Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor oktober, 2008

Wat is nu van meer waarde

dinsdag, 21 oktober, 2008

Matteüs 23:13-22

Soms is het verfrissend  zo’n scheldkannonade te lezen tegen de leiders van het volk. Huichelaars, blinde leiders, dwazen, slangen, addergebroed, het kan niet op. Alles  wat de religieuze leiders hebben te melden komt neer op het uiterlijk vertoon en het belangrijkste wordt vergeten. In de Tweede Kamer is de discussie losgebarsten over fatsoenlijk taalgebruik. Vroeger zei men nog dat iemand zich parlementair uitdrukte als kritiek in keurige taal was verwoord. Tegenwoordig lijkt de Tweede Kamer zich soms meer van Jezus van Nazareth aan te trekken. Ook daar worden ministers blinde leiders genoemd. Maar is dat terecht? Moet je zo spreken om de waarheid te zeggen?  Het gaat hier om religieuze leiders die extra regels hebben gemaakt die je zou moeten volgen om God gehoorzaam te kunnen zijn. Leiders die sommige regels zo ingewikkeld hebben gemaakt dat niemand ze meer kan navolgen. En dan wordt het heil van God bereikbaar voor een zeer klein exclusief clubje. Voor Jezus van Nazareth is dat soort gedrag een vloek. Wie mensen buitensluit van de samenleving deugt niet, nooit niet. Daarom klinkt het hard en medogenloos, slangen, addergebroed. Wat klinkt als bedoeld om mensen tot God te brengen brengt hen van God af. In de regels die veroordeeld worden  klinken dan ook geen mensen mee. Het gaat in die regels om de onderstreping van de rijkdom en de macht van de priesterkaste. Het goud van de Tempel, de offergave op het altaar. Maar wie zweert bij God zelf doet het kennelijk verkeerd. Het is de mentaliteit waarbij bezit en aanzien belangrijker zijn dan de liefde voor de mensen. Het is de marktwerking waarin op alle terreinen van het leven de winst en het profijt moet worden getoond. Dat er mensen sterven door gebrek aan steriele operatiekamers en personeel doet in de zorg dan niet ter zake. Dat in de geestelijke gezondheidszorg mensen soms jaren in isoleercellen worden opgesloten omdat er te kort aan zorg is telt niet mee. Als de boekhouding maar klopt, als we maar minder hoeven te betalen voor de noodzakelijke zorgverzekeringen. Hoe vaak is ons voorgehouden dat de bonusregelingen bij banken en bedrijven een noodzakelijk onderdeel waren bij beloningssystemen. Tot de bankwereld ten onder gaat aan onverantwoorde producten die slechts kort de winst leken te doen stijgen. Tot de bonussen zelf een molensteen werden die banken en instellingen de afgrond introkken. In Amerika is in een jaar meer aan bonussen uitgekeerd aan de top van het bedrijfsleven dan er wereldwijd aan voedselhulp is besteed. Dan wordt het tijd om addergebroed te roepen. Daarom is de vraag waarom de nationalisatie van de ene bank en de zeggenschap bij de andere bank maar van korte duur zullen zijn. Leren mensen vanzelf? Zijn de armen automatisch beveiligd tegen de hebzucht van de rijken? Of moeten we blijven schelden.

Om door de mensen gezien te worden

maandag, 20 oktober, 2008

Matteüs 23:1-12
 
 Het is al weer bijna drie jaar geleden dat Karin Adelmund werd gecremeerd. Zij kwam in 2005 plotseling te overlijden. Een hartaanval. Dat overkomt ons. Mensen zoals Karin Adelmund werken te hard en leven te ongezond. Ze was kamerlid voor de Partij van de Arbeid. Ze was staatssecretaris geweest en daarvoor ook vice voorzitster van de FNV. Voor echt bewogen en betrokken mensen een uitermate ongezond leven. Want na een vergadering kunnen de brieven nog even getekend worden, en voordat vergaderingen beginnen kunnen de stukken nog even doorgenomen worden. En tijdens het eten kan er overlegd worden met de medewerkenden. En als je dan ’s avonds laat thuiskomt is er nog aandacht voor de andere gezinsleden. Van zo’n leven slijt je hart. Ontspannen, bewegen, lol, het schiet er allemaal te vaak en te veel bij in. Karin Adelmund was een bewogen vrouw. Bewogen met de armsten in de samenleving, met mensen die door ziekte en handicap niet meer aan het arbeidsproces kunnen deelnemen. Voor die mensen stond ze op de bres. Bij het afscheid dat van haar genomen werd in de Amsterdamse Kerk de Duif sprak ook Minister President Balkenende.  “Ze stond voor een goede zaak” was het thema van zijn toespraak. En bij het lezen van het bovenstaande Bijbelgedeelte kun je aan die toespraak denken. Dat wat Jezus van Nazareth over de Farizeeën en Schriftgeleerden zegt lijkt wel op maat gesneden voor Jan Peter de minister-president. Jan Peter had natuurlijk gelijk. Karin Adelmund stond zeker voor een goede zaak. De zorg voor zieken, gehandicapten, armen en zwakken. Een zorg die zo zorgvuldig door het eerste kabinet van Jan Peter werd afgebroken. Ook hij sprak over normen en waarden om ze vervolgens niet na te komen. Op de hoeken van de straten staan ze te pronken met hun goedheid de leiders als Jan Peter. In de wereld van de economie staan de voorspellers nu ook op. De ene econoom na de andere had de crisis aan zien komen. Alleen de domme spaarders wisten het niet. Die hadden niet moeten vertrouwen op de toezichthouders die namens hen in de boeken hadden mogen kijken of het goed was met de banken op IJsland. Want je kunt toch nagaan dat als die toezichthouders iets verkeerd zien ze het niet kunnen vertellen, ze zouden maar schade aan kunnen richten. Dat je als minister president of als toezichthouder op banken dienaar bent van de armsten in de samenleving komt niet bij hen op. Het was iemand als Karin Adelmund die zich niet bekommerde om haar imago, maar zich openlijk bekommerde om de armsten. In deze dagen waar de leiders en toezichthouders in de financiële wereld de verantwoordelijkheid op gewone mensen afschuiven mogen we wel weer eens haar denken. En aan Jezus van Nazareth die het ons al had voorgeleefd. In zijn geest mogen wij er aan werken.

Uw gebod is grenzeloos ruim

zondag, 19 oktober, 2008

Psalm 119:89-96

We zingen vandaag weer een couplet uit de grote lofzang op de Wet, Psalm 119. Sommige mensen zullen nu ophouden met lezen want hoe kun je nu een lofzang zingen op een Wet. Van Wetten en regels hebben we in het algemeen snel genoeg. Elke week ook is er wel een kamerlid dat pleit voor vermindering van wetten en regels, om vervolgens vrolijk voor te roepen of de arm te heffen als de voorzitter weer een aantal wetten in stemming weet te brengen. Maar het gaat hier niet om Wetten die ons inperken. Het gaat niet om dingen die we moeten of dingen die we niet mogen. De Wet van God wil eigenlijk het omgekeerde, daarbij het om alles wat we niet moeten en alles wat we uitdrukkelijk mogen. We moeten ons niet de wet laten lezen door anderen. Volgens de Wet van God is er maar één Heer die het te vertellen heeft en dat is God zelf. Alle andere bazen en heren zijn nep en namaak en kunnen naast die God van ons niet bestaan. We mogen uitdrukkelijk van iedereen houden, we mogen met de Wet waarin we niemand hoeven te gehoorzamen eeuwig doorgaan, daar komt geen einde aan. We mogen blijvend van iedereen op de wereld houden. Naar regels van God kun je eindeloos maar vergeefs zoeken, het enige dat je zult vinden is inzicht. Het inzicht namelijk dat je zonder die ander, zonder de mensen om je heen, niet kan. Pas als het lukt om met iedereen in vrede te leven en met iedereen te delen dan lukt het om verder te gaan en te groeien en je te ontwikkelen. Dat geldt in het klein, in onze steden en wijken, dat geldt in het groot in landen en volken. Wie de nieuwe burgemeester van Rotterdam wil terugsturen naar Rabat omdat hij daar ooit toevallig geboren is heeft de Bijbel niet begrepen. Niet de Rotterdamse gemeenteraad is fout die iemand voordraagt van wie ze verwachten dat die iedereen vertegenwoordigd die in Rotterdam woont, maar hen die denken dat de krampachtige manier waarop de Marokaanse wet mensen Marokaan houdt ook al willen ze dat niet ook iets voor ons te betekenen heeft. In de Wet van God waarop we een loflied zingen vandaag mag iedereen mee delen, ja moet iedereen mee delen, door dat zingen delen we dat ook aan iedereen mee. De vrijheid die dat schenkt is eindeloos. Alles mag, niks moet, maar als je van je naaste houdt als van jezelf dan steel je van niemand, dan bezeer je niemand, dan val je niemand lastig, dan schaam je je niet voor iemand en zeker niet voor je afkomst, dan wil je iedereen helpen en alles delen. Dat zijn wetten die niet in de wetboeken van ons land staan. Dat is eigenlijk een Wet die iedereen in het hart heeft geschreven. Want wie wil nu niet het goede doen en niets dan het goede, we moeten daar elkaar alleen nog de gelegeheid voor geven.

Het Tweede daaraan gelijk

zaterdag, 18 oktober, 2008

Matteüs 22:34-46

Zelfs voor de Kerken is het grote gebod vaak heel spannend. God liefhebben boven alles klinkt zo mooi. Het is abstract en je kunt er snel ja op zeggen. Als je dan vraagt hoe dat moet, klinken al gauw zaken als je keurig gedragen, geen misdrijven plegen en op zondag naar de Kerk. Maar Jezus van Nazareth geeft er zelf een andere invulling aan. Hij sluit daarbij aan bij de oorspronkelijke samenvatting van de wet die in het boek Deuteronomium is verwoord. God liefhebben boven alles is je naaste liefhebben als jezelf. Hierop zijn alle andere wetten en voorschriften, alle uitspraken in de Bijbel gebaseerd. En dat maakt het spannend. Je naaste liefhebben dat gaat nog, dat klinkt sympathiek, maar als jezelf. Als je dus werkelijk je naaste flink wil liefhebben en daarmee God boven alles dan moet je dus jezelf ook wel zeer liefhebben. Helemaal aan het begin van de Bijbel staat het lied over de schepping. Daar worden licht, aarde, water, lucht, planten en dieren geschapen en als laatste de mens. En bij elk couplet staat in het refrein dat God zag dat het goed was. En bij de mens staat zelfs dat die geschapen werd naar Gods beeld en gelijkenis, man en vrouw, en God zag dat het goed was. Als je dat goed tot je door laat dringen weet je dat het meest kostbare op aarde de mens is. Elk mens, ook jij,  niet alleen de mensen die duur doen. De mensen die duur kunnen doen hebben hun deel al gehad zegt Jezus van Nazareth ergens, maar vooral de mensen die het niet breed hebben zijn de mensen die je liefde nodig hebben. De wegwerpmensen aan de onderkant van de samenleving. De armen, de zieken, de slachtoffers van natuurrampen, de slachtoffers van misdrijven, de mensen die misbruikt zijn. Als je naar hen kijkt zie je dat het niet goed is en daar moet wat aan gedaan worden. Vooral als het met jezelf wel goed gaat. En als het niet goed met je gaat mag je dus vragen om zorg, mag je je verzetten tegen hen die je de noodzakelijke hulp onthouden. Het grote gebod, je naaste liefhebben als jezelf, is er voor bedoeld om ons in gang te zeten. Maar wie is die Jezus van Nazareth dan wel? Om uit te maken hoeveel je kunt houden van je naaste als je veel van jezelf houdt vraagt Jezus van Nazareth aan de deskundigen van wie de Messias, de verwachte bevrijder van Israël, afstamt. Van Koning David dus. Om maar even vast te stellen dat “bevrijder” of  messias zijn niet even zomaar wat is. Jezus voelde wel mee met die Farizeeërs. Eeuwenlang is ons voorgehouden dat dat maar een stelletje huichelaars waren maar zo eenvoudig lag ook dat niet. Het waren mensen die hartstochtelijk hun geloof zuiver wilden houden. Dat zuiver houden van geloof in God was iets wat ook Jezus van Nazareth wilde. Alleen Jezus van Nazareth stelde niet de wet maar de liefde centraal. Vandaar ook die discussies over de wet. Jezus wijst dan op de Bijbel die zegt dat liefhebben het belangrijkste gebod is, God liefhebben en dat is gelijk aan je naaste liefhebben. Die messias zou dat tot het uiterste doorvoeren was voorzegd en zou daarmee het volk bevrijden. Als koning zou die messias regeren. En daar draait Jezus de zaak weer om. Hoe kan een nieuwe koning nu meer zijn dan koning David, dat stond er wel en daar was dus geen antwoord op. Het had te maken met dat liefhebben. Als het meer moest zijn ging het over de hele aarde, over ons dus ook,  En ons gaat het daar vandaag de dag ook over, wij zijn eigenlijk van een Koninkrijk zonder grenzen, burgers van de hele aarde zoals die door God is geschapen. Met alle mensen als broeders en zusters, let er dus op en zorg er voor dat het met hen allen goed gaat, pas dan gaat het goed met de aarde zoals God die bedoeld heeft.

Hij is geen God van doden

vrijdag, 17 oktober, 2008

Matteüs 22:23-33
 
Religie wordt vaak verbonden met het leven na dood. Of we geloven willen in een leven na de dood is dan de vraag. Een vraag die ook aan Jezus van Nazareth wordt gesteld. Door gelovigen in God, maar die niet geloven in een leven na de dood. Die Saducceeën verwierpen de gedachte dat er een leven na de dood zou zijn, de Farizeeën geloofden wel in de opstanding van de doden.  Jezus van Nazareth geeft ze in zoverre gelijk dat we bij het geloof in God niet het leven na de dood maar het leven voor de dood moeten beschouwen. Ooit zal God een woning op aarde maken maar dat gebeurt pas als iedereen op de hele wereld geleerd heeft de Wet van de woestijn te volgen, als alle volken zich naar Jeruzalem keren heet het ergens anders in de Bijbel. Wanneer dat gebeurt is duister, het komt als een dief in de nacht staat er weer ergens anders en we weten het niet. Het is ook niet belangrijk. Het is overigens wel belangrijk voor fundamentalisten en andere zogenaamde gelovigen in Amerika. Daar zijn veel mensen bezig met de Bijbel op schoot en een rekenmachine om uit te rekenen wanneer de wereld zal vergaan en God zich op de aarde zal vestigen. In de Bijbel wordt wel gesproken over aardbevingen, overstromingen en oorlogen als tekenen van het einde der wereld maar die zijn er eigenlijk altijd wel en ook altijd al wel geweest. In onze tijd weten we er meer van omdat we ze bijna rechstreeks op de televisie kunnen meemaken. De beelden van Katarina in New Orleans waren tijdens de storm al zeer indrukwekkend. De beelden van de slachtoffers van aardbevingen in Pakistan gaan toch weer erg lijken op eerdere beelden uit Turkije. Telkens weer worden we beproefd of we werkelijk zo menslievend zijn. Giro 800800 staat open en vooral voor een wederopbouw is veel geld nodig. Stel je eens voor dat zo goed als je hele stad of je hele dorp is verwoest. Het duurt jaren voor je er als gemeenschap weer bovenop bent. En die verre ellende moet ook de aandacht voor de ellende dichtbij niet doen verslappen. Er worden nog steeds kinderen in gevangenissen gestopt omdat hun ouders niet terug kunnen keren naar het land waar ze vandaan komen. Ook de voedselbanken blijven het druk hebben in ons land. De media staan vol met nieuws over een kredietcrisis en dalende beurzen maar niemand schenkt nog aandacht aan de voedselcrisis en de stijgende voedselprijzen. Het verbruik van biobrandstof wordt beperkt omdat je sommige grondstoffen voor die brandstof beter kunt opeten maar we hebben ook nog een klimaatcrisis. Eigenlijk is dus de eerste vraag bij de hervorming van het financiële stelsel hoe we eerlijk kunnen delen met de armsten in de wereld. Anders lopen we de kans miljoenen tot een dood te veroordelen.  Er is dus nog steeds geen plaats in ons midden voor de God van houden van je naaste als van jezelf, maar we kunnen er wel aan werken.

U kijkt niemand naar de ogen

donderdag, 16 oktober, 2008

Matteüs 22:15-22
 
Nog steeds wordt het verhaal, dat vandaag wordt gelezen, uitgelegd alsof het over belastingen gaat. En alsof het een oproep is de overheid te gehoorzamen. Niets is minder waar. Het is het omdraaien van wat er werkelijk staat. Lees maar. De vraag die aan Jezus van Nazareth wordt gesteld is of het geoorloofd is belasting te betalen. Jezus van Nazareth vraagt dan om een belastingmunt. Die heeft hij kennelijk niet zelf in bezit. Ook zijn leerlingen hebben niet zo’n munt. Dat is niet zo vreemd en heeft niets met armoede te maken. Maar op de belastingmunten die je in Judea moest gebruiken stond de afbeelding van de Keizer van Rome. Romeinse stadhouders als Pontius Pilatus vonden dat een eer. Koning Herodes, die over Galilea ging keek wel uit. Munten met de beeltenis van een mens, of een dier, of van wat dan ook, werden door Galileërs geweigerd. Die raakten ze niet aan. Dat kwam door een strikte uitleg van het gebod uit Exodus dat je geen gesneden beelden moest maken, je zou immers eens in de verleiding komen die beelden te aanbidden. Ook die verleiding is minder vreemd dan het klinkt. Romeinse Keizers beschouwden zich als Godheid. Jezus van Nazareth heeft dus niet een dergelijke munt. Maar dan stelt hij de vraag wiens beeld er op staat. Is niet de mens geschapen naar Gods beeld? Staat er dus niet het beeld van God op die munt en zou je die munt niet moeten gebruiken op de manier die God wil dat bezit gebruikt wordt? De belastingen van Keizers, Koningen en andere absolute machthebbers zijn en waren niet te vergelijken met de belastingen die we tegenwoordig betalen. Wij betalen belastingen ook om te delen met de armen, om de zorg te kunnen betalen en de hulp aan arme landen. De Keizer uit dit verhaal leefde zelf in weelde van die belastingen. Hij voelde zich zo machtig dat hij zich god op aarde voelde en zich ook zo liet vereren.  Jezus van Nazareth ziet het grote verschil met de God waarvoor hij volgelingen zoekt. Van die God mag je je geen beeld vormen. Naar Gods beeld is immers elk mens gemaakt, man zowel als vrouw. En de Wet van die God is niet als de wet van de Keizer, de absolute gehoorzaamheid aan de Keizer, maar je naaste liefhebben als jezelf als gehoorzaamheid aan God. Daarom kon Jezus rustig zeggen dat die keizer z’n heidense muntjes zelf  maar moest houden. In het oorspronkelijke Grieks staat dat ze zijn munten maar terug moeten geven. Als er belasting betaald moet worden dan volgens de Wet die God al lang daarvoor in de woestijn had gegeven. Belastingen komen al lang niet meer alleen van absolute heersers. Al zijn er machthebbers genoeg die zich als godjes willen laten vereren. We hebben echter verenigingen die nadenken waarvoor we samen geld willen uitgeven, wie dat geld zou moeten betalen en die de uitvoering van die plannen ook controleren. Politieke Partijen heten die verenigingen, daar mag iedereen lid van worden. Zo heel af en toe mogen we uitmaken wie we de beste vinden. Via onderhandelingen komt er dan een regering die de ideeën van de partijen uitvoerd. Mensen die in het verhaal van Jezus geloven kijken dan welke vereniging zorgt voor de zwakken in de samenleving, waar echt wordt gedeeld, waar rechtvaardigheid te vinden is. Waar dus ook de rijken het grootste deel betalen en niet het grootste deel subsidie in de wacht slepen zoals bij de hypotheekrenteaftrek het geval is. Daarom is belasting betalen niet genoeg maar moeten we ons actief bemoeien met wie ons regeert en hoe ze dat doen, wij hebben die mogelijkheid, wij kunnen vragen voor de armen te zorgen en niet de rijken te beschermen.

Hij oordeelt de volken

woensdag, 15 oktober, 2008

Psalm 96

De almachtige God, schepper van hemel en aarde doet het tegenwoordig niet meer zo goed. Als je God almachtig noemt dan rijst direct de vraag waarom die zo machtige God al dat leed en ellende toelaat. Die vraag is met name opgekomen na de Tweede Wereldoorlog toen het langzaam doordrong dat er 6 miljoen Joden vermoord waren. En daarnaast Zigeuners, Jehova’s Getuigen, Vrijmetselaars, Homosexuelen en politieke tegenstanders van de Nazi’s. Die Joden hoorden toch tot het door God uitverkoren volk? In de geschiedenis van de Kerk was er wel gesproken over straf die Joden verdiend zouden hebben voor de kruisiging van Jezus van Nazareth, maar de moord op 6 miljoen Joden, jongeren, ouderen, mannen, vrouwen, kinderen, zieken en gezonden, stond in geen verhouding met de Lijdende Knecht des Heren die volgens diezelfde christelijke kerkgeschiedenis ook de zonden van de Joden op zich had genomen. Toch zingen we vandaag met de kerk mee een psalm waarin God als de Heer van hemel en aarde wordt bezongen. Hoe zit dat dan? De sleutel zit misschien in het noemen van de goden van alle volken. Het bestaan van andere goden wordt in de Bijbel vaak niet ontkend. Maar de God van Israel is altijd machtiger, de goden van de volken zijn minder dan niets. Die God die kan wat. Maar kennelijk toch niet de Holocaust tegenhouden, of de Tsunami. Holocaust en Tsunami zijn twee heel verschillende verschijnselen. Bij de Holocaust ging het om een plan van mensen. Mensen die dat plan ten uitvoer lieten brengen en mensen die zich tot die uitvoering lieten leiden. Maar ook mensen die zich tegen die uitvoering verzetten en mensen die zich niet tegen die uitvoering hebben verzet. Nog steeds worden in Israel de rechtvaardigen uit de volken herdacht en nieuwe rechtvaardigen uit de volken genoemd. Rechtvaardigen uit de volken zijn die mensen die met inzet en gevaar voor eigen leven Joodse levens hebben gered van de Holocaust. Bij de Tsunami ging het om een van de natuurrampen die nu eenmaal voorkomen, maar waardoor we geroepen worden tot hulp. Als we in deze Psalm lezen dat God de volken zal oordelen dan betekent dat dus dat van alle volken geweten zal worden of die wilden delen met de minsten in de wereld, met de hongerigen, de naakten, de zieken, de slachtoffers van oorlog en geweld. Ieder volk mag zich afvragen hoe dat oordeel zal uitvallen. Van individuele mensen wordt gevraagd dat ze doen wat ze kunnen en dat ze daar telkens weer opnieuw mee mogen beginnen. Een volk dat het houden van je naaste als van jezelf tot norm en regel heeft verheven is daar natuurlijk een steun bij en een lichtend voorbeeld voor andere volken. Het zou natuurlijk fantastisch zijn als de volken van de wereld de handen in elkaar zouden slaan en de armoede de wereld uit zouden helpen. We leven in een tijd dat de volken besloten hebben de armoede te halveren. Dat is één stap, laten wij werken aan de volgende stap, zingend van deze psalm.

Ik droomde net zoiets

dinsdag, 14 oktober, 2008

Genesis 40:16-23

Het verhaal van de dromen van de schenker en de bakker is door de eeuwen heen een zeer populair verhaal. God maakt zijn goddelijke plannen op wonderbaarlijke wijze bekend heet het dan vaak. Maar gaan deze verhalen daar over? Jozef heeft tot de schenker gezegd dat het uitleggen van dromen een zaak van God is. Niet het zenden van dromen. Bij deze droom van de bakker wordt dat misschien een beetje duidelijk. Het loopt uiteindelijk slecht af met de bakker en kennelijk is hij daar doodsbenauwd voor. Hij droomt er van dat die rare vogels van het paleis zijn leven weg zullen pikken. Want fijn brood is immers zijn leven? Jozef kan de droom uitleggen omdat hij doet wat hij van de God van zijn vaderen kent. Luisteren en zich inleven. Dan pas wordt duidelijk hoe verschillend de dromen zijn. En ook al lijken zaken op elkaar ze kunnen toch tegengesteld aan elkaar zijn. Het verheffen tot een hoge plaats, zoals de Nieuwe Bijbelvertaling vertaald geeft dat ook al aan. De schenker krijgt zijn hoge eervolle positie terug, de bakker werd opgehangen. Woordspelingen en grapjes waar de Bijbel vol mee staat en die ons moeten doen luisteren naar de verborgen betekenissen van woorden. De twee dromen zijn niet bijna hetzelfde, ze zijn elkaars tegendeel, de afloop voor de twee dromers is ook niet bijna hetzelfde, maar is ook elkaars tegendeel. Wie zich oefent in dit scherpe luisteren naar de Bijbel oefent zich ook in het scherp luisteren naar politici. Veel mensen zeggen dat politici altijd liegen maar was dat maar waar. Halve waarheden vertellen en dingen zeggen zodat ze op iets anders lijken komen veel vaker voor. Soms zijn de beloften van politici snel door te prikken. Als alle spaartegoeden zijn gegarandeerd lijkt dat mooi maar is dat onzin, ons land heeft nooit genoeg geld, kan ook nooit genoeg geld lenen, om alle spaartegoeden van iedereen uit te betalen als alle banken failliet zijn. Maar omdat we willen geloven dat de banken die we goed kennen niet failliet zullen gaan en dat politici daar ook scherp op zullen toezien mogen we de garantie voor lief en waar nemen. Ondertussen zien we wel dat het wantrouwen groot is. Een wet die bonussen bij bankdirecteuren en bankbestuurders verbiedt is er niet en lijkt er ook niet te komen. Niet het zorgvuldig beheer maar groei tegen beter weten in blijft kennelijk te belonen. De politiek kent zelfs een beroep waardoor het anders laten klinken van boodschappen ons niet opvalt. De spindocters. Jozef zou een goede spindocter geweest zijn door de bakker een hoge positie in het vooruitzicht te stellen. Daar was geen woord gelogen bij, de galg is een hoge positie. Maar juist die verborgen betekenis moet ons er toe brengen drie keer extra te vragen naar de betekenis van de woorden van politici en autoriteiten. Opdat de minsten niet over het hoofd worden gezien en worden vergeten.

Vertelt u mij die dromen eens!

maandag, 13 oktober, 2008

Genesis 40:1-15

De meester van de dromen uit de moderne geschiedenis is ongetwijfeld Sigmund Freud. Die ontdekte dat de handelingen van mensen vaak gestuurd worden door dingen waarvan ze zich niet bewust zijn. Angsten die we hebben verdrongen, gewoonten die we hebben aangeleerd, onze opvoeding en de reacties die belangrijke opvoeders uit ons verleden, ouders, leraren en andere volwassenen, op ons gedrag vertoonden. En indrukken uit onze omgeving die we al dan niet bewust hebben opgedaan. In onze dromen komen vaak beelden naar voren die daarmee verband houden. Zorgvuldige studie van hoe dromen kunnen zijn en heel zorgvuldig luisteren naar wat iemand te vertellen heeft en hoe het verteld wordt kan dan helpen om duidelijk te maken waar iemand mee zit en waar iemand eigenlijk van droomt. Jozef is echter geen psychiater maar weet wel heel goed naar mensen te luisteren. De zorg voor mensen die hij van huis uit moet hebben meegekregen, in dit verhaal beroept hij zich ook op zijn Hebreeër zijn, maakt dat hij meer hoort en ziet dan iemand die onverschillig tegenover het lot van anderen staat. Dat dromen iets te betekenen konden hebben was in het Oude Oosten een wijdverbreide overtuiging. In allerlei religies speelden priesters en orakels die dromen konden uitleggen een belangrijke rol. Zeker ook in Egypte. Jozef claimt dat het ook in zijn Godsdienst past, hij benoemt daarvoor het uitleggen van dromen als een zaak van God en zichzelf als iemand die op grond van die godsdienst tussen God en de mens kan bemiddelen. Als dat waar is kan iedere gelovige dat dus. Jozef is immers niet speciaal geroepen voor een ambt van God? Zijn bestemming wordt pas veel later in het verhaal duidelijk, in dit gedeelte zit hij gewoon in de gevangenis van zijn baas en bestuurt daar het werk van de gevangenen. Maar dromen uitleggen kan hij dus ook. En de twee gevangenen hebben elk een droom. Te beginnen met de positieve droom. Waarvan de opperschenker en de opperbakker werden beschuldigd staat niet in de Bijbel. Ze zitten een tijdje in de gevangenis en dan zal er een van de twee weer terug mogen keren naar diens oude positie. Daar droomt die tenminste van. Kennelijk is er geen spoor van angst te bekennen. In de droom speelt angst tenminste geen rol. Volgens een oude Joodse uitleg zouden ze beschuldigd zijn van roddel over de vrouw van Potifar en zou slecht spreken over haar de Farao zo kwaad hebben gemaakt. Misschien dat een dergelijk verhaal ons moet behoeden zelf kwaad te spreken over de vrouw van Potifar. Wat er wel in de Bijbel staat maakt ons in elk geval duidelijk dat we ook in slechte omstandigheden mogen blijven dromen van het goede. En dat, als we nu luisteren naar mensen en hen in hun dromen van het goede weten te verstaan, we mensen mogen bemoedigen, net als Jozef deed.

Jozef kreeg de leiding

zondag, 12 oktober, 2008

Genesis 39:11-23

Dat de vrouw van Potifar zo’n slechte naam heeft gekregen ligt misschien ook aan het feit dat we het met vertalingen moeten doen en niet de grondtekst kunnen lezen. Als we namelijk wel de grondtekst zouden hebben kunnen lezen dan was het ongetwijfeld opgevallen dat de vrouw van Potifar tegen de huisslaven iets anders vertelde dan tegen haar man. In beide gevallen gebruikt ze het woord dat hier is vertaald met “vermaken” , maar dat ook “gemeenschap hebben” kan betekenen. Op een andere plaats in de Bijbel wordt dat ook daarvoor gebruikt. Dat zou ook verklaren waarom Jozef eigenlijk niet direct ter dood is gebracht. Nu gaat hij de gevangenis in maar omdat hij al slaaf was, van het hoofd van de paleiswacht nog wel, kun je ook lezen dat hij eigenlijk alleen een ander baantje kreeg, toezicht op het werk dat de gevangenen van de Farao moesten doen. Maar het is het dieptepunt dat Jozef kennelijk moest bereiken. Eindelijk was hij de jas kwijt die hem tot baas had gemaakt. De laatste jas was hem afgenomen door de vrouw van Potifar, zoals de eerste jas hem was afgenomen door zijn broers. Nu was hij alleen nog maar knecht. Maar ook nu liet God hem niet in de steek. In heel dit verhaal van Jozef als slaaf bij Potifar valt het de geleerden op dat God steeds aan zijn zijde was. Dat staat eigenlijk nergens zo nadrukkelijk in de Bijbel als hier. Alles wat Jozef aanraakte werd een succes, alleen zijn eigen positie werd er steeds minder op. Tegenwoordig zouden we zeggen dat hij eerst moest onthechten aan succes en bezit. Dat moeten we tegenwoordig wel zeggen want de veelkleurige jas en de hoogste positie in het werk zijn na te streven doelen. Wie is er niet vol ambities, wie wil niet het hoogste bereiken. En als je het hoogste bereikt hebt dan wil je meer, dan wil je in elk geval meer dan de anderen die de hoogste positie hebben bereikt. Daar komt het graaien en de exorbitante zelfverrijking aan de top van het bedrijfsleven vandaan. Daar ligt ook de basis van de financiële crisis die er heerst in de wereld. Iedereen moet zo nodig een eigen huis bezitten, ieder bedrijf en iedere bank moet de hoogst mogelijke winst maken. De gevolgen voor mensen en voor het menselijk verkeer doen niet meer ter zake, worden in zaken niet meer meegewogen. Mensen die zich inzetten voor de minsten en niet meer voor het meeste zijn de zieligerts van de samenleving. Niet de mensen van de voedselbanken of de Fair Trade winkels worden hoog geacht maar de mensen in de grijze streepjespakken die zich hebben verrijkt met de miljoenen spaargelden van eenvoudige werknemers. Pas in een dienstbare positie, als knecht in de gevangenis is Jozef op zijn bestemming. Daar kan zijn verhaal van bevrijding van Israel beginnen. Wat is onze positie waar ons verhaal van de bevrijding van de armen kan beginnen?