Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor september, 2007

Iemand had twee zonen

donderdag, 20 september, 2007

Lucas 15:11-24

Dit verhaal staat in een serie van opmerkingen over Jezus van Nazareth die bij tollenaars en zondaars ging eten. Zijn antwoord was dat, als je ook maar een klein deel van je bezit kwijt bent, je alles opgeeft om het weer terug te vinden. Maar hoe ga je dan met mensen om. Daarover gaat het verhaal van de twee zonen. Of is het een verhaal over de ene vader. Want je moet toch een beetje medelijden hebben met de zoon die is blijven leven, die thuis bleef. Die krijgt geen schouderklopjes voor zijn aanvankelijk goede keus. Ja een aanvankelijk goede keus. Gewoon thuisblijven, meehelpen in het bedrijf van vader en niet het erfdeel er doorheen jagen is natuurlijk een goede keus. Maar niet binnenkomen en meedelen in het feest om de teruggekeerde broer lijkt toch niet een goede keus. Die teruggekeerde broer was van de weg van de vader afgeweken. Zoals zijn vader en zijn broer deden, deed hij niet, integendeel. Daarmee was hij voor zijn familie dood, hij hoorde niet meer bij de familie. Maar moet je dan een blijvende boycot uitspreken? Moet je dan je hele leven boos blijven om die ene scheve schaats die er ooit was gereden? De vragen stellen is de vragen beantwoorden. Toch zijn er ontelbare mensen die de keus blijven maken een breuk in de familie altijd als onherstelbaar te blijven benoemen. Ook in de internationale gemeenschap komt dat voor. Libië is zich anders gaan opstellen tegenover het terrorisme in de wereld en wordt daarom aarzelend weer in de volkengemeenschap opgenomen. Maar de conflicten tussen China en Taiwan en dat tussen Israel en Palestina lijken ook na tientallen jaren onoplosbaar. Ze blijven ook onoplosbaar zolang er belangrijke landen zijn die in die conflicten partij kiezen voor de een of voor de ander. Opgeven van het conflict leidt dan tot gezichtsverlies of het gevoel alle steun te verliezen die je voor je veiligheid nodig zou hebben. Dat opgeven van het conflict lkan leiden tot nieuw leven, nieuwe kansen en een hernieuwde plaats in de gemeenschap komt niet op. Ook niet bij de landen die partij blijven kiezen. Amerika voor Taiwan en Israel, anderen voor China en Palestina. Het verhaal over de zoon die terugkeerde zou ons moeten leren dat we veel meer moeten letten op de plaats die ingenomen kan worden in de samenleving. Hoort je familielid met wie je een conflict hebt echt nooit meer bij jouw familie? Horen de landen en volken die een conflict hebben niet elk voor zich bij de volkerengemeenschap waar vrede zou moeten heersen? Als mensen tot leven komen zouden we een feest moeten aanrichten en wat een feest zou het zijn als Palestina haar plaats als land tussen de landen zou kunnen innemen.

Die man ontvangt zondaars en eet met hen

woensdag, 19 september, 2007

Lucas 15:1-10

Hoe gaan we met mensen om en hoe gaan we met bezit om. In het verhaal dat hier uit het Evangelie van Lucas wordt gelezen stelt Jezus van Nazareth die beide tegenover elkaar. Hij gaat om met mensen die het niet zo nauw nemen met het gebod je naaste lief te hebben als jezelf. Integendeel belastingpachters, tollenaars dus, en andere zogenaamde zondaars zorgden in de eerste plaats voor zichzelf en dan pas voor anderen. Jezus van Nazareth probeert hen er steeds toe te brengen dat andersom te doen en ze daarbij te laten zien dat ze pas daardoor een plaats in de samenleving verdienen. Want mensen die voor de vijand werken of alleen voor zichzelf zorgen plaatsen zich buiten de samenleving nietwaar. Mensen die zich fatsoenlijk gedragen, die zich aan orde en regel houden staan in groot aanzien. Toch kun je je afvragen of ze eigenlijk met dat nette en ordelijke gedrag toch niet ook in de eerste plaats voor zichzelf zorgen.Gaan ze bijvoorbeeld anders met bezit om? De vergelijking van de schaapherder die een schaap kwijt is of de huisvrouw die een munt kwijt is snappen ze kennelijk direct. Als er iets van je bezit vermist wordt dan keer je alles om teneinde het terug te vinden. Als je al zo met bezit omgaat hoe zou je dan met mensen om moeten gaan. Het is vandaag de dag natuurlijk niet anders. Belastingen bestemd voor de armen, de ziekenhuizen, de veiligheid, de straten de wegen en het openbaar vervoer, voor scholen en universiteiten, voor dijken en sluizen, worden lasten genoemd. Als je dan iets meer belasting wil heffen van de rijken om de armen iets meer te kunnen ontzien en ze iets te kunnen laten delen in de geweldige rijkdom van ons land dan wordt er geklaagd dat de lasten op onaanvaardbare wijze worden verhoogd. Ook in onze samenleving is het beter te snappen dat je alles in de steek laat om een snipper gemis aan je bezit weer goed te maken dan dat je regels van fatsoen en gewoonte in de wind slaat om de armen en hen die buitengesloten zijn te helpen en weer een plaats in de samenleving te bezorgen. Samen een maaltijd houden maakt dat je samen op hetzelfde niveau komt, maar ook dat je elkaar kunt aanspreken op het goede dat we voortdurend zouden moeten doen. Bezit vergaat, het bederft of het roest weg. Liefde voor mensen blijft, het groeit alleen maar door de jaren heen. Hoe langer iemand mensen lief heeft hoe meer die persoon groeit in aanzien onder mensen. Niet onder mensen die meer waarde hechten aan bezit. Maar mensen horen geen bezit te zijn, geen voorwerpen die je kunt gebruiken, mensen horen je gelijken te zijn, zusters en broeders, die een echte volwaardige plaats hebben in de samenleving. Misschien is daar een nieuw soort samenleving voor nodig, het Koninkrijk van Jezus van Nazareth.

Wie geen afstand doet van al zijn bezittingen

dinsdag, 18 september, 2007

Lucas 14:25-35

Heeft de Bijbel een hekel aan rijken? We herinneren ons de hoofdpersoon uit het boek Job. Die was zeer rijk staat er aan het begin. Aan het eind van het boek staat dan dat hij zeven keer zo veel ontving als hij aan het begin had gehad. Dat is dus niet alleen zeer rijk maar superrijk. Wat betekent het dan dat Jezus van Nazareth zegt dat wie geen afstand doet van al zijn bezittingen geen leerling kan zijn. Uit het boek Job hadden we geleerd dat Job zelf geen waarde hechtte aan al die rijkdom. Hij deelde dat met de armen en de vreemdelingen. Hij ging zelfs zo ver dat als zijn kinderen mogelijk eens het personeel, de armen en de vreemdelingen vergeten zouden kunnen zijn bij het houden van een feest Job dit de volgende dag alsnog goed ging maken. Dat is dus de geest waarin we ook dit verhaal van Jezus van Nazareth moeten lezen. Afstand doen van de bezittingen is niet een hekel hebben aan rijken maar een hekel hebben aan armen. Toen we lazen dat Jezus van Nazareth zeventig van deze leerlingen er op uit stuurde om het Evangelie te verkondigen was de inhoud van dat Evangelie de bevrijding van de armen. Bezit geeft je vrijheid, geeft je keuzemogelijkheden. Daarom heet de Volkspartij voor de rijken bij ons ook de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Vrijheid koop je namelijk met je bezit en als je voldoende inkomen krijgt uit je bezit heb je ook tijd genoeg voor democratie. Bijkomend voordeel is dat je dan je rijkdom op alle manieren kunt beschermen. Geen belastingen om uitkeringen, scholing, openbaar vervoer en zorg uit te betalen, hooguit belasting om nog meer asfalt aan te leggen voor grote personenauto’s en meer blauw op straat om de armsten in bedwang te houden. Zelfs het geringste voorstel om voor een paar van de allerrijksten iets meer bijdrage te vragen in de staathuishouding kan al rekenen op het grootste verzet van de VVD. Gelukkig zijn er ook rijken die zelf met voorstellen komen om iets meer te delen. Die zich evengoed inzetten voor het afschaffen van de onrechtvaardige tolmuren en hun bezit gebruiken om ruimte te maken voor het herzien van onze samenleving in een rechtvaardige samenleving. Ze financieren studie’s naar herverdeling van kennis macht en inkomen, beter gebruik van grondstoffen en tegengaan van klimaatverandering en maken hun tijd vrij om eigenhandig mensen te helpen in de zorg of de gevangenissen. Zij geven het voorbeeld dat we allemaal kunnen volgen. Bij Christenen verdwijnt immers ook het onderscheid tussen armen en rijken? Daarvoor moeten we dus allemaal los komen van ons bezit.

Laat er vrede en barmhartigheid zijn

maandag, 17 september, 2007

Galaten 6:11-18

We sluiten hier de lezing van de brief aan de Galaten af. Paulus neemt hier zelf de pen ter hand. Er wordt verondersteld dat hij de meeste van zijn brieven heeft gedicteerd. Het probleem is vaak dat we alleen nog copieën hebben van zijn brieven en dat pas ver na zijn dood de lijst is opgesteld van de boeken die in het Nieuwe Testament staan. Veel brieven waarvan heel vroeger nog gedacht werd dat ze van Paulus waren blijken dat bij nadere bestudering niet te zijn. De inhoud werd er overigens niet minder waardevol door. Maar deze eerste brief is volgens iedereen echt van Paulus zelf. En in dit slot laat Paulus nog eens zien wat nu het allerbelangrijkste is voor de jonge christelijke gemeente in het hart van Turkije, en daarmee ook voor ons. Dat zijn twee begrippen, vrede en barmhartigheid. Vrede niet alleen in de zin dat er geen oorlog is, geen gewapend conflict, maar vrede in de zin dat men elkaar niet verkettert in de gemeente. Barmhartigheid is dan de zorg voor de armen in de samenleving. Voor beide begrippen is ook in onze dagen de aandacht meer dan nodig. Natuurlijk zijn er politieke partijen en kerkgenootschappen waar men elkaar verkettert. We hebben een hele dag op televisie kunnen zien hoe de leden van de VVD elkaar verketterden rond het besluit Rita Verdonk eindelijk uit de fractie te zetten. In sommige plaatsen staan de nieuw gevormde Protestantse Gemeenten en de Hersteld Hervormden als oorlogsfracties tegenover elkaar. Maar ook op het internet kunnen mensen er wat van.Er zijn plekken op het internet waar schelden, beledigen en kwaad spreken tot een eigen kunst verheven is. Argumenten tellen daar niet meer, opgebouwd wordt er al helemaal niets meer, alleen de kunst van het bezeren met woorden en het afbreken van mensen om het afbreken tellen nog. Natuurlijk mag je iemand de waarheid zeggen. Paulus laat in deze brief aan de Galaten zien dat de waarheid hard aan kan komen en scherp kan worden geformuleerd. Maar Paulus laat ook zien dat het niet aangaat om personen in een kwaad daglicht te stellen maar juist om mensen helder te laten zien waar het eigenlijk om gaat, om vrede en barmhartigheid. Juist omdat de Liefde van God door de dood is heengedragen door Jezus van Nazareth, die stierf immers aan het kruis terwijl zijn Liefde en daardoor hijzelf bleef leven, mogen we ongeacht wie we zijn en waarvandaan we komen deelhebben aan die Liefde en daar dag in dag uit van uitdelen, ook op het internet, ook vandaag weer.

Draag elkaars lasten

zondag, 16 september, 2007

Galaten 6:1-10

Het “draagt elkanders lasten” was heel lang de naam van het sociaal fonds van het CNV. Juist in die kring werd de Bijbelse oproep om voor elkaar te zorgen het best verstaan. In het begin van de vorige eeuw was er bij Christelijke, of zogenaamd christelijke, werkgevers een sterk verzet tegen de vorming van vakbonden. Werknemers zouden toch moeten gehoorzamen aan de boven hen gestelde werkgevers en zich moeten houden aan de contracten die over het werk en de beloning gesloten waren. Het antwoord van de oprichters van de bonden was dat elke werknemer een eigen verantwoordelijkheid had, ook tegenover zijn collega’s. Een collega die ziek was geworden, of een ongeval op het werk had gekregen, mocht niet als overbodig en onnuttig terzijde worden geschoven maar had recht op de zorg van zijn kameraden. Ook de weduwen en wezen van collega’s die waren overleden hadden recht op ondersteuning. Dat recht ontleenden zij aan het christelijk zijn van die collega’s. Die collega’s konden nu eenmaal niemand aan de kant laten staan. Vandaar de oprichting van ziekenfondsen die betaalbare gezondheidszorg garandeerden en het steunfonds dat voor bijzondere noden ingeroepen kon worden. Hoewel de lonen vaak laag waren brachten de leden van de vroege vakbeweging vaak grote offers om het de bond mogelijk te maken de lasten mee te dragen van de zwaksten onder de werknemers. De gedachten achter de samenwerking en eendracht die de vakbeweging betekent zijn vervaagd. Jonge mensen nemen de sociale zekerheid voor vanzelfsprekend en vragen zich zo lang ze gezond zijn af voor wie ze eigenlijk allemaal de premies betalen. Vanuit werkgeverskring wordt daarom van tijd tot tijd met succes een aanval geopend op de sociale bescherming die werknemers in vroeger tijd hebben afgedwongen. De Bijbel is echter niet veranderd. De opdracht elkaars lasten te helpen dragen en daarmee de naaste lief te hebben als jezelf is nog steeds even dwingend als vroeger. Het is ook nog even hard nodig. Ontslagbescherming voor werknemers die jaar in jaar uit zich inzetten voor de opbouw van een bedrijf, hun kracht en creativiteit daarvoor inbrengen, de concurentiepositie helpen versterken door genoegen te nemen met een gematigde beloning is niet een gunst maar een recht. Die ontslagbescherming is ook nodig om enige stabiliteit aan onze samenleving te verlenen, om betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor onze bedrijven te vergroten. Ook de werkgevers mogen daarom geroepen worden om samen met werknemers de lasten voor de zwaksten mee te dragen.

Ik ben verzwakt en arm

zaterdag, 15 september, 2007

Psalm 86

Het komt niet vaak voor dat het begin van de Ramadan en het Joods Nieuwjaar samenvallen, maar nu is dat het geval. In beide tradities speelt verootmoediging een rol bij deze feesten. En verootmoediging is nu typisch zo’n religieuze term waarvan we de betekenis zijn vergeten, bedekt als ze is door een heleboel lege religieuze termen. De Psalm die we vandaag met de feestenden meezingen helpt ons misschien er iets van te begrijpen. David bidt tot God om hem te behoeden, want hij is aan God toegewijd. Horen bij de God van Liefde en Recht is kennelijk een gevaarlijke zaak. Dan moet je gered worden want je wordt bedreigt door vijanden. Joden en Islamieten kunnen daarover meepraten. In beide tradities kennen ze zowel de kant van het feest als van de verootmoediging zoals David die voorzingt. Want ook de Ramadan is een feest. Christenen uit de Westerse welvaartsmaatschappij zien natuurlijk op tegen een hele dag niet eten en niet drinken. In sommige culturen wordt zelfs het speeksel niet doorgeslikt tijdens de Ramadan. Maar als de zon onder is en de eerste sterren zichtbaar zijn begint het feest. In de Joodse traditie begint dan de nieuwe dag en op vrijdagavond wordt op dat uur de Sabbat begroet. Wij zijn in onze cultuur bijna vergeten de tijd op die manier te markeren. Wij hebben door de electriciteit de nacht in dag veranderd en de ochtend en de avond hebben nauwelijks een bijzondere betekenis meer. In Jodendom en Islam is dat nog anders. Daar klinkt nog de roep om de hele dag met de Heer van alles bezig te zijn. In de Psalm is er geen andere Heer dan God. Niemand anders die macht uitoefend over de mensen. Alle volken schaffen hun pretenties af en buigen zich voor de Liefde en prijzen de God die Liefde is. En dat afschaffen van pretenties, dat is veroortmoediging.  Daarom loopt de Ramadan uit op het Suikerfeest, aan het eind van de maand waarin men bezig is met het woord van God breekt het zoet aan. Dezelfde overtuiging klinkt in het Jodendom als de Vreugde der Wet aanbreekt en in het Christendom als hongeren en dorsten naar gerechtigheid voorop staat. Het Koninkrijk van Recht en Vrede, de Geest van Liefde en Delen komt onontkoombaar voor de hele bewoonde wereld. Armen en vreemdelingen zijn verdwenen alleen broeders en zusters blijven over. Zou er in ons land nog een tijd komen dat we niet meer bang gemaakt worden voor elkaar? Wie goed naar de bang makende politici weet te luisteren hoort dat zij eigenlijk de rijken beschermen en de machthebbers die uitbuiten en zichzelf verrijken. Juist als wij een teken van goedheid willen zijn dan zullen zij, de haters, verbleken. Dat is pas echt iets om over te zingen.

Misbruik die vrijheid niet

vrijdag, 14 september, 2007

Galaten 5:13-26

Het is dat de VVD niet pretendeert een christelijke partij te zijn anders hadden ze in het conflict rond Rita Verdonk nog veel kunnen hebben aan deze passage uit de brief aan de Galaten. In de Volkspartij Voor Vrijheid en Democratie zijn velen vergeten dat je elkaar moet dienen in Liefde. Het hele stuk gaat natuurlijk veel verder dan een interne partijruzie, al zal Paulus bij het schrijven van dit stuk wel gedacht hebben aan het soort conflicten dat snel kan optreden bij groeiende bewegingen waarvan het karakter en de aard nog niet helemaal vast staan. De geschiedenis is er vol van. Macht en eigendunk zijn voedingsbodems waarop onderlinge strijd zomaar kan uitbreken. Paulus zet tegenover de vrijheid om alles te mogen doen de Liefde voor de naaste waarvan je vervult behoort te zijn. Pas in die Liefde wordt de Vrijheid dragelijk en vruchtbaar, anders leidt ze alleen maar tot zelfvernietiging. Bij alles wat je goedkeurt of afkeurt moet je dus dat principe in de gaten houden. Alles mag, maar niet alles is nuttig om je naaste te dienen. Zeker niet alles is nuttig om de armsten onder ons bevrijding aan te zeggen. De Geest van Jezus van Nazareth is dat we bijna dag en nacht bezig zijn om gerechtigheid voor ontrechten te zoeken. Dat we voortdurend uitgestotenen weer een plaats in de samenleving willen geven. Jezus van Nazareth lag volgens de verhalen uit de vier Evangeliën daarbij voortdurend aan bij maaltijden van allerlei soort. Hij kreeg het verwijt om te gaan met hoeren en collaborateurs, maar ging ook eten bij Farizeën, de mensen die de Joodse Wet tot in de kleinste details wilden navolgen. In eten en drinken samen met anderen zit het dus niet. Uit al die verhalen blijkt wel dat Jezus van Nazareth er op is bedacht dat iedereen mee kan doen, dat je geen mensen uitsluit maar alleen mensen opneemt. Dat de lammen weer kunnen lopen en de blinden weer kunnen zien. Dat er een andere weg wordt bewandeld dan in de wereld gewoon is. Dat de Weg van de Liefde wordt begaan en niet de weg van eigenbelang en begeerte. Paulus vat die verhalen op zijn eigen manier samen. Maar de manier waarop Paulus deze verhalen samenvat maakt wel dat ook wij navolgers van Christus kunnen worden. Ook wij kunnen onze samenleving herinrichten door de Liefde voor de naaste. Door samen maaltijd te houden met de vreemdelingen onder ons. Door de onrechtvaardige tolmuren te slopen die de armen in arme landen arm houden. Door onze rijkdom ook echt te delen met de armsten in de wereld. Dat zal ons nu wat kosten maar uiteindelijk een wereld opleveren zonder ellende. Dat moet ons toch alles waard zijn.

Een beetje desem maakt het hele deeg zuur.

donderdag, 13 september, 2007

Galaten 5:7-12

Aan spreekwoorden geen gebrek in de Bijbel. Dit is zo’n geweldige open deur dat die de meeste spreekwoordenverzamelingen wel niet bereikt zou hebben. Maar toch is het waar. Een klein beetje zuurdesem kan het hele deeg zuur maken en dan kan je er echt geen ongezuurde broden meer van bakken. Mensen bedoelen het soms niet eens zo slecht maar maken door hun fanatisme de boel vaak meer kapot dan dat ze iets bereiken. In de dagen van Paulus waren het de mensen die de Joodse Wet ook wilden opleggen aan de Heidenen. Vooral de besnijdenis speelde daarbij een rol. Wanhopig roept Paulus uit dat ze zich maar moesten laten castreren. Een Heidense gewoonte die vaak uit religieuze overwegingen werd gedaan. Maar ja, mensen overdrijven wel eens. In onze dagen kennen we Geert Wilders met zijn kruistocht tegen de Islam. Veel mensen zullen gedacht hebben dat na de Middeleeuwen de kruistochten wel over zouden zijn maar niets is minder waar. Ridder Geert trekt ten strijde als de blikken ridders van lang geleden. Onbedoeld wordt hij daarmee de meest felle prediker van het Salafisme. Dat is een hele kleine stroming binnen de Islam waaruit al die fanatieke zelfmoord aanslagplegers voortkomen. Binnen de Islam met haar miljoenen aanhangers over de hele wereld heeft die stroming maar heel weinig aanghangers, je zou er een dorp als Staphorst niet mee kunnen vullen. Maar voor Geert Wilders is de interpretatie van de Salafisten de enige juiste uitleg van de Koran en de Islam. Als hij dat nu maar hard genoeg roept en vaak genoeg herhaalt dan lopen we nog het gevaar dat de aanhangers van de Islam in ons land er nog in gaan geloven ook. Zeker jongeren zijn er gevoelig voor, zij kennen de Koran immers nog niet goed. Zeker niet zo goed als Imam Geert Wilders die dag in dag uit predikt dat op grond van de Koran de aanhangers van de Islam geweld tegen andersdenkenden moeten gebruiken. Echte aanhangers van de Islam weten wel beter. In bijna alle moskeeën in ons land, en trouwens in alle landen van de wereld, wordt gepredikt dat je juist de vrede moet nastreven. Als je vijf keer per dag door de knieën gaat blijft er weinig tijd over om te vechten. Maar Geert Wilders blijft bij het prediken van het geweld. En zijn kleine beetje zuur dreigt het brood dat we willen delen oneetbaar te maken. Als hij uit Syrië zou zijn gekomen zou hij worden uitgewezen. Nu zit hij in ons parlement als onruststoker. We zullen de wanhopige oproep van Paulus niet herhalen maar we hopen wel dat, zoals de zwarte kousenkerk maar een kleine minderheid van het Christendom is, ook zal doordringen dat het Salafisme maar een hele kleine minderheid vertegenwoordigd.

Laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen

woensdag, 12 september, 2007

Galaten 5:1-6

Je kunt wat doen voor je eigen zieleheil. Mediteren, bidden, bijbellezen, niet vloeken, alleen heteroseksueel leven en tal van andere regels en voorschriften volgen. Kerken en voorgangers zijn er goed in om, door de eeuwen heen, telkens weer nieuwe regels en voorschriften te verzinnen. Hele kerkelijke wetboeken zijn er verschenen en week in week uit komen er groepen mensen bij elkaar om onder het motto van Bijbelstudie de Bijbel af te speuren naar nieuwe regels waar zij zich wel aan moeten houden en alle andere mensen geen weet van hebben. Paulus veroordeelt deze praktijken. Alleen het vertrouwen dat de armen bevrijdt zullen worden en als de liefde voor de naaste even groot is als de liefde voor jezelf tellen. Als er al regels zijn en als die al door gelovigen worden overtreden dan mogen die gelovigen telkens weer opnieuw beginnen met de Weg van Jezus van Nazareth. Dat noemt Paulus genade. Al dat geworstel om aan regels, voorschriften en methoden te voldoen houdt je maar af van die genade. Alsof het goed voldoen aan die regels je de kans geeft om weer op de weg van de Liefde te komen. We zien dat in onze samenleving zo vaak gebeuren. Als kinderen de wet overtreden moeten ze opgesloten worden. Het klinkt zo logisch, ongestraft kun je de verkeerde dingen immers niet laten passeren. Maar als je naar opgroeiende kinderen en jongeren kijkt vanuit de Liefde zoals Jezus van Nazareth ons die geleerd heeft dan weten we dat het er om gaat om gevangenen te bevrijden. Dan hebben we dus geleerd dat het gaat om die kinderen en jongeren weer een goede plaats in onze samenleving te geven. Dat verschaft ons niet het eenvoudige recept van opsluiten maar dwingt ons om een paar mijl verder te gaan en plannen te maken om elk van die kinderen en elk van die opgroeiende jongeren om te doen keren van de weg van het kwade en weer op een goede plek in onze samenleving mee te laten doen. Volgens Paulus is het kennelijk onbelangrijk of je het kwade van die kinderen nu wel of niet tegenkomt maar is het belangrijk dat je met Liefde die kinderen weet te bereiken en hen weer tot het goede weet te brengen. Daarbij weten we dat die kinderen en die jongeren niet over één kam geschoren mogen worden, niet dat ene etiket van crimineeltje opgeplakt mogen worden, maar elk voor zich een weg geboden moeten krijgen naar rechtvaardigheid. Elk kind en elke jongere, ongeacht afkomst, herkomst of wie de vader en moeder zijn, dient recht gedaan te worden. Die Liefde alleen maakt dat we op grond van ons geloof als rechtvaardigen worden aangenomen.

Jaag de slavin en haar zoon weg

dinsdag, 11 september, 2007

Galaten 4:21-31

Je zou bijna denken dat Paulus een anti-Islamist was met zijn typeringen van Hagar en haar zoon Ismael. Maar de Islam bestond nog niet in de dagen van Paulus, de Islam is pas een paar honderd jaar later ontstaan. Als je trouwens nauwkeurig leest dan verbindt Paulus Hagar en Ismael met de Sinaï, de berg waar het volk Israel de Wet ontving, en met Jeruzalem, de stad waar de Wet werd bewaard. Sara, de moeder van Israel, wordt dan verbonden met de Christenen, de kinderen van de vrijheid. Paulus wil hier de Heidenen in Turkije duidelijk maken wat de traditie is waarmee de nieuwe beweging van de Weg verbonden is. Ingewikkeld is het zeker. we hebben het al eens gehad over het Oude en het Nieuwe Testament. Die twee delen van de Bijbel zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat Oude Testament is de Hebreeuwse Bijbel. Voor Paulus de verzameling boeken waarin de komst van Jezus van Nazareth werd beloofd. Jezus van Nazareth als de eerstgeboren mens die de Liefde, zoals God die wilde, volhield door de dood heen. Zijn leven, sterven en opstanding maakt dat we er allemaal in mogen delen en er allemaal aan mogen meedoen. Voor Jezus van Nazareth was het hart van het Oude Testament de Wet van de Woestijn, niet doden, niet liegen, niet stelen en je naaste liefhebben als jezelf, zoals in het Evangelie van Mattheüs staat beschreven. op die manier staan we in de traditie. Het gaat er dus niet om leden te worden van het volk van Israel, en in de dagen van Paulus mee te gaan doen aan het gewapende verzet tegen de Romeinen, maar burgers te worden van het Koninkrijk van God, dat los van het Romeinse Rijk alle mensen een plaats in een samenleving van Samen Delen en Rechtvaardigheid zou geven. Dat Koninkrijk kiest overal en altijd voor het leven, dat Koninkrijk verschaft elk mens recht. Dat biedt bevrijding voor de armen, daar gaan de lammen lopen, de blinden zien en de doven horen. Daar zijn geen wetten die zeggen wat je allemaal wel mag doen en wat verboden is, daar heerst niet het moeten en verboden, daar is de vrijheid. Die vrijheid dan beleefd in de Geest van God, de manier waarop Jezus van Nazareth zijn leven leefde en verloor. Die Geest van God maakt dat je altijd beducht bent op de naaste, de mens die jou nodig heeft, de mens langs de kant van de weg, die weer een plaats in de samenleving nodig heeft. Die Geest maakt ook dat, als je van de Weg afgedwaald bent, je elk moment weer mee mag gaan doen, al is het duizend keer op een dag. Weg dus met de slavenmentaliteit van gehoorzaam zijn aan regels en fatsoen en leve de vrijheid van samen delen en respect voor ieder medemens.