Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor januari, 2009

Doen alsof ze heel wat zijn

zaterdag, 31 januari, 2009

1 Korintiërs 4:14-21
 
Paulus kan niet ophouden het te herhalen, doe je niet groter voor dan je bent, je hebt altijd nog heel veel te leren. En het Koninkrijk van God bestaat niet uit woorden maar uit kracht. Al in de dagen van Paulus stonden er in de gemeente in Korinthe mensen op die welsprekend waren, mooie verhalen konden vertellen over Jezus Christus die in je hart moet wonen, hoe gehoorzaam je moet zijn aan de overheid, hoe God je ook kan straffen met armoede en ziekte en dat je je daar maar biddend bij moet neerleggen. Mensen die discussies openden over zaken die er niet toe doen, of je van Appolos was of van Paulus noemden ze dat in Korinthe. Bij ons heet dat of je van Marokkaanse afkomst bent, behoord tot de Islam of Nederlander bent en Christen. Daar gaat het helemaal niet om. Paulus noemt de mensen die op die manier spreken tot de gemeente opscheppers. Zij weten het beter. Paulus beroept zich op het verhaal van Jezus van Nazareth. In dat verhaal gaat het over het liefhebben van de naaste als van jezelf, in dat verhaal gaat het over rechtvaardigheid, in dat verhaal gaat het over een Koninkrijk waarin iedereen welkom is, waar iedereen aan mee kan doen, de armsten en de minsten voorop. Hoe sterk je daaraan weet mee te bouwen daar gaat het om. Paulus zette daarvoor zijn leven in. Dag in dag uit en nog merk je in zijn brieven dat hij zich er iedere keer weer op betrapte dat hij eigenlijk meer had kunnen doen, of met meer liefde voor de mensen, dat ook hij opnieuw had moeten en mogen beginnen. Om de opscheppers in Korinthe de mond te snoeren stuurde hij Timotheüs. Kennelijk verwachtte hij dat de mensen in Korinthe daar veel vertrouwen in zouden hebben, zo veel vertrouwen dat ze die schijndiscussies zouden sluiten en de opscheppers de deur zouden wijzen. Maar we weten dat christelijke gemeenten nog steeds niets geleerd hebben. We blijven opkijken naar de mensen met de fraaie woorden en de mooie gewaden. Hoeveel Protestanten hebben geen bewondering voor Paus Benedictus de zestiende, oud lid van de Hitler Jugend. Iemand die zich kerkleider noemt maar in plaats van de armen en de zwakken lief te hebben en op te komen voor rechtvaardigheid discrimineert hij homosexuelen en neemt hij het op voor een soort bisschop die het volk van Jezus van Nazareth, de Joden, op een geweldige manier kwetst en pijnigt door de gaskamers van Auswitz te ontkennen. De Paus gaat er aan voorbij dat in vele landen van Europa die ontkenning een misdrijf is en dat hij naar Europeese maatstaven zich identificeert met een misdadiger en tenminste de schijn wekt dat hij het met hem eens is. Mooi praatjes, fraaie gewaden, ze moeten ook ons niets zeggen, praten doen we door de daden voor de armsten, voor de zwakken, voor hen die gediscrimineerd worden om wat ze zijn. Dat doen we om het Koninkrijk van Jezus van Nazareth mee te helpen opbouwen, want komen doet het.

Het uitvaagsel van de mensheid.

vrijdag, 30 januari, 2009

1 Korintiërs 4:6-13
 
Wie zouden daar nu mee bedoeld worden, wie wordt er uitgescholden voor uitvaagsel? Goed lezen, dit stuk uit de eerste brief aan de mensen in Korinthe. Dat uitvaagsel staat in de laatste regel van dit Bijbelgedeelte. Paulus heeft het hier over zichzelf, en over zijn directe medewerkers, waaronder Apollos. Die mensen uit Korinthe kennen we inmiddels uit de gedeelten uit deze brief die gaan over de verdeeldheid in de gemeente. De ene groep was van Paulus, de andere van Apollos en er waren er zelfs van Cephas, een andere naam voor Petrus. Paulus had die verdeeldheid veroordeeld en gaat er hier nog even op door. Er zijn kennelijk groepen die zich belangrijker vinden dan anderen. Soms gaat het grote gelijk de baas over je spelen en denk je dat je de baas bent omdat je het gelijk aan je kant denkt te hebben. Als je niet minder dan apostel bent, net als Paulus, dan mag je toch denken de belangrijkste te zijn. Niks is minder waar schrijft Paulus hier. Wij staan het laagst op de sociale ladder, we moeten werken voor ons eigen brood en onze eigen reiskosten. Als we gevangen zitten dan zitten wij zelf in de gevangenis, kleren hebben we nauwelijks, regelmatig lijden we honger en worden we mishandeld. Kijk dan eens naar jezelf mensen van Korinthe. Jullie hebben het goed. Hoezo? Zelfs het cynisme ontbreekt in de Bijbel niet. Paulus spreekt ze aan alsof ze Koningen zijn, geweldig wijs, rijk en verzadigd. Was het maar waar, verzucht de arme apostel. Hij en zijn gezelschap worden voor dwaas uitgemaakt. Houd het beeld van de kleine hongerige Joodse geleerde in zijn versleten mantel voor ogen. Kijk dan eens naar de leiders van de grote kerken, of naar de leiders van naties. Zijn er voorgangers die er op lijken?  Wie van de denkers en machthebbers in de wereld zet zichzelf opzij ter willen van de armen en de zwakken? Wie zorgt echt voor een veilige plaats voor de opgejaagden? Het beeld dat Paulus van zichzelf schetst in dit hoofdstuk is voor ons de spiegel waarin wij de echt belangrijke mensen van onze tijd kunnen herkennen. In de discussie over religie, religiekritiek noemt iemand dat, gaat het over het al of niet bestaan van God. Voor en tegenstanders in die discussie vliegen elkaar in de haren. Maar in de Bijbel gaat het helemaal niet over het bestaan van God. Ongelovigen zijn zij die zich niet aan het gebod houden van heb Uw naaste lief als Uzelf. Want ook al roep je luid dat God de Heer is, als je je aan dat gebod niet houdt ben je evenzogoed een ongelovige. Geen wonder dat de religiekritiek onze Moslim broeders zo vaak onberoerd laat. Zij hebben geleerd zich over te geven aan hun God en zich zelf te richten op hun naaste, op de armen. Net als de volgelingen van Jezus van Nazareth en de profeten uit het Oude Testament hebben ze het over rechtvaardigheid. Daar zou de discussie over religiekritiek over moeten gaan. Houden we van onze naaste en hoezo dan? Hoe doen we dat dan? Dat is een discussie niet alleen met woorden maar ook met daden, laat die daden vandaag dus maar spreken.

Een tempel van God

donderdag, 29 januari, 2009

1 Korintiërs 3:16-4:5
 
Dat moet er toch fantastisch uitzien. Die tempel van God. We hebben in het boek Deuteronomium al eens gelezen over de tent die in de woestijn werd gebouwd om de ark, de kist met de stenen waarin de Wet stond gegrifd, en de tafel met het brood te bevatten, die was al prachtig. Later heeft koning Salomo een tempel in Jeruzalem mogen bouwen en nog later kreeg die tempel opvolgers waarvan de een nog mooier was dan de andere. Paulus wijst op een nieuwe tempel, ontstaan na het leven van Jezus onder ons. Die tempel is voor ieder van ons vlak bij. Ga maar voor een spiegel staan en kijk eens goed. Daar zie je de tempel van God, wie die tempel iets aandoet doet God zelf iets aan. Het staat er echt in dit stuk uit de brief aan de mensen in Korinthe. Het is in de Bijbel opgenomen omdat we zijn gaan geloven dat niet alleen die mensen in Korinthe tempels van God waren maar iedereen die meedoet met het verhaal van Jezus is een tempel van God. En daarmee ziin alle armen, de minsten van de aarde tempels van God, want wie hen wat aandoet doet dat aan Jezus van Nazareth zelf. Het zijn fantastische tempels, waar je heel veel van mag houden. Weinig mensen kijken op die manier in de spiegel. Een tempel die mooi is van zichtzelf en die je niet eens hoeft te verbouwen. Weinig mensen houden van hun naaste zoals je van een tempel van een geweldige God zou houden. In die tempel woont de Geest van God schrijft Paulus. Dat mens die je in je spiegel ziet kan dus echt de hongerigen te eten geven, de naakten kleden, de gevangenen bezoeken, de bedroefden troosten. Wie bijvoorbeeld de verslagen volgt over de hulp na de Tsunami werd ingezameld weet dat we met elkaar heel erg veel tot stand hebben gebracht. Ieder naar vermogen, ieder op eigen manier maar met iedereen. Er zal daar nog heel veel moeten gebeuren. Maar er is geld en er zijn mensen om het te laten gebeuren. De wijk in Enschede die getroffen was door de vuurwerkramp was pas na zeven jaar weer opgebouwd. Ondertussen wachten ons ook andere taken. De wereldwinkels in Nederland en de voedselbanken hebben nog steeds vrijwilligers nodig. Bij Amnesty International zijn nog vele gevangenen aan te schrijven en vele regeringen aan te spreken. In ziekenhuizen en verzorgingshuizen hebben ze tegenwoordig veel vrijwilligers nodig. Telefonische hulpdiensten voor kinderen en volwassenen zijn afhankelijk van vrijwilligers. Burenhulpdiensten en klussenorganisaties kunnen niet zonder mensen met twee handen en vrije tijd. Kies maar en doe maar, alles is van U zegt Paulus en U bent van Christus. Kijk maar in de spiegel, elke ochtend weer en weet dus dat je je niet afhankelijk hoeft te maken van een ander, geen voorganger hoef je te volgen, je bent zelf een tempel. Aan de slag dus.

Een fundament leggen

woensdag, 28 januari, 2009

1 Korintiërs 3:9b-15
 
We weten wat fundamentalisme is:  een overtrokken voorstelling van het eigen geloof dat ook nog, desnoods met geweld, aan anderen moet worden opgelegd. Sommige Christelijke fundamentalisten beroepen zich op dit stuk uit de brief aan de mensen in Korinthe, zij bouwen op het Woord van God en daarom hebben ze gelijk. Maar ook als je het woord van God in de vorm van de Bijbel in je binnenzak hebt dan heb je God nog niet in je binnenzak. Paulus schrijft in het gedeelte hiervoor over de verdeeldheid en over de verschillende manieren om het verhaal van Jezus van Nazareth te vertellen en over de verschillende manieren die er zijn om de mensen er bij te betrekken. Jezus van Nazareth begon met het verhaal en zijn leven en sterven was dat verhaal de anderen hebben daar op voortgebouwd, ieder op eigen wijze. Zo hebben we vier verschillende evangeliën die alle vier het verhaal van Jezus leven en sterven vertellen maar alle vier verschillend en soms zelfs tegenstrijdig. Naast Paulus waren er nog een aantal briefschrijvers waarvan de brieven in de Bijbel terecht zijn gekomen en ook zij schrijven op een verschillende manier. Het gelijk is daarom aan niemands kant. Paulus schrijft dat het gelijk pas blijkt aan het eind van de tijd. Bouwen aan dat rijk van Jezus van Nazareth is waar het om gaat, of je dat nu met goud of met hout doet maakt op dit moment niet zoveel uit. Waar het om gaat is natuurlijk of de positie van de armen verbetert, of onderdrukking en uitbuiting voorbij gaan, of de vrede aanbreekt, of hongerigen gevoed worden en naakten gekleed. Voor die armen moet nog heel erg verschrikkelijk veel gebeuren. De oneeerlijke handelsverhoudingen in de wereld duren voort. De economische crisis zou rijke landen wel eens kunnen doen besluiten om de eigen productie te beschermen en de invoer uit de armste landen moeilijker te maken. Een paar jaar geleden is er begonnen met microkredieten, nieuwe ondernemers in arme landen krijgen onder gemakkelijke voorwaarden kleine leningen om een eigen bedrijfje te starten. Dat blijkt een groot succes. Met een klein steuntje in de rug blijken goede ideeën tot bloei te kunnen komen en een stimulans te zijn voor een hele regio. Maar voor die microkredieten zijn banken nodig die durven uitlenen, die bondgenoten willen zijn van de armen. Als U een bank zoekt zou een vraag kunnen zijn hoe ze omgaan met microkredieten, steun uit het rijke westen is hard nodig. Natuurlijk redt niet iedere onderneming het, ook niet in arme landen. Maar de kans die men krijgt is de eerste winst die geboekt wordt. Het opent wegen naar de toekomst en ook al mislukt een nieuwe onderneming, de hoop die er vanuit ging blijft bestaan, zo worden mensen gered en daar ging het ons toch om.

Ik heb geplant

dinsdag, 27 januari, 2009

1 Korintiërs 3:1-9a
 
De verdeeldheid die de christenheid sinds de dagen van Paulus teistert is ook vandaag te dag volop te zien. Soms is dat wel aardig vooral als culturele uitingen via de televisie onze wereld verreiken. Zo kunnen we elk jaar rond Kerst en Pasen kerkdiensten uit Italië, Duitsland, Frankrijk, België, Spanje en Engeland zien. De Engelsen laten soms ook beelden uit Afrika, India en Azië zien. Natuurlijk ontbreken de Rooms-Katholieken, Protestanten en Anglicanen met hun verscheidene tradities niet. Maar al die verschillen zijn de verschillen zoals die tussen groepen mensen in deze wereld kunnen bestaan. Of we nu onderscheid maken tussen Allochtonen en Autochtonen, tussen Nederlanders, Antillianen, Turken en Marokanen of tussen Katholieken en Protestanten volgens Paulus doe je met het maken van dat soort onderscheid eigenlijk voortdurend hetzelfde. Je bent met het maken van dat soort onderscheid nog lang niet op de weg van Jezus van Nazareth. Het onderscheid dat Jezus van Nazareth maakt is dat tussen rijken en armen, tussen gelovigen en ongelovigen. Met gelovigen worden die mensen aangeduid die zich bekommeren om hun naasten. We hebben het hier al vaak gehad over de naakten kleden, de hongerigen te eten geven, de zieken verzorgen, de gevangenen bezoeken, kortom zorgen voor de minste broeders en zusters van Jezus van Nazareth. Eigenlijk zien we ook daarin het verschil tussen arm en rijk, tussen machtig en onmachtig verdwijnen. In het Koninkrijk van Jezus mag immers iedereen meedoen. Natuurlijk kan er op allerlei manieren over het verhaal van Jezus worden verteld. Paulus geeft het al aan, hij kwam langs om de boodschap te brengen, Apollos zorgde dat het een manier van leven werd. En om dat laatste gaat het. Religie, ook al gaat het zo te horen om het verhaal van Jezus van Nazareth, kan ook aanzien en macht brengen. Let maar eens op de pracht en praal die ook tijdens de Kerst en Pasen  te zien zal is. Let eens op hoe sommige zogenaamde predikers of kerkvorsten zich voor laten staan op hun positie. Paulus maakt zich onbelangrijk, het maakt niet uit wie plant of begiet. Uiteindelijk gaat het er om je naaste lief te hebben als jezelf, dat moet dan ook te zien zijn. De komende jaren moeten we de landbouwsubsidies afschaffen is al een tijd geleden afgesproken, maar onder deze regering hoor je er niets meer van. Misschien dat nu de financiële crisis als excuus wordt gebruikt. Het zal in elk geval verzet te zien geven, maar we moeten dus ook zichtbaar maken dat de armen in de wereld hun producten tegen een eerlijke prijs op onze markten kunnen verkopen. We zullen echt wat moeten doen aan het wegwerken van verschillen anders dringen de verschillen tussen arm en rijk zichzelf op, juist van die verschillen moeten we af, aan het werk dus.

Daarover spreken wij

maandag, 26 januari, 2009

1 Korintiërs 2:6-16
 
Als je dit stuk uit de brief aan de mensen in Korinthe oppervlakkig leest lijkt het wel of je in een spookverhaal terecht bent gekomen. Geesten voor en geesten na. Door de geest, voor de geest en in de geest. Maar lees nu voor de “geest” “De manier waarop”, of “de mentaliteit waarin” dan wordt het stuk al heel wat helderder. De manier waarop God met mensen omgaat is heel anders dan de manier waarop de wereld met mensen omgaat. God gaat het in de eerste plaats om de zwakken, de hulpelozen, de armen, daarvoor kijkt God uit naar wie willen helpen. Wij kijken over het algemeen naar de rijken, de machtigen. De aanzienlijken noemen we die mensen dan ook. Als het er om gaat ons land in verband met religie te brengen dan sturen we onze Koningin naar een dure kerk, vol fraaie koren, muziek en fraaie woorden van deftige mensen. Het zou dwaas zijn de Koningin namens ons allemaal naar de Pauluskerk in Rotterdam te sturen, toen die nog vol zat met zwervers, drugsverslaafden en mensen die psychisch in de war zijn. Die Pauluskerk is afgebroken, maar er zijn nog kerken in ons land waar rond de kerstdagen zwervers en daklozen worden ontvangen en getracteerd op een maaltijd. Ondenkbaar dat onze Koningin daar haar kersttoespraak zou houden. Nou over die dwaasheid gaat het in die brief van Paulus. Die dwaasheid is de dwaasheid van de gelovigen, de dwaasheid die ze hebben door het geloof in God, de dwaasheid die ze kregen door hun leven in te richten in de mentaliteit, of de Geest van God. Dat heeft dus niks te maken met vroomheid, met fraaie tempels, moskeeën of kerken, met gebeden die fraai klinken of liederen die mooi vertolkt worden, dat geloof heeft alleen te maken met mensen die bevrijdt worden van armoede, die weer mee mogen gaan doen, die geheeld worden doordat we een hand uitsteken. Als je de dingen in die geest gaat doen dan snap je ook hoe het met God en de mensen in elkaar zit. Paulus zegt dat de wereld er niet op zou komen om godsdienst en religie te zoeken bij de armsten en de zwaksten, maar dat de machtigen van deze wereld zullen vergaan. We merken dat nog steeds als er gesproken wordt over religie, dan gaat het vaker om burgermansfatsoen dat de een de ander wil opleggen dan om rechtvaardigheid, delen van de rijkdom die er onder ons is.  Religie is te vinden in het het lied dat Maria ooit gezongen heeft: “Machtigen zal God van de troon stoten”. We moeten maar luid meezingen want we zijn er hard bij nodig. En op die manier zijn ook onze gedachten die van Christus. Want dat delen van ons met de minsten kan immers vandaag beginnen, wat de wereld er ook van moge denken.

Wat niets is heeft God uitgekozen.

zondag, 25 januari, 2009

1 Korintiërs 1:26-2:5
 
We kijken er nog altijd tegen op. Tegen de mannen met hun strak gesneden pakken en hun zijden stropdassen, tegen de vrouwen in de haute couture japonnen met bijpassende hoeden. Tegen de adel, de machtigen, de rijken, de mensen die wij het laten vertellen en het daarom te vertellen hebben. Dat was in elk geval niet hoe de gemeente daar in Corinthe in elkaar zat. Dat waren geen mensen van aanzien, dat waren geen machtigen. Dat was eigenlijk maar een zootje ongeregeld als je de beschrijving van Paulus moet geloven. En toch moest het  van die gemeente komen. Paulus rekent zich er overigens ook onder, hij is niet zo welsprekend staat er. Die opmerking komt vast van Sostenes met wie hij de brief heeft geschreven en aan wie hij kennelijk een flink deel van de brief heeft gedicteerd. Die Sostenes veroorlooft zich hier een klein grapje want die Paulus weet het allemaal prima te vertellen. Het gaat om de Geest van God die het moet bewijzen en daarbij gaat het om de manier waarop de zaken gedaan worden, met liefde voor de mensen, met zorg en aandacht, of mag je gewoon mensen met administratieve slordigheden in gevaar brengen. In ons land mag dat laatste. Een partij als het CDA durft dat zelfsvan tijd tot tijd Christelijk te noemen. Paulus niet, en ook de andere briefschrijvers uit het Nieuwe Testament niet en al helemaal niet de schrijvers van de verhalen over Jezus zelf. Maar in deze dagen hoeven we niet te wanhopen. Wat in de ogen van de wereld dwaas is, en zorg hebben voor mensen die hierheen gevlucht zijn voor armoede en ellende is volgens velen dwaas, zal uiteindelijk wijsheid blijken. Nu al schrijven geleerde economen van hoge bolwerken als de Oeso dat we meer mensen uit arme landen moeten toelaten om hier voor de rijken zoveel te verdienen dat ons welvaartspeil op nivo kan blijven. En op de laatste wereldhandels- conferenties  begon iedereen door te krijgen dat als we de Europeese landbouwsubsidies niet echt gaan afschaffen we dan wel eens te maken kunnen krijgen met een wereldhandelsoorlog die ons veel meer kwaad zal berokkenen dan de huidige depressie. Dat dwaze waar al die softe volgers van Jezus al tientallen jaren om vragen, waar al die kerken zondag aan zondag over preken en zingen wordt kennelijk de wijsheid van een welvarende en vredige wereld. Uiteindelijk had God toch gelijk en snappen we waarom die Paulus oude profeten als Jesaja en Jeremia ging citeren. Waar beroem je je anders op dan op de enige Heer die er echt is. En denk dus niet dat praten over recht en vrede iets is voor gestudeerde en welsprekende mensen. Dat was Paulus niet, dat waren die mensen in Korinthe niet lezen we vandaag. Het waren gewone hardwerkende mensen die blij waren dat ze elkaar hadden. Maar toch bleven ze aanhoudend werken aan zorg voor de minsten, roepend om recht en vrede. En dat kunnen wij ook, vandaag en morgen, zonder ophouden.

De wijsheid van de wijzen

zaterdag, 24 januari, 2009

1 Korintiërs 1:18-25
 
In deze brief aan de gemeente in Korinthe staan een paar zeer bekende uitspraken. In dit hoofdstuk komen we vandaag zo’n bekende uitspraak tegen: “het is de Joden een ergernis en de Grieken een dwaasheid”. Zo klinkt dat al sinds in 1619 de Statenvertaling gereed kwam. In de Nieuwe Bijbelvertaling is het voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas. Wat is er nu zo aanstootgevend voor mensen die in God geloven. Want werkelijk meedoen met het verhaal van Jezus is ook nu nog steeds heel moeilijk voor gelovigen. In de eerste plaats zijn er geen regels, er is alleen de liefde. Heb je naaste lief als jezelf is hetzelfde als God liefhebben boven alles. En regels zijn toch zo mooi, prostitutie is verboden, drugsgebruik is verboden, en aan alles wat verboden is hoef je geen aandacht meer aan te schenken, en als je het lekker vindt verbiedt je het niet. Zo zijn tabak en alcohol niet verboden. Gelukkig hebben verstandige mensen een paar jaar geleden het verbod op prostitutie opgeheven. Nu kan er aandacht komen voor de vrouwen die tot prostitutie gedwongen worden. Nu pas kan er plaats komen voor liefde in plaats van misbruik. Dan moet je natuurlijk niet schrikken dat je vrouwenhandel ontdekt, of dat er loverboys optreden. Dat is al eeuwen zo, maar we gaven de schuld altijd aan de vrouwen die iets deden wat verboden is. Datzelfde geldt voor drugsgebruik. Natuurlijk is ook het gebruik van softdrugs niet goed, waarom zou je jezelf niet zijn en daarvan genieten, maar dat geldt ook voor het gebruik van alcohol. Als we het gebruik moeten gedogen moeten we het onszelf ook mogelijk maken regels te stellen voor het telen van wiet. Gecontroleerde teelt zodat de criminaliteit wordt uitgeschakeld.  In Heerhugowaard heeft men zelfs de koffieshop in gemeentelijke handen gehad, om verkoop te kunnen combineren met voorlichting  en er voor te zorgen dat jongeren niet verslaafd raakten. Dat liep uiteindelijk stuk op het aanleveren van de wiet door criminelen. Liefde boven regels maakt dat je ver wil gaan om naast mensen te staan.Liefde kom je in de filosofie niet tegen, liefde is onbekend bij denkers als Herman Philippse, Hirsi Ali, en andere fundamentalistische atheisten. Voor hen is het dwaas om uiteindelijk liefde voor mensen te stellen boven het redelijk denken. Misschien is het wel redelijk om iemand die meer kan ook meer te geven, maar vanuit de liefde in het verhaal van Jezus geeft iemand die twee mantels heeft er één aan degeen die niets heeft. We hebben al eens eerder gezien dat het begin van alle wijsheid toch uiteindelijk die regel van de liefde is, dwaasheid en ergernis of niet. En wie blind vaart op de Liefde zal ontdekken dat die liefde haar eigen regels stelt, dat hoeft niet aanstootgevend te zijn.

Ik ben van Paulus

vrijdag, 23 januari, 2009

1 Korintiërs 1:10-17
 
Die brief van Paulus heeft in de loop van de geschiedenis van de kerken maar weinig effect gehad. Verdeeldheid te over en die verdeeldheid ontstond kennelijk al heel snel. Nu is dat niet zo vreemd. Als je deze waarschuwing van Paulus en Sostenes op je in laat werken dan zie je dat het gaat om macht en invloed. Niet dat Paulus die wil hebben, integendeel, maar binnen zo’n nieuwe gemeente gebeurt dat natuurlijk wel. In die gemeente van Korinthe waren Joden, Romeinen, Grieken, Turken, Marokanen en andere vreemdelingen samen gemeente van Christus. Die mensen deelden niet alleen lief en leed maar ook hun bezit. Het onderscheid tussen arm en rijk viel daar letterlijk weg. Tenminste één keer per week aten ze met elkaar. Op de dag na de Joodse sabbath kwamen ze bijeen om de opstanding van Jezus van Nazareth te vieren. De dood zou hen niet meer afhouden van het beginnen met dat nieuwe Koninkrijk waar Jezus van Nazareth het voor het zeggen had. In zo’n groeiende gemeente moet er dan wel het een en ander geregeld worden. Daar komen dan culturen, gewoonten en prestige bij kijken. Ook ongewild. Gelukkig waren er ook wijze vrouwen in Korinthe, Cloë bijvoorbeeld. Die stuurde haar huisgenoten naar Paulus met de vraag of het allemaal zo bedoeld was met die verdeeldheid. Niet dus. Wij kennen niet alleen de verdeeldheid van de kerken, die soms al eeuwenoud is, maar we kennen ook de verdeeldheid in de steden. Die kerken kunnen weer bij elkaar komen. De Protestantse Kerk Nederland bewijst dat en het is te hopen dat andere kerkgenootschappen daar aansluiting bij gaan zoeken. Maar die PKN kan ook het voorbeeld zijn voor buurten en wijken waar Christenen en Moslims, Europeanen en Afrikanen, armen en rijken, mannen en vrouwen, jong en oud samen moeten wonen en samen een woongemeenschap moeten vormen. Dat vraagt veel overleg en gesprek. Trefpunten in de wijk waar mensen uit al die groepen elkaar ontmoeten en in gesprek raken zijn van levensbelang. Als er groepen niet in Uw buurthuis of wijkcentrum komen doe er dan samen wat aan. Toen het over het Koninkrijk van de armen ging zei Jezus eens: “Dwing ze om in te gaan” Dat geld ook voor Uw wijkcentrum. Daar ligt de kiem van een vreedzame samenleving. Zorg dus voor die noodzakelijke eenheid. Gewoon doen, wil Paulus maar zeggen in het laatste vers van bovenstaand schriftgedeelte, en zo is’t maar net, al wil Paulus soms wel eens overdrijven. Zo noemt hij Petrus stevast Kefas. Geleerden hebben zich lang het hoofd gebroken over het waarom. Maar wellicht dat in dit Bijbelgedeelte de sleutel daarvan te vinden is. Paulus was zelf immers een buitenstaander. Hij was een Jood, had gestudeerd bij de geleerde Gamaliël, maar hij was niet in Israël geboren. Hij kwam uit Tarsus in Turkije. Hij zal dus ook best wel eens voor een Turk zijn aangezien maar hij had ook het Romeins staatsburgerschap. Voor echt fanatieke Joden hoorde hij er niet bij, maar voor geboren Romeinen hoorde hij er ook niet bij. Alleen bij christenen was hij thuis, daar mocht iedereen meedoen. Maar omdat hij toch heel graag bij zijn volk wilde horen sprak hij Aramees, de taal die dagelijks in Israël werd gesproken. En in die taal heet Petrus Kefas, zodoende dus.

Aan hen die zijn geroepen om heiligen te zijn

donderdag, 22 januari, 2009

1 Korintiërs 1:1-9
 
Vandaag beginnen we te lezen in de brief van Paulus en Sostenes aan de mensen in Korinthe, de eerste brief die de mensen in Korinthe ontvingen. Geleerden hebben uitgemaakt dat deze brief geschreven werd 5 jaar nadat Paulus de gemeente in Korinthe had gesticht, die stichting was in het jaar 50, de brief dus in 55, ruim 2000 jaar geleden. Korinthe was een rijke havenstad in Griekenland, hoofdstad van de Romeinse provincie Achaje. En zoals in elke havenstad woonden er mensen overal vandaan. Joden en Heidenen, slaven en vrijen, rijken en armen. En uit al die groepen waren er mensen die tot de gemeente in Korinthe behoorden. En aan al die verschillende mensen schrijven Paulus en Sostenes dat die geroepen zijn om heiligen te zijn. Heilig betekent in dit geval heel. Niet gesplitst zoals wij dat tegenwoordig vaak nog zijn. Vandaag handelaar en morgen Christen, vandaag vader en morgen gelovig, vandaag moeder en morgen echtgenote. Die heelheid, of heiligheid, is volgens het begin van deze brief in de Geest van Jezus te bereiken. Als we dus al onze zaken doen op de manier waarop Christus bezig was dan hoeven we ons niet steeds in andere rollen in te leven maar dan zijn we maar één mens, heel wat eenvoudiger dus. Het zal ons niet altijd geliefder maken. Bij alles wat we doen de armen voorop zetten, en de zieken, en de zwakken in de samenleving, als het even kan in de hele wereld, betekent dat we niet meer meedoen aan uitbuiting. Sommige werkgevers zijn niet blij met zulke werknemers. Nederlandse vakbonden steunen echter zulke gewetensvolle werknemers. Ook op scholen maak je je niet altijd geliefd als je er naar streeft iedereen er bij te laten horen. Je klasgenoot in de pauze even apart nemen om nog eens te sleutelen aan de Nederlandse Taal van je klasgenoot. Rascisme bestrijden en met je plaatselijke anti-discriminatie bureau streven naar het predikaat “school zonder rascisme”, het kost soms veel weerstand en je goede naam. Boodschappen doen bij de natuur en wereldwinkel kost soms wat meer geld en dat kan betekenen dat de maaltijden wat soberder zijn, zeker als je ook nog een deel naar de plaatselijke voedselbank brengt. Paulus en Sostenes schrijven aan die mensen in Korinthe dat ze door zo te handelen rijk geworden zijn. Je wordt rijk aan liefde en als je overloopt van liefde dan voel je je de wereld te rijk. Rijk aan aardse goederen kun je namelijk wel vergeten. Zodra je daar iets meer van hebt dan ga je die immers delen. De mensen in Korinthe waren volgens Paulus rijk aan vergeving, die hadden ze immers in overvloed gekregen. Het lijkt een speldeprikje van Paulus, want vergeving krijg je voor de dingen die je verkeerd deed en anders bent gaan doen. Er moest bij die mensen in Korinthe kennelijk veel veranderen. Maar als we om ons heen kijken dan moet dat bij ons ook. Volgens Paulus kunnen we dat kunnen we dat ook volhouden.  Daar moeten we ons dan maar aan vasthouden. Want vasthoudend moet je zijn.