Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor augustus, 2007

Er is geen ander evangelie

vrijdag, 31 augustus, 2007

Galaten 1:6-12

De brief die Paulus in de mensen in Turkije schreef moest worden geschreven omdat er in de jonge beweging van de mensen van de Weg een conflict was uitgebroken. Ondanks de vervolging waaraan de nog jonge beweging was blootgesteld was de beweging toch een succes. Als we alle geleerden mogen geloven is de brief aan de Galaten geschreven zo’n 25 jaar na de Kruisiging van Jezus van Nazareth. Dat conflict kwam dus al snel. Op de inhoud van het conflict komen we ongetwijfeld nog terug als we verder in de brief aan de Galaten lezen, maar het conflict werd opgelost op een vergadering van de Apostelen in Jeruzalem waar ook Paulus aan had deelgenomen. Het ging Paulus er dus om de nieuwe gemeenten die mede door hem waren gesticht bij de les te houden en hen de lijn te  laten blijven volgen die door de Apostelen was uitgestippeld. Dat er dus heel veel soorten christelijke kerken zijn hoeft niemand te verbazen. Vanaf het begin was er discussie en stof tot conflict. Dat is ook niet te verwonderen. De boodschap dat de armen bevrijding moet worden aangezegd wekt weerstand. Stel je voor dat ook in onze samenleving de werknemers naar de werkgevers kunnen stappen en de zelfverrijkers zouden kunnen ontslaan. Dat ontslaan moet toch gemakkelijker kunnen vinden werkgevers en zonder ontslagvergoedingen. Iedereen snapt dat ze niet bedoelen dat de Raden van Bestuur onder toezicht van de werknemers komen te staan, dat het ontslag verleend kan worden door werknemers die zich door het verkeerde beleid van het management in hun bestaan bedreigd voelen. Ook nu is er een bedrijf dat vele duizenden werknemers wil ontslaan om te bezuinigen. De overgebleven werknemers moeten de eerstkomende jaren afzien van loonsverhogingen, ook die om de inflatie te compenseren. De president-directeur van dat bedrijf krijgt een bonus van 30 miljoen euro, naast zijn riante salaris. Geen wonder dat christenen moet worden voorgehouden dat geloven betekent in je slaapkamer op je knieën gaan en verder je mond houden. Op zondagmorgen in een net pak of een nette jurk hard zingen in een grote lege kerk en verder doen wat de baas zegt. Dat je de armen bevrijding moet verkondigen, anders met de samenleving moet omgaan, Samen Delen moet stellen boven Samen Leven en Samen Werken moet je maar vergeten zeggen de schijnchristenen. Paulus roept ons op het bij het Evangelie van Jezus van Nazareth te houden. De Apostelen werden er op uitgestuurd om de armen de bevrijding te verkondigen, wij worden dat dus ook.

Van Paulus, een apostel die niet is aangesteld door mensen

donderdag, 30 augustus, 2007

Galaten 1:1-5

Mooi mannetje was dat die Paulus. De zendelingen die we in de vier Evangelieën tegen komen werden volgens de verhalen uit de Evangeliën geroepen door Jezus van Nazareth. Toen die opgenomen was hadden ze bij elkaar gezeten en het lot geworpen om een opvolger voor Judas te kiezen nadat Judas zelfmoord had gepleegd. Ze waren vervolgd, verspreid geraakt, maar hun beweging was gegroeid. Iedereen kende die zendelingen, in het Grieks “Apostelen” genoemd. Tot op een dag die Paulus zich aanmelde en riep dat hij ook een zendeling was. En dat schrijft hij nu ook aan de mensen in Turkije, rond Ankara. In de Romeinse tijd heette dat Galatië. Paulus had een groot deel van het Romijnse Rijk doorgereisd, zeker door Turkije en Griekenland, voor hij zich in Rome vestigde waar hij overigens een gevangene was. Als je dat verhaal van Paulus zo leest kan iedereen zich wel een Apostel noemen, want hebben we niet allemaal de taak om door het houden van onze naaste als onszelf dat verhaal van Jezus van Nazareth uit te dragen. Paulus begint daar ook mee, die genade is toch dat je er elk moment weer opnieuw mee kunt, en mag, beginnen. De vrede is dat wat je wilt brengen in een wereld verscheurd door geweld en Jezus van Nazareth, de gezalfde en bevrijder, de enige Koning die we boven ons erkennen, de Christus dus op z’n Grieks gezegd, inspireert ons om zo te handelen. Die Jezus van Nazareth bevrijdde iedereen van de dood, van het kwaad in deze wereld, door de onvoorwaardelijke en onzelfzuchtige liefde, zoals God die had gewild, door de dood heen te dragen. Deze eerste verzen uit de brief aan de Galaten hoor je nog wel eens als groet in een Protestantse Kerkdienst. Om maar te weten wat je eigenlijk in de kerk komt doen, leren hoe je je naaste lief moet hebben. Ankara als centrum van een beweging die een nieuwe anders geregeerde wereld wil is vandaag de dag nogal merkwaardig. In Turkije is de splitsing tussen de Islam en de Staat het meest doorgevoerd. Ook wij kennen de scheiding tussen Kerk en Staat. Nooit mag een kerk in de verleiding komen om macht te stellen in plaats van liefde en het houden van je naaste met geweld op te leggen aan de burgers van een staat. Dat wat de Bijbel leert over staat en Liefde staat haaks op een staat geregeerd door een Kerk. Volgens de grondleggers van het moderne Turkije geldt dat ook voor de verhouding Islam en Staat. Het zou een aanknopingspunt moeten zijn om met elkaar in gesprek te komen over de verhouding tussen het geloof dat je beleidt en de regeringsvorm van het land waar je woont. Zo’n gesprek is juist nodig als je die Vrede wil waar de brief aan de Galaten mee begint.

Mijn huis moet vol zijn

woensdag, 29 augustus, 2007

Lucas 14:15-24

We hebben zo allemaal wel onze beslommeringen. De hypotheek moet worden afgelost, er moet regelmatig worden overgewerkt, je moet toch ook eens naar het theater en de bioscoop. Dan zijn er nog sportwedstrijden waar je niet buiten kunt. Als je kinderen hebt moet je vrijwel elke dag de kinderen brengen naar en halen van clubs en activiteiten. Wie heeft er nog tijd om een aantal uren in een Wereldwinkel te staan, of kleding te sorteren voor Oost-Europa, of achter de telefoon te zitten bij de Telefonische Hulpdienst, of één van de vele vrijwilligersbaantjes te vervullen die er in onze samenleving voor dorp, stad, land en wereld nodig zijn. We hebben het bijna allemaal te druk om aan het feest van de betere wereld, het Koninkrijk van God, mee te doen. We zijn in de afgelopen tientallen jaren fors korter gaan werken. De 40 urige werkweek werd ingevoerd, maar ook die is langzaam ingekort tot 36 en 32 uur. Daarnaast zijn er ook nog ADV dagen gekomen en zijn veel mensen in plaats van voltijd in deeltijd gaan werken. Toch is het aantal vrijwilligers in de samenleving hard achteruit gegaan. Die ouders die het zo druk hebben met hun kinderen naar sportverenigingen te brengen en ze weer te halen hebben het te druk om elftalbegeleider, of teambegeleider te zijn in het weekeinde als de wedstrijden gespeeld moeten worden. Mensen die mopperen op de kwaliteit van het gemeentebestuur en de wegen die voortdurend zijn opgebroken en de hoge belastingen die ze moeten betalen hebben geen tijd om met de plaatselijke politici van hun partijkleur mee te werken en mee te denken over een beter gemeentebestuur. Dat Koninkrijk van God komt er ondertussen wel. Dat is de blijde boodschap die uit dit gedeelte van het Evangelie van Lucas klinkt. Wees dus niet verbaasd als je er buiten staat, als je er geen deel aan blijkt te hebben. Al zijn er tekort vrijwilligers, ze zijn er wel. Soms nemen ze gewoon hun partner en kinderen mee. Zo zijn er hele gezinnen die samen werken in de plaatselijke voedselbank en zelf de laatste voedselpaketten mee naar huis nemen omdat ze die ook zelf nodig hebben. Juist in die delen van de samenleving waar mensen het eerst arbeidsongeschikt zijn, het langst werkloos blijven, het laagste inkomen hebben, het kortst naar school zijn geweest is de bereidheid om te helpen en een betere wereld te maken het grootst. Soms lijkt het of ze een wereld maken voor zichzelf en dan worden de machtigen en rijken er bang van, maar weet goed dat iedereen mee kan doen. Je moet er alle
en wel voor willen samenwerken.

Nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit.

dinsdag, 28 augustus, 2007

Lucas 14:7-14

Het is soms dringen om vooraan te mogen staan. Mensen betalen veel geld om bij een diner met een wereldberoemde politicus te mogen aanzitten. Het gaat dan vaak onder het mom van een goed doel waarvoor het geld wordt uitgegeven, maar dat goede doel zou meer geld krijgen als iedereen thuis bleef en een overschrijving deed. De locatie is luxe, het eten is luxe, de muzikale omlijsting kost een hoop en de beroemde spreker vraagt zelf ook het nodige aan geld en logies. Het is het soort diners waar zien en gezien worden,vooral het laatste, belangrijker is dan de inhoud. Kennelijk waren er in de dagen van Jezus van Nazareth ook al zulke diners. In dit gedeelte van het Evangelie van Lucas wordt daar duidelijk op gezinspeeld. Jezus drijft de spot met de mores, de gewoonten, rond zulke bijeenkomsten. Ga maar eens op de minste plaats zitten, je dwingt dan de gastheer, of gastvrouw, om je naar voren, naar een betere plaats te roepen. Het gezien worden is dan gelijk gelukt. Als je jezelf de beste plaats toekent loop je de kans geen rekening te hebben gehouden met de eregast en te moeten opkrassen. Dat is een manier van gezien worden die je liever overslaat. Het zijn de grappen waarmee al in de Bijbel de rijken en machtigen worden bespot en te kijk worden gezet. Want als je werkelijk mee wil doen in het Koninkrijk van Jezus van Nazareth kun je beter een heel andere strategie hanteren. Nodig dan de armen, de chronisch zieken, de gehandicapten uit. Die nodigen je weliswaar niet terug uit voor een diner en nemen ook niet veel geld voor een goed doel of status in de samenleving mee, maar op de lange duur geven ze meer plezier. Want er komt een dag dat ook deze medeburgers opstaan en zich niet langer laten knechten. De opstanding van de rechtvaardigen noemt de schrijver van dit Evangelie dat. En op dat moment ben jij geen vijand, geen uitbuiter, geen exorbitante zelfverrijker, maar een vriend van de armen, een vriend van de mensen die geen plaats in de samenleving hebben. Jij hebt ze een plaats gegeven, jij zag ze en jij wilde met ze gezien worden. En zelfs als de dag van de opstanding der rechtvaardigen nog wat uit zou blijven dan nog. Al die aanzienlijken strijden om aanzien en eer, daar kan je alleen maar pijn in je hoofd en in je buik van krijgen. Die armen strijden nergens voor, ze zijn al blij met een goede eenvoudige maaltijd, ze leven om te overleven. Zeg zelf, dat is toch een veel beter gezelschap, daar hoef je je nooit af te vragen wat jouw plaats is, als jij de maaltijd geeft is het de ereplaats.

Daar hadden ze geen antwoord op.

maandag, 27 augustus, 2007

Lucas 14:1-6

Er is in de Kerkgeschiedenis nog wel eens gedaan of Jezus iets tegen de Joden zou hebben gehad. Nu komen we in het verhaal over Jezus van Nazareth weinig tegen over wat de Duitsters “zelfhaat” noemen. Jezus van Nazareth was voluit Jood en wilde dat ook voluit zijn. Hij deed mee in het verhaal van Israel, ja, erger nog, hij wilde niet dat het verhaal van Israel uiteindelijk zou stranden in een hoekje van de wereldgeschiedenis. Het land Israel was immers bezet door Perzen, Grieken, Syriërs en in zijn tijd door Romeinen. Jezus van Nazareth was waarschijnlijk het meest verwant aan de stroming van de Farizeeën. Die wilden de Wet van de Woestijn weer midden in het volk plaatsen. Omdat onder al die bezettingen bezoeken aan Jeruzalem waar de Wet werd bewaard vaak moeilijk was hadden ze de Synagoge uitgevonden, het leerhuis, waar uit de Wet, de Profeten en de Schriften werd gelezen. Wij kunnen die teruglezen in wat ook in de Nieuwe Bijbelvertaling ten onrechte “Het Oude Testament” wordt genoemd. Dat is de Nederlandse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel. Er was echter een groot verschil tussen Jezus van Nazareth en de meeste van de Farizeeën. Die laatste hielden rekening met de gevoeligheden van de bezetters. Ze hielden zich zo ver mogelijk van vreemdelingen vandaan en konden daardoor ook niet in conflict komen. Verder waren uiterlijk vertoon en een strikt ordelijk gedrag voor veel Farizeeërs kennelijk belangrijk. Jezus van Nazareth stelt de gevolgen voor mensen centraal. De Wet is er immers om de mensen beter te laten leven, de mensen zijn er in elk geval niet om de Wet te laten verheerlijken. De Wet van Israel kent maar één Heer en dat is de God van Israel, de God van Liefde. En daar laat Jezus van Nazareth ook zien waar de oplossing ligt voor conflicten in de Wet. Het conflict bijvoorbeeld tussen De Wet dat je je naaste lief moet hebben als jezelf en de Wet dat je op de sabbat niet mag werken. Genezen mag dus wel, een mens of een dier uit een put halen ook. Maar altijd de mensen voorop stellen? Altijd maar alles afwegen tegen het belang van de armen, de zieken, de zwakken? Daarop hebben keurige mensen vaak geen antwoord. Daar zwijgen de machthebbers, ook die uit onze dagen. Natuurlijk, zullen ze zeggen, bescherming van eigen bezit moet voorop staan. Maar hulp aan de armen? Dat zou ten koste kunnen gaan van dat eigen bezit. Het antwoord is duidelijk, daar waar niet onvoorwaardelijk wordt geprobeerd de armoede uit de wereld te helpen wordt onvoorwaardelijk geprobeerd de armoede in stand te houden.

Jeruzalem, dat de profeten doodt

zondag, 26 augustus, 2007

Lucas 13:31-35

In het Evangelie van Lucas draait alles om Jeruzalem. Het verhaal begint daar in de Tempel met de priester Zacharias en het eindigt daar ook als de volgelingen van Jezus van Nazareth naar de Tempel gaan. Jeruzalem is het centrum van het verhaal en in het verhaal het centrum van de wereld. Daar wordt immers de Wet van de Woestijn bewaard. De wet die ooit werd ontdekt door het volk Israel en die de garantie zal vormen voor een ideale wereld. Een wereld waar, zoals later zal worden gezegd, de straten van goud zijn en alle tranen zijn gedroogd. Juist in Jeruzalem zul je kunnen horen en leren dat die wereld er komt als de mensen geleerd hebben hun naasten lief te hebben als zichzelf. Daarom kunnen de armen bevrijding worden aangezegd zoals in het Evangelie van Lucas wordt verteld. Maar Jezus van Nazareth beseft dat het niet eenvoudig zal zijn. Daar waar de wet het meest voor de hand ligt is het verzet het grootst en de mensen die willen dat het liefhebben van de naasten wordt omgezet in daden worden het hardst aangepakt. Bij ons is het al niet anders. Rijke woningcorporaties die zouden moeten bijdragen aan het herstel van de veertig prachtwijken die dat herstel meer dan hard nodig hebben doen er alles aan om die medewerking te ontlopen. Ze schuiven daarbij hun collega corporaties naar voren die al miljoenen hebben geïnvesteerd en over het algemeen prachtige plannen hebben gemaakt met de bewoners van die wijken en de gemeentebesturen om prachtwijken ook echt prachtwijken te maken. Die wijken zijn van belang voor tienduizenden armen in onze samenleving, voor veel van de vreemdelingen onder ons ook. Maar degene die het hardste klaagt is de voorzitter van Bouwend Nederland, de vereniging van ondernemingen die de wet overtraden en de bouwfraude opgezet hebben, de grootste fraude uit de vaderlandse geschiedenis. De nieuwe winsten voor die ondernemingen lopen gevaar. In plaats van het gemakkelijker te maken voor de woningcorporaties, de regering en de mensen die in de prachtwijken wonen door af te zien van de vaak omvangrijke winsten die deze bedrijven opstrijken bij bouwprojecten en renovaties klagen ze over de ruzie die er gemaakt wordt. Als straks het werk in de prachtwijken begint roept iedereen hallelujah, maar als het op meebetalen aankomt dat is het gescheld en gemopper niet van de lucht. In onze prachtwijken gaat het om de zorg voor de armen, net als in Jeruzalem en dat wat daarover in het Evangelie van Lucas staat geldt ook voor onze samenleving vandaag.

 

Weg met jullie, rechtsverkrachters!

zaterdag, 25 augustus, 2007

Lucas 13:22-30

Denk nu niet dat er in de Bijbel alleen in vriendelijke voorkomende woorden tegen elkaar wordt gesproken. Niets is vaak minder waar. Vooral Jezus van Nazareth kon, zo vertellen de vier Evangelieverhalen, soms onbarmhartig uithalen. Vooral tegen mensen die voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten. We kennen dat nog steeds, als een club wint is het aantal supporters niet te tellen, als een club verliest blijft er maar een klein clubje over. In de politiek hebben sommige partijen dat ontdekt. Als je nu maar hard roept dat je wint dan wordt je vanzelf groter en als het je bovendien nog lukt om te roepen dat de tegenstander verliest dan gaat het met jouw nog veel beter. Het CDA is een partij die daar bij uitstek in is geslaagd. Over de inhoud hoor je daar maar heel weinig. Als anderen zich eens verstouten om iets voor te stellen, bijvoorbeeld dat de subsidie op wonen voor de rijken een klein beetje zou verminderen, maximeren van de hypotheekrenteaftrek bijvoorbeeld, of iets te doen aan de exorbitante zelfverrijking in het bedrijfsleven of bij de semioverheid, dan hoor je het CDA al heel snel roepen dat voor die voorstellen geen meerderheid is te vinden. Ze noemen dat soms jammer ook, maar zelf mee gaan en een meerderheid vormen is er niet bij. Alle andere partijen wordt voortdurend op het hart gedrukt dat ze maar klein zijn en dus geen grote mond mogen hebben. In de verhalen van Jezus van Nazareth worden heel andere maatstaven aangelegd. Daar staan de armen voorop. Wie niets heeft mag meedoen aan het Koninkrijk van recht en vrede. Wie niets heeft mag aan tafel op een feest dat voortdurend met een bruiloftsfeest wordt vergeleken. Wie geen oog heeft gehad voor het delen met de armen, wie bezig is geweest met eigen gewin en eigen profijt wordt buitengesloten. Natuurlijk, ook zij willen meedoen met het feest, ook zij zullen roepen dat ze zich netjes hebben gedragen, altijd oppassend zijn geweest, fatsoenlijk, ja zelfs op zondag naar de kerk zijn gegaan. Het helpt allemaal niet want niet wie vooraan staat en een grote borst weet op te zetten komt als eerste voor het feest in aanmerking, maar wie hoort bij de armen. In een ander verhaal wordt de vergelijking getrokken met hen die in het struikgewas moeten slapen, langs de kant van de weg. Wie daarbij hoort, of wie voor die mensen opkomt en hen een deel van leven geeft is het feest bedoeld. De anderen zijn de rechtsverkrachters, weg er mee. Wij hebben een heel weekeinde om na te denken waar wij bij horen. Is dat bruiloftsfeest ook voor ons weggelegd?

Dood, waar is je angel?

vrijdag, 24 augustus, 2007

1 Korintiërs 15:50-58

De manier waarop Jezus van Nazareth zijn kruisiging onderging en stierf aan het kruis heeft op zijn volgelingen diepe indruk gemaakt. Wie, aan het kruis gehangen, helpt zijn medegekruisigden, wie kan vanaf het kruis nog troost zoeken voor zijn moeder, wie bidt voor zijn beulen hangend aan het kruis. Die liefde kon onmogelijk dood gemaakt worden, dat bleef leven. Paulus had later die volgelingen te vuur en te zwaard vervolgd, maar toen hij met blindheid geslagen was hadden diezelfde volgelingen van Jezus van Nazareth hem opgevangen en verzorgd. Ja, toen hij zelf in het verhaal van Jezus van Nazareth wilde gaan meedoen hadden ze hem uiteindelijk zelfs opgenomen in de kring van de zendelingen zoals die door Jezus van Nazareth waren aangewezen. De dood speelde geen enkele rol meer. Het ging en het gaat om de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Lichamelijke eigenschappen doen daarbij niet ter zake, sterk of zwak, mooi of lelijk, oud of jong, voor het verhaal van Jezus van Nazareth is een metamorfose van een heel ander kaliber nodig. Daar komt geen chirurg of andere mooimaker aan te pas. Je doet het zelf. Je gaat de weg op van Jezus van Nazareth. Mensen van de weg werden die eerste Christenen genoemd. Van hot naar her trokken ze het land door, de armen bevrijding verkondigend, de zieken genezing, de lammen lieten ze lopen en de blinden lieten ze zien. Mensen kregen weer waarde, mensen kregen weer een plaats in de samenleving. Slaven werden broeders, slavinnen werden zusters. Alle dode regels zijn vervallen. Denk niet dat je er nu maar op los kunt leven. Alles mag heeft Paulus ergens anders gezegd. En dode regels bepalen zeker niet wat mag of niet mag. Alles mag kun je gemakkelijk zeggen als je weet dat iedereen het uit z’n hoofd zal laten een ander te beschadigen. Als je de naaste liefhebt als jezelf, dan beschouw je niemand als een voorwerp dat voor jou bevrediging kan brengen, dan geef je geen drank of drugs, je kijkt wel uit. Zelfs de risico’s die jezelf misschien wil lopen voor je eigen plezier gun je een ander niet. En maakt dat jou een dooie pier? Nou en. Werkelijke liefde geeft veel meer genot, dat gaat alles te boven, daar kan geen kick tegen op. Anderen, die ongelukkig waren, weer geluk en vertrouwen in het leven geven, is het mooiste dat er is. En het allermooiste is dat we er elke dag opnieuw mee mogen beginnen, elke dag weer, ook vandaag, net zo vaak als we willen, onophoudelijk.

Maar hoe worden de doden opgewekt?

donderdag, 23 augustus, 2007

1 Korintiërs 15:35-49

Er zijn mensen, dieren en dingen. Er zijn lichamen op aarde en er zijn hemellichamen. Ondanks alle wetenschap die we tegenwoordig hebben is het spraakgebruik nog niet veel anders. De schitterende sterren aan een heldere hemel in een donkere nacht spreken nog steeds tot de verbeelding. Wat nu die opstanding uit de doden betreft leren we dat ook Paulus eigenlijk geen idee heeft wat er uiteindelijk gaat gebeuren. De adem van de mens die door God werd gegeven gaat uiteindelijk terug naar God. Het goede in de geest van de mens blijft en inspireert, begeestert zeggen we wel, mensen die het goede willen doen. En daar blijft het bij. Dat is het dan. En als het niet om jezelf gaat dan is dat eigenlijk helemaal niet erg. Er zijn predikers die mensen proberen te overtuigen door te wijzen op een eeuwig leven. Dat zou je moeten krijgen. Maar na al die eeuwen zien we weinig eeuwig leven om ons heen. In elk geval te weinig om je te motiveren het met het verhaal van Jezus van Nazareth te wagen, mee te gaan in het verhaal van Israel. Wat je wel om je heen ziet is de onrechtvaardigheid. Wat je kan zien zijn de armen in de wereld, de naakten, de hongerigen, de lammen, de blinden, de weduwen en de wezen die in de steek gelaten worden. En als je als mens nog een klein beetje gevoel voor een ander over hebt dan wil je daar iets mee doen. Dat kan motivatie geven om mee te gaan in het verhaal van Jezus van Nazareth die zijn volgelingen de opdracht gaf de armen bevrijding aan te zeggen. Dat zou moeten lukken als we onze naaste liefhebben als onzelf, als we zelfs onze vijanden lief weten te hebben. Wie er over nadenkt beseft dat, hoe het dan ook zit met opstanding uit de doden, met een God van wie je geen beeld kunt maken, de wereld er een stuk beter uit zou zien als we elkaar lief zouden hebben. Als mensen inderdaad bereid zou zijn om met elkaar te delen. Als recht en rechtvaardigheid de verdeling van goederen, voedsel en welvaart zouden bepalen in plaats van de wetten van winst en profijt en het recht van de sterkste. De mensen die nu ten dode zijn opgeschreven in honger, ziekte en oorlog zouden dan een deel van leven hebben. Er zou een geest over de aarde waaien van goedheid en niet een damp van wantrouwen. Misschien dat we met Paulus geen idee hebben van wat er uiteindelijk zou kunnen gebeuren, maar we hebben wel een idee waar we zouden kunnen beginnen. Een samenleving vormen waar Liefde regeert.

Elke dag sterf ik opnieuw

woensdag, 22 augustus, 2007

1 Korintiërs 15:29-34

In de begindagen van het Christelijk geloof waren er zelfs mensen die zich lieten dopen op naam van een ander. Ze gaven daarbij de namen van hun vader, moeder, geliefde of kinderen op die net waren gestorven. Want ook die zouden er bij moeten zijn, bij de komst van Christus, als de opstanding aanbrak. Voorzichtig oppert Paulus een andere betekenis. Als je van de weg van Christus afdwaalt dan sterf je een beetje. Paulus sterft elke dag wel een keer, om op te staan en opnieuw op die weg te beginnen. In Efeze werd dat kennelijk wel heel erg duidelijk. Maar als het niet door de dood heen is vol te houden, als de dood uiteindelijk niet kan worden overwonnen, waarom zou je dan nog je naaste lief hebben als jezelf? Er zijn leukere dingen te verzinnen. Nachten lang feesten, desnoods met giftige pillen, comazuipen, websex noem maar op wat leuk lijkt, uitdagend en het leven zeker niet serieus neemt. In de tijd van Paulus was dat in het Romeinse Rijk heel gewoon. Volgens sommigen ging dat Rijk er uiteindelijk aan ten gronde maar dat hoeft niet de oorzaak te zijn geweest. Naast de veel te grote afhankelijkheid van de slaven was er ook een grote afhankelijkheid van soldaten. De militaire macht van Rome was ongekend groot. Maar uiteindelijk waren de soldaten het zat om steeds weer van huis te moeten en het risico te lopen te sterven in een slag die achteraf niet gevoerd had moeten worden. Op het eind van de oorlog in Vietnam overkwam dat ook Amerika. Eigenlijk waren het de soldaten die de oorlog meer dan zat waren, die niet meer snapten waarom een volk dat zo hardnekkig voor zijn vrijheid streed bedwongen moest worden en een door en door corrupt Zuid Vietnamees regime in het zadel gehouden moest worden. Eerzucht en aanzien bepaalden daarop de afloop van die oorlog. Ook nu, na de oorlog in Irak, staat de militaire kracht meer in het middelpunt dan de levensverwachting van de verschillende bevolkingsgroepen in Irak. Paulus waarschuwt in dat verband dat slecht gezelschap de goede zeden bederft en volgens sommigen hebben wij ons in slecht gezelschap begeven door achter de Amerikanen aan te blijven lopen. Hoe het ook zij, we hebben te kiezen voor het leven, ook voor het leven van Soennieten in Bagdad. Alleen het kwade verdrijven zonder het goede te brengen is niet genoeg. Misschien moeten we onze regering en de regeringen in Europa eens oproepen daar een antwoord op te geven. Wat doet U voor de Soennieten in Irak? Wij kiezen voor het leven.