Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor januari, 2008

Onderwijst u uzelf eigenlijk wel?

donderdag, 31 januari, 2008

Romeinen 2:17-29

Je hebt ze ook tegenwoordig nog wel. De fatoensrakkers die van alles over anderen te vertellen hebben en dat dan zogenaamd op grond van hun Christelijk geloof doen. Maar ondertussen werken ze er aan mee dat kinderen worden opgesloten in gevangenissen, alleen omdat hun ouders het land moeten verlaten. Accepteren ze de onrechtvaardige tolmuren, praten ze bombardementen op dorpen in Afghanistan goed en blijven ze bevriend met de regeringen die de doodstraf toepassen en daarmee hun eigen burgers vermoorden. In de dagen van Paulus was er een dergelijke strijd tussen Joden en Heidenen die allebei de weg van Jezus van Nazareth wilden gaan. Die Joden waren van huis uit opgevoed om de Wetten van Mozes tot op de letter vast te houden. De Heidenen konden niet uit de voeten met die wetten. Paulus had al vanaf het begin van zijn bekering door gehad dat het niet ging om die dorre regeltjes maar om het houden van je naaste als van jezelf. Die regel konden Joden en Heidenen samen houden, daarin konden ze samen sterk zijn en in het houden van die regel konden ze samen iets van het Koninkrijk van God laten zien. Al het gebazel van mensen die het allemaal zo goed meenden te weten werd door Paulus krachtig verworpen. Want ook al doe je je voor als uiterst fatsoenlijk, je kunt het nooit helemaal honderd procent goed doen. En dat hoeft ook niet. Paulus heeft het wel eens over groeien in geloof, iedere keer als je je weer bewust wordt hoe je iemand te kort doet, of hoe je iemand echt zou kunnen helpen, doe je een stap vooruit. Iedere keer als je je bewust wordt dat je weer gefaald hebt mag je opnieuw beginnen en ook dat besef van falen helpt je om te groeien in geloof. Daardoor groeit het vertrouwen dat het goed komt met de mensen. Niet door ze te veroordelen en te hoop te lopen tegen van alles dat je verkeerd vindt. Niet beginnen met het vragen van een verbod op het gedrag van de ander maar beginnen bij je eigen gedrag. Steek je hand uit naar de ander en probeer het goede te doen en niet dan het goede. Het aanbod van Christenunie fractievoorzitter Arie Slob om mee te praten over pornografie op de thema-avond van BNN en VPRO is oneindig veel waardevoller dan het verzoek van CU minister André Rouvoet om de uitzending van een film te verbieden. Natuurlijk mag Arie Slob laten zien hoe het is als je een ander mens niet wil behandelen als een voorwerp dat dient om je eigen genotzucht te bevredigen. Hij mag ook laten zien hoe moeilijk dat soms is in een samenleving waar ook mensen soms wegwerpproducten lijken te zijn. Maar een verbod wijst alleen maar naar de ander en zegt alleen over jou dat je het beter meent te weten. Laten we onszelf onderwijzen en daarmee laten zien wat de Weg van Jezus van Nazareth is.

De wet van nature naleven

woensdag, 30 januari, 2008

Romeinen 2:12-16

Er zijn tegenwoordig steeds meer mensen die zeggen dat je ook wel van je naaste kan houden als van jezelf zonder dat geloof en de daarbijhorende God nodig te hebben. Dat is natuurlijk ook zo, dat staat zelfs in de Bijbel in de passage die we vandaag lezen. Nu is het niet zo dat de meeste mensen die dat vandaag zeggen helemaal niet van de Wet van de Liefde hebben gehoord, maar je kunt de wet ook van nature naleven. Goed en kwaad zijn goed en kwaad daar hoeft geen God aan te pas te komen al kun je de maatstaf van God, de Liefde, er altijd naast leggen en zal er altijd een moment komen dat die maatstaf er ook naast gelegd wordt. Waarom hebben we die God dan nodig? Nou, wie door heeft hoe vaak je per dag fout zit in het toepassen van die Wet, in het houden van die Wet, is blij dat je elke keer een nieuwe kans krijgt om er opnieuw mee te beginnen. Zonder God loop je de kans de moed te verliezen en te gaan denken dat er toch geen redden aan die mensen is. Het verhaal van Israel en het verhaal van Jezus van Nazareth geeft telkens weer nieuwe moed en daagt je dag in dag uit het opnieuw met dat verhaal te wagen. Daar is geloof in God voor nodig. God heeft mensen lief en daarom mogen ook wij mensen lief hebben. Geloven betekent oorspronkelijk vertrouwen. Vertrouwen dat het uiteindelijk goed zal komen met de mensen.Vertrouwen op God omdat het alleen goed kan komen met de mensen als je ze oneindig lief hebt, zelfs ondanks jezelf, zelfs tegen je eigen belang in. En het kan gevaarlijk zijn. Dat bleek maar weer eens toen een rechtbank in India in actie kwam tegen een Nederlandse actiegroep. Die publiceerde een rapport over een fabriek in India waar kleding voor de Nederlandse markt gemaakt werd. Kinderarbeid, slechte arbeidsomstandigheden en een zo laag loon dat je van uitbuiting kan spreken waren elementen uit dat rapport. Ook in India is het recht vaak aan de kant van de sterkste, de rijkste, dus kreeg de fabrikant het voor elkaar dat een rechter een strafzaak begon tegen acht leden van de actiegroep. Zij trokken zich er niks van aan en met resultaat. Na bemiddeling werd het strafproces ingetrokken. Het rapport kon worden ingetrokken nadat het beleid van de fabrikant in overeenstemming was gebracht met de Indiase wet en er door de regering in India een ombudsman was aangesteld waar arbeiders in India voortaan terecht kunnen met klachten over arbeidsomstandigheden. De onbaatzuchtige liefde maakte het resultaat dus groter dan voor één fabriek. De zorg voor de mens, het recht doen aan arbeiders, wordt onderdeel van de wet. Dat is de bevrijding van de armen die ook Paulus verkondigde en toepassing van die Wet brengt aan het licht wat mensen echt willen.

God maakt geen onderscheid

dinsdag, 29 januari, 2008

Romeinen 2:1-11

Nou kun je wel stoer doen en alle foute zaken veroordelen maar daar kom je niet verder mee. Natuurlijk veroordeel je het gebruik van geweld en het najagen van winst en profijt. Ook het gebruik van jezelf of een ander als object om lust te bevredigen kun je veroordelen en al helemaal het doen of nalaten van sexuele handelingen op grond van een zogenaamd religieus voorschrift. Maar al dat veroordelen brengt je niet verder. Paulus zegt hier zelfs dat dat veroordelen je op het zelfde niveau plaatst als die mensen die dat kwaad hebben gedaan dat je veroordeelt. Dat je die dingen veroordeelt is natuurlijk niet slecht maar dat je de mensen veroordeelt. De onbegrensde goedheid, het geduld en de verdraagzaamheid die de Liefde voor de mensen, dus die God, met zich meebrengt is in dat veroordelen van mensen niet aanwezig. Waar het om gaat is niet om het veroordelen van mensen maar het tot inkeer brengen van mensen. God roept mensen een andere weg in het leven te kiezen.God roept dus ook ons een andere weg te kiezen. Niet veroordelen van mensen om wat ze verkeerd doen, maar houden van mensen ook al doen ze verkeerd en door ze lief te hebben ze op een andere weg te brengen. Als we blijven doorgaan met veroordelen van hen die het verkeerd doen dan worden we hooghartig en arrogant, dan zien we wel de splinter in het oog van de ander maar missen de balk in ons eigen oog. Wie immers zonder ons is zonder zonde? Het gaat ons nog steeds om het goede te doen en niets dan het goede. Maar dat we onszelf niet beter moeten vinden dan een ander hoort er ook bij. Laat andere mensen tot hun recht komen, zoek uit wat hen op de verkeerde weg brengt en probeer ze op de goede weg te brengen. De verkeerde weg voert tot leed en ellende. Paulus wijst er op dat zijn eigen volk, de Joden, de Wet van de Liefde met de paplepel ingeschonken kregen, maar dat doet niet af aan het feit dat iedereen die verkeerd handelt uiteindelijk leed en ellende te wachten staat. Oorlog, leed, pijn in de buik van aandelenverlies, maagzweren van zorgen om het kapitaal en de veiligheid. Mensen die werkelijk willen delen met een ander hebben daar geen last van. Vrede en gerechtigheid wordt gebracht door het goede te doen. Als we onze onrechtvaardige tolmuren zouden weten af te breken en zonder aanziens des persoons zouden weten te delen en eerlijke prijzen zouden willen betalen aan hen die grondstoffen produceren en onze producten zouden weten te maken dan zouden veel oorlogen verdwijnen. Dan zou het veel arme sloebers weerhouden om met gevaar voor eigen leven naar het rijke Europa af te rijzen, want er zouden geen arme sloebers meer zijn. Laten we dus geen mensen veroordelen maar ze brengen tot het goede te doen en niet dan het goede.

Vertrouw niet op geweld

maandag, 28 januari, 2008

Psalm 62

Vandaag zingen we Psalm 62. En die psalm moet je samen zingen. Dat staat er tenminste boven. Wij zien dat niet direct maar dat komt omdat we verder nooit van die Jedutun hebben gehoord. Dat was een Leviet, één van de vele dienaars in de Tempel en in Israel. Want de Levieten woonden door heel Israel verspreid. Ze hadden geen land en leefden van de offergaven van de Israelieten. Een offer in Israel was immers een maaltijd voor je familie, je slaven en dienstknechten, de vreemdelingen in je midden en voor de Levieten en Priesters. Ze spraken vaak recht, legden de Wet van Liefde uit en vervulden allerlei taken in de Heilige Tent en later bij de Tempel in Jeruzalem. Eén van de taken was het zingen van de Psalmen. Dat kun je soms alleen doen, of met het volk, of met een koor. Jedutun was ooit waarschijnlijk een componist die een drietal psalmen op muziek heeft gezet. Zijn nakomelingen, het geslacht van Jedutun, werden beroemde koorzangers. En als je wil leren om samen te zingen, echt samen, dan moet je lid worden van een koor. Toen de kerken leegliepen was er even de angst dat de koren zouden verdwijnen maar niets is minder waar. Popkoren, smartlappenkoren, klassieke koren, ouderen koren, jongerenkoren, gospelkoren, kinderkoren, Nederland heeft nog steeds een rijke koorcultuur. En daar past deze psalm wonderwel in. Mensen willen er maar op los slaan zegt de Psalm, maar het koor zingt dat je rust moet zoeken en bij God alleen moet zijn, alleen de Liefde kan dus wat betekenen, de Liefde is als een rots, een burcht waardoor je overeind blijft. Er maar op los slaan is maar niks, lucht en leegte, een leugen is het dat geweld zou kunnen helpen. Ook bezit van geld en goed, laat ze je niet beheersen zingt de Psalm, de macht is aan God, niet geld en goed maar Liefde bestuurt de aarde als het goed is. En als je nu toch de fout bent ingegaan? Als je niet bereid bent geweest om te delen en de arme aan de kant van de weg hebt laten liggen? Als je toch mee bent gaan werken aan geweld, ook aan economisch geweld? Dan mag je van deze God van Liefde altijd omkeren, elk moment opnieuw beginnen. Dat is het wonder van het geloof in de God van Liefde. Altijd opnieuw kun je je bewust maken van je fouten, van de verkeerde weg die je bent ingeslagen, en altijd opnieuw mag je opnieuw beginnen. De Psalm noemt dat ontferming en als je het goede wilt en niets dan het goede dan zul je uiteindelijk beoordeelt worden naar het goede dat je gedaan hebt. Van de doden niets dan goeds, maar ook van de levenden als ze zich mengen in het koor dat het lied van Liefde en rechtvaardigheid zingt, dag en nacht.

Voor Joden in de eerste plaats

zondag, 27 januari, 2008

Romeinen 1:16-25

Maar gelukkig ook voor andere volken en dus ook voor ons. Het gaat terug op de Hebreeuwse Bijbel., die wij het Oude Testament noemen. Daar staat geschreven dat de rechtvaardige zal leven door geloof en wij mogen geloven in die rechtvaardigheid. Recht en onrecht worden hier door Paulus tegenover elkaar gezet. En onrecht kan je kwaad maken en in beweging zetten, op weg naar het uitbannen van het onrecht. Er moet en zal recht gedaan worden aan mensen. De Liefde zoals we die kennen komt van God zegt Paulus hier. Die Liefde kan je overal en altijd tegenkomen, die kun je altijd ervaren, in jezelf en van anderen. En dat de kracht van de Liefde altijd weer overwint kun je meemaken. Denk er maar eens over na en je kan niet anders dan tot de conclusie komen dat inderdaad door de Liefde voor elkaar de mensen werkelijk vrij worden, er een betere wereld ontstaat en leed en ellende achtergelaten kunnen worden. Maar ja, mensen ontkennen dat liever, prestatie, winst en profijt maken volgens velen pas de mens werkelijk vrij en je moet dus alles opofferen om prestaties te leveren, meer en meer, en winst en profijt te maken. In de tijd van Paulus werden goden voorgesteld door beelden en in een stad als Rome wemelde het van de beelden. Al die mensen uit verschillende landen hadden hun eigen beelden meegenomen en de mensen in Rome vonden het prachtig. De mensen van de Weg van Jezus van Nazareth waren er achter gekomen dat die zogenaamde godenbeelden niets om het lijf hadden, ze kwamen geen milimeter van hun plaats en deden niets. Dat was het dus niet. Nu is dit stuk uit de brief van Paulus aan de Romeinen ook wel eens gebruikt, of misbruikt, om mensen wijs te maken dat je niet mag genieten. Daar moeten we voor uitkijken. Het is natuurlijk wel handig voor predikers dat je mensen wijs maakt dat Paulus wil dat de mensen geld, vooral veel geld, bij hen inleveren maar daar gaat het hier helemaal niet om. We mogen best genieten, zeker van ons eigen lichaam dat immers geschapen is naar het beeld van God, maar we mogen het niet verlagen tot voorwerp van genot, zoals we andere mensen niet behoren te verlagen tot voorwerp van genot. Ook ons lichaam is geen God, en ook het lichaam van anderen is geen God. Maar met alles wat we hebben mogen we delen. Zeker met de minsten onder ons. De gemeente in Rome had geen tempels waar beelden en lichamen werden aanbeden in de hoop op geluk, gezondheid en voorspoed. De gemeente in Rome kwam bij elkaar in huizen van gemeenteleden. Daar at men met elkaar, vertelde de verhalen over Jezus van Nazareth en hielp men elkaar. Daar viel het onderscheid tussen Jood en Heiden, Man en Vrouw, Oud en Jong, Arm en Rijk ,volledig weg. Met dat soort delen kunnen we ook vandaag nog een begin maken.

Ik sta ten dienste van alle volken

zaterdag, 26 januari, 2008

Romeinen 1:8-15

Paulus wil zo vreselijk graag naar het hart van het Keizerrijk. Hij zou er uiteindelijk komen, als gevangene. Twee jaar kreeg hij daar huisarrest met de vrijheid te ontvangen wie hij wilde en te corresponderen met wie hij wilde. Maar met soldaten voor de deur. Je moet soms wat over hebben voor je idealen. En wat een ideaal had die Paulus. Het ging uiteindelijk om het omverwerpen van het Rijk. Niet door geweld, niet door manipulaties maar door liefde. Het ideaal greep terug op oude profeten van Israel als Jesaja en Jeremia die bij het begin van de ballingschap geweldadig verzet tegen de vijand ten stelligste afgeraden hadden. Tijdens de ballingschap hadden ze de ballingen bemoedigd en aangeraden de Wet van Liefde te bestuderen en daaraan trouw te blijven. Uiteindelijk werd het de balingen toegestaan terug te keren, hun Tempel weer te bouwen en Jeruzalem opnieuw te bevolken. Het duurde echter wel een tijdje. Ook voor de Christenen zou het een paar honderd jaar duren voor ze de Keizer zover kregen dat hij zich bekeerde tot het Christendom. Maar het Christendom had zich toen al zo vermengd met het Heidendom dat ook door de hele Christelijke geschiedenis profetische geluiden terug moeten grijpen op het oorspronkelijk ideaal. In onze tijd is de wereld een stuk groter geworden, maar tegelijkertijd zijn de afstanden tussen mensen een stuk kleiner geworden. De Romeinen kenden nog een verdeling in volken gebaseerd op zichzelf. Er waren beschaafde volken, die Grieks of Latijn spraken, volken die zelf een schrift hadden ontwikkeld zoals de Perzen en daarom geletterd werden genoemd en er waren barbaren die niets anders konden dan brabbelen. Die Romeinen moesten eigenlijk niets van die onbeschaafde en barbaarse volken hebben. Ze waren niet veel beter dan dieren, maar soms goed voor het leger of het vermaak. Rome wemelde van slaven die uit al die verschillende volken afkomstig waren en Paulus verklaart hier zich voor hen in te willen zetten. Kennen we dat niet, het beoordelen van mensen naar onszelf? Ingeburgerde mensen, blanke mensen, christelijke mensen, mensen die onze taal spreken maar niet christelijk zijn, mensen die onze taal spreken maar iets geheel anders geloven, mensen die een taal spreken die we nooit hebben geleerd op school. Zetten wij ons ook voor al die mensen in? Willen ook wij al die mensen tot hun recht laten komen? Beschouwen wij al die mensen als kinderen van God? Hoe vreemd of anders ze zich ook gedragen? Paulus gaat het om de goede boodschap van de bevrijding van de armen. Gaat het ons daarom ook? Of gaat het om het vasthouden aan onze eigen manier van leven met uitsluiting van anderen?

Genade zij u en vrede

vrijdag, 25 januari, 2008

Romeinen 1:1-7

Vandaag beginnen we te lezen in de beroemde Romeinenbrief. Een bijbelboek dat in de Protestantse Kerken een grote rol speelt. Voor veel Protestantse geleerden namelijk, dat begon al bij de Reformator Maarten Luther, wordt in deze brief een Christelijke leer uiteengezet die fundamenteel afwijkt van hetgeen in de Roomse zogenaamde kerk wordt geleerd. Men neemt aan dat de brief omtrent het jaar 56 vanuit het Griekse Korinthe aan de gemeente in Rome is gestuurd. De gemeente in Rome was niet door Paulus gesticht maar Paulus wilde graag naar Rome, overigens als tussenstop voor een reis naar Spanje. Om de brief goed te kunnen begrijpen moeten we ook iets weten van de geschiedenis van de tijd waarin de brief is ontstaan. In 54 was Keizer Claudius opgevolgd door Keizer Nero. In 50 had Keizer Claudius een heleboel Joden verbannen uit Rome maar die mochten nu weer terugkomen. Inmiddels was daar ook een bloeiende Christelijke gemeente gesticht juist door Joden uit Palestina. Maar die Joden vormden één gemeente met de Heidenen die zich op de Weg van Jezus van Nazareth hadden begeven. Dat gaf een groot conflict tussen Joden en Christenen en dat conflict gaf Paulus nog eens aanleiding om het eigen standpunt van de mensen van de Weg, de volgelingen van Jezus van Nazareth, uiteen te zetten. De brief begint met een formele groet zodat de brief ook in andere gemeenten kon worden gelezen. Centraal staat de verkondiging van gehoorzaamheid en geloof aan alle volken. Dat staat centraal bij Paulus, niet alleen in zijn brieven maar in heel zijn werk. Hij was een rondreizend evangelist die wilde dat alle volken zich naar Jeruzalem zouden keren. De weg van Jezus van Nazareth zou door zijn dood heen verder gaan. Als alle volken zich naar Jeruzalem zouden keren dan zou pas vrede aanbreken. Ondanks alle ellende die mensen elkaar konden aandoen was dat toch mogelijk die vrede. Dat noemde Paulus genade. Als je ziet, ook vandaag de dag, wat mensen elkaar bedoeld en onbedoeld kunnen aandoen dan zou je bijna niets meer met mensen van doen willen hebben. Dat was in de dagen van Keizer Nero niet anders dan in onze dagen. Toch heeft Paulus, en hadden de mensen van de Weg, er alle vertrouwen in, ze geloofden het stellig, dat het anders kon. Daarvoor moest je je niet naar Rome wenden maar naar Jeruzalem, naar Jezus van Nazareth. Niet de dood van een dood Keizerrijk, waar de beelden van godkeizer Claudius werden vervangen door de beelden van godkeizer Nero, maar het leven van Jezus van Nazareth dat het leven zou betekenen voor alle mensen. Een waarom we dit nu nog lezen? Omdat ook vandaag die Weg, van liefde voor elkaar, liefde voor je naaste als voor jezelf, het leven kan betekenen voor miljoenen mensen die dreigen om te komen door honger, geweld en ellende.

Die nooit zullen zwijgen

donderdag, 24 januari, 2008

Jesaja 62:6-12

Wachters op de muren die dag en nacht roepen om gerechtigheid. Die roepen door de poorten te gaan. De profeet heeft een visioen dat we graag met hem delen. Want het gaat om recht doen aan alle mensen op de aarde. Het gaat er om dat iedereen mee kan doen en dat niemand meer honger heeft of te lijden heeft van oorlog en ellende. Nooit zal het graan meer aan vijanden gegeven worden staat er. Wie zijn dan die wachters op de muren van Jeruzalem? Iemand die denkt dat de Bijbel letterlijk genomen moet worden zal ze niet vinden. In de tijd dat dit werd opgeschreven waren er geen muren in Jeruzalem. De stad was verwoest. Later werd de stad herbouwt en konden ballingen terugkeren maar ook toen bleef de stad niet de stad van Israel maar werd het achtereenvolgens door Grieken en Romeinen bezet. Het gaat dan ook niet om het letterlijke Jeruzalem maar om het hart van de wereld. Alle volken moeten zich immers daarnaar richten. De roep om door de poort gaan klinkt hier. Als je in de Bijbel poorten tegenkomt moet je bedenken dat daar de oudsten bijeen kwamen om recht te spreken. Zij die levenservaring hadden konden zich voorstellen hoe de Wet van Liefde toegepast moet worden in al die ingewikkelde vragen die het leven nu eenmaal met zich meebrengt. Daar werd dus recht gesproken en als de poorten dicht waren dan kon je er niet bij en werd er dus geen recht gesproken, werd er geen recht gedaan aan mensen die het recht meer dan hard nodig hebben. Als dat nu eens onder alle volken van de wereld ingang krijgt dan is er altijd een Jeruzalem waar je terecht kunt om recht voor mensen te halen. Tot die tijd moeten we het doen met de wachters op de muren die dag en nacht roepen om gerechtigheid, die nooit zullen zwijgen. En kennen we die wachters niet? De leden en medewerkenden van Amnesty International zoeken recht voor mensen waar ze ook wonen en wat ze ook gedaan hebben. Eerlijke rechtspraak onder eerlijke omstandigheden, en met inachtnemen van de fundamentele rechten van de mens. Zoek de site van Amnesty op en ontdek hoe eenvoudig is daaraan mee te doen en mee stem te geven aan al die mensen die roepen om het recht. Maar ook de vrijwilligers van Fair Trade en Wereldwinkels roepen om het recht. In hun winkels en met hun producten tonen zij het onrecht aan dat gedaan wordt aan producenten van producten en voedingsmiddelen die in arme landen wonen. Door bij hen te kopen versterk je de roep om gerechtigheid, om de mensen recht te doen die meer dan wie ook afhankelijk zijn van de productie van hun goederen maar die geen recht wordt gedaan omdat wij ons opsluiten achter de onrechtvaardige tolmuren. De wachters op de muren roepen om bevrijding van de armen, ze zwijgen nooit.

Het kleed van de bevrijding

woensdag, 23 januari, 2008

Jesaja 61:10-62:5

Het wordt dus tijd dat we een nieuwe jas aantrekken. Niet alleen het kleed van de bevrijding maar ook de mantel van gerechtigheid. En dan niet alleen. Niet alleen het volk dat het wel gelooft. Maar iedereen, alle volken. Want zeg nu zelf, brengt al die oorlog en ellende iets goeds voort? Bomaanslagen, vergeldingen, opnieuw troepen zenden, terroristen bestrijden, aktie en tegenaktie. Mischien dat je met alle volken samen, in het kader van de Verenigde Naties, ooit nog ergens iets goeds kan voortbrengen. Maar dan moet je het wel echt samen doen. Zolang de een zich beter vindt dan de ander wordt het niks, blijft het oorlog en ellende en aktie en tegenaktie. Sion is de berg waar de Wet van heb je naaste lief als jezelf werd bewaard. De Heilige Berg waar je tegenop kunt zien, maar waar ook je hulp vandaan kan komen. En vanwege het bestaan van die Wet, vanwege het geloof in de macht van de Liefde die daar vanuit gaat kun je niet zwijgen als er onrecht geschied. Als mensen geen recht wordt gedaan moet en zal dat aan het licht komen. Want het licht van de gerechtigheid komt van de fakkel van de redding. Dat is het visioen dat de profeet hier schetst. En hij schetst het temidden van de ballingschap. Op de berg Sion zoals hij die had gekend groeit onkruid. Jeruzalem, dat om die berg heen was gebouwd ligt in puin en de bevolking is weggevoerd. De grote mogendheden met hun afgoden, met hun glitter en praal, regeerden over de aarde. De ballingen in Babel konden niet anders dan de verhalen van het verleden opschrijven. De verhalen over de uittocht uit Egypte, de tocht door de woestijn, de ontdekking dat goden van goud, met eigen handen gemaakt, niks te betekenen hadden, maar dat de God die meetrok en Liefde als opdracht had de kans op leven betekende. Die verhalen gaven weer moed. Want als die God op die manier met je meetrekt, trekt die God dan ook niet in ballingschap met je mee? Zal uiteindelijk de Liefde voor je naaste, ja zelfs de liefde voor je vijanden, uiteindelijk niet tot de vrijheid en terugkeer naar Jeruzalem leiden? Dan zal die verwoeste stad weer tot bloei komen. Dan zal het land weer vrucht dragen. Niet door offers en aanbidding zoals de Heidenen geloofden, maar door Liefde tussen mensen. Dan zien niet alleen de volken de vrucht van het gaan met die God, maar ze sluiten zich er zelf ook bij aan. In het hart van alle volken staat dan de Wet van eerlijk delen, de wet van houden van je naaste als van jezelf. Dan is er nog maar één Heer op de wereld, dan is er niemand die zich meer acht dan een ander. Het mooiste van dit visioen is dat het al lang begonnen is en wij ons er vandaag nog bij aan kunnen sluiten. Gemakkelijk als het aantrekken van een nieuwe jas.

Bid voor wie jullie vervolgen

dinsdag, 22 januari, 2008

Matteüs 5:43-48

Dat je je vijanden lief moet hebben is een meer dan bekende opvatting van Jezus van Nazareth. Uiteindelijk zijn je vijanden ook je naasten. Dat het gekoppeld is aan het bidden voor wie je vervolgen is wellicht minder bekend. Bidden is niet dat je die vervolgers met je handen gevouwen en je ogen dicht onder de aandacht van God te brengen door ze hardop te noemen of sterk aan ze te denken. Bidden betekent in dit geval er alles aan te doen hen op de weg van het goede te brengen. Dat is heel wat moeilijker dan alleen hen lief te hebben die jou ook liefhebben of te bidden voor het leed dat je eigen verwanten overkomt. Nee, als we geloven dat God wil dat iedereen mee gaat doen in het Koninkrijk van God, wie zijn wij dan dat we daar mensen van uit zouden sluiten? Als God die anderen wil, waarom zouden wij ze dan ook niet liefhebben is de boodschap van dit stukje uit de Bijbel. In moderne termen heet dit inclusief denken. Altijd proberen in je denken en handelen ook anderen in te sluiten. Natuurlijk, als het gaat om salarissen, om CAO’s gaat het er om de verschillen niet onnodig groter te maken en te denken aan de mensen die de laagste inkomens hebben. We kunnen wat dat betreft een voorbeeld nemen aan de politie. Die vraagt een nominale loonsverhoging, allemaal hetzelfde er bij per maand, niet hetzelfde percentage maar hetzelfde bedrag. Dat is rechtvaardig. Het politiewerk is voor elke politiewerknemer even zwaar, verschillen zitten al in de salaristabellen. Daarom is het redelijk dat de beloning ook voor iedereen gelijk wordt opgetrokken. Andere vakbonden kunnen daar nog eens een voorbeeld aan nemen. Jammer is dat de minister van Binnenlandse Zaken dat voorbeeld niet wil volgen. De politieke partijen die anders de mond vol hebben van recht, gerechtigheid en rechtvaardigheid, zwijgen nu als het graf. Als het gaat om de verdediging van de belangen van de eigen werknemers zijn ze niet thuis. Ook voor die werknemers gaat de zon op voor de goede en de slechte werknemers. Ondertussen worden gehandicapten en chronisch zieken wel weer opgescheept met extra ziektekosten die ze niet kunnen vermijden. Eigen risico heet dat dit jaar. Een fors bedrag zullen ze extra moeten betalen. Er zou wel voor compensatie gezorgd worden is er vorig jaar beloofd maar dat lijkt iedereen ondertussen vergeten. Inclusief denken is er nog steeds niet bij, zeker niet als het gaat om denken inclusief de armen en de zwakken in onze eigen samenleving. Net zo min als het gaat om het liefhebben van onze vijanden in Afghanistan, nog steeds er niets geregeld over de zorg voor slachtoffers die onder Afghanen en Taliban vallen. Maar ja als je niet kan zorgen voor de zieken en gehandicapten hier moet je dat misschien ook niet verwachten.