Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor november, 2008

Zijn troon stoelt op recht

donderdag, 20 november, 2008

Psalm 97

Dit is nu eens een psalm met een verstrekkende maatschappelijke betekenis. Tot in onze dagen kan het zingen van deze psalm grote gevolgen hebben. Het idee dat je God Koning is is al heel oud. Het omgekeerde kwam ook voor maar dat een menselijke Koning, of Keizer zoals bij de Romeinen, God geworden was werd in elk geval door het volk van Israel verworpen. Maar in veel godsdiensten was er een dag dat de gelovigen hun God tot koning gingen kronen. Dat moest ook wel want zo’n God moest de verdwijnende zon weer terugbrengen. Als de dagen korter worden en de nachten langer, als de oogst in de grond ligt te wachten tot het lente wordt moet je maar afwachten of je de winter door komt en er dan weer een lente aanbreekt waarin het gewas weer gaat groeien en de voedselvoorraad kan worden aangevuld. De God van Israël hield zich hier niet mee bezig. Die had hemel en aarde zo geschapen dat het ene seizoen het andere vanzelf zou opvolgen. Daar had je geen God voor nodig en daarvoor hoefde je God ook niet te aanbidden, laat staan tot Koning te verklaren. Waarom dan deze Psalm? Omdat in dit lied de werkelijke betekenis van het Koningschap van God wordt bezongen. De troon van deze God stoelt op recht en gerechtigheid staat er. En recht en gerechtigheid is in de Bijbel de uitdrukking voor het tot hun recht laten komen van mensen, van alle mensen, de minsten allermeest. Als mensen dus tot hun recht komen dan is God de Koning. Als mensen vernederd worden, geweld wordt aangedaan, vervolgd worden, tot honger gedreven en naakt opgejaagd dan woedt er een oorlog met de Heer van heel de aarde. Wie ook een God aan zijn kant verklaart die kan gemeten worden aan de effecten van zijn daden.Worden de armen bevrijdt van angst en onderdrukking, worden de hongerigen gevoed en de naakten gekleed, gaan de blinden zien en de lammen lopen, worden de bedroefden getroost? Dat is nog eens wat anders dan de boerengoden die winst beloven op aandelenmarkten, die succes en glanzende carrières voorspiegelen aan hun volgelingen, die enkelingen in de schijnwerpers zetten en schijnbaar genezen van vermeende ziekten. Die God van Israel, de God die in deze psalm wordt bezongen heeft een maatschappelijke betekenis. Niet zozeer voor ons individueel, niet voor ons eigen dorp of onze eigen stad, maar voor heel de aarde. Voor die God gaat alles aan de kant. De liefde van die God zal uiteindelijk alles en iedereen regeren. Dat is nu al te merken in liefde die mensen onbaatzuchtig voor elkaar tonen. Daarom is de liefde van God niet de beloning voor het goede dat we doen, maar mogen we het goede doen en niet dan het goede omdat die God de Heer van de wereld is en wij niet anders kunnen dan die God dienen, al zingend.

Voor een van de onaanzienlijksten

woensdag, 19 november, 2008

Matteüs 25:31-46
 
De vertalers van de Nieuwe Bijbelvertaling hebben de beroemde zin over de minste van mijn broeders vertaald met de onaanzienlijksten. Het is even wennen maar niet minder juist. Want het gaat niet alleen over de broeders maar zeker en vooreerst ook over de zusters en het gaat niet over meer of minder maar over wie wel en niet gezien worden. In de Grote kerk van Alkmaar hangt een reproduktie van een schilderij waarop de werken uit dit Bijbelverhaal staan afgebeeld. Het oorspronkelijke schilderij is uit de Kerk gestolen en hangt nu in het Rijksmuseum in Amsterdam. Het schilderij dateert uit de Middeleeuwen en het aardige ervan is dat het lijkt of die werken ook gewoon moesten worden uitgevoerd toen het schilderij werd geschilderd. En zo is het natuurlijk ook. Het verhaal gaat wel over de eindafrekening, maar het werk waarop dit verhaal doelt dient gewoon elke dag te gebeuren. Het aardige is dat je er kennelijk ook niet zo je best voor hoeft te doen. Het hoeft er niet dik op te liggen en je hoeft je er zeker niet op te beroemen. Er wordt nog wel eens gesproken over de “Geest van God” en dit verhaal leert ons wat dat betekent. Als er honger is dan geef je eten, als er dorst is dan geef je te drinken, als er kou is geef je een tent en een warme deken, als er ziekte is dan zorg je, als er gevangenen zijn dan zoek je die op. En je weet ook dat het beter is iemand te leren vissen dan een vis te geven. Het effect van ontwikkelingssamenwerking staat al een tijd ter discussie. Vaak ten onrechte want veel van de projecten die in sedert de jaren 60 van de vorige eeuw zijn uitgevoerd hebben mensen een beter leven bezorgd. Maar soms is de kritiek ook terecht. Soms denken we dat we beter zijn dan de mensen die we willen helpen. Dat speelt niet alleen bij ontwikkelingssamenwerking, dat speelt ook gewoon in ons eigen land tussen mensen die hulp vragen en hulp geven. Mensen die hulp nodig hebben worden niet gezien en zeker ook niet gehoord. Zolang dat zo is mislukken projecten. Mislukken projecten in de derde wereld, maar mislukken ook projecten om mensen aan het werk te helpen, om jongeren te scholen tot gediplomeerde ambachtslieden of om vrouwen te leren voor zichzelf op te komen. Als in al die projecten de mensen die zo nodig geholpen moeten worden niet gezien en gehoord worden zullen die projecten op de duur geen effect hebben. In het verhaal dat Jezus van Nazareth vandaag vertelt zijn er mensen die de nood van mensen herkennen en zijn er mensen die alleen de nood van Jezus van Nazareth willen zien. Ook wij vergeten soms dat alle mensen geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis, dat alle mensen daarom onze zusters en broeders zijn, dat in ieder mens, waar ook ter wereld, welk geloof of welke kleur die mens ook heeft, Jezus van Nazareth zelf te herkennen is. Laten we dus vandaag horen en zien, en helpen waar nodig is.

Wie heeft zal nog meer krijgen

dinsdag, 18 november, 2008

Matteüs 25:14-30

Dit verhaal zal in kringen van bankiers vandaag de dag wel niet zo populair zijn. Want het is een verhaal over risico’s nemen en rendementen. Er wordt je een bedrag toevertrouwd en naarmate het bedrag groter is moet je meer rendement halen en dus meer risico nemen. Waar dat toe leidt hebben we kunnen merken. Vooral als aan de resultaten ook nog grote beloningen zijn verboden en wie dit verhaal goed leest zal opmerken dat de beloningen een grote rol spelen. Geen resultaat betekent in elk geval ontslag. Ook in het Koninkrijk van God wordt je uitgedaagd risico’s te nemen en rendement te behalen. Je hoeft er zelfs geen bankier voor te zijn met gespecialiseerde opleiding en toestemming van de toezichthouder.  In dit verhaal uit Mattheüs kan iedereen meedoen. Of je nu veel kunt of weinig maakt niks uit, als je maar mee doet. Je hoeft ook niet bang te zijn dat je te weinig doet. Je krijgt net zoveel talenten als je aankunt. Pas als je je door angst of onverschilligheid laat verlammen en niks meer doet dan loopt het verkeerd af. Wat zijn dan die talenten waarmee je mag woekeren? Dat zijn dus niet bijzondere vermogens waarmee je meer zou kunnen dan een ander, want de hoeveelheid talenten is al afgestemd op wat je aan kunt, nee de talenten waarmee je mag woekeren is het goud van God en dat kennen we. Dat is de liefde voor de armsten en de zwaksten. Je daar mee bezig houden en de liefde voor de naaste vermeerderen dat is pas woekeren met talenten. Dat kan in het groot, maar dat kan ook in het klein, thuis desnoods, simpel een handtekening zetten voor eerlijke handel ergens op het internet. En dan niet zeuren dat die liefde te kostbaar is, dat je niet wist wat er van terecht zou komen of dat het geld dat je kon storten op giro 800800 wel goed zou worden besteed. Dat is wat rechtse politici doen. Woekeren met de talenten van God is onvoorwaardelijk liefde geven. Het rendement is de liefde die gegeven is, niet of het echt beter is gegaan. De hongerigen die gevoed gaan kunnen later best ziek zijn geworden, de naakten die gekleed zijn kunnen later best in een oorlog terecht zijn gekomen, de vrede die gesticht is kan best werkloosheid in de wapenindustrie tot gevolg hebben gehad, de bedroefden die getroost zijn vergaten misschien voor de graven op het kerkhof te zorgen, de jongeren die weer naar school gingen konden na hun schooltijd misschien niet direct werk vinden. Zo kun je wel doorgaan. De wereld is niet maakbaar, in je eigen omgeving niet en in de grote wereld ook niet. Maar alle liefde die onbaatzuchtig wordt getoond draagt bij aan een betere wereld. Wie die liefde heeft zal voortdurend meer ervan krijgen om weer weg te geven. Wie de liefde alleen voor zichzelf houdt die zal alles verliezen en nooit geliefd worden. Delen van de liefde leidt onherroepelijk tot een feestmaal, de maaltijd waar niemand meer honger heeft en alle leed zal zijn geleden. Begin dus vandaag maar te woekeren met je talent lief te hebben.

Weest dus waakzaam

maandag, 17 november, 2008

 Matteüs 25:1-13
 
Moeten we wel aandacht schenken aan het feest van Sint Nicolaas als de wereldeconomie in een recessie dreigt te duiken en er ook nog steeds een hele grote voedselcrisis in de wereld woedt.  Het gaat over het verstaan van de boodschap van de Bijbel. Hoe moet die verkondigd worden in deze tijd. Nou staat de Protestantse kerk Nederland gelukkig niet alleen maar ze werkt samen met de WARC, de wereldorganisatie van Hervormde en Gereformeerde kerken. Die heeft al in 2004 in Afrika een document aangenomen waarin staat dat het zeer verkeerd is als de onrechtvaardige verdeling tussen arm en rijk blijft bestaan, als mensen worden buitengesloten van de samenleving en als mensen zich overgeven aan een ongebreideld consumentisme. Bij dat laatste denken we aan Sint Nicolaas, en in de westerse wereld zelfs een beetje aan het kerstfeest. Toch wordt het feest van Sint Nicolaas juist een godsdienstoefening genoemd omdat het ons leert eerlijk te delen. Het gaat dus ook niet om de geschenken maar om het delen en het samen delen. Het verhaal dat we vandaag uit de Bijbel lezen lijkt met die boodschap van delen in tegenspraak. De wijze meisjes immers delen hun olie juist niet met de dwaze meisjes, hoe zit dat. Nou het gaat in dit verhaal niet om de olie maar om het branden. De vraag is wat je uitstraalt en als je daar niet goed voor zorgt dooft het vuur en straal je niks meer uit. Tegenwoordig lijkt de uitstraling van buiten te moeten komen, make-up, merkkleding, strakke pakken met een krijtstreepje voor mannen het kan niet op. Als het met eenvoudige middelen niet meer te doen is zetten we het mes er in. Je kunt kennelijk alleen nog gelukkig worden als je je laat martelen. De cosmetische chirurgen met hun scherpe messen en botox injecties worden er rijk van. Die mentaliteit wordt door de Protestantse kerken bestreden. Zij gaan mee met de wijze maagden die voor een uitstraling van licht voor de bruidegom zorgen, voor het verhaal van Jezus dus, niet met de dwaze maagden die zich niet om die uitstraling bekommeren en dus in het donker achterblijven. Met Sint Nicolaas gaat het dus ook over onze uitstraling. De Wereldwinkel of Fair Trade Shop heeft de passende cadeau’s voor deze uitstraling. Kinderen voor Kinderen het passende geluid. En let op want ook tegenwoordig is de toon belangrijker dan de inhoud. Minister Vogelaar sprak zeer veel mensen aan in de probleemwijken van ons land maar sprak niet op de toon die in het Haagse parlement wordt aangeslagen. Schelden op mensen en groepen lag haar niet, mensen samen brengen daar ging het haar om. Integratie betekende voor haar niet met een opgeheven vingertje naar de ander wijzen en net als de dwaze maagden alleen een bijdrage  aan anderen vragen, maar het betekent samen feest vieren. Daar is je eigen licht voor nodig, want voor integratie kijk je net zoveel naar de ander als naar jezelf. Daarom is dit oude verhaal ook vandaag nog belangrijk.

Wankelmoedigen haat ik

zondag, 16 november, 2008

Psalm 119:113-120

We zingen vandaag weer een couplet mee uit Psalm 119. We zijn bij de Hebreeuwse letter Samech, elk couplet van deze Psalm begint immers met een letter uit het Hebreeuwse alfabet. Dat wankelmoedigen klinkt toch een beetje ouderwets. De Naardense Bijbel vertaalt met onvaste mensen, kwade ranken zei de Statenvertaling vroeger. Die Statenvertaling bedoelde dan de mensen die geen vrucht droegen voor het Koninkrijk van God. Want om dat Koninkrijk gaat het. Nu spreekt de Psalm voortdurend over een Wet en wij zitten toch vaak vast aan het Romeinse beeld van wat er met een Wet bedoeld wordt. Dan gaat het om de lettertjes, soms zelfs de kleine lettertjes in een Wet. De uitleg van de verschillende woorden en begrippen wordt dan heel belangrijk, wat is de jurisprudentie. Uiteindelijk kunnen alleen deskundigen er wijs uit worden. Dat is niet het beeld van de Wet zoals die in de Bijbel geschetst wordt. Daar gaat het niet om een papieren wet. Je kunt het misschien nog het beste vergelijken met een natuurwet. Zoals dat alles wat valt altijd naar de aarde valt. Die Wet zegt dat je je naaste lief moet hebben als jezelf. Die Wet zet je dus in beweging want dan zul je naar je naaste toe moeten. Daar is moed voor nodig en als de moed je in de schoenen zinkt dan kom je geen stap verder. Dan mag je best om steun vragen. De landen in de wereld weten al sinds de jaren 30 van de vorige eeuw dat welvaart pas komt door echte samenwerking. De Tweede Wereldoorlog kwam er tussen  maar direct na die oorlog maakten ze een systeem van financiële samenwerking. Dat heeft heel lang goed gewerkt tot ze de spelregels gingen afschaffen. Toen konden de hebberts en de graaiers uit de bankwereld hun gang gaan. Toen ging het dus mis. Mensen die de Bijbel kennen, en met name deze Psalm 119, hadden daar al voor gewaarschuwd. Alleen samenwerken en samen delen maakt dat het goed gaat in de wereld. Onder dat oude systeem bleven de arme landen arm. Ze werden door de oude spelregels vaak zelfs nog armer dan ze al waren. Want echt delen met elkaar was er niet bij. Lenen door landen van elkaar kon wel en daardoor bouwden de arme landen grote schulden op. Als ze er al eens een keer in slaagden hun economie beter te laten draaien dan moesten ze eerst grote schulden aflossen. Veel schulden moesten daarom ook kwijt gescholden worden. Nu wordt er een nieuw systeem ontworpen met nieuwe spelregels die de hebberts en graaiers aan banden moeten leggen. Het is te hopen dat in dit nieuwe systeem eindelijk geleerd wordt dat ook delen hoort bij een eerlijk systeem. In het Bijbelgedeelte wordt gesproken over straffen maar als we de Wet van God niet toepassen en eerlijk delen dan zit de volgende ramp al vanzelf in het nieuwe systeem ingebakken.  Let er de komende tijd maar eens op.

Ze dronken samen

zaterdag, 15 november, 2008

Genesis 43:26-34

Maar samen eten deden ze niet. Jozef vraagt naar zijn vader, ziet zijn jongste broer, maar maakt zich nog niet bekend aan zijn halfbroers. Want zijn die nu veranderd of houden ze zich alleen aan zijn opdrachten omdat ze graan willen kopen en overleven. Het heeft toch geruime tijd geduurd voordat ze terugkwamen naar Egypte en Benjamin meenamen. Ondertusen is wel duidelijk dat het Jozef aangrijpt zijn halfbroers en zijn broer, de zoon van Rachel, samen te zien eten. Want uit dit verhaal wordt ook duidelijk dat als je samen eet de problemen pas echt opgelost kunnen worden. Egyptenaren vinden het vreselijk samen met die woestijnnomaden te eten. Die eten altijd apart en zullen altijd apart blijven eten. Ze eten zelfs apart van Jozef maar aangezien die de hoogste positie bekleed is dat niet zo heel vreemd, machthebbers zorgen immers altijd op de eerste plaats voor zichzelf. Het enige opvallende is dat ook Benjamin veel krijgt, wel vijf keer zo veel, niet een hand vol dus maar wel twee handen vol. Ze aten wel hetzelfde maar bleven toch apart. En zelfs de kennis die de Egyptenaren bezaten over wie ze waren, ze waren immers op volgorde van leeftijd aan tafel gezet, bracht ze niet op het idee nauwkeuriger naar die hoge Egyptische heerser te kijken. De weigering om samen te eten brengt ook in onze dagen de nodige spanningen mee. Uit godsdienstig oogpunt moet je soms wel samen eten en daarom noemen sommigen de Islam maar liever geen godsdienst maar een ideologie. Jammer is natuurlijk dat de Islam wel degelijk een godsdienst is. Er wordt een god aanbeden en men volgt de geboden van die god. Tot die geboden behoort dat je vrede nastreeft en vrede bewaart en dat je deelt met de armen. Die geboden verschillen dus niet zo heel veel van de geboden die Joden en Christenen onderhouden. Dat Islamieten en Christenen in ons land samen eten en daardoor elkaar beter leren kennen en respecteren is dan ook niet zo vreemd. Dat mensen die beide groepen tegen elkaar willen opzetten en liever oorlog veroorzaken dan vrede te stichten dat samen eten maar verwerpelijk vinden is te begrijpen, maar als je vrede wilt en veiligheid is het uitermate dom om niet samen met de ander aan tafel te willen. Een dergelijke houding is om te huilen. Jozef hield het dan ook niet uit toen hij zijn broers eerst beter moest leren kennen voor hij met ze aan één tafel kon zitten. In onze dagen kan het samen eten in buurten en wijken niet genoeg bevorderd worden. Daarom is het jammer dat de politiek in ons land liever kiest voor het opgeheven vingertje dan voor de gedekte tafel. Naar elkaar wijzen en vertellen wat de ander allemaal wel niet fout doet heeft weinig zin als je elkaar niet kent en begrijpt. Dat zal ook in dit verhaal nog wel blijken. Wij kunnen echter ook nu al samen delen en samen maaltijd vieren. Probeer het maar eens.

U hebt niets te vrezen

vrijdag, 14 november, 2008

Genesis 43:15-25

Waarom zouden de broers van Jozef nu bang zijn? Ze hadden een broer achtergelaten als onderpand. Ze hadden direct bij aankomst verteld over het geld dat ze de vorige keer in de zakken graan vonden. Ze hadden het geld dat ze teruggekregen hadden weer meegenomen, net als het geld waarvoor ze opnieuw graan wilden kopen, ze hadden geschenken meegenomen en hun jongste broer zoals was gevraagd. Wat maakte die broers nu zo bang? Ze moesten notabene door een Egyptenaar gewezen worden op de God van hun vader, die gaat immers met je mee, zelfs naar het dodenrijk van Egypte. Die God waren ze tot nu toe vergeten. Hoewel, de broer die ze door hun toedoen waren kwijtgeraakt waren ze natuurlijk niet vergeten. Ergens bleef die daad knagen. Daar zouden ze toch voor gestraft moeten worden. Soms wordt het verstoppen van het geld in de zakken graan al uitgelegd als straf van Jozef voor wat ze hem hadden aangedaan. Maar de hofmeester van Jozef spreekt dat hier tegen. Hij heeft de betaling voor dat graan in goede orde ontvangen, waar het geld vandaan komt dat zij hebben gevonden weet ook hij niet, het zal wel van hun God gekomen zijn. Een wondertje zogezegd. De broers zitten in een positie waar velen van ons in zitten. We willen het goede doen en niet dan het goede maar we sjouwen het kwade dat we ooit deden met ons mee. Iedereen doet wel eens iets waar men later spijt van heeft. Dat hoeft niet altijd even erg of even zwaar te zijn, zeker niet te vergelijken met wat de broers Jozef hadden aangedaan, maar het kan je evengoed benauwen. Het kan je je doen afvragen of het goede dat je wilt doen je niet tot een hypocriet maakt. Kijk mij eens goed doen, terwijl het niet goede dat je deed steeds door je achterhoofd speelt. De Bijbel heeft daar een oplossing voor, God vergeeft. En God vergeeft zelfs niet eens omdat we zo goed zijn, God vergeeft evengoed wel. Dat noemen ze in de Kerk genade. We hoeven het verkeerde waarvan we ons bewust zijn niet voor altijd met ons mee te sjouwen. We kunnen toegeven dat het verkeerd was en dat we het eigenlijk anders hadden moeten doen en nu anders willen gaan doen. Juist als we willen veranderen, bekeren heet dat, dan mag je weten dat je vergeven bent. Doorgaan met het verkeerde omdat God toch wel vergeeft is er dus niet bij. Dat vergeven van God bevrijdt je van de last iedere keer tegen fouten van het verleden op te lopen. Daarom hoeven we Duitsers niet eeuwig kwalijk te nemen wat ze in de tweede wereldoorlog hebben gedaan. Dat was toen heel erg verschrikkelijk verkeerd en dat blijft onvergeeflijk, maar nu het volk zo wezelijk anders doet zij het hen vergeven en kunnen we samenwerken. Zo is het tussen volken en zo is het tussen mensen en zo is het tussen God en elk van ons. Zo was het met de broers van Jozef, maar ze moesten dat langzaam maar zeker nog leren. Wij kunnen vandaag al opnieuw beginnen met het goede.

Er zullen valse messiassen komen

zaterdag, 8 november, 2008

Matteüs 24:15-28
 
Jomanda is voor de rechter gedaagd, door haar optreden als medium en de pretentie boodschappen te krijgen zou ze medeschuldig zijn aan de dood van Sylvia Millecam. Het zelfbenoemde medium uit Deventer woont nu in Canada maar was in Tiel een tijd geleden een en al show, roepend over instralen en het midden zijn tussen hemel en aarde. Vooral tussen mensen in nood en de bevrijding daarvan. Jezus van Nazareth waarschuwt tegen dit soort valse messiassen. Ook al lijkt het dat ze grote werken kunnen doen geloof ze dan niet drukt Jezus zijn leerlingen op het hart. Zelf drukte hij de mensen op het hart te zwijgen als ze genezen waren. Natuurlijk gebeuren er dingen die we niet verklaren kunnen, maar zeker niet in grote daarvoor opgezette shows en met behulp van toverwater, zoals ook in Lourdes. Het zijn uiteindelijk zaken die afleiden van de komst van het Koninkrijk. Daar gaat het om rechtvaardigheid en vrede. Om eerlijk delen met armen. Niet om sommige mensen te genezen en anderen niet. Daar mag iedereen meedoen. Jezus is hard tegen dit soort valse messiassen. Waar een lijk is zullen de gieren komen luidt het bij hem. En inderdaad de souvenierwinkel en de collecteschaal zijn nooit ver bij dit soort valse messiassen. Het Hallelujageroep is er niet van de lucht en pas op, iemand die in een rolstoel zit kan best onder trance soms een paar meter lopen, iemand met krukken kan ze weggooien en naar zijn plaats lopen. Dat hoeft niets met genezing te maken te hebben. Er was ooit ook iemand die de volgende ochtend aan de andere kant van een weg werd gevonden waar zo’n genezer werkzaam was geweest. Toen het gezang en geroep was verstomd was de trance verdwenen en daarmee de genezing. De oorlog en de ellende zullen ons blijven omringen tot plotseling iedereen het inziet dat er maar één weg is die ons allemaal gelukkig kan maken. Voor het zover is zal het nog lang duren maar dat die tijd komt staat vast. En die komt ook als we er aan willen werken, als we er echt deel aan willen hebben. Tot die tijd komt zijn er vluchtelingen, zijn er slachtoffers, zijn er armen die op drift raken. Tot die tijd lopen we ook het gevaar zelf mensen uit te roepen tot messias, tot bevrijder van onrecht en geweld. In Amerika loopt men het gevaar Barack Obama tot messias te maken. Hijzelf doet het niet. Maar er zijn mensen die van hem een ideale wereld verwachten, hij beloofde immers de wereld te veranderen. Deze president zou een eind maken aan alle oorlogen, zou de honger in Afrika oplossen, zou het klimaatprobleem kunnen oplossen. Niets is minder waar. Ook Barack Obama kan alleen wat als iedereen op de hele wereld mee doet, als alle volken zich naar Jeruzalem wenden om de Wet van eerlijk delen uit te gaan voeren. Iedereen die zegt het zelf te kunnen is een valse messias.

Geen steen zal op de andere blijven

vrijdag, 7 november, 2008

Matteüs 24:1-14
 
Velen hebben geloofd dat Jezus het had over de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem in het jaar 70. Maar als je het stuk goed leest is dat niet het geval. Het gaat over de kwade tijden die je kunnen overkomen en het volhouden van het geloof dat op een dag de wereld goed zal zijn. Oorlogen zullen er zijn en berichten over oorlogen. Natuurlijk in de loop van de tijd gaan alle gebouwen ten onder, geen steen blijft voor eeuwig op de andere maar oorlogen en onrecht lijken te blijven. Dat is na al die tijd nog steeds zo. Dat zal ook de nieuwe president van de Verenigde Staten niet kunnen veranderen, ondanks de hoop die hij mensen geeft op een wereld met meer vrede en rechtvaardigheid. Gelovigen in de VS hebben soms sterk de neiging voor de oorlogen en oorlogsdreiging die in dit Bijbelgedeelte worden genoemd naar anderen te kijken. Er is een prachtig lied van Johnny Cash over dit bijbelhoofdstuk dat de Sowjet Unie en haar macht aanwijst als bewijs voor de ophanden zijnde ondergang van de wereld. De Sowjet Unie is er niet meer en de wereld is nog steeds niet veranderd. we kunnen dan ook in de eerste plaats beter naar onszelf kijken. Jezus roept op stand te houden voor zijn verhaal van rechtvaardigheid en vrede, zijn verhaal van liefde voor de hele wereld. Dat is geen lief gedoe, dat gaat vaak tegen de hersende opvattingen in. Dat veroordeelt voedselbanken als schandvlek voor een rechtvaardige samenleving en werkt er hard aan mee omdat er te veel mensen zijn die de voedselbanken maar al te hard nodig hebben. Dat strijdt tegen armoede en helpt de armen. Tot het uiterste, tot aan de einden der aarde als het nodig is. Dat stelt de voedselcrisis in de wereld boven de crisis in de financiële wereld. Dat blijft kijken naar een eerlijke verdeling van kennis, rijkdom en macht. Natuurlijk kan de nieuwe president van de Verenigde Staten daarbij helpen. De bevrijding van de armen moet in de hele wereld verkondigd worden en wie de binnensteden van Amerikaanse steden bekijkt weet dat daar vaak die boodschap nog lang niet is doorgedrongen. Want het verkondigen van die boodschap als getuigenis voor alle volken betekent niet dat je op de hoek van een straat gaat staan en roept dat Jezus redt, of dat je dat in grote letters op je dak moet zetten, of in kleurige blaadjes die je van huis tot huis verspreidt, maar het betekent dat je op weg gaat om gemeenschappen van mensen te vormen die delen met elkaar, die niet rusten voor aan de armsten onder hen recht wordt gedaan. Daarvoor stuurde Jezus van Nazareth zijn leerlingen er op uit, daarvoor worden wij er op uit gestuurd. Vandaag dus net zo goed als gisteren en morgen.

Een lamp voor mijn voet

donderdag, 6 november, 2008

Psalm 119:105-112

De inspiratie om deze dagelijkse overwegingen te gaan schrijven kwam van het gedeelte uit Psalm 119 dat we vandaag lezen.  Want zou dat handig zijn? Elke dag je beslissingen, de gang van zaken in de wereld, te laten belichten door de Bijbel? Daarom het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap er bij genomen. De gewoonte om elke dag een vers of 10 uit de Bijbel te lezen als ondersteuning bij de lezingen op de zondag en zo dat uiteindelijk heel de Bijbel gelezen zou zijn behoed je voor het gevaar dat je alleen maar favoriete of zogenaamd toepasselijke gedeelten kiest. Nu, na een paar jaar kan gezegd worden dat het inderdaad waar is. De Bijbel belicht elke dag de werkelijkheid waarin we leven en laat zaken zien waarvoor we graag de ogen sluiten. Vandaag wordt er niet gejuichd bij een nieuwe president in Amerika. Eén man alleen kan de wereld niet veranderen, dat zouden we allemaal samen kunnen maar zover zijn we nog lang niet. In de wereld denkt ieder eerst aan zichzelf. Het Bijbelgedeelte van vandaag laat zien wat er veranderen moet wil de wereld echt kunnen veranderen. Dan zullen we ons allemaal moeten houden aan de rechtvaardige voorschriften zoals de hier heten. Die voorschriften laten zich samenvatten in de opdracht God lief te hebben boven alles, dat is hetzelfde als je naaste liefhebben als jezelf. Dat is dus het tegendeel van eerst voor jezelf zorgen en dan misschien ook nog wel eens voor een ander zoals we in de wereld gewend zijn en waar ook die nieuwe president van Amerika niet helemaal los van kan komen. Dat houden van je naaste als van jezelf maakt het leven er niet direct vrolijker op. Je krijgt geen aanzien en zeker geen macht en rijkdom als je de ander op de eerste plaats zet, zeker niet als de ander tot de armsten, de minsten in de wereld behoord. Opkomen voor de zwakken kan je zelfs in levensbedrijgende situaties brengen. Wie de vrouwenhandel in de rosse buurten van onze steden wil bestrijden kan bedrijgingen verwachten. Wie een ruzie op straat wil laten ophouden loopt de kans zelf klappen op te lopen. Wie wil voorkomen dat een bejaarde op straat beroofd wordt kan zelf belaagd worden. Toch kan je de wet van houden van je naaste als van jezelf daarbij nooit vergeten. Die wet brengt namelijk uiteindelijk echte vreugde. De wereld wordt er echt een beetje beter van. Te weten dat er mensen zijn die voor jou opkomen maakt dat je meer zorgeloos door het leven gaat. En te zorgen dat mensen zonder zorgen door het leven gaan en van het leven kunnen genieten geeft de grootste vreugde. Presidenten en politici kunnen daar de voorwaarden voor scheppen door een rechtstaat in het leven te houden waar zorgvuldig met het recht van mensen omgegaan wordt. Maar we kunnen die samenleving pas echt bereiken als we allemaal zorgen dat er gedeeld wordt en we van onze naasten houden als van onszelf.