Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juni, 2008

Daarom heb ik me tegen je gekeerd

vrijdag, 20 juni, 2008

Ezechiël 16:15-34

Het is een hard oordeel dat de profeet velt over Jeruzalem, ze is een hoer geworden waar zelfs de overspelige vrouwen van de Filistijnen zich voor schamen. Jeruzalem als middelpunt van afgoderij die alle goden vrij de ruimte geeft maar nooit zich iets aantrekt van de Wet van delen, de Wet van de Liefde. Nee de aanbidding van vruchtbaarheid, winst en profijt zeggen we tegenwoordig, staat op alle denkbare manieren voorop. Als er maar het etiket vruchtbaarheid op staat, lijkt de profeet te willen zeggen, dan heeft de stad, de samenleving., er alles voor over om het niet alleen te krijgen maar ook te dienen met alles wat in haar is. Het zijn beelden om duidelijk te maken hoe een samenleving in elkaar zit. Vruchtbaarheid is in onze samenleving niet meer het eerste dat we herkennen. Maar als we winst en profijt en individueel gemak en genot invullen voor vruchtbaarheid begint er iets te dagen. Want waarom zouden we de bescherming van de gezondheid van de zwakken nog in gedrag verwerken als we niet meer in dure dieselslurpende en fijnstofuitstotende SUV’s mogen rijden? Waarom moeten er nog bossen en struiken groeien als we niet meer met onze auto’s over de wegen kunnen rijden en in file’s moeten staan? Weg met dat groen en dat onrendabele stuk natuur want wegen leveren meer winst en profijt en gemak voor de individuele mens op. Net als in het verhaal van Ezechiël levert onze samenleving haar taken van zorg en bescherming, haar rentmeesterschap van het land en het water, in voor winst voor enkelingen en profijt voor de rijken. De armen in ons land blijven arm en de armen in de armste delen van de wereld worden alleen maar armer. De gevolgen van de klimaatverandering treffen het ergste de armste mensen in de wereld en wij blijven voor onze veiligheid dromen van de maakbaarheid van de wereld ook voor onze kinderen en kleinkinderen. Niemand lijkt meer in verzet te komen als de werkelijke prijs van autobrandstof voelbaar wordt voor hen die er te veel van gebruiken en daartegen zwaar geprotesteerd wordt. Wie overtuigt de vrachtwagenchauffeurs van de noodzaak andere brandstoffen te gaan gebruiken, ze zijn er nu al. Het is de omgekeerde wereld die ook Ezechiël in zijn tijd al zag. Zij die voelen hoe verkeerd hun gedrag kan zijn worden er niet beter van maar eisen zelfs dat ze nog meer verkeerd mogen doen. Belastingen en accijnsen op brandstoffen moeten omlaag, wegen moeten worden verbreed, spoorwegen moeten achterwege blijven en bussen niet op de snelwegen. En niet alleen in het verkeer geldt dit hoerige gedrag. Ook bij import en export geldt hetzelfde. De markten in Afrika moeten open voor westerse producten heet het, maar de westerse markten blijven gesloten voor Afrikaanse producten. Wanneer leren ook wij wat Ezechiël zijn volk wilde leren?
 

Niemand om je navelstreng door te snijden

donderdag, 19 juni, 2008

Ezechiël 16:1-14

Een mens groeit alleen gezond op door liefde. Een kind dat te vondeling wordt gelegd op een afgelegen plaats loopt een grote kans te sterven. Alleen als er van dat kind gehouden wordt kan het overleven. Volgens Ezechiël geldt dat ook voor een stad. De mensen die Jeruzalem groot hadden gemaakt hielden ook van Jeruzalem. Niet om de stenen en de grond waarop ze werd gebouwd. Jeruzalem is, als zo vaak in de Bijbel, de plaats waar de Tempel staat, de plaats waar de Wet van eerlijk delen, van houden van je naaste als van jezelf, wordt bewaard. Dat is het huis van de Liefde, die liefde die de stad zo mooi maakt. Daar komen mensen op af om samen maaltijd te houden, om maaltijd te delen met de armen, met hun familie, met de tempeldienaars en de vreemdelingen die in hun midden zijn. Rond de Tempel wordt dat offeren genoemd. Maar zoals het in vrijwel elke stad gaat vergeten de mensen de oorsprong van de stad. In onze geschiedenis zijn veel steden ontstaan om de armen van het platteland op te vangen en samen goederen en diensten te produceren voor de mensen in de steden en voor de mensen op het platteland. Dat opvangen van de armen in de stad en hen een plaats geven is langzaamaan vergeten. Zoals in de dagen van Ezechiël was vergeten dat er maar één God is. Het is toch veel aantrekkelijker om op elke hoek van elke straat een tempeltje te hebben staan voor telkens weer een andere god. Dat brengt geld in het laatje want al die godjes vragen weer andere offertjes en die offertjes moeten gekocht worden en daar kun je aan verdienen. Een stad die zich prostitueert noemt Ezechiël die stad. De stad is er dan niet meer voor de mensen maar voor winst en profijt. Dan staat leefbaarheid in de stad niet meer voorop. Dan wordt niet meer gevraagd of iedereen nog mee kan doen. Dan is er niet meer samen maaltijd waarbij ook mensen worden uitgenodigd die zelf niet een gezamelijke maaltijd kunnen houden. Dan is het ieder voor zich, en alle godjes voor ons allen, maar niemand meer voor ons samen. Want op die manier houdt de samenleving op. Het gaat dan niet meer om de mensen in de stad als mens, om jou en mij, maar alleen nog om de winst die je meebrengt of zou kunnen meebrengen. Het lijkt of Ezechiël zich in zijn beeldspraak mee laat slepen. Je ziet bijna de baby voor je die met liefde wordt verzorgd, gewassen, gekleed en opgevoed tot een mooie jonge vrouw. Maar wie de ogen heeft zien oplichten van een arme die in staat gesteld werd een maaltijd te houden met haar familie, of van de kinderen die eindelijk eens speelgoed kregen voor hun verjaardag in plaats van tweede hands kleren weet hoe mooi die Wet kan zijn van Jeruzalem. Wie hongerigen heeft gevoed, de naakten gekleed, gevangenen heeft bezocht en bedroefden getroost wordt bijna net zo lyrisch als Ezechiël over de schoonheid die je kunt ontmoeten. En die gunt het aan iedereen, dus probeer het eens uit, je zult het meemaken.

Schud het stof van je voeten

woensdag, 18 juni, 2008

Matteüs 10:5-15

De 12 zendelingen die Jezus er op uit stuurt krijgen heel nauwkeurige instructies mee. Jezus zelf was net weggestuurd uit het 10 stedenland, omdat hij de gekkigheid van een paar bewoners aan varkens had verbonden die zich vervolgens van de rotsen hadden gestort, dus naar het buitenland mogen ze voorlopig niet gaan. Het blijft bij de mensen van hun eigen volk want die kunnen snappen waar het om gaat. Een koninkrijk waar de Wet van de woestijn heerst, de wet van je naaste liefhebben als jezelf. Daarom mogen ze ook niks verdienen aan het brengen van de boodschap, aan het genezen van ziekten en het laten ophouden van allerlei gekkigheid. Zeker niet aan het wegnemen van kwellingen en aan het weerbaar maken van het volk, zoals je het “genezen van alle ziekten en kwalen” eigenlijk ook zou kunnen vertalen. Van die plaatsen waar ze niet ontvangen worden moeten ze het stof van hun voeten schudden. Ofwel ze moeten opnieuw op weg gaan en zich niet laten besmetten door het negativisme waar men kennelijk voor kiest, we kunnen toch niet anders als we al doen klinkt het. Ook in onze dagen keren veel mensen zich van de politiek af. Problemen in de wereld zijn ingewikkeld en het kost moeite en energie je daarin te verdiepen. Dat het eigenlijk gaat om te zorgen voor minsten in de wereld wordt door de rijken en machtigen handig verborgen achter moeilijke woorden en ingewikkelde conflicten. Goedkopen slagzinnen lijken de keuze voor de juiste politiek makkelijker te maken. Populisten worden dus vandaag de dag populair, maar over zorg voor de zwakken, zorg voor weerbaarheid en bevrijding van kwelling hoor je niets meer. Verzet tegen onrechtvaardige verhoudingen is er nauwelijks, er wordt op zoveel terreinen tegelijk geknaagd dat de wortels van de samenleving op zijn voor we het weten. Vergeleken bij hun einde zal het lot van Sodom en Gommorra nog zacht zijn, zei Jezus over de mensen die zijn zendelingen niet wilden ontvangen. Niet commercieel, vredebrengend, alle mensen liefhebbend, niemand weggooiend. Een koninkrijk dat ongeveer op alle fronten het tegendeel was van wat het onze aan het worden is. Natuurlijk willen mensen wel samen een volk vormen. De enorme massa’s die zich scharen achter een voetbalelftal dat namens ons land wint bewijst dat wel. De omvang lijkt op de massa die in de dagen van Jezus van Nazareth bij hem sterkte en bevrijding van kwelling zoekt. Wij zijn een rijk land, tienduizenden kunnen zich permiteren een paar weken in Zwitserland te verblijven. Maar wanneer lopen er bij ons Apostelen langs die de massa’s bewegen om te gaan delen met de minsten, te zorgen voor de zwaksten? Of zouden ze bij ons het stof van hun voeten moeten schudden?

Iedere ziekte en elke kwaal.

dinsdag, 17 juni, 2008

Matteüs 9:35-10:4

Geen wonder dat hij handen te kort komt als je iedereen van elke ziekte en elke kwaal weet te genezen. Maar staat dat er eigenlijk wel? Het griekse woord dat hier met ziekte wordt vertaald kan ook worden vertaald als kwelling en het woord dat met kwaal wordt vertaald kan ook worden vertaald als zwakte. En dan staat er iets anders dan het werk van de gemiddelde dokter. Dan staat er dat Jezus van Nazareth de mensen weer moed en kracht gaf, zoals schapen weer kracht kunnen krijgen als ze goed en vers gras te eten krijgen. Maar daar is een herder voor nodig die ze naar grazige weiden brengt. Het ene beeld heeft verband met het andere. Maar sterke zieken die verzekeringen en overheden kunnen aanspreken op de zorg waar ze recht op hebben zijn heel wat lastiger dan zwakke en zielige figuren die maar moeten bidden met gevouwen handen en gesloten ogen of ze misschien beter mogen worden. Maar om de massa sterker en weerbaarder te maken is kader nodig, zijn mensen nodig die het goede voorbeeld geven en zelf ook de mensen helpen sterker en weerbaarder te worden. Zo koos Jezus van Nazareth 12 mensen die hij er op uit kon zenden om al die mensen die opnieuw wilden beginnen, die geloofden beter te kunnen worden, ook daadwerkelijk te helpen weerbaarder en sterker te worden. Mattheüs geeft een hele rij namen en bij een paar discussieëren de geleerden nog wie nou wie is. Je vindt de rij ook bij Lukas die de mannen zendelingen of Apostelen noemt omdat ze er op uit worden gestuurd. Eén ervan is Simon bijgenaamd Kananeüs. Die bijnaam onderscheidt hem van Simon Petrus waar we waarschijnlijk meer van gehoord hebben. Dat Kananeüs staat in de Nieuwe Bijbelvertaling. Het stond ook al in de Statenvertaling uit 1619 op deze manier vertaald. In de Bijbelvertaling van 1951, die de laatste 50 jaar bijna overal is gebruikt staat nog Simon de Zeloot. Je moet dus nooit de Bijbel letterlijk nemen, want je moet altijd vragen naar welke Bijbel, of beter naar welke vertaling je moet luisteren. Het gaat om de betekenis. Die bijnaam Kananeüs gaat terug op een woord dat in het Bijbelboek Exodus wordt gebruikt voor IJveraar. En dat was ook de bijnaam voor de beweging van de Zeloten die in de tijd van Jezus verzet pleegden tegen de Romeinse bezetting. Ze gingen gewelddadig verzet niet uit de weg. Deze Simon, zo wordt aangenomen, had zich na verloop van tijd bij Jezus aangesloten, maar hij bleef “de IJveraar”. De reuk van terrorisme bleef hem volgen. Niet zo vreemd want terrorisme heeft tot in onze tijd vaak een religieuze bodem. Maar dat Jezus van Nazareth juist die leerlingen leerde de tijdgeest van fatalisme en negativiteit te bestrijden en om te zetten in de geest van saamhorigheid en oog hebben voor de zwaksten is duidelijk. Dat er mensen rondtrokken om de massa te bevrijden van kwelling en weerbaarder te maken is ook duidelijk. Veel mensen vinden dat we vandaag net zo gezonden worden als de Apostelen in de dagen van Jezus van Nazareth. We weten nu waar we dan aan moeten werken.

Iemand over het volk aanstellen

maandag, 16 juni, 2008

Numeri 27:12-23

Voor mensen met macht is het moeilijk van die macht afstand te doen. We zien dat dezer dagen aan Mugabe, de president van Zimbabwe. Hoe het volk ook demonstreert en haar wil uitdrukt in verkiezingen, Mugabe blijft proberen het lot van de geschiedenis zo te draaien dat hij aan de macht kan blijven. Zijn leeftijd, gezondheid en de rampzalige economische toestand van zijn land doen daarbij niet terzake. Hij heeft geen voorbeeld genomen aan Mozes. Die beklom een hoge muur, tenminste, als je vanuit Israel over de Jordaan kijkt dan rijst het Abarimgebergte daar op als een hoge muur. Het moet voor Mozes even slikken geweest zijn daar. Zijn hele leven was hij bezig de dood van Egypte te ontlopen, zijn volk te bevrijden uit de slavernij en hen door de woestijn te leiden naar het land overvloeiende van melk en honing. Onderweg hadden ze tal van problemen getrotseerd. Een onwillige Farao die met al zijn strijdwagens was gebleven in de Rode Zee, morrende Israelieten, vijandige stammen en natuurlijk de woestijn zelf. Onderweg was ook de Wet van de Woestijn ontdekt. Het volk had geleerd dat er maar één God was en dat dienen van die God betekent dat je je naaste lief hebt als jezelf, dat je in de woestijn niet kunt overleven als je niet onvoorwaardelijk op elkaar kunt bouwen. Daarom ook mocht Mozes het beloofde land niet in. Op één moment had hij zich boven het volk gesteld, gedaan of hij beter was en macht had om het volk te drinken te geven. Hij had zich opgesteld of hij God zelf was. Nu wordt hij weer gelijk aan het volk. Hij vraagt om een opvolger te mogen aanstellen en wel iemand die in staat zal zijn het volk te leiden in de strijd die nodig zal zijn om het land Israel in bezit te nemen. Het wordt Jozua, één van de verkenners die bewezen hadden niet bang te zijn, zelfs niet voor reuzen, maar op God te vertrouwen. Als de liefde zegt dat delen het meest rechtvaardig is, dan is dat het ook en dan zijn degenen die niet willen delen in het ongelijk. De overdracht gaat onder leiding van de Priester, de opvolger van Aaron, die door God voor die positie was aangewezen. Die Priester spreekt recht en gaat over de uitleg van de Wet. Het verschil tussen Priester en Leider was dat de Priester door God geroepen was en de Leider aangesteld werd op voordracht van het volk, hier vertegenwoordigd door Mozes. Zo is het tot onze dagen in de landen van de democratie. De rechterlijke macht is onafhankelijk en de leiders van de staat worden gekozen door het volk. Soms proberen leiders daar onder uit te komen, zoals nu in Pakistan waar de president de rechters heeft ontslagen, maar als we blijven lezen in de Bijbel zullen we elke keer herinnerd worden aan hoe het ook al weer behoort te zijn, een leider is er voor het volk en het volk niet voor de leider.

Heb medelijden met ons

zondag, 15 juni, 2008

Matteüs 9:27-34

Je kunt het nu eenmaal niet iedereen naar de zin maken, je kunt niet de hele wereld op je nek nemen. Het zal ook tegen Jezus wel eens gezegd zijn. Volgens het verhaal van Mattheüs zijn er niet alleen leerlingen, en zendelingen, de Apostelen, die op hun eigen taak worden voorbereid maar komen er ook steeds meer zieken die op een nieuwe manier verder willen. Als er dan twee blinden komen, die van hun gebedel en afhankelijkheid af willen zijn, die hun huidige leven niet meer zien zitten,  gebiedt Jezus ze uitdrukkelijk er met niemand over te praten. Dat lukt natuurlijk niet. Iedereen die het lukt uit een ellendige toestand op te staan en het achter zich te laten wil het delen. Als je na veel gepieker eindelijk een licht opgaat en de juiste weg vindt dat straal het je uit. Jezus helpt er zelf bij door iemand die van gekkigheid niet meer kon praten weer het woord terug te geven. Mensen voortdurend terugbrengen tot de samenleving was zijn doel. De leiders van de samenleving in de dagen van Jezus roepen dat hij het goede doet door de macht van het kwade, en ook in onze dagen wordt weer gezegd dat het echt zorgen voor mensen niet deugt en te duur is, of op termijn te duur zal worden. Maar werknemers weten dat je niet vroeg genoeg kan beginnen met het onderhoud van je collega’s, neem eens wat van ze over, laat ze niet alleen staan en bovenal zorg ook voor jezelf. Het kwade verdrijf je namelijk niet met het kwade, maar met het goede. Of het nu een kwaad regiem is, of een slechte situatie, je moet in beweging komen met het goede om het kwade te verdrijven. Oorlog roept bijvoorbeeld alleen oorlog en geweld op. We zien dat in Afghanistan en Irak. Het is te hopen dat al die hulporganisaties die in Afghanistan willen gaan helpen er ook echt de ruimte voor krijgen. Dan gaan mensen geloven dat vrede echt helpt om een land weer op te bouwen en dat je niet hoeft te bouwen op krijgsheren of sectarische stromingen die met geweld hun orde op willen dringen. Juist vrijheid en vrede zijn nodig om mensen zich te laten ontwikkelen. Als we dat in Uruzgan zouden kunnen bereiken zouden ook daar de ogen opengaan en zouden de mensen zeggen dat ze nooit zoiets hebben gezien. Dat zal wel even duren omdat hele generaties in Afghanistan opgevoed zijn in een oorlog, vlak na een oorlog of vlak voor de volgende oorlog. In het hele land zijn overal de sporen van oorlog en verwoesting te zien. Daarom zal het ook wel bijna een mensenleeftijd duren voordat de laatste sporen van de oorlog verdwenen zijn. Onze regering heeft zoveel geduld niet, die wil na een paar jaar al weg. Maar het is natuurlijk ook de vraag of onze regering wel echt geloofd dat het kan, het opbouwen van een nieuwe samenleving.

 

Dan zal ze weer leven.

zaterdag, 14 juni, 2008

Matteüs 9:18-26

Je moet maar durven. Iedereen denkt dat het meisje dood is. De begrafenisonderneming is al bezig met de eerste fase van het begrafenisproces, het huilen en de openbare rouw. Zo ging dat in de tijd van Jezus van Nazareth. Alleen de vader van het meisje deed niet mee. Die was de leider van de synagoge, zeg maar de kerk van het dorp, daar waar elke dag uit de Wet werd voorgelezen en een keer in de week de Wet ook kon worden uitgelegd. Hij geloofde dat Jezus haar weer tot leven kon brengen. Als je onvoorwaardelijk van mensen houdt dan kun je veel en daar ging de hele stoet. Jezus, de 12 apostelen en al die leerlingen die steeds achter hem aan gingen. Het was een gedrang van jewelste. Geen wonder dat er zelfs mensen waren die hem niet lastig wilden vallen. Vrouwen hebben vanouds die neiging. Niet klagen, niet zeuren, flink zijn en doorgaan, ook al ben je dood en doodziek. Zo’n vrouw kwam Jezus tegen, als je die man alleen maar aanraakt ben je al beter dacht ze, hij gaat met de belangrijke mensen mee. Maar Jezus zag ook haar en haar geloof dat ze beter kon worden. Zien wij de gewone mensen langs de kant van de weg ook?  Zo vaak gebeurd het dat we zieke mensen niet echt zien zitten. Op de WAO is al flink bezuinigd toen het omgevormd werd tot WIA, alsof gehandicapten zelf schuld zijn aan hun handicap. De voorstellen voor bezuinigingen op de Wajong, de uitkering voor gehandicapte jongeren zijn nog maar net van tafel of er zijn voorstellen om op de AWBZ te bezuinigen. Die bezuinigingen zullen mensen treffen in het mogelijk maken deel te nemen aan de samenleving. Huiswerkbegeleiding voor kinderen die niet in staat zijn op school stil te blijven zitten en het thuis zelf te doen. Vervoer en hulp voor thuiswonende ouderen. Nee mensen achter de geraniums laten zitten, op bed laten liggen of ziek en getekend langs de weg laten gaan is waar we naar terug gaan.  We lezen in dit Bijbelgedeelte over twee zieken, een meisje dat het leven liet en een vrouw die aan bloedverlies leed. Voor ons zijn dat verschillende zaken. Maar als je weet dat het leven van een mens huist in het bloed dan gaat het twee keer over hetzelfde, bij de een is het leven geweken en bij de ander vloeit het leven langzaam weg. Wij lijken het leven voor veel mensen vaak onnodig zwaar te maken, werk en sociale contacten zijn immers voor ons leven wat het bloed was voor mensen in de dagen van Jezus van Nazareth. Voor Jezus was het een kwestie van opstaan, wie contact zoekt met de levende gaat zelf leven. Wie opstaat tegen de dood zal leven. Jezus greep het meisje bij de hand, ze slaapt riep hij, en ze stond op. Maar zijn wij bereid de gehandicapten, de Wajongers, de zieken van vandaag de hand te reiken en ze te laten opstaan tegen een bezuinigende overheid? Laten we wakker blijven vandaag.
 

 

En mij niet ontrouw worden

vrijdag, 13 juni, 2008

Numeri 15:37-41

De knoop in je zakdoek. Als je echt iets niet wil vergeten dan leg je een knoop in je zakdoek en iedere keer als je je zakdoek pakt dan herinner je je weer dat er iets belangrijks is dat je niet moet vergeten. Je de hele dag herinneren dat je je naaste lief moet hebben als jezelf is natuurlijk nog belangrijker. Daarom de kwastjes, of franje, de tsietsiet, aan de hoeken van je kleren. Tegenwoordig zitten ze in de Joodse godsdienst in elk geval nog aan de hoeken van de gebedsmantel die wordt omgeslagen voordat het dagelijks gebed wordt gebeden. Over de bijzondere kleur die er in elk geval in moet zitten valt nog wel wat te zeggen. Blauwpurper zegt de Nieuwe Bijbel Vertaling, azuur zegt de Naardense Bijbel, hemelsblauw zei de Statenvertaling. In Israel neemt men aan dat het de kleur blauw is die haar plaats heeft gevonden in de vlag van Israel. Daarmee moet je dus elke keer als je die vlag ziet bedenken dat het weer tijd wordt om je naaste, ook je Palestijnse naaste, lief te hebben als jezelf. Want het zien van die bijzondere franje aan je kleding betekent dat je de geboden van de Ene moet doen en die geboden laten zich nu eenmaal het best samenvatten in het gebod dat je God moet liefhebben boven alles en je naaste als jezelf, die twee geboden zijn niet los van elkaar te maken en zijn eigenlijk de uitleg van elkaar, God liefhebben is mensen liefhebben en mensen liefhebben is God liefhebben. Die blauwe draad herinnert daarom ook aan de Priesterkleding die voor Aaron, de eerste Priester in de Heilige Tent in de woestijn, werd voorgeschreven. Als je je het gebod van God weer herinnert dan kan het niet anders of je wordt zelf ook een beetje priester wil de blauwe draad in de franje op de hoeken van je kleding zeggen. In het boek Exodus wordt daarom tot het volk in de woestijn gezegd dat ze een koninklijk volk van Priesters zullen zijn. Over die religieuze symbolen die aan kleding wordt bevestigd is tegenwoordig nogal veel te doen. Nu zullen er maar weinig mensen meer zijn die kwastjes aan hun kleding bevestigen, alleen bij een kleine Joodse minderheid kun je dat nog zien. Zo zijn er ook steeds minder Christenen die een kruisje, een crusifix of een hugenotenkruis dragen, sommigen dragen nog een visje als teken van hun christen zijn, laat staan dat er vrouwen zijn die het advies van Paulus volgen hun hoofd gedekt te houden. De discussie gaat daarom ook vooral over hoofddoekjes voor Moslimvrouwen ook al is het ook onder Moslims een kleine minderheid die daaraan vast houdt. Bedenk wel dat verbod op hoofddoekjes ook betekent dat kruisjes en visjes niet meer mogen worden gedragen en dat de kwastjes op de hoeken van je kleding moeten verdwijnen, uiteindelijk moet dan ook het houden van je naaste als van jezelf verdwijnen, dan is de godsdienst in onze samenleving zelf verdwenen.

Nieuwe wijn in oude zakken

donderdag, 12 juni, 2008

Matheus 9:9-17
 
Het verhaal over het optreden van Jezus van Nazareth begint niet bij Kerstmis. Daar beginnen een paar van de boeken van het Nieuwe Testament wel mee maar als je het hele verhaal doorleest dan zie je dat het optreden van Jezus begint met zijn neef Johannes. Die ging staan op de grens van de woestijn en het beloofde land en riep de mensen op opnieuw te beginnen met de Wet die ze in de woestijn hadden gekregen, die Wet van je naaste liefhebben als jezelf. Als teken daarvan werd je onder gedompeld in het water van de Jordaan zodat je het stof van je oude leven kon afspoelen en als het ware opnieuw werd geboren, als nieuw mens kon je op weg gaan die Wet waar te maken. Johannes had gezegd dat Jezus de volgende halte in het verhaal zou zijn. Die zou pas laten zien wat het betekent onvoorwaardelijk te leven volgens de Wet uit de woestijn. Dat Jezus niet opzij ging voor een beetje gekkigheid hebben we de afgelopen dagen al gelezen, dat zieken die opnieuw wilden beginnen de kans kregen beter te worden hebben we ook gezien. Maar de hele samenleving vernieuwen is nog wat anders nietwaar. Toch volgt op die verhalen de geschiedenis van Mattheüs. Een belastinggaarder. Tollenaar staat er in de diverse vertalingen en dat woord heeft bij ons een slechte klank. Toch koesteren wij ook onze historische tolhuisjes, belasting heffen op de goederen die langs de weg worden vervoerd is al eeuwen oud. Wat ons er van is overgebleven is de douane. Belasting heffen op wat het land binnenkomt. Jezus roept de tollenaar Mattheüs op hem te volgenen, gaat bij hem thuis eten met mensen die kennelijk de Wet niet volgen, zondaars heten die in het verhaal. Dat wekt de nodige onrust maar Jezus zegt dat juist die mensen geleerd moet worden die Wet van heb elkaar lief weer te gaa volgen. Als dan de volgelingen van Johannes vragen waarom er wel veel gegeten maar weinig gevast wordt wijst Jezus op de vreugde der Wet. Ook wij kennen tijden waarop we ons moeten oefenen in het niet zo belangrijk vinden van geld en goederen, net zo goed als we feest mogen vieren als de onrechtvaardige importheffingen op produkten uit arme landen worden afgeschaft. Als er dus vandaag extra gedronken moet worden, neem eens wat Max Havelaar koffie. Probeer de zaken opnieuw aan te pakken, want we weten al dat het op de oude manier niet werkt, zoals oude zakken zullen scheuren als je er nieuwe wijn in doet. Het wordt Calvinisten, overtuigde protestanten nog wel eens verweten dat ze niet kunnen genieten, dat ze niet feest kunnen vieren. Als ze dat doen wordt ze overigens snel verweten dat ze geen echte protestanten zijn. Beide is onterecht. Gelovigen zorgen dat ze bij bewustzijn blijven, onmatig eten en drinken is er niet bij, maar genieten van eten en drinken wel degelijk. Gelovigen amuseren zich niet ten koste van anderen, anderen gebruiken als lustobject is er bijvoorbeeld absoluut niet bij. Gelovigen genieten nog het meest als het iemand in nood weer goed gaat, als iemand die aan de grond zat weer opstaat en verder kan in het leven, als iemand die het niet meer zag zitten weer een weg ziet in het leven. Dat is genieten zoals Jezus van Nazareth dat deed. En dan mag je best een feest bijwonen, alles is geoorloofd al is niet alles nuttig.
 

Terug naar zijn eigen stad

woensdag, 11 juni, 2008

Matteüs 9:1-8

In het algemeen spreekt men over de wonderen die Jezus heeft gedaan, maar als je het op je in laat werken is het vaak veel wonderbaarlijker dat we er zelf zo weinig van bakken. Stel je nou voor dat vrienden een zieke bij je brengen. een zieke die gelooft dat de ziekte komt door wat de ouders fout gedaan hebben, en wat de zieke zelf zoal fout heeft gedaan. Wij weten wel dat ziekte volstrekt niet komt door wat je fout gedaan hebt, ja sommige ziekten loop je op omdat je ondanks waarschuwingen iets stoms hebt gedaan, maar dat hoeven anderen je niet na te dragen. Dat gebeurde wel bij de zieke die bij Jezus werd gebracht. Jezus begon gewoon met iets aardigs te zeggen, je zonden zijn je vergeven. Natuurlijk God straft niet met ziekten en kwalen en wat je fout hebt gedaan weet je zelf als eerste en pas op het einde der tijden komt ook de eindafrekening. Maar daar werd zo over gemopperd dat het bijna een rel werd. We kennen het wel, hoe kunnen we nou aardig zijn voor iemand die dat niet verdient, hoe kunnen we opkomen voor een asielzoeker of een ex-gedetineerde bijvoorbeeld. Maar aardig zijn is goedkoop, het is gemakkelijk en het verdient ook gemakkelijk, mensen doen eerder aardig terug tegen iemand die vriendelijk voor ze is dan tegen iemand die voortdurend kritiek uit. Moeilijker is het mensen ook echt voor zichzelf in beweging te brengen. Jezus doet het met de zieke, sta op klinkt het, neem je bed op en ga naar huis. Het wordt ook voor ons tijd om in beweging te komen. Jezus was teruggegaan naar zijn eigen stad. Nu kennen we die Jezus als Jezus van Nazareth, daar was hij opgegroeid en daar woonden zijn ouders, Jozef en Maria. Maar toen Johannes de Doper gevangen was genomen was hij ondergedoken in Kafernaum, dat betekent “huis van troost”. En troost wordt daar gegeven. Zieken, vooral chronisch zieken, hebben het ook in onze samenleving niet gemakkelijk. Ze zitten vast aan een eigen risico en ondanks toezeggingen in de Kamer krijgen ze eigenlijk niks terug. En chronisch zieken kunnen hun ziektekosten niet beïnvloeden, ze zijn er soms voor hun leven van afhankelijk. Vrienden zijn dus heel erg belangrijk om een plaats in de samenleving te kunnen behouden. Voor veel zieken geld overigens dat er veel vrienden zijn en dat zij zich niet beschroomd hoeven te voelen een beroep te doen op die vrienden, de meeste vrienden doen het graag en worden zelfs boos als ze niet om hulp worden gevraagd als die hulp nodig is. Omdat juist zieken zich snel te veel voelen en het gevoel hebben dat ze de samenleving tot last zijn dienen gezonden extra gevoelig te zijn voor het verlenen van hulp aan zieken. De vrienden in dit verhaal zijn het goede voorbeeld voor ons. En als mensen soms iets niet goed hebben gedaan is het niet aan ons om daarover te oordelen, dat mogen we nu net aan God overlaten, en God vergeeft.