Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor februari, 2009

Een leven redden of het vernietigen

zaterdag, 28 februari, 2009

Marcus 2:23-3:6
 
Zijn de mensen er voor de regels of zijn de regels er voor de mensen. Het is de vraag uit het verhaal van vandaag. Het is eigenlijk een rare vraag want in onze samenleving worden de regels gemaakt door mensen omdat er mensen zijn die de regels nodig hebben om elkaar geen problemen te bezorgen. Maar als de regels er eenmaal zijn maken mensen misbruik van die regels door ze zo toe te passen dat ze zelf meer macht krijgen.  De regels zijn er dan niet voor de mensen, de mensen zijn er dan voor de regels. Het is die houding waar Jezus tegen te hoop loopt in het verhaal van Marcus. Want die rustdag is natuurlijk zeer nuttig. Wij zijn de Sabbath gaan vervangen door de zondag, niet de laatste maar de eerste dag van de week is bij ons centraal komen te staan. Maar op dit moment zijn we die zondag aan het offeren aan de goden van winst en profijt. Het gevolg is niet dat we geen vrij meer hebben maar dat we niet meer samen vrij zijn, dat er geen dag in de week meer is dat echt iedereen vrij is en dat iedereen mee kan doen met het plezier dat een echte samenleving kan bieden. We vergeten daarmee dat onze samenleving er is voor de mensen en niet voor winst en profijt. Daarom is er geen tijd meer om nieuwe mensen in de buurt te leren kennen, samen te eten met je buurt of zelfs met je dorp of met de hele stad, met je famillie en vrienden, maar ook met de armen en de vreemdelingen in ons midden. De zondag wordt niet meer de dag om de God van de Liefde te aanbidden en te oefenen in de dienst aan die God, je weet wel van heb je naaste lief als jezelf. Maar de zondag wordt de dag van consumeren en nog meer consumeren. Wie werkt verdient aan het consumeren en wie niet werkt zorgt dat er geconsumeert wordt. Het lijkt wel een bij uitstek religieuze dag geworden waar de kassabel en de pinautomaat de klank van de kerk en de collectezak hebben vervangen. Alleen gaat het bij deze religieuze beweging niet om het delen met elkaar, om te zorgen voor elkaar, om samen het leven te vieren, maar gaat het om de dingen, om het geld, om het meer en het beter. Uit het verhaal van vandaag lees je dat je niet helemaal niks moet gaan doen. Je moet de mensen in het oog blijven houden. Zoals David toen hij op de vlucht was en honger had het brood uit de Tempel mocht eten, normaal alleen bestemd voor priesters, mochten de leerlingen het graan langs de rand van de akker eten. Dat graan was bij uitstek bestemd voor de armen, die kunnen het ook op Zondag arm hebben. Dat ze honger kunnen hebben is zelfs bij ons duidelijk. De voedselbanken hebben het extra druk en krijgen minder aangeleverd. Als we de zondag eens echt een religieuze dag willen maken dan zamelen we morgen zo veel mogelijk voedsel in voor de voedselbanken in onze stad.

Volg mij

vrijdag, 27 februari, 2009

Marcus 2:13-22

Die Marcus schreef het korste evangelie maar heeft soms ook de meest korte en heldere teksten. Gisteren was het bevel voor de verlamde vriend: “Sta Op”, en vandaag klinkt het: “Volg mij”. Die oproep is gericht aan een belastinginner. Bijna zou je zeggen een ambtenaar maar zo was het niet. Tot in de negentiende eeuw hadden wij dat systeem ook. Je ging naar de overheid en deed een bod op het recht lang de weg tol te heffen. Als het bod hoog genoeg was kreeg je dat recht en moest je zien er geld aan te verdienen. Kwam er meer verkeer langs dan je had verwacht dan verdiende je natuurlijk, kwam er minder verkeer langs dan moest je zien de tol te verhogen. In de dagen van Jezus was het niet anders. Alleen kwam die belasting niet ten goede aan het volk zelf maar aan de bezetters. De Keizer en de burgers van Rome leefden er goed van, de soldaten werden er van betaald maar de armen werden steeds armer en het volk werd onderdrukt. Volgen van Jezus betekende letterlijk daartegen in opstand te komen. Dat zegt het verhaal dan ook, nadat de tollenaar Levi de oproep had gehoord stond hij op. En hij liet het er niet bij want hij zorgde dat het systeem zand in de molen werd gestrooid. Bij hem thuis gaf hij Jezus de gelegenheid aan andere belastinginners en mensen die de Wet van de Woestijn niet meer kenden uit te leggen wat het Koninkrijk van de Liefde nou eigenlijk kon inhouden. De bestaande religieuze leiders hadden een breekbaar evenwicht met de bezetter bereikt en een populaire prediker die opriep terug te keren naar de oude wetten en gebruiken van het volk, in de geest van de onvoorwaardelijke liefde, die dus onrust stookte konden ze niet gebruiken. Maar juist waar die liefdeloosheid heerst zijn de mensen die de Liefde dienen het meest nodig. Daarom zie je ook veel mensen uit kerken actief voor vluchtelingen en asielzoekers, daarom werken die mensen vaak in wereldwinkels, steunen ze de belangenverenigingen van mensen met een uitkering. Dat is het volgen van Jezus door op te staan en mensen op te roepen op te staan uit benauwende en onderdrukkende situaties. Elke dag is dat nodig. Ook vandaag. En laat je niet wijsmaken dat het iets nieuws is. Dat het de moderne tijd is. Dat deze tijd er één is waarin je niet meer moet geloven dat de wereld ooit beter wordt. Dat al die mensen die er vanuit gaan dat er ooit een tijd komt dat de armen recht wordt gedaan nu gek zijn. Er zijn mensen die je dat wijs willen maken. Ze hebben een taal gezocht die bij jongeren past en vertellen nu op een nieuw manier, de manier van geen stijl, het oude verhaal van hebben en graaien als norm voor de samenleving. Samen delen en samen eten, zeker met vreemdelingen is daar niet bij. Geloven is voor hen vroom vasten in je eigen kerk, dan ben je wel belachelijk maar doe je zoals het hoort. Geloven is voor hen niet samen met mensen die er eigenlijk niet bij horen een gemeenschap vormen. Toch is dat nou juist wat Jezus van Nazareth ons in dit verhaal laat meebeleven. Doen dus.

Hij slaat godslasterlijke taal uit

donderdag, 26 februari, 2009

Marcus 2:1-12

Het gaat over vrienden in dit verhaal. Jezus van Nazareth was weer thuis, zijn onreinheid was vergeten en als iedereen je achterna loopt kun je net zo goed weer thuis zijn. Maar in dat huis zit hij opgesloten. Er zijn zoveel mensen dat hij de deur niet meer uit kan. Dan ineens zijn er vier vrienden die een vijfde vriend bij Jezus van Nazareth brengen. Ze sjouwen hem het dak op, halen de stenen weg zodat er een gat ontstaat waardoor ze hem kunnen laten zakken en ze brengen hem bij Jezus van Nazareth. Die herkent en bevestigd de vriendschap. Dit was een vriend waar je kennelijk vriend mee wilde wezen. En alleen een gelovige in dat nieuwe Koningkrijk van God, waar alle tranen gewist zouden zijn, kan door een verlamming heen toch vriend blijven van hen die zijn vrienden willen zijn. Jezus van Nazareth stelt zich ook in de plaats van de vrienden en geeft hem een nieuwe plaats in de samenleving. De plaats van de verlamde is voortaan die van de vriend, wat hij ook fout zou hebben gedaan, hij mag als vriend opnieuw beginnen. Dat is de betekenis van de vergeving van de zonden. Natuurlijk zeggen de geleerden dat alleen God de zonden kan vergeven, dan kun je de mensen toch een tijdje in je macht houden. Ze moeten hun  best doen voor God, en priesters en schriftgeleerden profiteren er van. Ze oefenen op z’n minst macht over je uit door te vertellen wat je wel en niet moet, door voor te schrijven wat je wel en niet moet geloven. Zoals ze nu foldertjes verspreiden met de suggestie dat je maar niet in de wetenschap van Darwin zou moeten geloven. Flauwekul, niemand kan je voorschrijven wat je wel of niet moet geloven. Waar het om gaat is die vriendschap. Een vriendschap zoals de vier vrienden laten zien brengt weer beweging in een vastgelopen leven. Die laten zich niet tegenhouden door mensenmenigten of aanzien. Die gaan door roeinen en ruiten, die klimmen op de daken als hun vriendschap dat vraagt. Zo’n vriendschap brengt weer leven en zet mensen in beweging. Om dat te laten zien beveelt Jezus de verlamde om op te staan. Die kan niet anders dan naar zijn vriend luisteren. En de mensen die het zagen hadden door dat niet Jezus van Nazareth hier als een soort genezende tovenaar optrad maar dat het God was die gehoorzaamd en nagevolgd werd in de vriendschap die de vier vrienden en hun verlamde vriend hadden betoond. Zo hadden ze het nog nooit gezien, zo wil je ook wel vrienden zijn. Bij die vriendschap hoort dus dat we elkaar weten te vergeven. Niet van zand er over en niet meer over praten, maar wie jouw vriend wil zijn en daar veel voor over heeft die hoef je geen fouten na te dragen, die vergeef je door op jouw beurt ook vriend te willen zijn. Want allen als we vrienden zijn kunnen we elkaar de waarheid zeggen, maar zijn we er onvoorwaardelijk voor elkaar.

Ik wil voor u zingen en spelen.

woensdag, 25 februari, 2009

Psalm 57

Nog 40 dagen en het is Pasen. In de kerk gaat men zich voorbereiden op het Hoogfeest van Pasen. En omdat voor Pasen eerst Goede Vrijdag komt, met de kruisiging en het lijden van Jezus van Nazareth, zijn deze dagen bij uitstek een periode van bezinning op het lijden van de mensen. De woensdag van het begin van deze bezinningstijd heet aswoensdag. In het Oude Testament vinden we het gebod dat voor de Pasen het huis helemaal schoongemaakt moet worden en alle oude etensresten verbrand moeten worden. Wij hebben een keuringsdienst van waren die overal uiterste verkoopdata op laat zetten maar eeuwen voordat de wetenschap ons leven ging beheersen wisten ze al dat je eten niet onbeperkt kunt bewaren. Als herinnering hieraan verbranden ze in sommige kerken de palmtakjes die thuis bij een kruisbeeld worden gezet als herinnering aan het eeuwige groen dat ons te wachten staat. Wij zingen vandaag een Psalm met de kerken mee. Een bijzondere Psalm die in twee delen uiteenvalt. Hij hoort bij het verhaal dat in het vierentwintigste hoofdstuk van het eerste boek Samuel wordt verteld. Daar waar David vlucht voor koning Saul en weigert om zijn eigen koning te doden ook al wil die koning hem wel doden. In de woestijn waar David heen is gevlucht wordt de Wet van gij zult niet doden herinnert en in de praktijk gebracht tegen alle gewoonte in. Wordt daarom in het eerste deel de angst voor de vervolging bezongen in het tweede deel van deze psalm klinkt bijna nog de carnavalsmuziek door die de hele wereld van vreugde en blijdschap wil doordringen. In de nacht van de vervolging klinkt de roep om de zon wier glorie de hele aarde kan vervullen. Daarvoor zou je met harp en lier het morgenrood wel willen wekken. De dag die aanbreekt na een angstig doorwaakte nacht is daarom het symbool geworden van een nieuw leven, van de overwinning op de dood. Het zal veel mensen aanspreken de komende tijd. Wij leven immers ook in een angstige tijd. Dag in dag uit zakken de beurskoersen, neemt de handel af en worden meer en meer mensen ontslagen. Veel mensen vragen zich af of ze hun pensioen nog wel zullen krijgen en hoeveel het zal worden verlaagd. Veel mensen vragen zich af wanneer ze hun werk zullen verliezen en of ze dan hun huis nog wel zullen kunnen blijven betalen. Praatjes dat morgen alles wel weer beter zal worden helpen dan niet veel. Gelovigen hebben in donkere tijden maar één houvast. Alleen als we samen doen en bereid zijn alles samen te delen kunnen we overleven, dan komt er weer een samenleving waar iedereen ook echt mee kan doen. Dan maakt het niet meer uit wie je bent en hoe rijk je bent, dan telt alleen of je de ander lief kunt hebben. We kunnen vandaag beginnen daarin te oefenen.

Er blijft niets van over

dinsdag, 24 februari, 2009

Jesaja 39:1-8

Er is in de kerk een oud verhaal over diaken Laurens. Een diaken is iemand die in de kerk helpt bij het uitdelen van het brood. Dat beperkt zich niet tot de rituele maaltijd op de zondag tijdens de kerkdienst maar vindt ook plaats in de kerkelijke zorg voor de armen. Diaken Laurens leefde in de tijd dat het Romeinse rijk langzaam uit elkaar viel en allerlei steden met enige regelmaat werden ingenomen door vijandelijke legers. Dat gebeurde ook met de stad waar Diaken Laurens woonde. De bisschop waarbij hij in dienst was werd direct gedood maar Diaken Laurens werd er op uitgestuurd om voor de volgende dag de schatten van de kerk te overhandigen aan de vijandelijke legeraanvoerder. Diaken Laurens ging langs de armen van de stad en vroeg hen naar het marktplein te komen. Toen het tijd werd om de schatten van de kerk te overhandigen wees Diaken Laurens met een brede armzwaai naar de mensen op het marktplein en zei dat zij de schatten van de kerk waren. In het verhaal dat we vandaag over Koning Hizkia lezen horen we het tegendeel. Als er een delegatie van een machtig rijk op bezoek komt bij de Koning zijn niet de armen van de stad de voornaamste schatten van de Koning, niet de kinderen van God worden getoond, maar het goud het zilver en de overvloedige oogsten worden getoond. Ook de profeet Jesaja hoort er van en hij heeft gelijk door dat het de ondergang van het land zal betekenen. Hoe machtig en rijk dat vreemde land ook zal zijn een klein landje met grote rijkdommen is altijd aantrekkelijk om te veroveren. Hizkia vindt het niet belangrijk, wie dan leeft wie dan zorgt. En daarmee laat die Koning zien een koning te zijn zoals koningen, regeerders en machthebbers, nu eenmaal zijn in deze wereld. Daarin is nog niet veel veranderd. De IJslandse banken kregen van de Nederlandse Bank eindeloos de gelegenheid om aan de regels te voldoen. Achteraf bleek dat ze daar helemaal niet aan konden en wilden voldoen. Maar gewone mensen waarschuwen daar niet hun geld te parkeren was er voor de Nederlandse Bank niet bij, rijke bankdirecteuren zijn immers belangrijker dan arme spaarders. Ook geld dat bestemd was voor hulpprojecten in Afrika bleek achteraf verdwenen. Gelukkig zijn er onder druk van de publieke opinie regelingen getroffen om de schade te herstellen maar excuses zijn er niet. Ook is de toezichthouder op de Nederlandse Bank niet vervangen. Zelfs onze zogenaamd flinke regering heeft niet ingegrepen bij de Nederlandse Bank. Het gevolg is dat we de uitspraken van die organisatie niet meer kunnen vertrouwen. En dat is lastig want ook onze schatten zijn de armen in de wereld, die zijn soms erg afhankelijk van de betrouwbaarheid van de instellingen in ons land. Hopelijk neemt iemand het nog eens voor ze op.

Tijd om te leven!

maandag, 23 februari, 2009

Jesaja 38:15-22

Wat zijn nu wonderen en wat is verstandige geneeskunde? Hizkia weet het niet meer. Op het moment dat de profeet Jesaja de ontsteking van Hizkia weet te genezen door er gedroogde vijgen over te laten wrijven vraagt Hizkia nog om een teken van God dat hij weer naar de Tempel mag gaan. Nu kunnen we achteraf wel redeneren dat die plak vijgen misschien veel zwavel hebben bevat, wat zeker tegen ontstekingen helpt, maar dat weten we niet. Het enige dat we weten is dat Jesaja een therapie aandraagt en dat de Koning geneest. Niks wonder, je mag er evengoed wel dankbaar voor zijn natuurlijk. Wat een wonder is, in dit verhaal, is de houding van Jesaja. Geen moment laat die zich uit het veld slaan, hij blijft kijken naar de mensen zelf, niet naar rangen en standen, niet naar macht en onmacht. Hij blijft zich afvragen hoe mensen genezen kunnen worden, weer mee kunnen doen in de samenleving en hoe de vrede gewonnen kan worden zonder te hoeven doden. Dat alles is volgens de profeet het woord van God. Hizkia probeert daar naar te luisteren en heeft door dat die houding van Jesaja iets buitengewoons is. Die houding van Jesaja maakt hem tot een man van God en daar mag je God dankbaar voor zijn. Daar mogen wij God ook vandaag de dag nog dankbaar voor zijn. Al worden zieken bij ons niet genezen door een plak vijgen, ze worden soms wel beter door verstandige geneeskunde. In dat opzicht zijn we niet anders dan in de dagen van Jesaja, de wetenschap maakt dat zieken genezen als ze genezen kunnen. Soms roepen mensen dat je wetenschap niet moet vertrouwen, dat wetenschap zelfs het geloof in God onderuit zou kunnen halen. Van de profeet Jesaja mogen we leren dat we God dankbaar mogen zijn voor de wetenschap. De liefde voor mensen heeft wetenschappers door de eeuwen heen er toe aangezet onvermoeibaar te zoeken naar nieuwe medicijnen en nieuwe behandelmethoden. En het voorbeeld van Jesaja en al die mensen die bouwen op de liefde van God en die liefde proberen na te volgen, hebben veel mensen aangezet om te gaan studeren en hun kennis en vaardigheden in dienst te stellen van mensen die dat nodig hebben. We mogen de wetenschap daarom als een geschenk van God aanvaarden. Ook de wetenschap van Charles Darwin die de verwantschap tussen al wat leeft en de mens zichtbaar heeft gemaakt. Daarom kunnen dieren ons helpen betere medicijnen te vinden, daarom kunnen planten ontwikkeld worden en ongevoelig gemaakt tegen zieken. Daarom kunnen meer mensen leven en blijven leven. Daarom moeten we de verhalen van de Bijbel als verhalen over God en de mensen lezen en niet als verhalen over natuurkunde en biologie. Daarom mogen we God danken voor de evolutieleer, de sterrekunde en de geneeskunde. Daarom mogen we die kennis en dat wat het ons oplevert delen met de armsten op de wereld, want dat is pas echt God danken voor wat we kregen.

Ik piep als een gierzwaluw

zondag, 22 februari, 2009

Jesaja 38:1-14

Er is wat met ziekte in dit verhaal. Je zou denken dat als God het leger van de vijand heeft laten sterven dan zal het wel feest worden. Maar niks ervan. De Koning wordt ook doodziek. Zo ziek dat het tijd is om zijn testament te maken. Maar in plaats van een testament schrijft de koning een brief aan God. Sommige geleerden denken dat de teksten op deze plaats een beetje door elkaar gehaald zijn. Het stil gebed zoals dat hier beschreven staat is eigenlijk een brief. Die brief zou moeten komen voor het tweede bezoek van Jesaja. Dan staat deze brief tegenover de brief van de afgevaardigde van de vijandelijke koning waarop de dood van het leger het antwoord was. Dit is de brief van de Koning die zich aan de Wet van God wilde houden en waarop dus het leven het antwoord moet zijn. Maar de brief heeft de vorm van een lied en na dit verhaal komen er een aantal liederen die in het boek van de profeet Jesaja opgenomen zijn. Het wonder dat hier wordt beschreven is een aardige. Tien graden gaat de schaduw van de zonnewijzer achteruit. Dat kan zolang de zon om de aarde draait, dan kan je zoiets gebeuren. Als de aarde om de zon draait is dat heel wat moeilijker, je moet dan eigenlijk de zonnewijzer aanpassen aan de jaarlijkse afwijking van de zonnekalender zoals wij een maal in de vier jaar een schrikkeldag hebben. Dat de zon om de aarde draait wordt nu alleen nog geloofd door de zogenaamde creationisten die foldertjes rondsturen om de mensen wijs te maken dat het prachtige lied uit Genesis 1 niet een lied is maar een hoofdstuk uit een biologie en natuurkundeboek van de universiteit. Zo was het niet en zo is het hier ook niet. Koning Hizkia krijgt er 15 jaar bij. Wat wij er in de eerste plaats uit kunnen leren is dat we niet zomaar allerlei onverwachte zaken aan God kunnen toeschrijven. Een overwinning op een leger door de ziekte en de dood van dat leger is natuurlijk prachtig als het leger een leger van een vijand is. Daar mag je best blij en dankbaar voor zijn, maar ook die soldaten zijn kinderen van God en God had ook hen lief. Daarom is ook de Koning vatbaar voor dezelfde ziekte, zoals wij allemaal vatbaar zijn voor dezelfde rampspoed die onze vijanden treft. Het enige houvast dat we hebben als we ons bedreigd voelen is vasthouden aan de Wet van eerlijk delen, van heb Uw naaste lief als Uzelf. Precies zoals Koning Hizkia deed. Dat beschermt ons persoonlijk wellicht niet tegen rampspoed maar we kunnen er wellicht een paar van Gods kinderen mee helpen en dat is immers het enige doel in het leven. Dat geldt ook voor de economische crisis van onze dagen, als we voor een paar mensen de voedselcrisis kunnen verlichten of helpen overwinnen dan zijn we al een heel eind op weg naar het licht.

Hij zal deze stad niet te na komen

zaterdag, 21 februari, 2009

Jesaja 37:30-38

We knopen soms onverwachte overwinningen gemakkelijk vast aan uitkomsten door Goddelijk ingrijpen. Een onweersbui, dagenlange regen, een ziekte bij de vijand, ze worden vaak geduid als ingrepen van God. De westenwind die de Geuzen naar Den Briel dreef, de dagenlange regen die de Spanjaarden voor Alkmaar verdreef waren volgens tijdgenoten ingrepen van God om ons land onafhankelijk te maken. Ze dachten daarbij aan het verhaal uit het boek van de profeet Jesaja dat we vandaag lezen. Maar dan letten we toch te veel op de afloop en te weinig op het begin van dit gedeelte van het verhaal. Hizkia hoeft helemaal niet te rekenen op rijkdom en roem als het leger van Sanherib zal wegtrekken. Er zal nog wel wat voedsel op het land overblijven maar het jaar er na is het toch onkruid eten. Pas in het derde jaar heeft het land zich zo ver hersteld dat er weer geoogst kan worden. En ook de bevolking wordt niet zomaar bevrijdt. Behalve Jeruzalem was het hele land immers bezet door de vijandige legermacht. Dat laat z’n sporen na en het zal enige tijd duren voor de bevolking zich weer heeft hersteld. Vanuit Jeruzalem zal het omringende land langzaam aan weer bevolkt worden. Oorlog laat altijd sporen na in de samenleving. Generaties er na zijn de gevolgen nog te merken. Voor men een oorlog begint wordt er gemakkelijk gedaan of soldaten wel even orde, rust en welvaart zullen herstellen. In een paar jaar zouden Nederlandse soldaten in Uruzgan helpen een stabiele en welvarende samenleving op te bouwen. Maar dat ideaal is nog ver weg. Het is nog altijd armoede, oorlog en strijd wat daar de toon zet voor het dagelijks leven. Als we nauwkeurig dit soort verhalen zouden lezen in de Bijbel dan zouden we beter gewapend zijn tegen de goedkope verkooppraatjes van politici en industrielen die hun eigen doelen nastreven en zich niet bekommeren om de armen en de zwakken in de samenleving. Natuurlijk is het verhaal over de inval van de Assieriers blijven hangen in het volk vanwege de afloop. Het is ook wat als de Koning met de rouwkleren al aan en de deftige regeringsdelegatie die had onderhandeld met de hooghartige Radstake op een ochtend de muren van Jeruzalem beklimmen om te zien hoever de vijand gevorderd is met de belegering. Ze zien het grootste deel van het leger dood voor de tent liggen, getroffen als ze zijn door een voor hen onbekende ziekte. Voor hen was dit de hand van God. Zeker als ze later horen dat die vijandige koning is vermoord en nog wel door zijn eigen zonen. Die koning en zijn opvolger zijn overigens in de geschiedenis niet onbekend. Maar de bevrijding van Israel is dus alleen maar het begin van de wederopbouw en overal waar zo’n wederopbouw in onze dagen plaatsvindt mogen wij helpen, als we maar niet denken dat het snel zal slagen.

Vrouwe Sion minacht je

vrijdag, 20 februari, 2009

Jesaja 37:14-29

Het kost soms moeite om je voor te blijven stellen wat er nu precies in zo’n Bijbelverhaal vertelt wordt. Dit verhaal speelt zich af in de hoofdstad van Israel Jeruzalem. Daar op de Tempelberg, Sion, ligt de Tempel, het centrale heiligdom van het volk. Daar staat geen beeld van een god maar daar staat in het centrum een kist met wat souvenirs en de stenen platen met de Wet die het hoogste goed van het volk is. Rondom de stad ligt een machtig leger van Assyrië één van de machtigste vijanden uit de toenmalige wereld. Een hoge afgevaardigde van die vijand, de Rabstake, had aan een delegatie van de regering, de eis tot onvoorwaardelijke overgave overgebracht. Die delegatie had daarop de kleren gescheurd als in rouw. Ook de koning had de kleren gescheurd en had raad gevraagd bij de profeet Jesaja. Die had aangeraden om vol te houden. Waarop de Koning een brief kreeg van de vijand waarin de eis tot overgave nog een keer werd herhaald. Als dan de koning de brief naar de Tempel brengt gaat die profeet een spotlied zingen op die vijand. Uit naam van God nog wel. Want het slot van het stuk dat we vandaag lezen is een lied. Een nogal opschepperig lied ook. Alsof het er toe doet dat het volk Israël ooit andere volken heeft verslagen. Die andere volken konden toch niet opwegen tegen het volk dat nu de vijand is. Toch sluit het lied aan bij de raad die de profeet had gegeven: blijf volhouden. Voor die koning was dat niet gemakkelijk Zijn voorgangers hadden zich net zo gedragen als de andere koningen in zijn wereld. Met bondgenootschappen en oorlogen was geprobeerd het land sterk te maken en onafhankelijk. Dat was ten koste gegaan van veel voornamelijk arme mensen. Er was wel eens vrede geweest maar ook dan was er nauwelijks welvaart geweest. Bondgenoten moesten worden afgekocht, legers op de been gehouden en de koningen moesten kracht en voorspoed uitstralen namens het land. Deze koning had daar een einde aan gemaakt. Hij had de Wet ontdekt van heb Uw naaste lief als uzelf en beseft dat je ook als koning de zwaksten in je samenleving in het centrum van je politiek moet stellen. Niet de kracht moet een volk bepalen maar de zorg voor de zwaksten. Hoe ga je dan met een vijand om die vele malen sterker is dan jij bent. Een vijand die er op uit is om te plunderen en te verwoesten. In elk geval moet je niet met die vijand omgaan door de levens van arme mensen in de waagschaal te stellen is het antwoord van de profeet. Hou nu maar vast aan de Wet van eerlijk delen. Een Wet die ook bij ons in de waagschaal gelegd wordt nu maatregelen bedacht moeten worden om de crisis te bestrijden. Zullen de armen worden ontzien? Komen we er sterker uit omdat we zullen gaan leren echt te delen met de armsten in de hele wereld? Lossen we de voedselcrisis op door in de economische crisis niet in de eerste plaats aan onszelf te denken? Het zijn vragen die we allemaal moeten beantwoorden.

Laat je niet ontmoedigen

donderdag, 19 februari, 2009

Jesaja 37:1-13

Dat is toch een probleem, er komt een geweldig leger voor de poorten van je stad en je God wordt beledigd. Als koning zou je zeggen dat je krachtig oorlog moet voeren en desnoods strijdend ten onder moet gaan. Dan bewijs je jezelf eer en je God ook want jij was het die op God vertrouwde. Maar die Koning Hizkia die had niet zo lang geleden weer eens de Wet van heb Uw naaste lief als uzelf gelezen. Dat had hem aanleiding gegeven om alle heiligdommen in Israël te sluiten zodat de mensen naar de Tempel in Jeruzalem moesten komen. Daar werd immers die Wet bewaard. En in die Wet stond ook dat je niet moest doden. Als je al die gewone mensen, mannen, vrouwen en kinderen bekijkt dan schiet je gemoed vol als je weet dat die slachtoffer zullen worden van de strijd die je vanwege zoiets als je eer zou moeten voeren. Maar zo hoort het natuurlijk wel en als het zo hoort dan moet je het doen. Hizkia had nog een uitweg. Er was een profeet in de stad die heel concreet in elke situatie kon zeggen hoe je die Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf zou moeten toepassen. Die profeet was Jesaja en daarom staat dit verhaal ook in het boek van de profeet Jesaja. Het is als het ware een voorbeeld van hoe je met de Wet van de God van eerlijk delen zou moeten omgaan. Nu wist ook Jesaja dat Koning Hizkia nog maar net kennis had gemaakt met de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf. Lang was die Wet verloren geweest en als je dat net gehoord hebt dan wil je best twijfelen tussen hoe het hoort in de wereld, hoe het gewoon is om te doen en dat totaal andere dat die Wet van je vraagt. Als de profeet de delegatie van het hof dan ook voor zich ziet, alvast in rouwkleding gehuld, zit er niks anders op dan te testen hoever ze zouden durven gaan met hun vertrouwen op die God van gij zult niet doden. Jesaja legt daarom uit dat die koningen die zo graag oorlog voeren zelf ook vaak bedreigd worden, als je die verslaat ben je wel heel erg sterk en veel koningen willen graag bekend staan als de sterkste. Maak je daarom geen zorgen is de boodschap van Jesaja, laat je niet ontmoedigen, die koning wordt vanzelf wel verslagen. Voor Hizkia is het maar een schrale troost, de boodschap die zijn onderhandelingsdelegatie had gekregen van de vijandelijke afgezant krijgt hij per brief nog een keer. Wat zouden wij doen? Onze regering ging mee in een oorlog waar heel veel burgers, mannen, vrouwen en kinderen het slachtoffer van zouden worden. We vochten wel niet in Irak maar steunden de oorlog daar wel. Ook nu het met de economie wat slechter gaat hoor je onze regering niet over eerlijker delen. Het is erg voor mensen die werkloos worden en een derde van hun inkomen verliezen. Dat de mensen die vertrekken met miljoenen bonussen op zak daarvan zouden moeten meedelen hoor je niet. Vraag jezelf dus af welke kant je kiest, dat van zo hoort het, zo fatsoenlijk als onze regering doet, of de kant van de armen, die afhankelijk zijn van onze bereidheid om te delen.