Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor december, 2008

Toen blies hij de laatste adem uit

woensdag, 31 december, 2008

Genesis 49:22-33

Op deze laatste dag van het jaar lezen we over de dood van aartsvader Jacob. Hij had zijn zonen allemaal weer terug, kon dromen van een prachtige toekomst voor zijn nageslacht en had zijn leven zo geleefd dat die toekomst er ook inderdaad zou komen. De God van zijn grootvader Abraham en zijn vader Izaak was met hem meegetrokken en zijn lievelingszoon Jozef had de belangrijkste plaats ingenomen onder zijn zoons. Met een loflied op Jozef begint dit gedeelte dan ook. Maar ook Jozef moet beseffen dat het niet allemaal vanzelf is gegaan. De belagers die geprobeerd hadden Jozef om te brengen of te vernederen hadden uiteindelijk geen resultaat gezien, maar dat lag niet aan Jozef zelf maar aan God. Ofwel, ons wordt geleerd het leven te nemen zoals het komt, in goede en in kwade dagen. Het enige dat ons rest is het goede te doen en niet dan het goede en daarmee de weg te volgen van de God van Jacob, de Herder van Israël. Van de God die zegt dat je van je naaste moet houden als van jezelf komen de zegeningen, komt het goede. De grootste zegen is natuurlijk dat je er mag zijn voor de minsten onder ons, dat mocht in het afgelopen jaar en dat mag ook weer in het komend jaar. De vrede is met het kerstfeest weer niet uitgebroken, in de Gazastrook is de oorlog harder en wreder dan lange tijd. En de Gazastrook is niet het enige deel van onze wereld met oorlog en geweld. Er is dus genoeg te doen voor de vredestichters onder ons. Ook de hongerigen zijn er nog genoeg, gevoed moeten ze worden en ondertussen zullen we toch iets moeten doen aan de voedselcrisis. Tenminste onze stem verheffen zodat die crisis niet ondersneeuwd in de financiële en economische crises die ons wellicht treft, maar als je iemand kan laten vertrekken met een ontslagpremie van 8 miljoen euro dan zijn we nog lang niet arm. Ook de naakten, de mensen zonder kleding, zonder huis, zonder veilige plaats, zijn er nog te veel in onze wereld. Ze zullen er ook het nieuwe jaar nog zijn. De vredesbeweging, de Fair Tradebeweging, Amnesty International, Vluchtelingenwerk en al die andere vrijwilligersorganisaties die mensen nodig hebben om ver weg en dicht bij die mensen te helpen die dat nodig hebben zullen er ook in het komende jaar zijn. Maar zelfs van de kleinste en geringste stam van Israël, Benjamin wordt gezegd dat het een verscheurende wolf is. Laat je dus niet weerhouden door een geringe macht of weinig capaciteiten. Doe wat je kunt en dat zal genoeg zijn, neem anderen mee want alleen samen kan de wereld worden veranderd. Jacob wilde begraven worden bij zijn voorouders in het land dat ze zelf gekocht hadden. In die traditie hoorde hij thuis en zelfs na zijn dood maakte hij voor die traditie reclame door zijn begraafplaats daar te kiezen. Als zelfs een dode reclame kan maken voor God, kunnen wij levenden dat het komende jaar dan ook niet?

Aan de zee zal hij wonen

dinsdag, 30 december, 2008

Genesis 49:13-21

De beschrijving in dit gedeelte van het lied volgt wat er over de stammen Zebulon, Dan, Gad, Aser en Naftali wordt verteld in de boeken Jozua en Rechters. In die boeken kunnen we lezen hoe elk van die stammen in de geschiedenis van Israel ook zo hun eigen rol hebben gespeeld. Ze hadden soms zelfs een eigen heiligdom, meestal zonder beeld zoals het in de godsdienst van Israel hoorde. Dit lied laat de oorsprong van deze stammen dus terug gaan op Jacob, als er soms mensen zouden twijfelen of ze wel echt bij Israël horen dan hoeven ze dit lied maar te horen zingen. Veel volken hebben verhalen en liederen over hun oorsprong en geschiedenis. Als je er ingeburgerd bent dan hoor je die te kennen. Wij grijpen graag terug op de 80 jarige oorlog. Een godsdienstoorlog waarbij Rooms Katholieken door Protestanten maar eerst Protestanten door Rooms Katholieken werden gemarteld en vermoord. Moorden in de naam van de ware godsdienst. Alleen de leider van de opstand, Willem van Oranje, voerde een oorlog om gewetensvrijheid en godsdienstvrijheid. Van democratie was in het begin geen sprake. Een echte democratie werd in ons land pas in 1922 ingevoerd toen alle  volwassen mannen en vrouwen mochten kiezen en gekozen konden worden. Dat het zo lang heeft moeten duren willen we graag voor het gemak maar vergeten. Slechte kanten van een geschiedenis worden altijd graag vergeten. Lees in het boek Rechters maar eens na hoe die lui van Dan ooit een Priester ontvoerden en hun eigen heiligdom hadden gesticht. Wij beroemen ons soms graag op de VOC mentaliteit. Onze eerste minister riep zelfs eens op om weer de mentaliteit te tonen waarbij men hele dorpen platbrandde en de inwoners vermoordde om de winst uit de handel veilig te stellen. De vertegenwoordigers van de VOC waren de beroerdsten niet als het ging om het opleggen van hun wil en het veilig stellen van de handelswinst. Ze moorden er in ons Indië rustig op los, tot het begin van de vorige eeuw toe. Slechts een enkele Nederlander, Multatuli bijvoorbeeld, verhief de stem tegen het onrecht in onze grootste kolonie. Ook de kerken zwegen vaak bij het onrecht omdat de bescherming door de Staatsmacht een vruchtbaar klimaat voor de zending betekende.  Dat Indië mee daardoor het grootste moslimland op aarde werd namen we kennelijk op de koop toe. In de Bijbel worden die negatieve bladzijden uit de geschiedenis van Israël niet verzwegen. De geschiedenis wordt daarin beschreven als een verhaal over wel naar God luisteren, wel denken om de minsten en de zwaksten, of niet naar God luisteren, voorrang geven aan eigen macht en rijkdom. Ook onze geschiedenis laat zich op dezelfde manier beschrijven en voor ons is de vraag dan ook: aan welke kant staan wij in die geschiedenis. Aan de kant van de zwaksten en de minsten of aan de kant van eigen winst en eigen volk eerst. De Christelijke mentaliteit of de VOC mentaliteit?

Kom hier en luister

maandag, 29 december, 2008

Genesis 49:1-12

Jacob neemt afscheid van zijn zonen. Tenminste dat is het verhaal waarin dit lied over de zonen van Jacob weerklinkt. Maar gaat het over de toekomst van de jongens zelf? Als je nauwkeurig leest dan gaat het over stammen, over volken zo je wilt. Over de eigenschappen van die volken, over de onderlinge verhoudingen. De twaalf stammen van Israel gaan terug op de zonen van Jacob. Simeon en Jozef krijgen geen eigen eigen stam maar Efraïm en Manasse nemen hun plaats in. Levi krijgt uiteindelijk een uitzonderingspositie, die hier overigens nog niet te lezen is. Ook de vervanging van Simeon en Jozef door Efraïm en Manasse vinden we hier nog niet terug. Wel dat Ruben als eerstgeborene niet de eerste erfgenaam zal zijn van Jacob, dat wordt Juda. Het gaat terug op de verhouding die Ruben had met een stiefmoeder, één van de twee slavinnen die naast Lea en Rachel aan Jacob zonen had geschonken. Levi en Simeon hadden  bovenmatig wraak genomen op de mannen van Sichem die hun zuster Dina hadden verkracht, schuldigen en onschuldigen hadden ze vermoord uit wraak. Vast staat dat Juda de leiding zal krijgen over de 12 stammen. Hoe lang blijft onzeker, het Hebreeuws is daar niet duidelijk. Vertalers zitten met de handen in het haar. Dat Juda niet voor eeuwig en altijd de leiding zou hebben staat in elk geval vast. Duidelijk is dat het hier geen toekomstvoorspellingen betreft maar een lied over de afkomst van het volk. Het is een beetje als ons Wilhelmus. Een volkslied van 15 coupletten waarvan we er maar  twee zingen, meestal zelfs maar één. En dat is net zo’n raar lied als dit lied van Jacob. We zijn toch niet van Duitse bloed, we komen niet uit Naussau en met een prinsdom in Frankrijk hebben we ook niets te maken net zo min als we de Koning van Spanje altijd geëerd hebben. Dat volkslied van ons gaat niet over nu, of over onze toekomst maar over het ontstaan van ons volk. Toen gewetensvrijheid en de vrijheid om te geloven wat je zelf wilt zo belangrijk waren dat we ons vrijgevochten hebben van vreemde overheersing. Wij willen daar nog steeds aan herinnerd worden. Inburgeren in ons land betekent altijd dat je die vrijheid van godsdienst en van opvatting voor iedere individuele burger respecteert en niemand je eigen geloof of opvattingen met geweld wil opleggen. Zo wilde het volk Israel altijd herinnerd worden aan de afstamming van Jacob, met de goede en de kwade kanten. Want afstammen van Jacob betekende de lijn voortzetten met de God van Abraham, Izaak en Jacob. Die God zou immers meetrekken met de volken die voortkomen uit Abraham, als je tenminste het houdt met die God en je naaste liefhebt als jezelf. Op die manier mogen wij ook meetrekken met diezelfde God.

Niet zo, vader!

zondag, 28 december, 2008

Genesis 48:17-22

We willen het vaak zo graag goed weten, de regels navolgen. Jozef wil dat ook, de oudste heeft de eerste rechten nietwaar. In het erfrecht heeft dat ook bij ons lang gegolden. Net als bij troonopvolgingen. Die mochten vroeger ook alleen maar van vader op zoon overgaan. In sommige landen is dat nog steeds zo. Alleen als er geen zonen meer zijn dan verandert men dat en mogen ook dochters op de troon. Maar nog steeds gaat de oudste eerst. In de Bijbel gaan de dingen anders. “Zijn woord wil deze wereld omgekeerd” schreef de dichter Huub Oosterhuis eens in een lied. En die regel vindt je op veel plaatsen in de Bijbel terug. Ook Jacob was niet de oudste en ook Jozef niet. En ook de vader van Jacob, Izaak, kwam na Ismael maar werd toch de opvolger van Abraham.  Ook de volgorde van de zonen van Jozef wordt hier omgedraaid. Voor latere generaties verklaarde dat waarom de ene stam groter en belangrijker was geworden dan de andere. In onze dagen klinkt dat toch wel heel eigenaardig. Krampachtig wordt op alle terreinen naar de eerste de beste gezocht. Idolen worden geschapen, de beste politicus, het mooiste tv fragment, de leukste radioopname, het beste ziekenhuis, de lekkerste oliebol. Van alles waar er meer van zijn wordt de rangorde bepaald. In de Bijbel gaat de aandacht uit naar nummer twee, eigenlijk zelfs naar nummer laatst. Daar gaat het om de minste, om de mens die achteraan komt, die aan de kant is gezet, die niet meer meekan. Want als je echt een volk wil vormen dan kom je er niet met al die nummers één. De strijd om de nummer één brengt ook onrecht mee. In de sport kennen we het afschrikwekkende voorbeeld van de doping. Van sporters die tijdens het leveren van een topprestatie dood neervallen of die na hun sportcarriéres lichamelijke wrakken zijn geworden. Een tak van sport als wielrennen dreigt zelfs door alle bedrog en onrecht aan de kant geschoven te worden. Maar ook de kredietcrisis is ontstaan door de strijd om de eerste de beste te worden. Met grote bonussen werden de leiders van banken verleid om steeds maar meer winst te genereren. Sommigen konden de verleiding niet weerstaan om onverantwoorde beslissingen te nemen. Een enkeling blijkt nu zelfs op grote schaal fraude te hebben gepleegd. Het komt allemaal voort uit de drang de eerste te willen zijn en geen oog meer te hebben voor de minsten. Zo is het ooit wel verpakt. Ook mensen zonder geld moesten een huis konden kopen. Dat je als overheid moet zorgen dat mensen zonder geld gewoon goed kunnen wonen kwam daarbij niet op. Zorg voor elkaar staat in de Bijbel centraal, als dat uit het oog verloren wordt, dat gaat het volk verloren. Dat is de kern van het verhaal van Jacob, zijn wens is dat zijn kleinzoons dat niet uit het oog zullen verliezen, die wens geldt ook ons.

zaterdag, 27 december, 2008

Genesis 48:8-16

Als je jong bent sta je er niet zo bij stil. Maar als je ouder wordt merk je toch dat het soms mooi is als je naam voortleeft. Dan gaat het niet zozeer letterlijk om je naam maar om waar je naam in hebt gemaakt, waar je voor staat. Je normen en waarden zeggen sommige mensen tegenwoordig. Die bedoelen dan niet jouw normen en waarden maar die van zichzelf, die leggen ze dan graag op aan anderen. Maar dat wat jij vindt, hoe jij de wereld zou willen zien, doorgeven aan volgende geslachten is iets waardevols. Jacob doet dat ook, hij doet dat in de vorm van het zegenen van Jozef en zijn zonen, zoals hij zelf ooit gezegend was door zijn vader Izaak, niet helemaal overigens want hij had Izaak doen geloven dat hij Ezau was. Maar ook hier draait Jacob de volgorde van de dingen om. De eerstgeborene wordt de laatste, omdat hij zijn handen omdraait. De zegen die hij uitspreekt is een kleine samenvatting in dichtvorm van het hele boek Genesis. Abraham en Izaak trekken nog eens voorbij net als het leven van Jacob met alle tegenslagen en de God die voortdurend met hen is meegetrokken. Het goede dat van hen uit mag gaan, de zegen, is het uitroepen van de naam van Jacob, van Abraham en Izaak ook, met andere woorden, in hen mag voortleven het ideaal waarvoor ooit Abraham zijn stad en vaderhuis had verlaten. Het ideaal dat vruchtbaarheid niet aan goden moet worden overgelaten maar dat je zelf vruchtbaar mag zijn, zoals Jozef vruchtbaar werd en Jacob zelf door vol te houden met zijn liefde. Het gebod tot vruchtbaar zijn begint al in het begin van het boek Genesis. Maar tot vandaag de dag laten wij onze vruchtbaarheid graag van anderen afhangen. De directeuren, de ondernemers, de politici, zij moeten er voor zorgen dat onze welvaart toeneemt. Dat ze dat alleen kunnen doen ten koste van anderen, desnoods ten koste van onze kinderen en kleinkinderen lijkt ze niet te deren. In het boek Genesis lees je hoe heel langzaam mensen ontdekken dat de liefde een grote rol speelt en dat delen met elkaar onvermijdelijk is. Je als vreemdeling opstellen zoals Abraham deed maakt dat je buren je gaan respecteren. De liefde volhouden door alles heen zoals Jacob deed toen hij Rachel wilde trouwen, leverde een groot gezin en veel rijkdom op. Vertrouwen blijven houden in dromen van het goede zoals Jozef deed leverde hem de hoogste positie in Egypte op en leverde uiteindelijk het leven op niet alleen voor de Egyptenaren maar ook voor zijn eigen volk. Zo ben je pas vruchtbaar vertelt ons dit verhaal, vertrouwend op de belofte van God voor een rechtvaardige wereld en delend met elkaar van wat je hebt.

Efrat is het huidige Betlehem

vrijdag, 26 december, 2008

Genesis 47:28-48:7

Zo rond de kerstdagen vragen mensen zich nog wel eens af waarom we eigenlijk zingen van het veld van Efrata. In het Nieuwe Testament komt de naam immers niet voor. En met kerst wordt toch altijd het verhaal uit het Evangelie van Lucas gelezen en soms gepreekt uit het Evangelie van Johannes, maar Efrata klinkt niet door in die Bijbelverhalen. Bethlehem wel, het huis van het brood. Dat was het dorp waar Koning David vandaan kwam. En omdat Jozef en Maria afstammelingen van David waren gingen ze terug naar Bethlehem. Daar in de buurt lag dus ook Rachel begraven, de moeder van Jozef en Benjamin. Daar wilde ook Jacob begraven worden lezen we vandaag. Dat was het land dat aan Abraham en zijn nageslacht beloofd was, een belofte die aan Jacob herhaalt was. Jacob had goed door dat ze niet in Egypte thuis hoorden. Jozef had daar wel een zeer hoge positie gekregen en zijn broers en de rest van het volk had een prima plaats om te wonen gekregen maar ze hoorden er niet thuis. Ook het nageslacht van Jozef niet. De zonen van Jozef kregen een bijzondere positie, Efraïm en Manasse, de zonen van de dochter van een Egyptische priester waarmee Jozef was getrouwd, werden op één lijn gesteld met de zonen van Lea, Ruben en Simeon. En waarom? Omdat Jozef zo graag nog meer zonen zou hebben gehad met Rachel, zijn vrouw die al gestorven was toen hij nog maar net Kanaän was binnengetrokken. De vrouw die dus bij Bethlehem begraven lag. Veel later zou zij nog een rol vervullen in het verhaal dat Matteüs zou vertellen over de dagen rond de geboorte van Jezus van Nazareth. Maar Jacob herkent hier de belofte van God om een groot nageslacht te krijgen in zijn kleinkinderen en geeft dat ook aan zijn kleinkinderen door. In onze dagen is de band tussen grootouders en kleinkinderen vaak groter. We leven langer en we genieten meer van ons pensioen en dus hebben grootouders vaak meer tijd voor hun kleinkinderen. Ze worden door de staat zelfs betaald als ze op hun kleinkinderen passen zodat hun ouders kunnen werken. Jammer alleen dat bij echtscheidingen de band tussen grootouders en kleinkinderen geen rol kan spelen. Maar als grootouders een goede band hebben met hun kleinkinderen hebben ze dus ook de kans om de belofte van een rechtvaardige wereld door te geven. Om hun kleinkinderen te leren en voor te leven wat het is om van je naaste te houden als van jezelf. Als je kinderen hebt en ouders mag je je ouders gerust vragen dat aan hun kleinkinderen door te geven. Als jezelf kleinkind bent vraag je grootouders nog maar eens hoe dat zit, zij kennen de oude verhalen nog.

Alles is erdoor ontstaan

donderdag, 25 december, 2008

Johannes 1:1-18

Het eerste hoofdstuk van het evangelie naar Johannes wordt meestal op de eerste Kerstdag gelezen, nadat in de Kerstnacht het verhaal uit Lucas 2 is gelezen. Niet zo verwonderlijk. De profeet Jesaja had ooit al eens geschreven dat een licht zou opgaan over de volken en dat als teken daarvan een kind geboren zou worden. In Jezus van Nazareth herkennen veel mensen dat licht dat nooit zal doven. Maar Johannes vertelt ons meer. Hij vertelt ons zelfs van discussies waar we misschien niets meer van weten. Er waren in zijn dagen mensen die vonden dat de God van Israël een andere God was als de God van Jezus van Nazareth. Die mensen zijn er soms nog wel, ze doen of ze Christelijk zijn maar eigenlijk verwerpen ze de Wet van eerlijk delen en je naaste liefhebben als jezelf. Johannes schrijft in de eerste zinnen van zijn Evangelie dat er helemaal geen verschil is, zoals de God van Israël zei “Er zij licht, en er was licht” zo is alles van die God uitgegaan, ook het Woord, zoals Jezus van Nazareth zich soms noemde. Het licht schijnt nog steeds in de duisternis en de duisternis heeft het nog steeds niet in haar macht gekregen. Johannes de Evangelist laat zijn Evangelie beginnen met het verhaal over een naamgenoot. We weten uit de andere Evangeliën dat die immens populair was geweest. We kunnen in het boek van de Handelingen van de Apostelen lezen dat er overal in het Romeinse Rijk nog jaren later gemeenschappen van volgelingen van Johannes de Doper waren geweest. Johannes de Evangelist benadrukt nog eens dat deze Johannes de Doper zelf de bevrijder niet was. Maar Jezus van Nazareth was dat wel. Hij werd weliswaar ook niet herkend, maar die mensen die in hem zijn gaan geloven zijn kinderen van God geworden. Tegen al die aanhangers van Johannes de Doper vertelt Johannes de Evangelist nu dat de man over wie Johannes de Doper sprak Jezus van Nazareth was. Johannes de Doper deed weer dezelfde oproep als de profeet Jesaja, om van het volk weer een volk van recht en vrede te maken, om zich af te keren van collaboratie met de Romeinen en van oorlog met de Romeinen, maar de Weg van God te gaan, de Weg van je naaste liefhebben als jezelf. Wat dat betekent kunnen we leren uit het leven van Jezus van Nazareth., vol van goedheid en waarheid. De Wet van je naaste liefhebben als jezelf was er al sinds de dagen van Mozes, maar wat die Wet betekende en hoe je die zou kunnen naleven zelfs door de dood heen werd  duidelijk door Jezus van Nazareth. Er ging de mensen dus toen letterlijk een lichtje op. Nu weten we wat hongerigen voeden, naakten kleden, zieken verzorgen, gevangenen bezoeken, zorgen voor de minsten onder is. Maar weten is niet genoeg, doen daar komt het aan. Dankzij Kerstmis.

Een kind is ons geboren

woensdag, 24 december, 2008

Jesaja 9:1-6

Aan de vooravond van Kerstmis zingen we met de profeet Jesaja een stuk van het lied van het licht mee. Een tekst die veel gelezen en gezongen wordt in de Kerstnacht, de donkerste nacht van het jaar waarin we vieren dat het licht is opgegaan onder de volken. Het lied sluit aan bij het vorige hoofdtuk uit het boek Jesaja waarin staat dat de mensen moedeloos en hongerig door het land zullen zwerven. Overal heerst verstikkende duisternis, donker en somber is het, nacht overal. En dan begint de profeet het lied te zingen over het volk dat in duisternis ronddoolt en een schitterend licht ziet. Die honger en die moedeloosheid zijn de gevolgen van onrecht en onderdrukking. Dat licht is het gevolg van liefde, liefde die het recht zal herstellen en de mensen weer moed zal geven. Diepe vreugde staat er, als bij de oogst. Waarom? Omdat er een kind is geboren. In de duistere tijden van de kernbewapening en de koude oorlog hoorde je nog wel eens mensen zeggen dat ze geen kinderen wilden hebben omdat de toekomst te onzeker was en de gevaren in de wereld te groot. Dat wil je kinderen niet aandoen. Wie dan toch kinderen wil moet wel vertrouwen hebben in een goede toekomst. En er zijn altijd mensen die vertrouwen op hun liefde, op hun bereidheid alles voor elkaar over te hebben, die mensen willen ook kinderen. En juist die bereidheid alles voor elkaar over te hebben maakt dat de toekomst schitterend kan worden. Want als de tijden duister zijn dan geef je ook je kinderen de bereidheid om alles voor elkaar over te hebben door, dan zal dat van generatie op generatie doorgaan. Die kinderen zullen vrede stichten, die zullen rechtvaardigheid brengen, die zullen wonderbare raad geven in moeilijke conflicten, die zullen het beeld van God dragen zodat iedereen het beeld van God kan zien. In Israël denken ze direct aan de Koning naar Gods hart, David, die weigerde het zwaard op te nemen tegen zijn eigen volksgenoten. Die weigerde de Koning die hem vervolgde te doden. Die de Heilige Tent met de Wet van eerlijk delen weer een voorname plaats gaf in het hart van het land. Die, ondanks alle verkeerde dingen die hij deed, toch altijd weer opnieuw de Weg van God insloeg. Op die manier gaan recht en gerechtigheid weer regeren. Dan komen er in onze dagen eerlijke handelsverhoudingen, dan wordt het onmetelijke verschil tussen arm en rijk opgeheven. Dan hoeven we niet meer gewaarschuwd te worden tegen teveel delen om de rijken te beschermen. Dan gaan we de weg van God, dan zien we het licht. Ook in de donkerste nacht van voedselcrisis en economische crisis.

Overvloed en honger, rijkdom en gebrek

dinsdag, 23 december, 2008

Filippenzen 4:10-23
 
Paulus heeft het allemaal meegemaakt. En de mensen in Filippi bleven maar zorgen dat die Paulus niets tekort kwam. We hebben al gehoord dat ze goed waren in het delen, ze waren dus ook goed in het zorgen. Paulus wordt er kennelijk verlegen van want hij herhaalt maar dat hij wel voor zichzelf kan zorgen. Griekse wijsgeren stelden er een eer in om voor zichzelf te kunnen zorgen, zo waren niet afgankelijk van wie dan ook in wat ze zeiden. Paulus beroept zich op dezelfde soort onafhankelijkheid. Paulus heeft wat dat betreft ook alles al meegemaakt staat er in de brief, maar het heeft hem niet weerhouden door te gaan met het brengen van zijn boodschap.  De gemeente van Filippi was de eerste en wellicht ook de enige gemeente die Paulus ook financieël ondersteunde. Dat delen is in onze samenleving toch een stuk moeilijker.  In een samenleving waar iedereen in het verhaal van Jezus van Nazareth wil meedoen, zoals bij die groep in Filippi, valt het verschil tussen rijk en arm weg. Zelfs de dankbaarheid er voor maakt je dan verlegen is in het bovengenoemde bijbelgedeelte te lezen. Maar ook dat delen met elkaar en het zorgen voor de armsten brengt een rijkdom die niet te beschrijven is. Soms lijkt het er op dat de bereidheid om te delen in onze samenleving toeneeemt. Kindsoldaten, vluchtelingen, voedselbanken, brengen veel mensen op de been. Bijna als reactie daarop komen er berichten dat we het komend jaar wel eens armer zouden kunnen worden. Niet omdat we delen, maar omdat de rijke eigenaren en bestuurders van grote bedrijven te veel aan bonussen hebben ingepikt en omdat de bankdirecteuren naast grote bonussen ook verkeerde beslissingen hebben genomen en onverantwoorde maatregelen ondesteunden om die bonussen in de wacht te kunnen slepen. Zelfs de toezichthouder van de Nederlandse Bank geeft niet toe dat hij onvoldoende toezicht heeft gehouden en niet de armen heeft geprobeerd te beschermen maar hij waarschuwt nu voor teveel delen met de armen omdat het extra geld dat de rijksten op aarde hebben verzameld nog door de armen verdiend moet worden. Eerlijk delen is in onze samenleving bijna onbespreekbaar. Voor de gemeente in Filippi was het de gewoonste zaak van de wereld geworden. Mensen als Paulus worden er af en toe lyrisch van. Dat eerlijk delen, ondanks eventuele armoede van jezelf of tegenstand van de rijken, is het vroegste Christelijke ideaal, het is het hart van het Christelijk geloof. Wellicht dat wij dat ooit ook kunnen bereiken. Het lijkt voor het grijpen te liggen.

Doe alles wat ik U geleerd heb

maandag, 22 december, 2008

Filippenzen 4:1-9
 
 Het hoofdstuk dat we vandaag lezen heeft een paar aangename verrassingen in petto. Ook hier komen een paar vreemde namen voor van wie de meesten onder ons nog nooit gehoord zullen hebben. Euodia en Syntyche, voorgangsters, collega’s van Paulus. Vrouwen in het ambt voor het jaar 100, de brief is van voor het jaar 100, is wel even schrikken voor kerken waar eeuwenlang de mannen de dienst hebben uitgemaakt. In sommige commentaren wordt dan ook gewoon de functie van de vrouwen ontkend. Of wij hebben het volgens die commentaren niet goed begrepen of Paulus heeft het niet goed begrepen. Maar dat mannen het zelf niet goed begrepen kunnen hebben komt niet bij de geleerde schrijvers op. Paulus schrijft in een andere brief dat er in Christus geen mannen of vrouwen zijn. Dat wereldse onderscheid is verdwenen daar waar het nieuwe rijk van Jezus gaat aanbreken. Voor een gemeente die pas is ontstaan uit mensen van heel verschillende achtergronden was dat kennelijk ook even wennen, gezien de oproep eensgezind te blijven. Sommige geleerden veronderstellen dat de beide voorgangsters het lang niet altijd eens waren over de koers die de jonge gemeenschap moest volgen. Daarom ook de oproep aan Syzygus hen te helpen. De naam van Syzygus is vertaald met goede vriend zodat zijn naam uit de Bijbel die wij lezen verdwenen is. Dat mag natuurlijk, want nu is de oproep om de gemeente te helpen één te blijven en de voorgangers daarin bij te staan tot ons allemaal gericht. Discussies in een kerk zijn dus niet van de laatste tijd maar van alle tijden, daar is het zelfs me begonnen.  De oproep van Paulus om altijd verheugd te blijven kan ons vandaag weer aan het werk zetten, en met de wens dat we altijd vriendelijke mensen mogen zijn was Paulus de campagne over het korte lontje wel heel erg ver vooruit. Paulus heeft het dus niet zomaar over de blije mensen die blij zijn omdat Jezus in hun hartje woont. De Heer moet onze vreugde blijven, de enige baas op deze wereld, die alle andere heren en bazen beschaamd doet staan. De Heer die ons gezegd heeft dat de Heer dienen onze naaste liefhebben als onszelf is, die naaste zal ons dus de vreugde moeten geven waarover Paulus hier schrijft. Daarvoor mag je God vragen, het enige wat je nodig hebt is immers je dagelijks brood, daarvoor mag je God ook danken. Als je niet meer hebt na te streven dan je dagelijks brood dan heb je een vrede die alle verstand te boven gaat, een onthaasting die ruimte biedt om naar de naaste om te zien.  En Paulus somt nog eens op wat het goede is en niet dan het goede dat we zouden moeten nastreven, ook vandaag weer, alles wat edel is, wat rechtvaardig is en wat zuiver is. We zullen het er mee moeten doen, als we het dan ook maar doen.