Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor september, 2008

Velen zijn geroepen

dinsdag, 30 september, 2008

Matteüs 21:45-22:14

Een merkwaardig verhaal staat er vandaag op het dagelijks leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap, dat wij hier dagelijks volgen. Zo op het eerste gezicht een vrolijk verhaal. Maar het gaat over de hogepriesters en de Farizeeën en het laat ons iets zien van wat het Koninkrijk van God zou betekenen. Het koninkrijk van God is als een bruiloftsfeest. Maar de mensen die uitgenodigd zijn komen niet. Die hebben geen tijd, zijn te druk met hun zaken en werk of worden zelfs boos als iemand ze durft uit te nodigen. Het moet een feest zijn van delen en zorgen voor elkaar, waar tranen worden gewist, lammen leren lopen en blinden weer kunnen zien, waar iedereen er bij mag horen. Nu hebben heel veel mensen helemaal geen zin in dat eerlijk delen. Dat kennen we in onze tijd ook. We zorgen voor onszelf en iedereen kan toch voor zichzelf zorgen. Er zijn zelfs mensen die boos worden als je zelfs maar suggereerd dat er mensen zijn die hulp nodig hebben, ook financiële hulp en dat we met die mensen zouden moeten willen delen. En in onze haastige samenleving hebben ook steeds minder mensen tijd om vrijwilligerswerk te doen. Alle vrijwilligersorganisaties hebben te maken met dat tekort. Dat handelaren en zogenaamde harde werkers niet willen komen omdat ze eerlijk moeten delen snappen we nog wel een beetje. Dat mensen boos worden als je naar hun inkomen en eigendom wijst snappen we ook, zeker als ze veel hebben en een groot inkomen hebben. Maar die ene gast die geen bruiloftskleed wil aantrekken? Als je jezelf maar waardeloos vindt dan is van een ander houden als van jezelf ook al snel klaar en niet aantrekkelijk. En dan roepen dat er veel geroepen zijn en weinig uitverkoren: er wordt er maar één uitgegooid! We gaan er misschien iets van snappen als we ons realiseren dat Jezus altijd iedereen wil laten meedoen met zijn Koninkrijk. Ook de mensen die niet willlen komen, zelfs de mensen die de boodschappers ombrengen. Uiteindelijk roept de Koning iedereen, de goeden en de slechten staat er. En als je het dan nog niet door hebt, nog niet mee wil doen met een heel bijzonder verhaal dat iedereen ten goede komt, dan moet je hetzelf weten. Dan worden er soldaten op je stad afgestuurd om die in brand te steken en dan wordt je gekneveld en buiten geworpen waar geween zal zijn en tandengekners. Heel langzaam moet je tegenwoordig dapper worden om te blijven geloven dat eerlijk delen ook kan. Zelfs als het hele bouwwerk van grijpen en graaien op instorten staat wordt nog gevraagd of belastingbetalers er wel genoeg winst uit weten te halen. Alsof de zorg voor mensen met een bescheiden pensioen dat op een bank staat niet beschermd mogen worden. Alsof dat kleine beetje reserve dat een arme heeft niet veilig gesteld mag worden. En dan die huizen. Huren van de bank, hypotheek nemen noemen ze dat, was voor mensen met een bescheiden inkomen altijd al riskant. Want een bank zorgt niet voor onderhoud en reparatie. Maar eigendom van een huis hoort nu eenmaal zo schijnt het. Ze zijn in verleiding gebracht door de aanbidders van winst en profijt. Mogen we de slachtoffers niet beschermen en ze zo uitnodigen voor die maaltijd in het Koninkrijk?

Een volk dat het wel vrucht laat dragen.

maandag, 29 september, 2008

Matteüs 21:33-44

Het is duidelijk, je kunt wel doen of je de wijsheid in pacht hebt maar pas aan de vruchten kun je herkennen of het waar is. Jezus van Nazareth citeert hier Psalm 118. Over de steen die was weggeworpen maar die tot hoeksteen werd. Voor ons een vreemd beeld maar wie wel eens een muurtje heeft opgezet zonder cement, of op vakantie een muur van natuursteen heeft gezien, zal het misschien snappen. Je hebt dan te maken met de onregelmatigheid van de stenen. Niet alles past. Maar juist op de hoeken kan de meest onregelmatig gevormde steen het best passen en daarmee de belangrijkste steen vormen. En onregelmatig gevormd is de leer van Jezus van Nazareth. Niet de harde werkers, niet de mooi gekleden, niet de beste praters, niet de best gesneden pakken of de mooiste hoedjes bepalen het koninkrijk van God maar de minsten, de armen, de hoeren en de tollenaars. Wie de blinden en de bedelaars langs de weg ziet, wie de hongerenden voedt en de naakten kleed. Juist in deze dagen van financiële crisis, dagen waarin de positie van de rijksten in de wereld wankelt, juist in deze dagen is de zorg voor de armsten in Afrika van meer dan groot belang. Als we het werkelijk weten op te brengen de welvaart die wij delen ook te delen met de armen in Afrika dan brengen we iets van Koninkrijk van God op aarde. Nu, in deze dagen, komt het er op aan. Nu zelfs de meest verstokte aanbidder van de vrije markt en de goden van winst en profijt tot de ontdekking komt dat er in elke samenleving ook iets van samen delen moet zijn. Juist nu zal duidelijk moeten zijn dat delen met de armsten in de wereld voorop moet staan en niet de sluitpost moet worden van de internationale welvaart. Maar denk niet dat iemand met de eer voor het delen kan wegkomen. Denk aan het verhaal dat Jezus van Nazareth vertelt over de werkers in de wijngaard. Op het moment dat de wijngaard opbrengst gaat vertonen steken ze die opbrengst in eigen zak. De heer van wijngaard, de Liefde zelf, wordt buitengesloten. In onze samenleving gebeurt hetzelfde. Zelfs de redding van het financiele systeem dreigt ten goede te komen aan de bazen van de banken en hen nog rijker te maken. Waarom dus niet de bonussen voor de top van de banken wereldwijd bestemmen voor microkredieten voor de armsten in de wereld. Zodat ook zij zich kunnen ontwikkelen en niet alleen delen in de welvaart maar er zelfs aan kunnen bijdragen. Want ook in de dagen van financiële crisis blijft de tegenstelling tussen landen waar overgewicht het belangrijkste probleem is en landen waar de honger het belangrijkste probleem is.

U hebt u niet willen bedenken

zondag, 28 september, 2008

Matteüs 21:23-32

In de Protestantse Kerk Nederland mag je niet zomaar preken. Daar gaat een hele procedure aan vooraf en je moet officiëel toestemming hebben van een classis of een synode, deftige namen voor belangrijke besturen. Eigenlijk verlangen ze dat je eerst theologie hebt gestudeerd aan een universiteit en zeker de Bijbel in het Grieks en Hebreeuws kunt lezen en vertalen. Zo iemand als Jezus van Nazareth zou in een Protestantse Kerk hier in Nederland niet zomaar op de kansel kunnen klimmen. Ook in zijn dagen was er al de vraag op grond waarvan hij deed wat hij deed. Hij was immers geen Priester of Leviet. Die oefenden officieel op grond van de Bijbelse voorschriften het toezicht op genezingen en de toepassing van de wet uit. Dan komt er zo’n prediker en die geneest en brengt mensen die zich hadden buitengesloten weer op de goede weg. Dat schept maar wanorde en verwarring. Maar Jezus van Nazareth wijst op een andere kant van hetzelfde verhaal. In zijn optreden is ook de roep om anders te gaan leven. Om weer rekening te houden met de Wet van de Woestijn, je naaste lief te hebben als jezelf. Eigenlijk is het de taak van iedereen om jezelf en om elkaar aan die liefdeswet te houden. In de traditie van het volk Israel waren er door de geschiedenis heen steeds mensen opgestaan die het volk tot de orde hadden moeten roepen, die weer hadden gewezen op die Wet en hoe die toe te passen in de dagelijkse werkelijkheid en in de politieke actualiteit. Profeten werden ze genoemd en in de dagen dat Jezus van Nazareth met zijn optreden was begonnen was er de Profeet Johannes geweest die bij de Jordaan mensen het rituele bad had laten ondergaan dat de Bijbelse wetten voorschreef om weer rein te worden, weer zonder vuiligheid en zo dat je die Wet van je naaste liefhebben weer ongestoord kon uitvoeren. Dopen noemde hij dat en daar was heel het volk voor uitgelopen. Dat reinigingsbad moest je zelf nemen, daar kwam geen Priester of Leviet aan te pas. Tot die reiniging of omkeer oproepen was de taak van iedere gelovige. Niet dat Priesters en Levieten, Farizeeën en Schriftgeleerden dat de mensen voorhielden, dat zou hun macht en positie maar aantasten. Daarom gaven ze maar geen antwoord als ze naar de plaats in de Bijbelse wetten wordt gevraagd. Jezus van Nazareth wijst maar eens op de profeten die de mensen voor hadden gehouden dat ieder die kwaad had gedaan elk moment berouw kon hebben en met het goede kon beginnen. Ieder die bleef bij het kwaad kon doodvallen. Johannes was er mee begonnen en Jezus van Nazareth ging er mee door. Wij ook? In de Protestantse Kerk Nederland worden we daartoe in elk geval opgeroepen, en hier ook elke dag weer. Heb je naaste lief als jezelf en begin er gewoon nu mee.

Zijn júllie het niet die onrechtvaardig zijn?

zaterdag, 27 september, 2008

Ezechiël 18:21-32

Het is glashelder wat Ezechiël ons voorhoudt. Doe het goede of val dood. Iedereen die het goede doet zal leven en iedereen die het kwade doet kan doodvallen. En als je het kwade hebt gedaan en je hebt berouw en je wilt voortaan het goede doen? Dan kies je voor het leven en dan zal je leven. En als je altijd het goede hebt gedaan maar dat geef je op en je leeft voortaan alleen voor jezelf? Dan kun je doodvallen, dan ben je voor de gemeenschap, dus ook voor de gemeenschap van God met de mensen, van nul en generlei waarde. Zijn nu de goede mensen altijd goed en de kwade mensen altijd kwaad? Als je Ezechiël leest niet. Die roept iedereen op tot inkeer te komen en te leven. In kerktaal noemen we dat genade. Ook al doe je verkeerd, als je dat inziet en het voortaan anders wil gaan doen dan mag je weer mee doen, dan krijg je genade. Eigenlijk horen we dat in onze samenleving dan ook toe te passen. De doodstraf is daarbij helemaal uit de boze. Iemand aan wie de doodstraf is voltrokken kan immers nooit meer antwoorden op de oproep van Ezechiël tot inkeer te komen en te kiezen voor het leven. In ons land geldt dat ook een beetje voor een levenslange gevangenisstraf. Die is ook echt levenslang en alleen onder zeer bijzondere omstandigheden kan de Koningin gratie verlenen. Gratie is een ander woord voor genade. Er wordt nu gepleit om de rechter na verloop van tijd, een lange tijd, nog eens te laten kijken naar de rechtvaardigheid van een gevangenisstraf tot de dood er op volgt. Soms kan dat niet anders, maar vaker nog zeggen mensen als ze het individuele geval kennen dat genoeg genoeg is en dat als iemand lang gestraft is geweest en tot inkeer is gekomen de straf onmenselijk wordt. En als God vergeeft wie zijn wij dan om dat onmogelijk te maken. Bij een TBS is het al geregeld. Daar moet een rechter elke twee jaar een oordeel vellen over verlenging van de maatregel. Soms maken TBS gestelden het de rechter moeilijk door te vragen hen te laten zitten. Ze zijn tot het inzicht gekomen dat hun daden absoluut verkeerd waren maar zijn bang terug te vallen in hun oude fouten, de verleidingen niet te kunnen weerstaan en vragen om voortzetting van de bescherming. Het allermoeilijkst hebben het de mensen die na een afzienbare straf weer vrij komen en weer aan onze samenleving moeten deelnemen. In plaats van hen te waarderen om hun inkeer blijft onze samenleving hen de fouten uit het verleden nadragen. Zelfs half weg huizen, half weg tussen gevangenis en samenleving, als die van Exodus kunnen nauwelijks een plaats vinden in buurten en wijken. Daar wordt met veel professionele en vrijwillige hulp de nodige steun en begeleiding geboden. Maar onze samenleving kent maar weinig genade, weinig kansen op een nieuwe start. Eigenlijk vraagt Ezechiël ons dus vandaag ook eens na te gaan hoe het zit in onze gemeente met de acceptatie van Exodus en de arbeidsplaatsen voor ex-gedetineerden in het bedrijf waar we werken.

Die zoon is mij trouw geweest

vrijdag, 26 september, 2008

Ezechiël 18.10-20

Die Ezechiël zou vandaag de dag onder ons kunnen leven. De vragen van ontspoorde jongeren en de verantwoordelijkheid voor hen. En de zorg en verantwoordelijkheid voor kinderen van criminelen spelen volop in de maatschappelijke discussie. Heeft Ezechiël ons daarbij iets te zeggen? Wis en waarachtig wel! Jongeren die alles doen wat God verboden heeft, een uitdrukking die ook in onze taal gemeengoed is geworden, plaatsen zichzelf buiten de samenleving, ze zijn “dood” in de taal van Ezechiël, op straat zeggen we dan dat ze kunnen doodvallen. Maar als ze als criminelen zelf kinderen hebben, moeten we die dan de misdaden van hun ouders aanrekenen? Nee natuurlijk niet zegt Ezechiël. En doen we dat ook niet? De zorg voor kinderen van gevangenen ontbreekt helemaal. Het komt voor dat tieners met broertjes en zusjes in de basisschoolleeftijd thuis de verantwoording voor opvoeding en huishouding op zich moeten nemen als de hen verzorgende ouders wegens een misdrijf in de cel beland zijn. Niemand vraagt naar ze en de zorg voor zulke kinderen is bij ons niet geregeld. Het is alsof ze zelf ook kunnen doodvallen en dat was niet de bedoeling. We hebben met elkaar dus een grote verantwoordelijkheid voor kinderen in onze omgeving. We moeten er allereerst zoveel mogelijk aan doen om te voorkomen dat ze ontsporen. Zorgen dat ze niet spijbelen, dat er goed onderwijs gegeven wordt in onze wijken en buurten, dat er buiten schooltijden iets te doen is, dat ouders tijd krijgen en tijd hebben om door te brengen met hun kinderen en dat kinderen van ouders die niet goed voor ze kunnen zorgen opgevangen worden. Omdat we al die zorg aan instellingen voor Jeugdzorg overlaten is het geen wonder dat het mis gaat. Van Marokkanen kunnen we daarbij nog wel wat leren. Als er in een buurt overlast van Marokkaanse jongens dreigt blijken Marokkaanse buurtvaders daar een uitstekend recept voor te hebben. Ze gaan twee aan twee de wijk in en spreken hun zonen aan op hun wangedrag daar waar dat plaats vindt. Ze doen dat zonder angst. Het is jammer dat dat beperkt blijft tot Marokkaanse buurtvaders. We zouden zulke ouders, want waarom alleen vaders, vaak kunnen gebruiken. En waarom alleen ouders, grootouders, buren en vrienden mag natuurlijk ook. Waarom laten we de veiligheid in de buurten alleen over aan een overbelaste politie. Waarom steken zo weinig mensen de handen uit de mouwen als het gaat om het opbouwen van een samenleving waarin voor iedereen plaats is en niemand bang hoeft te zijn. Ezechiël sprak niet alleen tegen de autoriteiten in zijn samenleving, hij had het tegen iedereen, ook tegen ons vandaag.

Zo iemand is rechtvaardig

donderdag, 25 september, 2008

Ezechiël 18:1-9

Bij alle discussies over de jeugdzorg hoor je dat bij ons ook wel eens vertellen, als de ouders kwaad doen straft God de kinderen. Maar God straft niet en zeker niet hen die het kwaad niet bedreven hebben zegt Ezechiël. Eigenlijk roept hij mensen op om op te houden met elkaar te beschuldigen. Als je geen kwaad hebt gedaan ben je ook niet verantwoordelijk voor het onheil. Alleen als je kwaad gedaan hebt dan zet je jezelf buiten de gemeenschap, in Bijbelse termen: dan kun je sterven. Maar als je mensen tot hun recht laat komen dan zal je dat niet overkomen en zeker je kinderen niet. Het soort rare spreekwoorden dat een volk kan ontwikkelen moet je maar vergeten zo roept de profeet ook ons toe. Want we weten er wat van. Als er hangjongeren zijn die de kans krijgen van kwaad tot erger te vervallen dan “weigeren de ouders hen op te voeden”. Als alleenstaande moeders niet werken maar voor hun kinderen die naar de basisschool gaan zorgen dan overtreden ze de wet. Of er kinderopvang is of niet,die moeders moeten werken. Op tienerwerk bezuinigen we, tieners mogen ook de meest gewelddadige films op tv zien, geweldsspelletjes op hun computer spelen en rondhangen op straten waar volwassenen vrolijk alle snelheidsregels met hun auto’s aan hun laars lappen. Als ze dan ook nog elkaar opzoeken en in groepjes bij elkaar schuilen dan wordt iedereen bang en hebben we een probleem. Sinds het eind van de jaren 50 van de vorige eeuw horen we al van die problemen. We hadden de pleiners en de dijkers, de nozems en de hippies en nu hebben we de hangjongeren en de Marokkaantjes. In de jaren 20 van de vorige eeuw hadden ze vergelijkbare problemen in de Verenigde Staten, vooral met emigranten uit Italië. De problemen daar bleken achteraf de voedingsbodem voor de maffia. Begin jaren 60 bij de komst van de eerste gastarbeiders werd daar ook hier voor gewaarschuwd. Wat een verrassing dat, nu, nadat we veertig jaar alle waarschuwingen hebben genegeerd, er een probleem is. Wie schaft ons goede raad? Wellicht Ezechiël vandaag. Hij roept ons op ons aan de wetten van fatsoen en recht te houden. Weg met geweld en vrouwenhandel. En wat betreft het recht wordt het tijd er alles aan te doen om mensen tot hun recht te laten komen en een echte plaats te geven in onze samenleving. Dat betekent dat niemand, ouders en leerkrachten niet, het meer moet pikken dat er van school gespijbeld wordt. Ook als Uw eigen kinderen niet spijbelen, ook als je klasgenoten spijbelen, pik het niet van anderen. Het idee dat je niet voor elkaar hoeft te zorgen is het begin van de ellende in veel wijken en steden. Laat mensen tot hun recht komen en geeft ze het goede voorbeeld. Dat gold in de dagen van Ezechiël dat geldt vandaag de dag niet anders.

Alle soorten vogels die er zijn

woensdag, 24 september, 2008

Ezechiël 17:22-24

Dat stomme nationalisme ook. Dat van wij zijn beter dan een ander, onze manieren zijn de beste en iedereen die er anders over denkt moet maar weg wezen. De Bijbel heeft er geen goed woord voor over. In de geschiedenis heeft nationalisme altijd geleid tot oorlog en verderf, tot op de dag van vandaag toe. Landen die elkaar de eer betwisten en niet alleen land of macht of inkomen en rijkdom. Dat soort nationalisme bracht Zedekia er toe om stiekum een verdrag te sluiten met Egypte. Dat verdrag zou uitlopen op het verlies van het laatste restje zelfstandigheid van Israel. Maar er was toch de belofte dat alle volken zich naar Jeruzalem zouden keren? Die vraag zal in de ballingschap ook aan Ezechiël gesteld zijn. Hij en de andere profeten van de ballingschap riepen toch voortdurend op om aan de God van Israel trouw te blijven, zijn Wet te bewaren en ook in het vreemde land de naaste lief te hebben als jezelf en bekend te staan als het volk dat bereid is te delen. Daarom een herhaling van het verhaal van een paar dagen geleden in omgekeerde zin. Nu is het niet een grote adelaar die een boom plant maar God zelf. Israel krijgt een nieuwe kans. En de hoogste berg van Israel kan geen andere zijn dan de Tempelberg waar de Wet van de Woestijn werd bewaard en aan de wereld voorgehouden. Alle bomen van het veld zullen zich daarnaar richten. Alle soorten vogels zullen van die boom leven. Wie daaraan niet meedoet zal verdorren. De beeldspraak is duidelijk. Alle volken, ongeacht hun taal, cultuur of uiterlijk, zullen meedoen met de beweging van eerlijk delen. De armsten zullen daarbij voorop staan. Maar iedereen zal dat erkennen. Dan is er geen nationalisme meer. Het is geen wonder dat de Wereldraad van Kerken een aantal jaren geleden het nationalisme tot zonde verklaarde. Nationalisme is overigens iets anders dan het recht van volken op zelfbestuur. Dat recht staat wel in het handvest van de Verenigde Naties maar dat recht staat onderaan de mensenrechten. Dat recht schijnt alleen te gelden voor landen die al zelfstandig zijn en dan nog voorzover de grote mogendheden dat toestaan. Er is zelfs een vereniging van volken die naar zelfstandigheid streven. De Basken, de Molukkers, de Papoea’s, de Oiguren en vele andere volken behoren tot die beweging. Ze is waarnemer bij de Verenigde Naties. Soms maakt een volk zelf een stapje naar zelfstandigheid en wordt zelf waarnemer bij de Verenigde Naties. De Palestijnen is dat gelukt. In de huidige staat Israel is een regeringswisseling op handen en het is te hopen dat men de vrede vooruit kan brengen door de erkenning van een Palestijnse staat, alle soorten vogels zouden immers in de schaduw van de boom op de Tempelberg mogen schuilen. Laten we daaraan mogen meehelpen.

Begrijpen jullie niet?

dinsdag, 23 september, 2008

Ezechiël 17:11-21

Wij denken nog wel eens dat profeten toekomstvoorspellers zijn. En dat in de Bijbel staat dat God direct in de geschiedenis ingrijpt. Uit dit verhaal van Ezechiël zou je kunnen leren dat allebei niet waar is. Ezechiël heeft het niet over de toekomst maar over de actuele politieke situatie. Dat verbond dat Zedekia stiekum had gesloten met Egypte moet wel uitlopen op een ramp. Het bericht heeft Babel al bereikt, zelfs Ezechiël kent het, en dus zal de koning van Babel wel moeten reageren. Die koning van Babel heeft een machtig leger dat de soldaten van Zedekia verpletterend zal verslaan, dat gaat veel levens kosten. En de koning van Egypte dan? Die kijkt wel uit zich in een wespennest te steken. Een oorlog beginnen om een verrader te helpen kan heel gevaarlijk zijn. Zo voert de trouweloosheid van Zedekia tot zijn ondergang en een rampspoed voor het volk. Daar hoeft God niet direct aan te pas te komen, dat gebeurt als je niet doet wat afgesproken was en de boel bedriegt en niet denkt om de armsten in het land. Kennen wij zulke situaties ook? Jazeker, kijk maar naar Gouda. Dat wordt onterecht opgeblazen maar we kunnen er desondanks toch wat van leren. Overal zijn jongeren die zo af en toe relletjes trappen. De relletjes onlangs in Capelle aan de IJssel werden veroorzaakt door Nederlandse jongeren, politieagent afgevoerd naar het ziekenhuis in een politieauto waarvan de ramen met stenen waren ingegooid. Het valt niet goed te praten maar er zullen geen kamervragen over gesteld worden en er reizen geen cameraploegen naar Capelle af. Naar Gouda wel. De ouders van de lastige jongeren uit Gouda waren immers Marokkanen en Marokkanen moeten zich aanpassen. De Marokkaanse jongeren uit Gouda hebben zich dus aangepast maar nog is het niet goed. We hebben namelijk niet geluisterd. Geluisterd naar het geroep van de armen langs de weg. Tien jaar geleden schreef het verbond van Marokkanen in Nederland, een koepelorganisatie, dat het verkeerd zou gaan als de overheid niet meer aandacht zou schenken aan de problemen van Marokkaanse jongeren. Een stevig rapport van bij uitstek deskundigen gebaseerd op een uitgebreid onderzoek. Met dat rapport is niets gedaan. Niemand vraagt overigens waarom er niets mee gedaan werd. Het zijn immers maar Marokkaanse jongeren en over die autochtone jongeren in Capelle wordt toch ook verder gezwegen? Het is als in de dagen van Ezechiël, wie weet heeft van de Wet van de Woestijn, heb uw naaste lief als uzelf, die weet dat als je mensen langs de kant laat zitten het vroeg of laat op onheil uitdraait. Niet verbaasd zijn dus als er meer onheil over ons komt, of er vandaag nog wat aan gaan doen, mee roepen over de groepen die vergeten worden bijvoorbeeld.

Vertel hun dit verhaal

maandag, 22 september, 2008

Ezechiël 17:1-10

Zonder de uitleg blijft het een zonderling verhaal. Een adelaar die een takje in een handelsstad legt en vervolgens boompje plant in een vruchtbare akker. Dat boompje groeit uit tot een vruchtbare wijnstok maar wil water van een andere adelaar ondanks dat het op een vruchtbare akker geplant was en over voldoende water beschikte. De adelaar die de twijg oorspronkelijk plante zou dan uit kwaadheid de vruchten afplukken en de wortels losrukken. Zo zou dan die wijnstok verdorren. Wat heeft zo’n fabel voor ons te betekenen. We moeten weten dat de profeet Ezechiël het volk toesprak niet in Israel maar in Babel waar het als een gevangen volk heengevoerd was. Een volkje want het volk van Babel was groot en sterk. Dat Israel was dus de twijg die in een handelsstad gelegd was. Nu had de Koning van Babel, Nebukadnezar, een grote en belangrijke adelaar dus, Zedekia aangesteld als koning-vazal over het overgebleven Israel. Dat was een nieuwe kans voor Israel om tot bloei te komen. Het was als de zaailing van een wijnstok die in een vruchtbare akker geplant was. En het lukte, Israel maakte een periode van rust en vrede door waarin ook weer sprake was van een zekere welstand. Maar die Zedekia ging in het geheim een verbond aan met Egypte, een andere machtige adelaar. En deze politieke machinatie schoot Ezechiël in het verkeerde keelgat. Die voorzag dat Koning Nebukadnezar wel eens bijzonder kwaad zou kunnen worden over dit verraad en het laatste restje zelfstandigheid van Israel zou opheffen, iets dat ook nog met veel bloedvergieten gepaard zou kunnen gaan. Het is het gedraai en gemanipuleer van politici en machthebbertjes door de eeuwen heen. Denk nu niet dat wij in onze keurige parlementaire democratie daarvan verstoken zijn. Als de Verenigde Staten met hun vingers knippen dan springen de politici van CDA en VVD in de houding en volgt ons land blindelings de politiek van de VS. Zo zijn wij in de oorlog in Irak terecht gekomen, terwijl bijna geheel Europa daar buiten bleef. Dat is ook niet te verantwoorden zodat een parlementaire enquete werd afgewezen en werd omzeild. Zo wordt ons land voorgehouden dat we vele miljarden moeten uitgeven aan een Amerikaanse straaljager die meer kan dan ooit van onze luchtmacht gevraagd zou kunnen worden en er betere en goedkopere Europeese vliegtuigen beschikbaar zijn. Zo worden Marokkanen te kijk gezet als spionnen voor hun eigen land terwijl de CIA Schiphol vrijelijk mag gebruiken om gevangenen in het geheim van het ene land naar het andere te brengen zodat ze gemarteld kunnen worden en buiten het Internationaal toezicht gehouden kunnen worden dat fatsoenlijke landen met elkaar hebben afgesproken. Soms hoef je je niet af te vragen waarom mensen zo’n hekel aan elkaar hebben maar je vraagt je wel af waarom wij ons daarin mee laten zuigen. Ezechiël waarschuwt ons er vandaag voor, met een verhaal dat aan het denken zet.

Daar zetelt het gerecht

zondag, 21 september, 2008

Psalm 122

Volgens de voorschriften in de eerste vijf boeken van de Bijbel gegeven moest het volk Israel een paar maal per jaar op trekken naar de centrale heiligdommen om daar een maaltijd te houden met de familie, de priesters en levieten van die heiligdommen, met de armen en met de vreemdelingen die er onder hen woonden. Aanvankelijk waren er verschillende heiligdommen in Israel, maar na de ballingschap was de godsdienst van Israel uitdrukkelijk en exclusief gecentreerd rond de tempel in Jeruzalem. Daar werden de stenen tafels bewaard als symbool voor de Wet van de Woestijn die ze op hun tocht door de woestijn uit Egypte naar het land van overvloed en vrijheid hadden gekregen. De wet die zei dat ze alles moesten delen met hun naasten. Je kunt je voorstellen dat het optrekken naar Jeruzalem voor dergelijke feestelijke maaltijden op zich ook al een feest was. Een deel van de oogst werd meegenomen, de feesten vielen samen met de verschillende oogsten door het jaar, en in alle boerengemeenschappen wordt er na de oogst uitbundig feest gevierd. Een Psalm als deze leende zich bij uitstek om samen gezongen te worden. Het is dan ook een Pelgrimslied. En in die Psalm worden heel subtiel de verhoudingen weergegeven die van belang zijn. De Psalm begint met het noemen van David, die maakte Jeruzalem tot de hoofdstad van Israel, maar David mocht wel koning zijn, hij was niet de Heer van Israel, dat was God zelf. En God verschaft recht aan de rechtelozen, daarom zijn de poorten van de stad belangrijk want daar werd recht gesproken. Daar zaten de oudsten van het volk die hun leven gestudeerd hadden in het recht zoals dat in de Bijbel gegeven was en gaven antwoord op de vele vragen die bij je kunnen opkomen. David, zijn opvolgers als het huis van David aangeduid, zijn dan een garantie voor vrede en rust. David zelf had nog de nodige oorlogen gevoerd om Israel vrede te geven maar dat was uiteindelijk gelukt en onder Salomo zijn zoon was de tijd van vrede en welvaart inderdaad uiteindelijk aangebroken. Dan kun je inderdaad met je verwanten en je vrienden optrekken en maaltijd houden. Zoals de moslims in onze dagen tijdens de Ramadan zogenaamde Iftar maaltijden houden. Op die maaltijden delen ze wat ze hebben met hun familie, hun vrienden, de armen en de vreemdelingen onder hen. In ons land gaat dat zelfs vaak omgekeerd. In tal van steden gebruiken Moslims de Iftar om samen met hun Nederlandse buren, in hun buurt of wijk, een maaltijd te houden. Die Iftar maaltijden blijken uitstekende instrumenten om spanningen in buurten en wijken te verminderen en mogelijke problemen onderling bespreekbaar te maken. Het voorschrift samen maaltijd te houden is bekend in Jodendom, Christendom en Islam. En in alle drie de godsdiensten gaat het om hetzelfde, om elkaar al het goede te wensen, door het goede te doen, dan komen mensen tot hun recht.