Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juli, 2008

Laat wie oren heeft goed luisteren!

dinsdag, 15 juli, 2008

MatteĆ¼s 13:1-9

Hoe krijg je het in die stomme koppen dat je van anderen moet houden als van jezelf.  Dat het in het Koninkrijk met de wet van de woestijn niet gaat om wie de eerste, de beste, de knapste, de sterkste of de rijkste is. Je legt het geduldig uit. Jezus gebruikt hele knappe voorbeelden. Gelijkenissen zijn die gaan heten. Maar hoe komt het toch dat als je dag in dag uit, jaar in jaar uit het meest voor hand liggende vertelt het toch niet altijd over komt. Niet altijd want soms, heel soms, willen mensen het best geloven. Voor Jezus van Nazareth maakte het eigenlijk niet zoveel uit. Dat lees je tenminste in de gelijkenis over de zaaier. Wij herkennen dat niet meer zo. Voor ons is de zaaier uit de gelijkenis maar een verspiller van kostbaar zaaigoed. Maar bij ons is het land eerst mechanisch geploegd, met van die mooie rechte voren. En als het dan even wil dan wordt er ook nog mechanisch gezaaid, met een speciaal zaaiapperaat achter een tractor. Op die manier hoeft er maar weinig verloren te gaan en ontstaat er een grote opbrengst, dus een groot rendement. Maar in de dagen van Jezus van Nazareth hadden ze al die automatisering niet. Wie het land vrij van stenen wilde hebben brak de rug, van zichzelf of van de familie. Als je dus een redelijk stuk land had kon je beter de stenen laten liggen. Waar de weg liep was ook niet altijd duidelijk. De wegen in die dagen waren niet geasfalteerd. De wegen die nog het beste aangelegd waren behoorden aan de Romeinse soldaten, maar als die wilden afwijken trokken ze zich niets aan van pas ingezaaid land. Ook onkruidbestrijding was er nog niet echt. Je kon het onkruid met de hand verwijderen, maar dan liep je toch de kans ook het graan er mee uit te trekken, je kon dus maar beter wachten tot de dag van de oogst en dan het kaf van het koren scheiden. Zo gaat dat ook met het Woord, met de boodschap van Jezus van Nazareth. Je moet je dus niet afvragen waarom al die mensen na zoveel eeuwen zich nog steeds niks, of maar weinig , aantrekken van de roep om zorg voor de minsten, van de roep ook om vrede in de wereld. Je moet blij zijn dat er nog zoveel mensen zijn die het wel hebben gehoord en die zich inspannen in een vredesbeweging, bij Amnesty International, in een Fair Trade winkel, in een bezoekgroep voor gevangenen, bij VluchtelingenWerk Nederland, in Interreligieuze Overleggroepen of een van de talrijke organisaties en groepen in het land die zich bezig houden met de minsten in de wereld. Om te horen hoe je dat het beste kunt aanpakken en volhouden, en om anderen te ontmoeten die hetzelfde doen, komen mensen op zondag bij elkaar in kerken. En of je bij de goede aarde hoort waar de boodschap van bevrijding van de armen, het Evangelie, zichtbaar wordt moet je bij jezelf nagaan. Maar dat het verhaal verteld moet blijven worden maken al die mensen duidelijk die bezig zijn vorm te geven aan dat Koninkrijk van God.

 

Uw moeder en uw broers

maandag, 14 juli, 2008

MatteĆ¼s 12:43-50

De directeur van de Jellinekkliniek in Amsterdam, de grote instelling voor de zorg voor verslaafden, noemde zichzelf een alcoholist. Ooit was hij zwaar verslaafd geweest aan alcohol maar met succes had hij het drinken van alcohol weten te stoppen. Maar, zo zei hij, als je eenmaal verslaafd bent geweest aan alcohol dan kun je nooit meer een druppel alcohol drinken, ook al drink je nooit meer, je blijft een alcoholist. Het gaat er dus niet alleen om slechte gewoonten af te leren maar ook om goede gewoonten aan te leren. Ook mensen die van het roken af willen komen zullen dit ervaren. Stoppen met roken kan betekenen dat je gaat snoepen. Dat is dus de ene boze geest vervangen door de andere. Beter is na te gaan wanneer je rookt en waarop juist op dat moment. Als je de behoefte aan roken vervangt door een beter antwoord, die die behoefte bevredigd, kan het stoppen gemakkelijker worden. Verslavingen moeten overigens niet te licht worden opgenomen. Van de verslaving aan drugs is het bekend dat het soms wel zeven ontwenningskuren duurt voordat de verslaving achter iemand ligt. Jezus van Nazareth kende kennelijk de problemen die gepaard gaan met het afleren van slechte gewoonten. Bij hem ging het niet zozeer om het afwennen van verslavingen maar om gedrag waarbij je eerst om jezelf denkt en dan pas om anderen. Als je niet uitkijkt dan is je reactie op de zorg voor anderen dat je weer eens aan jezelf moet toekomen en dus met verdubbelde ijver de schade inhaalt en voor jezelf gaat zorgen. Daarom moet je ook jezelf in de gaten houden als je voor anderen in de weer bent. Het gaat er immers om van anderen te houden als van jezelf. Dat wat je jezelf gunt gun je ook aan anderen. Daarbij gaat zelfs je familie niet voor, de mensen met wie je samenwerkt voor een betere samenleving zijn je eerste familie. Bij sommige gesloten sekten wordt dit verhaal nog wel eens misbruikt om alle contact met de buitenwereld te verbreken. Als dat het geval is dan deugt die sekte niet. Jezus van Nazareth zorgde zelfs hangend aan het kruis nog voor zijn moeder, zijn broer Jacobus zou later nog de leider van de gemeente in Jeruzalem worden, maar terwijl je bezig bent te zorgen voor anderen eerst voor jezelf te zorgen door je bezig te houden met je familie is er niet bij. Altijd staan de anderen voorop. Want voor je het weet heb je wel je slechte gewoonten afgeleerd maar komen er nog slechtere voor in de plaats. Dat is wat dit verhaal van MatteĆ¼s ons wil leren. Iedereen die de naaste liefheeft als zichzelf hoort bij de familie en alleen samen bouwen we aan de betere wereld die zal uitmonden in het Koninkrijk van God.

We zouden graag een teken van u zien

zondag, 13 juli, 2008

MatteĆ¼s 12:33-42

Het zal toch heel veel mensen worst zijn of die Jezus nu wel of niet bestaan heeft, of dat die God waar ze het maar steeds over hebben wel of niet bestaat. Het was vroeger een rotzooitje in de wereld, het is nu een rotzooitje in de wereld en het zal altijd wel een rotzooitje in de wereld blijven, daar helpt kennelijk geen lieve Heer Jezus of God in de Hemel tegen. En zo is het natuurlijk ook. Jezus en die God van hem zijn geen wonderbaarlijke tovenaars die alles wel even ten goede zullen keren. Zo zit het niet in elkaar, al willen de ongelovigen ons dat wel doen geloven. Hoe vaak hoor je niet dat het bewijs dat God niet bestaat ligt in het feit dat je nergens aan kunt wijzen dat God iets doet. In de tijd van Jezus al vroegen de leiders van het volk aan hem om een teken dat hij inderdaad van God was. Jezus kon zich er vreselijk over opwinden. Ongelovigen hadden het soms beter door dan de mensen die de leiding hadden in de Tempel, die dag en nacht zouden moeten studeren in de verhalen van Mozes en de profeten. Zelf geeft hij als voorbeeld het verhaal van Jona. Met veel moeite had God deze profeet in de heidense stad Nineve aan het preken gekregen, mensen bekeerd U, niet Uw winst, profijt of macht moet het uitmaken maar de liefde voor de zwakste in Uw samenleving. Toen ging Jona zitten wachten tot de stad zou vergaan. Dat zootje heidenen geloofde er immers niet in. Maar de bewoners van Nineve snapten het ineens en keerden hun samenleving om en die stad werd dus niet verwoest. Nog zo’n voorbeeld geeft Jezus. De Koningin van het Zuiden, in ons spraakgebruik de Koningin van Sheba, ging naar Koning Salomo en luisterde naar de wijsheid van Salomo. Die wijsheid vind je terug in het boek Spreuken, daar hebben we het hier ook al eens over gehad. Het begin van alle wijsheid is het ontzag voor God, dus het volgen van de Wet van heb je naaste lief als jezelf. Die inwoners van Nineve en die Koningin van het Zuiden hadden het door. Nu de machthebbers nog. Toch willen ook sommige gelovigen tekenen en wonderen zien. Ze trekken naar tenten en hallen om daar te geloven in wonderbaarlijke genezingen, in mensen die uit rolstoelen opstaan na vreselijke ziekten of tumoren die op raadselachtige wijze verdwijnen. Ze vergeten dat ook de tovenaars van de Farao van Egypte hun stokken in slangen konden veranderen. Het beste teken van het bestaan van God vind je als mensen voor elkaar gaan zorgen, als ze alles voor elkaar over hebben, desnoods zichzelf. Dat is het echte voorbeeld dat Jezus van Nazareth ons gegeven heeft. Als je dus een teken wilt zien, kijk dan eens in een spiegel en vraag je af of je werkelijk net zoveel van de armste en de minste in je stad houdt als van de mens die je in de spiegel ziet. En zo niet, dan valt er nog veel werk voor je te doen.

 

Wie niet met mij samenbrengt

zaterdag, 12 juli, 2008

MatteĆ¼s 12:22-37
 
In het verhaal van MatteĆ¼s over Jezus van Nazareth dat we hier lezen gaat het over de samenleving die we zouden moeten willen. Jezus haalde allerlei gekkigheid uit mensen en stelde ze daarmee in de gelegenheid weer gewoon mee te doen in de samenleving. Ze zagen het weer zitten en konden in geprek met de anderen. Het boze er uit drijven noemden ze dat. Maar heb je niet de boze nodig om het kwade te verdrijven? Met dieven vangt men immers dieven?  Het antwoord van Jezus is simpel. Als het boze het kwade verdrijft blijft er weinig kwaad in de wereld over. Zou het kwade zichzelf opheffen?  Het is het goede dat het kwade uitdrijft. Elke partij die onderling ruzie maakt gaat ten onder, die bestrijdt zichzelf. Dat geld voor een stad, een land en elke mensengemeenschap, zelfs politieke partijen of bewegingen gaan daaraan ten onder. Daarom is het belangrijk dat we elkaar vast houden zoals de burgemeester van Amsterdam eens opmerkte. Daarom is het belangrijk met elkaar in gesprek te gaan, elkaar op te zoeken. Daarom moeten we in onze eigen omgeving elke opmerking te lijf gaan waarmee anderen apart gesteld worden, uitgesloten worden van de samenleving. Er is rond Mohammed B. een hele discussie ontstaan over zijn gevangenschap. Natuurlijk is het eng dat hij mensen zou verleiden met geweld tegen onze samenleving te keer te gaan, dat hij jonge mensen er toe zou kunnen aanzetten als levende bommen onze samenleving te ontwrichten zoals in Londen is gebeurt. Maar wordt het geen tijd een discussie te organiseren tussen gelovige moslims en afvallige fundamentalisten als Mohammed B. over de dwalingen die ze als geloof aanhangen? En zouden we van buiten af bij dat gesprek niet moeten helpen. De christelijke kerk werd ooit gebouwd op het zaad der martelaren, en Mohammed B. en zijn geestverwanten willen tot elke prijs martelaren zijn. Aan ons om het niet zover te laten komen door hen martelaren te maken, want zoals Jezus zei, wie niet samenbrengt drijft uiteen. Dat samenbrengen is dus meer als een bijzaak. Het is een hoofdzaak. De geest waarin je de samenleving benadert, de geest waarin je de samenleving laat besturen is het belangrijkste waar je op moet letten. Je kunt God lasteren maar als je de Geest belastert waarin mensen mensen samen willen brengen dan is dat onvergeeflijk. We hoeven het misschien niet nog een keer te herhalen. Overtuigingen afwijzen in de hoop dat je daarmee de mensen niet kwetst die die overtuiging zijn toegedaan kan dus niet. Goede mensen letten op de goede dingen en kwade mensen zien alleen het kwade. Mensen die voortdurend afgeven op anderen zijn als adderengebroed, kinderen van slangen die alleen gif kunnen verspreiden. Natuurlijk moet je niet zwijgen over wat verkeerd is, maar samen het goede nastreven, samen zorgen dat jongeren een goede plek in de samenleving krijgen, dat vrouwen niet aangerand maar gerespecteerd worden en zonder bedreiging volwaardig mee kunnen doen, dat arbeiders een rechtvaardig loon krijgen, dat eigenaars van huizen die huizen ook goed onderhouden, dat is het opbouwen van het Koninkrijk van God.

Totdat het recht dankzij hem overwint.

vrijdag, 11 juli, 2008

MatteĆ¼s 12:15b-21

We laten ons lang niet altijd de juiste betekenis van het verhaal tot ons doordringen. We zijn na al die eeuwen zo gewend om aan Jezus van Nazareth te denken als “God zelf”, of als “Christus Koning”, “de Almachtige” en zo dat we aan een Jezus op de vlucht alleen kunnen denken als aan dat kleine kind dat met zijn ouders vluchtte naar Egypte. Maar ook in dit deel van het verhaal vluchtte Jezus van Nazareth voor de autoriteiten uit zijn tijd. Hij had immers in hun ogen de wet overtreden door te genezen op een tijdstip dat je niet mag werken. Was dat genezen dan zijn werk? Dat genezen kan ook vertaald worden met dienen, hij diende hen allen. Dat sluit ook aan bij het citaat dat MatteĆ¼s gebruikt uit het boek van de profeet Jesaja om duidelijk te maken wat Jezus van Nazareth eigenlijk aan het doen was. Jezus van Nazareth was aan het recht verkondigen. Dat doet ook denken aan het boek Rechters waar de verhalen staan opgetekend van het volk Israel toen er geen koning was en toen omringende volken jaar op jaar de oogst kwamen stelen, toen stonden er Rechters op die het volk leidden in de verdediging en bescherming van de oogst. Nu staat er dus weer zo’n rechter op, een dienaar van God die de Wet van God, je naaste liefhebben als jezelf, weer centraal stelt. Maar niet meer door geweld. De profeten hadden door gekregen dat het voor een klein volk als Israel geen zin had zich met geweld tegen de grootmachten van de tijd te verzetten. Het vasthouden aan hun unieke overtuiging dat delen met elkaar en zorg voor de minsten de grootste kans op overleving betekenden zouden in de geschiedenis steeds weer het volk van de overheersers bevrijden. In die overtuiging ging ook Jezus van Nazareth te werk. Zonder woordenstrijd, zonder geschreeuw in de straat, maar als beschermer van het zwakste, van het onaanzienlijkste. Het geknakte riet is weinig meer waard, een kwijnende vlam geeft niet meer voldoende licht, maar Jezus van Nazareth doet de zwakken weer recht. Ieder mens is een beeld van God, ieder mens is een zuster of broeder, ieder mens is het waard er met je eigen leven pal voor te staan. En dan niet alleen eigen volk, of eigen familie. Maar alle volken op de wereld zijn daarvan afhankelijk, die zullen op die manier het recht moeten doen aan alle mensen op aarde. Jezus van Nazareth benadrukte dat het niet om zijn eer ging. Hij verbood de mensen uitdrukkelijk te vertellen wie hij was. En juist omdat hij alle eer afwees verdiende hij de hoogste eer, aanbeden te worden als de God die hij zijn Vader noemde. Hij werd de vervulling van de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf, de vervulling van een profetie als die van Jesaja. Maar hij riep ons op hem na te volgen, vandaag en morgen en elke dag opnieuw.

Is een mens niet veel meer waard

donderdag, 10 juli, 2008

MatteĆ¼s 12:9-15a

In hoeverre mag je op grond van je geloof de wet overtreden? Een vraag die dezer dagen minder eenvoudig te beantwoorden is dan het lijkt. In het licht van de verklaring die Mohammed B. aan het eind van het proces gaf en de ontdekking in Engeland dat het keurig opgevoede maar tot de Islam bekeerde jongens waren die de bommen in Londen lieten ontploffen zou je zeggen dat geloof geen enkel excuus is voor misdrijven. En bij de misdrijven als van Mohammed B en van die jongens in Londen is dat ook zo. Maar toch, we kennen allemaal het gezegde dat als het kalf verdronken is men de put dempt. In het bovenstaande Bijbelstuk gaat het over een schaap dat in een kuil valt. De wet die hier van toepassing is zegt dat je op de Sabbath, zeg maar de zondag, niet mag werken. Op overtreding van die wet stond de doodstraf. Erger kon het dus niet. Maar echt, dat schaap zou uit de put gehaald worden, zoveel is het bezit ons wel waard. En iemand genezen op de Sabbath? Jezus deed het. De autoriteiten van zijn tijd vonden het maar niks, zo openlijk de wet overtreden en, zo vertelt MatteĆ¼s, ze maakten plannen om Jezus uit de weg te ruimen. Hoe nu, Jezus en zijn volgelingen als voorlopers van Mohammed B. en de Hofstadgroep? Nee dus, verre van dat. In de geschiedenis is er in de naam van “geloof” al heel wat bloed vergoten. Jezus van Nazareth zou er zelf een slachtoffer van worden. Later ook veel van zijn volgelingen. En diezelfde volgelingen zouden over de hele wereld in naam van hun geloof bloed vergieten. Bijna tot op de dag van vandaag toe. De Islam is er later bijgekomen en doet hetzelfde als Joden en Christenen deden, en communisten en kapitalisten doen er niet voor onder. In elke religie vind je terug dat mensen hun religie met dwang willen opleggen aan anderen. Toch is het soort wetsovertreding waar we vandaag over lezen een geheel ander soort wetsovertreding. Wat Jezus laat zien is geen geweld tegen een bestaande samenleving, met willekeurige onschuldige doden als gevolg,  maar liefde voor de mensen. Wat we voor ogen moeten houden is dat de wet er is voor de mensen en de mensen niet voor de wet. Politici hebben de neiging voor elk uitvoeringsprobleem in de wetgeving nieuwe wettlijke regels te bedenken die de oude vervangen. Het resultaat is dat we met steeds meer regels zitten en de problemen waar het om ging niet worden opgelost. Dat deden de FarizeĆ«n ook in hun ijver zich nauwkeurig aan de wetten van Mozes te houden. Daar ging het verhaal van Jezus over, kijk naar de mensen, zorg dat ze genezen worden, dat ze verder kunnen in het leven, dat ze weer een plaats in de samenleving krijgen. Zijn opvatting, zijn geloof, zelfs een belediging van zijn God, waren verder niet van belang, over wat hij deed hoefde je het verder niet te hebben. Alleen is duidelijk dat mensen altijd oneindig meer waard zijn dan bezit of overtuiging, dat moeten we nooit vergeten, mensen eerst dus.

Barmhartigheid wil ik, geen offers

woensdag, 9 juli, 2008

MatteĆ¼s 12:1-8
 
In de wereldbeweging voor internationale gerechtigheid klinkt het tegenwoordig van: “Wij willen geen liefdadigheid maar gerechtigheid.” Het had uit de Bijbel kunnen komen.  De vraag is altijd wat je voorop staat, wetten,regels en fatsoen of mensen. En als je mensen voorop stelt, gaat het dan alleen om je eigen mensen, je eigen volk, of zet je de armsten, de zwaksten in de wereld voorop. MatteĆ¼s vertelt daar een verhaal over dat gaat over de leerlingen die op de Sabbath, de dag dat je niet werken mag, toch zorgen voor hun eten, dat mocht dus niet. Die formele opstelling wijst Jezus af. Het gaat om de mensen niet om de regels. En daar moeten machthebbers het mee doen. Niet dat je nu ineens mag werken op de Sabbath, of bij ons de zondagsrust moet worden afgeschaft. De grootste uitvinding van de Joden was nu eenmaal die Sabbath. Mensen leven niet bij werken alleen, mensen moeten samen kunnen komen en zich bezig houden met Liefde en met wat dat kan betekenen in hun dagelijks leven. Dat geldt niet alleen voor de Joden, dat geldt ook voor ons. Daarom is bij ons de Zondag zo belangrijk. Niet omdat we dan niets zouden mogen, integendeel. Dit verhaal van MatteĆ¼s veroordeelt het niet mogen fietsen en het niet mogen voetballen op zondag. Juist op die ene dag van de week moeten mensen iets kunnen proeven van de Koninkrijk waar alle tranen gewist zullen zijn. Dat is een Koninkrijk van plezier en vreugde en samen delen. Het oefenen in samen delen is belangrijk voor de hele wereld. Kijk maar eens als de G8 weer eens bij elkaar is. Zij, de leiders van de rijkste landen in de wereld, hebben de kans om werkelijk iets te betekenen voor de allerarmsten en dan niet in de zin van offers, genadebrood, de kruimels van de tafel zeg maar, maar in de vorm van echte barmhartigheid, we sluiten de armsten niet buiten maar halen ze binnen. Afschaffen van de tariefmuren dus, weg met de westerse landbouwsubsidies voor een oneerlijke concurentie op de wereldmarkt, en kwijtschelding van schulden. Dat laatste zal er wel komen, maar durven die landen ook een stopzetting van de wapenhandel aan? Industrie lijkt toch weer belangrijker dan leven. Voorzichtig is voorgesteld om de schade aan ons milieu eens te gaan beperken, en wat blijkt, de Amerikanen willen daaraan alleen meedoen als hun industrie en oliemaatschappijen er aan kunnen verdienen. En als de olie op is moet de landbouw eerst produceren voor de biobrandstof en dan pas voor voedsel. Er wordt wel voorgesteld om de landbouw in arme landen beter te maken maar niet om de nadruk te leggen op voedsel voor de hongerenden. De discussie over echte normen en waarden, die in ons land helaas nog steeds over fatsoen gaat en niet over delen, moet dus maar even doorgaan. De volken van de wereld hebben afgesproken de armoede te halveren voor 2015, daar moet nog mee begonnen worden. In het verhaal van Jezus van Nazareth zou het voorop hebben moeten staan, laat het vandaag onze eerste inspanning zijn.

 
 

Aan eenvoudige mensen onthuld

dinsdag, 8 juli, 2008

MatteĆ¼s 11:25-30
 
Op zich is het allemaal niet zo ingewikkeld. Er wordt al eeuwen op gestudeerd, er zijn bibliotheken vol boeken mee volgeschreven, en toch is het simpel. Waar is God? We weten het niet. Wat kan God? We weten het niet. Zo eenvoudig is het. Zoals een beroemd Zwitsers theoloog in de vorige eeuw al schreef, als we God zeggen weten we niet wat we zeggen en voor wie geloofd is het zeker dat we dat niet weten. Want de antwoorden op de vragen zijn niet belangrijk, daarom kun je zelfs geloven in een God die volgens het filosofische spraakgebruik niet bestaat. Eenvoudige mensen, die niet zo veel gestudeerd hebben, die hard moeten werken om te overleven, zij weten waar het op aan komt. Komt het naar je toe of wordt het van je afgenomen. En daar waar alle mensen tellen, waar iedereen belangrijk is, waar niemand beter is dan een ander, waar liefde voor alle mensen de norm is, daar komt het voor gewone mensen zeker naar je toe. In de gewone wereld is dat nu juist bijna nergens het geval. Daar moet je je mond houden en doen wat zogenaamd belangrijke mensen zeggen. Dat blijkt bijvoorbeeld vaak bij de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij, en de herdenking dus van het leed van de slaven. Daar zijn veel afstammelingen van slaven bij aanwezig. Een deel van die afstammelingen komt uit Suriname maar kunnen die hun famillie over laten komen? Bejaarde ooms en tantes, of grootouders voor wie ze eigenlijk moeten zorgen? Nee dus, keurig Nederlands spreken, hard werken of anders terugkeren dat is het beleid, ook van deze zogenaamd progressief gekleurde regering, voor menselijkheid, laat staan voor medemenselijkheid is in dat beleid geen plaats. Andere afstammelingen van slaven komen van de Antillen, dat beleid is nog duidelijker, aanpassen of oprotten. Er zijn zelfs politieke partijen die ongestraft kunnen oproepen de eilanden en de bijbehorende mensen maar te verkopen. Slaven werden gehaald, door Nederlandse handelaren, uit Afrika. Tegen de sprekers en spreeksters bij de jaarlijkse herdenking is herhaaldelijk luid en niet mis te verstaan geprotesteerd. Duidelijk is dat je niet iemand naar een herdenking van slavernij moet sturen die zelf het slavenjuk weer opgelegd wil zien. Mijn juk is zacht, mijn last is licht zei Jezus. Wij denken dan aan het juk van het melkmeisje met haar twee emmertjes. Maar slaven en hun afstammelingen denken aan het juk van de ossen voor de ploeg, als de os het niet trekt mogen slaven het proberen. Het beeld dat Jezus van Nazareth gebruikt doet vermoeden dat hij dat juk mee op zich neemt. Daarom is zijn juk zacht, gewerkt moet er worden, maar als we zijn voorbeeld willen volgen dan nemen we het juk van de slaven van vandaag mee op ons en werken we schouder aan schouder met hen aan de rechtvaardige samenleving van het koninkrijk.
 
 

In het diepst van het dodenrijk zul je afdalen!

maandag, 7 juli, 2008

MatteĆ¼s 11:16-24

Een paar keer per jaar komen de leiders van de 8 rijkste landen bij elkaar, deze week in Japan.  Ze kunnen niet zeggen dat ze het niet hebben geweten, de Verenigde Naties hebben het besloten.  miljoenen hebben het geroepen: laat ons geschiedenis van “armoede” maken, dan maken we samen geschiedenis. Dan leren onze achterkleinkinderen dat aan het begin van de eenentwintigste eeuw de mensheid zo verstandig was geworden dat het niet meer werd gepikt dat er elke 3 seconden een kind stierf aan armoede. Maar lijken deze leiders op de kinderen die op het marktplein spelen en elkaar toeroepen dat ze als het goed gaat niet willen dansen en als het slecht gaat niet willen rouwen? Jezus wijst op de wonderen die kunnen gebeuren, als je zoveel mensen in beweging ziet komen, als iedere keer weer rond de G8 bijeenkomsten, kun je niet achter blijven dan wil je meedoen in de beweging tegen de armoede. Gerechtigheid heeft iets dwingends er valt niet aan te ontkomen. Toch zul je merken dat er omheen gedraaid zal worden. In de dagen van Jezus waren de dorpen waar de zendelingen van Jezus, de Apostelen,  heen gegaan waren hardnekkig, volgens Jezus waren de steden van de heidenen meer bereid de Wet van de woestijn te gaan volgen dan de dorpen die juist door het volgen van die Wet waren ontstaan. Die dorpen, waaronder KafernaĆ¼m, het dorp waar Jezus zijn toevlucht had gezocht,  konden afdalen tot in het diepst van het dodenrijk, die dorpen konden doodvallen. In onze dagen zou dat voor de wereldleiders kunnen gelden,  als ze de onrechtvaardige tariefmuren in stand houden en met enorme landbouwsubsidies de oneerlijke concurentie op de wereldmarkten in stand blijven houden. Maar het lijkt wel of er steeds nieuwe excuses gezocht worden voor uitstel van het eerlijk delen. Als het goed gaat in de wereld en er door de rijke landen meer en meer verdient wordt dan groeien nieuwe economieĆ«n als India en China te hard en moet er gematigd worden. Dat de armen in India en China nog helemaal niet meedoen in de nieuw verworven rijkdom blijft buiten beschouwing. Dat het opzetten van sociale voorzieningen en bescherming van kinderen en arbeiders tegen uitbuiting een grotere en gezondere markt zou opleveren komt bij de wereldleiders niet op. De extra rijkdom die ook het rijke westen heeft bereikt gaat ten koste van uitbuiting en soms ook onderdrukking. Nu blijkt dat het handjevol rijken de toegenomen rijkdom niet kan verteren en de groei afneemt gaat het ineens te slecht om te delen en moeten we zogenaamd wachten tot het beter gaat. Dat de hongerenden in de wereld moeten wachten op voeding tot de auto’s in de rijke landen vrolijk en goedkoop rijden op biobrandstof is het omkeren van de wereld zelf, zoals de bodem onder Sodom werd omgekeerd, lijken we dat nu zelf te gaan doen. Hoogste tijd voor gerechtigheid.

Aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt

zondag, 6 juli, 2008

MatteĆ¼s 11:2-15

Er zijn mensen die graag Jezus als voorbeeld nemen en vandaag vragen we ons af of we daar ook wat aan hebben. Om de strijd tegen de armoede altijd bij ons te dragen is er een wit polsbandje ingevoerd. Soms zou je willen dat alle polsbandjes vervangen worden door een regenboogpolsbandje, dat herinnert ons aan de strijd tegen kanker, tegen aids, tegen zinloos geweld, tegen armoede en tegen alle andere slechte dingen in de wereld. Maar het eerste witte polsbandje werd ooit uitgereikt aan CDA politicus Jan Peter Balkenende. Dat Jan komt van Johannes, die immers het stof van de mensen afspoelde om ze op een nieuwe manier te laten beginnen, dat Peter komt van Petrus, de Simon die als zendeling door Jezus er op uit was gestuurd om de boodschap te brengen dat de slaaf gelijk was aan zijn meester en die C in het CDA komt van Christus wat in het Grieks gezalfde betekent en de titel was die men aan Jezus had gegeven. Je mag dan ook van die eerste minister verwachten dat er iets verandert aan de armoede. Aan Jezus werd dat ook gevraagd, en die zei alleen dat ze moesten kijken, blinden zagen weer licht, lammen leerden lopen, doden werden opgewekt en aan de armen werd goed nieuws verkondigd. Moet je zien wat die Balkenende tot stand heeft gebracht, opnieuw wordt er bezuinigd op de gezondheidszorg, uitkeringen worden afgeschaft, duizenden gehandicapten tot de bedelstaf veroordeeld, en de tariefmuren voor de armste landen verhoogd. Niet voor niets werd door de bondgenoten van Balkenende in de VVD geroepen dat de aktie met dat polsbandje belachelijk was, mensen hoeven toch niet stil te staan bij armoede. Balkenende is daarna nooit meer gezien met dat polsbandje.  Of het nieuws voor de armen echt goed wordt ligt  geheel aan onszelf. Het smoezenboek is dikker dan de Bijbel. Op oneigenlijke gronden niet doen wat Wijs is wordt in alle toonaarden bezongen. Het begin van de Wijsheid is het ontzag voor God, die te vinden is bij de Wet uit de Woestijn. Die wet die zich laat samenvatten als: “je moet je naaste liefhebben als je zelf”. Als we ons allemaal aan die regel zouden houden breekt het koninkrijk van God aan. Sinds Johannes echter opriep om juist die weg te gaan en het stof van het oude leven af te spoelen wordt dat Koninkrijk met geweld bedreigd. Het gaat zelfs zover dat mensen het zich willen toeĆ«igenen en wie was het ook al weer die een beperking van de hypotheekrenteaftrek, waardoor de meeste subsidie in ons land bij de rijkste mensen terecht komt, onbespreekbaar heeft verklaard. Jezus neemt het zeer op voor Johannes, hoe verschillend ze ook zijn beiden gaat het om de mensen die weg van de dood zich naar het leven zouden moeten keren. Want de dag dat armen bevrijd worden zal komen, brandend als een oven, Johannes was, net als de profeet Elia, daar een wegbereider voor.