Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor april, 2008

Hoogste Heer en koning

woensdag, 30 april, 2008

Openbaring 19:6-16

Het Oranjehuis kan zich in Nederland in een grote populariteit verheugen. Dat is mooi. De Koningin heeft niets te vertellen, we hebben immers een democratie. De Koningin is in Nederland een soort ambtenaar die als taak heeft die democratie goed te laten verlopen en daarop toe te zien. Maar wie de wetten en officiële stukken ziet zal leren dat onze vorstin “bij de gratie Gods Koningin der Nederlanden” is. In ons Koningshuis wordt de hoogste Heer en Koning, God zelf, aangeroepen. Wat dat betekent leren we uit dit stukje uit de droom van de gevangene van Patmos. Die gevangene was gedwongen te werken ter ere van de Heer, de Keizer zeggen we tegenwoordig, van het Romeinse Rijk. Dezelfde Heer die de Tempel in Jeruzalem had laten verwoesten. Maar was ook die Heer niet een Keizer bij de Gratie Gods? In de geschiedenis van de Romeinse Keizers had dit een dubbele betekenis. Voor Christenen was hij inderdaad slechts keizer zolang God dat behaagde, maar voor Romeinen was hij net zolang Keizer zolang hij niet door een opvolger vermoord werd. Ook die opvolger zou zich uitroepen tot god en zo was elke keizer Heer van het Romeinse rijk zolang het zijn God-opvolger behaagde. Een keizer begon met een intocht vol pracht en praal, zoals ook onze Koningin werd ingehuldigd met pracht en praal en zoals ooit haar opvolger zal worden ingehuldigd met pracht en praal. Maar ook de Hoogste Heer en Koning werd ingehuldigd met pracht en praal, de menigte juichte zo hard dat het wel leek op het geluid van geweldige watermassa’s en krachtige donderslagen. Eindelijk zal al het goede dat is gedaan overwinnen. Daar mogen wij dus ook aan bijdragen door het goede te doen en niet dan het goede. Dan moet je de dienaren van de Heer niet aanbidden maar God zelf, die verschijnt in deze droom op een wit paard. “Trouw en betrouwbaar” en “Woord van God”, zijn de opschriften in de optocht. Het spreekt bijna voor zichzelf. Elders stond al eens dat het woord van God als een tweesnijdend zwaard zou zijn. Dat wordt hier nog eens herhaald. Want de opdracht was te profeteren. Dat is niet zozeer de toekomst voorspellen zoals een waarzegger op de kermis doet, maar de waarheid te zeggen over wat er eigenlijk aan de hand is. En hier is aan de hand dat niet de Keizer de hoogste macht heeft maar God zelf. In ons vorstenhuis wordt dat erkend. Onze Koningin regeert als dienares van het volk. Ze staat boven de partijen. Het volk zelf zal daarom rechtvaardig en betrouwbaar moeten zijn. Wijzelf zullen de heiligen mogen zijn die bijdragen tot de overwinning van het goede. Daarom zal ook vandaag onze aandacht moeten uitgaan naar de minsten onder ons, naar de mensen die recht gedaan moeten worden, juist omdat we een volk zijn, bij de gratie Gods, onder de heerschappij van de Hoogste Heer en koning.
 

Nu verlaat ik de wereld weer

dinsdag, 29 april, 2008

Johannes 16:25-33

Eindelijk beginnen de leerlingen van Jezus het te snappen. De beelden die ze steeds gehoord hebben worden klare taal. Bijna Jip en Janneke taal. Dat iemand de wereld gaat verlaten snappen wij ook. Niemand heeft het eeuwige leven. Je kunt een beweging starten en daar de sterke leider van willen zijn die luistert naar het volk en doet wat het volk zegt, maar je vergeet dan dat je dood zult gaan. In de jaren 30 van de vorige eeuw was er zo’n beweging in Duitsland en vandaag de dag proberen ze zo’n beweging in Nederland op te zetten. Maar ook hier stelt niemand de vraag hoe het moet als de leider dood is. De vorige beweging, nog pas een paar jaar geleden, die afhing van een sterke leider eindigde in een moord op die leider. Daarmee verliep de beweging. De beweging die nu weer gestart wordt begint al met een klein ongeluk van de leider, als zou het een waarschuwing kunnen zijn. Maar niemand vraagt zich af hoe het zou moeten als de leider verdwenen is. In de beweging van Jezus van Nazareth ging het anders. Hij had de wereld overwonnen, hij was niet langer afhankelijk van de manier waarop het in de wereld toegaat. Zijn leiderschap was dienstknechtenwerk. De manier waarop hij het had gedaan kan ook door zijn leerlingen gevolgd worden, tot op vandaag de dag toe. Dat mannetjesmakerij, en ook van vrouwen maken ze dat soort mannetjes, alleen tot ijdelheid en daarmee tot leegheid leidt moet de geschiedenis toch wel duidelijk gemaakt hebben. Een beweging die haar leden tot zoutend zout maakt hoeft niet bang te zijn verloren te gaan als de leider de wereld heeft verlaten. Elk lid verspreid het licht en werft weer nieuwe volgelingen, nieuwe mensen die de Weg willen gaan. Dat iets van God komt  blijft moeilijk te geloven, je kunt het gevaar daarom misschien maar beter uit de weg gaan. Dat de volgelingen van Jezus gevlucht zijn toen hij gevangen werd genomen is hen nooit kwalijk genomen. Alleen wat vrouwen bleven hem volgen tot aan het kruis en het graf, ze bleven zelfs in de nacht tegenover het graf. Maar die vrouwen werden niet als een gevaar beschouwd en verder genegeerd. Wat echt van God komt is dat onderling de vrede wordt bewaard. De beweging van Jezus van Nazareth ging en gaat niet zo als de bewegingen in deze wereld. Daarom blijven er in de geschiedenis telkens weer mensen opstaan die de aandacht vestigen op de minsten onder ons. Telkens weer worden we schijnbaar opgeschrikt door verhalen over moorden, verkrachtingen, hongersnoden en armoede. Maar telkens weer mogen we beseffen dat de Weg van Jezus van Nazareth ons de mogelijkheid geeft er wat aan te doen. Of er wat aan gedaan wordt hangt inderdaad van ons af, ook al krijgen we het soms zwaar te verduren.

Dan zal je vreugde volmaakt zijn.

maandag, 28 april, 2008

Johannes 16:17-24

Typische mannenpraat. Natuurlijk praten vrouwen niet meer over de barenspijn. Het kind zou eens mogen denken dat moeder het kind de pijn verwijt. Daarvoor houden moeders teveel van hun kinderen. Het laatste dat moeders willen is hun kinderen opzadelen met schuldgevoelens. Maar vergeten is er niet bij. Tot op hoge leeftijd kunnen moeders vertellen over de geboortepijn van elk van haar kinderen. Als die kinderen goed terecht zijn gekomen dan hoor je de trots over het doorstaan van die pijn er doorheen. Vergeten wordt het echter nooit. Maar mannen zouden dat wellicht niet begrepen hebben in de dagen dat Johannes dit opschreef. De komst van het Koninkrijk ging ook niet zonder pijn gepaard. Maar de vreugde over de vrijheid iets te mogen betekenen voor de minsten in de samenleving overheerst. Je mag je best afvragen waarom de mensen van de Weg van Jezus van Nazareth die weg bleven gaan ondanks de wrede vervolgingen. Het spreekwoord dat het bloed van de martelaren het zaad van de kerk werd is toch niet helemaal toereikend. Jezus van Nazareth geeft in dit verhaal een mogelijke verklaring. Het vormen van een gemeenschap waarin slaaf noch vrije, Jood noch Heiden, man noch vrouw, oud noch jong is maar waar mensen als gelijken van elkaar houden en het oog gericht is op de minsten, waar mensen alles willen delen tot zichzelf toe, is zo’n geweldige vreugde dat men er alles voor over heeft, tot het eigen leven toe, om dat te behouden. Het lijden wordt nergens in de Bijbel verheerlijkt om het lijden zelf. Het lijden is dan alleen zinvol als er nieuw leven uit ontstaat. En daar gaat de vergelijking met de barenspijn echt op. Vrouwen doorstaan die pijn, en doorstaan ook na het eerste kind die pijn opnieuw, doordat er nieuw leven ontstaat. Dat maakt die pijn dragelijk en te doorstaan. Dat was ook de ontdekking van de leerlingen na Pasen, het lijden en sterven van Jezus van Nazareth was  niet het einde van hun gemeenschap maar was een nieuw begin. Dat was het begin van een heel nieuw soort gemeenschap waar hij zelf mee aan tafel zat. Dat maakte dat die gemeenschap een eeuwigheidswaarde kreeg. Daar stegen mensen boven zichzelf uit, daar leek alles mogelijk. Niet dat iemand iets voor zichzelf vroeg, of de eerste of de baas wilde zijn. Nee iedereen wilde de dienaar van de ander zijn en samen waren ze er voor de minsten in de wereld. Niemand kon de vreugde van de leerlingen afnemen. Niemand kan nog steeds niet de vreugde afnemen van de mensen die hun eigen vreugde zoeken in de ogen van hen die hongeren en te eten krijgen, die naakt zijn en gekleed worden, die bedroefd zijn en getroost worden. Het was zo in de dagen van Johannes, doe het vandaag en je zult merken dat het vandaag niet anders is.

De Geest van de waarheid zal jullie de weg wijzen

zondag, 27 april, 2008

Johannes 16:1-16

Alle vier de Evangelieboeken zijn geschreven lang nadat de leerlingen van Jezus de wereld waren ingetrokken om, samen met Paulus en de zijnen overigens, de mensen de boodschap van de bevrijding te brengen. Die bevrijding van de armen ligt in de vrijheid die je krijgt door de Liefde. Niet langer gevangen zitten in de plaats die de maatschappij je heeft opgedrongen, slaaf, mens, vrouw, Jood, Heiden, Turk, Marokaan, Nederderlander, maar eindelijk echt mens te mogen zijn, broeder en zuster van al die andere mensen, vrij om elk mens te mogen helpen. Maar al die mensen gaan dood, of je dat nu wilt of niet, of je nu van ze houdt of niet, of ze nu ook geloven of niet. Daar moest natuurlijk een antwoord op zijn. En daar was een antwoord op. Hadden ze met dat Pinksterfeest niet de Geest gekregen die hen er op uitgestuurd had naar al die mensen?  En hadden ze na de kruisiging Jezus niet op nieuw gezien, als nieuw, als een levende Heer? Dat had Jezus dus willen zeggen en dat schreven ze dus hier maar op in dat boek van Johannes. Juist in die Geest konden ze opschrijven dat alles zal uitlopen op een Koninkrijk van Liefde, waar alle tranen zijn gewist en alle ellende over zal zijn. Een Koninkrijk dat de hele bewoonde wereld zal omvatten. Een Koninkrijk waar geen honger meer zal zijn omdat iedereen snapt dat je de landbouw eerst voor voedsel moet gebruiken en er voor moet zorgen dat iedereen te eten heeft. Alles is immers van God? Daarmee is alles van ons samen en niets is van iemand alleen. Dat was de bevrijding van de armen, de dood had daar geen betekenis meer. De dood regeerde niet meer, beslissingen werden genomen met het oog op het leven. Hoe ingewikkeld soms ook de teksten van de Bijbel mogen klinken, de boodschap is heel eenvoudig. Het gedeelte van het verhaal dat we vandaag lezen staat in het verhaal nog voor Pasen. Pas na Pasen is het te snappen staat er. Dat gold voor de leerlingen in het verhaal maar dat geldt natuurlijk ook voor ons. Dat alles op aarde van iedereen is zul je maar toepassen. Ze zien je aankomen. Als je dat toepast op de hedendaagse samenleving dan leef je niet lang meer. Maar wie verdienen toch aan die sterk gestegen voedselprijzen? Als die stijgen steekt iemand toch het geld in eigen zak? Nergens ligt voedsel weg te rotten omdat niemand het meer kan betalen? Rijken zoals wij blijven gewoon ons eten kopen. Alleen de armen moeten in opstand komen. Dat betekent dat we op zoek moeten gaan naar hen die geld verdienen door de armen te laten hongeren. Dat betekent dat er mensen zijn aan wie we duidelijk moeten maken dat alles op aarde van iedereen is, want alles komt van God en is aan ons geschonken. Dat betekent dat we hen duidelijk moeten maken dat voedsel eerst voor de hongerigen is en pas daarna om aan te verdienen. Dat is de Weg van Jezus van Nazareth.
 

Jullie moeten mijn getuigen zijn

zaterdag, 26 april, 2008

Johannes 15:18-27

Je moet er altijd voorzichtig mee zijn, de woorden die Jezus sprak tot zijn leerlingen op jezelf en de gelovigen van vandaag betrekken. Wij hebben niet met Jezus zelf op aarde rondgewandeld. Aan de andere kant zijn de verhalen in de vier Evangelieboeken daar niet voor niets opgeschreven. Ze zijn bestemd voor gelovigen die ver na de leerlingen hebben geleefd en geloofd. Wat Jezus van Nazareth heeft gezegd volgens die verhalen moeten mensen die mee willen doen in het verhaal van Jezus van Nazareth zich op z’n minst aantrekken. Hier gaat het weer eens over de tegenstelling tussen “de wereld” en het “uit de wereld” waar Jezus van Nazareth zijn leerlingen naar toe heeft geroepen. Dit verhaal over de haat sluit aan op het verhaal hiervoor over de Liefde. In de wereld is de haat, daar houden mensen niet van elkaar, daar kijken ze raar tegen elkaar aan als ze soms eens iets anders geloven als ze zelf doen of als ze andere gewoonten hebben als ze zelf hebben. Mensen die onvoorwaardelijk van mensen houden en alles over hebben voor de minsten in de samenleving worden gehaat. Die komen altijd aan met verhalen over onheil, over honger,over kinderarbeid, over schendingen van mensenrechten, over gerechtelijke dwalingen, over buitensporige winsten, over exorbitante zelfverrijking en noem maar op. Die mensen vertellen nooit eens hoe goed ze zelf zijn, hoe mooi hun kleren, hoe dik hun bankrekening, hoe snel hun auto en hoe groot hun huis. Bij die mensen kan altijd alles, dag en nacht. Ze worden daarom extra in de gaten gehouden. Ze worden het eerst gearresteerd als er gedemonstreerd wordt. Hun publicaties worden het eerst verboden en hun samenkomsten illegaal verklaard. Het verhaal van Jezus van Nazareth over de bevrijding van de armen gaat nog steeds door maar het verzet tegen de komst van zijn koninkrijk gaat ook nog steeds door. Wij kennen God alleen door het verhaal over Jezus van Nazareth, in dat verhaal hebben wij de roep gehoord om in zijn verhaal mee te gaan doen. Maar juist dat verhaal over een Joodse Rabbi in een ver verleden die een slavendood stierf aan een kruis in een uithoek van het Romeinse Rijk moet volgens de ongelovigen toch nooit het begin kunnen zijn van een nieuwe wereld waar geen honger is en alle oorlog en ellende is uitgebannen. Alleen de Geest waarin Hij alles deed, de Geest van onvoorwaardelijke onbaatzuchtige liefde, de Geest waarin zijn leerlingen de wereld zijn ingetrokken ondanks vervolging, smaad, laster en hoon, alleen die Geest kan ook vandaag laten zien waar het om gaat in dit verhaal. Alleen als we handelen in die Geest van Liefde zijn wij getuigen van de waarheid en waarachtigheid van dat verhaal, en van de grote daden van God, dan breekt het licht door.

Heb elkaar lief.

vrijdag, 25 april, 2008

Johannes 15:9-17

De Bijbel kan soms heel ingewikkeld doen. Met fraaie formuleringen worden de meest ingewikkelde zaken besproken. Dat moet soms ook wel. Toen de leerlingen van Jezus van Nazareth de wereld van het Romeinse Rijk introkken kwamen ze daar niet alleen allerlei godsdiensten tegen maar ook een menigte aan filosofen die niet zoveel met godsdienst te maken wilden hebben. Paulus bijvoorbeeld kwam uit Tarsus waar een beroemde filosofische school van de Stoa was gevestigd. Ook met die filosofen moesten de leerlingen van Jezus van Nazareth in discussie en de sporen daarvan vindt je op tal van plaatsen in het Nieuwe Testament terug. Overigens vindt je in het Oude Testament ook sporen van de discussies met Egyptische, Babylonische en Griekse godsdiensten terug. De boodschap van de Bijbel is echter heel eenvoudig. Jezus van Nazareth zelf zou eens opmerken dat zelfs een kind het kan begrijpen. En in deze passage lezen we de kern van de Bijbelse boodschap in al haar eenvoud: “Heb elkaar lief”. Het lijkt bijna een lied zoals het hier is opgeschreven. “Jullie moeten mij lief hebben en ik heb jullie liefgehad”, dan heb je de Vader lief en dan heb je elkaar lief. Als je Jezus liefhebt ben je geen slaafse volgeling van iemand die het bij het rechte eind heeft, nee dan ben je een vriend en kun je zelfs hem de waarheid zeggen. Juist als je gehoord hebt wat Jezus van Nazareth je te zeggen hebt dan weet je dat je dat zelf niet hebt hoeven te kiezen maar dat je zijn Weg mag gaan. In het verhaal van Jezus van Nazareth zijn het de leerlingen die geroepen zijn om Hem te volgen. In de Christelijke Kerk geloofd men daarom vanouds dat alle gelovigen geroepen zijn om Hem te volgen. Als je je naaste liefhebt als jezelf dan kun je niet anders dan die roep van Jezus van Nazareth doorgeven, hoe meer mensen immers hun naaste liefhebben als zichzelf hoe dichterbij het Koninkrijk van Jezus van Nazareth komt. Dat is ook de kern van het vrucht dragen, een betere wereld vormen waarin plaats is voor iedereen en waar iedereen voldoende te eten heeft en mag leven. De roep om de Weg te gaan van Jezus van Nazareth klinkt gelukkig niet maar eenmaal in ons leven. Die roep klinkt elke dag, elk moment van de dag, weer opnieuw, die roep klinkt onophoudelijk. Die roep klinkt namelijk ook in de vraag van de hongerigen om eten, in de schreeuw van de gemartelden om rechtvaardigheid, in de klop op de deur van de daklozen die onderdak zoeken, in de uitgestoken hand van de arme om een aalmoes, in de vraag van al die mensen die langs de kant van de weg zijn komen te staan om mee te mogen doen. Want wat we de minsten hebben aangedaan doen we onze vriend Jezus van Nazareth aan.

Vragen wat je wilt en het zal gebeuren

donderdag, 24 april, 2008

Johannes 15:1-8

Vruchtbaarheid speelt door de hele Bijbel heen en grote rol. Voor vruchtbaarheid worden vreemde goden aangeroepen, grote offers gebracht en de meest rare toeren uitgehaald. Israel had het gebod gekregen te delen met elkaar als grootste garantie op vruchtbaarheid. Als je samen deelt hoef je immers nooit zonder te zijn. Daarom het gebod te delen met de familie, de armen, de levieten en de vreemdelingen. En zelfs één keer per zeven jaar te delen met de aarde door de aarde niet te bebouwen maar te leven van wat spontaan op zou komen. Jezus van Nazareth trekt die geboden door tot op zichzelf. Het gaat er niet alleen om als volk te delen maar uiteindelijk gaat het er om ook jezelf te willen delen. Daardoor is Jezus van Nazareth de ware wijnstok. De wijnstok die vrucht draagt. Het gaat er de wijnstok niet om meer wijnstokken voort te brengen, of meer ranken, nee om meer druiven voort te brengen. Om meer druiven voort te brengen moeten zelfs ranken gesnoeid worden. Als je dus bereid bent om zo te gaan leven dat het niet meer om gaat er zelf beter van te worden maar te zorgen dat anderen er beter van worden, dat de minsten op aarde recht wordt gedaan, desnoods door jezelf op te offeren, dan is vruchtbaarheid gegarandeerd. Dan kun je vragen wat je wilt en dan zal het ook gebeuren. Dan vraag je dus niet meer iets voor jezelf. Dan is vragen ook niet meer een probleem bij een ander, bij God bijvoorbeeld, neerleggen, maar dan is vragen moed verzamelen om zelf aan de slag te gaan. Dan is vragen zoeken naar het goede om het goede te doen en niet dan het goede. Het goede is immers niet altijd de ander te geven als dat wat voor zichzelf vraagt. Delen met een ander vraagt ook van de ander de bereidheid te delen. Iemand helpen op te staan is soms belangrijker en vruchtbaarder dan iemand te laten zitten en het eten maar te brengen en aan te reiken. Het gaat er altijd om ook die ander vruchtbaar te laten zijn voor de samenleving. Naast Samen Werken en Samen Leven is Samen Delen dan ook minstens zo belangrijk. Daarin wordt de grootheid van God pas duidelijk. Dat wat echte Liefde kan is zo groots dat niets ter wereld het daarbij kan halen. Dat kan hele volken bevrijden van geweld en onderdrukking. Dat kan samenlevingen omkeren zodat de zwaksten boven komen en de rijksten de ondersteuners worden van de armen. Dan zal er vrede zijn op aarde en worden alle tranen gewist. Zover is het zeker nog niet. Er is nog heel veel dat de vruchtbaarheid van mensen in de weg zit, er zal nog heel veel gesnoeid moeten worden, maar we kunnen nu al beginnen met het werk dat daarvoor nodig is.

Hij bracht de storm tot zwijgen

woensdag, 23 april, 2008

Psalm 107:23-43
 
Waar kennen we dat toch van, wie stilde de storm, dat was toch Jezus van Nazareth? Zo wordt het door Marcus tenminste verteld, maar Psalm 107 bezingt het of men het al had meegemaakt. Historisch klopt dat natuurlijk niet, of Marcus greep terug naar Psalm 107 en liet zien dat de Weg van Jezus van Nazareth je werkelijk laat zingen als deze psalm. Wij heidenen, opgevoed als christenen, kunnen de Joodse Bijbel nu niet lezen dan door de bril van het Christendom. In het verhaal zoals het door Marcus werd verteld  sliep Jezus overigens en zijn volgelingen werden bang dat ze zouden vergaan. Net zo bang als de ballingen die over zee terugkeerden volgens psalm 107. Heel wat families van vissers zullen nu stilletjes denken dat Gods wereld toch wel heel gemeen in elkaar zit. Hun familieleden werden niet gered, voor hen werd de storm niet gestild. Waarom de een wel en de ander niet? Wel, Jezus sliep en in de Psalm staat dat de kennis die de ballingen hadden van de Wet van liefde en recht hen niet baatte. Toen we uit het boek Job lazen hebben we geleerd dat we natuurrampen maar moeten nemen zoals ze komen. Waar het kennelijk op aankomt is het vertrouwen. De ballingen uit deze psalm laten zich op en neer gooien op de golven, zij hebben vertrouwen in het feit dat ze de stad van hun dromen zullen bereiken, de volgelingen van Jezus maken hem wakker, zij hebben er vertrouwen in dat hun meester iets voor hen kan betekenen. Jona, die tijdens een storm lag te slapen, liet zich overboord gooien. Dat vertrouwen op een goede afloop sleept je door de storm heen. Ook als een familielid sterft is het leven niet voorbij, ook als je een ramp overkomt, een ernstig ongeval, en ziekte of een handicap is het leven niet voorbij. Je blijft in staat je onbaatzuchtige liefde aan een ander te geven. De geest van Jezus werd Trooster genoemd. Je blijft in zijn geest in staat de samenleving er op te wijzen dat de zorg voor de zwakke voorop dient te blijven staan. Soms kun je daar zelfs dan nog beter op wijzen. Door die storm heen, door die ellende heen blijven we volgens Psalm 107 in staat opnieuw de akkers in de zaaien, te oogsten, te delen en een samenleving op te bouwen op de fundamenten van recht en vrede. Het mooiste is dat we er vandaag mee kunnen beginnen. Als we ons maar blijven herinneren dat het voor iedereen altijd en overal het laatste moment kan zijn. Zoals het standbeeld van de vissersvrouw op de Boulevard in Katwijk aan Zee herinnert aan al die vissers die in de loop van de geschiedenis op zee zijn gebleven. Die geschiedenis is niet voorbij, dat is niet iets van vroeger, dat is iets ook van onze dagen, als mensen doodgaan en nabestaanden getroost moeten worden, of als we moeten voorkomen dat mensen doodgaan door voor hen uit te kijken.

 

De weg naar een stad, een woonplaats

dinsdag, 22 april, 2008

Psalm 107:1-22
 
Overal waren ze vandaan gekomen na de ballingschap. De meeste verhalen voor de Bijbel waren in Babel opgeschreven en tot een verzameling boeken samengevoegd. In Jeruzalem was met de herbouw van de Tempel begonnen. De herontdekking van de Wet van liefde, van recht en rechtvaardigheid was overal in de wereld als een lopend vuurtje rondgegaan. Eindelijk was er weer een reden voor die rare identiteit van die ballingen. In een wereld waarin iedereen achter prachtige godenbeelden aanliep, waar tempels met de meest wondere schoonheid werden gebouwd, waar de meest vreemde rituelen werden uitgevoerd, waar mannen met mannen en vrouwen met vrouwen moesten liggen om de goden tevreden te stellen en de vruchtbaarheid van de landerijen te bevorderen waren ze voortdurend raar aangekeken vanwege hun vreemde gewoonten. Godenbeelden kenden ze niet, rituelen hadden ze bijna niet. Af en toe een maaltijd met famillie en vrienden, wat armen er bij, hun personeel alsof het gelijken waren en de helpers van een tempel die ver weg en onbereikbaar leek. Geen wonder dat die mensen zingend terugkeerden naar hun land van herkomst. Die opleving van de oude Godsdienst gaf hun leven nieuwe richting en letterlijk voerde die naar een stad, de stad waar de Tempel stond. Daar werd immers de wet bewaard, daar woonde God zelf. Daar was geen godsdienstdwang, daar kon je je kinderen naar scholen sturen waar jouw godsdienst ook werd onderwezen, daar waren je vrouw en je kinderen veilig voor vreemde gewoonten en vreemde godsdiensten. Ze kenden nog het verhaal van het volk dat door de woestijn trok en ze herkenden het. Waren ze zelf ook niet in een woestijn geweest vol verraderlijke slangen, zonder eten en drinken dat niet voor de een of andere god was bestemd. Hoe meer ze hadden geleerd over hun eigen wetten en gewoonten hoe meer ze zich daarbij thuis hadden gevoeld. Dat je het samen deed, dat je kon bouwen op je medemens betekent immers dat je er in die vreemde omgeving ook niet meer alleen voor stond. Samen sta je steeds sterker, zo sterk dat hun gemeenschap als vanzelf tot een sterke stad uitgroeide. Zo keerden ze terug, juichend en zingend en vol dankbaarheid voor dat nieuwe leven dat herontdekt mocht worden en waar ze telkens opnieuw mee zouden kunnen beginnen. Opgestaan uit de dood van de ballingschap waren ze, genezen van het vreemde waar ze toe gedwongen waren. Kunnen wij met ze meezingen vandaag? Kunnen wij vandaag ook ontdekken hoe sterk de kracht van de onbaatzuchtige liefde is? Durven we dat te doen samen met de vreemdelingen in ons midden?

 

De Geest van de waarheid.

maandag, 21 april, 2008

Johannes 14:15-26

Er wordt mensen die naar vrede streven nog wel eens verweten dat ze niet de waarheid durven zeggen. De dreiging met geweld, bijvoorbeeld door de Islam, zou hen verhinderen te zeggen dat het verkeerd is vrouwen achter te stellen, homosexuelen te discrimineren of anders gelovigen te bedreigen met geweld. Niet is minder waar. Maar het maakt nogal verschil of je er met je broeders en zusters over in gesprek gaat of dat je de ander bestempelt en behandelt als vijanden. De waarheid is dat iedereen je broeder en je zuster is. De waarheid is ook dat je dus nooit bang hoeft te zijn te zeggen wat er verkeerd is, juist omdat je het goede wil doen en niet dan het goede. Dat is de boodschap van Jezus van Nazareth. Zelf kunnen we hem niet meer tegenkomen, we kennen hem uit de verhalen uit de Bijbel. Maar de manier waarop hij met de mensen omging, waarop hij tegen de wereld aankeek, zijn Geest, die kennen we wel en die is ons juist door die verhalen geschonken. Daar kunnen we de wereld mee benaderen, in zijn Geest kunnen we de hand uitsteken naar de minsten in de samenleving. Maar in zijn Geest kunnen we ook samenwerken in onze eigen samenleving en delen met ieder die dat nodig heeft. Het ging Jezus er niet om om een baas te worden in de wereld, om in gevecht te gaan met de krachten en machten in de wereld. Dat bleek uit het antwoord op de vraag van Judas. Het zou nog blijken toen hij die menselijke zucht naar macht ook bij Jezus wilde uitlokken. Iemand die zoveel goed deed kon dan toch niet anders doen dan ook zichzelf veilig stellen. Maar dat was nu juist de kracht van Jezus van Nazareth, dat hij nooit iets deed voor zichzelf. Zo wilde hij herinnerd worden en zo wilde hij nagevolgd worden. Het zogenaamd zwakke is het sterkste van de wereld. Uiteindelijk zou zijn Liefde de hele wereld omspannen. In de oude profetieën werd al voorspeld dat ooit alle volken van de wereld zich zouden keren naar Jeruzalem. Daar lag de Wet van heb-je-naaste-lief-als-jezelf in de Tempel. Met de komst van Jezus van Nazareth moest die Wet uit de Tempel vandaan de wereld in. Dat was wat de Geest zou bewerkstelligen, dat is wat de Geest ook voor ons kan bewerken. Ieder van ons kan in Zjn Geest de hand uitsteken naar de minsten. In ons huis, in onze straat, in onze stad, in ons land, in Europa en in de wereld. Iedereen kan elke dag iets goeds doen voor een ander, vrijwilligerswerk doen voor mensen die dat nodig hebben, boodschappen doen in een fair trade winkel, een brief of briefkaart schrijven voor Amnesty International, een handtekening zetten voor vrede of rechtvaardigheid, stem geven aan mensen wier stem werd gesmoord. Dat is de Geest van God, dat kan vandaag ook.