Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor september, 2007

Aan een mens die hem behaagt

zondag, 30 september, 2007

Prediker 2:17-26

Dat is toch aardig, als God je behaagt houd je toch nog wat meer over dan lucht en leegte. Dan is alle zwoegen kennelijk toch niet vergeefse moeite. Maar wat is de beloning voor de wijze die de weg van God volgt? Wijsheid, kennis en vreugde. Rijkdom en macht zijn er dus niet bij. Dat zijn afgoden die je mag dienen en dat is dus lucht en leegte en het vergeefse zwoegen. Want als je alles voor jezelf wilt houden en denkt dat je het mee kunt nemen als je dood gaat dan valt alles uiteindelijk toe aan je erfgenamen. Heb je die niet dan krijgt de staat het. Het leven is wat dat betreft rechtvaardig want wie wil niet van het eigen bezit, het eigenhandig verdiende loon, genieten. Dat wil iedereen toch. Prediker heeft gemerkt dat je dat pas doet als je deelt. Want dan volgt het begin van alle wijsheid, het ontzag voor God, het ontzag voor de Liefde voor de naaste, dan weet je de juiste bestemming voor je bezit, het delen met de naaste en dan ontleen je de vreugde aan de vreugde die je hebt samen met je naasten. Wie niet deelt ontzegt zich die vreugde. Neem nu die generaals in Birma. Zij buiten het land uit en behandelen de bevolking als slaven. Maar ze moeten bang zijn. Dit kan niet eeuwig doorgaan. Er komt een dag dat ook de soldaten de kant kiezen van hun ouders, hun broers en zusters, hun vrienden en vriendinnen. Dan sturen ze de officieren weg en zullen de generaals zich moeten verantwoorden.Alle macht en alle rijkdom zullen uiteindelijk ook voor hen lucht en leegte blijken te zijn. Hoe meer ze nu onderdrukken doe meer ze in de toekomst veracht worden, hoe meer ze nu al alleen in de wereld komen te staan. Vreugde ontlenen ze niet langer aan hun macht en hun onderdrukking. Voor ons is die vreugde wel weggelegd. Want als we voldoende druk uitoefenen op onze regering en de bedrijven die investeren in Birma zal het volk op den duur bevrijd worden. Wie herinnert zich niet de vreugde toen Nelson Mandela werd vrijgelaten na de economische boycot waarin kerken het voortouw hadden genomen. Toen gingen we niet meer tanken bij de Shell, nu hoeven we niet meer te tanken bij de Total. Dat niet meer tanken bij de Total is een vraag van de bevolking zelf. Elk jaar sterven er in Birma 70 duizend kinderen van de honger. Gemiddeld kunnen kinderen die de eerste jaren overleven maar 5 jaar naar school, dan moeten ze helpen een inkomen te krijgen. Armer dan arm kunnen de inwoners van Birma niet worden. Aan ons om iets met onze rijkdom te doen. Petities tekenen bij Amnesty International, als het even kan meedoen aan de demonstraties en niet meer tanken bij de Total. Soms zijn het kleine dingen, maar als we allemaal meedoen wordt het groot en zullen we de vreugde kennen een heel volk geholpen hebben bij de bevrijding van tyranie en onderdrukking.

Zoals het licht nuttiger is dan de duisternis

zaterdag, 29 september, 2007

Prediker 2:12-16

Zo is het natuurlijk aangenamer om wijs te zijn dan dwaas. Maar verhef het wijze niet tot een afgod. Maak het niet tot een absoluut enig doel in het leven. De wijze en de dwaas wachten uiteindelijk beide hetzelfde lot, ze sterven en men vergeet dat ze er ooit geweest waren. Maakt dat depressief? Maakt dat onverschillig? Dat hoeft natuurlijk niet. Het licht in de ogen van een arme die weer deel van leven heeft, de kleur van opwinding op de wangen van een kind dat weer warmte mag voelen, geven een genot dat alles te boven gaat, dat blijft en het is wijzer daarnaar te streven dan naar leeg genot van drank of drugs. Maar die wijsheid opleggen aan anderen is dwaas. Mensen moeten hun eigen keuzes maken en mensen die dwaze keuzes maken helpen de wijze meer tot haar recht te komen. Tegenwoordig zijn er veel mensen die hun wijsheid op willen leggen aan anderen. Zoals zij het immers bedacht hebben moet het wel het meest wijze zijn wat er te bedenken is. Maar bedenk eens het volgende. Ook de mensen voor jou hebben bedacht wat het meest wijze is en de mensen na jou zullen opnieuw bedenken wat het meerst wijze is. Voor jou was het anders en na jou zal het anders zijn. Dat relativeert, maakt wat jij vindt minder absoluut en al helemaal niet iets om aan anderen op te leggen. Natuurlijk wat verstandig en wijs is moet gedaan worden en wat verstandig en wijs is is het meer dan waard om gezegd te worden. De argumenten om wijs te doen kunnen wellicht anderen overtuigen, in het licht zie je meer dan in het duister, maar er zijn mensen die zich in het duister beter voelen en bang zijn voor alles wat aan het licht zou kunnen komen. Ook daarom is het beter de wijsheid niet op te willen leggen aan de dwaas. Beide ga je uiteindelijk dood en wijsheid behoed je er evenmin voor als dwaasheid. Het absoluut maken van je eigen wijsheid en het op willen leggen aan een ander is even dwaas als de dwaze doet. Sommige gelovigen doen het, ze heten fundamentalisten, ze zijn bij Christenen zowel als bij Islamieten te vinden. Maar ook bij de Goddelozen komen ze voor. Soms bestrijden ze het anders geloven als wat ze zelf doen, soms bestrijden ze het geloven op zich. De energie die ze er in steken is vergeefs. Het overtuigt niemand van hun gelijk, ze overtuigen alleen zichzelf. Vaak irriteren ze zo erg dat mensen gesterkt worden in hun andere overtuiging. Als die mensen zelf ook fundamentalistisch denken kan dat zelfs gevaarlijk zijn en uitlopen op geweld. Mensen die daartegen waarschuwen zijn wijs, maar ook zwak, want waarlijke wijsheid legt de eigen overtuiging niet op aan een ander, probeert alleen licht te brengen in de duisternis.

Ik genoot naar hartelust van al het goede

vrijdag, 28 september, 2007

Prediker 2:4-11

Waar komt toch het idee vandaan dat je van de Bijbel niet mag genieten? Nergens is dat verboden. Ook de Koning die hier in het boek van de Prediker als verteller optreedt heeft geen spijt van al zijn gezwoeg, hij kijkt er kennelijk met genoegen op terug. Maar… er staat in het laatste vers van gedeelte een hele grote maar, want al dit gezwoeg al dat najagen van genot, het heeft geen nut het is leeg en lucht, het heeft geen enkel belang. Daar verschilt de Bijbel wellicht van wat er over het algemeen in de wereld aan de gang is. Niets is immers belangrijker dan de betaald voetbalwedstrijd van het komende weekeinde. En als de plaatselijke betaald voetbalclub op een doordeweekse avond een internationale wedstrijd moet spelen dan worden vergaderingen, zelfs gemeenteraadsvergaderingen, uitgesteld en verplaatst. Het amusement van de meest populaire sport gaat overal voor en beheerst alles. Het overheerst ook alle zorg en aandacht voor de armen. Die aandacht en zorg krijgen we tegenwoordig op de Televisie in de vorm van amusement. Tranentrekkende programma’s zijn zeer populair en Nederlandse vrijwilligers die ergens helpen worden tot helden verheven. Waar al dat leed vandaan komt, wie er beter van geworden is toen er op hulp werd bezuinigd, waarom we de meest eenvoudige maatregelen om leed te voorkomen niet weten te nemen, waarom de zorg ten onder gaat aan administratie en papierbergen komt in die televisieprogramma’s niet aan de orde. Amusement moet het immers zijn en met Prediker kunnen we vaststellen dat het lucht en leegte is. Niets stelt het voor en het heeft geen enkel nut onder de zon. Het maakt mensen niet meer wakker, het helpt niet om de samenleving te veranderen. Als het over de voedselbanken gaat wordt niet meer uitgezocht hoe het komt dat gezinnen met veel kinderen en weinig inkomen geen warme maaltijden meer op tafel kunnen zetten. Als het over overlast van hangjongeren gaat wordt niet meer uitgezocht hoe het komt dat er geen opvang is voor kinderen van werkende moeders in de tienerleeftijd. Nergens is uitgezocht en gerapporteerd wat de gevolgen zijn van de plicht om te werken in de wet Werk en Bijstand ook voor moeders met kinderen beneden de 12 jaar. Wat wordt de loopbaan van die kinderen in de jeugdzorg. Nee, de conflicten worden in beeld gebracht, het leed zien we breed en op breedbeeld uitgemeten, maar zij die er rijk van worden en zij die er macht aan ontlenen blijven buiten schot. Leeg is het dus en wind, ongrijpbaar, voorbijgaand en niet dienend tot enig nut, met geen enkel gevolg voor de armen. En juist het effect op de armen zou toch de maat moeten zijn waarmee we het nut van onze handelingen moeten meten.

Wat onder de zon gebeurt

donderdag, 27 september, 2007

Prediker 1:12-2:3

Het boek van Prediker wordt in de herfst gelezen als de oogst binnen is en het feest van de oogst kan beginnen. Maar de Koning van de oogst, de Koning van Jeruzalem, wordt er depressief van. Heb je de hele zomer gezwoegd en gesloofd, wat heb je dan. Je eten en je weet dat het na de winter weer op zal zijn en je weer opnieuw kunt beginnen. En als je dood gaat is het weg want je kunt het niet meenemen, zelfs niet als je rijk en machtig bent. De Koning heeft alles onderzocht dat onder de hemel is, maar vond niets. Hoe meer hij te weten kwam, hoe droeviger hij werd. Want in plaats van dat de mensen tevreden zijn met wat ze hebben slaan ze elkaar nog de hersens in om meer te krijgen. Drogredenen voeren ze er voor aan maar wat krom is kan niet worden recht gemaakt. Wat er niet is zal er ook niet komen. Je wordt nooit rijker dan rijk en machtiger dan machtig. Uiteindelijk heeft iedereen hetzelfde als bij het begin. De pasgeboren baby heeft hetzelfde als de net gestorven grijsaard, niets namelijk. Dat brengt de Prediker tot de conclusie dat alles lucht en leeg is, alle zwoegen is najagen van wind. Onze inspanningen om er zelf beter van te worden zijn tevergeefs. En zelfs als je genot zoekt in het goede, je onderdompelt in de vrolijkheid van de wijn dan nog is het vergeefs, uiteindelijk houd je er hoofdpijn, buikpijn en een verwoeste lever aan over. Drank maakt meer kapot dan je lief is en comazuipen brengt je alleen maar in het ziekenhuis. Het geluk zit niet in de dingen die je gewoonlijk in de wereld tegenkomt. Uiteindelijk blijft er niets van over. Prediker veroordeelt het niet, hij hoeft alleen zijn ervaringen door te geven. Er is er in al de eeuwen na Prediker niks veranderd. Nemen we nu eens aan dat het boek Prediker zo’n 300 jaar voor het begin van onze jaartelling werd geschreven. Dan weten we dus al bijna 2500 jaar dat zwoegen, zwelgen en najagen van eigen genot en kennis uiteindelijk een mens niet gelukkig maken. Natuurlijk een feest is nooit weg, maar van Jezus van Nazareth hebben we geleerd dat een feest het best voor anderen gehouden kan worden, voor armen en mensen die buitengesloten zijn. Die genieten er tenminste van en die zullen je vrienden blijven ook als het je wat minder gaat. Een feest voor je eentje en in je eentje is geen feest. Een wijntje op z’n tijd kan ook geen kwaad, maar wie teveel drinkt proeft niets meer van de heerlijke smaak van goede wijn. Al het hebben, houden en graaien levert alleen maar ellende en buikpijn op. Het blijft een raadsel waarom mensen er zo hardnekkig mee door blijven gaan. Het boek van Prediker behoord tot de Wijsheidsliteratuur, maar wijsheid is kennelijk maar spaarzaam te vinden op aarde.

Lucht en leegte

woensdag, 26 september, 2007

Prediker 1:1-11

Vandaag beginnen we te lezen in het boek dat sinds de vertaling door Maarten Luther in het Duits ook bij ons “Prediker” heet. Dat is wat de geleerden als vertaling van het Hebreeuwse “Kohelet” aannemen. De Naardense Bijbel vertaalt hier als “Verzamelaar”. Dit boek wordt in de Hebreeuwse traditie gelezen tijdens het Loofhuttenfeest, de Soekot. Dat feest wordt ook wel het feest der inzameling genoemd, vandaar dat “verzamelaar”. Het is een oogstfeest dat in de herfst wordt gevierd. Merkwaardig is dat juist dit feest niet is overgenomen in de Christelijke kalender. Het is één van de feesten waarop het volk op moest trekken naar de Heilige Tent of later naar de Tempel om daar een feestmaaltijd te houden met de familie, de Levieten, de armen en de vreemdelingen. Wonen deed je dan in hutten gemaakt van de takken van de bomen, het loof. En lezen deden ze uit het boek van de Verzamelaar. Dat boek begint over de goden van de vruchtbaarheid. Lucht en leegte zijn ze. Wij kennen uit vroegere vertalingen nog de uitdrukking dat alles ijdelheid is. Maar die ijdelheid betekent leegte. Het is niets wat die vruchtbaarheidsgoden voorstellen. Je moet immers nog steeds even hard werken om in leven te blijven. De zon, de aarde, de wind, de zee, de rivieren, ze veranderen niet. De zon gaat op en onder, de aarde ligt er al eeuwen hetzelfde bij voor de boer, de wind waait uit alle richtingen, rivieren brengen het water naar de zee maar de zee raakt nooit vol. Waar zou je je druk over maken, er is immers niets nieuws onder de zon. Onze voorouders zijn vergeten en ook wij zullen eens vergeten zijn. Waar maak je je druk om. Het zijn de verzuchtingen die juist in onze tijd mensen aan het denken moeten zetten. Veel mensen gaan immers ten onder aan de druk die de samenleving oplegt. De druk om meer te presteren in kortere tijd, de druk om te consumeren, de druk om te verdienen en vooruit te komen, de druk om je te amuseren. Het is alsof vreemde goden grote offers vragen. Dokters zeggen steeds vaker tegen hun patienten dat wat moet niet meer mag en dat wat mag juist moet. Juist ontspanning in plaats van stress, rust in plaats van de onrust, brengt gezondheid. Het hart kan het begeven als het overbelast wordt. De bloedvaten slibben dicht als je niet de tijd neemt om gezond te eten. Het zou voor ons ook goed zijn om af en toe terug te keren naar hutten gemaakt van de takken van de bomen. Kinderen kunnen zich er eindeloos mee vermaken en Jezus van Nazareth zei eens dat wie niet wordt als de kinderen niet met hem mee mag doen. We werken hard, we verdienen veel, maar we vergeten er van te genieten, misschien dat we daardoor ook vergeten er van mee te delen, zodat alles wat we verdienen eigenlijk lucht en leegte blijft.

Je hebt je deel van het goede al tijdens je leven ontvangen.

dinsdag, 25 september, 2007

Lucas 16:19-31

Het verhaal van de rijke naamloze zoon van Abraham en de arme Lazarus is eeuwenlang misbruikt. De armen hoefde zich geen zorgen te maken want hun beloning kwam immers na de dood wel. Dat was toch ook zo gegaan met die arme Lazarus? Maar dat is dus misbruik maken van het verhaal en niet helemaal goed het verhaal lezen, of nog erger, het verhaal goed doorvertellen. Lazarus en de rijke man zijn op de eerste plaats broers. Allebei zijn ze immers zonen van Abraham, ze horen tot het volk Israel. De scene na de dood is dus niet een verhaal om ons te vertellen hoe het er na onze dood uit zou zien maar is bedoeld om ons te vertellen hoe het er voor onze dood hoort uit te zien. Armen en rijken zijn familie van elkaar. De eerste vraag die je je dus moet stellen is of je je arme broer of zuster op de stoep laat liggen als je rijk bent. In het verhaal wordt vervolgens aandacht gevraagd voor de andere broers van de rijke man. Als Lazarus en de rijke man al broers zijn, dan zijn de andere broers alle andere mannen van het volk van Israel. Volgens het verhaal hebben die het voorbeeld van de arme Lazarus niet nodig want zij hebben de Wet van de Woestijn. Zij hebben dat verhaal over Mozes die het volk uit de slavernij leidde en in de Woestijn die Wet kreeg die maakte dat je je naaste lief kan hebben als jezelf. Dat doen of je samen door de Woestijn trekt moet een voldoende houding zijn. Het volk had immers ontdekt dat je pas kunt overleven als je onvoorwaardelijk op elkaar kunt vertrouwen. Delen, zonder er zelf beter van te worden, delen met de ander alsof je het zelf bent is een voorwaarde voor het leven zelf. Dat zou ook in een rijk land, een land dat overvloeide van melk en honing, de manier zijn om ook daar te overleven. Jezus van Nazareth en zijn volgelingen zouden dat uiteindelijk naar de hele wereld doortrekken. Overal en altijd is het willen delen met alle mensen op aarde de voorwaarde om de aarde leefbaar en de mensen levend te houden. Elke arme die sterft is immers een broer of zuster, elk kind dat sterft van armoede is een kind van ons allemaal. Daarom moet dit verhaal ons schrik aanjagen. Wij laten immers de armen van de wereld op de stoep van fort Europa liggen en weigeren om onze onrechtvaardige tolmuren af te breken en hen de kans te geven op een eerlijk inkomen voor de arbeid die ze leveren. Het gaat niet om vreemden met een ander geloof en andere gewoonten, het gaat om onze broeders en zusters, kinderen van Adam, kinderen van onze God. Wat het goede is weten we nu wel, nu het delen nog.

..dan dat er ook maar één tittel van de wet wegvalt

maandag, 24 september, 2007

Lucas 16:16-18

De Tittel en de Jota zijn de kleinste leestekens uit het Hebreeuwse schrift. Zelfs het allerkleinste van de Wet mag niet wegvallen volgens Jezus van Nazareth. Hij kreeg nog al eens het verwijt de Joodse wet aan zijn laars te lappen. De mannen die dat verwijt hadden geuit kregen het in dit kleine gedeelte op hun brood. Want de wet van Mozes maakte echtscheiding wel mogelijk maar mannen maakten daar knap misbruik van door vrouwen afhankelijk te houden. Je kunt ze immers altijd verstoten als je wilt, of ze het er nu mee eens zijn of niet. En als je ze per ongeluk veroordeelt tot armoede of tot de bedelstaf ja dan hadden ze zich maar niet moeten laten verstoten. Dat de man eenzijdig uitmaakte of een vrouw verstoten werd of niet maakte daarbij niet uit. Het trouwen van een verstoten vrouw is natuurlijk helemaal lucratief. Zo’n vrouw zal haar man meer dan ooit gehoorzaam zijn en hem in alles volgen. In een samenleving van ieder voor zich waarin vrouwen volledig economisch afhankelijk zijn van hun mannen kijken ze wel uit voordat ze nog een keer verstoten worden. Dat de Wet van Mozes ook nog bepalingen kende om weduwen, dus vrouwen zonder eigen middelen van bestaan, in bescherming te nemen kwam bij de mannen niet op. Vrouwen die verstoten waren hadden hun man toch niet verloren, ze waren toch geen weduwen? Jezus neemt het op voor de vrouwen die de laagste positie in de samenleving innamen en geeft hun weer een nieuwe plaats. Mannen hebben in die samenleving te taak voor hun vrouwen te zorgen. Pas als hun vrouwen verzorgd zijn, als ze deel van leven hebben, als ze mee kunnen doen in de samenleving, dat pas kun je over scheiden spreken. De economische positie van vrouwen in onze samenleving is niet zo heel erg verschillend van die in de dagen van Jezus. Wij mogen dan een Wet Werk en Inkomen hebben maar zelfs jonge moeders moeten hun gezin in de steek laten om te gaan werken voor hun inkomen. Kinderopvang is er bijna niet in ons land, we hebben zeer lange wachtlijsten. Wie de kinderen opvangt als ze uit school komen is dus een raadsel. In de grote steden zwerven steeds meer jonge kinderen en tieners langs de straten. Dat tieners overlast gaan veroorzaken is dan niet verwonderlijk, het is het gevolg van de economische afhankelijkheid van hun moeders en het gebrek aan opvang dat de samenleving organiseert. Buitenschoolse opvang voor leerlingen in het voortgezet onderwijs bestaat immers helemaal niet. Vanaf 12 jaar moeten kinderen het zelf maar uitzoeken. En als ze het verkeerd doen krijgen ze een samenscholingsverbod en de ouders een boete. Ga er maar aan staan. Geen wonder dat je niets van de Wet van je naaste liefhebben als jezelf mag afdoen.

Geen enkele knecht kan twee heren dienen

zondag, 23 september, 2007

Lucas 16:10-15

De Mamon is een god, niet een god die bestaat maar wel een god die je kan dienen. Dan heeft die god een paar eigen wetten. Die god van het geld wil dat je spaart of leent. Je krijgt rente of je krijgt goederen en moet daarvoor rente betalen. Maar weggeven mag je het geld niet. Dienaren van de mamon die delen met een ander worden bestraft met armoede of uitsluiting van de samenleving. Ze krijgen het verkeerde uiterlijk en kunnen dat niet meer herstellen, ze hebben niet de meest moderne keuken, niet het laatste model TV apparaat, niet de meest modieuze kleding, niet het laatste type auto. Hun kinderen krijgen niet de vakantie die ze toekomt en hebben ook niet de kleren aan van het merk dat in de mode is, laat staan dat die kinderen die nieuwste games kunnen delen met hun vriendjes en vriendinnetjes. De wetten van de Mamon zijn hard maar de beloning lijkt groot. Alleen die vervelende arme Amerikanen lijken het rijk van de Mamon in gevaar te gaan brengen. Ze leenden geld om hun huizen te betalen tegen een lage rente. Nu de rente gestegen is kunnen ze die rente en de aflossingen op de lening niet meer betalen. In plaats van minder eten te kopen en te blijven lopen in versleten kleren, te liften naar het werk met stadgenoten blijven ze kopen in de grote supermarkten aan de rand van de stad, blijven ze rijden in oude auto’s. Het hele rijk van de Mamon, het financiële rijk is aan het wankelen. Het gevaar bestaat natuurlijk dat het Koninkrijk van die Jezus van Nazareth het over gaat nemen. Dat Koninkrijk waar die vieze in kameelharen kleding getooide Johannes toe opriep. Waar voor iedereen plaats is en waar sparen en lenen is vervangen door delen met elkaar zodat iedereen altijd te eten heeft. Waar mensen niet meer houden van jong en nieuw en hip maar houden van elkaar als van zichzelf. Een koninkrijk waar iedereen een plaats heeft en niemand zich zorgen hoeft te maken voor de dag van morgen. Waar alles wat tegenwoordig tot de lifestyle behoort en wat het rijk van de Mamon zo groot heeft gemaakt door mensen als een gruwel wordt ervaren. Geen cosmetische operaties meer, openbaar vervoer of samen een auto delen, kleding en goederen zo veel mogelijk hergebruiken, eerlijke lonen voor verbouwers en arbeiders ook in arme landen. Internationale handel die het geld eerlijk over de wereld verdeeld in plaats van naar de rijke landen te doen stromen. Je kunt geen twee goden dienen, de God van Jezus van Nazareth en de God van het geld maar je hoeft ook niet te kiezen tegenwoordig. De dienaren van de God van het geld zijn trots op hun goddeloosheid en proberen je daarin mee te krijgen. Als je het maar ziet.

Met behulp van de valse mammon

zaterdag, 22 september, 2007

Lucas 16:1-9

Vandaag een verwarrend en misschien wel duister verhaal. Dat van die mammon kunnen we nog wel snappen. Dat je met de god van het geld vrienden moet maken om de armen te kunnen helpen is niet zo gek gedacht. De bank- en gironummers vliegen je immers om de oren. Elke charitatieve instelling heeft er wel één en bij rampen en calamiteiten wordt er snel een gironummer geopend. De BankGiroloterij pretendeert zelfs ons rijk te kunnen maken als we geld storten voor een goed doel. Ze worden we er zelf nog het rijkste van maar dat vinden ze dan ook een heel goed doel. Maar wat zijn die eeuwige tenten en waarom zou een rijke bezitter oneerlijk gedrag van zijn rentmeester goed praten? We moeten daarvoor een kijkje nemen in de Romeinse samenleving. Het Evangelie van Lucas heeft immers als opschrift dat het aan de Romein Theofilus is geschreven. Deze godenzoon, want dat betekent Theofilus, zou zelf wel eens rijk geweest kunnen zijn. Rijke Romeinen hadden vaak bezittingen op het platteland. Daar waren ze niet zelf aanwezig maar ze hadden slimme slaven die als rentmeester voor hen het beheer voerden. En deden ze dat niet goed dan werden ze landbouwslaven en die leefden niet lang. Die rentmeesterslaven moesten vaak de boel wel een klein beetje voor de mal houden om zelf een goed leven te kunnen leiden. Romeinen hielden daar wel van, het bewees immers hoe slim ze waren en hoe goed ze voor hun meesters bezit konden zorgen. Zo ook in dit verhaal. Zelfs in onze tijd gaan bedrijven kapot aan onbetaalde uitstaande schulden. Als je dus de uitstaande schulden verminderd stijgt de waarde van het bezit. De hele financiële wereld komt in problemen omdat er Amerikanen zijn die hun hypotheek niet kunnen betalen. Als die hypotheken nu eens zouden worden afgelost, als ze in elk geval zouden verdwijnen uit de boeken van de banken, dan wordt de boekhouding weer gezond. Dan worden de armen die de schulden niet meer konden betalen weer een beetje minder arm. De roep om de schulden van de armste landen kwijt te schelden is al heel oud en soms gaat ook daar iets van die schuld af omdat het wordt kwijtgescholden. Zo worden de armen minder arm, het bezit meer waard en de slaaf blijft rentmeester. En dan die eeuwige tenten? Op het eind van de Bijbel staat dat God zijn tent op deze aarde zal spannen. Wat is er mooier dan in die tent te mogen wonen. De Statenvertaling verwees vroeger naar de Heilige Tent uit de Woestijn. Daar werd de Wet van eerlijk delen en je naaste liefhebben bewaard. Misschien niet zo’n rare gedachte bij dit verhaal. Als je zelf in nood bent denk ook dan aan anderen die het slecht hebben en probeer ze te helpen. De voedselbanken in Nederland zijn ook opgericht door mensen die de hulp zelf nodig hadden.

We konden toch niet anders dan feestvieren

vrijdag, 21 september, 2007

Lucas 15:25-32

Zuur kan je er van worden. Chagerijnig ook. Doe je je best, gaat een ander met de eer strijken. Wordt je collega bevorderd en je buurman wint de jackpot in de loterij. De Postcodeloterij maakt het nog erger. Het winnende lot kan daarbij zomaar op jouw postcode vallen en als je dan geen loten hebt dan win je helemaal niets. De kans dat overigens dat het winnende lot op jouw postcode valt is overigens vrijwel nihil, het komt dus uiterst zelden of bijna nooit voor. We gunnen daarbij een ander ook nooit het geluk dat zomaar toevalt. Daar gaat dit verhaal uit het Evangelie van Lucas ook over. Geluk dat je zomaar ten deel valt. Er wordt een feest gegeven omdat iemand eindelijk eens normaal doet. Over de mensen die altijd al normaal doen hoor je nooit wat. Als je maar gek doet, of uit de band springt, dan wordt er over je gesproken en als je alles over de balk hebt gegooid en je wel gedwongen wordt om weer een beetje normaal te doen, dan organiseren ze nog een feest voor je ook. Dat is zuur, daar kun je knap chagerijnig van worden. Waarom krijgen we toch zo de indruk dat in de Bijbel juist dat feest het centrale feest is, dat men daar niet onder het organiseren van dat feest uit denkt te kunnen. Want die zoon die thuiskomt was toch niet verloren? Ze wisten toch heel goed waar die heen was? Hij had er toch zelf om gevraagd? De zoon die thuis bleef niet, die had niet gevraagd om al dat werk, om zelfs dubbel werk toen zijn broer de hort op ging. Voor die zoon hadden ze een feest moeten organiseren. Die had het immers volgehouden al die tijd, werken voor twee en nog thuis blijven ook. Eerlijk is het niet. Maar het is een verhaal van Jezus van Nazareth, die vertelt het nadat hij kritiek had gekregen dat hij steeds met slechte mensen omging. Dat hij die slechte mensen er op wees dat ze zich eigenlijk hadden te gedragen als de goede mensen ligt nog voor de hand, maar een feest houden als ze zich normaal gaan gedragen. Pas als jezelf van je naaste houdt als van jezelf, als je jezelf in weet te zetten voor de zwaksten in de samenleving ga je begrijpen wat bedoeld wordt. Als je het licht in de ogen ziet terugkeren van de moeder die diep in de schulden zit en door de voedselbank in de gelegenheid is weer een warme maaltijd voor haar gezin te koken. Als je vreugde ziet op de wangen van kinderen in Afrika die schriften en pennen krijgen zodat ze echt op school kunnen gaan. Dan snap je dat iedereen overal getrokken wordt op de verkeerde weg en dat hulp om normaal te gaan leven de grootste vreugde schenkt aan een mens, de mens die hulp krijgt en de mens die hulp geeft. Wie die vreugde kent kan niet anders dan feest vieren. Het feest van breken van brood en delen met hen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Het feest van de bevrijding van de armen.