Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor augustus, 2008

Slechte mensen vragen om een teken

donderdag, 21 augustus, 2008

MatteĆ¼s 16:1-12
 
Prachtig al die wonderen die zo maar in de Bijbel voorbij lijken te komen. Als je wilt weten wat van God is, nou let dan op de wonderen, dat denken veel mensen wel, maar zo zit het niet.  Jezus lijkt in dit verhaal niks van wonderen te willen weten. Als de religieuze leiders van zijn tijd vragen om een teken uit de hemel wijst hij op alle schijnzekerheden die ze steeds weer te berde brengen. Als weersvoorspellers naar de natuur gaan ze tekeer. Als het regent komt er water in de sloot en als de zon schijnt is het droog. Verder komen ze eigenlijk niet. Dat soort zekerheden kennen we nog steeds. Er komt een terroristische aanslag, zeker weten, alleen wanneer weten we nog niet, dus wees waakzaam. De vrijheden van burgers worden ingeperkt, grote massa’s politieagenten ingezet om iedereen te controleren. En uiteindelijk werd een arme Braziliaan in Londen doodgeschoten omdat hij hardlopend de metro wilde halen. En wie heeft zich niet eens gehaast om de trein of de bus te halen. Is dat voortaan gevaarlijk? En hoeveel wordt er gedaan om de oorzaken van het terrorisme weg te nemen? De oorlog in Irak werd er mee gerechtvaardigd, maar daar zaten toen de terroristen niet. Die zitten er inmiddels wel, in de aanhangers van de vroegere dictatuur vinden ze warme bondgenoten. De tekenen van de tijd noemt men dan, nooit wordt het meer hetzelfde, we moeten ons wapenen. Dat ondertussen de rijker steeds rijker worden en de armen steeds armer, dat de honger in de wereld toeneemt in plaats van afneemt, dat de grenzen van de rijke landen meer gesloten worden in plaats van open dat zijn tekenen van deze tijd die niet genoemd en dus niet gezien worden. Wij zijn ondertussen druk bezig met discussies over de benzineprijs. Autorijden is belangrijker op dit moment dan de toekomst van onze kleinkinderen. We gaan te gronde als we niets aan de overmatige prijzen doen, roepen politici in koor. Alsof er niet genoeg op de hele wereld is om iedereen te eten te geven. Alleen als we door blijven gaan om kostbare grondstoffen in een hoog tempo op te maken, scheppen we problemen voor hen die na ons komen. Echte liefde voor mensen zou ons daarvoor moeten behoeden. Dat we wat minder auto rijden is niet zo erg, er is ook openbaar vervoer en dat kan ook nog beter, met meer werk voor werklozen. Jezus waarschuwde voor de propaganda van het eigen belang. Pas als er wonderen worden verricht is het waar zo wil men ons doen geloven. Niks er van zei hij: pas als er gedeeld wordt is het waar. Op dus naar een duurzame samenleving, waar plaats is voor iedereen en niemand wordt uitgesloten van zorg en voedsel. In de Bijbel noemden ze dat het Koninkrijk van God.

Ze hebben niets meer te eten

woensdag, 20 augustus, 2008

MatteĆ¼s 15:29-39

Getallen staan er in de Bijbel soms niet zomaar. Als we ergens 12 zien staan denken we aan de 12 zonen van Jacob die hun namen gaven aan de 12 stammen van Israel. Jezus zocht laten 12 zendelingen uit die als de Apostelen er op uit werden gestuurd om zijn verhaal te vertellen. Een tijdje geleden hadden we het over het verhaal waarin een grote groep mensen te eten kreeg terwijl iedereen dacht dat er niks meer zou zijn. Er bleven toen 12 manden brood over, genoeg dus eigenlijk om het hele volk van te eten te geven. Er is nog zo’n getal is dat is 7. Het wordt wel het heilige getal genoemd en het staat voor de volmaakte wereld, de hele wereld, maar dan zoals die bedoeld is. Daarvan staat in het begin van de Bijbel dat God er naar keek en zag dat het goed was. In het verhaal waarnaar hierboven wordt verwezen bleven er zeven manden over. Genoeg dus om de hele wereld te eten te geven. Niet zo vreemd natuurlijk als je eerst de kruimels van de tafel voor de buitenlandse bestemd. En natuurlijk net als in het eerste verhaal over het te eten geven van het volk, waren ook hier de vrouwen vergeten die na drie dagen nog te eten hadden, zij werden niet meegeteld. Maar vrouwen gaan niet op stap zonder proviant, zeker niet als ze ook nog hun kinderen mee nemen, mannen wel, die rennen zo de deur uit en zien wel. Vijf broden en een paar visjes brachten de leerlingen ter tafel. Er is dus echt genoeg te eten voor de hele wereld. We hebben zelfs over, in de rijke wereld gooien we genoeg weg, elke dag, om bijna iedereen in de rest van de wereld te eten te geven. Mensen uit verschillende kerken zagen dat en gingen dat eten ophalen, eten dat de bakker over heeft, dat de groenteboer en de slager over hebben, dat de supermarkt weer terug moet sturen. Dat eten verdeelden ze onder mensen in hun eigen dorp en stad die zo arm zijn dat ze te kort hebben om eten te kopen. Dat leek eerst wel aardig en niet zo nodig. Maar in ons rijke Nederland weten we zo slecht met elkaar te delen, en roepen we iedereen om het kwartier op de TV op om schulden te maken bij leningboeren, dat er steeds meer mensen komen die niet meer buiten de voedselbanken kunnen. Reclame maken voor lenen is nog steeds helaas niet verboden. Er zijn ook geen wettelijke grenzen aan lenen en aflossen. De grote verleiders kunnen ons blijven wijsmaken dat we ook dat laatste mooie truitje, of die keuken nodig hebben. En net als bij roken en snoepen denken straks veel te veel mensen dat de waarschuwingen tegen lenen in die advertenties wel niet voor hen zullen zijn, zij hebben toch goed nagedacht? Als je het bedrag dat je wilt lenen niet bij elkaar hebt weten te sparen dan lukt het je ook niet om de lening af te lossen. We zullen de voedselbanken maar moeten blijven steunen, en misschien willen een paar van die leningboeren wel zo’n voedselbank sponseren, doet een enkeling per slot ook met een voetbalclub.

Laat verdrukten niet teleurgesteld heengaan

dinsdag, 19 augustus, 2008

Psalm 74:13-23

De dichter van deze Psalm doet een beroep op de kracht van God die dagelijks te zien is. Er zijn geen monsters meer in de zee. Zelfs in de woestijn ontstaan soms bronnen en beken en vruchtbare stromen. Dag en nacht hebben duidelijke grenzen, de zon en de maan zijn geen goden maar maaksels van die sterke God, de aarde is begrensd, zomer en winter zijn duidelijk te onderscheiden. Had die God, die boven al het denkbare uitgaat, niet ooit een verbond gesloten met Israƫl? Als zij God liefhadden boven alles en hun naaste als zichzelf zou God hen beschermen. Nu het volk zo vernederd is, moet dat volk, dat leeft in duistere oorden, holen van geweld, niet worden beschermd? Maar moet God echt zelf zijn eigen zaak verdedigen? Als dwazen God bespotten, de tegenstanders razen en vijanden tieren, en je hoort het voortdurend, kun je dan buiten spel blijven? Moet je echt Gods water maar over Gods akker laten lopen? Natuurlijk mag je in een situatie van onderdrukking en geweld een beroep doen op de God die met je meetrekt. Maar dat beroep is een signaal aan alle gelovigen, aan ieder die de naaste lief heeft als zichzelf. God heeft de weg gewezen waarlangs die tegenstanders verslagen kunnen worden, waar de schimpscheuten tot zwijgen kunnen gebracht en het razen van tegenstanders bedwongen kan worden. We vergeten dat nog wel eens. We brengen graag de ellende van een ander bij God en doen er dan verder niks aan. Dan lees je over gebedsmarathons voor de armen in Afrika terwijl de Fair Trade winkels zitten te springen om vrijwilligers. In sommige plaatsen zijn wel gebedsmarathons voor de armen in Afrika maar zijn zelfs geen Fair Tradewinkels. Die armoede komt echt omdat wij onze grenzen sluiten en onze boeren subsidiƫren. Die armoede is geen straf van God maar het gevolg van onze hoogmoed. Individueel hoeven we ons er niet schuldig over te voelen, niemand kan er zelf wat aan doen, maar samen moeten we ons schamen, als volk, via parlement en regering kunnen we er juist een heleboel aan doen. Hetzelfde geldt voor de vrede. Voor de val van de muur waren er veel vredesgroepen uit Kerken in ons land die banden aangingen met kerkelijke groepen in het toenmalige Oost-Duitsland. Vanuit de Rooms-Katholieke kerk waren er banden met parochies in Polen. Vanuit die kerken in de DDR kwam het protest tegen de autoritaire regering van de DDR, uiteindelijk leidend tot de val van het communisme. Maar nergens hoor je over contacten tussen groepen mensen in Europa en groepen in Rusland. Terwijl contacten tussen gewone mensen, samen vorm geven aan een wereld van vrede, nu juist een verzekering kunnen zijn voor de vrede. Bidden tot God om vrede en om het lot van de zwakken en de armen betekent dus eerst in beweging komen en zoveel mogelijk mensen meenemen.

Niet Ć©Ć©n profeet meer

maandag, 18 augustus, 2008

Psalm 74:1-12

In het begin van deze week beginnen we met het zingen van een treurpsalm. De Tempel is verwoest en de stad ligt in puin. En niet zomaar in puin maar het lijkt er op dat de stad nooit meer herbouwd zal kunnen worden. Zo zongen ze in Rotterdam na het bombardement in 1940, zo klagen de mensen in verschillende steden van GeorgiĆ« in onze dagen. Maar de dichter van deze Psalm gaat het met name aan het hart dat de Tempel verwoest is. Geen wonder want van die Asaf neemt men aan dat die actief betrokken was bij de Tempeldienst, en met het verwoesten van de Tempel kan het ook afgelopen zijn met deWet, met de zorg voor de armsten, de minsten.  Nu is het verwoesten van de Tempel een ding, maar, zo luidt de klacht, er is zelfs niet Ć©Ć©n profeet meer. Dat zou wat raar kunnen klinken uit de mond van iemand die bij de Tempeldienst hoort. Als je de Bijbel leest dat lijkt het er soms op dat er voortdurend oorlog is tussen de Priesters van de Tempel in Jeruzalem en de verschillende profeten. Toch is dat een misverstand. Sommige profeten waren zelf ook nauw betrokken bij de dienst in de Tempel. Waar die profeten moeite mee hadden was het uiterlijk vertoon dat de godsdienst in de Tempel soms kon aannemen. Het ging daarbij niet meer om de mensen maar om de mooie dienst, de rijke gewaden en het belang van de Priesters en de Tempeldienaars. Terug naar de dienst van God riepen de profeten dan, de dienst die voorschreef dat je je naaste lief moet hebben als jezelf. Maar als de stad verwoest is en de Tempel in puin ligt dan lijkt zelfs zo’n oproep om je naaste lief te hebben tevergeefs. En toch moet daar ook onder de in deze Psalm genoemde omstandigheden de oplossing te vinden zijn. In het laatste vers van de passage van vandaag wordt over verlossing gesproken. Als je God als Koning aanspreekt dan is dat een Koning die verlossing brengt. Daar hoef je dus niets voor te doen? Integendeel. God liefhebben is je naaste liefhebben. God als Koning belijden is geen ander boven je dulden. Niemand is de baas alleen God. Ieder die iets anders vraagt dan liefde voor de minsten in de wereld is ongehoorzaamheid verschuldigd. Dat is niet de gemakkelijkste weg, nog steeds niet, ook niet in ons rijke welvarende land. Wie pleit voor eerlijke verhoudingen op de internationale markten krijgt de complete Nederlandse landbouwgemeenschap over zich heen. Natuurlijk behoren ook de boeren in Nederland een eerlijk loon te kunnen verdienen, maar dat geldt ook voor de boeren in de armste landen op de wereld. En pas als wij de marktverhoudingen eerlijk maken en de boeren in de armste landen evenveel recht hebben op een eerlijk inkomen als de boeren in de rijkste landen wordt het probleem van de honger opgelost. Voorlopig zetten de vijanden van eerlijk delen overwinningstekens in het hart van onze samenleving. Aan ons om het tij te keren.

Ik ben maar een dorre boom

zondag, 17 augustus, 2008

Jesaja 56:1-8

Vandaag zingen we mee met een Psalm uit het boek van de Profeet Jesaja. Uit het gedeelte van het boek van de profeet dat ontstaan is na de ballingschap. Toen was er weer de vraag wie er wel en wie er niet bijhoort. Er moest immers opnieuw een samenleving opgebouwd worden nadat het volk zo lang in Babel had gewoond en alles verwoest was. Deze Psalm geeft een beetje een antwoord op de vraag wie er wel en niet bijhoren. Een antwoord dat ook voor ons belangrijk is want ook bij ons speelt dezer dagen de vraag wie er allemaal bij mogen horen in ons land. Deze Psalm is uitstekend mee te zingen op de zondag. Want wij houden niet meer de Sabbat zoals in de Hebreeuwse Bijbel staat voorgeschreven maar die Sabbat vieren wij op de eerste dag van de week om ook te gedenken dat Jezus van Nazareth die wet van de Sabbath vervulde door die door de dood heen vol te houden. Die ene dag in de week waar het niet gaat om het maken van winst en profijt, waar werken en zwoegen en brood verdienen niet centraal staat is in de Bijbel heel erg belangrijk. Het staat er vaak als een maat waarmee je menselijk gedrag kunt meten. Mensen die bereid zijn samen een dag het werken en zwoegen te laten rusten en voor elkaar te zorgen houden meer de Wet van houden van je naaste als van jezelf als mensen die bezig zijn in een vierentwintig uurs economie. De gecastreerde man die geen kinderen kan verwekken, de eunuch, is vruchtbaarder dan iemand die de Sabbat niet in acht neemt. Die eunuch brengt een nieuwe samenleving voort. En ook de vreemdeling die de Sabbat houdt, en daarmee zorgt voor de mensen om zich heen hoort er bij. De mensen die zo handelen kennen geluk, juist ook omdat ze geluk verspreiden. Denk dus niet dat je er niet bij hoort omdat je niet naar een kerk gaat om hallelujah te roepen en je armen in de lucht te steken. Daar gaat het helemaal niet om, ook al denk je dat je op geloofsgebied een dorre boom geworden bent, als je de Sabbat houdt dan vergis je je, dan hoor je er wel bij. Niet dat je niks moet doen op de Sabbat. In het oorspronkelijke gebod staat niet alleen dat jezelf niet mag werken, maar zelfs je dieren mogen niet voor je werken en daar moet je voor zorgen ook. Zorgen voor de ander staat dus voorop bij het rechtvaardig handelen en het handhaven van het recht waartoe deze Psalm oproept. Dan zien je ook de gerechtigheid van God. Dan zie je wat liefde voor anderen tot stand kan brengen. Dat zie je pas als je niet met je eigen winst, je eigen besognes, bezig bent maar volgens het Sabbatsgebod je ogen opent voor de mensen om je heen, voor de minsten op de aarde, en daar op de Sabbat voor aan het werk gaat. Dan kom je in het huis van alle volken, daar merk je dat er nog veel meer zijn bijeengebracht, op de Sabbat van de Heer.

Help mij

zaterdag, 16 augustus, 2008

MatteĆ¼s 15:21-28
 
Er zijn allerlei manieren om mensen te helpen. Je kunt mensen negeren. Soms helpt dat. Uit onderzoek naar mensen die op een wachtlijst bij de Geestelijke Gezondheidszorg stonden bleek dat een flink deel van die mensen zonder verdere hulp al genas. Erkenning van een probleem, ook door henzelf was al genoeg om hen aan een oplossing te doen werken. Je kunt ook mensen helpen om er maar vanaf te zijn. Zoals de leerlingen van Jezus in het  verhaal van hierboven proberen, zo van ze roept zo hard, dat staat kennelijk lelijk, dat trekt maar ongewenste aandacht. We zien die vorm van hulpverlening nog wel eens bij politici. Dan moeten ineens alle zwervers geholpen worden. Niet met hun probleem, dat kan nog heel verschillend en ingewikkeld zijn, maar met hun gezwerf, geen gezicht, dus: of naar een inrichting of naar een deel van de stad waar ze niet worden gezien. Je hebt ook nog de zogenaamde Rode Kruisagressie. Problemen voor mensen oplossen omdat je het gevoel hebt dat het moet, daar ben je toch voor. Het spreekwoord dat je beter iemand kan leren vissen dan een vis geven helpt dan niet. Toch is het natuurlijk altijd goed om je af te vragen wat helpen in een bepaalde situatie echt betekent. Help je iemand door alles over te nemen, of help je iemand door te laten zien dat die het zelf ook kan oplossen? De geleerden zijn het er niet over eens wat hier uiteindelijk van Jezus gevraagd wordt. De nieuwe vertaling heeft het over wegsturen, maar de oude Statenvertaling had het over laten gaan. Het oorspronkelijke Grieks zou misschien ook met bevrijden vertaald kunnen worden en dan hebben de leerlingen meer door dan de Nederlandse vertaling ons wil doen geloven. Het brengt Jezus wel in gesprek met de vrouw. Een buitenlandse, een KanaƤnitische, en dat staat vaak voor buitenlands van het ergste soort. Jezus gaat eerst na wat voor hulp gevraagd wordt. Is dit een moeder die het probleem dat een dochter kan vormen op een ander wil afwentelen, zoiets als die leerlingen doen met hun hekel aan het geschreeuw. Kennelijk niet want de moeder is bereid zelf voor haar dochter door het stof te gaan. Ze vindt het zelfs niet te min zich met honden te laten vergelijken. De kruimels van de tafel moeten voor haar al genoeg zijn. Dat maakt het Jezus mogelijk iets te doen. En wat dan? Wat de dochter mankeert blijft buiten het verhaal. Ze was genezen omdat haar moeder wilde dat ze genas. De inzet van ouders voor hun kinderen kan groot zijn. Dat betekent niet dat ongeneeslijk zieke kinderen genezen als hun ouders maar genoeg van ze houden, integendeel. Kinderen die ongeneeslijk ziek zijn genezen niet, hoezeer hun ouders ook van ze houden, maar die liefde maakt wel dat de kwaliteit van leven omhoog kan gaan. Wetenschappelijk onderzoek, voorzieningen voor zieken en gehandicapten, instellingen en ziekenhuizen, het is er vaak door de inzet van zulke ouders gekomen. Die ouders gaan niet alleen door het stof voor hun eigen kind, maar voor alle kinderen. Alleen zulke onvoorwaardelijke liefde voor mensen helpt, maar hulp vragen is eigenlijk heel gewoon.

Uit het hart komen boze gedachten

vrijdag, 15 augustus, 2008

MatteĆ¼s 15:12-20
 
Vandaag herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog. Nederland en haar vroegere kolonieƫn zijn al weer meer dan 60 jaar vrij van vreemde bezetting. Die kolonieƫn moesten daar soms nog een paar jaar voor door vechten, tegen de Nederlanders ook. Direct na de Tweede Wereldoorlog riepen de Indonesiƫrs weliswaar de onafhankelijkheid uit maar Nederlanders dachten dat de inlanders daar het bestuur niet zouden aankunnen. Vierhonderd jaar hadden wij uitgemaakt wat goed voor hen was. Het zal duidelijk zijn dat ze in ruim 60 jaar de schade nog niet geheel hebben ingehaald. Voor Suriname geld dat overigens ook. En we vergeten maar al te gemakkelijk dat Surinamers hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid, hier in Europa en in de Oost. De bevrijdingsdag in augustus trekt overigens van Nederlanders altijd al maar weinig aandacht. Als de een zich beter acht dat de ander dan krijg je dat. De andere bezette gebieden waren immers koloniƫen, wingewesten, en ze waren nog niet eens zo dankbaar voor hun bevrijding dat wij onze winsten er weer vandaan mochten halen. Dat staan op die winsten kan dat soms heel veel mensenlevens kosten. Juist omdat de machtigen en rijken machtig wilden blijven en nog rijker wilden worden werden sprookjes over wanorde verspreid en Nederlandse jongens in Indonesiƫ, en Indonesiƫrs tegen Nederlanders, de dood ingejaagd. Een dag om te blijven gedenken, al was het alleen maar omdat we nog steeds soldaten er op uit sturen om te vechten voor de vrede. Dat hoeft niet verkeerd te zijn, soms kan het niet anders, maar het vergt goede beslissingen ontdaan van propaganda. Het instituut van een Veiligheidsraad, waar unanieme beslissingen genomen moeten worden, is tot nu toe een goede garantie gebleken tegen verkeerde oorlogen. Alleen trekken we ons niet altijd evenveel van de garantie aan. Propaganda wordt in het bovenstaande Bijbelstukje als het meest onrein beschreven. Dat wat uit de mond komt is verkeerd, niet wat er in gaat. Jezus had nog steeds discussies met de leiders van tempel over het houden van de wet. Als het maar netjes en keurig gaat, niet of het uit liefde voor mensen gedaan wordt, telt dan. De keurige pakken en gestreken overhemden bepalen ook in onze tijd nog de besluiten die verdedigd worden met deftige zinnen vol zoetklinkende woorden die de werkelijkheid voor iedereen weten te verbergen. Geen van de bestuurders uit Rusland, Europa, Georgiƫ of Amerika heeft het over een oliepijpleiding. Alleen mensen die er nauwkeurig naar kijken en zich afvragen waarom die drukte en dat geweld zien die oliepijpleiding lopen. Er is in al die eeuwen nog niet zo erg veel verandert en dat maakt het voor ons gemakkelijker om er door heen te kijken, gewoon vergelijken met wat er geschreven staat. Er zullen vandaag ook weer veel mooie woorden gesproken worden over de strijd in Indiƫ, maar hoeveel daarvan zijn gevormd door boze gedachten?

Het is gedaan met de geweldenaar

donderdag, 14 augustus, 2008

Jesaja 29:17-24

Het blijft altijd mooi dit soort visioenen te lezen. Zoals het in de Tweede Wereldoorlog klonk: “Eens zal de Betuwe in bloei weer staan”, of toen in de jaren 60 van de vorige eeuw Bob Dylan zong over de times they are changing, zo zingt de schrijver van dit gedeelte uit het boek van de Profeet Jesaja over de terugkeer van het recht naar Israel. Ieder die op onrecht zint zal vergaan staat er. Dat is een droom die we ook vandaag de dag nog kunnen dromen. Wat moeten we met buurman Rusland die een klein buurland onder de voet loopt en zelfs als er een wapenstilstand is afgesproken doorgaat haar positie in dat land te versterken. Wat moeten we met de Verenigde Staten die niet alleen tientallen burgers jaren lang zonder vorm van proces op een militaire basis op Cuba gevangen houdt maar als er dan voor de vorm een proces is geweest en een vonnis is geveld dat vonnis niet ten uitvoer wil leggen. Wat moeten we met een vriend als het huidige Israel die een muur bouwt rond Palestina ook zo dat gezinnen en families van elkaar gescheiden worden en boeren hun land verliezen. Ze zullen vergaan zegt dit visioen van de Profeet, zelfs zij die de rechters in de poort wil verstrikken, wie het recht van de rechtvaardige schendt met loze beweringen. We kunnen die loze beweringen dag in dag uit in allerlei vormen horen op de radio en zien op de Televisie. Juist dat verdraaien en liegen maken dat steeds meer mensen zich afkeren van bestuurders en machthebbers in plaats van hen te blijven volgen en aan te spreken op het goede dat ze behoren te doen. Pas als de mensen ook echt zien dat machthebbers oprecht iets proberen te doen voor de zwaksten, echt proberen vrede te stichten en een eerlijke verdeling van kennis, macht en inkomen in de wereld voor elkaar te krijgen dan zullen ze de waarde van de Liefde weer gaan onderkennen. Niet alles zal altijd opgelost kunnen worden overigens. In het visioen van de profeet staat niet dat alles goed komt maar als je het niet meer snapt dan zul je het gaan begrijpen en ook al heb je reden om te blijven klagen je snapt in elk geval voortaan hoe het zo komt dat het niet ideaal is geworden. Misschien moeten we dat laatste vers uit het gedeelte van vandaag nog wat dieper tot ons door laten dringen. De onvolkomenheden in ons uiterst rijke land, de hondenpoep op straat, de bus of de trein die wel eens te laat komt, de files die er hier en daar staan, laten mensen zo hard klagen dat ze vergeten te denken aan mensen die geen brandstof meer hebben om te koken, die geen artsen hebben waar ze terecht kunnen, die geen eten hebben om hun kinderen te voeden, die soms zelfs geen huis hebben om hen te beschermen tegen de brandende zon. De problemen die wij hebben vallen in het niet bij de problemen die onze broeders en zusters in Afrika hebben. Maar ook voor hen geldt dat er bevrijding mogelijk is, alleen hun bevrijding begint bij ons, als het kan vandaag nog.

Hij heeft mij niet gemaakt

woensdag, 13 augustus, 2008

Jesaja 29:9-16

Misschien heeft God de mens geschapen maar vader en moeder zijn toch voor jou en mij verantwoordelijk. Dat je bestaat en nog leeft komt echter toch alleen door liefde voor jou. Dat ging nooit vanzelf. En alle liefde komt van God. Liefde heeft je ook gevormd tot wat je bent. Zo kun je dus niet zeggen dat God niet de hand heeft gehad in wat jij geworden bent. Zelfs al heb je de liefde niet als zodanig ervaren en draag je het beeld dat je in een liefdeloze omgeving bent opgegroeid. Denk maar niet dat je grootgebracht kunt worden omdat het nu eenmaal zo hoort. Altijd zijn er idealen, altijd is er wel iemand die geniet van het nieuwe leven dat ontluikt en waaraan bijgedragen mag worden. Soms zie je dat niet, dan is alles verduisterd en zie je alleen nog het duistere waarmee je omringt bent. Maar leven komt van liefde en als je dat leven weet te ervaren en ervan weet te genieten dan ervaar je de liefde ook. Dan merk je ook dat liefde voor een ander niet een soort plicht is, een last die je met je meedraagt, waar je natuurlijk met woorden steun aan moet betuigen maar die je in de praktijk ook mag inruilen voor eigen liefde. Liefde die niet gloeit, die niet doorvoeld wordt is niet echt. Maar echte liefde kan indrukwekkende wonderen verrichten. Echte liefde kan maken dat mensen weer warmte gaan voelen en weer het leven kunnen kiezen. Echte liefde kan mensen bevrijden van het juk van zo hoort het. En niet alleen individuen maar hele samenlevingen. Als mensen van mensen houden zoeken ze elkaar op en werken ze samen aan een samenleving waar niemand bedreigd wordt,  waar iedereen zich thuis voelt. Dan komen buurtvaders de straat op om opgeschoten jongeren te leren hoe goed het is van de buurt te houden en je daar thuis te voelen en hoe schadelijk het voor jezelf kan zijn als je de buurt voortdurend schade wil toebrengen en je van de mensen vervreemdt. In steden zorgen mensen dan samen voor de nodige voorzieningen, voor gehandicapten en zieken, voor ex-gedetineerden en psychiatrisch patienten die op zichzelf mogen wonen. Dan nemen werkgevers gehandicapten in dienst en scheppen bedrijven ruimte voor mensen met een beperking. Dan zijn er veilige verkeersroutes voor ouderen en worden kinderen met zorg naar school gebracht. Landen zorgen dan onderling voor vrede en lossen meningsverschillen op door er over te praten en niet door elkaar soldaten en oorlogstuig op het dak te sturen. Overal wordt mensen recht gedaan en het recht staat centraal tussen mensen en volken. Denk niet dat het kwade verborgen kan blijven. Altijd komt het kwade uit en altijd zal het kwade zich keren tegen hen die het kwade bedrijven. In de dagen dat dit deel van het boek van de profeet Jesaja ontstond zorgden de meeste mensen alleen voor zichzelf, dachten ze alleen aan nu en wat ze konden binnenhalen. Die mensen verloren hun stad en hun land voor lange tijd, laten wij zorgen dat wij onze samenleving weten te behouden.

Zo zal het ook de volken vergaan

dinsdag, 12 augustus, 2008

Jesaja 29:1-8

Vandaag een gedicht uit het boek van de profeet Jesaja. Aan dat boek hebben meer mensen meegeschreven en misschien is dit lied wel een blues die door de armen in de straten van Jeruzalem werd gezongen en daarom opgenomen werd in dit boek. Om het te begrijpen moet je een paar dingen weten. Dat AriĆ«l wordt hier onvertaald gelaten en helemaal duidelijk is de betekenis niet, het betekent zoiets als “sterke leeuw van God” zo wordt bijvoorbeeld een stamvader uit een geslacht van de stam Gad genoemd , maar het is ook de aanduiding van een vuurhaard, zoiets als de open haard die op koude avonden je huis verwarmd, of het bovenste deel van het brandofferaltaar bij de Tempel dat buiten stond en waar je je aan kon warmen.Een vuur kan in de nacht juist voor armen die op  straat slapen meer dan welkom zijn. De Naardense Bijbel vertaald dan ook “Wee AriĆ«l, Vuurhaard van God” en de aanvulling dat David zich er ooit legerde maakt duidelijk dat hier Jeruzalem bedoeld wordt.Van die “Vuurhaard” wordt een offerhaard gemaakt. Want ondanks de kringloop van feesten zijn er nog steeds armen die in de straten de blues moeten zingen. Misschien is die kringloop van feesten wel de aanduiding dat er wel zaai en oogstfeesten gevierd worden maar niet zoals voorgeschreven in de vorm van maaltijden waar met de armen uit de stad en de vreemdelingen gedeeld wordt, meer lijkend op de rituelen die ook voor de afgoden gedaan worden. Als de vuurhaard tot een offerhaard gemaakt wordt dan wordt de rijkdom van de stad in elk geval weer met de vreemdelingen gedeeld. Niet dat de vijanden van de stad uiteindelijk zullen overwinnen. Iemand die arm is en honger en dorst kent weet hoe dat gaat, je droomt van voedsel maar de honger verdwijnt niet en je droomt van drinken maar de dorst blijft. Zo vergaat het volken die vreemde steden en landstreken bezetten. Zelfs in onze dagen zijn er volken te over die die les nog niet hebben geleerd. Hun onvermogen om te leren kosten velen het leven. Het brengt mensen er toe om te denken dat het visioen van een vreedzame en rechtvaardige samenleving zoals die in de Bijbel wordt getekend nooit bereikt zal worden.  Daar is dus geloof voor nodig en moed om het vol te houden ook in de duistere tijden. Maar optrekken tegen de Wet van eerlijk delen, de Wet van houden van je naaste als van jezelf zal je uiteindelijk tot stof doen vergaan. EgoĆÆsme leidt altijd tot de dood, anti-egoĆÆsme voert tot het leven. Het is de les die het volk Israel ooit in de woestijn had geleerd en die verankerd lag in de Wet die in Sion werd bewaard. Telkens weer moesten er profeten opstaan die het volk voorhielden wat er gaat gebeuren als je die Wet loslaat, als je God in de steek laat. Dan loopt het dus slecht met je af. Want uiteindelijk zal de liefde overwinnen, ook in China, ook in GeorgiĆ«, ook in Rusland, zelfs in ons eigen land.