Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juli, 2008

Tot het u de neus uit komt

donderdag, 31 juli, 2008

Numeri 11:16-23

Overal in de Bijbel kom je het tegen, je moet het samen doen, alleen gaat het niet. Dat samen is zelfs zo belangrijk dat je er op moet letten dat iedereen, hoe gering of zwak ook, een plaats krijgt in de samenleving. Tweespalt scheppen tussen mensen of groepen van mensen, weigeren te delen met hen die anders zijn is overal in de Bijbel strijden tegen God. Maar hier gaat het er om dat Mozes niet alleen de hele last van het volk Israel hoeft te dragen. In de Nieuwe Bijbelvertaling is een Hebreeuws grapje uit het verhaal weggevallen. Dat is des te meer jammer omdat we het verhaal volgens het leesrooster in stukjes lezen. Maar we mogen al verklappen dat het vlees dat hier beloofd wordt het vlees van kwartels zal blijken te zijn en die moeten verzameld worden. Hier moet Mozes beginnen met het verzamelen van zeventig van de oudsten die opzichter kunnen zijn over het volk. Een parlement zeg maar, dat bijeen komt in de tent van de ontmoeting. Daar waar de Wet van de woestijn wordt bewaard komt het volk bijeen om te overleggen. Dat zeventig staat er overigens niet zomaar. In de tijd dat de Bijbel werd opgeschreven geloofde men dat er zeventig volken waren die ook zeventig verschillende talen spraken. Zeventig vertegenwoordigers zijn dus het voorbeeld voor de Verenigde Naties die samen de problemen van de wereld zouden kunnen bespreken in het licht van de Wet die zegt dat je je naaste moet liefhebben als jezelf. Dat je moet delen met een ander wat je hebt. Zeker in de woestijn ben je op dat delen aangewezen, en op de natuur natuurlijk. Dat was al gebleken met het Manna dat ze vonden voor hun tent en dat zal ook voor het vlees gelden. Ze waren wel slaven geweest, voor hun voedsel afhankelijk van hun meesters, maar ze moesten kennelijk nog leren op eigen benen te staan. Pas als je je niet meer afhankelijk van anderen opstelt kun je leren in welke overvloed je eigenlijk leeft. In onze tijd is dat vaak de schaduwkant van de verzorgingsstaat. We zijn er zo aan gewend dat er van alles is en wordt geregeld dat we vergeten te genieten van wat er is en blijven mopperen op wat er niet is, nog niet is, of zelfs op wat er niet kan zijn. Wie kent nog de treinstellen derde klasse. Wie ze kent durft niet meer te mopperen op de nieuwste voertuigen van de Nederlandse Spoorwegen. Wie ons wegennet vergelijkt met het wegennet van veertig jaar terug zal verbaasd zijn over de vooruitgang die is geboekt, maar ook verbaasd over het gemopper over files en zo. We hebben zoveel kilometers weg en spoorweg dat het onze neus uitkomt. Het vlees bederft bij ons al in de supermarkten, we hebben zoveel dat we het niet opkunnen. Maar delen met de armsten in de wereld kunnen we nog steeds niet opbrengen. Wat dat betreft lijken we soms niet verder te zijn dan dat volk in de woestijn.

Waarom doet u uw dienaar dit aan?

woensdag, 30 juli, 2008

Numeri 11:1-15

Je kunt niet de hele wereld op je nek nemen. Je bent niet verantwoordelijk voor alle problemen die er zijn. Het zijn misschien open deuren, uitspraken waar iedereen het mee eens zal zijn maar die niets oplossen, toch zijn er mensen die er maar niet naar kunnen leven. Ze voelen de last van alle mensen en bezwijken onder al het goede dat ze menen te moeten doen. Keuzes maken doen ze niet en nee zeggen kunnen ze niet, tenminste niet zonder zich schuldig te voelen over het feit dat ze mensen in de steek laten. Mozes was zo iemand. Toen het volk in opstand kwam over de leefomstandigheden in de Woestijn trok hij het zich persoonlijk aan lezen we hier. Er zijn 8 verhalen over een opstand tegen God. Zeven ruzies als hier beschreven en in de laatste gaat het volk zelfs vreemde goden achterna. Hier is de eerste opstand. Deze begint niet bij de nakomelingen van Jacob maar bij het schooiersvolk dat met de slaven mee is getrokken uit Egypte en dat in de loop van de tocht door de woestijn bij het volk zal gaan horen. In de keurige vertaling van de Nieuwe Bijbelvertaling staat dan dat het een samenraapsel van vreemdelingen was, In het Hebreeuws staat er gewoon schooiersvolk, kennelijk horen die er niet helemaal bij. Maar hun klachten worden overgenomen door heel het volk. Vlees wilden ze eten en vis, verse groenten en niet alleen dat geheimzinnige manna dat ze elke dag voor de tent vonden, dat ze uitgebreid moesten bewerken maar dat er allesbehalve smakelijk uitzag. De verbinding die de Statenvertaling legt met verf als het over de kleur gaat is wellicht tekenend voor de beleving die het volk hier tot uitdrukking brengt als het gaat over het Manna. Dat Manna was echter ook de redding voor het volk geweest. Ze hadden ongezuurd brood meegenomen dat in de hitte van de woestijn lang houdbaar was en niet snel bedierf maar dat raakte op. En een heel volk te eten geven in een woestijn is niet eenvoudig. Ze hadden ook nog vee bij zich dat ook op tijd te eten moest hebben en dat je dus niet kon opeten zonder de kuddes aan te tasten en langzaam op te maken. Pas als er voldoende voedsel is kan een kudde vee op peil blijven. De nomaden in droge streken van Afrika weten er over mee te praten. Mozes lijkt er van in paniek te raken. Hij kan het volk toch niet letterlijk in zijn armen nemen en door de woestijn naar het beloofde land dragen? Hij kan in zijn eentje ook niet alle problemen van zo’n grote groep mensen oplossen. Want de kwaliteit en de variatie van het eten was één probleem maar het is ook tekenend voor alle soorten problemen. Het verhaal van vandaag begint met een brand aan de rand van het kamp. Het was Mozes die om hulp moest roepen voordat het weer gedoofd werd. Ze noemden de plaats daarom brandwijk, Tavera, maar de klachten waren niet over. Het was wel even schrikken en het maakte Mozes kennelijk duidelijk dat je niet alle problemen zelf moet zien op te lossen. En dat geldt ook voor ons. We moeten doen wat we kunnen, maar ook anderen laten doen wat ze kunnen. We kunnen overal aandacht voor vragen, maar niet alles zelf op lossen. Maar we hebben geleerd, als ieder doet wat mogelijk is dan kan de hele wereld anders.

Iedereen at

dinsdag, 29 juli, 2008

Matteüs 14:13-21
 
Geleerden zeggen het, het valt na te rekenen, er is voedsel genoeg op de aarde, en er kan nog zeer lange tijd voldoende voedsel verbouwd worden. Waarom dan die hongerende kinderen op de TV? Waarom dan die wanhopige smeekbeden om hulp van hulporganisaties. Waarom dan die eindeloze onderhandelingen bij de Wereld Handels Organisatie. Dat heeft 3 oorzaken, de eerste is het weer. De ene zomer hebben we een overvloedige aardappeloogst in de Wieringermeer, de volgende zomer een gewone oogst, en soms rotten de aardappelen op het land weg voordat ze geoogst worden. De aardappels worden duur als de oogst is tegengevallen, maar wij schakelen rustig over op pasta en rijst. De tweede oorzaak is de verdeling. Die rijst komt niet uit Nederland maar uit verre landen, Indonesië of Suriname. Wij weten het te organiseren dat de rijst wordt bewerkt en hierheen vervoerd en omdat de rijst moet concureren met aardappels en pasta hoeven we er niet te veel voor te betalen. Het graan voor de pasta komt voor een groot deel uit Oost Europa, of uit landen waar ze met weinig mensen veel graan kunnen produceren, ook dat is goedkoop dus, en dus blijven de mensen die alleen rijst kunnen telen arm. Als daar de oogst eens wat tegenvalt is er direct een groot probleem. Wij zorgen dat iedereen die niet in  de landbouw werkt toch meebetaalt aan onze boeren zodat de prijzen laag kunnen blijven, de concurentie groot is en de armen arm blijven. Die subsidies staan wel ter discussie maar we weigeren er een eind aan te maken. De derde reden is onze invoerpolitiek. Rijst en graan, maar ook koffie en cacao zijn welkom als ze maar niet bewerkt zijn, dat geldt voor bijna alle grondstoffen uit de arme landen. Chocolade en gebrande koffie zijn niet welkom, daar rust een hoge invoerprijs op. Zodat wij kunnen blijven werken en de mensen die er van afhankelijk zijn arm blijven. En er dreigt zelfs een vierde reden bij te komen. Sommige produkten uit de landbouw kunnen wij omvormen tot brandstof voor onze auto’s, biobrandstof noemen we dat. Je kunt die producten dan niet meer eten, en omdat wij ze zelf omvormen verdient er in de arme landen niemand wat aan. Jezus van Nazareth gaf het  voorbeeld hoe het anders kan. Het was even schrikken geweest na dat bericht over de stiekeme dood van neef Johannes, maar Jezus was zo populair dat de mensen hem achterna gingen. En als mensen op stap gaan nemen ze als het even kan eten mee. Twaalf manden vol bleef er over. Als je nu gewoon in groepen bij elkaar gaat zitten en alles deelt is er genoeg te eten, zoals Mozes in de woestijn al de mensen bij elkaar zette om met hun vertegenwoordigers te kunnen overleggen. Deden we dat gewoon op de hele wereld maar, dan hoefden we tijdens het diner niet meer op TV naar stervende kinderen te kijken. Dus maar bidden dus dat onze regering bij die onderhandelingen op de Wereld Handels Conferentie het been stijf houdt en  blijft pleiten voor het afschaffen van landbouwsubsidies en het open gooien van onze markten voor producten uit arme landen. Vijf broden en twee vissen is genoeg om te delen en zuinig met brandstof kunnen we zelf alvast ook zijn.

Vakantie

maandag, 21 juli, 2008

De komende week zijn we op vakantie en hebben we niet de beschikking over een internetverbinding.
Wel lezen we volgens het dagelijks leesrooster verder en wel het volgende:

dinsdag 22 juli 1 Koningen 3:16-28
woensdag 23 juli Psalm 72
donderdag 24 juli 1 Koningen 4:20-5:14
vrijdag 25 juli Matteüs 13:44-52
zaterdag 26 juli Matteüs 13:53-58
zondag 27 juli Psalm 33
maandag 28 juli Matteüs 14:1-12

Hij ging naar de ark van het verbond

maandag, 21 juli, 2008

1 Koningen 3:1-15

Als de grootste koning die het volk Israel heeft gekend wordt altijd koning David genoemd. Maar bij Koning David begint de eigenlijke geschiedenis van een koninkrijk Israel pas. Er was ook wel een koning Saul geweest maar dat was een koning zoals iedereen die al had gehad, die voor eigen roem oorlog voerde en zichzelf en zijn familie boven het volk stelde. Nee dan die David en zijn opvolgers, dat waren nog eens Koningen. Ze hebben al heel snel David en zijn eerste opvolger Salomo tot voorbeeld moeten stellen en ook aan David en Salomo was wel het een en ander mis, dat verzwijgt het verhaal ook niet. Maar David had zo’n machtig rijk nagelaten dat zijn opvolger Salomo al snel de schoonzoon werd van de machtigste koning van die tijd, de Farao van Egypte, daar kun je de geschiedenis mee ingaan nietwaar. Maar wat voor Koning wilde die Salomo nu eigenlijk zijn, ook een soort god zoals die koningen van Egypte? Hij deed dan wel zoals zijn vader deed, rechtspreken en zo, maar hij stelde zich net als de koningen van Egypte ook als priester op en ging plechtig offeren, wel duizend dieren. Maar is het dat? Plechtige riten uitvoeren, zo omvangrijk dat niemand het na kan doen en je dus wel de koning moet zijn om dat te kunnen? Dat was niet wat David gedaan had en dat was dus ook niet wat Salomo wilde. Waar Salomo de nadruk op wilde leggen in zijn koningschap was veel meer het recht spreken tussen de mensen dan de pracht en praal waarmee het koningschap gepaard gaat. Dat was de weg van zijn vader David, dat is de weg van God. Dat brengt overigens meer rijkdom en een langer leven. Recht doen aan alle mensen, daar draait het immers om. Die offers uit het begin van deze passage verbleken dan ook bij wat aan het eind van deze passage gaat gebeuren. Dan wordt er niet op de traditionele offerhoogten geofferd maar dan gaat de jonge koning Salomo heel uitdrukkelijk naar de ark van het Verbond. In die ark werden de stenen platen met de Wet van de Woestijn bewaard, de Wet van eerlijk delen, van heb je naaste lief als jezelf. In de oude Wetten stond dat je naar de plaats van Ark moest gaan en maaltijd moest houden met je familie, de tempeldienaars, de armen en de vreemdelingen in je midden. En dat is precies waar de lezing van vandaag mee besluit. Salomo gaat terug naar huis en nodigde al zijn hovelingen voor het feestmaal uit. Iedereen die in zijn huishouding werkzaam was zat bij de Koning aan tafel en bij de koning aan tafel zitten is een hele eer, dan ben je al bijna een gelijke van de koning, dan sta je tenminste op gelijke voet. Je ziet het de koningen van vandaag, de regeerders, de directeuren van fabrieken en bedrijven, van banken en grote multinationals nog niet doen. Maar zij hebben de wijsheid van Salomo dan ook nog niet.

Zijn wetten en voorschriften

zondag, 20 juli, 2008

Psalm 147

Je zou misschien een ogenblik de gedachte kunnen krijgen dat de God waarover deze Psalm zingt een natuurgod is. De God die de hemel met wolken bedekt, die de aarde met regen doordrengt, die het gras op de bergen laat groeien, die voedsel geeft aan de dieren, aan de roepende jongen van de raaf. Maar als je nauwkeuriger de Psalm leest dan zie je dat het anders in elkaar zit. Die zinnen over de natuur gaan over vruchtbaarheid en waar je van leeft.  Daar zorgt die God voor en in de oogsttijd is er alle reden om daarvoor te zingen. Wellicht dat deze Psalm dan ook een lied is dat in de oogsttijd gezongen werd. Voor ons, als we tenminste stedelingen zijn,  is de regen in de zomer nu niet het meest welkome geschenk van God, maar als je in een woestijnklimaat afhankelijk bent van een geregeld regenseizoen met overvloedige regen die het land bevloeid en vruchtbaar maakt is die regen een werkelijk Godsgeschenk. De Psalm vertelt ons echter nog meer. Dat het goed is om te zingen voor God, dat zal wel, dat het heerlijk is om die God te prijzen zal ook wel. Maar dat die God ook Heer is en de ballingen van Israël bijeen brengt en bouwer van Jeruzalem is dat zegt ons niet zoveel. De zangers van de Psalm des te meer. Het volk Israel was immers weggevoerd naar een ver en vreemd land met een heel andere godsdienst. Na vele jaren waren ze teruggekomen naar dat land en hadden ze hun Tempel en hun stad weer opgebouwd. Daar zou een nieuwe samenleving moeten komen. Een samenleving waar wie gebroken is genezen zou worden, waar diepe wonden zouden worden verzorgd. Waar niet meer de maan en de sterren aanbeden zouden worden maar de God die maan en sterren te boven gaat. De toekomst laat zich dan ook niet uit de sterren voorspellen en wie je bent hangt niet van de stand van de sterren af.  In die nieuwe samenleving van die God van Jeruzalem daar worden de vernederden weer opgericht, daar worden de goddelozen verdrukt, als je de oogst binnenhaalt mag je daarvoor nog wel een keer extra zingen. Want waar gaat het om. Je mag Jeruzalem prijzen, daar wordt die bijzondere Wet van Israel bewaard in het hart van de samenleving. De Wet van samen delen, van je naaste liefhebben als jezelf. In de poorten wordt op basis van die Wet recht gesproken tussen mensen en als de grendels van de poorten zijn versterkt wordt er pas echt dag en nacht recht gedaan aan mensen, dat recht is als een sterke muur die de zwaksten beschermd. Dan is er voor niemand op de wereld meer honger want alle oogst wordt immers met iedereen gedeeld. Dat geldt dus voor de hele aarde. Die God is dus geen natuur god, het maakt niet uit of het hagelt of vriest, of heet is of wateren stromen of uitdrogen, als we allemaal met elkaar delen is de zwaarste tijd te doorstaan. Dat is de Wet van de Woestijn, de woestijn die je samen kunt doorkomen als je onvoorwaardelijk op elkaar kunt vertrouwen, met die Wet mogen ook wij ons verbonden weten, en dat is echt wel een lied waard.

De rechtvaardigen in het Koninkrijk

zaterdag, 19 juli, 2008

Matteüs 13:34-43

Je hebt de keus of je onkruid of graan wil zijn. Uiteindelijk krijgen beiden de kans op te groeien. maar als de dag van de oogst komt dan wordt het onkruid bijeen gebonden en in het vuur gegooid, verbrand. Jezus legt in het bovenstaande uit dat het met name geldt voor hen die de Wet hebben verkracht, mensen uitgebuit en vermoord en misdrijven tegen de menselijkheid hebben gepleegd. Sommige van die misdadigers weten dat ook zelf wel. Van de Nazi’s kon uiteindelijk maar een handjevol leiders worden berecht, de rest had er zelf een einde aan gemaakt en maar een enkeling wist te ontkomen. Tot op de dag van vandaag wordt op de ergste van die misdadigers jacht gemaakt tot in de verste hoeken van de aarde. Ook in Japan heeft zo’n berechting plaatsgevonden. Op dit moment lopen er bijzondere rechtbanken voor Rwanda en voormalig Joegoeslavië. En inmiddels hebben we een internationaal strafhof waar zelfs zittende machthebbers worden aangeklaagd. Die berechtingen zelf zijn niet zonder betekenis. Lange tijd is er gedacht dat de berechtingen in Duitsland en Japan uitzonderingen zouden zijn. De vonnissen en de rechtzaken van vlak na de Tweede Wereldoorlog hebben de normen gezet voor wat wel en niet kan op het gebied van mensenrechten. De Verenigde Naties als organisatie is er een gevolg van maar ook de Veiligheidsraad, met de regel dat geen land een gewapend conflict mag beginnen zonder toestemming van de VN. Die toestemming is verleend om Korea te beschermen, die toestemming is verleend om Koewijt te bevrijden maar die toestemming werd niet gevraagd, dus ook niet verleend om Irak binnen te vallen. Nu is er ook wel een regel dat je je eigen land gewapenderhand mag verdedigen en daar beroepen Amerika en Engeland zich op maar dat is dubieus. Die bijzondere tribunalen, die inmiddels zijn opgericht, hebben ook geleid tot het inzicht dat berechting van internationale misdadigers, tegen criminelen die het ontstaan van een meer ideale wereldsamenleving in de weg staan, een meer permanent karakter moet hebben. Daarom is er dus in Den Haag het internationale strafhof. Nog niet alle landen doen daar aan mee, Amerika houd zich er angstig buiten. Dat Amerikaanse beslissingen om oorlog te voeren of mensen zonder vorm van proces jarenlang gevangen te houden en te verhoren buiten de regels van internationale verdragen om, daardoor niet door een onafhankelijke rechtbank beoordeeld kunnen worden is duidelijk, maar dat die beslissingen en die acties ook niet goedgekeurd kunnen worden zou ten nadele van de Amerikanen kunnen zijn. Juist daar waar rechtvaardigheid wordt gedaan gaan rechtvaardigen stralen als de zon. We maken dus stappen vooruit naar een samenleving waarin uiteindelijk het onkruid wordt vernietigd. De keus tussen graan zijn of onkruid ligt daarom voor de hand, al is het niet eenvoudig niet te laten verstikken.

Een andere gelijkenis

vrijdag, 18 juli, 2008

Matteüs 13:24-33

De gelijkenissen tuimelen over elkaar heen in dit Bijbelgedeelte. Zo graag wilde Jezus van Nazareth duidelijk maken hoe het zit met de komst en de groei van dat Koninkrijk waar hij het steeds over heeft. Je denkt dat je het goede woord hebt verkondigd en dan zie je in een kerk de prachtige gewaden, de machthebbers, de show en  je hoort dat de armen en hun bevrijding verdwijnen achter eigenbelang en eerzucht. Hoe kan dat toch? Dat is het kwade dat altijd het goede zal vergezellen, pas als het Koninkrijk er echt is zal het kwade ten onder gaan. Moet je dan wanhopen en maar ophouden met de vertellen over dat Koninkrijk van eerlijk delen waar de minsten de belangrijksten zijn en er voor iedereen een plaats is? Welnee. Het groeit vanzelf uit tot het mooiste en het grootste dat we ooit hebben gezien. Zoals dus die mosterdboom die wij niet meer in die vorm kennen maar die we ons best kunnen voorstellen. Die gelijkenis met dat zuurdesum kunnen we ons misschien nog het beste voorstellen. Want wie wel eens brood bakt weet dat je van de gist maar een heel klein beetje nodig hebt om een heleboel lekker brood te kunnen bakken. Zuurdesem is net als gist en daar heb je eigenlijk nog minder van nodig. Zo kun je dus ook een ideale samenleving maken. Je hebt naar verhouding maar een paar mensen nodig die er echt in geloven, die het tot het bittere einde ook weten vol te houden. Deze vergelijking is van Jezus van Nazareth zelf.  De vergelijking die er aan vooraf gaat is op dit moment eigenlijk nog veel actueler. Die van het zaad en het onkruid. Biologen zeggen dan direct dat onkruid niet bestaat. Alle planten hebben hun doel en bestemming. maar de boer zal zeggen dat dat mooi is, maar als je graan hebt gezaaid dan wil je ook dat er graan groeit en geen distels of papavers of andere struiken. Van graan moet die boer z’n huishouding draaiende houden. Jezus wijst er op dat het voor de boer geen zin heeft om het onkruid er uit te gaan trekken. Lang hebben we gedacht dat we het onkruid wel konden vergiftigen maar daar komen we ook van terug. Uiteindelijk vergiftigen we onszelf daarmee. Laat het onkruid dus maar staan en verwijder het na het maaien. Het verwijderen van onkruid uit de samenleving nu heeft dus geen zin, en straffen moeten we maar aan de rechters overlaten, want dat wat verkeerd is moet benoemd worden en wie verkeerd doet verdient straf. Het enige wat we kunnen doen is bezig blijven voor een betere samenleving, dus moeten we steeds opnieuw mensen de kans geven opnieuw te beginnen maar dan op de goede weg. Jezus wijst daarbij op het mosterdzaadje, ongeveer het kleinste zaadje dat er is, maar het groeit uit tot een geweldige struik. We hebben daarom ook zelf de keus of we een mosterdzaadje willen zijn, als zuurdesum werken in onze stad, ons land, onze eigen wereld, of dat we onkruid willen zijn dat snel groeit, het grootste en het mooiste wil zijn maar dat het goede verstikt.

Het schiet echter geen wortel

donderdag, 17 juli, 2008

Matteüs 13:18-23

Als horen en begrijpen nu eens voldoende was. Zo ingewikkeld was die gelijkenis van de zaaier toch niet.  Iedereen heeft toch wel eens gehoord dat je je naast moet liefhebben als jezelf, en iedereen snapt natuurlijk ook wel dat het leven een stuk prettiger wordt als we allemaal niet tegen een ander doen wat we niet willen dat tegen ons wordt gedaan. Je kunt het wel horen, en misschien ook wel begrijpen maar er zijn nu eenmaal machtigen en rijken die er belang bij hebben de boodschap te verdraaien en twijfel te zaaien. Als het leven zo eenvoudig was dan was het een wanorde zeggen ze, de wetten zijn te ingewikkeld voor gewone mensen zeggen ze, de verdeling tussen arm en rijk kan nu eenmaal niet anders, zeggen ze, vrede moet met geweld afgedwongen worden, zeggen ze, we moeten bang zijn voor elkaar, zeggen ze. En steeds weer zijn er mensen die er intrappen. Jezus van Nazareth noemt mensen die hier intrappen dom, het leven in het Koninkrijk laten ze zich ontstelen. Ook zijn er mensen die het horen, het snappen, er blij mee zijn, haleluja roepen, de handen omhoog, het swingt de pan uit, maar als het op doen aankomt dan kijken ze niet verder dan hun neus lang is. Een persoonlijke relatie met een God, met heel veel bidden, is hen voldoende, van een rechtvaardige samenleving, van eerlijk delen, van alle mensen moeten er bij horen, willen ze niet weten. Soms sluiten ze zelfs mensen uit omdat die met een partner iets anders doen dan dat ze zelf doen, in plaats van mensen de plaats te geven in de samenleving die ze toekomt. Aan de oppervlakte lijkt het wat, maar wie dieper kijkt ziet dat het niks wordt met die mensen. En er zijn ook altijd mensen die er geen tijd voor zeggen te hebben, het werk, het gezin, het verkeer, de hobby’s alles gaat voor, alsof dat alles ook niet onderworpen zou moeten zijn aan die Wet van liefhebben van mensen, maar ja het horen en begrijpen laten ze langs zich heen gaan. Maar gelukkig zijn er ook mensen die het niet alleen horen, maar zelfs snappen en vooral: er naar handelen. Al die vrijwilligers in de zorg, bij telefonische hulpdiensten en in de zomer in zomerkampen voor minima, op boten voor gehandicapten, op vakantiereizen met verstandelijk gehandicapten, op jeugdkampen met buurthuizen, bij Amnesty International, in ziekenhuizen, verpleeghuizen en verzorgingstehuizen en vul zelf maar in. Er is zoveel dat met de werkers in het Koninkrijk nog wel een aantal colums gebuld kunnen worden vullen. Zoek dus maar in je eigen omgeving uit waar je straks na je vakantie aan de slag wil gaan. Want pas als iedereen meewerkt komt dat Koninkrijk er ook echt. Wat we voorlopig kunnen doen is sporen van dat Koninkrijk zichtbaar en hoorbaar maken. Zoals vrouwen eens deden bij de vliegbasis Volkel op hun kamp tegen kernwapens, zoals vrijwilligers in Amsterdam doen bij de gevangenissen voor asielzoekers om te laten zien dat er in ons land ook mensen wonen die een menswaardige behandeling voor vreemdelingen willen. Een honderd of zestig of dertig voudige oogst ligt op je wachten, kun je nagaan wat je kunt mislopen.
 

Hun ogen houden zij gesloten.

woensdag, 16 juli, 2008

Matteüs 13:10-17

We hebben het nog steeds over de gelijkenis van de zaaier. Maar waarom sprak Jezus van Nazareth zo vaak in gelijkenissen. Waarom niet gewoon gezegd dat je goed moet luisteren en gaan doen wat gezegd wordt, werken aan de bevrijding van de armen, de komst van het Koninkrijk van God? Zo eenvoudig ligt het niet. Dat zorgen voor de minsten in de samenleving is niet vanzelfsprekend. Die zaaier kan er niets aan doen als het zaad op de weg valt en opgegeten wordt door de vogels, of als het op rotsige grond valt of verstikt wordt door de distels, maar wij kunnen dat wel. Willen wij vruchtbare grond worden voor de boodschap van Jezus van Nazareth dan moeten we ons afwenden van wat ons meestal als goed voorgehouden wordt. Winst maken, succes behalen, persoonlijke groei nastreven. In Bijbelse termen heet dat bekering, een totale ommekeer in je leven. Dat is niet gemakkelijk. De distels van je omgeving kunnen dat eenvoudig verstikken. Want wie wil er nu geen succes behalen, winst maken en als persoon groeien? Geld verdienen, carière maken, een stabiel en gezond mens zijn, is toch goed of niet? We houden zo gemakkelijk de ogen gesloten voor de minsten in de samenleving. Juist het nastreven van al die door onze maatschappelijke omgeving opgelegde na te streven doelen houdt ons af van het voeden van de hongerigen, het kleden van de naakten, het troosten van de bedroefden, het bevrijden van de armen. Onze god “agenda” en onze godin “telefoon” helpen ons onze ogen gesloten te houden en maken onze oren doof voor de roep van de mensen om ons heen die onze Liefde zo hard nodig hebben. Hun kun je iemand troosten die bedroefd is als je voortdurend je mobiele telefoon aan je oor hebt, als je altijd maar alleen in je auto onderweg bent. De winst die Jezus van Nazareth biedt is meer mensen die gelukkig zijn, het succes dat zijn weg biedt is de bevrijding van onderdrukten, de persoonlijke groei die hij biedt is dat je een beter mens wordt als je blinden laat zien, doven laat horen en lammen weer laat lopen. Dat was overigens niet iets waar hij ooit mee begonnen was. Die weg van God was er al vanouds. Abraham trok op die weg uit Ur der Chaldeeën en ontdekte dat gastvrijheid voor vreemdelingen oneindig vruchtbaarder was dan religieuze riten die geen rekening houden met de waardigheid van mensen. Profeten als Jesaja hadden er van gesproken, maar ook ontdekt dat macht vaak belangrijker is dan leven en dat koningen in hun zucht naar macht het leven van een heel volk op het spel kunnen zetten. Daarom probeerde Jezus van Nazareth aan te sluiten bij het leven van alledag. Ga je zijn weg, ben jij vruchtbare grond? Of blijf je doen wat de wereld van je vraagt, laat je zijn Woord verstikken door de distels?