Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor maart, 2008

En God zal alle tranen uit hun ogen wissen

maandag, 31 maart, 2008

Openbaring 7:13-17

Het lijkt wel geheimtaal dat boek van de Openbaringen. Maar dat komt omdat het dromen zijn. Dromen van iemand die in uiterste nood verkeerd. Gevangen op een klein eiland voor de kust van Griekenland. Er staat nu een Grieks Orthodox klooster en het is een toeristische atractie. Maar de rotsen en de zware klimpartij die nodig is om bij het klooster te komen maken wel duidelijk dat als je hier bijna zonder kleding in de brandende zon dwangarbeid zou moeten verrichten het lijden ondraaglijk zou zijn. Zeker als je ook nog weet dat je elke dag nodig zou kunnen zijn om ergens in een theater dienst te doen als voer voor wilder dieren of al dan niet brandend gekruisigd te worden. In je dromen kun je soms ook jezelf vragen stellen. De vraag was wat er nu hier gebeurde. Wie zijn al die mensen in het wit, wie zijn die mensen die samen een ontelbare menigte vormen. In onze dagen zijn er gelovigen die denken zelf uit te kunnen maken wie er wel en wie er niet bijhoren. Er zijn er zelfs die denken dat er nooit meer dan die 144 duizend zouden kunnen zijn en blijven tellen of ze zoveel gelovigen hebben verzameld in hun gemeenschap. Maar het antwoord dat we vandaag lezen is een heel ander antwoord. Het zijn alle mensen die uit grote verschrikkingen gekomen zijn. Het lijden dat de schrijver van dit boek doormaakt is niet vergeefs, het brengt hem dichter bij God. Laat God dit lijden dan toe? Is het een wrede God die behagen schept in het lijden van zijn kinderen? Niets is minder waar, God bevrijdt van het lijden, honger en dorst zullen voorbij zijn, de zon zal hen niet steken overdag, bij nacht de maan niet. Maar wat moet dan dat Lam in het verhaal? Het lijken wel twee lammeren trouwens. Er wordt gesproken over het bloed van het Lam en een Lam voor de troon van God. Rare verhalen als je bevangen door ellende, hitte, honger en dorst aan het dromen slaat. Maar het beeld van het Lam is een beeld dat we vaker in de Bijbel zien. Het Lam staat voor de onschuld die vermoord wordt. Zo werd Jezus van Nazareth aan het kruis geslagen, hij weigerde een opstand uit te lokken en daarmee ontelbaren in het ongeluk te storten. Op die manier willen ook de Christenen hun lijden dragen. Daarmee, zo luidt hun spreekwoord, wassen ze hun kleren in het bloed van het Lam. En diezelfde Jezus, het lam voor de troon, brengt ze daardoor tot de bronnen van het leven. Als je dat lukt mag je echt blij zijn. Maar de droom vertelt iets over wat vandaag gebeurd met ons. Zijn wij bereid om het risico van het lijden aan te gaan en de vrede met anderen na te streven wat er ook gebeurd? Laten wij ons leiden door haat en verwerpen wij de vreemdelingen, of laten wij ons leiden door de Liefde en houden we maaltijd met de vreemdelingen. Durven we kritiek te geven, maar durven we ook kritiek te ontvangen. Ofwel, zijn wij ook bereid onze kleren te wassen in het bloed van het Lam? We kennen het spreekwoord misschien niet meer, maar we snappen nog best wat er gevraagd wordt. 

Een onafzienbare menigte

zondag, 30 maart, 2008

Openbaring 7:1-12

In de diepste ellende kun je je wel eens afvragen hoe het allemaal moet aflopen. Mensen in oorlogstijd kennen dat, mensen in zware dictaturen kennen dat ook. Wij kennen dat wat minder, we hebben immers een vreedzame en welvarende samenleving. Maar ook onze samenleving verandert met de jaren en sommige veranderingen worden als bedreiging ervaren. Als die bedreiging dan in angst wordt opgezet en politici eigenen zich die angst toe om macht te veroveren dan kan het echt gevaarlijk worden, dan worden bevolkingsgroepen tegen elkaar opgezet en kan de geringste vonk een aanleiding zijn voor geweld en oproer. In de dagen van de eerste Christenen was er ook een grote bedreiging. Keizers lieten zich als goden aanbidden en die Christenen weigerden een ander te aanbidden dan hun God. Dat deden de Joden ook maar die konden zich beroepen op hun geschiedenis. Zij waren immers een overwonnen volk dat hun eigen godsdienst mocht behouden. Die Christenenen waren uit alle volken afkomstig en namen zelfs slaven op in hun midden. Ongehoorzaamheid aan de geldende machthebbers kon je van hen daarom niet tolereren. Daarom waren er zware vervolgingen. Rijen brandende kruisen werden opgericht, speciale spelen waar wilde dieren de Christenen mochten doden georganiseerd en geen bijeenkomst van Christenen was meer veilig. Voor die Christenen was de vraag hoe het allemaal zou aflopen hoogst actueel. En in die tijd werd het boek van de Openbaringen geschreven, door een gevangene op het eiland Patmos. En wat zag hij? Hij zag de ellende die de mensen trof en zou treffen maar hij zag ook de afloop. Vandaag lezen we een verhaal dat gaat over die afloop. Alle stammen van Israel komen bij elkaar, uit elk van die stammen 12 duizend mensen, totaal 144 duizend mensen, zeg maar iedereen van Israel en dan een onafzienbare menigte. Uit alle landen en volken, van elke stam en taal staat er. Daar gaat het heen. Niks Islamisering van de Nederlandse samenleving. Geen enkele reden om alleen trots te zijn op Nederland. Nee, alle mensen van de wereld zijn onze broeders en zusters. Voor niemand hoeven we uiteindelijk bang te zijn. Stormen gaan uiteindelijk liggen en de ellende gaat uiteindelijk voorbij. Er is tot slot van de geschiedenis maar één de baas op de hele aarde en dat is onze God. Waar maken we ons druk over. Het mooiste is natuurlijk dat we er vandaag mee kunnen beginnen. Zoals die eerste Christenen hun slaven opnamen in hun midden, alle mensen met wie ze samenwoonden uitnodigden mee te doen kunnen wij dat ook. Houd samen maaltijd en spreek vrijuit over wat je bezig houdt. Vertel hoe mooi het is als het onderscheid tussen mannen en vrouwen, tussen Joden en Heidenen, tussen armen en rijken, tussen oud en jong zal wegvallen en we samen aan een nieuwe samenleving mogen beginnen.

Een lieflijk land

zaterdag, 29 maart, 2008

Psalm 16

We zingen vandaag mee met een Psalm die de Nieuwe Bijbelvertaling omschrijft als een “stil gebed”. Dat is een nieuwe vertaling van het Hebreeuwse woord Miktam waar we eigenlijk de betekenis niet van kennen. Ook de Naardense Bijbel gebruikt deze vertaling. Vroeger stond hier “kleinood”, of zelfs “Gouden Kleinood” zoals in de Statenvertaling. Het is daarom in elk geval op te vatten als een bescheiden lied.  Dat mag ook wel want de dichter van deze Psalm moet erkennen dat hij andere goden heeft gevolgd dan de God van Israel. De dichter erkent zelfs dat bloedoffers zijn gebracht aan die valse goden. Maar er is maar één Heer was de ontdekking van de dichter. En in de wet van die Heer werd een lieflijk land voor de dichter uitgemeten. De vorige vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap sprak nog over de snoeren die voor de dichter in lieflijke dreven waren gevallen. Het is taal die wij niet meer verstaan ook al is het Nederlands. De nieuwe Bijbelvertaling is in elk geval nog wel te begrijpen. Het beeld van het land dat is uitgemeten grijpt terug op Jozua en de verdeling van het land onder de families die met Jozua het land hadden veroverd. Zoals vroeger in het Midden Oosten de gewoonte was werden koorden gebruikt om de juiste lengte van een stuk land te bepalen. De driehoeksmeting die tegenwoordig wordt gebruikt is een uitvinding uit de zeventiende eeuw. Maar met de verwijzing naar de verdeling van het land onder Jozua verwijst de dichter ook naar de instelling van het jubeljaar. Elke vijftig jaar immers zou zijn familie op dat lieflijk land weer opnieuw kunnen beginnen. Dat is een veiligheid dat je rustig kan doen slapen. Je zult immers uiteindelijk nooit van de honger hoeven sterven. Hoe groot je rampspoed ook zal worden je hebt de zekerheid dat na verloop van tijd alles opnieuw zal kunnen beginnen. Dat kan geen vruchtbaarheidsgod je beloven. Je kunt nog zoveel bloedoffers brengen, al offer je je eerstgeboren kind, het zal niet helpen. Pas die Wet van eerlijk delen, van je naaste liefhebben als jezelf, zal je beschermen in het leven. Soms moet je door diepe dalen heen om dat te ontdekken, soms zijn het anderen die voor jou in de bres springen die het je doen inzien, maar je mag weten dat de Heer van die Wet je beschut en beschermd, dat het houden van die Wet alleen tot veiligheid leidt. Voor mensen die nog de Statenvertaling lezen of de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951 zal opvallen dat in het tiende vers van deze Psalm in de Nieuwe Bijbelvertaling het begrip “ziel” is verdwenen. Dat begrip stond niet in de grondtekst en tegenwoordig gaan we er van uit dat de hele persoon veilig is als er gedeeld wordt, honger voel je nu eenmaal niet alleen in je ziel. Laat dat duidelijk zijn als je wil delen dezer dagen.

Zij hadden hun eigen koninkrijk

vrijdag, 28 maart, 2008

Nehemia 9:33-37

Hoe vaak komen we dat vandaag de dag nog tegen. Het is de bron van burocratie. Eigen afdeling, eigen taak, hoogst gespecialiseerd, met een autoritaire chef en het koninkrijk binnen de ambtelijke organisatie is geboren. Ook binnen grote bedrijven komt het voor. En bedrijven zelf kunnen ook als koninkrijk functioneren, boven elke wet en regel verheven. Denk maar eens aan de bouwfraude waarin een hele sector gewoon de wet aan haar laars lapte en stiekum zorgde dat burgers veel te veel moesten betalen voor het werk dat op hun kosten werd uitgevoerd. Nu staan er weer een aantal functionarissen uit de pensioenfondsenwereld terecht die ook hetzelfde deden. Ook afvalbedrijven hebben jarenlang als autonome koninkrijkjes binnen onze samenleving kunnen functioneren. Daar waar macht niet wordt gecontroleerd ontstaan koninkrijkjes die boven en buiten wet en regel kunnen blijven functioneren. Het gewone volk is er ook vandaag de dag het slachtoffer van. TV programma’s als Radar en Kassa tonen ons regelmatig de voorbeelden. En een rijke uitgeefster stoot wekelijks op TV haar neus bij het doordringen in de Koninkrijkjes om recht voor de armen te krijgen. Het was zo in de dagen van Nehemia, het is zo in onze dagen. Alleen het erkennen dat die koninkrijkjes die zonder controle van buitenaf kunnen blijven bestaan slecht zijn en opgeheven moeten worden kan de burgers beschermen tegen ongecontroleerde macht. Publieke verantwoording en controle is het enige dat werkt. De maat van de Bijbel is het effect voor de minsten, voor de zwaksten, worden die er minder van, worden die benadeeld dan deugt het al niet. In onze parlementaire democratie zullen politieke partijen andere maatstaven aanleggen, maar hun controle wordt er niet minder noodzakelijk en niet minder waardevol van. Door de burgers zijn immers alleen de gemeenteraden, de provinciale staten en de kamers van het parlement via geheime en open verkiezingen te controleren en bij te sturen. Zelfs de rechterlijke macht lijkt door te krijgen dat open rechtspraak kan helpen fouten bij de rechtspraak tegen te gaan. Er komen meer faciliteiten voor radio en tv, hopelijk ook voor de geschreven pers, en er komt meer uitleg over de vonissen die worden geveld. Daarmee wordt ook de noodzakelijke publieke verantwoording versterkt. Die verantwoording staat wel in de wet maar omdat publiek en pers nauwelijks toegang hebben tot de rechtspraak, fysiek maar ook door de gebruikte taal, is de letter over de openbare rechtspraak bijna een dode letter geworden. Als het gaat om het afbreken van die niet bedoelde koninkrijkjes kiezen we voor het leven, het leven van de openbaar gecontroleerde democratie die ten dienste staat van de minsten in de samenleving. Daarvoor moeten we aan het werk.

Wees niet onverschillig voor de rampspoed

donderdag, 27 maart, 2008

Nehemia 9:27b-32

De ballingschap heeft diep ingegrepen in het leven van de mensen die het hebben meegemaakt. Ze waren afgesneden van het centrum van hun religie en cultuur. Ze waren omringt door wereldwonderen, de hangende tuinen van Babylon, en prachtige tempels met gouden beelden en rijk geklede priesters. De voorspoed van de bezetters was een voortdurende verlokking geweest om zich aan te passen aan de heersende cultuur en de heersende godsdienst. Maar ze hadden volgehouden. Ze hadden onder elkaar de verhalen verteld die ze thuis hadden gehoord. De verhalen over die bijzondere God van Israel die meegetrokken was met Abraham, die met Jozef en de zonen van Jacob meegegaan was naar Egypte, die zich bekend had gemaakt aan Mozes en het volk bevrijdt had uit Egypte. Ze hadden de verhalen en de liederen opgeschreven en bij elkaar gevoegd. Ze hadden zelf nieuwe liederen gemaakt, zoals Psalm 137 dat het verdriet van de ballingschap bezong. En toen boodschappers kwamen vertellen over de verwoeste stad van de vrede hadden ze de moed gehad de koning te vragen om terug te mogen keren om hun geliefde stad weer op te bouwen zodat ze hun godsdienst weer konden beleven. Daar pas zouden ze zich realiseren dat de Wet die het hart van hun godsdienst was niet aan een plaats of een stad gebonden was maar dat de God van die Wet ook in ballingschap met hun meegegaan was. Daarom konden ze nu vragen of God die rampspoed nu een einde kon laten nemen. Veel later zou een volgeling van Jezus van Nazareth, Paulus van Tarzus, de gelovigen vergelijken met goud dat door het vuur was heengegaan. Als goud gesmolten is kan alle vuil dat er in gemengd zat er vanaf geschept worden en houd je gelouterd goud, zuiver goud over. Zo zijn gelovigen door het lijden gelouterd. Zo was het volk Israel in de dagen van Nehemia zich er van bewust geworden dat het loslaten van de Wet van eerlijk delen altijd op rampspoed zal uitlopen. Samen leven met vreemdelingen in je eigen land betekent niet dat je hen moet volgen in hun godsdienst en cultuur. Nee, samen leven met vreemdelingen betekent dat je hen moet uitnodigen om met jou maaltijd te houden, dat zij zich houden aan jouw rustdag, dat je hen de Wet van heb je naaste lief als jezelf mag voorhouden. Samen leven met de vreemdelingen in je eigen land betekent hier dat ook zij zich houden aan die zelfde wet. Daarom begon dit gebed met een onderscheid te maken tussen Israel en de Heidenen, daarom weten Ezra en Nehemia dat zij niet beter zijn dan anderen, maar dat de Wet van de Woestijn voor iedereen het leven zal betekenen. Dan pas kan de rampspoed over een land worden afgewend. Ook vandaag voor ons nog een les om te leren.

Ze raakten verzadigd en werden vet

woensdag, 26 maart, 2008

Nehemia 9:18-27a

Altijd weer willen mensen de goden van goud en beloften nalopen in plaats van te delen. Nehemia herinnert het volk aan haar geschiedenis. Het maken van het gouden kalf in de Woestijn liep uit op een drama. Maar het volgen van de Wet van de Woestijn, de wet van eerlijk delen, bracht zelfs in de Woestijn voorspoed. Dat je kunt vertrouwen op het beetje eten dat er voor één dag is lijkt achteraf een wonder. Een heel volk had het er veertig jaar mee gedaan in de Woestijn. Toen kregen ze het land overvloeiende van melk en honing. Er volgde zelfs een tijd zonder koning, zonder regering, zonder belastingen. Iedere keer als vijanden probeerden dat wondere volk te onderdrukken stond er een rechter op die het volk naar bevrijding wist te leiden. Maar die gouden goden, die mooi gevormde tempels, die vreemde priesters die mooi konden zingen en geheimzinnige bronnen hadden voor fraai klinkende voorspellingen hadden een grotere aantrekkingskracht dan een Wet die alleen vertelde dat je je naaste lief moest hebben als jezelf en Profeten die achter de koeien vandaan kwamen. De uiterlijke schijn was altijd aantrekkelijker geweest dan de eenvoudige inhoud. Daardoor ging het land verloren, daardoor raakte het volk in ballingschap. Pas door zich de Wet van samen delen weer te herinneren konden ze de moed vinden om de muren van de stad van de vrede weer te herbouwen. Ook vandaag de dag lijkt de uiterlijke schijn belangrijker dan de inhoud van het leven. Daardoor raken jongeren steeds eerder verslaafd aan alcohol. Daarom laten jonge meisjes zich verminken door op geld beluste plastisch chirurgen. Daarom zijn jonge mensen opgebrand door het najagen van lege carrières, waarna ze worden afgedankt. De goden van goud en beloften, zoals ze ooit door Huub Oosterhuis werden genoemd, hebben hun aantrekkingskracht nog nooit verloren. Waarom moeten mensen in de Verenigde Staten zo nodig een huis kopen dat ze niet kunnen betalen? Waarom is de samenleving zo ingericht dat er ook bij ons  voor mensen met lage inkomens geen betaalbare woningen worden gebouwd? Dat najagen van uiterlijke schijn brengt nu de hele financiële wereld aan het wankelen. De goden van goud en belofte komen hun beloften van welvaart en aanzien voor duizenden op de wereld nog nooit na. Ondertussen gaat de verdienste van hardwerkende mensen naar oorlogstuig dat niet alleen de eigen soldaten van het leven beroofd maar duizenden in het ongeluk stort. Voedsel voor armen wordt nu omgezet in benzine voor rijken. In plaats van de honger uit te bannen handhaven we het systeem van verspilling. We mogen nog steeds de samenleving anders inrichten. Samen, delen, met de minsten eerst.

Ze wilden weer slaven worden in Egypte

dinsdag, 25 maart, 2008

Nehemia 9:9-17

De grote verzoendag is bedoeld om de bevrijding weer in gedachten te brengen, de ontdekking van de Wet van de Woestijn, en het afdwalen van die Wet. De dood blijft ons regeren als we niet uitkijken. In Egypte was het de belangrijkste godsdienst, maar nog laten we ons bang maken door de dood. Als Nederland zou Islamiseren zou alles wat we nu kennen dood zijn en vergaan. Daarom moeten we de Wet verlaten die zegt dat we de vreemdelingen onder ons moeten opnemen en met hen maaltijd houden en moeten we die vreemdelingen verjagen. Zo worden we bang gemaakt. Tot op de dag van vandaag kun je de geschiedenis zoals Nehemia die verteld toepassen op de geschiedenis van onze eigen dagen. Ook wij hebben dus verzoening nodig en misschien is het daarom jammer dat de verzoendag zoals die in Israel werd gehouden en door de Joden nog steeds jaarlijks in de synagogen wordt gevierd bij ons is ingekrompen tot een gebed aan het begin van de wekelijkse godsdienstoefening. Ook wij laten ons immers maar al te gemakkelijk regeren door godsdiensten van de dood. Tientallen jaren werden we bedreigd door het communisme dat werd afgeschilderd als een godsdienst van de dood. Zonder dat hier communisme was gaven we goud en goed uit voor de strijd er tegen en lieten onschuldige soldaten hun leven zodat anderen voorbereid zouden zijn. Toen het communisme verdween werd wanhopig gezocht naar een andere dodende godsdienst. De radicale Islam lijkt de ideale oplossing te zijn. Aanslagen waren er altijd al maar voor wie zocht naar een godsdienst van de dood die ons in de greep kon houden moeten de aanslagen van 11 september op New York en Washington wel als een geschenk uit de hemel hebben geleken. Dat het verhaal van Nehemia ons leert dat die strijd tegen de godsdienst van de dood ons juist gevangen houdt en in slavernij willen we kennlijk niet begrijpen. Er is één Heer in de wereld, die heeft gewonnen, die heeft het volk eerst uit de slavernij van Egypte naar het land overvloeiende van melk en honing geleid. Toen het volk afdwaalde van de Wet van de Woestijn en in ballingschap werd gevoerd werd datzelfde volk opnieuw bevrijd uit ballingschap en kon de stad van de vrede herbouwd worden tegen alle verzet en weerstand in. Christenen hebben zelfs gevierd dat de dood zelf was overwonnen en dat de bevrijder van mensen, de Messias, de gezalfde Koning die ze Christus noemen, was opgestaan uit de dood. Verzoening met de God van het Leven betekent daarom dat de angst voor de dood, de angst voor het vreemde, de angst ook voor vreemde godsdiensten voorgoed achter ons wordt gelaten. Die God van het leven verlaat ook ons niet.

Sta op, prijs de HEER

maandag, 24 maart, 2008

Nehemia 9:1-8

Elk jaar vieren de Joden de Grote Verzoendag. Een dag van rouw en boetedoening. Maar waren zouden ze? De mensen die Grote Verzoendag intensief beleven zijn de mensen die het hele jaar trouw naar de Synagoge gaan, kosjer eten en proberen zich streng aan de Wet te houden. De Joden waar we vandaag over lezen waren de mensen die notabene met gevaar voor eigen leven de muur rond Jeruzalem hadden opgebouwd. Waarom zouden die nu in boetekleren gehuld gaan, moeten vasten en stof op hun hoofd strooien. Om aan te tonen dat ze bij het volk hoorden dat ooit de Wet van de Woestijn had ontvangen gingen ze nog apart staan ook. Maar het ging om die Wet. Daar lieten ze zich eerst uit voorlezen, heb Uw naaste lief als Uzelf. Dat deden ze, net als wij, vaak niet. En daar hadden ze zeker een kwart van de dag voor nodig om dat uit te spreken. Wanneer hadden ze allemaal de armen onder hen vergeten, de lamme langs de kant van de weg laten zitten, de blinde in het donker laten rondscharrelen en de dove vergeten duidelijk te maken waar het om gaat in het leven. Als je bij jezelf nagaat hoe vaak je toch dingen doet die niet ten goede komen aan de minsten in de samenleving, als je nagaat hoe vaak je vergeet de vreemdelingen uit te nodigen voor bijeenkomsten die de samenleving aangaan dan realiseer je je pas hoe goed het is dat er een verhaal bestaat over een God die voortdurend oproept om juist dat goede te doen. Die al begon met Abraham om hem uit het land van hebben en houden te leiden naar het land van delen. Die daar nooit mee is opgehouden hoeveel onschuldige mensen er inmiddels ook ter dood zijn gebracht. Ja zelfs door de dood heen blijft dat verhaal door gaan en elk dag kunnen we er over lezen en elke dag mogen we duizend keer opnieuw de weg gaan die voor ons door Jezus van Nazareth werd gewezen. Duizend keer konden de Joden de Wet bestuderen maar toch weken ze telkens weer van diezelfde Wet af. Dat mag je je in je eentje realiseren maar je mag ook weten dat je niet de enige bent die het niet weet vol te houden en die steeds opnieuw moet beginnen. Daarom was de Grote Verzoendag een dag van boete en rouw maar tegelijk een feestdag. En ook al stonden de Israelieten zelf apart omdat zij het waren die de Wet hadden gekregen ooit in de Woestijn, ze mochten de Feestdag vieren samen met de vreemdelingen in hun midden. Zo hadden zij het land gekregen dat overvloeide van melk en honing en zo mochten ze elk jaar een nieuwe samenleving beginnen. In veel Christelijke kerken wordt dat eigenlijk nog steeds gedaan en dan elke week. De nood en het kwaad van de wereld wordt daar in Gods handen gelegd en samen probeert men een nieuwe start voor de nieuwe samenleving, het Koninkrijk van God, te vinden. Je mag er elke zondag zomaar bij zijn, vreemdeling of niet.

Hij is opgestaan uit de dood

zondag, 23 maart, 2008

Matteüs 28:1-15

Het had niet geholpen. Het graf was verzegeld, bewakers stonden er voor, maar het hielp niets. De aarde beefde en een geheimzinnige figuur in sneeuwwit kleed schoof de steen voor het graf vandaan en liet ze zien dat het graf leeg was. Het verhaal van Jezus van Nazareth is niet uitgelopen op de dood van hem, zoals onze menselijke verhalen altijd uitlopen op de dood. In het land van de Heidenen, in Galilea gaat het verhaal verder. Nu is er nooit iemand uit de dood opgestaan en als je hoort dat een verzegeld graf leeg is dan hebben ze vast het lijk gestolen. Het is het woord van die vrouwen tegen het woord van de autoriteiten. De soldaten hebben het verhaal verteld van de diefstal van het lijk. De vrouwen vertelden het verhaal van hun ontmoeting met Jezus van Nazareth op die eerste dag van de week na Pesach, na het bevrijdingsfeest. Op die eerste dag toen de steen voor het graf werd weggerold en ze het lege graf hadden gezien. Sinds die dagen geloven mensen dat het Koninkrijk van God, zoals dat door Jezus van Nazareth was gebracht altijd en overal kan beginnen. De opstand in Tibet hoeft niet uit te lopen op de dood, ondanks alle doden. De oorlog in Darfur kan omgezet worden in een vruchtbare vrede, ondanks de zwakte van de Verenigde Naties. Moslims en Christenen kunnen ook in Nederland vreedzaam met elkaar samenleven, wat Geert Wilders er ook over aan het liegen is. Doordat de slavendood aan het kruis eindigde in een leeg graf kan elk verzet tegen de dood door de liefde uiteindelijk op een overwinning uitlopen. Dat Koninkrijk waar alle tranen zijn gewist, waar iedereen mag meedoen, waar we allemaal genoeg te eten zullen hebben, waar we alles met elkaar kunnen delen, komt! Het is met Pasen begonnen daar bij dat lege graf in Jeruzalem. Als je tenminste bereid bent die vrouwen te geloven die er bij waren. Die in het verhaal van Matteüs dagen en nachten tegenover het graf gezeten hadden en daarna zelf Jezus van Nazareth waren tegengekomen. Of je moet die soldaten willen geloven. Die misschien ook een nieuwe samenleving willen opbouwen maar dat doen door mensen te doden. Die zich gedwongen zien gewapend een land te veroveren om mensen te bevrijden. Die in oorlogen meevechten waar kinderen gedood en vrouwen verkracht worden. Het was Jezus van Nazareth die liet zien dat een gewapende opstand uit zou lopen op de dood, dat zou die opstand een aantal jaren later ook doen. Het waren de vrouwen die lieten zien dat volhouden en Zijn verhaal niet in de steek laten uiteindelijk de overwinning zal brengen. Daarom branden er in kerken Paaskaarsen. Daarom blijven die rare Christenen roepen om gerechtigheid en kijken naar de minsten in de wereld. Daarom worden we vandaag opgeroepen om mee te doen aan de bevrijding van de armen volgens de Weg van Jezus van Nazareth.

 

Ze waren tegenover het graf gaan zitten

zaterdag, 22 maart, 2008

Matteüs 27:57-66

Zo zou er een einde gekomen zijn aan het leven van Jezus van Nazareth. Een rijke volgeling met invloed zorgde voor een keurig graf, uitgehouwen in een rots met een grote steen er voor. Een dergelijk graf waren we ook al tegengekomen in het verhaal over Lazarus. Maar er zijn volgelingen die hier het einde niet van zien. Twee vrouwen, die leggen zich er niet bij neer. Hardnekkig, tegen alle redelijkheid in, gaan ze tegenover het graf zitten. Die vrouwen zijn opnieuw een bedreiging voor de autoriteiten. Die Jezus zou immers opstaan uit de dood? En op de dag voor de Sabbath gaan de Joodse autoriteiten opnieuw naar de Romeinse bezetter en vragen om soldaten die het graf kunnen bewaken. Er staat in het verhaal van Matteüs zoals het vertaald is in de Nieuwe Bijbelvertaling dat ze “de volgende dag” gaan, de dag van de voorbereiding op de Sabbath. Dat zou betekenen dat Jezus van Nazareth niet op Goede Vrijdag is gekruisigd maar op Witte Donderdag. De vier verhalen over de dood en de opstanding van Jezus van Nazareth verschillen nogal van elkaar. In elk geval lag Jezus van Nazareth op Stille Zaterdag, de dag van de Sabbath in het graf en werd het op de eerste dag van de week, onze Zondag, Pasen. In het verhaal van Matteüs is de dag van de voorbeiding niet alleen een dag van voorbereiding op de Sabbath, de dag waarop het hele huis moest worden schoongemaakt en alle ongerechtigheid moest worden verbrand, de dag waarop je nog boodschappen kon doen en eten kon klaarmaken voor de Sabbath, maar het is ook een dag van voorbereiding op Pasen. Als het graf leeg gevonden zou worden zou men niet kunnen zeggen dat het lijk van Jezus van Nazareth was gestolen door zijn volgelingen. De steen lag er voor, het graf was verzegeld en er stonden bewakers voor. Daar zouden die hardnekkige vrouwen niet tegenop kunnen. Beide vrouwen zijn overigens naar Mirjam, de zuster van Mozes, genoemd. Die Mirjam was een profetes, een waarheidszegster, ze had gezongen na de doortocht door de Rode Zee, toen het dodenland Egypte definitief achter zich gelaten werd door het volk Israel. Een dubbele Mirjam houdt nu de wacht bij het graf van Jezus van Nazareth. Wie toch verzonnen heeft dat vrouwen geen ambt kunnen vervullen in een kerk moet toch nooit een blik in de Bijbel geworpen hebben. Alle leerlingen van Jezus zijn er vandoor gegaan. Alleen die Jozef had nog de moed zijn graf ter beschikking te stellen. Maar de vrouwen die hem door het hele land gevolgd waren geven het niet op. Zij blijven zelfs bij zijn graf zitten. Magdala betekent trouwens toren en was de naam van een dorp aan het meer van Genesareth in Galilea. Vanuit die toren werd het graf in de gaten gehouden.Is dit het einde van het verhaal?