Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor december, 2007

Vertrapt door de zwakken

vrijdag, 21 december, 2007

Jesaja 26:1-6

Wie het kerstverhaal uit het Evangelie van Lucas nog eens terugleest weet dat het zelfs de zwakste mensen nog kan lukken om het sterkste keizerrijk voor de gek te houden. Want wie had nu gedacht dat ze het bevel, om allemaal naar hun eigen plaats te gaan, in Bijbelse zin zouden uitleggen. Jozef en Maria trokken immers op naar Bethlehem omdat ze uit het huis en geslacht van David waren. Dat had alleen maar zin als ze geloofden dat ze de grond terug zouden krijgen die door Jozua aan de voorvaderen van David was toebedeeld. Elke vijftig jaar zou die grond bij iedereen weer in de familie terug komen. Er was geen plaats voor hen staat er dan, maar ze waren ook niet in Nazareth en konden voor de Keizer dus niet meegeteld worden. Het Evangelie van Lucas noemt schijnbaar terloops een stadhouder Quirinius, maar die leefde zeker 10 jaar na de geboorte van Jezus van Nazareth. Die Quirinius zou de eerste volkstelling hebben gehouden. Als dat zo is dan waren Jozef en Maria er in geslaagd de eerste poging van Augustus te laten mislukken. Een Wet als de Wet die in de Tempel werd bewaard geeft de armen van de stad een bescherming sterker dan de sterkste muur zegt de profeet in dit gedeelte van het Boek van de profeet Jesaja. Jozef en Maria zeiden het hem na in daden. Een daad die door de hele wereld elk jaar weer wordt gevierd. Want iedereen snapt een beetje dat als er in een donkere nacht licht gaat schijnen, dat licht met name voor gewone mensen gaat schijnen. Iedereen voelt aan dat als er feest wordt gevierd om de geboorte van een kind ergens in het veld, dan moet het wel een beetje vrede zijn en moeten mensen een beetje van elkaar houden. Vrede op aarde en in mensen een welbehagen. Het zijn de woorden die we vandaag lezen in een andere volgorde. Maar de boodschap is hetzelfde. Armoede is geen natuurverschijnsel. onrechtvaardige verdeling van kennis, inkomen en macht blijft niet vanzelf in stand. De rijken en machtigen kunnen wel denken dat ze veilig in een onneembare vesting wonen, zoals de Keizer dacht iedereen te kunnen registreren en dat iedereen thuis zou blijven als hij dat wilde. Zo werkt het niet. Zo werkt het ook vandaag niet. De onrechtvaardige behandeling van vreemdelingen door de overheid werd en wordt weerstaan door talloze mensen die mensen recht willen doen. Dat heeft geleid tot een Generaal Pardon, dat zal leiden tot een Nederland dat kleur bekent, kijk maar eens op de website van Nederland bekent kleur. Dat kan leiden tot recht en gerechtigheid in eigen land, maar ook over de grenzen waar de onrechtvaardige tolmuren zijn afgebroken. Die muren worden onder de voet gelopen, vertrapt door de zwakken, vertreden door de armen. We kunnen er vandaag mee beginnen.

Voor alle volken een feestmaal

donderdag, 20 december, 2007

Jesaja 25:6-12

Heel langzaam begint voor de profeet het feest te dagen. Op de berg waar de Wet wordt bewaard is het voor alle volken goed toeven, uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen. Een prachtig beeld je ziet het voor je. Het hoogtepunt is dan dat de dood voor altijd teniet wordt gedaan. Het is een beeld om over te juichen. Maar hoe zit het dan voor Moab? Dat volk wordt toch vertrapt staat er, zoals stro in mest wordt getreden? Het is dus niet voor alle volken, er zijn volken zoals Moab die niet mogen meedelen maar worden vertrapt. Moab was een volk uit de geschiedenis van het volk Israel. We nemen aan dat de profeet de vijand uit zijn tijd niet ongestraft kon noemen. Hij wees op een volk waarvan iedereen wist dat dat volk niet had willen delen met het volk Israel maar voortdurend bleef strijden tegen Israel, dat door de woestijn trekkend het land overvloeiende van melk en honing had bereikt. En daar ligt de sleutel tot dit verhaal. Moab was een volk dat niet wilde delen, dat die arme gevluchte slaven uit de woestijn eerder ging bevechten dan een plaats onder de volken te geven. Daarom werden zij vertrapt, want zulke volken zijn niet welkom aan de tafel van de Heer. Bij de Wet van eerlijk delen, van houden van elkaar als van jezelf, kun je niet aankomen met “eigen volk eerst”, niet met “ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken”. Op de Berg waar die Wet wordt bewaard gaat het over jezelf weggeven, desnoods breken als brood wordt gebroken, je bloed vergieten zoals wijn wordt vergoten. Die maaltijd van delen met ieder zonder eerst aan jezelf te denken is het hart geworden van de godsdienst van Joden en Christenen. Daarom gingen de Joden op naar de Tempel waar de Wet werd bewaard om samen met de tempeldienaars, de priesters, familie en armen en de vreemdelingen maaltijd te houden. Daarom hielden Christenen op de eerste dag van de week een maaltijd waarbij iedereen welkom was en alle onderscheid, tussen mannen en vrouwen, slaven en vrijen, Joden en Heidenen, armen en rijken, was verdwenen. Van die maaltijd kun je in kerken zo af en toe nog een herinnering tegenkomen. Dat zomaar alle onderscheid tussen mensen is verdwenen kan heel pijnlijk zijn voor mensen die graag macht uitoefenen. Daarom is soms die maaltijd voorbehouden aan Priesters, of heel heilig gemaakt, alsof in die maaltijd God wordt opgegeten. Maar pas op dat je niet bij het volk van Moab gaat behoren. De maaltijd van God is voor alle volken, is de godsdienst bij uitstek. De maaltijd in de Kerk is de godsdienstoefening, elk van ons oefent in delen met de ander. Een oefening die je dag in dag uit in de praktijk mag brengen.

U was een toevlucht voor de zwakken

woensdag, 19 december, 2007

Jesaja 25:1-5

Wat de liefde tussen mensen toch allemaal tot stand kan brengen. Niet altijd is dat direct zichtbaar. Neem nu de vrede in Noord Ierland. Daar vormen voormalige terroristen nu samen een regering. Protestantse en Rooms Katholieke leiders die elkaar verdoemden gaan hand in hand het parlement binnen om daar te zorgen voor een vreedzame samenleving. Natuurlijk duurt het nog wel een hele tijd voor alle leed zal zijn geheeld, alle tranen zijn gedroogd en alle angst voor elkaar zal zijn verdwenen. Maar die eenvoudige huisvrouwen die jaren geleden de Nobelprijs voor de vrede kregen en al die mensen die onophoudelijk onverzoenlijke tegenstanders met elkaar in gesprek brachten hebben uiteindelijk resultaat gehad. In Nederland waren er zeer lang zeer veel gezinnen die jaar in jaar uit Katholieke en Protestantse kinderen in hun huis ontvingen en daar samen een vakantie mee vierden. Die kinderen vormen nu de basis van de nieuwe vreedzame samenleving die daar aan het ontstaan is. Wederzijds kunnen ze zeggen dat het bolwerk van de barbaren geen stad meer is, dat het geweldadige volk ook God zal eren, dat de stad van de wrede volken ontzag voor God zal tonen. In Noord Ierland lijkt dat allemaal waar te worden. Jesaja had het natuurlijk niet over Noord Ierland. Hij had het over zijn eigen stad, zijn eigen land. Daar waren de mensen weggevoerd. Daar had het geweld van grote machtige rijken alles verwoest. Maar Jesaja wist dat, als mensen het niet opgaven ook hun vijanden lief te hebben, als ze volhielden met elkaar te delen, als ze de ogen openhielden voor de zwaksten, als ze door bleven gaan de hongerigen te voeden en de naakten te kleden, dat dan zou de dag komen dat de ballingen uit hun gevangenschap terug zouden keren en het land in vrede hersteld kon worden. Sinds de profeet dat opschreef en het in het boek van de profeet Jesaja terecht is gekomen is het de hoop geworden van ontelbare onderdrukte volken. Nooit kan de hoop op bevrijding worden opgegeven. Jezus van Nazareth gaf zijn volgelingen de opdracht de armen bevrijding te gaan verkondigen toen de hele wereld zuchtte onder het wrede juk van de Romeinen. Het zal ons in beweging moeten zetten. Het is niet zo dat God buiten ons om de hongerigen voedt, de naakten kleed en de armen bevrijdt. God daagt ons uit en zet ons in beweging om juist dat te doen, om die weg te gaan. Als wij doof blijven voor het geschrei van de kindslaven, de gedwongen prostituee’s, de gewetensgevangenen, de slachtoffers van oorlog en geweld, hoe kunnen we dan denken dat een God in de hemel dat wel hoort. Meer als een schaduw die de hitte van zon tempert hoeven we immers niet zijn.

De aarde zwalkt en waggelt

dinsdag, 18 december, 2007

Jesaja 24:14-23

Moeders kunnen dat nog steeds doen. Het enthousiasme van hun kinderen relativeren. Komt een kind thuis met een enthousiast verhaal roept moeder “dat zal een klap geven”. Jesaja roept iets vergelijkbaars. Vrome mensen juichen bij de gedachte dat de Rechtvaardige eindelijk de macht overneemt. Maar als recht en gerechtigheid gaan heersen dan moet er zoveel veranderen dat je er van kunt schrikken. Revoluties breken zelden uit zonder geweld. Georgië en de Oekraine zijn de de laatste pogingen waar volksbewegingen oude regimes tot heengaan dwongen. Maar ook daar hebben mensen er onder geleden en zijn de armen er niet direct beter van geworden. Voordat ook daar echte democratie gaat heersen en een rechtstaat is gevormd zal er nog heel wat tijd overheen gaan. Verzet tegen verandering is altijd groot. Maar het zal gebeuren. de bevrijding zal komen. Dat is de boodschap die Jesaja ons ook geeft. En iemand die zijn stad ziet leeghalen, die zijn volk ziet wegvoeren in ballingschap, die dan toch de moed opbrengt, het geloof zo U wilt, om er op te vertrouwen dat alles ten goede zal keren, voor zo iemand mag je toch wel enige bewondering hebben. Voor ons is dat gemakkelijker. Wij hebben de illusie dat als we genoeg soldaten, tanks en kanonnen naar Afghanistan sturen en als we dat dan ook nog doen met een heleboel landen er vanzelf vrede zal komen. Dat de aarde in Afghanistan zal schudden onder het geweld waarmee die bevrijding gepaard zal gaan wordt door menig voorstander ontkend. Dat de goddelozen in Afghanistan zich zullen verzetten en de oorspronkelijke bevolking zullen onderdrukken waar zij kunnen wordt door tegenstanders van de Nederlandse en Navo missie ontkend. Dat we niet alleen oog moeten hebben voor wederopbouw, of opbouw van een lang verloren en vergeten land, maar dat we vooral ook oog moeten hebben voor alle slachtoffers zou centraal moeten staan. Maar dat je een operatie inricht op hulp aan vijandige slachtoffers, op het voorkomen van burgerslachtoffers en op de begeleiding van je eigen soldaten ook lang nadat de operatie is afgelopen is nog zo ongekend dat bijna niemand het er over durft te hebben. Maar juist mensen die geluisterd hebben naar Jesaja, die mee willen doen in het verhaal van het volk Israel, die de bevrijding van onderdrukking en uitbuiting verwachten door Advent te vieren, zouden toch in de eerste plaats oog moeten hebben voor de slachtoffers van oorlog en geweld. Voor die slachtoffers zou je wat moeten doen. Jezus riep eens op je kruis op je te nemen achter hem aan. De afrekening met de machten van hemel en aarde zal pas komen als we ook als land en als Navo in staat zijn in de eerste plaats naast de slachtoffers te gaan staan. Dat zal een klap geven.

Ook de groten der aarde kwijnen weg.

maandag, 17 december, 2007

Jesaja 24:1-13

Als het een keer mis gaat in een samenleving dan gaat het voor iedereen mis. En als het mis gaat zoals Jesaja dat hiet beschrijft dan gaat het ook grondig mis. Het gaat als bij de fruitoogst in een boomgaard of een wijngaard. Als je het fruit van de bomen hebt geplukt, of de druiven van de ranken hebt geknipt, dan blijft er niets over. Of er een storm overheen is gegaan, maar je kunt er niet meer van eten en de bladeren zijn nutteloos geworden want ze beschermen knoppen noch vruchten. Jesaja spreekt over een verwoeste stad en hij beschrijft de stad nadat deze is ingenomen door een groot en machtig volk. Je kunt nog zo hoog van de toren blazen maar verliezen doe je toch. Een samenleving die niet voor elkaar zorgt, die niet met elkaar wil delen gaat daar aan ten gronde. Alleen in samenlevingen waar men samen wil delen en voor elkaar wil instaan kan de kracht opgebracht worden een vijand te weerstaan. In onze geschiedenis zijn Alkmaar en Leiden daar voorbeelden van toen ze de Spaanse overmacht wisten te weerstaan. Jesaja begint in deze passage de oorzaken te noemen van de ellende. De aarde is door haar bewoners ontheiligd, de voorschriften zijn overtreden en de mensen zijn aan de wetten voorbijgegaan. Dat is de oorzaak van alle ellende. Jesaja wist niets van klimaatveranderingen en energieverspilling. Daar heeft hij het ook niet over, maar het is wel de vloek die in onze dagen de aarde dreigt te treffen. Op Bali hebben de machtigen van de aarde gevoeld dat je zonder elkaar niet kan. Dat je status, religieuze, politieke en etnische verschillen opzij moet zetten en met de hele bewoonde wereld het probleem moet zien op te lossen. Dat uitgangspunt is in Bali aanvaard, maar er zal nog een lange weg gegaan moeten worden om de vloek te weren. We zullen elk voor zich moeten werken aan een milieubewust gedrag. We zullen samen de muren moeten slechten die de armen arm en ons rijk houden. Onze politici doen nu wel opgelucht en flink dat ze Amerika en de ontwikkelingslanden bij elkaar hebben gebracht en technologie gaan overdragen in ruil voor vermindering van uitstoot, maar over de noodzakelijke economische voorwaarden om de armen te laten overleven hoor je ze niet. Die stem zullen we zelf aan de nood van de armen moeten geven. Bestrijding van de klimaatverandering en de energiecrisis is ook, en vooral, bestrijding van de armoede in de wereld. Economische groei in de arme landen hoeft geen groei te zijn van uitstoot van broeikasgassen en vervuiling. De grondstoffen komen voor een groot deel uit arme landen, en daar is zonneenergie en soms ook wind- en aardwarmte energie. Aan ons om bereid te zijn te delen.

Vertrouw niet op mensen met macht

zondag, 16 december, 2007

Psalm 146

We hebben de verkiezingen voor de politicus van het jaar weer achter de rug. Het is daarbij heel duidelijk geworden hoe verdeeld het volk is. Ook de journalisten van de parlementaire pers zijn zeer verdeeld. Echte winnaars zijn er dan ook eigenlijk niet. Al zullen mevrouw Verdonk en meneer Wilders het hier niet mee eens zijn, zij immers werden tot winnaars uitgeroepen. Zij roepen het hardst tegen de gevestigde macht en veel mensen die ook onvrede hebben met de gevestigde macht roepen met hen mee en vinden eigenlijk dat ze nog te zacht roepen. Maar hen laten roepen tegen de machthebbers in ons land, is dat ook vertrouwen op stervelingen waar geen redding is, zoals in deze Psalm gezongen wordt? Moeten we ons niet geheel en al naar een andere kant wenden? De Psalm prijst gelukkig wie de God van Jakob tot hulp heeft. Jakob was de man die zijn vader en zijn broer bedroog en daarom moest vluchten naar zijn oom Laban. Daar werd hij op zijn beurt bedrogen maar uiteindelijk keerde hij met vier vrouwen, 12 zonen en een dochter terug, om een hele nacht met een vreemdeling te vechten die hem mank sloeg. Ondanks het verdwijnen van zijn lievelingszoon bleef Jakob echter geloven dat hij zou uitgroeien tot een groot volk, hij hield de rest van zijn zonen bijeen en schroomde niet ze te laten bedelen om voedsel in Egypte. Dat werd hun redding en uiteindelijk zouden de nakomelingen van Jakob uit Egypte vluchten als slaven de woenstijn in. Naar die God moeten we ons wenden, want die God is volgens deze Psalm trouw tot in eeuwigheid, die doet recht aan verdrukten, geeft brood aan hongerigen, bevrijdt de gevangenen, opent de ogen van de blinden, richt de gebogenen op, heeft de rechtvaardigen lief, beschermt de vreemdelingen en steunt de wezen en de weduwen. Van het rechtdoen aan de verdrukten tot de steun aan de weduwen komt ons dat toch wel heel bekend voor. Dat zijn de zaken die we zelf, die we samen moeten doen, waar we ook onze politici op moeten afrekenen. Je kunt van Verdonk en Wilders veel zeggen maar toch niet dat ze de vreemdelingen beschermen en die staan toch echt in het rijtje van de godsdienst. Want al die dingen doen is het beoefenen van onze godsdienst. Dienst aan mensen is immer dienst aan God. Het zijn de woorden van God die ons in die richting voortdrijven. Dat was de ontdekking die de nakomelingen van Jakob in de woestijn deden. Niet het oprichten van beelden, niet het kiezen van idols, of van politici van het jaar, maar het houden van je naaste als van jezelf, dat brengt uiteindelijk een einde aan ellende. Daarom sluit de Psalm met het noemen van Sion, daar werd de Wet van Liefde, van eerlijk delen, bewaard. Dat is de enige machthebber die het over ons te zeggen mag hebben.

Want ze berokkenen zichzelf kwaad.

zaterdag, 15 december, 2007

Jesaja 3:8-15

Als ze alleen zichzelf kwaad zouden berokkenen zou het misschien niet zo erg zijn. Maar de samenlevingen die zich van de “Heer” hebben afgekeerd en hun eigen weg zijn gaan volgen lopen bij het rechtsgeding dat tegen hen wordt gevoerd aan tegen de beschuldiging dat ze de armen zwaar mishandelen. De aanklachten die Jesaja beschrijft betreffen misschien andere misdrijven maar zouden ook vandaag de dag geuit kunnen worden. Rijke landen hebben namelijk nog steeds geen zin om werkelijk iets aan de klimaatveranderingen te doen terwijl de armsten de eerste en de zwaarste slachtoffers zijn. Kennelijk tellen ook bij klimaatconferenties alleen de eigen belangen. Pas wie ziet hoeveel opkomende economiën als India en China bijdragen tot onze eigen welvaart snapt misschien dat zorg voor de armen in de wereld, zorg voor eerlijk delen, ook zorg voor onszelf is. Alleen moeten we de zorg voor anderen doen zonder op ons eigen belang te letten. Klachten over werkgelegenheid die verdwijnt zijn dan ook niet echt terecht. Met de verdwijnende werkgelegenheid ontstaan ook markten voor onze producten.We moeten dus altijd bereid zijn te delen met de armsten. In de tijd van Jesaja werd tegen de machtigen geroepen dat ze de wijngaard in de brand hadden gestoken en hun huizen hadden gevuld met wat ze de armen ontnomen hebben. Wij doen niet anders door onze buitengrenzen te beschermen tegen de invoer van industriële produkten uit het buitenland om zelf de grondstoffen uit datzelfde buitenland te kunnen blijven bewerken. “De onrechtvaardige tolmuren” heet dat. Nu weigeren we technologie ter beschikking te stellen die arme landen in de gelegenheid zou kunnen stellen een duurzame ontwikkeling mogelijk te maken. Verspilling is makkelijk, maar gaat meer en meer geld kosten, duurzaam ontwikkelen is moeilijker maar goedkoper. Als we blijven weigeren zelf op te houden met verspillen en daardoor de prijzen van energie kunstmatig hoog houden en tegelijkertijd weigeren om duurzame technologie om niet beschikbaar te stellen aan arme landen dan storten we willens en weten de armen in het verderf. We zien de voorbeelden in die delen van Afrika waar nu al gevochten wordt om de macht om schaarse grondstoffen. De oorlog in de Congo wordt voor een groot deel gevochten vanwege de winst op mineralen die nodig zijn om onze mobiele telefoons te maken. Het valt te hopen dat er nog zoveel volgelingen van de Wet van de Liefde en eerlijk delen op de wereld zijn dat er voldoende mensen tegen de machtigen en weigerachtige regeringen te hoop lopen dat ze op andere gedachten gebracht kunnen worden.

 

Stel mij niet aan als leider van het volk.

vrijdag, 14 december, 2007

Jesaja 3:1-7

Veel mensen keren zich af van de politiek. Dat was vroeger zo en dat is vandaag de dag niet anders. Als volgend jaar de inwoners van de Verenigde Staten een president mogen kiezen dan doet maar een kwart van de kiesgerechtigden mee. Voor veel mensen is de politiek een chaos. Mensen die zich voordoen als regeerders, maar ondertussen blijft het leed in de wereld. Politici spreken mooie woorden maar zelden worden die gevolgd door verstandige daden. Voor arme mensen komt daar nog bij dat zij zich het hoofd breken over de vraag hoe de eerste levensbehoeften te betalen terwijl die politici vorstelijk worden beloond. Elke stut en steun van de machtigen, de regeerders, de mensen van aanzien ontbreekt. Het is alsof kibbelende kinderen het parlement bevolken, de jongeren de straten onveilig maken, het zinloos geweld vrij spel heeft en iedere willekeurige voorbijganger het wel voor het zeggen kan krijgen als die een nette jas aan heeft. Jesaja schetst zo te zien niet de samenleving van enkele duizenden jaren geleden maar Jesaja schetst de samenleving van nu. Tenminste de samenleving zoals veel mensen die vandaag de dag nog beleven. Dat nadat we hebben gelezen dat er maar één Heer is, één die de macht heeft mensen te bevrijden van de slavernij van de armoede. Die God is liefde en waar is die God temidden van de chaos van de huidige samenleving. Is dat een God die je beschermt tegen straatrovers? Is dat een God die je kinderen beschermt tegen drugsdealers? Is dat een God die de vreemdeling in je buurt voor jou verstaanbaar maakt? Ook die God lijkt te zeggen dat je ook God maar niet als leider van het volk moet aanstellen. Maar als de redding zelfs niet bij God lijkt te liggen, waar moeten we ons dan toe wenden. Hebben we echt niet meer dan onszelf, zwak als we zijn, niet bij machte het onheil van deze wereld te keren? We hebben alleen nog het gebod onze naaste lief te hebben als onszelf. Daar moesten we ons aan houden en daarin moesten we mensen zien mee te krijgen. Daar mogen we de politiek op aanspreken en dag en nacht mochten we op grond van die wet ijveren voor recht en gerechtigheid. Dat zal dus moeten werken. Dat geeft de moed op oudejaarsavond mee te lopen met de buurtvaders om de jeugd voor ontsporen te behoeden, dat geeft moed de dealers in de buurt te melden bij de politie zodat er niet nog meer slachtoffers vallen, dat geeft de rust om meer tijd te nemen om onze buren van vreemde herkomst zelf maar onze taal te leren verstaan, dat legt de woorden in onze mond om onze regeerders te blijven vertellen wat er nodig is in de stad. We moeten niet op anderen vertrouwen maar op de Liefde die wij van God gekregen hebben om te delen met de minsten. Dat is de boodschap van Jesaja.

Wie hoogmoedig was, buigt het hoofd.

donderdag, 13 december, 2007

Jesaja 2:10-22

Het Joegoeslavië tribunaal heeft de generaal die jaren lang de leiding had over de belegering van Serajewo veroordeeld tot 33 jaar gevangenisstraf. De nabestaanden van de onschuldig doodgeschoten slachtoffers zullen verzuchten dat eindelijk gerechtigheid is gedaan. Aanklaagster Del Ponte zal bij haar afscheid toch iets van voldoening moeten voelen over de straffen die inmiddels zijn opgelegd. De belangrijkste verdachten blijven op de vlucht en zullen dat ook nog lang moeten blijven, Mladic en Karacic zijn in onze dagen synoniemen voor voortvluchtige criminelen. Hoe belangrijk de generaals en de leider van Servisch Bosnië ooit ook waren, hoe hoog zij in aanzien stonden, ze zijn gevallen en dienen zich verborgen te houden in rotsspelonken en onder de grond op de vlucht voor het internationale recht. Het is het visioen van Jesaja. Hij schreef dat in de tijd dat Israel als een klein misbakseltje vertrapt dreigde te worden onder de laarzen van de internationale politiek. Het volk van Israel zou in de tijd van het boek van Jesaja in ballingschap worden afgevoerd. Niets wees er op dat een God van Liefde, die als enige Heer op aarde werd genoemd, nog macht had, laat staan dat die God de enige was die uiteindelijk macht zou hebben. Zo was het in de zwartste dagen van Bosnië Herzogowina toen niemand geloofde dat de machtige Serviërs, met Rusland als machtige bondgenoot, verslagen zou kunnen worden en een nieuw leven voor de mensen mogelijk zou zijn. Nederlandse soldaten die met een handvol mensen Srebrenica moesten beschermen hebben nog nachtmerries over de wrede overmacht die hen daar verdreef. Toch is het vrede in Serajewo, toch is er een onafhankelijk volk dat geen angst meer hoeft te hebben, toch wordt er recht gedaan aan slachtoffers en nabestaanden. Het geeft hoop aan volken die net zo worden onderdrukt en bedreigd. Zoals het volk Israel ooit terugkeerde uit ballingschap en de Tempel met de Wet van delen met elkaar weer opbouwde, zo kunnen wij de God van Liefde weer de baas laten zijn van onze samenleving en in onze wereld en daarmee een begin maken met bevrijding van onderdrukten. Al die hoogmoedigen, de rijken en de machtigen, die denken dat hun rijk eeuwig zal duren, zullen vallen. Ze zullen eens moeten vluchten en zich verstoppen omdat recht zal worden gedaan aan hun slachtoffers. We hebben na de Tweede Wereldoorlog tribunalen gehad voor oorlogsmidaden. Die Tribunalen zijn uiteindelijk uitgelopen op een Internationaal Strafhof dat kan uitgroeien tot een waarschuwing voor iedereen die denkt onaantastbaar te zijn. Wij mogen er op vertrouwen dat het zal werken, zoals Jesaja er op vertrouwde dat zijn Heer pas echte macht had op aarde.

 

Goden die ze vormden met hun eigen handen.

woensdag, 12 december, 2007

Jesaja 2:6-9

Soms is de Bijbel actueler dan je zou denken bij een boek dat vele duizenden jaren geleden tot stand is gekomen. In een tijd van Idols, verkiezingen van de mooiste, de beste, de populairste, de uitbundigste, de grappigste en noem maar op waar je nummer 1 in kunt zijn spreekt de Bijbel over goden die je kunt vormen met je eigen handen. In onze dagen worden zelfs politici kennelijk niet meer gekozen vanwege het beleid van hun partij maar vanwege hun voorkomen en hun vermogen rake opmerkingen te maken die zich lenen voor korte nieuwsflitsen. Dat bij al dat streven naar Idolvorming de minsten, de zwaksten uit het zicht raken en alleen nog maar een last vormen is begrijpelijk. Natuurlijk, zielige gevallen leveren soms nog wel eens een tranentrekkend TV programma op, maar werkelijk voorgoed iets doen voor mensen die te kort worden gedaan is er niet bij. Nee, ze laten zich eerder in met waarzeggerij. Alsof ook Jesaja eens een blik heeft geworpen op het bedrog dat Char heet. Ze vullen hun land met zilver en goud. Natuurlijk wil de Europese Unie vrijhandel, grondstoffen uit Afrika vrij naar Europa en de producten die daarvan gemaakt worden samen met de overschotten uit de Europese landbouw vrij naar Afrika. Dat daardoor in Afrika alleen maar meer mensen in armoede ten onder gaan doet niet ter zake, ook niet voor de Nederlandse minister van ontwikkelingssamenwerking of de Nederlandse premier. Wij maken ons op voor de volgende SMS verkiezing, of zoeken op internet wanhopig naar de site waar we vandaag weer een stem kunnen uitbrengen. De verkiezing politicus van het jaar roept zelfs op een site van Christenen onrust en discussie op, alsof het land nog niet vol genoeg is van godenbeelden. In de Naardense Bijbel besluit de passage van vandaag met te zeggen dat de mens zichzelf vernederd door het aanbidden van de idolen die men zelf heeft gemaakt. We lopen er ondertussen massaal achteraan. En zijn we aan de ene god gewend dan scheppen we weer een nieuwe. Soms gaan artiesten daar aan onderdoor. Wordt het leven ondraaglijk omdat ze van hun godenzweem zijn ontdaan en alleen nog maar voor pseudo-god mogen spelen. Wanhopig zoeken ze wegen om toch nog bekend te worden of te blijven en toch nog eenmaal in de godentempel Ahoy, of een voedbalstadion, zich te laten aanbidden door een enthousiaste massa. Als dat niet lukt kan dat tot diepe depressie leiden, tot een wanhopige uitzichtloosheid. Te weinig mensen beseffen wat je anderen kunt aandoen met al die persoonsverheerlijking, met al die keuzes voor de hype van de dag op allerlei terreinen. De Bijbel roept ons op om van de minsten onder ons een hype te maken. Dat lijkt vruchtbaarder en meer vreugde te brengen.