Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor oktober, 2007

Het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals de kinderen.

woensdag, 31 oktober, 2007

Lucas 18:9-17

Wat betekende de uitdrukking “Trick or Treat”? Het is iets als “Struikel of Tracteer”. Als je niet deelt dan moge je alle ellende overkomen waar je bang voor bent. En als dat Engelse zinnetje klinkt dan kun je er van op aan dat de geesten, heksen, monsters, geraamten, vampiers en duivels niet veraf zijn. Het is het feest dat de kinderen in de Verenigde Staten op 31 oktober vieren. Haloween, een feest dat ook hier steeds meer bekend wordt. Een feest dat afkomstig is uit delen van Engeland en Ierland en dat hoort bij feesten als Sint Maarten en Sint Nicolaas. Hele oude volksfeesten die rond het winterseizoen de mensen er aan herinneren dat buiten in de kou mensen rondzwerven die geen warmte en geen wintervoorraad hebben. Bedelfeesten zijn er de hele winter door. Haloween is de eerste, en Carnaval is de laatste maar de betekenissen zijn steeds weer dezelfde. Alleen door te delen van wat er nog is komen we samen de donkerste tijden door. Voor Protestanten is 31 oktober een hele andere feestdag. Het is de geboortedag van het Protestantisme. In 1517 spijkerde Maarten Luther de stelling op de slotkapel van Wittemberg dat het doorkomen van de donkerste dagen niet te koop was zoals de Paus van Rome wilde doen geloven. Alleen het vertrouwen dat de Liefde, dat God zelf, je door het donker heen zou leiden zou de redding zijn, verkondigde Maarten Luther. En wij kunnen daar aan toevoegen dat alleen kinderen zo gek zijn om daarin te blijven geloven, zij zijn zo gek dat ze in Amerika eind december verkleed als spook, in delen van Nederland half november met een uitgeholde suikerbiet, in Nederland en Vlaanderen begin december met een wortel en stro in de schoen, in Zuid-Nederland en Vlaanderen rond 6 januari met een ster en half februari op een kar door dorp en stad durven trekken. Zij vertrouwen er op dat met dat plezier in het samen delen de donkerste tijden tot pleziertijden worden omgetoverd. Maarten Luther was uit angst voor de Duivel in de Bijbel gaan zoeken naar manieren om de Duivel de baas te worden. Hij ontdekte dat je gewoon niet in de Duivel moest geloven maar je geloof moest stellen in Jezus van Nazareth. Juist als je gaat beseffen hoe ver je van het Koninkrijk af staat omdat je niet wilt en kunt delen met anderen begint dat Koninkrijk ook voor jou te leven. Als je denkt er bij te horen omdat je je zo keurig aan de regels houdt dan is het Koninkrijk nog heel ver weg. Kinderen weten dat, die kunnen alleen feest vieren als ze dat samen kunnen doen, samen met andere kinderen. Daarbij maakt kleur, afkomst of inkomen niet uit. Daar telt alleen het vermogen bij te dragen aan het plezier voor elkaar. Met die kinderlijke opstelling vieren we de komst van het Protestantisme en gaan we de donkere winterperiode in.

Of laat hij hen wachten?

dinsdag, 30 oktober, 2007

Lucas 18:1-8

Het komt nog steeds voor dat recht verkregen wordt door mensen die vasthoudend om het recht blijven vragen omdat de instanties die recht moeten verschaffen blij zijn er af te zijn. Tegenwoordig worden mensen daarbij geholpen door TV programma’s als Radar en Kassa want bedrijven willen nu eenmaal niet geportreteerd worden als bedrijven die mensen geen recht doen. Recht doen aan individuele mensen in onze samenleving is sinds de tweede helft van de vorige eeuw een item dat steeds weer om aandacht vraagt. Na de sociale rechtshulp, die inmiddels weer is weg bezuinigd, hebben we ook de Nationale Ombudsman gekregen die er voor kan zorgen dat ook de overheid haar onderdanen recht doet. Rechtvaardig mensen behandelen is in onze samenleving de norm, we hechten er veel waarde aan. Waarom zou het dan zo weinig gebeuren? In de eerste plaats omdat veel mensen niet om hun recht vragen. Dat is op zich jammer want vaak is het zo dat als aan één persoon recht is gedaan aan velen recht kan worden verschaft. Maar ook heeft het te maken met macht. TV programma’s en een Nationale Ombudsman zijn nodig omdat machthebbers en rijken misbruik maken van hun positie als het gaat om recht te verschaffen aan kleine mensen. Jezus van Nazareth raad aan om te blijven vragen om recht. Bidden is voor hem kennelijk ook zorgen dat aan mensen recht wordt gedaan, want als hem gevraagd wordt wat het effect is van bidden komt hij met het verhaal over de weduwe die maar niet ophoudt. Aan het eind is er echter de vraag of er nog mensen zijn die voldoende vertrouwen hebben in het feit dat ook echt aan mensen recht kan worden gedaan. Zoals de profeten het hadden uitgedrukt die “hongeren en dorsten naar gerechtigheid”. Dat is een vraag die aan ons wordt gesteld. Helpen wij mensen als hen onrecht wordt aangedaan of wanneer aan hen geen recht wordt gedaan? Hebben wij oog voor de bedrijven, overheden en instanties in onze eigen buurt, waar we misschien zelfs zelf werken, die mensen onvoldoende recht doen? Staan we naast mensen die geen recht worden gedaan? Hongeren en dorsten we inderdaad onophoudelijk naar gerechtigheid? In de woorden van Jezus van Nazareth: geloven we wel? Bidden we wel? Smeken we de overheid die de weduwe afwijst om haar te helpen in het vertrouwen dat onze politici zich laten vermurwen en de armen zullen helpen als we het ze maar onophoudelijk vragen. Kloppen we op de muren van de regering met de vraag nu eindelijk de onrechtvaardige tolmuren te slopen in het vertrouwen dat wij net zo hard moeten roepen als onze broeders en zusters uit de armste landen in de wereld? Zijn we vandaag net als de weduwe uit het verhaal? Of horen we liever bij de goddelozen van wie geen recht te verwachten is.

Denk aan de vrouw van Lot!

maandag, 29 oktober, 2007

Lucas 17:31-37

Dat oudere mensen denken dat het vroeger beter was is bijna een spreekwoord geworden. Het is overigens niet helemaal waar. De hoogbejaarden onder ons weten nog van de tijd dat er geen AOW was, de tijd dat hun ouders nog extra hard moesten werken om de opa’s en oma’s van toen in leven te houden. Omdat dat zo moeilijk was, zeker na de Tweede Wereldoorlog in de tijd van de wederopbouw, werd de AOW bedacht. Die Tweede Wereldoorlog was ook al geen tijd om met plezier op terug te kijken. En daarna de wederopbouw, een tijd waarin het langzaam beter ging maar waarin ook grote problemen te overwinnen waren. Een tijd zonder TV, met weinig vakantie en zes dagen in de week werken. Pas toen de vijfdaagse werkweek kwam en de TV algemeen ingevoerd werd kon ook het leven wat aangenamer worden. Zo zijn we nu in een tijd van grote welvaart aangeland als je dat vergelijkt met de tijd van 100 jaar geleden. Wie blijft staren op wat vroeger was mist toch een heleboel waarvan te genieten is. “Maar”, zegt Jezus van Nazareth, het wordt nog mooier, “ik ga iets nieuws beginnen, het is al begonnen, merk je het niet”. Huub Oosterhuis maakte van deze prachtige tekst van een profeet een heel mooi lied dat in canon eindeloos gezongen kan worden. Nu is de passage uit het Evangelie van Lucas die we vandaag lezen helemaal niet zo mooi. Je zou toch denken dat alle mensen wel goed met elkaar zouden kunnen opschieten tegen de tijd dat het Koninkrijk van God zou komen. Dan zouden alle problemen toch voorbij zijn? Dat zijn toch alle tranen gewist? Nee dus, zo zal het niet zijn. Het is al begonnen maar kijk om je heen, de strijd om de armen te helpen is nog steeds een strijd, bezit is nog steeds een afgod waar maar weinig mensen afstand van kunnen doen, als twee mensen van elkaar houden wil er één nog maar al te vaak de baas of bazin zijn. En als er iets mislukt of ergens doden vallen zijn er altijd een hele boel mensen die er aan willen verdienen en er een slaatje uit willen slaan. Dat is allemaal niet veranderd sinds de dagen van Jezus van Nazareth. We zullen ons er niet door uit het veld moeten laten slaan, we weten dat mensen die het goede willen door de geschiedenis heen ook het goede hebben nagelaten en wel zoveel dat we er op door kunnen bouwen. we kunnen eerlijker delen zodat meer mensen meer AOW kunnen krijgen, we kunnen gevangenen opvangen in Exodus huizen zodat ze een betere kans op een eerzaam leven kunnen krijgen, we kunnen de onrechtvaardige tolmuren afbreken zodat armen ook op onze markten hun waar te koop kunnen aanbieden, we kunnen op slachtoffers van oorlogen letten zodat de vrede dichterbij komt, we kunnen elkaar informeren over rampgebieden als in Darfur zodat het lijden op de wereld afneemt. En met dat alles kunnen we vandaag beginnen omdat het Koninkrijk van Jezus van Nazareth al begonnen is.

Zo zal het ook gaan.

zondag, 28 oktober, 2007

Lucas 17:20-30

Op het moment dat het over vreemdelingen gaat zijn mensen geneigd grenzen te gaan trekken. Daarom begint dit stuk met de vraag naar het Koninkrijk van God. En voor grenzentrekkers komen er dan verwarrende antwoorden. Je kunt dat Koninkrijk niet zien, je kunt het niet aanwijzen, als je er niet aan meedoet kun je beter niet willen dat het komt, als je er wel aan meedoet kan het niet vlug genoeg komen, en, wat nog het meest zal verbazen is, dat het vlakbij is, onder handbereik, zomaar voor het grijpen. Maar de leerlingen van Jezus zullen de dag zelfs niet meemaken dat het komt. Voor hen was de dag van de Mensenzoon immers al begonnen met het volgen van Jezus. In de Kerken en onder de geleerden is heel lang gestreden over hoe het nu zit met de komst van dat Koninkrijk, de komst van de Mensenzoon en het oordeel over goed en kwaad dat mensen te wachten zou staan. Nu zijn wetenschappers echte grenzentrekkers en voor grenzentrekkers was dit hoofdstuk heel verwarrend. Voor de volgelingen van Jezus van Nazareth zal het heel wat minder verwarrend geweest zijn. Zij kenden immers ook het verhaal dat dat Koninkrijk van Jezus van Nazareth niet een Koninkrijk zou zijn zoals we dat in de wereld kennen, koninkrijken met grenzen en grensbewaking, waar koningen gaan en komen, waar staatsgrepen zijn en legers en waar machigen elkaar bevechten om de macht. In het Koninkrijk van Jezus van Nazareth mag iedereen meedoen, met dat meedoen kun je zelfs elke dag al beginnen. Als de mensen de sporen van dat Koninkrijk herkennen dan weet je dat het er nog niet echt is. Niets is immers volmaakt en we kunnen altijd beter. Maar als er voor de armen wordt gezorgd, als hongerigen worden gevoed, als naakten worden gekleed, als er voor gevangenen wordt gezorgd dan weten we dat er aan de ene wet van heb Uw naaste lief als Uzelf, de enige wet van dat bijzondere Koninkrijk, al vast wordt gedaan. Daarom kunnen we er ook niet op wachten. Dat zou mooi zijn, als we ouder worden gaan we wel goed doen, als het zomer is gaan we wel goed doen, of juist als het winter is. Misschien ben je morgen wel dood. We hebben het boek Prediker gelezen die daar steeds maar weer voor waarschuwt. Je rijkdom, je aanzien, je macht kun je niet meenemen. Als de donkere dagen komen kan alleen een bondgenootschap je redden en dat bondgenootschap kun je maken door te delen met wat je nu hebt. Daarom wijst Jezus van Nazareth op het lijden dat hij moet doormaken. Pas als wij het lijden zien, en het lijden van de minsten onder ons is ook zijn lijden, dan pas komen wij in beweging, dan pas worden wij geroerd en zijn we bereid de handen uit de mouwen te steken en dat Koninkrijk te grijpen. Let maar op als de gruwelbeelden uit Darfur op de TV komen, dan komt de beweging voor de armen daar pas goed op gang. Beter is het natuurlijk elke dag de ogen open te houden.

Het was een Samaritaan

zaterdag, 27 oktober, 2007

Lucas 17:11-19

Je moet maar durven, laat Wilders het maar niet horen, een vreemdeling behandelen als een landgenoot, net doen of die vreemdeling geen milimeter anders is dan de anderen. Dat zou volgens het Evangelie van Lucas de weg van Jezus van Nazareth zijn, de zogenaamde Joods Christelijke traditie waar Wilders de mond van vol heeft. Lees dit verhaal maar over die 10 mensen met huidvraat. Lang werd die huidvraat aangezien voor melaatsheid maar de laatste jaren wordt aan die vertaling toch wat getwijfeld. De Naardense Bijbel blijft overigens huidvraat wel vertalen met melaatsheid. Hoe het ook zij, het was een ziekte die al voorkwam in de wetten van Mozes. Daar stond in dat mensen die genezen waren zich aan de Priester moesten laten zien. Die Priester kon ze dan weer hun plaats in de samenleving teruggeven. Die plaats waren ze kwijt geraakt zolang ze besmet waren met de melaatsheid. Maar een Samaritaan, dat was iemand van verdachte komaf, die werden niet tot de Joden gerekend, dat was een vreemdeling. En vreemdelingen hoefden zich helemaal niet aan de Priester te laten zien. Dat nu stelt Jezus van Nazareth ter discussie. Volgens de wetten van Mozes hadden vreemdelingen immers ook hun rechtmatige plaats in de samenleving. Je moest ze zelfs uitnodigen bij de religieuze maaltijden die je op de feestdagen met je familie, de tempelbedienden en de armen moest houden. Waarom zouden die Priesters dan ook de vreemdelingen niet hun rechtmatige plaats in de samenleving kunnen teruggeven? Ooit had een profeet zelfs een vijandige krijgsheer die met huidvraat was besmet de huidvraat van zich af laten wassen in de Jordaan en hem een nieuwe plaats in de samenleving gegeven. Dat afwassen leek toen al wel wat op de doop die ook Johannes de Doper bij de Jordaan gepredikt had. Een nieuw leven begon voor mensen die het op een andere manier wilden proberen. En de mensen met de huidvraat wilden zeker een ander leven dan dat als buitengeslotenen. Zijn wij in onze dagen nu anders dan de 9 die niet terugkeerden bij Jezus van Nazareth? Als je de kranten leest en de TV kijkt konden we daar wel eens heel sterk aan moeten twijfelen. Wij bekijken mensen van een andere komaf als de traditioneel Nederlandse toch ook als vreemdelingen, als mensen die buitengesloten zijn. Hoe vaak hoor je Nederlandse jongens met Marokaanse ouders niet bestempelen als “vervelende Marokaantjes” in plaats van als “lastige hangjongeren”. Die “Marokaantjes” gaan zich dus als buitengeslotenen gedragen en houden zich aan geen enkele wet of regel meer. Waarom zouden ze ook, ze horen niet bij de Marokaanse samenleving, daar weten ze de weg niet, maar ze mogen ook niet bij onze samenleving horen. Jezus van Nazareth wijst ons een andere weg, die traditie levert meer op.

Wij zijn maar knechten

vrijdag, 26 oktober, 2007

Lucas 17:1-10

Een mens wil ook wel eens bedankt worden nietwaar, een schouderklopje zo af en toe maakt dat je blijft weten wat je waard bent. Maar zo langzamerhand nemen we die schouderklopjes en die beloningen zo voor vanzelfsprekend dat het ontbreken er van ons direct doet ophouden met werken. Stank voor dank heet het dan, je doet iets goeds maar je krijgt er niets voor terug. Het is niet de levenshouding die Jezus van Nazareth ons hier voor houdt. In de eerste plaats maken mensen voortdurend fouten. Daar moet je ze niet voortdurend op aanspreken, maar je moet ze de kans geven het de volgende keer foutloos te doen. Dat vraagt soms wel even meer dan zeggen dat je ze vergeeft. Soms moet je uitleggen wat er fout was en wat er anders zou kunnen maar dan moeten ze weer een nieuwe kans krijgen. Vergeven heet dat proces. Vergeven is dus niet van zand er over, voor vergeven zijn er twee nodig, een die de kans geeft en een die de kans te baat wil nemen. Maar wat dan als er weer een fout wordt gemaakt? Dan moet je weer vergeven zegt Jezus van Nazareth, zeven maal als dat nodig is. En zeven is het heilige getal, dus niet vergeven van 1,2,3,4,5,6,7, maar net zo lang tot het volmaakt is, tot het goed gaat en de fouten niet meer gemaakt worden. Met eindeloos geduld dus. Je wilt immers zelf ook geen fouten maken? Je bent zelf immers ook blij als iemand je de kans geeft het weer goed te gaan doen als je een keer de fout ingegaan bent? Je hoop toch ook steeds weer de kans te krijgen het op de goede manier te doen? Daarom is het dat als je je naaste net zo liefhebt als jezelf je telkens opnieuw samen met de die ander er aan werkt de fouten te herstellen en in plaats van het verkeerde het goede te doen, tot het volmaakt is. Jezus van Nazareth wijst er op dat de beste houding die van de knecht is. Die klopt zich niet op de borst, verwacht geen andere beloning dan die welke is afgesproken, die hoeft niet iets extra te krijgen maar zal zeggen dat enkel en alleen de plicht is gedaan. “We deden wat we moesten doen” horen we zelfs de helden uit de oorlogen van onze dagen zeggen, de gewonden uit Afghanistan, de in de steek gelaten soldaten uit Srebrenica. Net als de veteranen uit de Tweede Wereldoorlog die Europa bevrijd hebben van wrede tyranie. Ze deden slechts wat nodig was voor mensen in nood. In die houding mogen we ons dag in dag uit oefenen. We kunnen niet de hele wereld op onze schouders nemen maar samen kunnen we veel. We kunnen aandacht blijven vragen voor kinderen in gevangenissen, voor vluchtelingen die hier door onze overheid worden bedreigd, voor de slachtoffers in Darfur. Binnenkort begint voor die laatsten een grote TV aktie. Laten we tenminste kennis nemen van de onvoorstelbare humanitaire ramp die daar plaats vindt en stem geven naar onze politici en hen aan het werk zetten, omdat het nodig is.

 

Veel lezen mat het lichaam af

donderdag, 25 oktober, 2007

Prediker 12:9-14

De laatste passage uit het boek Prediker. We sluiten het af. Het boek gaf ons de raad te genieten van wat we hebben. Streven naar meer en beter is streven naar lucht en leegte en dus najagen van wind. Beter is het te delen met elkaar. Ook in deze slotpassage klinkt weer die raad, heb ontzag voor God en leef zijn geboden na. Dat je ze na moet leven is overigens nog niet eens zo gemakkelijk vertaald. In de statenvertaling wordt gesproken over het houden van de geboden, de vertaling uit 1951, die werd vervangen door de Nieuwe Bijbelvertaling die we hier volgen, spreekt van het onderhouden van de geboden, de Naardense Bijbel vertaalt met het bewaken van de geboden. We weten wat de geboden zijn, heb je naaste lief als jezelf, dat is hetzelfde als God liefhebben. Dat is dus niet een wettelijke regel die je wel of niet kunt nakomen, maar dat is een levenshouding zegt de Nieuwe Bijbelvertaling, dat moet je vast houden zegt de Statenvertaling, daar moet je hard aan werken zegt de vertaling van 1951, dat moet je je niet laten afpakken zegt de Naardense Bijbel. Al die vertalingen geven iets weer van wat er oorspronkelijk is bedoeld, het letterlijk nemen van de Bijbel is dan ook niet echt mogelijk. Geboden in de Bijbel zijn niet de Romeinse wetten en de opvattingen over wetten zoals wij die kennen. Geboden in de Bijbel zetten je in beweging, laten je kijken naar andere dingen dan in de wereld vanzelfsprekend zijn, laten je gaan op wegen die onbekend zijn bij mensen die streven naar meer en beter. Je ziet dan de armen langs de weg, je gaat dan naar slachtoffers van oorlog en onrecht, je voedt de hongerigen en kleedt de naakten. Dat is niet iets wat je zo maar op je eentje kunt doen. Daar heb je bondgenoten bij nodig. Dat doe je dus met heel het volk zegt de Bijbel, dat doe je zelfs met alle volken. Wij zeggen dan dat de hele samenleving er op moet worden ingericht, dat de hele wereld er bij betrokken moet worden. Daarin telt ieder mens, daar telt geen huidskleur of soort van geloof. Dat is de richting die het boek Prediker ons wijst. Elke aansporing om carriere te maken, om mee te doen met de race naar meer consumptiegoederen, om rijker te worden en nog rijker, is lucht en leegte, het stelt allemaal niets voor. Het enige dat telt en dat blijft is liefde voor mensen. Zelfs de studie in al die boeken die beloven je een beter mens te maken is alleen maar vermoeiend, het mat het lichaam af. Je wordt niet een beter mens door te mediteren of oefeningen te doen die worden voorgeschreven door boeken en goeroes, je wordt een echt mens door mens te zijn voor anderen, door je naaste lief te hebben als jezelf en daar alles voor over te hebben, dat telt.

 

Voordat de slechte dagen komen

woensdag, 24 oktober, 2007

Prediker 12:1-8

Sinds de jaren 60 van de vorige eeeuw ligt alle nadruk in onze cultuur op de jeugd. Als de mensen in de leeftijd tussen 20 en 40 iets niet leuk vinden dan is het commercieel niet interessant, ook al zijn er inmiddels veel meer mensen boven de 55 jaar oud. Alles moet jong en hip zijn is de leus. Dat lijkt ook de leus van Prediker, maar als we dat denken hebben we het toch niet helemaal goed gelezen. Prediker geeft hier een advies aan de jeugd dat aansluit bij het advies over het gooien van brood op het water. Als je namelijk in je jeugd al het goede doet en weet te delen met mensen die niets hebben dan kon je daar nog wel eens profijt van hebben als je ouder wordt en de de schaduwen van het leven boven je hangen. Ieder mens heeft dagen dat het mee zit en dagen dat het tegen zit. Ziekte, zeer, conflicten, ze zijn in een mensenleven onontkoombaar. Als je er dan voor gezorgd hebt dat er ergens steun en hulp vandaan komt dan ben je extra geholpen. In onze samenleving hadden we dat georganiseerd in de verzorgingsstaat. Die zorg was georganiseerd in de tijd dat we nog met veel volksziekten te maken hadden. Ziek zijn was een ramp en kon lang duren, genezen was maar toeval. Nu is de tijd veranderd. Genezen en revalideren kan veel en veel vaker, ziek zijn hoeft niet meer zo lang te duren. Helaas is de verzorgingsstaat niet aangepast op de veranderende mogelijkheden maar op de weigering van de rijken mee te helpen zorgen voor de armen. De kosten van inkomensverlies bij ziekte worden op de werknemers zelf afgewenteld. De kosten van de gezondheidszorg worden niet meer gedeeld maar afgewenteld op de gebruikers van gezondheidszorg. De compensatie voor gehandicapten en chronisch zieken via de belastingen bereikt alleen de rijken. Jongeren doen er dus goed aan zich op de hoogte te stellen van de voordelen van een verzorgingsstaat waarin eerlijk delen voorop staat. Samen Werken en Samen Leven betekent voor een samenleving in de zin van de Bijbel ook altijd Samen Delen. zolang dat niet het geval is zullen ze zichzelf moeten verzekeren, tegen ziekte, tegen arbeidsongeschiktheid, tegen werkloosheid, en tegen het ouder worden. Vergeet ook het laatste niet. Doordat de gezondheidszorg verbeterd worden we ook steeds ouder. Daardoor zijn er ook meer pensioenen nodig die langer genoten worden. Tijdig je verzekeren betekent dat je al op jonge leeftijd zorgdraagt voor je ouderdom. Bedrijfspensioenen zijn niet meer voldoende. De macht van de rijken zorgt er voor dat werkenemers aangezet en ingezet worden als machines. Als je ze even niet nodig hebt zet je ze aan de kant en buiten het arbeidsproces. Flexabiliteit noemt men dat. Sparen voor later wordt dan via een bedrijf onmogelijk. Zolang er geen rechtvaardige samenleving is moeten we jongeren dus voorhouden dat ze voor zichzelf en voor elkaar moeten zorgen.

Werp je brood uit over het water

dinsdag, 23 oktober, 2007

Prediker 11:1-10

Je ziet het hengelaars nog wel eens doen. Voeren noemen ze dat. Als je dat regelmatig op dezelfde plaats doet komen de vissen er zwemmen in de hoop gemakkelijk voer te vinden en dan vis je ze gemakkelijk op met een hengel. Nu kende de Prediker in zijn dagen de hengelsport niet en blijft de vraag wat hij nu bedoelde met het spreekwoord. De hengelaars vinden hun brood als vis weer terug. Predikanten uit havensteden legden vroeger het spreekwoord wel uit als een aansporing te investeren in de zeevaart met alle risico’s van dien. Maar als je in gedachten houdt dat Prediker toch op de eerste plaats de wijsheid verkondigt dan moet je de liefde in gedachten nemen bij de uitleg van dit vers. En dan is het een oude manier om het gezegde “wie goed doet goed ontmoet” te verwoorden. Immers als je zonder aanziens des persoons je eten en drinken deelt, dan wordt er als het nodig is ook met jou gedeeld en krijg je terug wat je weggegeven hebt. Wat de Prediker in deze passage ook zegt is dat het geen zin heeft alles vooraf te willen controleren. We kunnen niet in de toekomst kijken en dat moet ons niet verlammen. Goed doen levert altijd iets op in de toekomst. Je kunt dus maar het beste genieten van wat je ten deel is gevallen, er van delen met anderen, met name met hen die niets hebben, en je niet druk maken over de toekomst. Het advies om je lichaam vrij te houden van kwalen is in onze dagen nog steeds op z’n plaats. Daar kun je niet jong genoeg mee beginnen. Daarom is het zo vreemd dat de overheid daar niet bij helpt. Er was een tijd dat tabakswaren alleen te koop waren bij winkels met een speciale tabaksvergunning. Het moet toch niet zo ingewikkeld zijn die situatie terug te brengen en de verleiding daarmee voor een belangrijk deel uit onze samenleving te bannen. De uitstalling bij de kassa van de supermarkt levert toch elke keer weer een uitnodiging op aan jongeren die daar moeten leren boodschappen te doen. Hetzelfde geld voor de verkoop van alcohol. Er was een tijd, niet zo lang geleden, dat alle alcoholhoudende drank alleen verkrijgbaar was bij winkels met een speciale vergunning, slijterijen genaamd. Ook die situatie zou teruggebracht kunnen worden. Tabakswinkels en slijterijen bestaan nog steeds, beperk de verkoop tot die winkels en bescherm de jeugd. Maar ja, Prediker richt zich niet voor niets tot de jeugd zelf, als je het moet hebben van de rijken en de machtigen gebeurd er niets. Toch zou in onze dagen ook een pleidooi voor een verbod op het toevoegen van suiker aan frisdranken op zijn plaats zijn. Wij denken toch meer te weten over gezondheidsrisico’s dan de schrijver van het Bijbelboek Prediker enkele honderden jaren voor het begin van onze jaartelling. Als we dan meer weten, waarom doen we er zo weinig mee.

Want de vogels van de hemel zeggen het voort

maandag, 22 oktober, 2007

Prediker 10:12-20

Kritiek op machthebbers kan zeer gevaarlijk zijn. De machtigen en de rijken houden iedereen in de gaten. Ons parlement heeft onlangs nog wetten aangenomen waarbij is bepaald dat ook het internetverkeer kan worden bekeken door de overheid zonder dat we dat weten en dat gegevens over ons internetverkeer lange tijd bewaard moeten worden zodat de overheid later kan zien of we ons wel netjes hebben gedragen. Prediker wist het al, tot in je slaapvertrek ben je niet zeker, ja zelfs je gedachten kunnen funest zijn. Voor de machthebbers en de rijken in deze wereld gaat niets te ver om hun positie te behouden. Tegen de inbreuken op onze vrijheid onze mening te uiten en gedachten te wisselen met anderen is in ons land geen protest te horen geweest. De dreiging met terreuraanslagen heeft ons kennelijk verlamd. Dat je in een willekeurige huiskamer rustig aanslagen kunt beraden en dat je op het openbare net geen openlijke kritiek kunt uiten nemen we maar voor lief. Naar oorzaken van geweld hoeven we verder niet te kijken. Het internet is gevaarlijk, sommige religies zijn gewelddadig van zichzelf en als je een baard heb ben je een potentiele terrorist zijn de vooroordelen waardoor we ons kennelijk laten leiden. De dag is niet ver dat alle baarddragers in ons land in een kamp worden gestopt is de volgende dreiging wellicht. Die dag is niet ver omdat in begin december de verkoop van scheerapparaten moet worden gestimuleerd. Hoe eenvoudig is het om ons voor de gek te houden, om met dwaas gebabbel ons angst aan te jagen en ons te verleiden onze vrijheden op te geven. Je mag je gelukkig prijzen als je een heerser hebt die nog weet heeft van vrijheden en zich als dienaar van het volk opstelt, als er een burgemeester is die hart heeft voor jongeren en er voor zorgt dat er opvang is als ze vrij zijn van school ook als hun ouders gedwongen worden te werken en ze dus niet thuis kunnen opvangen. Bestuurders die zich vol laten lopen op recepties en ontvangsten om daarna voor TV camera’s te roepen dat die tot werken gedwongen ouders zelf maar moeten omzien naar de kinderen die de auto’s in de brand steken wakkeren het vuur alleen maar aan. Dat soort slappe handen maakt dat het dak van onze samenleving lekken gaat vertonen. Lekken waardoor onze vrijheid weglekt maar ook waardoor onze veiligheid meer en meer gevaar gaat lopen. De gevangenen die we weer in de samenleving moeten opnemen krijgen in de gevangenis niet de kans om te leren productieve en nuttige leden van de samenleving te worden, alles wat daarvoor nodig was is wegbezuinigd. Jongeren krijgen geen kans op een loopbaan, ze zijn afhankelijk van de luimen van de werkgevers onder het motto dat ze flexibel moeten zijn. Grijpen en graaien is de norm in de samenleving, het Samen Leven gaat er aan kapot. Kijk dus uit met de kritiek op de regeerders, de machtigen en rijken.