Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor februari, 2008

Er hoeft maar een vos op die stenen muur van hen te klimmen

vrijdag, 29 februari, 2008

Nehemia 3:33-38
In sommige vertalingen zijn deze verzen genummerd als 4:1–6

Het eigen belang van machtige heren kan ze verleiden tot bittere commentaren. Zo is burgemeester Cohen van Amsterdam heel langzaam bezig mensen in zijn stad bij elkaar te brengen. Groepen die elkaar eerst niet zagen staan zijn nu in gesprek en ondernemen samen activiteiten om problemen op te lossen en de veiligheid in de stad te verbeteren. Niet alle problemen kunnen in een dag, of misschien zelfs binnen een jaar, worden opgelost. Maar het is duidelijk dat de politiek van overleg en samenwerking veel beter werkt dan haat en angst zaaien. En wat horen we dan? Dan horen we een goed en grijs gepakte vertegenwoordiger van de Partij van de Vrijheid zonder Democratie zeggen dat  burgemeester Cohen niet alleen de slechtste burgemeester van Nederland is maar ook de meest naïve. Het is of Samballat en Tobia staan bij de herbouw van de poorten en de muur rond Jeruzalem. Hun gelijk dat het een puinhoop in Jeruzalem is wordt door al die zielige Joden ondergraven. Opzichters, bestuurders, priesters, ambachtslieden, boeren, mannen en vrouwen, ouden en jongen werken allemaal aan een deel van de muur en hebben een poort voor hun rekening genomen. Vaklieden, opperlieden en metselaars zijn er niet bij. Dat kan nooit een goede muur worden, als er een vos op klimt dan stort de muur in elkaar. Zo wordt ook de multiculti stad van Job Cohen weggezet. Met meer dan honderd nationaliteiten zijn er toch nog mensen die denken dat iedereen met dezelfde zachte g gaat praten als het enige lid van hun partij. Want zelf mogen ze niet eens lid van die partij worden. Job Cohen werkt ondertussen door aan een nieuwe stad van de vrijheid. Dat was Amsterdam, daar konden mensen zichzelf zijn zonder gevaar te lopen. Daar sliepen jonge mensen uit de hele wereld gewoon op de stoep in het hart van de stad, daar werd muziek gemaakt, daar ontstonden nieuwe kunstvormen, daar werd de Nederlandse democratie van gezonde kritiek voorzien, daar werd misbruik van het bezit van gebouwen aan de kaak gesteld. Maar bovenal heeft die stad een traditie van het opnemen van mensen uit de hele wereld. Al die vreemdelingen kregen daar een plaats niemand werd uitgesloten. In die traditie staat Job Cohen met het overgrote deel van zijn gemeenteraad. We kunnen een voorbeeld nemen aan Nehemia. Zijn hele muur werd tot op halve hoogte opgebouwd, maar ondanks de woede van de tegenstanders was het hele volk vastbesloten door te gaan. Het is te hopen dat het ook gaat gelden voor de hele bevolking van de stad Amsterdam. Zodat zij een voorbeeld kunnen vormen voor de andere steden in ons land. Laten wij ze zo veel mogelijk proberen te helpen. 

Maar God vergeet de armen niet

donderdag, 28 februari, 2008

Psalm 9:12-21

De dichter barst in dit tweede deel van de Psalm in zingen uit. Ja zelfs in het maken van muziek. Daar moeten instrumenten bij te pas zijn gekomen. Dit is zelfs een psalm die niet alleen het bekende Sela kent op de plaatsen waar een rust moet worden genomen maar zelfs het Higgajon, een waarschijnlijk muzikale term die wijst op een muzikaal intermezzo. Het zijn dan ook juichende stellingen die worden verkondigd. Door zijn hand komt de goddeloze ten val, God vergeet de armen niet, voor de zwakken is niet alle hoop verloren. Het moet de goddeloze volken ingepeperd worden dat ze mensen zijn. En mensen horen van mensen te houden. Juist in deze dagen klemt het des te meer dat we de mensen voorop zetten in ons denken en handelen. Natuurlijk, de zorg voor het klimaat en de grondstoffen op de wereld is ook voor mensen van belang. Het zijn de armsten die het eerst het slachtoffer worden van de klimaatsveranderingen. Maar het zijn ook de armsten die dreigen de eerste slachtoffers te worden van de oplossingen. De productie van biobrandstof in de wereld stijgt. Daarvoor worden niet alleen kostbare bossen gekapt en de mogelijkheden tot verwerking van CO2 door bomen beperkt maar er worden ook kostbare landbouwgewassen gebruikt zoals mais, soja en granen zodat de voedselprijzen stijgen. De wereldvoedselorganisatie heeft al gewaarschuwd dat de voedselprijzen zo erg aan het stijgen zijn dat  binnenkort het geld op is om voedsel aan de armsten en hun kinderen te verschaffen. Dat kan een humanitaire ramp betekenen van ongekende omvang. Dan komen de massale tv uitzendingen weer aan bod om voor magere en uitgehongerde kinderen geld in te zamelen om hen te eten te kunnen geven. We zouden beter nu al om de mensen eerst denken en zorgen dat wij in onze rijke landen geen grondstoffen gebruiken die nodig zijn voor het voedsel voor de armsten in de wereld. We zouden beter haast maken met het afbreken van de onrechtvaardige tolmuren die de boeren in de armste landen in een oneerlijke concurentiepositie zetten met de boeren uit onze rijke landen.  De psalmist van psalm 9 roept op om de volken te berechten in aanwezigheid van de ene Heer. Laten we zeggen dat de maat van het heb Uw naaste lief als Uzelf gelegd moet worden naast het handelen van die volken. Tot die volken horen ook wij en wij zijn in staat de maat van de Wet van eerlijk delen langs ons eigen handelen te leggen. De vraag is of we aan de maat van God kunnen voldoen. We kunnen er in elk geval vandaag mee beginnen.

Alle volken berecht hij eerlijk

woensdag, 27 februari, 2008

Psalm 9:1-11

Vandaag en morgen zingen we mee met Psalm 9. Eigenlijk vormt deze met Psalm 10 een eenheid. Samen vormen de eerste letters van de diverse verzen weer het Hebreeuwse ABC. Maar in de loop van de geschiedenis is men de beide psalmen apart gaan nummeren. Er ontbreken een paar letters uit het Hebreeuwse alphabet en sommige passages zijn ook niet altijd even helder te vertalen. Zo bestaat er discussie over het opschrift. De meeste geleerden nemen aan dat “De dood van een zoon” gaat over een ander lied waarvan de wijs is geleend. Maar sommige geleerden nemen aan dat deze psalm een vreugdepsalm is bij de dood van Absalom, de zoon van David die zich zo hardnekkig verzette tegen zijn vader dat hij bijna het hele volk ten onder liet gaan. De vertaling van de titel opzich is al dubieus. De Statenvertaling liet hier gewoon het Hebreeuws staan. Maar goed, ons gaat het om de boodschap van de Psalm en die is niet onduidelijk. In tijden van nood kan de verdrukte een beroep doen op de Liefde en uiteindelijk zal God een burcht zijn voor hen die zich op hem beroepen. God is daarbij een rechtvaardige rechter die alle volken tot hun recht laat komen. Want berechten in de Bijbel gaat niet alleen, en mischien wel helemaal niet, over veroordelen, maar veel meer om het tot hun recht laten komen van mensen. In de Liefde, bij God, bereiken mensen, worden ze, dat wat ze eigenlijk zijn, ze zijn dan zoals ze van oorsprong zijn bedoeld. Niet alleen ieder mens afzonderlijk maar alle volken van de wereld. En het is een wonderlijk gebeuren als mensen ineens hun schroom en angst afleggen en worden wat ze kunnen worden. Juist in het helpen van anderen, van mensen in nood, van de minsten, blijken mensen veel meer in hun mars te hebben dan ze ooit hadden gedacht. Dan blijken landen als Nigeria en Brazilië op de Wereldhandelsconferentie’s ineens niet alleen aan hun eigen belang te denken maar zich als sterke woordvoerders van de armste landen uit hun werelddeel op te kunnen werpen. Dan zijn ze in staat het egoïstische Westen zo onder druk te zetten dat die wel antwoord moeten geven op de roep om rechtvaardige handelsverhoudingen. Die rechtrvaardige handelsverhoudingen zijn er nog niet, er wordt nog gestudeerd op de vraag hoe Amerikaanse en Europeese boeren kunnen overleven als ze niet meer met staatssteun de overschotten kunnen dumpen op de markten van de armste landen in de wereld en op een eerlijke manier moeten concureren met de plaatselijke boeren. Maar kleine stapjes zijn gezet, suiker wordt een grondstof waar oneerlijke concurentie afgeschaft is. Nu blijkt dat we met een veel kleinere suikerproductie toekunnen, maar boeren in de Derde Wereld hebben ineens een toekomst. Het begin is er, nu de rest nog.

Zijn werk voltooien

dinsdag, 26 februari, 2008

Johannes 4:31-42

Jezus van Nazareth leeft, volgens dit verhaal, van het doen van de wil van zijn Vader. Heb Uw naaste lief als Uzelf, dat was het grootste gebod en daar leef je niet alleen naar, daar leef je van. Je moet wel oog hebben voor wie je naaste is. Ook als je bij die rare vreemdelingen gaat winkelen dan nog ben je omgeven door mensen die je liefde meer dan ooit nodig hebben. De leerlingen van Jezus waren immers de stad ingegaan om eten te kopen. Als ze terugkeren zit hij te praten met een Samaritaanse vrouw die er vervolgens vandoor gaat de stad in. Zij hadden geen oog gehad voor de mensen die nu de stad uitkomen. De velden zijn rijp voor de oogst zegt de Rabbi er van, maar ze hadden ze gemist. Het waren dan ook maar Samaritanen. Voor vreemdelingen, ook al wonen we nog zo dichtbij hebben we geen oog. Ze lijken allemaal op elkaar, ze hebben rare kleren en rare gewoonten. We verstaan ze vaak ook niet goed. We moeten er moeite voor doen om kennis te maken. De wereld is toch maar weinig veranderd sinds de dagen van Jezus van Nazareth. Toch willen ook de vreemden van vandaag deel uit maken van onze samenleving. Niet dat ze net als ons willen worden maar ze willen samen met ons een nieuwe samenleving vormen. Hun eigen plaats van aanbidding blijft van hen, net zoals in de dagen van Jezus van Nazareth de bron van Jacob de bron van Jacob bleef. Jezus van Nazareth nam ze niet mee naar Jeruzalem maar bleef een extra dag in Samaria. Kunnen we dan de mensen aanspreken op grond van het goede dat we willen doen? Mohammed wilde een nieuwe samenleving rond Mekka stichten. Hij wilde af van de aanbidding van stenen beelden, van stammenoorlogen, van uitbuiting op grond van godsdienst, van minachting en mishandeling van vrouwen. Veel van die idealen kennen wij ook. Net als de Moslims worden ook wij opgeroepen te delen met de minsten in onze samenleving. Net als de Moslims worden ook wij geroepen om vrede te stichten en hen te bestrijden die de oorlogen willen handhaven, uitlokken en voortzetten. Natuurlijk zijn er verschillen, we komen nu eenmaal uit verschillende delen van de wereld met verschillende geschiedenissen. Het is te begrijpen dat veel Moslims bang zijn voor overheersing door de zogenaamde Christelijke wereld. Veel Moslimlanden zijn eeuwenlang bezet geweest door westerse mogendheden die hun rechtspraak, hun godsdienst en hun cultuur wilden opleggen. Nederland was de bezetter van het grootste Moslimland in de wereld, Indonesië. Maar dat neemt niet weg dat we ons niet schuldig hoeven te voelen als we werkelijk een nieuwe samenleving willen vormen, een samenleving van eerlijk delen waar voor iedereen een plaats is. Ook bij ons zijn de velden wit om te oogsten en wordt het tijd er samen aan te beginnen.

Nu begrijp ik, heer, dat u een profeet bent!

maandag, 25 februari, 2008

Johannes 4:16-30

Heel lang is deze Samaritaanse vrouw als een zondige vrouw neergezet. Maar doet dat haar wel recht? Ze zou vijf mannen hebben gehad en met de zesde ongetrouwd samen leven. Moet je dat wel letterlijk nemen? Want waarom maakt deze wetenschap Jezus van Nazareth tot een profeet? Als ze op het heetst van de dag naar de put gaat omdat niemand met haar te maken zou willen hebben waarom lopen de mensen uit de stad haar dan achterna als er iemand is die alles van haar weet? Voor veel mensen is het op deze manier bekeken een van die vele rare verhalen uit de Bijbel die met rare gewoonten te maken hebben. Maar als we recht willen doen aan deze Samaritaanse vrouw en vrouwen die je ook tegenwoordig nog vindt zoals zij dan moet je een stap verder doen. Er was al 400 jaar spanning tussen Joden en Samaritanen. Dat was begonnen in de dagen van Ezra en Nehemia toen er Joden terugkwamen uit de Ballingschap. Zij namen de Hebreeuwse Bijbel mee zoals die in Babel tijdens de ballingschap was samengesteld. Die Bijbel werd in het hart van de Tempel gelegd. De Samaritanen waren niet in ballingschap geweest en hadden al de jaren van de ballingschap de vijf boeken van Mozes bewaard en vonden dat dat een Bijbel genoeg was. Omdat ze ook nog getrouwd waren met mensen uit de volken om hen heen mochten ze niet meedoen met de herbouw in Jeruzalem en de nieuwe Tempeldienst. Daarom krijgt Jezus nu te horen dat er twee plekken zijn om God te vereren. Eén voor de mensen die de vijf boeken van Mozes vereren, en sommige mensen vragen zich af of dat misschien de vijf mannen geweest zijn die ze had gehad. En de Tempel in Jeruzalem. De vrouw blijkt echter open te staan voor nieuwe mogelijkheden. Er zou immers een bevrijder, messias, gezalfde, nieuwe Koning, komen die eindelijk uit zou maken wie er gelijk zou hebben. Kennelijk werd ze in de stad eerder als een vreemde vogel beschouwd vanwege deze hoop dan vanwege haar leefstijl want als ze naar de stad rent en de mensen vertelt dat er eindelijk zo iemand is gekomen dan loopt iedereen haar achterna. Haar recht doen betekent dus niet haar aanspreken op haar zogenaamde ontuchtige of zondige leven. Maar haar recht doen betekent haar erkennen als iemand die ondanks alle vernedering blijft vasthouden aan de twee plekken om God te vereren. De plek van haar eigen traditie zo goed als de Tempel in Jeruzalem. De bron waaruit ze put is de bron van Jakob, daar doet ze ook een beroep op. Jakob de stamvader van heel Israel, Joden en Samaritanen, Jakob die bij een bron ook Rachel recht verschafte. Zo werd deze vrouw een eerste apostel, een zendelinge onder de Samaritanen, de halfgelovigen. Wellicht is voor veel kerkleiders dat nu juist het meest ontuchtige aan die vrouw. Zij bracht immers de andere apostelen tot zwijgen.

 

Nooit meer dorst krijgen.

zondag, 24 februari, 2008

Johannes 4:1-15

Dat zou mooi zijn, nooit meer dorst krijgen. Het zal duidelijk zijn dat Jezus van Nazareth dit overdrachtelijk bedoeld. Het gaat er niet om dat Jezus zelf een soort put wordt waar voortdurend water uit komt. Maar waar gaat het dan wel om? Laten we het verhaal nog eens lezen. Jezus van Nazareth trok meer mensen dan Johannes de Doper. Die was inmiddels onthoofd door Herodes en opnieuw ging Jezus naar Galilea om onder te duiken. Hij nam daarbij de veilige weg door Samaria heen. Die Samaritanen werden door de Joden niet voor vol aangezien. Ze erkenden alleen de eerste vijf boeken uit de Bijbel en erkenden de overige boeken uit de Hebreeuwse Bijbel niet, de Joden deden dat wel. Van deze halve gelovigen ging Jezus dus naar het land van de Heidenen, want zo werd Galilea genoemd. Daar in Kafernaüm was Jezus al eens eerder ondergedoken. Maar hier, midden in Samaria, bij de Jakobsbron, rust Jezus uit op het midden van de dag. En wie komt er nu midden op de dag naar de bron. Dan heb je een probleem. Alle andere vrouwen kwamen vroeg in de morgen als het water nog koel was en het buiten nog te doen was om met een volle kruik water van de bron naar de stad te lopen. Maar bij de Jacobsbron verwacht je een vluchteling als Jacob, of een vrouw die naar liefde hunkert zoals eens Rachel toen die Jacob bij de bron ontmoette. Rachel had ruzie met andere herders en moest recht worden verschaft en we hongeren en dorsten allemaal naar gerechtigheid niet waar. Daar komen we weer bij Jezus van Nazareth. Hij hoeft immers inderdaad niet meer te kunnen dan Jacob, recht doen aan haar die onrecht werd gedaan. Als dat recht is gedaan, als die mens weer tot haar recht is gekomen dan is onze dorst naar gerechtigheid gelest. Voorlopig is daar nog geen sprake van. Wij blijven nog veel vrouwen veroordelen tot een leven achter de geraniums. Voor alleenstaande moeders is er nog steeds niet voldoende kinderopvang zodat zij aan hun eigen loopbaan kunnen werken. Dit ondanks alle goede voornemens van de regering, ondanks de motie van de Tweede Kamer dat scholen verantwoordelijk moeten zijn. Heel veel scholen in ons land kunnen die motie niet uitvoeren. Gemeenten stellen geen grond of gebouwen ter beschikking voor de kinderopvang en er worden geen werkloze vrouwen en meisjes opgeleid tot kinderverzorgster. Opa’s en Oma’s doen hun best, dus wordt de regeling die hen een vergoeding geeft te duur, maar hun werk kan alleen beperkt zijn. Recht doen aan vrouwen zodat onze dorst naar gerechtigheid is gelest is er niet bij. Daarvoor moeten we eerst beter naar Jezus van Nazareth leren luisteren.

Hun kinderen zullen het land bezitten

zaterdag, 23 februari, 2008

Psalm 25

Voor wie het Hebreeuws kan lezen is dit een leuke Psalm. Elk vers begint met de volgende letter uit het Hebreeuwse alfabet. Net zoiets  als de coupletten van het Wilhelmus maar dan met het Hebreeuwse ABC. Het volgen van de wil van God is volgens de dichter van deze Psalm kennelijk een abc’tje. Maar vertalingen doen veel van de schoonheid van de Psalm verdwijnen. Sinds de vertaling uit 1951 begint de Psalm redelijk neutraal met de opmerking dat naar U Heer mijn verlangen uitgaat. De Statenvertaling had het nog over het opheffen van de ziel tot God, een beeld waar we ons nu wat minder bij kunnen voorstellen. Er is zelfs een vertaling die spreekt van het opheffen van mijn nietige leven. Maar de mooiste is waarschijnlijk de vertaling van de Naardense Bijbel die spreekt van het geven van je hele ziel en zaligheid aan de Ene. En dat enthousiasme kan aanspreken zeker als je leest over het vertrouwen dat  met die hoop op de Ene niet beschaamd zal worden. Daarvoor moet je zoals deze Psalm zegt de wegen van God leren, met name de armen moeten die wegen leren. Het is de weg van alvast gaan beginnen te leven alsof het licht is gekomen, alsof dat Koninkrijk van recht en vrede er al is. Dat klinkt een beetje belachelijk en daarom de wens van de dichter om niet uitgelachen te worden. Delen met elkaar, zorgen voor de zwakke, voor de weduwe en de wees, voor de vreemdeling in ons midden. In het verhaal van God mag iedereen meedoen en iedereen die echt meedoet roept op om je aan te sluiten. De Psalm spreekt in dit verband van goedheid en rechtvaardigheid. Natuurlijk, ook de dichter is wel eens van die weg afgeweken. Daar blijf je niet onverschillig bij omdat God het je wel zal vergeven, omdat je elk moment opnieuw de Weg mag gaan waartoe de Bijbel oproept. Want de pijn die je hebt veroorzaakt door de mensen langs de kant van de weg te laten liggen, de pijn die je hebt veroorzaakt door mensen geen recht te doen, die pijn voel je zelf als je je realiseert waar het in het leven echt om gaat. Maar juist omdat je op de Weg van het goede mag terugkeren wordt die pijn geheeld en gaat de vreugde overheersen. Want dan weet je dat mensen recht zal worden gedaan. De dichter van deze Psalm zinspeelt weer op de oude belofte uit het boek Jozua, aan iedere famillie die het land kwijt raakt zal het land na 50 jaar weer worden teruggegeven. Daarom mag je er op vertrouwen dat de kinderen van de armen weer het land zullen bezitten. De armoede is geen natuurverschijnsel, je hoeft niet te wachten op een volgend leven om het te bestrijden. De opheffing uit de armoede, de bevrijding van de armen, kan vandaag nog beginnen, daar mag je met heel je ziel en zaligheid aan werken.

Tussen de bovenzaal op de Hoek en de Schaapspoort

vrijdag, 22 februari, 2008

Nehemia 3:22-32

Met het noemen van de Schaapspoort zijn we weer aan het begin van de muur gekomen. Heel Jeruzalem rond werd er gewerkt. Iedereen nam een deel, goudsmeden, tempelknechten, handelaars, boeren uit de omgeving, inwoners van Jeruzalem, noem maar op. Er worden al heel veel poorten genoemd, Dalpoort, Mestpoort,  Bronpoort,  Schaapspoort, Vispoort, Oude Poort, Waterpoort, Paardenpoort, Oostpoort, Wachtpoort, en dan wordt later nog de Efraïmpoort genoemd. Uiteindelijk zullen er 12 poorten in de nieuwe muur van Jeruzalem komen, voor elke stam één, daar kan de hele wereld terecht. Voor iedereen zal er recht zijn in Jeruzalem. Dat is de betekenis van al die poorten. Daarom wordt er ook door iedereen aan die muur gewerkt. Het is dus heel uitdrukkelijk niet een muur van afsluiten en buitensluiten, niet de muur die wij rond Europa hebben gebouwd. Het is een muur van bescherming voor de zwakken en van recht doen aan iedereen. Alle volken moeten zich uiteindelijk tot die stad kunnen keren om Vrede te zoeken en recht voor de mensen op aarde. Daar zal ook de bevrijding van de armen vandaan moeten komen. In het laatste boek van de Bijbel, de Openbaring van Johannes, wordt die stad met 12 poorten geschetst als hij eindelijk klaar zal zijn. Daar wordt dan gesproken over gouden straten en poorten met parels belegd. Zover is het in het boek Nehemia nog lang niet. Daar wordt de nieuwe muur gebouwd op de puinhopen van de geschiedenis. Maar omdat iedereen meedoet ontstaat er wel hoop op het ontstaan van de nieuwe samenleving waar mensen weer recht wordt gedaan. Nu werd Nehemia nog uitgelachen om zijn gewaagde onderneming, nu had hij nog officieren en soldaten nodig om zich te beschermen maar kennelijk waren er genoeg mensen die er op vertrouwden dat deze onderneming kans van slagen had. Dat moet ook ons moed geven te werken aan een nieuwe samenleving. Een land zonder onrechtvaardige tolmuren en een land waar aan iedereen recht wordt gedaan. Waar blank en zwart, moslim en christen, gelovige en ongelovige, man en vrouw, homo en hetero, gezonden en gehandicapten, jongeren en ouderen, samen mogen leven en waar ieder tot zijn recht mag komen. Net als in de tijd van Nehemia vraagt dat nog wel een heleboel sjouwen en ploeteren en veel mensen die de handen uit de mouwen willen steken. De bovenzaal uit het verhaal van Nehemia zal niet de bovenzaal zijn uit het verhaal van Jezus van Nazareth waar hij de maaltijd hield met zijn volgelingen, die maaltijd waar hij brood deelde en de beker liet rondgaan als zijn lichaam en bloed. Maar het werk met elkaar nodigt wel uit om samen maaltijd te houden met iedereen die mee wil bouwen.

Samen met zijn dochters.

donderdag, 21 februari, 2008

Nehemia 3:11-21

Het blijft vreemd om te zien hoe sommige kerkleiders en zogenaamde christelijke gelovigen zich in allerlei bochten wringen om vrouwen buiten de leiding van kerk en samenleving te houden. Aan de Bijbel kunnen ze hun argumenten toch niet ontlenen. Zelfs aan de herbouw van Jeruzalem na de ballingschap werkten vrouwen mee. Het hoofd van een van de twee helften van het district Jeruzalem had zijn dochters meegenomen om mee te helpen aan de bouw van de muur. En als je dan de inwoners van Zanoach genoemd ziet dan denk je direct aan de mannen en vrouwen, aan de ouderen en de kinderen, die met elkaar in de vroege ochtend er op uitgetrokken waren om de Dalpoort te herbouwen, de deuren te plaatsen compleet met sluitbalken en grendels en de muur te repareren tot aan de Mestpoort. Die poorten hadden ze weer nodig om te kunnen leven met de Wet van de Woestijn. De Wet die het volk eeuwen daarvoor had ontdekt na de bevrijding uit de slavernij in Egypte. Als je samen wil overleven dan moet je bereid zijn samen te delen, alles voor elkaar over te hebben en met elkaar in vrede te leven. Dan valt het onderscheid tussen mannen en vrouwen, tussen jong en oud weg. Dat was toen in de woestijn, dat was in de dagen van Nehemia, dat was toen Jezus van Nazareth vrouwen en mannen genas zonder onderscheid en dat is ook in onze dagen nog niet anders geworden. Wie vrouwen probeert af te houden van leidende posities in Kerk en Samenleving volgt oude Heidense Wetten, de Wetten van voorspoed, vruchtbaarheid en profijt die beelden van de goden hadden gemaakt en waar de goden die met eigen handen gemaakt waren werden aanbeden. In dit verhaal van Nehemia is geen sprake van goden die met eigen handen gemaakt worden. Integendeel, hier is het de stadsmuur die van poort tot poort wordt herbouwd. En die stadsmuur wordt niet zomaar rond een stad gebouwd als teken van afzondering en uitsluiting voor vreemden. Nee die stadsmuur wordt gebouwd als bescherming rond de Wet van de Liefde die de kostbaarste plek van het koninkrijk Israel in neemt in de Tempel in de stad van de vrede Jeruzalem. Door al die poorten die er gebouwd worden kunnen dan alle volken binnenstromen om zich tot het recht van de armen, tot die Wet van Liefde, te wenden. Dat is het visioen van het volk Israel, dat is de droom van Nehemia. Daar werken bestuurders, ambtenaren, werklieden, dorpsbewoners, tempeldienaars, mannen en vrouwen aan de verwerkelijking van die droom. Op die manier kunnen ook wij allemaal bouwen aan de stad van die dromen, aan een samenleving waar ieder tot zijn recht komt, mannen en vrouwen, vreemdeling en ingezetene. Er is daarvoor nog zat werk te doen.

Naast hem werkten de mannen van Jericho

woensdag, 20 februari, 2008

Nehemia 3:1-10

Het herstel van de poorten begint met het herstel van de Schaapspoort door de hogepriester. Eigen belang zou je zo zeggen want schapen waren de voornaamste offerdieren en die zouden vast wel door de schaapspoort naar de Tempel gedreven zijn. Maar opvallend in dit gedeelte zijn toch al die namen en beroepen die genoemd worden. Goudsmeden, zalfbereiders, de inwoners van Tekoa en dan zeker niet de aanzienlijken. Gewone mensen die soms uit ballingschap waren teruggekeerd, soms achtergebleven waren en de verwoesting van muur en poorten hadden meegemaakt. Uit heel Israel waren er mensen gekomen om te helpen bij de wederopbouw van Jeruzalem. Van hoog tot laag van dichtbij en veraf, allen die hier worden genoemd worden genoemd omdat ze werkten aan het herstel van de stad van de vrede. Wat dat betreft mogen we ons afvragen of we ook in het rijtje genoemd zouden zijn.Want ook in onze samenleving klinkt steeds luider de roep om te werken aan de stad van de vrede. Tegen het haatzaaien zijn wetten ingesteld die het haatzaaien strafbaar hebben gesteld maar er zijn nog steeds politici die zich daar niet van aantrekken. En Doekle Terpstra en de mensen van Nederland bekend kleur hebben nu de vraag gesteld of we mee willen bouwen aan een stad van de vrede, aan een land met prachtwijken waar mensen in vrede samen kunnen wonen, of dat we ons laten regeren door angsten. Angst voor een religie die nu uit vreemde landen komt. Honderden jaren was Nederland het grootste Islamitische land op de wereld. Maar omdat die Islamiten bruin waren en ver weg woonden en omdat we er toch regelmatig van die aardige zendelingen heen stuurden konden ze ons niet bedreigen. Maar nu ze naast ons wonen en die Islamitische medeburgers van vroeger een eigen land zijn begonnen worden ze ineens gevaarlijk. Islamisten als Hans Jansen stoken de angst nog eens verder op. Wat zou een Iraanse geleerde wel niet naar huis schrijven als hij het Christendom in Staphorst of op Urk zou bestuderen. Daar in Iran hebben ze al even vreemde voorstellingen van ons als wij vaak van hen hebben. En als we merken dat Nederlandse emigranten naar Canada of Australië denken dat wij nog steeds leven als in de jaren 50 toen zij emigreerden moeten we beseffen dat een Turks premier Erdogan gelijk heeft als hij zijn landgenoten maant op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen in zijn land en niet ouderwetser te worden als de rest van de landgenoten. De vraag of we ons door angst laten regeren of samen willen bouwen aan de stad van de vrede is dus niet onterecht. Ieder zal zelf de keuze kunnen maken en op Stille Zaterdag, de dag voor Pasen kunnen de mensen van de vrede er van getuigen in Amsterdam, bij Nederland bekent kleur.