Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor november, 2007

We wilden onszelf tot voorbeeld stellen

vrijdag, 30 november, 2007

2 Tessalonicenzen 3:6-18

Vandaag sluiten we de lezing van deze tweede brief aan de gemeente van Tessalonica af. Ook hierin een tekst die tot misverstanden heeft geleid. “Wie niet werkt zal ook niet eten” schrijft Paulus. Die tekst wordt sindsdien liefdeloos toegepast op iedereen die niet werkt. Elke ondersteuning door de Kerk of door de Staat wordt gegeven alsof het gegeven wordt aan criminelen. Tot aan de tandeborstel in de badkamer toe worden mensen gecontroleerd die aanspraak moeten maken op hulp en ondersteuning omdat ze uit arbeid te weinig of zelfs niets verdienen. Heeft Paulus hier nu die hulp eigenlijk verboden of ten minste afgeraden? Niets is minder waar. Voortdurend roept Paulus op om zorg te dragen voor de minsten in de samenleving, voor de zieken, voor de gehandicapten, voor de slaven, voor de weduwen en de wees. Het kan niet zo zijn dat delen met de minsten betekent hen te laten werken en als ze dat niet kunnen ze te laten creperen. Een eigen plaats geven in de samenleving betekent inderdaad soms werk te geven. Daarvoor moet met werkgevers gesproken worden en dat gebeurt door de vertegenwoordigers van de overheid maar zelden als het gaat om individuen. Natuurlijk met werkgevers en werknemers organisaties wordt uitgebreid, uren en dagenlang, vergaderd door de bestuurders van onze samenleving. Maar individuele werkgevers en werklozen en gehandicapten merken daar in de praktijk meestal maar weinig van. Waar Paulus het over heeft is het profiteren van gemeenschappen van de mensen van de weg door zogenaamde voorgangers. Die dichten zich zoveel werk toe dat ze vinden dat ze daar royaal voor betaald moeten worden. Tegenover dat soort voorgangers stelt Paulus zichzelf tot voorbeeld. Hij, en met hem zijn reisgezelschap, heeft altijd zelf gewerkt voor zijn levensonderhoud. Dat lag niet aan onwil van de gemeente van Tessalonica maar aan onwil van Paulus zelf. Het is heel verleidelijk zo’n gemeente van mensen van de Weg, van mensen die alles willen delen met een ander, op te zadelen met de last van de zorg voor een voorganger en diens familie. Dat wijst Paulus af. In diverse kerken is men daarom zeer voorzichtig met het in dienst nemen van voorgangers. Salarissen en huisvesting hangen dan af van centraal gemaakte afspraken en staan vaak los van de rijkdom of armoede van de gemeente waar voorgegaan wordt. Met die waarschuwing neemt Paulus afscheid. Broeders en zusters die toch mee willen profiteren moeten daarop aangesproken worden. Verder is er maar één Heer, in de wereld, maar ook in de kerkelijke gemeenschap. Allen zijn dienaren van die ene Heer en niemand is er meer of beter dan de ander.

Niet iedereen is betrouwbaar.

donderdag, 29 november, 2007

2 Tessalonicenzen 3:1-5

Waarom zou je je iets van een ander aantrekken als je bidt? Paulus vraagt de gemeente in Tessalonica voor hem en zijn gezelschap te bidden. En hij wil behoed worden voor slechte en kwaadaardige mensen. Moet je de missie van Paulus dan aan hem overlaten? Kun je zelf niet iets doen om hem te beschermen? Bidden is hier kennelijk niet zozeer het melden bij een ander die er dan wel voor zal zorgen, maar zelf nadenken over wat je samen kunt doen voor die Paulus. Zelf vroeg Paulus maar zelden om geld voor hem en zijn vrienden. Hij was riemensnijder, in zijn dagen een eerbiedwaardig handwerk omdat goedgesneden riemen nodig waren bij tenten en bij wagens. Hij kon zijn geld zelf wel verdienen en dat deed hij dan ook. We mogen aannemen dat ook de mensen die met hem meereisden zelf de kost verdienden. Het waren mensen van de Weg en die stonden er om bekend alles wat ze hadden te delen, niet alleen met elkaar maar ook met de armen die ze tegenkwamen. Daar kon ook de gemeente van Tessalonica wat in bijdragen. Giften in geld kon zo’n gezelschap van reizende predikers natuurlijk goed gebruiken. Daarmee konden ze ook beschermd worden tegen slechte en kwaadaardige mensen. Dat waren de mensen die misbruik maakten van de goedheid van het reisgezelschap van Paulus. Maar als je niet je laatste bezit hoeft op de maken aan misbruikers kun je ze misschien ook nog laten merken hoe slecht ze zijn en ze daarmee van hun slechte pad afbrengen. Door Paulus en zijn werk te ondersteunen help je dus hem te beschermen en de komst van het Koninkrijk te bespoedigen. In onze dagen ligt zo’n bede op de deurmat van de aktie Kerkbalans. Ondersteuning van de kerk in je eigen omgeving. Anoniem kun je bijdragen. Niet de voorganger of het kerkbestuur profiteert daarvan maar het bestaan van de kerk en de diaconie, het lichaam van de kerk dat met de armen deelt. Al die gemeenschappen waar de inkomsten afhangen van luid aangeprezen collecten moet je wantrouwen. Ook in de Protestantse Kerk wordt gecollecteerd, maar ook die collectes zijn niet bestemd voor het inkomen van de voorganger maar voor het onderhoud van de Kerk en voor de diaconie. De collectes in een Protestantse Kerkdienst hebben overigens vaak meer weg van een symbool, als we toch bij elkaar zijn dan laten we zien dat we delen, het eigenlijke geld wordt opgebracht uit acties als Kerkbalans. Steunen kunnen we de komst van het Koninkrijk dus nog steeds. Unicef,  Kerk in Actie, Wereldwinkel, Fair Trade, Oxfam Novib, zijn maar enkele mogelijkheden van heel vele waarmee je de armen bevrijding kunt aanzeggen, vandaag en vooral in deze dagen van delen met elkaar.

 

In al het goede dat u doet en zegt

woensdag, 28 november, 2007

2 Tessalonicenzen 2:13-17

Het mag duidelijk zijn dat de schrijver van de brief aan de gemeente in Tessalonica de leden van de gemeente daar hoog heeft zitten. Nu zijn de brieven die in het Nieuwe Testament zijn beland niet alleen bestemd voor de geadresseerde naar wie ze zijn vernoemd. Die brieven waren voor iedereen en gingen van hand tot hand nadat ze geschreven waren en die brieven zijn nog steeds voor iedereen, daarom staan ze in de Bijbel. Heeft de schrijver van deze brief ons daarom ook zo hoog zitten? Als we net zijn als de gemeente in Tessalonica wellicht wel. Hoe was die gemeente en wat zouden wij daarvan kunnen leren. Deze passage uit de brief geeft daar iets van een antwoord op. De gemeente behoort tot de eersten die de Weg van Jezus van Nazareth zijn gaan volgen. In onze cultuur hebben we dat verhaal over die weg al meer dan duizend jaar mogen horen maar omdat we telkens opnieuw geroepen worden die weg te gaan en ons af te keren van de weg die in de wereld wordt gevolgd mogen ook wij ons rekenen tot de eerstelingen, je moet er fris tegenaan kunnen kijken. De gemeente in Tessalonica staat daarmee in een traditie. Nu was Jezus van Nazareth niet het begin van die traditie. Integendeel, want hij riep immers, in navolging van Johannes de Doper, op tot terugkeer naar het volgen van de Wet van de Woestijn, eerlijk delen en houden van je naaste als van jezelf. Die eeuwenoude traditie waarmee een heel volk, na hun ontsnapping uit de slavernij in de Woestijn, was begonnen monde uit in de manier waarop Jezus van Nazareth met de minsten in zijn tijd omging. In die traditie stond de gemeente in Tessalonica en in die traditie mogen wij dus ook gaan staan. Er wordt hier dan ook gesproken over het Evangelie dat ons geroepen heeft en de liefde die we gezien hebben. Dat Evangelie, letterlijk betekent dat “blijde boodschap”, was, volgens het Evangelie van Lucas, de verkondiging van de bevrijding van de armen. Niet een bevrijding door geweld maar een bevrijding door de Liefde. En daarmee wordt de wens dat wij gesterkt mogen worden in al het goede dat we doen en zeggen ook een wens voor ons. Dat goede geldt op alle terreinen, de voedselbanken, de zorg voor vreemdelingen, de zieken, de gevangenen, de afschaffing van de tolmuren, de strijd tegen klimaatveranderingen die als eerste de armen treffen en noem maar op. Dat geld ook voor de zorg voor de scholieren die in aktie komen tegen de verloedering in het onderwijs. Natuurlijk moeten we ze voorhouden dat geweld en vernielzucht niet de weg is om te gaan, maar ouders en leerkrachten dienen niet te luisteren met oordopjes in zoals de staatssecretaris doet. Op ouderavonden en in lerarenvergaderingen dient ook opgestaan worden tegen scholen die met list en bedrog aan de lesnorm proberen te voldoen door leerlingen neplessen te bieden. Daarmee brengen we onze scholieren op de verkeerde weg en het is goed dat ze daartegen in beweging komen.

Laat u door niemand misleiden

dinsdag, 27 november, 2007

2 Tessalonicenzen 2:1-12

Tot op dag van vandaag zijn er predikers, evangelisten en voorgangers die hun gemeenten en de gelovigen bedriegen door te doen alsof ze weten wanneer het einde van de geschiedenis daar is. Alles heeft een begin en een einde dus ook de geschiedenis. Alleen God heeft geen begin en geen einde, daarom kunnen we over God zelf ook niets verder zeggen dan dat wat God van ons wil. Het einde van de geschiedenis ligt in het duister verborgen, het komt als een dief in de nacht had Jezus van Nazareth gezegd. Maar het komt en zoals in onze geschiedenis het kwaad steeds weer door mensen onder ons wordt gebracht vertrouwen gelovigen er op dat in het eind van de geschiedenis alle kwaad zal zijn verdwenen en alle tranen zijn gewist. Paulus had zijn volgelingen opgeroepen te leven alsof het einde van de geschiedenis elke dag zou kunnen plaatsvinden. Dat wordt vermoeiend als het een paar jaar duurt, of , zoals wij nu weten, een aantal eeuwen. In Rusland zit nu weer een kleine gemeenschap onder de grond te wachten tot het einde van de geschiedenis komt. We kennen verhalen van mensen die op een berg gingen zitten of in een woestijn. Als dan het einde van de geschiedenis maar uitblijft kunnen mensen zo wanhopig worden dat ze een eind aan hun leven maken en aan het leven van hun partners, kinderen en vrienden. Wie wijst op de spoedige komst van het Koninkrijk van God kan daar dus mede schuldig aan zijn. Wat Paulus bedoelt is dat je alvast mag beginnen met alles wat in dat Koninkrijk aan de hand zal zijn.Tranen van bedroefden kun je wissen, hongerigen kun je voeden, naakten kun je kleden, met de armen kun je delen, onrecht kan bestreden en opgeheven worden. We hoeven ons niet neer te leggen bij de schijnbare wetmatigheid van onrecht en geweld in deze wereld. Dat onrecht en het geweld zijn niet het laatste woord in de geschiedenis. Het laatste woord is aan God, is aan liefde, is aan Recht en Gerechtigheid. Wie zich niet aan de Wet van eerlijk delen, de Wet van de Liefde wil houden zal merken dat dat niet vol te houden is, de wettelozen zullen vergaan schrijft Paulus. Als je helemaal nauwkeurig leest dan schrijft Paulus zelfs dat die verkondigers van de spoedige komst van het einde van de geschiedenis het kwaad zelf zijn. Zij sluiten de gemeente af van de wereld, zij laten de armen aan de kant liggen, de blinden zonder zicht en de lammen wijzen ze geen weg. Zogenaamde genezingen gaan gepaard met show en verheerlijking van mensen, om de inzamelingen van liefst veel geld niet te vergeten. Paulus schrijft over valse tekenen en wonderen. Laten we ons niet laten misleiden en dat wat gedaan wordt aan de minsten onder ons de maat laten zijn van waarachtig geloof.

Om te worden geprezen

maandag, 26 november, 2007

2 Tessalonicenzen 1:1-12

Vandaag beginnen we met het lezen van de tweede brief van Paulus aan de gemeente in Tessalonica, de Griekse stad in, de tegenwoordige Griekse provincie, Macedonië. Samen met de eerste brief van Paulus aan de gemeente in Tessalonica vormt deze brief een van de oudste geschriften uit het Nieuwe Testament. Er zijn geleerden die aannemen dat de brief werd geschreven zo’n 20 jaar na de dood van Jezus van Nazareth aan het kruis in Jeruzalem. De brief neemt enkele misverstanden weg die waren ontstaan na de eerste brief die de gemeente in Tessalonica had gekregen. Er zijn dan ook geleerden die er aan twijfelen of Paulus deze brief wel zo snel na de eerste heeft geschreven maar misschien pas aan het eind van zijn leven zich genoodzaakt zag nogmaals deze Griekse gemeente een brief te sturen. Er zijn ook geleerden die denken dat Paulus misschien helemaal deze brief niet heeft geschreven maar dat het later nodig werd om als aanvulling op hetgeen in de eerste brief stond deze brief te schrijven. De kwestie die voor onrust in Tessalonica had gezorgd, en niet alleen daar, was de wederkomst van Christus. Paulus had in de eerste brief gesuggereerd dat de gemeente die wederkomst eigenlijk elke dag moest verwachten. Dat had men vrij letterlijk genomen. Wij weten inmiddels na 2000 jaar dat je daar toch ietwat anders tegen aan moet kijken. In deze eerste verzen legt de schrijver nog eens uit waarom het terecht is de gemeente zo te prijzen als in de eerste brief werd gedaan. Ze hadden al die loftuitingen kennelijk van zich geworpen, bescheiden als ze waren. Ze hadden het overigens niet gemakkelijk. De gemeente werd zwaar vervolgd om wat ze deden voor de slaven en de armen. In dit hoofdstuk komt het Evangelie van Jezus van Nazareth weer terug en we weten uit het Evangelie van Lucas dat dit de boodschap is dat de armen bevrijdt zullen worden. Wie daar niet aan gehoorzaamd zal zelf onderdrukt worden staat hier, en we kunnen ons voorstellen dat de machthebbers in Tessalonica daar niet blij mee waren en een dergelijke groep mensen probeerden te onderdrukken. Dat verhaal dat je, door met elkaar te delen, door elkaar lief te hebben, door elkaar als gelijken te behandelen, en door datzelfde te doen voor iedereen in je omgeving,  elke aardse overheid uiteindelijk kan weerstaan en verslaan, trekt natuurlijk toch mensen die arm zijn, ziek zijn, in slavernij worden gehouden en zich onderdrukt voelen. Zij worden niet met geweld bevrijdt maar met liefde. Daar is een overheid niet tegen bestand. Dat blijkt ook in onze dagen, vreedzame demonstraties die ergens voor zijn, vallen nauwelijks te verbieden. Dat moet ook ons hoop geven op de bevrijding van de armen en de afbraak van de onrechtvaardige tolmuren.

Wereldwijd bant hij oorlogen uit

zondag, 25 november, 2007

Psalm 46

Het is een gewoonte die je nog steeds in kerken tegenkomt. Neem een bestaande melodie en maak daar een nieuwe liedtekst op die je dan met elkaar kunt zingen. Echte musici hebben daar een hekel aan. In de nieuwe bundel Tussentijds, die in veel Protestantse Kerken naast het Liedboek wordt gebruikt, zul je dan ook maar weinig nieuwe liederen terugvinden op een oude bekende melodie. Maar de gewoonte gaat terug op zeer oude tijden. De Psalm die we vandaag meezingen is er ook een voorbeeld van, al is de melodie verloren gegaan. Deze psalm werd oorspronkelijk gezongen op de melodie van het lied “De jonge vrouwen”. Het is dan ook een feestlied en feestliederen zing je met elkaar. Een feestlied op God, een feestlied van “wij zijn niet bang”, dat is het thema van dit lied. Of er hoge golven zijn, woeste rivieren of hoge bergen het maakt allemaal niet uit. Wij hoeven niet bang te zijn want God overwint. Dat klinkt mooi. Zo mooi dat Maarten Luther op deze psalm zijn beroemde lied over de “Een vaste Burgt is onze God” schreef. Maar natuurrampen zijn niet zo gemakkelijk af te weren. Natuurlijk als je samenwerkt kun je leren om dijken te bouwen en zee te bedwingen. Wij hebben daar eeuwen over gedaan. Onze handel overzee maakte ons ondertussen rijk. We konden  immers anderen dwingen om producten voor ons te maken zodat we die konden verhandelen. Zo werden de mensen uit Banglah Desh gedwongen om jute te telen. Ze bleven daardoor wel arm en de kennis die nodig is om rivieren een veilige loop te geven en de zee te bedwingen kregen ze niet. Het gevolg is dat ze nu niet bestand zijn tegen tropische stormen en dat bij de laatste storm duizenden zijn omgekomen en vee en oogst zijn vernietigd.Zeker ook omdat wij jute hebben vervangen door plastic. Sommige hulporganisaties waren al bezig om de kennis van dijken en waterbeheersing over te dragen maar daar was nog maar weinig geld voor beschikbaar. Wij kiezen wel de besturen van onze waterschappen die alles weten van  dijken en water maar we dwingen hen niet die kennis te delen met de armen in de wereld zodat ook die beschermd kunnen worden tegen natuurgeweld. Alleen de liefde voor de naaste kan dat voor elkaar krijgen. Dat bezingt deze psalm want de zangers van dit lied hadden daar een onverwoestbaar  vertrouwen in. Net zo’n vertrouwen hadden ze in vrede. Deskundigen voorspellen dat er oorlogen zullen uitbreken over het water. Maar wij weten dat die oorlogen uitblijven als wij bereid zijn te delen. Als we echt bereid zijn onze kennis van waterbeheersing te delen dan worden die wateroorlogen uitgebannen voordat ze begonnen zijn. Dat is pas meezingen van deze psalm. Dan pas kunnen we zingen over de  God van Jakob, die meetrok naar het Egypte van Jozef dat tijdens honger bereid was om voedsel te delen en die het volk bevrijdde van de slavernij en door de woestijn leidde naar het land dat overvloeide van melk en honing.

Wees waakzaam

zaterdag, 24 november, 2007

Lucas 21:29-38

Een goede raad die Jezus van Nazareth geeft. Wakker blijven en vooral letten op de goede dingen die aan het gebeuren zijn. Zoals de bomen in de lente uitlopen en daarmee de zomer aankondigen zo zijn de landen die onafhankelijk geworden zijn en mee gaan doen in de vergadering van volken tekenen dat de armoede in de wereld, dat onderdrukking en geweld, uiteindelijk kunnen verdwijnen. Niet alles gaat in één keer goed. Het communisme is bijna van de aardbodem verdwenen maar we vieren volgend jaar de Olympische Spelen in communistisch China, een land waar de staat en de partij belangrijker zijn dan de mensen, waar zorg voor mensen bestraft kan worden met gevangenisstraf of zelfs de dood. En ook in de landen waar het staatscommunisme is verdwenen is niet direct de democratie tot bloei gekomen en worden de mensenrechten gerespecteerd. Maar al die nieuwe landen die ontstaan zijn zijn nu wel gemakkelijker aan te spreken op het lot van de minsten in die landen, onze broeders en zusters. Al die nieuwe landen en die nieuwe regiems maken wel de vergadering van volken, de Verenigde Naties, tot een meer effectief samenwerkingsorgaan. Je ziet dan ook dat de rijken zich gaan verzetten tegen de toenemende invloed en macht van de VN. Je ziet dat Amerika nu oorlogen voert buiten de VN om en dat rijke landen als Engeland en Nederland de neiging hebben die politiek te volgen en zelfs de ondersteunen. We zijn geneigd om te letten op de negatieve ontwikkelingen die ons omringen, ons te laten terneerslaan door de zorgen van alle dag die iedereen heeft. Maar letten op de goede tekenen geeft nieuwe energie, zoals je in de lente ook weer zelf de warmte van de zon in je lichaam kunt voelen, zoals je in de lente ook zelf de energie krijgt om weer naar buiten te gaan en van de natuur te genieten.
Zo mogen gemeenten nu in de stadhuizen en stadskantoren kiezen voor uitsluitend producten met het Max Havelaar label. Zo zijn er nog steeds veel vrijwilligers voor de voedselbanken en zijn die voedselbanken een groeiend teken dat het nog steeds misgaat met de armoede bestrijding in ons land en dat daar meer aan gedaan moet worden. Zo zijn er nog steeds wachtlijsten bij taalcursussen en inburgeringscursussen als teken dat mensen die hier niet geboren zijn waarachtig wel wat over hebben om bij ons te gaan horen. Gelukkig wordt dat streven in toenemende mate beantwoord door kerken en groepen die maaltijden en gesprekken organiseren met de vreemdelingen onder ons. Het is nog lang geen zomer in het Koninkrijk van God, maar de lente kom je er zomaar tegen.

Want jullie verlossing is nabij

vrijdag, 23 november, 2007

Lucas 21:20-28

Je hoort het in kerken en in zogenaamd Christelijke bijeenkomsten nog wel eens roepen door een voorganger: “Je verlossing is nabij”. Jezus van Nazareth spreekt niet in een dergelijk enkelvoud. Hij spreekt in meervoud over een heel volk dat geknecht en onderdrukt wordt. Volken zoals de zwarte bevolking van Zuid-Afrika, zoals de bevolking van de DDR en andere door zogenaamd communistische regiems geregeerde landen. Volken als Irak onder de wrede dictatuur van Saddam Hoessein, Palestina onder de terreur van het conflict met Israel. Voor die volken komt altijd het uur van bevrijding. Altijd komt de tijd dat de kracht van liefde voor mensen, de macht van vredestichters, groter is dan de macht van het kwaad. Juist als je weet dat een beweging van vredestichters, die aandacht hebben voor de minsten in de samenleving, die niet mee willen doen met het verheerlijken van de wereldlijke machthebbers maar onophoudelijk hongeren en dorsten naar gerechtigheid, zal worden onderdrukt, bespot, vervolgd en vernederd, dan is het meer dan nodig om te wijzen op de afloop. Altijd zal het goede uiteindelijk de overhand krijgen. Want hoewel we het kwade voortdurend weer in de wereld helpen door de verkeerde machthebbers te steunen, door pracht en praal te bewonderen, door eigen voordeel te stellen boven het belang van de armen en de zwakken, is dat kwade tot ondergang gedoemd.  Individuele bekering betekent dan ook niet dat de verlossing dan komt. Nee, bijna integendeel, de lijdensweg begint dan pas. Je kunt lang genieten van het leven, eten, drinken en vrolijk zijn zoals de Prediker schreef. Maar het gaat gepaard met zwoegen en jagen en najagen van lucht. Want het gewin dat met carriére en voorspoed wordt verkregen is van stof en zal tot stof vergaan. Telkens weer klinkt in ieders leven de oproep om het anders te gaan doen, om te breken met het leven zoals in de wereld van idols en fatsoen geleefd wordt. Dan begint het zien van de ellende die de wereld voor veel mensen meebrengt. Dan gaan de ogen open voor de mensen die prachtige goederen en heerlijk voedsel produceren en daar geen eerlijk loon voor krijgen. Dan wordt de roep gehoord van gewetensgevangenen, die om hun overtuiging en het opkomen voor mensenrechten in de cel zijn gezet. Dan wordt meegeleefd met de kinderen die wees geworden zijn door de Aids epidemie en het gebrek aan geld voor medicijnen. Dan is er geen rust voor de hongerigen zijn gevoed en de naakten gekleed. Dan is het wijzen op de komende verlossing van al die ellende meer dan nodig, dan wordt het evangelie brengen werkelijk het verkondigen van de verlossing van de armen.

Alles zal worden afgebroken

donderdag, 22 november, 2007

Lucas 21:5-19

Er zijn in het Christendom een aantal misverstanden. Vandaag lezen we in het Evangelie van Lucas de bron van zo’n misverstand. Uit de overlevering, en een beetje uit de officiële geschiedenis, weten we dat het met de directe volgelingen van Jezus van Nazareth uiteindelijk niet zo best is afgelopen. Een aantal van hen zijn kennelijk wreed vermoord door de Romeinse overheid. Een aantal eeuwen lang in het begin van onze jaartelling zijn christenen vervolgd omdat ze weigerden de Keizer als god te erkennen en ook om offers te brengen aan andere goden. Tot uiteindelijk Constantijn de Grote keizer werd en zich bekeerde tot het Christendom. Toen was de vervolging over en ontstond het misverstand dat wat Jezus van Nazareth had gezegd over de gevolgen van het volgen van zijn weg alleen gold voor die vroege christenen. Maar wie nauwkeurig de geschiedenis beziet weet dat er altijd mensen zijn geweest die hun leven in dienst stelden van de minsten in de samenleving en dat die mensen altijd het risico liepen in conflict te komen met de heersende machten. Of die heersende machten zich nu Christelijk noemden of niet. Tot op de dag van vandaag maakt dat niet uit. Wat uitmaakt is of de liefde voor de naaste een gift is waar je trots op kunt zijn en waar je eer en waardigheid aan kunt ontlenen of dat die liefde voor de naaste de samenleving veranderd omdat de minsten daar weer een waardevolle plaats in krijgen. In het eerste geval is er geen gevaar te duchten. De rijken en de machtigen zijn altijd gevoelig voor goede sier, maar verandering van de verhoudingen in de samenleving zijn echt gevaarlijk voor hun positie en daar zal altijd weerstand tegen zijn. Gisteren behandelde de Tweede Kamer het belastingplan en zoals gewoonlijk verzette het CDA zich tegen elke poging de lasten in de samenleving eerlijker te verdelen en de rijken wat meer mee te laten betalen zodat de armen het wat beter zou krijgen. Het CDA als schild voor de rijken. Dat verzet nu is de weerstand die uitloopt op de vervolgingen die Jezus van Nazareth schetst als hij hoort praten over de mooie dingen die er in de Tempel zijn. Die mooie dingen zijn de dingen die voorbij gaan. Geen steen zal op de andere blijven. De oudste monumenten op de wereld zijn aan verval onderhevig. Als er geen conserveringsmiddelen werden uitgevonden zouden ze binnenkort verdwenen zijn. Een aantal van de oorspronkelijke zeven wereldwonderen, allemaal bouwwerken, zijn al verdwenen in het duister van de tijd. Oorlogen en rampen hebben we ook nog steeds en goede mensen worden nog steeds vervolgd omwille van het goede dat ze doen. Elke dag is dus de vraag aan welke kant we willen staan en welke offers we bereid zijn om te brengen. Denk dus niet dat Christendom “geluk, vrede en vreugde” zal brengen, niets is minder waar.

Ze verslinden de huizen van de weduwen

woensdag, 21 november, 2007

Lucas 20:41-21:4

Over het voor de schijn opzeggen van lange gebeden zullen we het hier niet hebben. Dat heeft het Christendom al te veel schade berokkend. Jezus van Nazareth spreekt over de religieuze leiders van zijn tijd, maar de religieuze leiders van onze tijd kunnen er ook wat van. In alle tijden zijn er mensen die gekleed in fraaie kledij proberen eerbied af te dwingen terwijl ze ondertussen de armen uitpersen om zelf nog rijker te worden. Fraaie woorden en nog fraaier bezit moet het kwalijke van hun handelen verbloemen. Onder collectanten is al heel lang bekend dat je ook in onze dagen beter kunt collecteren in een wat armere wijk dan in een wijk met rijke bewoners. In die wat armere wijk haal je niet alleen naar verhouding meer op maar vaak ook nog gewoon nominaal veel meer, daar zitten de collectebussen veel voller. We kennen de procentuele loonsverhogingen die het verschil in salaris tussen de rijken en de armen jaarlijks verder vergroten maar we horen eigenlijk nooit over de procentuele giften. Als je we de bereidheid tot geven zouden uitdrukken in procenten van het inkomen dan zouden we merken dat het percentage dat de armen geven vele malen groter is dan het percentage dat de meeste rijken geven. Er is sinds de dagen van Jezus van Nazareth principieel niet veel veranderd. Daarom blijft het verhaal hoogst actueel en dient het verhaal voortdurend verteld te blijven worden. De waarschuwing voor de heren in zwart gestreepte antraciet pakken en de dames in mantelpakken of goed gesneden broekpakken is ook vandaag geldig. Het zijn de mensen die de schuld van de armoede bij de armen zelf leggen. Die de duurste schoolreisjes en werkweken voor hun kinderen bepleiten en dan boos zijn dat mensen leningen af sluiten om ook hun kinderen dit schijnbaar goede te gunnen. Slechts zelden staat er tijdens de ouderavonden iemand op die vraagt om een meer sociaal beleid en een systeem van eerlijk delen waarbij alle kinderen mee kunnen doen zonder dat de ouders voor te zware lasten worden gezet. In een samenleving waar steeds vaker ouders alleen hun kinderen groot moeten brengen en zonder buitenschoolse kinderopvang zelf de kost moeten zien te verdienen van de overheid moeten we eigenlijk veel meer op elkaar letten, en op de kosten waar we elkaar mee opzadelen, dan ooit het geval is geweest. Wie nog wel eens naar een kerk gaat ziet dat de uitspraken van Jezus van Nazareth er in elk geval toe hebben geleid dat bijna niemand meer vooraan durft te gaan zitten. Dat is een teken dat het met de lange schijngebeden en het opeten van de huizen van de weduwen nog lang niet gedaan is. Die mensen die zich van geen kwaad bewust zijn maar er naar verlangen opnieuw samen te vieren dat de armen bevrijding is aangezegd kunnen namelijk gerust vooraan gaan zitten.