Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor december, 2008

Niet dat ik al zover ben

zondag, 21 december, 2008

Filippenzen 3:12-21
 
Een schrijver van Bijbelboeken, een van de eerste zendelingen buiten Palestina, stichter van een groot aantal gemeenten, die als bemoediging aan een jonge gemeente schrijft dat hij nog niet zover is dat hij er zeker van is ooit uit de dood op te staan. Het mag ons dus niet van het werk afbrengen als we twijfelen aan alle vrome praat over het hiernamaals, het oordeel na de dood, of de hemel of de hel. Zul je ooit de mensen van de dood achter je kunnen laten is de vraag. Hun god is hun buik, in onze dagen in onze streken een zeer herkenbaar beeld.  Het gaat volgens Paulus om het hemelse doel waar we als volmaakte mensen op af moeten gaan. Dat is dus de naaste liefhebben als jezelf.  De ruzie over koopkracht, bezuinigingen, meevallers en tegenvallers beheerst hen die hun eer leggen in schaamteloosheid en hun aandacht alleen gericht houden op aardse zaken. Niet de discussie over armen, over zieken, over zwakken in de samenleving, niet de vraag of er goed gezorgd wordt voor hen die zorg nodig hebben. Wel de hogere energierekening willen compenseren voor de rijken zodat verkwisting kan doorgaan en zuiniger en verantwoorder energiegebruik achterwege kan blijven maar je niet afvragen of de kinderen onder ons wel goed beschermd worden. We moeten ons er ook al die jaren na het schrijven van de brief aan de mensen in Filippi niet door laten ontmoedigen. Uiteindelijk komt dat Koninkrijk van recht en vrede er, zal de hemel op aarde neerdalen en maakt God een tent voor zichzelf om hier te wonen. Elke dag weer mogen we opnieuw beginnen om aan dat rijk te werken, om mensen te werven voor het uitvoeren van de Wet van recht en vrede. Elke dag weten we ook dat er manieren verzonnen worden om de rijken rijker, de machtigen machiger te maken. Elke dag ook zien we wel wat over het hoofd of bezwijken we voor de verleiding de boel even de boel te laten. Elke keer mogen we opnieuw beginnen. Omdat we er bij willen horen. En pas op dat je je niet laat verleiden door al die predikers die ook in deze donkere dagen geluk en voorspoed beloven. Val op je knieeën, laat Jezus in je hart en alle verdriet en ellende vallen van je af. Niets is minder waar. Als je wilt kijken met de ogen van Jezus van Nazareth dat zie je geen schitterende lichten in de stad, maar de zwervers in de kou. Dan zie je geen schitterende natuurparken in Afrika, maar hongerige kinderen en moeders die geen huis meer hebben om hun kinderen te slapen te leggen. Dan zie je geen vrede met engelen in de heldere lucht, maar wapenhandel en oorlog die we kunnen uitbannen. Dan doet het leed in de wereld je net zo pijn als Jezus van Nazareth voelde aan het kruis, maar je weet dat je dan pas echt tot leven komt, alsof je opnieuw wordt geboren.

Zelf uit de dood opstaan

zaterdag, 20 december, 2008

Filippenzen 3:1-11
 
Vandaag lezen we uit de brief van Paulus en Timotheüs aan de gemeente in Filippi het hoofdstuk waar Paulus weer eens iets over zichzelf verteld. Hij hoopt zelf ook eens uit de dood te kunnen opstaan. Hoe dat zal gaan, hoe dat er zal uitzien is dus ook voor deze Joodse geleerde onzeker. De Bijbel geeft daar geen uitsluitsel over. Wellicht verschil;t het niet veel van het geloof in het bestaan van die Turkse Bisschop die door Italiaanse zeelieden naar Bari werd gebracht toen dat nog bij Spanje hoorde. De verhalen over die Turkse Bisschop, en vooral over wat die voor de armsten in zijn tijd heeft gedaan, maken dat hij nog altijd onder ons voortleeft als Sint Nicolaas. Voor Paulus gaat het bij uitstek om dat werk voor de armsten. De wet zoals die in de eerste vijf boeken van de Bijbel werd gegeven werd keurig nageleefd. Paulus was een keurige gezagsgetrouwe burger. Geen rebel, geen opstandeling, geen zonderlinge zwerver of bedelaar nee, iemand die een eerzaam beroep uitoefende en de voornaamste stroming in de godsdienst van zijn vaderland volgde. Het staat er allemaal. Maar dat alles werd niks waard toen hij door kreeg hoe het verhaal van Jezus in elkaar stak. Hoe het volgen van de letter van de wet in strijd kan zijn met het volgen van de Geest van God. Dat je dus altijd het houden van de wet moet toetsen aan het effect dat het heeft op anderen. Als er het komende jaar gevraagd wordt welke partij gestemd moet worden dan is het antwoord te vinden bij de armen, bij de zieken, bij de daklozen, bij de gevangenen, bij de vreemdelingen onder ons, bij de weduwen en de wezen. Voor hen schrijft de Bijbel het een en ander voor, maar de vraag is daarbij niet of aan de letter van die wet is voldaan maar of het voor hen ook effect heeft gehad. Hebben zij de kans gehad op te staan uit de duisternis waarin ze gevangen zaten. Zijn ze uitgetrokken uit de slavernij van armoede en onderdrukking naar een land van eerlijk delen en een wereld van eerlijke handel? Paulus heeft vanwege die gezindheid alle tradities van zijn samenleving overboord gegooid. Uiteindelijk bleek dat keurige conformisme zelf een dodelijke gevangenis, hoe trouw aan God en het verbond met zijn volk dat ook leek. Paulus schold de mensen die zich richten op het houden van de wet tot de letter, de mensen van fatsoen, uit voor honden. In de Joodse samenleving wilden ze ook de Heidenen de besnijdenis opleggen, Paulus doet net of ze hun medegelovigen wilden castreren. Paulus legt, in navolging van Jezus van Nazareth, de nadruk op de liefde die in de Wet verborgen is, de liefde voor de naaste waarvan je houden mag als van jezelf. Het volgen van de manier waarop Jezus van Nazareth het deed maakt je misschien bewust van de ontelbare keren waarop het niet lukt, maar geeft je ook ontelbare kansen het weer opnieuw te beginnen.

Aan de HEER gewijd

vrijdag, 19 december, 2008

Zacharia 14:12-21

Het slot van het boek van de profeet Zacharia. Je weet bijna niet wat je leest. Het gaat kennelijk over een plaag  waarbij van de mensen die er door getroffen wordt het vlees zal wegteren van hun botten, hun ogen wegrotten in hun kassen en hun tong in hun mond. Afschuwelijk, moeten we ons daardoor laten leiden? Is angst voor dit soort plagen dat wat ons drijft naar wat we het geloof zijn gaan noemen? Dan hebben we dit Bijbelgedeelte toch niet helemaal begrepen en zijn we misschien blijven steken in de beelden die we niet kennen maar waarbij we ons de meest gruwelijke voorstellingen kunnen maken. Het Bijbelgedeelte gaat over een feest waaraan iedereen mee kan doen. Het Loofhuttenfeest. Een oogstfeest aan het einde van de warme, hete en vooral droge zomer in Israël waarbij gebeden wordt om regen. Het is dan zo droog dat het land wel veranderd lijkt te zijn in een woestijn. En die woestijn herinnert aan de Wet die in de woestijn werd ontvangen. De Wet die zegt dat je eerlijk moet delen en je naaste moet liefhebben als jezelf. Als herinnering aan de tocht door de woestijn gaan iedereen buiten wonen, op straat, in het veld en als er geen ruimte is op de hoek van het dak. Daar wordt de loofhut gebouwd, een hut van takken en stro. Daarmee verdwijnt ook het onderscheid tussen arm en rijk, want al dat soort hutten gaat al snel op elkaar lijken. In de hitte kun je je voorstellen dat als mensen niet met elkaar delen de honger en de dorst toeslaat. Wie de beelden heeft gezien van de zware hongersnoden die de Sahel in de loop van de jaren hebben getroffen zal de afschuwelijke beelden die Zacharia beschrijft gemakkelijk herkennen. Die beelden waren zo afschuwelijk dat de magere Ethiopiërs bijna spreekwoordelijk werden en veel mensen zelfs de Biafrakindertjes zich nog kunnen herinneren. Die hongerslachtoffers waren er niet zozeer omdat in hun land de mensen niet wilden delen maar omdat wij vergeten dat de hele wereld tot ons land hoort en dat al die mensen ook onze broeders en zusters zijn. Daarom staat er ook dat zelf Egypte zal moeten meedoen, daar waren ze niet afhankelijk van regen, maar wel van delen. We hebben dus nog steeds de plicht de voedselcrisis in de wereld op te lossen. En die voedselcrisis zal volgens de Bijbel een veel hogere prioriteit moeten hebben dan de crisis van de steenrijke bankdirecteuren en presidenten van grote ondernemingen. Als we kerstfeest vieren zingen we over een kindje dat in een stal werd geboren. Zo’n stal verschilt niet zoveel van een loofhut. Ook dat kindje in de stal is een uitnodiging om samen te gaan delen, om stands en machtsverschil maar te laten voor wat het is en te zorgen dat de zwaksten en de minsten in de wereld mee kunnen komen en mee kunnen feesten, omdat er voor iedereen genoeg is. En er is pas voor iedereen genoeg als we bereid zijn met iedereen te delen.

Jeruzalem zal weer een veilige woonplaats zijn

donderdag, 18 december, 2008

Zacharia 14:1-11

Denk nu niet dat alles wel goed zal komen. We hebben een graaicrisis en we moeten er van leren maar volgend jaar gaat alles al weer beter. Dat wordt ons voorgehouden. De mannen in de deftige pakken die de crisis hebben veroorzaakt, die ons hebben voorgehouden dat ze hun gang moesten kunnen gaan, dat hun creativiteit ons welvaart zou brengen, houden ons nu voor dat ze zelf de rotzooi kunnen opruimen en dat we ons geen zorgen hoeven maken. Het tegendeel is het geval volgens Zacharia. Niet dat de profeet de crises die we nu hebben heeft voorspeld, want profeten voorspellen niet, ze spreken de waarheid. En de waarheid is dat als je niet meer de weg van God bewandeld als volk je dan rampspoed op rampspoed zal tegenkomen. Dat was zo in de dagen van Zacharia, de stad werd ingenomen, de huizen geplunderd en de vrouwen verkracht, de helft van de inwoners werd in ballingschap weggevoerd, we maken nu zoiets opnieuw mee in de banken en pensioenfondsen. Maar dat is niet het einde van het verhaal. Als mensen in nood komen, als de mannen in de deftige pakken in de gevangenis zijn verdwenen of op de vlucht gejaagd dan kruipen de overgebleven mensen bij elkaar. Dan herinneren ze zich weer dat ze moeten delen van wat ze hebben om te kunnen overleven. Dat elk voor zich leven en graaien en grijpen alleen maar voert tot de dood. Daarom kan Zacharia zeggen dat de weg van Heer weer de overhand zal krijgen. Dan zal iets gewoons als de landbouw, de Olijfberg, een bergketen worden die bescherming biedt, wij weten dan weer dat het niet gaat om flatscreens en golfbanen, maar om graan en groente. Dan herkennen we weer dat de hele wereld er eigenlijk om draait dat iedereen te eten heeft, van Jeruzalem tot aan de Asel. Dat zijn best duistere tijden, maar als het donker het sterkst wordt dan gaat ons weer een licht op. Dan kan de wereld weer een paradijs worden. In het verhaal over het paradijs, de tuin waarin de mensen met God wandelden, werd verteld dat die tuin door twee rivieren omringt werd, hier wordt verteld dat er uit Jeruzalem twee rivieren ontspringen. God zal dan echt koning worden over de hele wereld. Overal zal het delen met elkaar, je naaste liefhebben als jezelf, als eerste regel gelden, liefde zal het leidend beginsel voor de volken zijn. Daarom kan er gezegd worden dat Jeruzalem hoog verheven zal zijn. Daar werd immers die Wet bewaard, gegraveerd op harde rotsen, onuitwisbaar in het hart van de wereld. Dat principe van de liefde voor allen is niet stuk te krijgen. Dat principe is te zien in de zorg voor de zwaksten, de minsten op de aarde. En het allermooiste is dat we allemaal mee mogen doen, niet op een dag in een onzekere toekomst, maar vandaag nog, het begint vandaag voor ieder die mee wil werken.

Zwaard, ontwaak!

woensdag, 17 december, 2008

Zacharia 13:7-9

Soms lijkt de Bijbel maar een bloederig geschrift. Een aantal van de teksten zoals we die vandaag lezen achter elkaar en je kunt een Fitna film maken. Met behulp van gelijksoortige teksten uit de Koran is immers de film Fitna door Geert Wilders gemaakt. En als je je vijanden zwart maakt ben je snel vriend met de vijanden van jouw vijanden. Geert Wilders werd in Israël dan ook met open armen ontvangen. Maar het land zou te klein zijn als iemand een film maakt over de oproep die Zacharia aan God toeschrijft om de wapens op te nemen en de leider van het volk, ja het parlement om te brengen. Want dat staat hier : “Dood de herder. ” We zijn gewend dit soort oproepen tot geweld te veroordelen. In dit gedeelte gaat het zelfs verder want de orde in de samenleving moet worden omver geworpen, het volk moet in verwarring worden gebracht en weerloos rondlopen zodat twee derde van het volk kan worden gedood. De gemiddelde terroristische organisatie zal watertandend naar een film over dit Bijbelgedeelte kijken. Lezen we dat dus wel goed? Moeten we ons de ogen uitwrijven omdat we de Bijbel altijd verkeerd hebben gelezen? Jazeker. Als je geloofd dat de teksten uit de Koran zoals die verfilmd zijn door Geert Wilders ook werkelijk de Koran hebben weergegeven dan zou je ook zomaar kunnen denken dat je de woorden van Zacharia goed hebt gelezen en verstaan. Maar beide is onjuist. Wat Geert Wilders in de Koran meent te lezen staat er niet en zijn film slaat dan ook nergens op. Net zomin staat die oproep tot geweld en anarchie hier in Zacharias en alle beroepen die in de geschiedenis op dit Bijbelgedeelte werden gedaan om religieus geweld te rechtvaardigen waren ten onrechte. Wat hier geschetst wordt is de radicale omkeer die een volk moet doormaken om weer een volk van God te worden. Dat is een revolutie die met pijn gepaard gaat. Later zou het een wedergeboorte genoemd worden. Volgens Jezus van Nazareth zouden kinderen tegen hun ouders opstaan en als er twee op het land samen aan het werk zijn zou er maar één overblijven. Gelouterd heet dat, als goud dat weer zuiver wordt gemaakt en waaruit alle verontreinigingen verwijderd zijn. Dan blijft er een volk over dat als enige Heer de God van Israël erkent. De God die zegt dat je je naaste moet liefhebben als jezelf, dat je moet delen van wat je hebt met de minsten, dat je moet zorgen voor de zwaksten. Dat je dus niet mag doden en geen vals getuigenis mag afleggen. Dat zijn het soort onzuiverheden waarvan een volk gereinigd moet worden. Wij kunnen daar alvast mee beginnen door het goede te doen, te zorgen voor armen en de vreemdelingen in ons midden ook echt op te nemen. Dan beginnen we met het zuiveren van slechte gewoonten.

Ik ben helemaal geen profeet

dinsdag, 16 december, 2008

Zacharia 13:2-6

Profeten hebben in de geschiedenis van Israel een grote indruk gemaakt. Iedereen wilde op een gegeven moment wel profeet zijn want daarmee waren geld en aanzien te verdienen. Toen de Koningen Achab en Jochanan van Noord en Zuid Israel ten strijde wilden trekken tegen de koning van Assyrië hadden ze wel 300 profeten ingehuurd om hen een goede afloop te voorspellen. Alleen de profeet Micha moest toegeven dat ze misleid werden omdat de God van Israël wilde dat Achab in de strijd zou omkomen. Heel langzaam was de functie van profeet daardoor in discrediet geraakt. Niet langer werden mensen meegenomen op de weg van de God van Israël, de God die hen bevrijdt had uit Egypte en in de woestijn de weg gewezen had waarlangs het volk een volk van God zou kunnen worden en blijven. De mensen waren meer en meer voor zichzelf aan de slag gegaan. De Wet van eerlijk delen, van je naaste liefhebben als jezelf was vergeten. Vlak bij Jeruzalem, in de vlakte van Meggido kon je elk jaar het gehuil horen om Hadad-Rimmon, de Kanaänitische god van de plantengroei en de vruchtbaarheid. Die god stierf elk jaar in de droge en hete zomer van Kanaän en stond weer op in de herfst. Het “heengaan” van deze god ging gepaard met massale rouwdiensten. Dit soort afgoderij was zo bekend in Israël dat de profeet Zacharia het niet eens uit hoeft te leggen als hij daarheen verwijst. Geen wonder dat de liefde voor profeten was omgeslagen in haat. Godsdienst was iets voor de show en de geldbuidel. Wat dat betreft is er tot in onze dagen niets veranderd. Oplichters worden aangegeven door hun eigen kinderen. Familieleden vragen andere namen aan uit schaamte voor de najagers van winst en profijt die ontmaskerd zijn. Pas als er werkelijk gedeeld wordt met de armen, de minsten op de aarde, wordt duidelijk wie met God wil wandelen of wie een eigen weg wil gaan. In ons land staat in de politiek de ontwikkelingssamenwerking ter discussie. Dat miljoenen mensen dreigen om te komen door hongersnood speelt daarbij geen rol, of er geld genoeg is om nog een rijbaan langs een snelweg aan te leggen is de vraag van hen die de zorg voor de armsten afwijzen. In het gedeelte van vandaag uit het boek van de profeet Zacharia staat dat ouders hun kinderen zullen doorboren als ze het wagen toe te geven profeten te zijn. Zelfs de striemen op de rug die profeten in extase zichzelf hadden toegebracht moeten ontkend worden en geduid worden als de striemen van slaven. Bij ons is het nog niet zo ver dat mensen hun SUV verbergen onder een hooiberg om de wraak van de armen te ontlopen. Laten we het niet zover laten komen door iedereen op te roepen en mee te slepen in het delen met de minsten op aarde.

Hun verdriet zal bitter zijn

maandag, 15 december, 2008

Zacharia 12:9-13:1

Er zijn zo af en toe mensen in de Bijbel die niet worden wat ze zouden moeten worden. Ze lijken te verdwijnen in het duister van de geschiedenis en de veelheid van verhalen. Maar onverwacht kunnen ze toch weer opduiken. Vandaag lezen we over twee van die mensen. Velen zullen hun namen nauwelijks kennen. Simi en Natan. Nu kennen we een Natan de profeet, maar die wordt hier niet bedoeld en die Simi kennen we beter als Simei en dan nog, wie kent nu nog dat verhaal van dat stenengooiende jongetje. Het verhaal van vandaag vertelt ons dat bij God mensen nooit vergeten zijn. Altijd weer komt er voor mensen, of hun nakomelingen, een dag dat de geschiedenis als het ware opnieuw begint. In de Bijbel is dat niet het moment dat de natuur zich hernieuwt, dat de winter overgaat in de lente, maar het omgekeerde is het geval, zoals de winter overgaat in de lente komt er voor de verdrukten, de vergeten mensen, de zwaksten en de minsten een moment dat de geschiedenis zich omkeert en zij boven komen drijven. Het kwaad dat mensen is aangedaan zal worden berouwd. Hier gaat het om de doorboorde en veel en veel later zal men dit verhaal citeren als het gaat over Jezus van Nazareth en hoe die zijn verhaal door droeg door de dood heen. Ook Jesaja had het al over een doorboorde gehad die gewroken zou worden. Mensen krijgen spijt van hun wreedheden. Ze leren vaak dat het helemaal anders moet. Kindsoldaten worden leraren die weeskinderen onderwijzen zo zien wij in onze dagen. Dat gaat niet vanzelf, daarvoor moeten we veel geld en ondersteuning in projecten steken die hen de kans geven. Maar de geschiedenissen van Simi en Natan leren ons dat het niet vergeefs hoeft te zijn. Simi was de jongste zoon van Saul. Toen Saul en de broers van Simi de dood op het slachtveld hadden gevonden bleef Simi niet anders dan uit woede stenen te gooien naar David. David had medelijden met hem en zo kon Simi een familie stichten en nakomelingen krijgen. Met Natan gebeurde net zo iets, hij was een zoon van David maar kreeg nooit het recht op troonsopvolging. Toch ging zijn nageslacht niet verloren. In het geslachtsregister van Jezus van Nazareth zoals Matteüs dat opgeschreven heeft komt hij voor al was er ooit over hem verteld dat hij als baby al gestorven was. Hier in dit bijbelgedeelte komt hij dus ook voor, daar waar verteld wordt dat de zwaksten sterk worden als David, dat alle volken uitgeroeid worden die zich niet aan de Wet van eerlijk delen willen houden en die Wet van de aardbodem willen wegvagen. Die weerstand zal de bron worden van mededogen en inkeer. Wanhoop dus niet als mensen je voor gek verklaren als je vasthoud aan recht en gerechtigheid, aan het voeden van hongerigen, kleden van naakten, bezoeken van gevangenen, en opnemen van vreemdelingen. De dag zal komen dat er een omkeer komt, een dag waarop de armen bevrijdt zullen worden.

De zwakste onder hen zal zo sterk zijn als David

zondag, 14 december, 2008

Zacharia 12:1-8

Vandaag geen voorspelling van een profeet maar een belofte. Er is nog al vaak gezocht naar een gebeurtenis na Zacharia die er op zou wijzen dat de voorspelling van Zacharia zou zijn uitgekomen. Maar die gebeurtenis is nooit gevonden. Heeft de profeet het dan bij het verkeerde eind? Welnee, het is geen voorspelling en wie de profeten leest als voorspellers heeft het niet goed begrepen. Wat de profeet het volk van Israel voorhield houdt de Bijbel vandaag ook ons voor. En we hebben die boodschap maar al te hard nodig in onze dagen. Alles om ons heen hebben we en weten we immers te waarderen omdat we het lief hebben. Wie heeft nu niet de blauwe hemel met de witte wolken lief, wie kan nu niet genieten van alles wat de aarde aan goed te bieden heeft en wie heeft nu niet het leven lief. Alle liefde komt van God en alles wat we lief hebben kregen we van God. Maar die liefde dreigt onder de voet te worden gelopen. Door die liefde weten we te delen met onze naaste, degene die we liefhebben als onszelf. Daarmee volgen we de Wet die in Jeruzalem wordt bewaard, de Wet waar alle volken zich aan zouden moeten spiegelen, ze moeten zich naar Jeruzalem wenden. Maar Jeruzalem dreigt onder de voet te worden gelopen. In plaats van delen met elkaar proberen de volken elk voor zichzelf te zorgen en elkaar daarvoor te gebruiken en te misbruiken. De profeet belooft nu dat de volken zich zullen vertillen aan de poging om de liefde tussen de volken uit te bannen. Juist als de pogingen het sterkst lijken dan kijkt God met liefde naar zijn volk, dan kijken mensen met liefde naar de slachtoffers, daar waar de Wet van eerlijk delen geldt daar ligt onze kracht. Dan gaat er een licht op over de minsten, een licht dat ook warmte geeft, het licht van de liefde, dan wordt er gedeeld van wat er is. Daarvoor heb je geen grote machtige steden voor nodig, geen machtige landen, dorpen, kleine leefgemeenschappen zijn daarvoor genoeg. Daar waar mensen elkaar nog kennen en bereid zijn voor elkaar in te staan zal het beginnen. Het verhaal van recht en gerechtigheid zoals dat in het verhaal van Koning David werd verteld zal het leidend verhaal zijn. Dan zullen de zwaksten net zo sterk zijn als David. Dat is een belofte waar we ons aan kunnen vasthouden. Nu de leiders van de wereld bezig zijn hun financiële systeem te redden en geen oog lijken te hebben voor de geldwoestijnen waarin miljoenen armsten van de wereld leven. Nu economische en financiële crises de voedselcrisis overschaduwen kunnen we met verdubbelde ijver streven naar eerlijke handelsverhoudingen waarin echt iedereen mee kan doen en ook de armsten in de wereld tot hun recht komen. Juist in deze donkere dagen van economische onzekerheid kunnen we het licht laten schijnen van eerlijk delen, recht doen aan mensen en iedereen mee laten doen.

Recht en vrede begroeten elkaar

zaterdag, 13 december, 2008

Psalm 85

Vandaag zingen we een lied dat in twee delen uit elkaar valt. Eerst is er een gebed van het volk, dan klinkt de verkondiging van de boodschap van de Bijbel. Je hoort het op deze manier ook in veel kerken. De gemeente bidt samen en dan wordt de boodschap verkondigd. Maar wat wordt er dan gebeden en wat wordt er dan verkondigd. Een heel andere vraag is natuurlijk wat we er aan hebben. Het was in elk geval een lied dat in de Tempel gezongen werd. Het kwam van een zanggroep in de Tempel, de Korachieten. In de Tempel werd de Wet van eerlijk delen bewaard. Wij hebben het vaak over een Tempel van God maar een beeld van God was er niet te vinden, alleen die Wet. Volgens de Wet moest elke gelovige een paar keer per jaar naar de Tempel om daar samen met de familie, de armen, de vreemdelingen en de dienaren van de Tempel een maaltijd te houden. Deden ze dat dan zou God weer voor hen zorgen. Iedereen snapt wel dat het houden van die Wet gemakkelijk mis kon gaan. Alles delen wat je hebt, je naaste liefhebben als jezelf, zorgen voor de armen en de zwakken in de samenleving, de vreemdelingen opnemen, het is maar aan weinigen gegeven om daar dag in dag uit voortdurend mee bezig te zijn. Daarom die maaltijden bij de Tempel, dan kon je weer opnieuw beginnen. En daar gaat in dit lied het gebed over. In het verleden was God wel eens boos op zijn volk geweest maar iedere keer als het zich weer tot de Wet van eerlijk delen had gewend was God een nieuwe weg met het volk ingeslagen. Dat mag dus gerust nog eens gevraagd worden. En dan volgt de boodschap, het verhaal van de Bijbel. Je mag er van uit gaan dat God vrede wil, dat God zorgt voor mensen die de vrede willen stichten, die goed willen doen, die trouw willen blijven aan de zorg voor de minsten, die zorgen dat gerechtigheid en vrede elkaar ontmoeten. Dat er dus recht wordt gedaan aan mensen zonder ze te onderdrukken. Dat recht voor mensen daar gaat het per slot om. En wat hebben we daar vandaag nog aan? Nou, dat er oorlog is hoeft ons niet tegen te houden om vrede te stichten. Er is altijd oorlog geweest en misschien zal er nog heel lang van tijd tot tijd oorlog uitbreken. Vast staat dat als wij mee willen doen in het verhaal van God wij in elk geval vrede willen stichten. En ook dat er honger is hoeft ons niet tegen te houden. De honger in ons eigen land brengt ons bij de voedselbanken om hen te steunen, donateur worden kan nog nog steeds, de voedselcrisis in de wereld brengt ons bij de Fair Trade winkels om te helpen eerlijke handelsverhoudingen voor elkaar te krijgen, en bij de organisaties die de directe honger kunnen stillen. Dat het tot nu toe altijd mis is gegaan hoeft ons niet tegen te houden opnieuw te beginnen met gerechtigheid en vrede, we kunnen elke dag opnieuw beginnen, we mogen elke dag opnieuw beginnen, al zingend.

Hij was inderdaad ziek

vrijdag, 12 december, 2008

Filippenzen 2:19-30
 
Soms staan er in de Bijbel van die schijnbaar onbelangrijke mededelingen. Wie was nu die Epafroditus? Op internet wordt er vaak naar hem gezocht. Timotheüs kenden we net als Paulus uit het boek van Lucas dat we de Handelingen van de Apostelen noemen. Het verhaal over de zendelingen die er door Jezus van Nazareth op uit waren gestuurd en waarvan voor Lucas uiteindelijk Paulus de belangrijkste zou worden. Maar al in de Handelingen lazen we dat Paulus niet in z’n eentje rondreisde. Eerst ging hij op pad met Barabas en daarna met Timotheüs. Lucas ging overigens ook mee en ook deze Epafroditus hoorde kennelijk tot het gezelschap. Die Epafroditus wordt alleen in dit Bijbelgedeelte genoemd. Hij kwam kennelijk uit Filippi. Voor de mensen in Filippi was die Epafroditusdus  een bekende. Paulus had er gepreekt, Thimotheüs ook en kennelijk had ook die Epafroditus er een diepe indruk gemaakt. Het gerucht van zijn ziekte had de gemeente danig verstoord. Geen wonder want het verhaal begon met de gevangenschap van Paulus en Timotheüs. Dat was overigens mooi dat ze die Epafroditus zo hoog hadden dat ze zich ongerust over zijn ziekte haddden gemaakt. Zelf vond die Epafroditus dat kennelijk niet, want hij maakte zich ongerust over de onrust er over in de gemeente. Het past bij de vermaningen die je bij Paulus voortdurend terug leest niemand uitmuntender te achten dan jezelf  en jezelf niet beter dan een ander. Kennelijk moet je eventuele persoonsverheerlijking ook nog actief bestrijden. Geen wonder dus dat we die Epafroditus vergeten zijn want welke prediker is er nu op uit om persoonsverheerlijking te bestrijden. Ja zo iemand als Roger Schütz van Taizé die altijd naar de gemeenschap van broeders wees als het over de kloostergemeenschap van Taizë ging. Ook in de preken van Martin Luther King, en er zijn genoeg bandopnamen bewaard, hoor je dat hij bij voortduring wijst op anderen die de rassendiscriminatie bestreden en daarmee het werk van het Koninkrijk van God deden. Maar velen staan toch onder invloed van de Romeinse geestelijkheid. Paus, Kardinalen en Bisschoppen laten zich door kleding en optreden graag op een voetstuk zetten. Niks geen ongerustheid over mogelijke persoonsverheerlijking. Epafroditus werd ziek door zijn werk voor de wet van God en als werker moet hij in ere worden gehouden. Je kunt er nog wat van leren. Zelfs vandaag nog als het gaat om het bestrijden van persoonsverheerlijking. In een tijd van Idols en dagelijkse wedstrijden om ergens de beste in te zijn zeker een waarschuwing. Er is zelfs een wedstrijd in wie de beste preek kan leveren, de preek van het jaar. Voor de Bijbel gaat het er niet om wie de beste is maar wie de beste resultaten heeft in het Koninkrijk van God, waar de minsten voorop staan en de zwaksten het belangrijkst zijn. Aan mensen die daarvoor hun eigen leven opzij zetten kunnen we een voorbeeld nemen.