Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juni, 2007

Kan wie het recht haat met macht omgord zijn?

woensdag, 20 juni, 2007

Job 34:16-37

Het zou niet zo verstandig zijn mensen die het recht haten tot machthebber te maken. Toch gebeurd het maar al te vaak in de wereld. Er zijn machthebbers die uit zijn op hun eigenbelang, of het belang van de groep waartoe ze behoren. De rijken beschermen de rijken en sommige dictators verrijken zichzelf en hun famillie. Elihu heeft het goed gezien, het strookt niet met de wil van God. Alles wat we in de Bijbel lezen is een oproep om ons tegen die misdaden in de wereld te verzetten. Maar wat Elihu vergeet is dat we zelf in opstand moeten komen, dat we geroepen worden ons van de weg van de wereld af te wenden en zelf de weg van God te gaan. Job roept de hulp van God in omdat hij in ellende gekomen is en hij er op vertrouwd die hulp ook te krijgen. Zijn vrienden geven hem beschuldigingen, vergroten de ellende van Job alleen maar. Elihu doet er nog een schepje bovenop. In het gedeelte van vandaag lezen we eigenlijk dat we de meest wrede dictatuur maar te accepteren hebben zolang God niet ingrijpt. Maar we hebben geleerd dat God niet in het Witte Huis woont, daar hoeven we dus niet op te wachten. We kennen ook de oproep dat alle volken zich naar Jeruzalem moeten keren. Daar werd immers de Wet van de Liefde bewaard, daar moeten de volken van de wereld zich samen naar voegen. Zo ver zijn we nog niet, ook niet in verband van de Verenigde Naties. Toch zijn we langzaam maar zeker in de wereldgeschiedenis op weg. Na de Tweede Wereldoorlog hebben de volken van de wereld begrepen dat ze eigenlijk samen moeten werken. Dat oorlogen alleen gevoerd kunnen worden als we dat samen besluiten, als het gaat tegen onderdrukking en uitbuiting, tegen wreedheid en machtsmisbruik. Dat is nog maar zelden gebeurd. In Kosovo, en misschien in nog een heel enkel ander geval. De meeste andere oorlogen werden en worden gevoerd uit winstbejag en eigenbelang. Maar oorlogen worden toch meer en meer gerechtvaardigd met de strijd tegen dictatuur en uitbuiting. De roep om een onderzoek naar onze deelname aan Irak is daarom gerechtvaardigd. We moeten blijven leren dat er maar één weg is, de weg van de Wet van de Woestijn, de Weg van Jeruzalem. We dwalen daarvan vaak af, we laten ons door mooie woorden daarvan af halen, maar we moeten blijven roepen om recht en gerechtigheid. Ook al was de regering fout, van die fouten zullen we moeten leren. Onze machthebbers moeten het recht liefhebben, anders deugen ze niet.

De Almachtige zal het recht niet verdraaien

dinsdag, 19 juni, 2007

Job 34:1-15

Het klinkt mooi zoals Elihu het uitlegt. God is betrouwbaar, God is rechtvaardig en als je dus tegenslag ontmoet in je leven dan kan het niet anders dan God straft. Maar kloppen doet die redenering niet. Job heeft al uitgelegd dat hij zich juist van geen kwaad bewust is. Elihu maakt Job dus uit voor een leugenaar. Job had gezegd dat de mens geen baat heeft bij de vriendschap van God en dat maakt Job volgens Elihu een ongelovige. Maar zou Job niet gelijk kunnen hebben. Het was Maarten Luther die er op wees dat alleen het geloof de mens kon redden. Dat staat zo vaak in de Evangeliën dat je er niet om heen kan. In het Rooms Katholieke geloof waar Maarten Luther zich tegen verzette gold een soort handel, als je goed doet dan beloont God je en als je kwaad doet dan straft God je. Elihu heeft een vergelijkbare redenering. We weten dat de vrienden van Job ongelijk hebben, dat is de kern van het boek Job, dus die handelsredenering deugt niet. Moeten we het goede doen dan maar vergeten? Gaat het niet langer om de zwakken, de zieken, de hongerigen, de naakten, de gevangenen, de uitgestotenen uit onze samenleving? Zo is het niet, het gaat juist om hen en niet om ons die ze helpen. Het gaat niet om de gezonden maar om de zieken zou Jezus van Nazareth later zeggen. Hij bleef de Liefde voor de ander volhouden tot op het kruis toe. Ja op het kruis vroeg hij vergeving voor zijn beulen. Die ervaring maakte dat zijn volgelingen beseften dat die houding een totaal andere samenleving zou opleveren. Niet omdat je daar zelf gelukkig of rijk van zou worden. Stephanus werd gestenigd, Paulus raakte in de gevangenis. De Christenen werden vervolgd, uit hun huizen gesleept en verspreid over het Romeinse Rijk. Job raakte alles kwijt, ondanks zijn rechtvaardigheid, ondanks zijn zorg voor de armen, ondanks dat hij geen vreemdeling bij zijn huis wegstuurde. Zijn vriendschap met God leverde hem niets op. Is dan soms het tegendeel waar? Dat je arm en lijdend moet zijn om te laten zien hoeveel God van je houdt, of hoeveel jij van God houdt? Zo dus ook niet. Aan de vruchten herkent men de boom zei Jezus van Nazareth ons. Heeft je leven, je werken en je streven, enige betekenis voor de zwaksten op aarde? Geeft het stem aan de roep om gerechtigheid? Dat is de maat, voor ieder individueel, voor regeringen en machtigen, voor rijken en naties, voor alle volken op aarde. Wat er met jezelf gebeurt is niet meer belangrijk als het Koninkrijk van God baan breekt op aarde. Zelfs Job bleef daarvan overtuigd.

Laat mij jou de wijsheid leren

maandag, 18 juni, 2007

Job 33:8-33

Als je vandaag voor de eerste keer de Bijbel openslaat en je denkt laat ik aan de hand van een modern eigentijds commentaar eens zien of ik er wat van begrijp dan word je vandaag op het verkeerde been gezet. We lezen de toespraak van de vierde vriend van Job. De toespraak van Elihu. En op het eerste gehoor klinkt die toespraak ons vertrouwd in de oren. We hebben allemaal wel eens de predikers gehoord die beweren dat God ons roept, klopt aan ons hart, en dat we God moeten binnenlaten in ons hart en in ons leven en dat dan alles goed met ons zal gaan. Zo iets beweert Elihu ook. Het ging goed met Job, hij deed wat God had gevraagd, hij had zijn naaste lief als zichzelf, hij zorgde voor de zwakken en liet de vreemdeling niet buiten staan. Maar hij raakte alles kwijt en vond zichzelf uiteindelijk terug op een mesthoop zich zijn zweren krabbend met een potscherf. Zijn vrienden hadden hem er op gewezen dat hij misschien iets fout zou hebben gedaan, maar Job had dat verworpen. Zo gaat God niet met mensen om, zeker niet met mensen die proberen te leven naar de regels die God had gesteld, leven in Liefde. Job was zich van geen kwaad bewust, zeker geen kwaad dat zijn totale ellende kon verklaren. Volgens Elihu heeft Job niet goed geluisterd. God spreekt immers in het verborgene, in de dromen van de nacht, in de pijn op het ziekbed, in de genezing als een mens zich heeft bekeerd. God spreekt dus volgens Elihu in de slechte dingen die de mens kunnen overkomen, al zijn dromen natuurlijk niet altijd slecht. Gelukkig dat we vandaag niet zijn begonnen met het openslaan van de Bijbel, gelukkig dat we niet zijn begonnen bij de toespraak van Elihu. We weten beter. We hebben geleerd dat de vrienden van Job het bij het verkeerde eind hebben. We weten dat het volgen van de weg van de Liefde niet direct geluk en voorspoed oplevert. Het volk Israel sjokte veertig jaar door de woestijn, Jezus van Nazareth belande uiteindelijk aan het kruis. Maar het is de enige weg die de mensheid uiteindelijk vrede en gerechtigheid zal brengen. Of je er zelf beter van wordt is maar de vraag. Onbaatzuchtige en onvoorwaardelijke liefde vraagt zich dat niet af. Alleen het vertrouwen dat het zo moet en niet anders, geloof noemt men dat, alleen dat maakt dat we zo willen leven en niet anders. Ook de komende werkweek kunnen we er telkens weer mee beginnen, of het nu mee of tegen zit doet dus niet ter zake, we blijven delen en onze naasten liefhebben als onzelf, dat is het begin van alle wijsheid.

Met een eerlijk oordeel komen

zondag, 17 juni, 2007

Job 33:1-7

We lezen nog steeds in het boek Job en wel in het gedeelte waarin de jongste en vierde vriend het woord had genomen. Hij was onpartijdig had hij gezegd, maar hij laat het oordeel niet aan God, maar velt dat zelf en nodigt Job uit tot de strijd. Mensen die roepen dat ze onpartijdig zijn moet je dus kennelijk wantrouwen. Iedereen is immers zelf als eerste partij bij een oordeel. Niemand kan een oordeel vellen zonder de eigen ervaringen, kennis en geschiedenis opzij te zetten. Zelfs de knapste rechters die in groepen van drie een oordeel moeten vellen op basis van uitgebreid onderzoek, zowel zelf gedaan als door anderen gedaan, maken soms de grootste fouten. Er is zelfs een heel mechanisme in ons rechtssysteem om die fouten op te sporen en te corrigeren. Daarbij gaat het niet om kleine zaken maar om mensen die soms tot een levenslange gevangenisstraf zijn veroordeeld voor misdaden die ze na een aantal jaren niet blijken te hebben begaan. Een eerlijk oordeel is misschien soms dapper maar altijd een oordeel van de persoon die het geeft. Het heeft waarde voorzover je er zelf waarde aan wil toekennen. Elihu, die jongste vriend, beroept zich ook nog op de Geest van God. Als je mensen liefhebt, je naaste evenveel als jezelf, dan wacht je wel met een oordeel. Je weet immers dat je nooit alles kan weten over de ander en dat een oordeel over zaken de ander er vaak niet beter op zal maken, niet een beter deelnemer aan de samenleving. Jezus van Nazareth riep veel later op om daarom maar helemaal niet te oordelen, hij wees er op dat je meestal net zo geoordeeld wordt als je zelf oordeelt. In ons spraakgebruik zeggen we dan dat zoals de waard is hij zijn gasten vertrouwd. Het maakt discussies over grote projecten wel moeilijker. Gisteren is de Betuwelijn geopend. De manier waarop die is aangelegd heeft voor veel problemen gezorgd. Goede eerlijke discussies vooraf hadden een heleboel ellende kunnen voorkomen. Die discussies zijn er bij dit soort projecten vaak niet omdat we over elkaar oordelen. Deskundigen moeten altijd gelijk hebben en belanghebbende burgers zijn niet deskundig. Als die twee oordelen bij elkaar komen komt het zelden tot een goed gesprek. Elkaar serieus nemen en goed naar elkaar luisteren kost veel tijd, maar als je het eens wordt gaat alles ineens veel sneller. Oordeel dus niet, maar heb de ander lief als jezelf, luister en probeer het samen eens te worden.

Ik zal zeggen wat ik denk

zaterdag, 16 juni, 2007

Job 32:11-22

We kennen de politicus die zegt wat hij denkt en doet wat hij zegt. Het klinkt alsof het eerlijk is. Ook deze vriend van Job doet alsof hij eerlijk is. Hij is onpartijdig, maar merkt gelijk op dat Job toch niet de wijsheid in pacht heeft, hij kiest geen partij, maar gisteren lazen we nog dat hij zich kwaad maakte omdat de andere vrienden geen woorden meer vonden. Fraaie woorden en mooie volzinnen moeten ons eerder wantrouwig maken dan vertrouwen geven. Het gaat er nooit om hoe mooi het gezegd wordt maar altijd hoe het uitpakt voor de zwaksten. In de Bijbel gaat het er nooit om of je iets mooi kunt zeggen, of mooi kunt bedenken maar altijd of het iets te betekenen heeft voor de armen en verdrukten. De grote leider van Israel, Mozes, klaagde over een spraakgebrek toen hij op weg ging naar het hof van de Farao om de vrijlating van zijn volk te bepleiten. De grote profeet Jesaja moest vurige kolen op zijn lippen leggen voordat hij durfde te spreken. Ook onze politici kunnen het mooi vertellen. Ze willen Samen Leven en Samen Werken. we hebben al eens eerder opgemerkt dat een politiek volgens de Bijbel eerder zal uitgaan van Samen Delen. Ze hebben een program gepresenteerd dat de komende vier jaar zal moeten worden uitgevoerd. Daar staat iets in over armoedebestrijding, of dat ook iets opleverd zal nog moeten blijken, de voedselbanken komen er niet in voor. Er staat niets in over de exorbitante zelfverrijking in het bedrijfsleven en de eerste de beste oud minister die een overheidsbaantje krijgt gaat meer verdienen dan de minister president. De rijken blijven beschermd worden. Zelf de economisch adviseurs van de Tweede Kamer wijzen er op dat de woonsubsidie voor de rijken, de hypotheekrente aftrek, gewoon blijft bestaan waardoor het rijkste deel van de natie ook de meeste subsidie krijgt. We mogen zeggen wat we denken, maar veel belangrijker is dat we wat doen voor de armsten van de wereld. En dan niet wat er altijd al in de wereld gedaan wordt, de armen armer en de rijken rijker maken, maar eerlijk delen en recht en rechtvaardigheid brengen. Dan gaat het niet om mooie woorden, dan gaat het om de daden die tonen dat je het ook echt meent. Zeggen dat je doet wat je zegt en dat je zegt wat je denkt is niet genoeg, het moet ook iets veranderen in deze wereld. Ook het lijden van goede mensen als Job kan niet onweersproken blijven, of Elihu ook die kant kiest horen we de komende dagen.

Niet de ouderdom maakt wijs

vrijdag, 15 juni, 2007

Job 32:1-10

We keren voor een paar dagen terug naar het boek Job. Het boek waarin de schrijver op een bijzondere manier zich afvraagt hoe het komt dat ook goede mensen getroffen worden door onnoemelijk leed. In het archief staan de overwegingen bij de eerdere hoofdstukken uit het boek Job. Vandaag beginnen we bij het antwoord van de laatste vriend. Het is Elihu de Buziet, hij is de jongste, maar Buziet betekent ook verachtelijk, dus dat zwijgen kan ook best een pose zijn. Als je iedereen eerst laat spreken in een bijeenkomst dan schep je jezelf de mogelijkheid iets te zeggen waarvan iedereen denkt dat het origineel is, dat is het meestal ook niet, het is alleen datgene waar nog niemand aan heeft gedacht of wat de anderen minder belangrijk vonden. De andere drie vrienden van Job hebben steeds op verschillende manieren gezegd dat Job het leed aan zichzelf te wijten heeft. Ergens moet toch iets zijn dat hij fout heeft gedaan en waarvoor God hem wil straffen. Job heeft dat weerlegt. Hij was zich van geen fout bewust. Altijd had hij zijn bezit willen delen, de armen had hij geholpen, ja zelfs voor zijn kinderen had hij de plicht tot armenzorg op zich genomen. Niemand was hij ooit te na gekomen, onrecht had hij nooit betracht. Job had dat kennelijk zo overtuigend naar voren gebracht dat zijn vrienden niets meer te zeggen hadden. En dan komt Elihu. Die begint natuurlijk op een overtuigende manier. Dat het de Geest van God is die inzicht brengt is juist. De Geest van de onvoorwaardelijke en onbaatzuchtige Liefde maakt dat je weet wat goed is om te doen. Maar, dat wat je doet altijd en onvoorwaardelijk aan de Geest van God toeschrijven is natuurlijk zeer gevaarlijk. Ergens in de Bijbel staat dat de geest waait waarheen zij wil en zo is het. Wij mensen zijn toch geneigd om ons eigen belang mee te laten tellen. Als we goed doen willen we er tenminste voor bedankt worden. Sommigen zeggen ook dat de wijsheid met de jaren komt en hier heeft Elihu gelijk. Wijsheid hoeft helemaal niet met de jaren te komen. Integendeel, ouderen hebben de nijging om cynisch tegen het idealisme van jongeren aan te kijken. Zeker als die jongeren de armen en de zwakken willen gaan helpen. Dat hebben die ouderen ook gedaan en die armen en zwakken zijn er nog steeds. Het gaat er echter niet om dat armen en zwakken verdwijnen, maar dat ze geholpen worden, onze Liefde is maatgevend. En of Elihu werkelijk iets bij te dragen heeft zullen we in de komende dagen te weten komen.

Want ze heeft veel liefde betoond

donderdag, 14 juni, 2007

Lucas 7:36-50

Er wordt van Jezus van Nazareth wel verteld dat hij omging met hoeren en tollenaars maar in het verhaal van vandaag lezen we hoe het hem vergaat als hij bij keurige mensen op visite gaat. Hij gaat bij een Farizeër op bezoek. Nou klinkt de titel Farizeër bij ons inmiddels een beetje hetzelfde als huichelaar, iemand die zich keurig voordoet maar het niet is. Dat is bij de Bijbelse Farizeërs niet terecht. Op heel veel punten kwamen de opvattingen van Jezus van Nazareth en de Farizeën overeen. De beweging van de Farizeën had ook de synagoge uitgevonden. In elke plaats, in elk dorp en elke stad, stond een gebouw waar de rollen met de boeken uit de Bijbel werden gelezen en bewaard en waar men samenkwam om te leren over het verhaal van Israel en wat daarvan in het leven van alle dag toe te passen. De Tempel in Jeruzalem was vanouds ver weg en wekelijks, of soms dagelijks, bij elkaar komen rond het oude verhaal in plaats van een paar keer per jaar leverde meer op. Jezus van Nazareth sprak vaak in de synagogen en later ging ook Paulus van Tarzus naar de synagogen die hij tegen kwam. Het grote verschil was dat bij de Farizeën alleen de keurige burgers mee mochten doen terwijl Jezus van Nazareth er de nadruk op legde dat iedereen de weg van Liefde voor de naaste, het leven van delen, moest volgen en daarmee een plaats kreeg in de samenleving. Ook in het verhaal van vandaag wordt dat duidelijk. Een vrouw die kennelijk uitgestoten is uit de samenleving herkent in Jezus van Nazareth de mogelijkheid om weer een gerespecteerd en gewaardeerd lid van de samenleving te worden. Voor iemand die altijd met de nek wordt aangekeken en naar de rand van de samenleving wordt gedwongen een geweldige ervaring. Deze vrouw brengt dat tot uitdrukking door Jezus van Nazareth zijn voeten te wassen en vervolgens te zalven. Daarmee wordt die Jezus van Nazareth de Christus, de gezalfde. Overigens niet als een koning die op het hoofd gezalfd wordt maar als een geliefde die de voeten wordt gezalfd. Die zalfjes van Christenen stellen zich dus kennelijk niet als koningen op, maar als mensen van de Liefde. Het geloof dat dat voor je mogelijk is, wat je ook hebt gedaan je kunt altijd anders, maakt dat het goed kan komen. Ondanks de wrede bezetting, ondanks het geweld in de samenleving mag je in dat geloof in het goede in vrede je weg vervolgen. Ook vandaag nog.

De Wijsheid is in het gelijk gesteld

woensdag, 13 juni, 2007

Lucas 7:31-35

Dit is tenminste een herkenbaar stukje mopperen uit de Bijbel. Het is niet goed of het deugt niet. Jezus van Nazareth wordt er kennelijk wanhopig van. Als je beantwoordt aan de ouderwetse opvatting van Profeet, de man uit de woestijn, die roept aan de rand van de rivier dat alles anders moet en zich voedt met wat hij onderweg vindt, dan spoor je niet. Als je gewoon met iedereen om wil gaan en iedereen bij de samenleving wil betrekken, dan ben je een veelvraat en ga je met de verkeerde mensen om. Er is wat dat betreft nog niet veel veranderd. Als je probeert wat goeds voor de mensen te bereiken dan zijn er snel allerlei redenen waarom dat niet deugt. Of je maakt mensen afhankelijk door ze een goede uitkering te geven, of je buit ze uit door ze voor een veel te laag loon alvast werkervaring op te laten doen zodat ze beter kunnen doorstromen zonder in een armoedeval te hoeven trappen. Ook de regering kan er over mee praten. Honderd dagen zijn ze het land in gegaan om te luisteren naar mensen die ook echt met de problemen in onze samenleving te maken hebben. Ministers sliepen zelfs in oude, en dus probleem, wijken. Maar de kritiek is niet van de lucht. Hadden die ministers niet beter kunnen regeren, of kun je in een werkbezoek van een dag wel de problemen doorgronden. Zijn er eindelijk politici die niet achter hun Haagse bureau in hun hoge Haagse kantoortorens de oplossingen voor de problemen in onze samenleving willen bedenken maar samen met de betrokkenen willen nadenken wat er moet gebeuren dan deugt het nog niet. Het is propaganda of dom. We moeten maar zien met welke oplossingen ze komen. Volgens Jezus van Nazareth was de Wijsheid in het gelijk gesteld. Een op het oog merkwaardig zinnetje na zijn verzuchtingen. Maar het begin van de Wijsheid is het ontzag voor God, is het je laten leiden door de Liefde. En dat gebeurt op de manier van Johannes de Doper en ook op de manier van Jezus van Nazareth. Hoe je het doet maakt dus kennelijk niet veel uit als je het maar doet. En dus moeten we de voorstellen en plannen van de regering beoordelen op de vraag of de armen in onze samenleving, of de armen in de hele wereld, er ook echt beter van worden. Wie krijgen er in die plannen de voorrang, de zieken, de zwakken, de mensen in de knel, de vreemdelingen of worden de rijken toch beschermd. De Wijsheid van het verhaal van Jezus van Nazareth kan ons de weg wijzen, maar of deze regering die weg ook wil gaan moeten we maar afwachten.

Aan God en zijn gerechtigheid

dinsdag, 12 juni, 2007

Lucas 7:24-30

Waarom staan die tollenaars eigenlijk in het gedeelte dat we vandaag aangereikt krijgen uit het dagelijks leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap. Het antwoord is dat ze er staan om ons duidelijk te maken waarover dit Bijbelgedeelte gaat. Die tollenaars zijn een soort douaniers. Ze stonden niet alleen aan de grenzen van het land maar overal waar goederen in en uitgevoerd werden. Langs alle wegen en bij de toegangen van steden en dorpen. Ze werkten niet zoals de douniers van vandaag volgens de regels van de staat maar hadden het heffen van tol gepacht. En dan is de regel dat hoe meer je heft hoe meer je verdient. De armsten worden daarvan het eerst slachtoffer. Die tollenaars zijn we vandaag dus allemaal. Via onze democratische wetgeving bepalen we samen hoeveel tol, invoerrecht, er geheven wordt op goederen uit het buitenland. En ook daar geldt hoe meer invoerrecht, hoe hoger de tol, hoe meer we verdienen. Soms omdat we goederen heel graag willen hebben en het dus niet kan schelen hoeveel tol er betaald moet worden, maar veel vaker omdat de hoge tol de producten uit vreemde landen zo duur maakt dat we liever vergelijkbare producten kopen die hier gemaakt zijn. De armsten worden daarvan het eerst het slachtoffer. Arme landen kunnen vaak wel de bij hun gewonnen of verbouwde grondstoffen zonder tol bij ons invoeren, maar als ze die grondstoffen bewerkt hebben tot eindproducten is de tol zo hoog dat ze er niets aan kunnen verdienen. Werkloosheid is hun deel. Die tollenaars uit het verhaal van vandaag hadden zich laten dopen door Johannes. Zij hadden hun leven veranderd en waren weer gaan leven vanuit de regel dat je je naaste moet liefhebben als jezelf. Er waren er zelfs die een gedeelte van hun winst hadden teruggegeven aan hen die teveel hadden betaald, anderen hadden het teveel verdeeld onder de armen. Daar gaat het dus over bij de doop door Johannes. Daardoor was die profeet in zijn ruwharen mantel, die sprinkhanen at in de woestijn, de grootste geworden. En ja, die keurige kenners van wetten en regels, die fatsoenlijk mensen van Tempel en Synagoge die hadden zich niet laten dopen. Dat delen met de armen was economisch niet altijd verantwoord en de bezetters onwelgevallig. Een samenleving waar de zorg voor de zwaksten en de armen voorop staat, een samenleving van delen met elkaar, is ook voor keurige mensen vandaag niet aantrekkelijk. Maar we moeten er wel aan geloven volgens het Evangelie van Lucas.

Blinden kunnen weer zien, verlamden weer lopen

maandag, 11 juni, 2007

Lucas 7:18-23

Het publieke optreden van Jezus van Nazareth was begonnen toen hij zich liet dopen door Johannes in het water van de Jordaan. Een volkomen ander leven zou beginnen. Een leven zoals het bedoeld was volgens het verhaal van de uittocht uit Egypte, de tocht door de woestijn en de ontdekking van de Wet midden in die woestijn. Daarom sprak Johannes aan de rand bij de rivier die liep tussen de woestijn en het beloofde land. Maar was die Jezus van Nazareth, die Jezus van de Bergrede nu de bevrijder die opnieuw de mensen naar een land overvloeiende van melk en honing zou brengen? Ooit had een profeet in het boek van de profeet Jesaja geschreven wat je dan te zien zou krijgen. We kunnen het nog nalezen in het negentwintigste hoofdstuk, in het zeventiende vers van dat hoofdstuk. En daar staat precies hetzelfde als in het verhaal dat Lucas vandaag vertelt. Met die boodschap mogen de leerlingen van Johannes terug. Vertel hem wat je ziet. Als ze hem dat vertellen zal hij denken dat je uit het boek van de profeet Jesaja voorleest, daardoor zal hij weten dat de bevrijder gekomen is, dat je inderdaad mensen kunt oproepen een volkomen ander leven te gaan lijden. Een leven dat vol staat van liefde, dat alle mensen weer mee laat doen en een plek in de samenleving geeft. Dan zorg je dat blinden kunnen zien, verlamden weer kunnen lopen, dat melaatsen niet langer worden gemeden maar worden genezen, dat de doven weer kunnen horen, dat de armen hun plek aan tafel krijgen en geen honger meer hoeven lijden, dat mensen die voor dood zijn achtergelaten weer opstaan en mee mogen gaan in het leven. Ergerlijk is dat soms, dat idealisme, die mensen ook die steeds maar drammen op dat liefhebben en delen met elkaar, die steeds maar willen dat je de zwaksten en de armsten een nieuwe kans geeft, die drammen op eerlijke handelsverhoudingen en rechtvaardige inkomensverdelingen. Je kunt je ergeren aan mensen die het veroordelen dat de topinkomens weer vele malen meer zijn gestegen dan de gemiddelde lonen, aan mensen die er op wijzen dat er zelfs in ons rijke land honger wordt geleden. Maar de mensen die zich niet ergeren en zich laten overtuigen er iets aan te gaan doen zijn vele malen gelukkiger. Ook deze week zijn er vele manieren om het leven te veranderen, niet alleen van jezelf, maar vooral van de mensen die het zo hard nodig hebben. We hebben weer een hele werkweek de tijd om er iets voor te doen.