vertrokken uit Antiochië en daar keerde hij nu weer naar terug. De taken die we in ons leven op ons nemen hoeven niet ons hele leven te duren. De taak om rechtvaardigheid en vrede te brengen is voor gelovigen onontkoombaar maar daarbinnen zijn deeltaken die gedurende een bepaalde tijd opgenomen kunnen worden. Schrijven voor Amnesty International, vrijwilliger in de Fair Trade winkel of de voedselbank en een van die vele andere activiteiten die de heerschappij van God op aarde zichtbaar maken kunnen ook tijdelijk worden gedaan. Maar als je er een keer aan begonnen bent kun je er bijna niet meer mee ophouden, dat zal ook bij Paulus blijken.

Wees niet bang, maar blijf spreken en zwijg niet!

dinsdag, 19 mei, 2009

Handelingen 18:1-11

Paulus en de vrijheid van meningsuiting. Die Paulus kreeg overal conflikten en in een paar hoofdstukken hebben we al een paar kunnen lezen hoe hij in de gevangenis belandde of bijna in de gevangenis terecht kwam. Ook in Korinthe ontstonden er allerlei conflicten. Maar daar was een oplossing voor. Misschien dat Paulus die oplossing vond bij Priscilla en Aquila, riemensnijders net als hij zelf. Ze kwamen uit Rome, maar op last van keizer Claudius moesten alle Joodse volgelingen van Christus de stad verlaten in het jaar 49. Volgens die keizer hadden die Joden onder aanvoering van hun leraar Chrestos een opstand uitgelokt. Gewoon gaan en een andere stad zoeken zullen Priscilla en Aquila gedacht hebben. In Korinthe komen ze nota bene de Apostel Paulus tegen en die namen ze in huis. Net als Silas en Timotheüs die later aankwamen. Maar ook in Korinthe braken allerlei conflicten uit. Wegwezen moet Paulus gedacht hebben, dat is de beste remedie. Hij besloot uit de synagoge weg te blijven en voortaan de mensen te vertellen over Jezus van Nazareth in het huis van Titius Justus, naar de naam te oordelen een bekeerde Heiden, wiens huis naast de Synagoge lag. Het gevolg was dat zelfs de leider van de Synagoge, Crispus, met al zijn huisgenoten volgeling werd van Jezus van Nazareth. En Crispus was een welkome kracht want als leider van de Synagoge moet hij goed thuis zijn geweest in de geschriften van het Oude Testament. Die geschriften werden bij elke bijeenkomst gelezen en uit die geschriften werd geleerd waarom Jezus van Nazareth eigenlijk de messias, de gezalfde bevrijder, genoemd kon worden. Bang om je eigen verhaal te vertellen hoef je dus niet te zijn. Ook niet als je in een omgeving verkeerd waar iedereen over je heen valt omdat ze wat anders geloven. Ook niet als mensen zich verzetten omdat ze bang zijn hun positie te verliezen. Dat verhaal van de manier waarop Jezus van Nazareth het heb Uw naaste lief als Uzelf in de praktijk bracht is sterk genoeg. Dit verhaal over het verblijf van Paulus in Korinthe probeert dat duidelijk te maken. Hier geen gevangenis maar een eigen huis waar Paulus met de jonge gemeente bijeen kon komen om het verhaal te vertellen en samen de gemeenschap te vieren. Denk nu niet dat Paulus aan de lopende band nieuwe bekeerlingen heeft gedoopt. In de anderhalf jaar dat Paulus in Korinthe heeft gewerkt bleef dat beperkt tot Crispus en zijn huisgenoten, Gajus en een zekere Stefanas. Het verhaal en het vieren van de gemeenschap moet genoeg zijn. Het is dan ook aan de gemeente van Korinthe dat Paulus later zijn brieven kan schrijven waarin ook het beroemde lied over de liefde staat. Want niet het succes van Paulus of welke prediker staat voorop, maar de liefde van de ene mens voor de andere, zoals Jezus van Nazareth ons dat voorgeleefd heeft. Daar sprak Paulus over, daar mogen ook wij over spreken.

Aan de onbekende god

maandag, 18 mei, 2009

Handelingen 17:16-34

Athene is de stad van de Griekse wijsheid bij uitstek. Dat vonden de Atheners tenminste en daarom hadden zij hun stad genoemd naar de godin van de wijsheid. Athene was ook een wereldstad geworden en zoals het in wereldsteden nog steeds gebruikelijk is neemt iedereen daar de eigen god of goden mee. Daar hoef je dus niet bang voor te worden zoals tegenwoordig wel eens gebeurd, het is al zo oud als er wereldsteden zijn. De Grieken hadden de gewoonte hun filosofische scholen in groepen in te delen. Hier werd op verschillende manieren geprobeerd de vragen die het bestaan van mensen en wereld onder woorden te brengen en er antwoorden voor te zoeken. Die Paulus had kennelijk een nieuwe filosofische school en met name de epicurische en stoïsche filosofen hadden belangstelling voor hem. Niet zo verwonderlijk. Wij herkennen het niet meer maar geleerden die de genoemde filosofische scholen hebben bestudeerd ontdekten dat Paulus in zijn brieven vaak manieren van redeneren gebruikt die ook bij de stoïsche filosofen voorkwamen. Paulus kwam uit Tarsus en daar was een beroemde school van Stoïsche filosofen gevestigd. Had de Epicurische school de afwijzing van pijn en lijden en dus het welbehagen van mensen als ideaal, de Stoïcijnen legden de nadruk op de deugd als bron van kennis, die, als het hoogste stadium van kennis is bereikt, een volmaakt welzijn garandeert. Paulus begint bij de godsdienst van de Atheners die kennelijk bang geworden waren een god over te slaan bij hun godsdienstigheid. Net als de profeten uit het Oude Testament laat Paulus zien dat goden met mensenhanden gemaakt geen waarde hebben. Wie net als de Griekse filosofen terugredeneert in oorzaken en gevolgen komt uit bij één mens die de oorsprong van alle mensen zou moeten zijn en een God die er altijd al was die die mens heeft geschapen. Een redenering die aansluit bij de voorstellingswereld van de filosofen. Maar dan de vragen van lijden en sterven. Paulus brengt hier het verhaal van Jezus van Nazareth die uit de dood is opgestaan en daardoor zijn geest kon delen. Voor Griekse filosofen was dit onzin. Lichamelijke opstanding uit de dood was niet mogelijk, alleen de onsterfelijke geest, of ziel, leefde voort. Die ziel was afgedaald in de onderwereld en delen op ieder mens kon dus al helemaal niet. Maar het verhaal over de verlossing uit het lijden en de liefde als bron van welbehagen en deugd als gevolg van die liefde moet zowel aanhangers van de Epicurische school als aanhangers van de Stoa hebben aangesproken. Dat lezen we dan ook, er zijn er die zich bekeren. Zo zal het verhaal van de liefde voor de mensen dwars door de dood heen, het verhaal van Jezus van Nazareth ook vandaag nog mensen moeten aanspreken, zelfs mensen die beweren dat er geen God bestaat. Goden zoals de Grieken die omschreven bestaan immers inderdaad niet, alleen de God van Liefde bestaat. Onze liefde is het antwoord op de liefde van die God.

Evenals veel Grieken die God vereerden

zondag, 17 mei, 2009

Handelingen 17:1-15

Wie brengt nu wie in oproer? We moeten het gedeelte van vandaag nauwkeurig lezen om daar achter te komen. We weten nog dat Paulus en Silas in Philippi uit de gevangenis waren ontslagen na de aardbeving daar. Ze waren doorgereisd naar Tessalonica. Daar begonnen ze in de Synagoge week in week uit te discussiëren. Nu staat er ook bij ons in deze of gene kerk wel eens iemand op die een discussie begint, na de aanslag op Koninginnedag in Apeldoorn werd een secte die daar een gewoonte van maakt zelfs landelijk nieuws, maar meestal blijft het bij een enkel incident. In Synagogen was het niet ongewoon om een discussie te beginnen over de juiste uitleg van de schriftgedeelten die er werden gelezen, maar wat Paulus deed ging veel verder. Hij betrok de schriftgedeelten op de geschiedenis van Jezus van Nazareth en dat was nieuw. Wie traditioneel aan de Hebreeuwse Bijbel wilde vasthouden zal zich groen en geel geërgerd hebben aan die nieuwlichterij. Want wie waren daartoe aangetrokken? Het verhaal spreekt over Grieken die God vereerden en vrouwen uit hoge kringen. Twee groepen die in de Synagoge niks te vertellen hadden. Die Grieken waren geen Joden, ze konden het met veel moeite wel worden, dan moesten ze de Tora uit hun hoofd kennen en zich laten besnijden. Die vrouwen moesten in elk geval hun mond houden. Eigenlijk hoorden vrouwen niet in de Synagoge thuis, ze waren van nature al op de hoogte van de Tora en moesten de discussie aan de mannen overlaten. Voor Paulus bestond er in een Christelijke gemeente geen onderscheid tussen Joden en Grieken en tussen mannen en vrouwen, trouwens ook niet tussen slaven en vrijen. Dat haalt de maatschappelijke orde om ver en brengt de mensen maar in verwarring. Geen wonder dat er weer klachten waren over opruiing, dreiging met opnieuw de gevangenis, en dat het beter was voor Paulus om in een andere gemeente verder te werken. Berea werd het. Maar ook daar gingen mensen uit Tessalonica heen om de inwoners te waarschuwen voor Paulus en de zijnen, dus ging Paulus verder naar Athene, de klassieke stad van de wijsheid. En dat allemaal tijdens een reis die begonnen was om de gemeenten te vertellen dat Joden en Heidenen allemaal gelijkelijk deel konden hebben aan het nieuwe koninkrijk van God. In bestaande gemeenten zal de mededeling met gejuich zijn begroet, maar in nieuw te stichten gemeenten gaf het een probleem als Joden en Heidenen ineens samen een gemeenschap moesten gaan vormen. Samen een gemeenschap vormen tussen mensen van verschillende achtergrond en geloof kan alleen als je beide bereid bent elkaar als gelijkwaardig te beschouwen. Daar waar angst voor elkaar gezaaid wordt ontstaat onrust en verwarring. Paulus liep daar tegenaan, maar wij kennen dat inmiddels ook maar al te goed. Ook wij zullen het moeten bestrijden. Want ook voor ons is een samenleving van gelijkwaardigen de enige weg om vrede te bewaren, de Weg van Jezus van Nazareth.

Alle deuren sprongen open

zaterdag, 16 mei, 2009

Handelingen 16:25-40

Je hebt geen idee wat een wrede samenleving kan betekenen voor mensen. President Obama verbood verdere foto’s van illegale martelingen aan de pers te geven. Die martelingen waren er niet minder illegaal door maar de mensen die ze uitvoerden waren niet de eerst verantwoordelijken. Dat waren mensen als vice-president Dick Cheney die de martelingen nog steeds verdedigt. Om nu de lagere ambtenaren in gevaar te brengen en bloot te stellen aan wraakakties ging Obama te ver. President Obama kende waarschijnlijk dit verhaal uit de Handelingen der Apostelen. Door een aardbeving springen alle deuren van de gevangenis open en de cipier maakt al aanstalten zelfmoord te plegen. Voor ons is dat bijna onvoorstelbaar. Die cipier kon er toch niks aan doen dat er een aardbeving was? Nu, voor de Romeinen lag dat wel even anders. De cipier was verantwoordelijk voor de gevangenen en als de goden er voor kozen om de aarde te laten beven en de gevangenen te laten ontsnappen dan had de cipier de goden maar gunstig moeten stemmen. De God van Paulus laat zich echter op die manier niet gunstig stemmen. Dat was dan ook wat Paulus duidelijk maakte aan de cipier. Zoals Jezus van Nazareth de liefde voor de mensen ook door de dood heen had weten vol te houden zo nam Paulus het risisco op strengere straf om het leven van de cipier te sparen. Alle gevangenen bleven zitten, niemand maakte gebruik van de gelegenheid om weg te lopen. Daarmee hielden ze de cipier in leven. Zetten wij bij ons handelen ook het lot van anderen voorop? We zijn ons dat lot niet altijd bewust, we kunnen het ons ook niet altijd bewust zijn, maar als we er wel weet van hebben, laten we ons er door leiden? Het is een vraag die we ons elke dag weer moeten stellen, brengen we mensen in problemen door eerst om onszelf te denken of kunnen we problemen voor mensen vermijden of op lossen door onszelf ter zijde te schuiven. Keuzes die we te vaak te gemakkelijk ontlopen. Paulus laat ons in dit verhaal zien hoe het zou kunnen. Het gevolg is dat de cipier en zijn huisgezin, zijn slaven die met hem de gevangenis bewaakten en die met hem hadden moeten sterven, bij de volgelingen van Jezus van Nazareth wilden gaan horen. Je hoort daarbij als je je laat dopen, het oude leven wordt weggespoeld, het nieuwe leven begint. Later is aangenomen dat bij het huisgezin ook de vrouwen en kinderen horen. Als zo je leven gespaard is dan wil je dat ook echt iedereen deelt in de liefde die jou het leven schonk, ook de kinderen. Het staat er niet dat er kinderen in dat huisgezin waren. Maar liefde voor de medemens sluit niemand uit, ook kinderen niet. Laten we daarom aannemen dat ook die er bij horen en onze keuzes nog zorgvuldiger maken.

Deze mensen brengen onze stad in rep en roer

vrijdag, 15 mei, 2009

Handelingen 16:11-24

Daar gaat je visioen. In Turkije ging het nog goed, daar werden nieuwe gemeenten gesticht, werden nieuwe zendelingen, zoals Timoteüs, geworven, maar in een Romeinse garnizoensstad als Filippi gaat het mis, daar wacht de gevangenis. En daar hadden ze ook wel een beetje om gevraagd. Filippi had immers zelfs geen synagoge voor de Joden. Op de Sabbath moest men buiten de stadspoort, bij de rivier, op zoek naar een gebedsplaats. Over mannen die daar bijeen zouden komen wordt niet verteld. Vrouwen waren er, zoals er zo vaak in de geschiedenis vrouwen zijn die de godsdienst blijven volhouden ondanks verdrukking en verbod. Maar het lukte ook hier om gehoor te vinden. Lydia, de Joodse purperverkoopster, moet een rijke vrouw geweest zijn. Een Joodse vrouw met een eigen beroep en een handel waar kostbare stoffen in omgingen moet welgesteld geweest zijn. Ze had ook een eigen huis en een groot huis want ze nodigde het hele reisgezelschap uit bij haar te komen logeren. Naast Paulus en Silas waren immers ook Timotheüs en Lukas er bij. En die gebedsplaats was het begin van een succes. Men ging er tenminste met enige regelmaat naar toe om te vertellen over de bevrijding van de armen, over Jezus van Nazareth die door de dood heen de liefde van God voor de mensen had volgehouden. Maar dan komt de Jomanda uit de dagen van Paulus. Vrouwen die orakels spraken kwamen in het Romeinse Rijk veel voor. Zij gaven namens de goden boodschappen door die door de mensen voor wijze uitspraken en toekomstvoorspellingen gehouden werden. Wij hebben onze Jomanda en Char, zij hadden de orakels, verschil was er nauwelijks, alleen waren de orakels uit de tijd van Paulus slavinnen die geld verdienden voor hun eigenaars.  Maar de juffrouw uit het verhaal dat we vandaag lezen had door dat er concurentie was. Dit waren niet zomaar eenvoudige lieden die vertelden over een nieuwe godsdienst, dit waren lieden die je maar het beste op een voetstuk kon plaatsen, des te harder konden ze er af vallen. Dienaren van de allerhoogste noemden ze hen daarom, priesters die redding konden brengen aan mensen die zichzelf verloren waanden. Dan kun je twee dingen doen, of je aanvaard de roem en klimt op de troon die ze voor je opricht, een beetje reclame is immers nooit weg, of je pakt haar aan en zorgt dat ze zwijgt. Paulus doet geen van beiden. Dat hij niet op een voetstuk ging staan klopt met zijn navolging van de Jezus van Nazareth die ook altijd mensen verbood te vertellen dat hij hen genezen had. Maar Paulus pakt ook niet de arme slavin zelf aan. Hij spreekt een boze geest aan en beveelt die het meisje te verlaten. Dan heeft het meisje de keus, of ze erkent dat haar optreden berust op een leugen, of ze laat de boze geest gaan en houdt op met haar metier. Dat laatste gebeurd en brengt Paulus in de cel. Het is niet eenvoudig van mensen te blijven houden, maar uit dit verhaal kunnen we opnieuw leren dat het de beste weg is. Ook onze Jomanda’s en Char’s zullen verlost moeten worden van het kwade dat hen drijft. Wij doen er goed aan mensen voor hen te waarschuwen.

Timoteüs stond goed aangeschreven

donderdag, 14 mei, 2009

Handelingen 15:36-16:10

We gaan weer op reis met Paulus en lezen over het begin van zijn tweede zendingsreis. Wie tot het reisgezelschap behoren is onduidelijk. Op het eind van het gedeelte dat we vandaag lezen, daar waar de overtocht naar Macedonië aan de orde komt gaat de schrijver van de Handelingen ineens over in de wij vorm. Dat zou betekenen dat Lucas er zelf ook bij was. Uit het begin van dit verhaal over deze tweede reis valt dat niet op te maken. In elk geval was Silas er bij en waren Barnabas en Johannes Marcus er niet bij. Die Johannes Marcus was al eens eerder zijn eigen weg gegaan en dat was Paulus kennelijk niet naar de zin geweest. Daar lezen we overigens in de beschrijving van de eerste zendingsreis niets over. Johannes Marcus wordt, veel later overigens, ook wel genoemd als de schrijver van het Marcus Evangelie, maar dat staat zo niet in de Bijbel zelf. Paulus, Silas en het mogelijk overige reisgezelschap gaan op pad om eens te zien hoe het met de gemeenten gaat die ze hadden gesticht. Ze kwamen uit Jeruzalem waar ze een vergadering hadden gehad met de Apostelen, de zendelingen die door Jezus van Nazareth nog zelf waren geroepen. Daar hadden ze besloten dat de Heidenen niet eerst Joods hoefden te worden voordat ze als Christen gedoopt konden worden. Het “heb Uw naaste lief als Uzelf” kan net zo goed in een Joods hart wonen als in een Heidens hart. Besnijdenis en spijswetten zijn dus voor de Heidenen niet verplicht. Over dit besluit zou overigens nog lange tijd onenigheid blijven bestaan. In de brieven van Paulus aan de diverse gemeenten komt het onderwerp nog herhaaldelijk aan de orde. Maar ook in het begin van deze tweede reis. Paulus, Silas en het mogelijk overige reisgezelschap komen Timotheüs tegen. Een jonge knaap die goed ligt bij de jonge Christengemeente in zijn woonplaats. Maar een jongeman van verwarrende afkomst. Hij heeft een Joodse moeder, is dus Jood volgens de Rabijnse traditie, maar heeft een Heidense vader. Dat mocht niet want een Joods vrouw mocht niet met een Heiden trouwen. Kennelijk om alle discussies te vermijden liet Paulus Timotheüs besnijden, het was immers een Jood en waarom daar niet gewoon voor uit komen. Ook Paulus was een Jood. Je hoeft je niet voor je afkomst te schamen. Er is in later eeuwen nog wel eens gedaan of er een enorme ruzie was tussen Paulus en de Joden en of je die ruzie eeuwig zou moeten voortzetten. Dat is een volstrekt verkeerde voorstelling van zaken. Het Christendom was van begin af aan een godsdienst met Joodse wortels. Die wortels zijn nooit verloochend. In de Christengemeenten werd het Oude Testament gelezen, in de griekse vertaling weliswaar. Hoe het “heb Uw naaste lief als Uzelf” kon worden volgehouden ook door de dood heen hoorde je uit de verhalen over Jezus van Nazareth maar leerde je ook uit de verhalen over Israël. Daar leerde je ook dat het voor alle volken op aarde moet gelden, en dat is nog steeds zo, tot op de huidige dag.

Ik zal weer opbouwen wat verwoest was

woensdag, 13 mei, 2009

Ezechiël 36:33-38

We lezen vaak in de boeken van de Profeten over vruchtbare akkers, over woestijnen die zullen bloeien als rozen, maar in het visioen van de profeet Ezechiël verschijnen ook steden die weer vol zullen zijn met mensen. Die steden moeten dan weer opgebouwd worden. Je moet van je land houden om een verwoeste stad weer op te bouwen. Maar bovenal moet je niet meer bang zijn voor oorlog en verwoesting. De mensen in Darfur zullen niet direct dorpen en steden met huizen van steen en leem gaan opbouwen. Zij blijven voorlopig liever in tenten en geïmproviseerde hutten wonen. Niemand beschermt hen immers. Alle pogingen om vrede te stichten zijn mislukt. En ook al is er toezicht elk ogenblik kunnen ze weer gedwongen worden zich ergens anders te vestigen. De slinger van macht gaat in Darfur heen en weer en nooit beweegt ze zich echt in de richting van het beschermen van de vluchtelingen en ontheemden. Er wordt veel over gepraat. Van tijd tot tijd is er behoefte aan weer eens een ander onderwerp in het nieuws en dan is Darfur altijd een dankbaar onderwerp. Stervende kinderen, verkrachte vrouwen en wanhopige ouders. Diplomaten die dapper heen en weer vliegen en politici die graag roepen dat het een schande is. Maar tot opbouw van dorpen en steden komt het niet. Tot een samenleving in Darfur die menselijk is en vol vrede komt het nog lang niet zelfs. Zo wanhopig moeten ook de ballingen uit Israël zich gevoeld hebben in het verre Babel. Ook al lezen we weinig over vervolgingen, ze waren speelbal van grillige vorsten en wisselende machten. Ook voor hen heeft het uiteindelijk zeer lang geduurd voordat koning Cyrus besloot de ballingen terug te laten gaan en toestemming te geven de Tempel in Jeruzalem en de muur rond de stad te herbouwen. En zelfs die herbouw zou niet zonder problemen verlopen, ze moesten met het zwaard in de ene hand en de troffel in de andere hand de muur rond Jeruzalem herstellen. Toch durft Ezechiël het uitzicht op het herstel van Israël te bieden ook al is er geen enkel teken dat het ooit zal gebeuren. Hij gelooft in een God die het niet zal laten gebeuren dat zijn naam te gronde gaat, dat er uiteindelijk niemand meer in die God zal geloven. Nee, alle volken zullen ooit in die God geloven. Daarom moeten ook wij de hoop op een vredig en vruchtbaar Darfur nooit laten varen. We zullen moeten blijven vragen en smeken aan onze politici om alles te blijven doen om daar een oplossing te vinden. We moeten iedereen blijven aanspreken op onze gezamelijke verantwoordelijkheid onze broeders en zusters niet langer om te laten komen in honger en geweld. Ooit komt er de ambtenaar of politicus die het voor elkaar krijgt een begin te maken met de herbouw van de steden en dorpen en Darfur, ooit komt de dag,  zoals Ezechiël niet vergeefs aan zijn volk had beloofd.

Ik zal zuiver water over jullie uitgieten

dinsdag, 12 mei, 2009

Ezechiël 36:22-32

Rein en onrein zijn begrippen die in de Bijbel een grote rol spelen. Voor ons klinken ze vaak nogal deftig in de oren. Wat moeten we ons er bij voorstellen dat het land onrein is geworden door het bloed dat over het land is vergoten? Misschien moeten we ons oor te luisteren leggen bij mensen die slachtoffer geworden zijn van geweld. Vrouwen die slachtoffer zijn geworden van een verkrachting kunnen het plastisch uitdrukken, “ik voelde mij zo verschikkelijk smerig”, klinkt het dan in allerlei bewoordingen, “ik kon wel uren onder de douche staan en dan was ik voor mijn gevoel nog niet schoon”. Zulke slachtoffers zijn onrein, niet door wat ze zelf gedaan hebben maar door wat hen is aangedaan. Ze zullen letterlijk gereinigd moeten worden en het zuivere water helpt daarbij, daar zijn ze ook zelf van overtuigd. Maar dat zuivere water zal met liefde over ze uitgegoten moeten worden, voor die slachtoffers is een nieuw hart en een nieuwe geest nodig, ze moeten letterlijk overnieuw kunnen beginnen met zichzelf, met hun eigen lichaam. Dat zijn geen eenvoudige processen, net zo min als het land op eenvoudige wijze gereinigd kan worden van het bloed dat in een oorlog is vergoten. Wij zijn toch ook opgegroeid met de Grebbeberg als naam voor het slagveld in de Tweede Wereldoorlog? En in de velden van Vlaanderen zijn de granaten en scherven van de Eerste Wereldoorlog nog terug te vinden. In Leiden, Alkmaar en Groningen zijn nog de sporen te zien van 1574, 1573 en 1672 en herdenken is daar nog immer waardevol. Ezechiël houdt zijn volk voor dat het na de ballingschap opnieuw mag beginnen maar dan wel met God en vanwege God. De liefde van een God voor zijn volk maakt dat het volk weer terugkeerd. De liefde van die God voor elk individueel mens maakt dat elk mens weer gereinigd moet kunnen worden. Maar dat reinigen van slachtoffers gebeurd alleen door hun omgeving, door mensen die naast hen gaan staan en water voor hen willen dragen, die ze opnieuw willen voeden en tot bloei brengen. Soms is dat een langdurig en zwaar proces, vooral als mensen niet geloven willen dat er van hen gehouden kan worden ondanks alle gebreken die ze aan zichzelf zien, ondanks dat wat ze ook nog is overkomen. Alleen een hardnekkige liefde kan op de den duur helend werken, zeker als die liefde van een gemeenschap van mensen komt. Maar zoals Ezechiël het volk voorhoudt dat het weer in het land van hun voorouders zal wonen en dat de God van hun voorouders ook hun God wil zijn zo kunnen slachtoffers van geweld weer geheeld worden en kan het land waar bloed is gestort weer gereinigd worden. Als wij onze handen maar uitsteken om het water te dragen.