Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juni, 2008

Ik zal jullie zéker vervloeken

maandag, 30 juni, 2008

Maleachi 2:1-9

Er zijn weinig geleerden die in de bode, die als schrijver van de profetie wordt genoemd, een van de Priesters heeft gezien. Toch zou het zomaar kunnen als je nauwkeurig dit gedeelte uit de Profetie leest. Maar de priesters worden hier ook wel uiterst negatief afgeschilderd. De Profetie gaat er vanuit dat van de oproep om zich te keren naar het uitvoeren van de oorspronkelijke wet niets terecht zal komen. Ze zullen zeker vervloekt worden want ze nemen het vermaan toch niet ter harte. Erger nog, de mest van de offerdieren zullen ze in het gezicht geworpen krijgen en ze zullen op de mesthoop belanden. Hun nageslacht zal getroffen worden en dat zou het einde kunnen betekenen van het Priestergeslacht. Het zijn immers alleen de nakomelingen van de stam Levi die Priester of Tempeldienaar, Leviet, konden worden. Zij zijn het die in de eerste plaats de Wet moesten bewaren, bewaken en uitvoeren. De stam van Levi kreeg daarom geen grond in Israel maar leefde van rechtspreken en het mee eten van de offers die in de Tempel gebracht werden. Als het volk zich van de godsdienst zou afwenden zou het slecht vergaan met de Priesters en zouden ze wel gedwongen worden het volk weer bij de Wet te betrekken. Dat gaat natuurlijk niet op als de Priesters zelf de Wet aan hun laars zouden lappen. Dan hoefde het volk het ook niet zo nauw met de Wet te nemen en zou de godsdienst ten gronde gaan. Daarom moesten Priesters betrouwbare mensen zijn die de waarheid zouden spreken, niet ten eigen bate, maar volgens de Wet van de Woestijn, de Wet van eerlijk delen, de Wet van heb je naaste lief als jezelf. Priesters die dat niet zorgvuldig en integer doen halen de minachting van het volk op hun hals. Vandaag de dag geldt het zelfde voor autoriteiten. Politieagenten die drugs gebruiken, zich niets aantrekken van verkeersregels of hun naasten mishandelen halen de naam van het politiekorps omlaag en zorgen dat het publiek er minder vertrouwen in krijgt. De politieorganisatie doet er daarom veel aan de korpsen te zuiveren van slechte elementen. Het zelfde geldt voor het openbaar ministerie en de rechterlijke macht. Moeilijker ligt het bij volksvertegenwoordigers en leden van het Openbaar Bestuur als Burgemeesters en Commissarissen van de Koningin. Die volksvertegenwoordigers zijn gekozen door het volk. Als een volksvertegenwoordiger veroordeeld is omdat die de buurman mishandeld heeft duurt het tot de volgende verkiezingen voor het duidelijk wordt of die volksvertegenwoordiger nog voldoende volk vertegenwoordigt. In onze democratie is het daarom zaak ook als burger op te letten op de zuiverheid van autoriteiten en bestuurders. Als het daar gaat afglijden dan gaat het in de samenleving als geheel van kwaad tot erger. En we moeten koste wat kost het goede blijven kiezen, ook als het pijnlijk is voor autoriteiten en bestuurders, de Priesters van vandaag.

En ik moet dat aanvaarden?

zondag, 29 juni, 2008

Maleachi 1:6-14

Ze kunnen dan wel een mooie Tempel bouwen, zo een als ze gewend waren te zien in Babel. En de priesters hadden ongetwijfeld fraaie gewaden waaraan je direct kon zien dat ze Priester waren. Ook zullen de rituelen met de nodige plechtigheid en pracht en praal zijn uitgevoerd. Maar toch deugde het niet. De offers van deze God zijn niet voor hemzelf. Met deze offers moet je zelf maaltijd houden, met je familie, met de tempeldienaars, met de armen en met de vreemdelingen die je helpen. Dan kun je je er niet afmaken met zomaar offerdieren. In de oude wetten stond dat er aan die offerdieren niets mocht mankeren. God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf betekent dat hulp voor een ander geen fooi is, dat overgeschoten tweede hands of onbruikbaar spul niet genoeg is. Armen helpen alsof je jezelf helpt betekent dat de armen zich moeten kunnen vertonen in dezelfde kringen als jij je vertoont. Vreemdelingen een plek geven in je eigen samenleving betekent dat die vreemdelingen mee kunnen doen zoals jij meedoet. De Priesters uit de tijd dat deze profetie werd geschreven moesten dat nog leren. Ze hadden wel de oude verhalen over Abraham bewaard, ze hadden nog weet van de uittocht uit Egypte, maar de manier waarop in Babel religie werd beleden stond hun te veel op het netvlies. In de meeste godsdiensten gaat het immers om het uiterlijk vertoon, om de pracht van kleren, om de kleuren en om de massaliteit van het toegestroomde publiek, om de betovering. Het is door de eeuwen heen steeds weer moeilijk om je voor te stellen dat dat niet geldt voor de godsdienst van de God van Israel. Dat het daar gaat om mensen en niet om pracht en praal. Aan de God van Israel is geen pracht toe te voegen. Daar kan geen mens iets aan bijdragen. De mens kan alleen iets bijdragen aan de liefde voor de minste schepselen van die God, de mensen die het moeilijk hebben, de hongerenden, de bedroefden, de zieken, de gevangenen, de onderdrukten. Toen in die samenleving zo goed als in de onze, aan de vreemdelingen die in ons midden zijn. Wat dat betreft verschilt de samenleving zoals die in deze profetie wordt beschreven niet al te veel van de onze. Ook in onze samenleving staan pracht en aanzien hoog genoteerd en worden armen, gehandicapten en vreemdelingen met het slechtste afgescheept. Vreemdelingen die ons land moeten verlaten worden onnodig en veel te lang opgesloten stelde Amnesty International vast, zelfs kinderen worden lang opgesloten als hun ouders uitgewezen zijn. Op de zorg voor zieken en gehandicapten wordt fors bezuinigd, waar iedereen er op vooruit gaat gaan zij er op achteruit. Het is of de priesters uit deze profetie ook bij ons aan de macht zijn. Het is tijd voor een bode als de schrijver van deze profetie. We kunnen die taak ook allemaal vervullen.

Ik heb jullie lief

zaterdag, 28 juni, 2008

Maleachi 1:1-5

Een aantal jaren geleden was er een strip met de naam Maleachi. De hoofdpersoon uit de strip was een klein lelijk mannetje met lange ongekamde haren en een woeste baard. Hij was gekleed in een lange mantel en droeg meestal een bord waarin gewaarschuwd werd voor het einde der tijden. Deze Maleachi was het soort profeet dat men zich voorstelt op grond van het beeld dat in het Nieuwe Testament van Johannes de Doper geschetst wordt, gekleed in een kameelharen mantel, levende in de woestijn van honing en wilde spinnen. Maar de Maleachi naar wie dit Bijbelboek is genoemd beantwoord niet aan dat beeld. Sterker nog er heeft waarschijnlijk nooit een profeet met de naam Maleachi bestaan. De naam is gegeven aan een boekje dat begint met het opschrift “Profetie”. Een Profetie gegeven aan “mijn bode”, en dat is in het Hebreeuws Maleachi. Het boekje werd geschreven aan het eind van de ballingschap in Babel. Een deel van het volk was teruggekeerd en had alvast de Tempel weer opgebouwd. Later zouden Ezra en Nehemia komen om een godsdiensthervorming door te voeren en de muur rond Jeruzalem weer op te bouwen. Het boek dat Maleachi wordt genoemd loopt op die hervorming vooruit. In de meeste Bijbelvertalingen is het het laatste boek van het Oude Testament. Het laatste boek ook van de verzameling van twaalf kleinere boeken van Profeten. Christenen hebben dit boek als laatste gezet omdat het op die manier verwijst naar de grote godsdiensthervormer Jezus van Nazareth, maar daar heeft het boekje dus eigenlijk niets mee te maken. De Joden die terugkeerden uit de ballingschap kregen te maken met vijandige inwonders van het land, mensen die achtergebleven waren, en vijandige buurvolken. Nu kan je je hooghartig van vijandige buurvolken afkeren maar deze profeet wijst er op dat ook buurvolken familie zijn. De inwoners van Edom zijn immers afstammelingen van Esau, de zoon van Izaak en de broer van de stamvader van Israel Jacob. Toen Jacob met God had geworsteld in angst voor Esau had hij de naam Israel gekregen, een naam die overgegaan was op zijn nageslacht, het volk Israel. En Edom nu wordt tot voorbeeld gesteld voor Israel. De inwoners van Edom willen niet delen met de ballingen die terugkomen. Integendeel ze bestrijden de ballingen. Op die manier wenden ze zich af van de God van Abraham en Izaak, die wel ook de God van Jacob was, maar eigenlijk dus ook de God van Esau had moeten zijn. De inwoners van Edom werden verslagen door de ballingen en dat moet een waarschuwing zijn. Als je niet wil delen met hen die het nodig hebben zul je uiteindelijk worden verslagen als goddelozen. Alleen de liefde, de onvoorwaardelijke bereidheid tot delen sleept je er doorheen. Daar begint deze godspraak of profetie mee. Het is geen toekomstvoorspelling, maar een analyse van de dagelijkse werkelijkheid, ook de werkelijkheid van ons dagelijks leven.

Ik kom een wig drijven

vrijdag, 27 juni, 2008

Matteüs 10:34-11:1

Polarisatie, dat is het duidelijk stellen van tegenstellingen, was een aantal decenia geleden populair, maar werd even hard veroordeeld als aangehangen. Het lijkt er op dat hier ook Jezus van Nazareth aan bewuste polarisatie doet. We zien Jezus van Nazareth altijd als de grote vredebrenger. “Vrede op aarde en in mensen een welbehagen”, daarmee begint toch voor veel mensen het leven van Jezus van Nazareth. En zij herinneren zijn uitspraak dat allen die het zwaard zullen opnemen door het zwaard zullen vergaan. Toch begint de Bijbelpassage van vandaag met de belijdenis dat Jezus van Nazareth niet is gekomen om vrede te brengen maar het zwaard. Dat hij een wig drijft tussen mensen en dat hij waarschuwt dat de eigen huisgenoten de vijanden van de mensen zijn. Een ieder wordt hier op eigen verantwoordelijkheid aangesproken. Niet de familiebanden bepalen of je bij het Koninkrijk hoort, niet of je goed voor je eigen familie zorgt of gehoorzaam bent aan je familie maar of je de Weg gaat van Jezus van Nazareth. De profeet en de rechtvaardige worden geringe mensen genoemd, maar als je ze een beker water geeft, alleen een beker koel water, dan pas hoor je er bij en zul je beloond worden. Dat is het goede nieuws. Het hangt niet en nooit niet van anderen af. Wat de mensen er ook van mogen zeggen, zorgen voor de minsten in de samenleving staat altijd, onder alle omstandigheden voorop. Moet je dan ruzie maken met je familie? Kan er alleen maar oorlog zijn met de mensen die je het meest na staan? Komt hier de aversie tegen schoonmoeders in veel moppen vandaan? Nee zeker niet. Maar veel jonge vrouwen doen zoals ze denken dat hun schoonmoeder wil dat ze doen. Ze verliezen zichzelf daarbij vaak. Als hun schoonmoeder een keer op visite komt verandert de zelfbewuste jonge huisvrouw in een zenuwachtig wrak. Pas als iemand daar een keer met de schoonmoeder over begint blijkt dat die zich nergens van bewust is en zelfs de eigen persoon, de eigen gewoonten en oplossingen van de schoondochter zou willen zien. Zo gaat het ook vaak tussen vaders en zonen en tussen moeders en dochters. En als het over opvattingen en geloofszaken gaat kan het nog erger. Dan slaan vaders, vooral oudere vaders, maar ook vaak moeders, hun kinderen dood met bijbelteksten, dan wordt er niet meer geluisterd. En juist bijbelteksten in het Nederlands geciteerd uit een vertaling die eeuwen geleden werd gemaakt kunnen zo gemakkelijk uit hun verband gerukt zijn en zo gemakkelijk een anti-bijbelse opvatting weergeven. Kinderen horen daartegen in opstand te komen, zij horen te eisen dat er een werkelijk gesprek over opvattingen en geloofszaken mogelijk is. Dat is namelijk het goede nieuws waar de leerlingen mee op pad zijn gestuurd, dat er voor iedereen plaats is in het Koninkrijk van Jezus van Nazareth, als men wil delen, als men voor de minsten op de wereld een beker koel water over heeft.

Een slaaf niet boven zijn heer.

donderdag, 26 juni, 2008

Matteüs 10:24-33

Dat klinkt ons al vrij radicaal in de oren, maar in een samenleving waar slaven op de laagste ladder stonden, soms lager dan de dieren, was dit wel heel revolutionair. Matteüs begint dan ook met de uitspraak van Jezus te citeren dat de slaaf niet meer hoeft te zijn dan de meester, of de leerling meer dan de leraar, maar toch. Je kunt je ook vandaag de dag niet voorstellen dat de buschauffeur niet boven de bestuursvoorzitter van de busmaatschappij gesteld met worden. Maar dat ze gelijk zijn is dus duidelijk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Jezus waarschuwt voor de oorlog die je ontketent als je dit van de daken gaat schreeuwen. Je kiest wel steeds de goede kant, en hij heeft er weet van als je ten val komt en uiteindelijk zal het allemaal wel goed komen, maar Jezus is gekomen om het zwaard te brengen. Goed en kwaad zullen eindelijk duidelijk worden. Het kind van de uitgeprocedeerde asielzoekster is niet minder dan een van de dochters van Maxima en Alexander, en we worden geroepen om van allebei evenveel te houden. Toch staat er in dit stuk een uitspraak die veel mensen in verwarring heeft gebracht. Die over die mussen, die bijna niets kosten maar dat er niet één dood valt als de Vader het niet wil. Want wat wil dat nu betekenen. We weten allemaal dat er mussen doodvallen. Ze dreigen zelfs uit te sterven als we niet oppassen. En te zeggen dat onze liefde voor de natuur het uitsterven van mussen kan voorkomen is te goedkoop. Het is wel waar maar dat zal er hier niet worden bedoeld. Wil God dan dat mussen doodvallen? En wil God dat onze geliefden ziek worden en doodgaan? In een God die dat toestaat willen we niet geloven. Maar er staat nog iets, dat van die haren op je hoofd, die allemaal geteld zijn. Als je niet kaal bent kun je je daarover verbazen. Niemand met een gezonde haardos heeft de eigen haren geteld maar volgens Jezus van Nazareth God wel. Dat zet dat “willen” in een ander daglicht. Dat willen dat hier staat is dan ook niet een willen met een voorafgaand besluit, maar meer een weet er van hebben. Ook al gebeurt het, je wil het niet, het raakt je en God wil door alles dat aan zijn minste schepsels gebeurd geraakt worden. Als je dus bittere ellende overkomen is kan dat je troosten. Niemand die zich om je bekommerd? God heeft er weet van. Kijk weer om naar mensen die dat nodig hebben en je komt er bovenuit. Je mag van anderen houden als van jezelf en als je merkt hoeveel je van een ander kan houden dan weet je ook hoeveel jezelf waard bent. In de vijftiende eeuw schreef iemand eens op dat het eigenlijk de enige troost is die we hebben, dat God er weet van heeft wat er met je gebeurt. Sinds die tijd is dat aan heel veel mensen geleerd. Maar je leert het pas echt als je weet hebt van de ellende van de anderen, en daar wat aan wil doen.

Maar wie standhoudt tot het einde

woensdag, 25 juni, 2008

Matteüs 10:16-23

Er zijn van die predikers die beloven een gemakkelijk leven als je de weg van Jezus van Nazareth volgt. “Laat Jezus in je hart en je zult de vrede kennen” Afgezien van de vraag hoe “Jezus in je hart” moet komen is de suggestie geheel in strijd met wat Jezus er in het verhaal van Mattheüs zelf over te zeggen heeft. We kennen natuurlijk de uitdrukking over de wolf in schaapskleren, een vijand die zich onder de nietsvermoedende onschuldige kudde begeeft om daar kwaad aan te richten. Maar kennen we het omgekeerde ook? Schapen die zich onder de wolven begeven om andere schapen te helpen? We staan er waarschijnlijk niet zo bij stil maar organisaties als Artsen zonder Grenzen kennen dit soort schapen. In oorlogsgebieden vindt je hen terug, onafhankelijk en alleen daar waar mensen zonder hulp zijn gaan ze hun gang, wat overheden of gewapende troepen er ook van mogen vinden. Regelmatig vallen er slachtoffers onder deze hulpverleners, of ze worden ontvoerd of gevangen gezet. Ooit was er een tijd dat de kerken de verantwoordelijkheid voor dit soort hulp op zich hadden genomen. De geschiedenis kent dan ook vele slachtoffers van geweld die alleen hulp aan de armsten en de zwaksten kwamen brengen. Veel kerken hebben zich echter zozeer met de machthebbers in de wereld verbonden dat het aantal kerkelijke hulpverleners zeer is teruggelopen. Van veel kerken is voor de machthebbers zeker geen gevaar meer te duchten. En toch waarschuwt Jezus er voor dat het volgen van zijn weg een hoop onrust en conflict teweeg zal brengen. Kinderen tegen hun ouders, burgerlijke en kerkelijke overheden tegen de volgelingen van Jezus. Jullie zullen door iedereen worden gehaat zegt hij tegen zijn zendelingen, en daarmee kunnen ze op pad. Het zou natuurlijk ook voor onze overheid een goede zaak zijn als zij onvoorwaardelijk achter hulpverleners als Artsen Zonder Grenzen bleef staan en daar valt zo regelmatig nog wel aan te twijfelen. Artsen Zonder Grenzen hebben in elk geval een gironummer dat vast ergens op het internet te vinden is. Toch is misschien geld geven niet het enige dat we kunnen doen. Wie in onze dagen voor de armen opkomt wordt vreemd aangekeken. Wie maaltijd houdt met vreemdelingen in plaats van hen te veroordelen loopt de kans gemeden te worden en met de nek te worden aangekeken. Wie rascisten veroordeeld en opkomt voor een rechtvaardige samenleving waar mensen recht hebben op hun eigen overtuiging en manier van leven loopt de kans met geweld bedreigd te worden. Het gaan van de Weg van Jezus van Nazareth betekent dit volhouden, ondanks wat er gebeurd, ondanks wat vrienden, familie en de mensen om je heen er van vinden, ondanks de heersende opinie, volhouden tot het einde toe.

Vlieg weg naar de bergen!

dinsdag, 24 juni, 2008

Psalm 11

Vandaag zingen we weer een Psalm mee. Eén van die vele mooie liederen uit de Bijbel. Het opschrift, voor de koorleider, zou er op kunnen duiden dat het lied gezongen moet worden bij de Tempel in Jeruzalem. Daar wordt de Wet van de woestijn bewaard. De Wet die het volk Israel had gekregen in de woestijn. De Wet die zei dat je niet zou kunnen overleven als je niet onvoorwaardelijk op elkaar zou kunnen vertrouwen. De Wet die zei dat het onvoorwaardelijk op elkaar kunnen vertrouwen nu net de enige Godsdienst voor de enige God is. Daar kun je dus bij schuilen, want een andere baas, een andere Heer, is er niet op de hele wereld. Maar gaat het dan altijd goed? Nee dus! Godsdienstige beloften van geluk, vrede en veiligheid zijn niet te geven. Je zou in deze dagen kunnen denken aan Tsangirai in Zimbabe. Ook hij voelt zich, net als de Psalmdichter, een opgejaagde vogel die bescherming nodig heeft. Hij wil samen met het volk zijn land weer vrede en welvaart brengen. Maar de heersende president wil zijn eigen macht en welvaart niet prijsgeven. Die president wordt daarbij geholpen door mensen die van hem afhankelijk zijn geworden voor een rijk en welvarend leven. Met geweld worden daarom de aanhangers van Tsangirai bedreigd. Met zoveel geweld dat hij moest afzien van deelname aan de tweede ronde van de presidentsverkiezingen ook al had hij de eerste ronde gewonnen. Dat hij het dus goed wilde doen, geweldloos, zonder omkoping, gericht op het welzijn van het volk, heeft hem dus niet geholpen. Als een oprechte uit deze Psalm werd hij in het duister getroffen. Want bewijs maar eens dat Mugabe achter al dat geweld zit. Tsangirai trok zich terug. Wat kon hij anders doen? De verkiezingen zijn zo vervalst en de kiezers zo bedrogen en geïntimideerd dat er alleen nog meer doden en gewonden zouden zijn gevallen zonder dat er iets zou veranderen. Dat wil een rechtvaardige niet op zijn geweten hebben. In Zimbabwe moet het kennelijk eerst erger worden voordat er iets kan veranderen. Vuur en zwavel moet er uitgestort worden, storm moet er gedronken worden. Veel landen in de wereld zinnen op maatregelen tegen Mugabe, zijn rekeningen bevriezen bijvoorbeeld. Zuid-Afrika wil dat Tsangirai en Mugabe samen een oplossing vinden, Zuid-Afrika zet nog steeds vreedzame oplossingen voorop als er een geweldadige samenleving veranderd moet worden. Uiteindelijk mogen de mensen in Zimbabwe hopen op rechtvaardigheid. Wie het goede wil zal het goede ontmoeten zegt het slot van deze Psalm. Maar het zal ook afhangen of de rest van de wereld inderdaad mee wil leven met de onderdrukten, de armen in Zimbabwe. Zijn we bereid echt te delen met de mensen in Zimbabwe als het regiem is veranderd zodat ze hun samenleving weer kunnen opbouwen? Zijn we zelf bereid rechtvaardigheid te betrachten?

Ik vergeef je alles wat je hebt gedaan.

maandag, 23 juni, 2008

Ezechiël 16:53-63

Er zijn mensen die niets van de God van de Bijbel moeten hebben omdat die zo wreed zou zijn tegen schijnbaar onschuldige burgers. Kijk nu eens naar de burgers van Sodom. Ze wilden wel sexueel contact hebben met de gasten van Lot, ze drongen zich zelfs op, en ze zouden best wel aanhangers kunnen geweest zijn van een gruwelijke vruchtbaarheids godsdienst, maar om nu zo’n stad met alle inwoners om te keren en te verwoesten dat gaat toch wel heel ver. Ezechiël wijst op een andere kant van God. Slecht spreken over Sodom is hoogmoed, het sexuele contact tussen mannen veroordelen is verkeerd, het staat hier echt. De veroordeling van de religie van Sodom, de verwoesting er van is om ons een les te leren, zo moeten we het dus niet doen. Maar de inwoners van Sodom wordt hun gedrag vergeven. Zelfs aan Jeruzalem wordt vergeven dat ze zich heeft ingelaten met vreemde goden, dat ze zich heeft uitgeleverd aan winst en profijt. Als zelfs Sodom wordt vergeven, als zelfs Jeruzalem in ere zal worden hersteld, dan moet het met ons toch ook eens goed kunnen komen. Dat gaat niet zomaar. Van Jeruzalem wordt door de profeet gezegd dat ze zich zal schamen, dat ze zal zwijgen omdat ze vernederd werd, dat ze eerst zal moeten overdenken wat ze heeft gedaan, maar dat het haar zal worden vergeven. Dat overdenken van wat we hebben gedaan geldt natuurlijk ook voor ons. En dat wordt ons moeilijk gemaakt. Want wie zou nu niet willen overdenken waarom we meegesleurd werden in de Amerikaanse oorlog in Irak? We weten dat die oorlog gebaseerd was op de leugen dat er massavernietigingswapens zouden zijn. We kunnen vermoeden dat de oorlog te maken heeft gehad met de oliehandel, misschien wel met het veilig stellen van winsten tijdens de huidige energiecrisis. We bedenken dan dat Shell een Nederlands-Britse onderneming is die profijt heeft van de stijgende prijzen en dat ook de prijs van ons aardgas is gekoppeld aan de prijs van ruwe olie. Maar liepen wij eerder de goden van winst en profijt achterna in die oorlog dan de God van Liefde en gerechtigheid? Saddam Hoessein was een schurk die met gifgas een deel van zijn eigen volk te lijf ging. Maar hoe zat het met ons en met onze leiders? Waarom verbergt Balkenende de feiten en weigert hij een onderzoek? Waarom heeft Bos zich laten overhalen accoord te gaan met de weigering van dat onderzoek? Het moet toch duidelijk zijn, ook aan onze leiders, dat fouten kunnen worden vergeven als we inzien wat we fout deden en daar in de toekomst van af willen zien? Dat geldt ook voor ons in ons dagelijks leven. Wie inziet wat fout was en een andere weg wil inslaan, de Weg van eerlijk delen en de Weg van Jezus van Nazareth, die zal worden vergeven wat fout werd gedaan, zelfs al was het iets gruwelijks als destijds in Sodom.

Zo moeder zo dochter

zondag, 22 juni, 2008

Ezechiël 16:44-52

Hoewel de profeet nog steeds tot een vrouw spreekt en haar verwijt hoe slecht ze wel niet is geweest, gaat het over Jeruzalem. Dat was de stad van de Tempel, de Wet van Liefde en eerlijk delen werd daar bewaard, het was het hart van Israel, het middelpunt van de hele bewoonde wereld. Jeruzalem was ooit veroverd op de oorspronkelijke bewoners van Kanaän door koning David. Maar denk nu niet dat men zich dat in Jeruzalem nog herinnerde. Er was geen enkel verschil tussen de oorspronkelijke heidense stad en de hoofdstad van Israel. Zo moeder zo dochter dus. Men aanbad dezelfde vruchtbaarheidsgoden en stemde de eigen sexualiteit af op wat men zei dat goden zouden willen van mensen. Omdat de inwoners van Jeruzalem ook wel wisten dat juist de liefde tussen twee mensen de sexualiteit zou moeten bepalen en niet wat men denkt dat God of goden zouden willen klinkt het verwijt van de profeet dat ze nog erger zijn dan de inwoners van Sodom. Die hadden immers om de vruchtbaarheid van de vlakte te bewaren sexueel contact willen hebben met de bezoekers van Lot, de neef van Abraham zodat die hetzelfde zaad zouden dragen als de inwoners van Sodom en zo zouden bijdragen aan de vruchtbaarheid van het land. Dit soort redeneringen is volgens de Bijbel voor de God van Abraham Izaak en Jacob een gruwel. Zelfs het idee dat sexueel contact alleen binnen een huwelijk tussen man en vrouw zou moeten plaatsvinden klopt niet met wat de Bijbel hier over zegt. Alleen als twee mensen van elkaar houden dan kan het, dan zal het ook gebeuren en daar heeft niemand zich mee te bemoeien, daar komt geen Priester of Rechter aan te pas, dat blijft tussen die twee mensen. Dat heeft dan ook geen religieuze betekenis, sterker nog, het verbinden van welke religieuze betekenis dan ook aan een sexuele relatie is een gruwel. Het is zo gemakkelijk de verwijten van Ezechiël naar het schijnbare onfatsoen van onze dagen over te planten, maar we moeten niet vergeten dat de Profeet zich beroept op de voorbeeldfunctie die aan Israel was gegeven. Alle volken zouden zich immers ooit naar Jeruzalem moeten richten, maar de God van Israel dult nu eenmaal geen andere goden naast zich. Als in Jeruzalem andere goden worden aanbeden dan zullen de volken van de wereld nooit de Ene aanbidden. En die Ene aanbidden betekent zorgen voor de minsten op de wereld, zorgen dat er overal voldoende voedsel is, dat iedereen mee kan doen, en dat het op de hele wereld vrede is. Het nalopen van de goden van winst en profijt betekent dat het lijden van de kinderen van God doorgaat, dat oorlog en geweld blijven heersen en dat honger en dorst voortduren op de aarde. Daar probeert de profeet inzicht in te geven zodat we het anders kunnen gaan doen, de andere weg gaan bewandelen.

Met zwaarden op je in hakken.

zaterdag, 21 juni, 2008

Ezechiël 16:35-43

Als je zo’n klein zinnetje leest, buiten het verhaal van Ezechiël en je wordt verteld dat dit in de Bijbel staat, het staat in de passage van vandaag uit Ezechiël, dan krijg je misschien de indruk dat de Bijbel een zeer bloedig boek is dat oproept om tegenstanders te doden en met geweld te bestrijden. Er is over de Koran, het heilige boek van de Moslims, zelfs een hele film gemaakt rond dit soort zinnetjes, geïlustreerd met beelden van geweld tegen andersdenkenden. Precies zo’n film kun je dus ook over de Bijbel maken, overigens met dezelfde soort gewelddadige beelden, Christenen slaan er ook met enige regelmaat op los in de naam van hun geloof. Doe je daarmee recht aan de Bijbel? In elk geval niet aan het verhaal van Ezechiël. Je moet denken aan de aanbidders van de goden van winst en profijt, aan aanbidders die zich met huid en haar overleveren aan die goden. Aan de Amerikaanse top van Ahold, die vertoordeeld werd wegens fraude, aan de top van de energiereus Enron, die de gevangenis in draaide, aan de top van de bank Bear Stearns, die terecht moet staan wegens misleiding en aan tal van leiders van grote ondernemingen die miljoenen verdienden aan het misleiden van arme mensen die hun vertrouwen voor een onbezorgde toekomst stelden op deze louche figuren maar alles kwijt raakten. Als de fraude uitkomt is de wereld te klein, dan lopen mensen te hoop. We zijn de tijd voorbij dat ze gestenigd werden maar veel van de slachtoffers zouden graag een aantal zware keien naar dit soort lieden gooien. Ze worden bespot, gekleinerd en als het even kan gestraft met behoorlijke straffen. Volgens Ezechiël terecht want ze waren elke gedachte aan de Wet van eerlijk delen vergeten. Zorg voor de mensen die zich aan hen toevertrouwden was verdwenen. Alleen de zorg voor de eigen bonus, het offer aan de goden van winst en profijt, was nog overgebleven. Ook in ons land wordt er schande van gesproken. Toch zijn we er nog weinig tegen beschermd. Het dringt in de top van het bedrijfsleven maar heel langzaam door dat je werknemers niet kan vragen hun loon te matigen als de bonussen voor de directie en het bestuur in de miljoenen gaan lopen. De beloning voor bestuur en directie moet iets te maken hebben met het loon van de toiletjuffrouw, de portier en de schoonmaker. Allen hebben een eigen taak en verantwoordelijkheid voor de onderneming maar in Bijbelse zin is de een niet belangrijker dan de ander en zou de een in elk geval niet meer moeten willen verdienen ten koste van de ander. Daar gaat dit gedeelte uit de Bijbel over, niet over het inhakken op mensen met zwaarden, maar over liefhebben van je naaste als van jezelf. Daar mag je namelijk elkaar ook op aanspreken.